Tags Posts tagged with "Liz Barclay"

Liz Barclay

dressuur algemeen subtop

Vorige week had ik een vriendin aan de lijn. ‘Ik baal als een stekker. Ben je de hele week druk aan ’t werk en verheug je je op je wedstrijd op je vrije dag. Krijg je allemaal zessen zonder enig commentaar. Dat was dan je weekend.’ Ik voelde met haar mee.

Ik weet, als een proef uit allemaal zessen bestaat, is de regel voor de jury: er is niks echt verkeerd en ook niks echt heel goed, dus er valt weinig over te zeggen en het hoeft officieel niet. Tenminste zo is dat hier in Engeland en naar ik aanneem ook in Nederland.

Maar toch, het blijft knagen: het afhankelijk zijn van het humeur of de smaak van een jurylid. Het afhankelijk zijn van het humeur van de overige deelnemers. Het je soms best eenzaam voelen.

Vreemde eend in de bijt

Toen ik na een aantal jaren geen wedstrijden te hebben gereden, begin jaren negentig voor het eerst aan een wedstrijd in Engeland deelnam, miste ik zo de sfeer van de Landelijke Rijvereniging. Alles was hier gescheiden. Alleen op de samengestelde wedstrijden zag je naast de dressuurbanen ook een springparcours.

En er was op de dressuurwedstrijden geen saamhorigheidsgevoel. Een vreemde eend in de bijt, zo voelde ik me.

Dat was ik natuurlijk ook. Ik gaf al wel een tijdje les op een van de ponyclubs, maar kende weinig actieve wedstrijdruiters.

Die dag won ik beide L-proeven, maar er was niemand om me te feliciteren. Bij het secretariaat haalde ik beide puntenlijsten op, met de linten eraan vastgeniet, en vertrok.

Nederlandse wedstrijdcircuit

Door de jaren heen, op mijn reis naar de Prix St. Georges, wende ik eraan dat er in Groot Brittannië nou niet echt een collegiale sfeer hing op de wedstrijden. Ik leek altijd degene die contact maakte, hulp aanbood waar nodig, met misschien een gepast grapje tegen een wat gestreste deelnemer om de druk een beetje van de ketel te halen.

Oke, als je drie of vier uur in de vrachtwagen moet zitten voor een wedstrijd, dan is de kans groot dat weinig ruiters elkaar kennen. Nederland is zo’n stuk kleiner en het hele wedstrijdcircuit zoveel bereikbaarder.

Individualistisch

Toch, en dan hoor ik weer mijn vriendin vertellen, denk ik dat ook hippisch Nederland een verandering heeft doorgemaakt. Inmiddels zijn ook hier spring- en dressuurwedstrijden vaak gescheiden en is de sfeer individualistischer. Men heeft minder interesse in elkaar.

Mijn vriendin vertelde het trieste verhaal dat zij op een landelijke wedstrijd aan het eind van de dag nog haar proef moest rijden, terwijl bijna iedereen was vertrokken. Sterker; de organisatie was verderop begonnen de banen af te breken. Ik kon me goed voorstellen wat een anticlimax dat geweest moet zijn.
Vroeger was het verplichte wachten op de parade, en ook het rijden ervan, niet altijd even leuk. Toch had het wat. We waren een groep, we keken naar elkaar, hielpen elkaar en leefden met elkaar mee.

Gezonde zenuwen

Ik heb me in de dressuurring altijd op m’n gemak gevoeld. Ik bereidde me goed voor en kon er ook uitstekend mee leven als er eens een dag tussen zat waarop het wat minder ging. Gek genoeg hielp juist die instelling om vrijwel altijd met een paar winstpunten en een plaatsing terug naar stal te rijden.

liz barclay blog

Ik ben gezegend met, wat ik noem, gezonde zenuwen. Ze hielpen me om met een dosis zelfvertrouwen door de moeilijke momenten gedurende een proef heen te rijden zonder emotioneel aan diggelen te gaan. Wat onmiddellijk een geruststellend effect had op mijn paarden.

Strak harnas

Niet iedereen heeft het geluk ‘gezonde zenuwen’ te hebben. Of het aangeboren is, of te maken heeft met zelfdiscipline, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat wat ik in de dressuurring wel kon, me op school helemaal niet lukte. Faalangst is een verschrikkelijk ding. Iets dat sommige ruiters juist in de wedstrijdring in de houtgreep krijgt, waardoor ze nog niet de helft voor elkaar krijgen wat ze thuis met gemak uit hun mouw schudden. En als ze eenmaal in die spiraal zitten, komen ze er maar met moeite uit.

Niet iedereen kan zich een sportpsycholoog veroorloven en voor sommigen blijft de wedstrijdsport zo’n strak harnas dat de negatieve ervaringen zich blijven opstapelen. Met als gevolg een paard dat de wedstrijdring ook al heel snel als iets negatiefs begint te ervaren.

Kritische blikken

Petje af voor degenen die zich hier doorheen weten te worstelen. Ik heb het met een aantal van mijn pupillen van dichtbij meegemaakt en ze gedurende dat proces kunnen bijstaan. Iedere keer dacht ik: Waarom nou juist als je ziet dat bij iemand de zenuwen door de keel gieren, zijn er al die kritische blikken aan de kant? Waarom die nare opmerking over dat ‘ongehoorzame’ paard? Net toen die ruiter langskwam en het kon horen?

Dan denk ik toch weer terug aan mijn jonge jaren in de Achterhoek. Wat hadden we een lol. Je kunt je hele familie aan de kant hebben staan, maar pas als je door je eigen soort gewaardeerd, geaccepteerd en geholpen voelt; op dat moment kun je zoveel meer…

We All Ride

Een tijdje geleden las ik over de nieuwe ontwikkeling om thuis je proef te kunnen rijden voor een online jurylid. We All Ride, een idee van Rens Plandsoen en Renee de Graaf. Dat bestaat in Engeland al wat langer en vanwege de lange afstanden is het hier een geweldige oplossing.

Naast heel wat enthousiaste reacties kwam er ook kritiek. Social media was weer een beetje kort door de bocht, het was niet eerlijk of niks waard. Want als je je paard niet kunt laden of het wedstrijdelement niet aankan, wat is het dan eigenlijk?

Ik ben het er niet mee eens, ik vind het een super idee. Het past in deze tijd waarin door de digitale ontwikkeling zo heel veel meer mogelijk is geworden. Het is een geweldig alternatief voor ruiters die wel door een officieel jurylid beoordeeld willen worden. Om te zien of ze op de goeie weg zitten, maar, om wat voor reden dan ook, niet naar een wedstrijd kunnen of willen.

Minder paardenleed

We All Ride kan worden gebruikt als een overbruggingsperiode voor de onzekere ruiter. Of het kan een optie zijn voor ruiters die zich op wedstrijden doodgewoon niet in in hun element voelen. Daarmee kan een hoop paardenleed worden voorkomen. Dat vind ik zelf nog het mooiste.

En het zou, als we door gaan zetten met ons gevecht tegen de opwarming van de aarde, ook nog wel eens de enige manier kunnen worden. Als er zodirect er geen druppel diesel meer verkrijgbaar is om in de tank van onze vrachtwagens te gooien. Een millieuvriendelijk vrachtwagentje op groene elektriciteit lijkt me nog erg ver van ons bed.

Liz Barclay

oostvaardersplassen blog liz barclay

De Oostvaardersplassen: het begon met vogels. Toen moesten de grote grazers het gebied nog geschikter maken voor nog meer verschillende vogelsoorten. En toen werd het heel langzaam een ‘rewilding project’ zonder dat iemand het eigenlijk in de gaten had.

En toen verdwenen heel langzaam sommige vogelsoorten, terwijl het gebied kapot werd gevreten door een totaal uit de hand gelopen hoeveelheid grote grazers.

Maar hopelijk is het gedaan met de Oostvaardersplassen in de huidige staat. Woensdag 5 december is de rechtszaak.

Edelherten

Even terug met een citaat uit een document van Vereniging het Edelhert, getiteld: ‘De Oostvaardersplassen, de grote grazers en de icmo2 afspraken; beantwoording vragen van de adviescommissie beheer oostvaardersplassen.’

In de nieuwsbrief No. 1 van Rijksdienst IJsselmeer Polders (RIJP) uit April 1991 wordt gesproken over het plan voor het uitzetten van 40 edelherten in het internationaal bekende Natuurgebied de Oostvaardersplassen(OVP).

De toenmalige Beheeradviescommissie denkt aan minstens 250 herten maar, zo staat vermeld:

‘Mochten de grenzen van de draagkracht van het gebied worden overschreden dan zullen de aantallen runderen, paarden en edelherten in onderlinge samenhang worden beperkt.’

Hands-off beheer

In 1996 werd het OVP-gebied overgedragen van de RIJP naar Staatsbosbeheer (SBB). Tevens werd een beleidswisseling doorgevoerd. Staatsbosbeheer ging, zonder enig overleg over van het toegezegde ‘beheer naar draagkracht’ naar het zogenoemde ‘hands-off beheer’.

Hierdoor bleven de aantallen grote grazers groeien, waarbij door gebrek aan voedsel en beschutting in de afgerasterde OVP, er ieder jaar weer een steeds grotere wintersterfte ontstond, zonder verder beheer.

oostvaardersplassen liz barclay

Kopergebrek en ataxie

Op 25 oktober 2004 schreef Prof. Dr. C. Wensing als hoofd Wetenschappelijke Adviescommissie Oostvaardersplassen in een brief aan de directie van Staatsbosbeheer het volgende: ‘Werk aan een completer habitat. Door de eenzijdige zomerhabitat ontbreken in de winter voor de hoefdieren mogelijkheden om gebruik te maken van andere voedselbronnen. Wellicht is bijvoorbeeld het kopergebrek, en de daardoor veroorzaakte ataxie bij edelherten, te voorkomen door een bredere voedselkeuze.

Dit bericht geeft aan dat er in 2004 al problemen bekend waren bij de destijds aanwezige stand van 665 runderen, 880 paarden en 1550 edelherten.

Rewilding is in!

Rewilding is in! Kijk bijvoorbeeld maar even op de website Rewilding Europe, gevestigd trouwens in…Nijmegen. Er zijn projecten in Portugal, Roemenië, Kroatië, Polen, Zweden; allemaal landen met nog enorme gebieden ongerepte natuur waar de ruimte is om grote grazers, wolven en katachtigen zonodig opnieuw te introduceren voor een gevarieerder stuk natuur.

Directeur Staatsbosbeheer Sylvo Thijsen is, naar ik heb begrepen uit zijn connecties en werkzaamheden bij bijvoorbeeld advies- en ingenieursbureau Sweco, ook een rewilding fan…

De stikstof brigade

In een artikel in dagblad Trouw uit 2014 verbaast ecoloog Han Olff zich over de enorme vruchtbaarheid van de OVP. Hij geeft aan dat veterinaire behandeling van grote grazers zijn onderzoek zouden belemmeren doordat het toedienen van medicijnen het ecologische evenwicht zullen verstoren.

Koren op de molen van de rewilding fans, natuurlijk. Oh, was directeur SBB Sylvo Thijsen ook niet…?

Toekomst van de OVP

De RDA, Raad voor Dieren aangelegenheden, beschrijft zichzelf als een onafhankelijke raad van deskundigen. Kijk zelf maar op de website. De RDA is betrokken bij het advies over de toekomst van de OVP.

Nieuw lid van de RDA is Jan Willem Erisman, professor aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn leerstoel is integrale stikstof studies gefinancierd door het WNF, ook betrokken bij de OVP. De OVP blijft interessant voor zoveel onderzoeken dat bijna iedere professor en natuurorganisatie de ander de hand boven het hoofd houdt.

‘Hoe meer volgers, hoe beter voor de grote grazers in de OVP.’

Ook interessant: voorzitter van de RDA (weet je nog, onafhankelijk) is Mr. DRS. J. Staman. Laat die nou ook penningmeester bij de Stichting Natuurlijke Processen geweest zijn. Ga naar hun website en de eerste naam die je ziet is die van Frans Vera.

oostvaardersplassen liz barclay

Belangenverstrengelingen

En zo kan ik nog heel lang doorgaan. De verbanden en belangenverstrengelingen zijn buiten proportie. En altijd maar weer die terugkerende naam: Frans Vera.

Maar dan wordt dit blogje te lang en heel saai. Als je dit leest en meer wilt weten, wordt dan volger van Stichting Cynthia en Annemieke. Op hun Facebook pagina staan nog meer superlogische grafieken waar je heel veel van kunt leren. En echt, hoe meer volgers, hoe beter voor de grote grazers in de OVP. Ook al ben je het niet altijd helemaal met elkaar eens, samen sterk!

En nu vooral met het oog op 5 december.

De rechtszaak

Er staat een hek om de OVP. De dieren kunnen er niet uit, de mensen mogen er alleen via zeer beperkte routes in en SBB kijkt heel goed of iedereen zich daar wel aan houdt. Door dat gebrek aan sociale controle, en doordat zoveel partijen er baat bij hebben om de OVP met de grote grazers als wilderness in stand te houden, gebeuren dingen in de OVP die ethisch gezien absoluut niet door de beugel kunnen.

Hopelijk gaat daar door de enorme inzet van Stichting Cynthia en Annemieke op 5 december verandering in komen.

Dan dient namelijk de rechtszaak, aangespannen tegen de Staat der Nederlanden, Staatsbosbeheer en de Provincie Flevoland en voorbereid door de advocaten Samantha Andriesse en Bas Jongmans (pro deo!) met een rapport van meer dan 500 pagina’s.

Dit wordt hopelijk het moment van de waarheid en het begin van het einde van de grote grazers in de OVP.

Nog enkele cijfers

Winter van 2008-2009: totaal 1200 dode dieren
Winter van 2009-2010: totaal 1093 dode dieren
Winter van 2010-2011: totaal 750 dode dieren
Winter van 2011-2012: totaal 1490 dode dieren
Winter van 2012-2013: totaal meer dan 2000 dode dieren.
Winter van 2017-2018: over de 3000!

Volgens Frans Vera, Han Olff en volgelingen zijn de Oostvaardersplassen een uniek vruchtbaar gebied waar we niet aan moeten morrelen.

Ziek!

Liz Barclay, Pinokkio
Pinokkio (foto: Liz Barclay)

Inmiddels weet ik sinds een maand dat ik een nieuw paard moet zoeken. Helaas is mijn experiment met een lief, klein paardje met problemen op een vervelende manier aan z’n einde gekomen. Na drie jaar heel hard te hebben gewerkt aan de enorme achterstand in zijn spierontwikkeling is hij doodgewoon in de bak in een drafje volledig over de kop gevlogen en brak ik bijna m’n nek. Net als de vorige twee keer dat dit in die drie jaar tijd is gebeurd stond hij daarna heel rustig op en konden we gewoon weer aan het werk.

Toch moet ik nu accepteren dat er iets fundamenteel verkeerd zit in het lichaam van mijn lieve Pinokkio en heb ik hem op rust gezet. Dit met het doel een nieuw paard te zoeken waar ik mee door kan trainen en Pinokkio, die tot nu toe alleen een paar koeien als gezelschap had, mag z’n maatje zijn.

Vier jaar en zo slap als een vaatdoek

Pinokkio kwam bij mij als vierjarig paard van een pupil op werkvakantie. Zij wilde hem niet meer en ik heb hem uit medelijden als een soort projectje overgenomen. Hij was ongelofelijk lief en makkelijk, maar werkelijk zo slap als een vaatdoek.

Het meisje vertelde me dat hij als veulen verwaarloosd was en, na een aantal jaren in een zeer mager weitje bij haar thuis, had hij enkele maanden bij een boer waar zij werkte, in het gelpe gras tussen de melkkoeien gebivakkeerd. Dat was weer het andere uiterste en wat er in die tijd aan de ene kant in ging, liep er als zwarte drab aan de achterkant zo weer uit.

Ik dacht en hoopte dat een foute balans in zijn proteine de reden was voor zijn gebrek aan spieren en het regelmatig struikelen en wilde dat oplossen met een goed dieet en aangepaste training. Ik zag het als een experiment waarmee ik tegelijkertijd weer meer ervaring als trainer zou op doen.

Maandenlang heuveltjes stappen

Maanden lang heb ik drie maal per week heuveltjes gestapt en een of twee maal per week gelongeerd. Alles was aangepast aan wat hij aankon en waar hij sterker van werd. Na een maand of vijf struikelde hij niet of nauwelijks meer en ben ik met tweemaal in de week rijden in de bak begonnen. Hij vond het leuk, was ijverig en ik begon te denken dat we het gingen maken, met z’n tweeen.

De eerste keer

Tot die dag, zo’n beetje een jaar later, dat hij, werkelijk zonder enige aanwijzing in een overgang van galop naar draf, alsof plots alles in zijn lichaam verlamde, volledig over me heen rolde. Hoe ik, behalve een paar hele grote blauwe plekken en even stokdoof te zijn geweest, verder niks had, was een wonder.

Omdat ik dacht dat het puur pech was en toch nooit nog een keer zou gebeuren, ben ik er weer opgestapt en we hebben nog een tijdje doorgereden. Hij leek er niet anders van te zijn geworden en deed de rest van z’n werk alsof er niets gebeurd was.

Niet te diep en onbezorgd genieten

Ik besloot wel om op te passen met hem te diep te rijden, iets wat hij trouwens zelf wel lekker vond en een beetje te makkelijk aanbood met die super flexibele nek van hem. Dus van af nu wat minder lang en wat hoger. Het ging prima, hij voelde met de dag zelfverzekerder en was verbazingwekkend leergierig.

Liz Barclay
Pinokkio (foto: Liz Barclay)

Inmiddels drie keer per week in de bak, wandelden we samen nog een paar keer per week door de weilanden en het bos. Struikelen behoorde nu helemaal tot de verleden tijd, dus ik begon werkelijk onbezorgd te genieten met het idee dat ik dit paard een leven had gegeven. En ik daarmee mezelf een heerlijk betrouwbaar paard, waar ik oud mee kon worden.

Een kudde schapen

Tot hij vorige zomer schrok van een enorme kudde schapen achter een hek, wegvloog, wat ik hem trouwens kan vergeven, en gedurende dat proces weer in elkaar zakte als een plumpudding. Toen ik weer bijkwam, stond hij naast me. Als m’n mobieltje bereik had gehad, had ik naar huis gebeld voor hulp. Helaas, als ik niet terug wilde strompelen moest ik weer opstappen en zo zijn we, ik zo gammel als wat, naar huis gewandeld. Daar besloot ik m’n wonden te likken en, na een paar dagen bijkomen, toch maar weer door te gaan met trainen.

Complimentje van Maarten van Stek

Omdat er zoveel tijd tussen beide incidenten zat, wilde ik hem, ook na de tweede keer een kans blijven geven. We waren zo’n eind verder.

En toen dressuurtrainer Maarten van Stek ons dit voorjaar op zijn derde bezoek een complimentje gaf tijdens de galop, kon mijn dag niet meer kapot. Misschien was Pinokkio eindelijk een klein dressuurpaardje met een heel groot hart aan het worden.

Experiment mislukt

Imiddels iets meer dan een maand geleden ging Pinokkio weer, nu helemaal, over de kop. Dit keer dacht ik werkelijk dat ik m’n nek had gebroken. Die dag heb ik stiekem de beslissing genomen dat we op moesten houden. Experiment mislukt. Het deed zeer, en dan bedoel ik niet fysiek maar m’n hele hart deed pijn. Ik heb het pas een paar weken later aan mijn dierbaren en pupillen kunnen vertellen.

‘Mechanical wobbler’

Dit, nadat ik alles met mijn dierenarts had besproken. Uiteindelijk kon ik het maar op een manier uitleggen. Alle drie de keren voelde het als een soort stroomstoring. Zij vermoedt dat Pinokkio een ‘mechanical wobbler’ is. Vraag me niet wat de veterinaire beschrijving in goed Nederlands daarvoor is.

Een ‘wobbler’ is een conditie waarbij het paard geleidelijk evenwichtsstoornissen ontwikkelt, tot hij een keer omvalt en niet meer op kan staan. Een ‘mechanical wobbler’ is een conditie waarbij een paard alleen in beweging en met een bepaalde hoofd- en nekhouding, in elkaar zakt. Een diagnose is meestal alleen een vermoedelijke constatering gebaseerd op een patroon zoals dat van Pinokkio. Onderzoek is duur en vaak zonder uitkomst.

Liz Barclay
Pinokkio (foto: Liz Barclay)

Zoveel mooier, zoveel sterker…

Dus daar staat Pinokkio, zoveel mooier, zoveel sterker, nog maar zeven jaren oud. En ik ben aan m’n zoektocht begonnen. Ik heb drie paarden gezien. De eerste werd beschreven als een makkelijk paard, geschikt voor moeder/dochter. Leek me wel een veilige optie. Kom ik daar in rijtenue aanzetten, is ie nog niet eens aangereden.

De tweede stond geadverteerd als 1.50. Was nauwelijks 1.45.

De derde was een headshaker. De eigenaar wist niet wat dat was.

Dit wordt nog wat. Pinokkio, echt, ik beloof je, ik doe m’n best…

 

Maarten van Stek
Maarten van Stek - William Nederlands Kampioenschap Lichte Tour 2015 © DigiShots

Het was weer zover in mei. Het derde bezoek van Maarten van Stek aan Cornwall. De clinic, dit keer drie dagen in plaats van twee, zat lekker vol met niet alleen inmiddels bekende, maar ook een hoop nieuwe gezichten.

Hoofd gestoten

Ik moet zeggen dat ik me wel een beetje zorgen maakte na Maarten’s spectaculaire vertrek van vorig jaar, waarbij hij letterlijk nog geen uur voor zijn vertrek zijn hoofd zodanig tegen het kozijn van de slaapkamerdeur stootte, dat ik werkelijk dacht dat het huis instortte. Enkele weken later las ik in zijn blog dat hij in een ‘leuke cottage ergens in Engeland’ zijn hoofd had gestoten, met als gevolg tijdelijk evenwichtsstoornissen, waardoor mij alsnog het schaamrood naar de kaken steeg.

Net als de eerste keer kwam dit jaar echtgenoot Marc weer mee en werden er een paar extra dagen aangeknoopt voor een klein beetje vakantiegevoel. Marc stond erop om Maarten en mij iedere dag op en neer te gechauferen en bij thuiskomst had ik ook zomaar een keurig schoon aanrecht. Heerlijk, drie dagen niet afwassen!

Blije gezichten

Maarten gaf zich zoals altijd weer voor de volle 100% en de blije gezichten na iedere les spraken boekdelen.

De eerste clinic stond vooral in het teken van voorwaarts, line zero en focus. Vorig jaar werd de salsa gedanst, ook door Maarten zelf. Een typisch voorbeeld trouwens hoe Maarten de aandacht vasthoudt door alles met een gevoel voor humor lekker levendig te houden. (Zie vorige bloggen.)

Dit keer werd een ordinaire stalbezem gebruikt om de balans van een paard uit te leggen, geniaal.

Schijnovergangen en ‘het ritsje’

Gedurende de drie dagen werden er veel schijnovergangen gereden waarbij de nadruk vooral lag op de stille hand en ook het ‘ritsje’, zoals hij de spoorwerking om de buik, en daarmee de rug naar boven te krijgen, zo plastisch uitlegde. Een beweging waarbij je je tenen naarbuiten draait met de kuit zo dicht mogelijk bij de singel en dan een opwaardse beweging maakt met je spoor.

Ik dacht dat ik die techniek al jaren onder de knie had, totdat Maarten me gedurende m’n eigen les liet voelen hoe ver mijn paard z’n rug naar boven kon brengen. Heel veel verder dan ik dacht en daar was ik wel even stil van, dus ‘back to the drawing-board’, zoals de Engelsen zo mooi zeggen. (En nooit te oud om te leren, haha!)

Buik en rug omhoog

Als er iets is, wat me gedurende deze clinic heel duidelijk werd, is wel dat als die buik en rug niet omhoog gaan maar je je paard wel vooruit blijft schoppen, om het even heel plat te zeggen, je het je paard wel bijzonder moeilijk maakt om z’n achterbeen goed te gebruiken.

Het is dus heel belangrijk om, vooral bij een van nature lui paard, het moment te onderkennen wanneer je paard het been en het voorwaarts gaan heeft geaccepteerd. Dat heeft niet automatisch tot gevolg dat de rug omhoog is. Als je daar dan niet mee aan het werk gaat druk je je paard alleen nog maar meer op de voorhand.

Engelengeduld

Door de bouw van de meeste paarden in de clinic, en daar hebben veel Engels gefokte paarden last van, is dat lastiger dan het voor het gemiddelde Nederlands gefokte paard is. Met als gevolg dat ook de ruiters nog wel eens in een vacuum terecht komen. Dan heb je aan Maarten een goeie. Hij geeft nooit op, blijft met engelengeduld uitleggen en vooral als het even niet lukt dan hoor je ‘it doesn’t matter’, waardoor weer een stukje onzekerheid wegvalt.

Het is wel lastig, soms, dat de scores op wedstrijden de ruiters laten denken dat ze het hartstikke goed doen, vooral in Cornwall. ‘Up country’ wordt zwaarder gejureerd dan hier, zegt men, en ook daar ligt de lat niet zo hoog als in Nederland.

‘Mijn paard vindt dressuur niet leuk’

‘Mijn paard vindt dressuur niet leuk’, is iets wat ik ook regelmatig hoor als ik voor het eerst naar een nieuwe klant toe ga. Ik snap het nog steeds niet omdat de dressuur waar deze ruiters het over hebben niet anders is dan het grondwerk dat ook nodig is om een gezond en sterk spring- of eventpaard te produceren.

Dit wordt heel vaak domweg over het hoofd gezien of niet begrepen. Lastig ook als er springles gegeven wordt waar dit stuk basisontwikkeling geheel of gedeeltelijk genegeerd wordt.

Het is een cultuurverschil. Het begint iets minder te worden, maar de Engelse ruiters groeien meestal op in de natuur achter de vos aan, terwijl wij in Nederland leren rijden in een bakje met zand.

‘You can’t be a little bit pregnant’

Dit gebrek aan basis kwam heel duidelijk naar voren bij een jong paard waar de ruiter onmogelijk een voorwaardse galopovergang uit kon krijgen zonder de nageeflijkheid te verliezen, wat soms ontaardde in een obstinate bok. Toen de amazone vertelde dat haar merrie bij de springles altijd zo makkelijk in galop aansprong, vroeg Maarten beleefd, ‘en blijft ze dan ook mooi zacht in de hand?’ Tja, toen was het antwoord, ‘sometimes’, waarop Maarten gortdroog zei: ‘You can’t be a little bit pregnant.’ Ik moest zo lachen en gelukkig de amazone ook. Het legde wel heel duidelijk uit waar ‘m de kneep zat. Er moet in de springles ook meer aan dat stuk basis gewerkt worden.

 Maarten, we staan achter je!

En nu ligt Maarten, na een ongelukkige val, thuis in bed met een gecompliceerde beenbreuk.

Degenen die Maarten goed kennen weten dat hij een soort oerkracht bezit die hem ook nu weer goed van pas zal komen. Wij, de groupies, zullen dus met z’n allen heel veel positieve energie richting Hoofddorp moeten sturen om die oerkracht te blijven stimuleren.

En natuurlijk hoort daar inmiddels ook een heel groepje ruiters uit Cornwall bij. Maarten, we staan achter je, denken aan je en wachten geduldig op je terugkomst!

Foto’s: DigiShots en Liz Barclay

Adam Ellery
Merries bij Adam Ellery (foto: Liz Barclay)

Goedgekeurde hengsten lopen in aparte paddocks. Sperma wordt afgenomen zodat de merries op veilige wijze geinsemineerd kunnen worden. Tegen de tijd dat het veulen verwacht wordt staat de merrie in ieder geval ’s nachts op stal en soms helemaal zodat ook de geboorte gecontroleerd en veilig kan verlopen. Zo hoort het toch?

Adam Ellery: ongecompliceerd is een understatement

Nee hoor, niet bij Adam Ellery.  Ongecompliceerd is een understatement! Adam zoekt een jonge hengst uit met goede lijnen die hij zelf gaat springen. Als hij tevreden is over wat hij voelt en ziet -en natuurlijk over de resultaten op wedstrijd-, gooit hij de hengst bij zijn twintigtal merries in de wei. Scannen doet ie niet, zonde van de centen en meestal gaat het wel goed.

High Hopes Condor (Carentino X Capitol I), die dit jaar de merries van Adam Ellery dekt.

De veulens worden gewoon in de wei geboren met de hengst erbij. Veel minder kans op allerlei rottige infecties dan op stal en ook niet dat gedonder met een merrie die per ongeluk bij het opstaan haar veulen verwondt. Tja, wat kan ik daarop zeggen? Eigenlijk niks, want het werkt gewoon, zo daar bij Adam. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Eldorado from the…? 

Adam heeft wel aardig wat huiswerk gemaakt wat betrefd de fokkerij, en dan bedoel ik de warmbloedfokkerij want, zoals zijn zoon Harvey bij een vorige ontmoeting zei, ‘Pa heeft eigenlijk alleen maar warmbloeden.’

Als ik hem vraag naar zijn grote favorieten van het moment, mompelt hij bijvoorbeeld, ‘ uhm, Eldorado from the….’, en ik moet hem even helpen, ‘…Zeshoek?’ ‘Yes, that one!’ Niet makkelijk, al die lange namen van tegenwoordig voor de rest van de wereld.

    Een zesjarige ruin van de hengst Bamako De Muze

Rondje Achterhoek samen met… 

Die interesse in het warmbloedpaard kreeg een behoorlijke groeistuip toen Adam een aantal jaren geleden zo maar eens op de bonnefooi wat stallen in Nederland googlede en uitkwam bij Ilse Bosch van de Gebr. Bosch. Beetje geluk hoort erbij, niewaar. Zij heeft met Adam een rondje Achterhoek gedaan en ze zijn ook nog ‘even’ bij Nijhof langs geweest. Ja, dat was wel wat om daar zomaar ineens Heartbreaker en Clinton te zien staan.

Hier is ook het contact met de handelsstal van Henny Schennink uit voortgekomen, bij wie nu zoon Harvey de stalruiter is. Daarbij resulteerde het in de aankoop van een jonge Eldorado bij de Gebr. Bosch die het goed doet in de sport.

Geen hek te zien!

Even terug naar zo’n kleine dertig jaar geleden toen ik in Cornwall les begon te geven. Een van mijn eerste klanten was een enthousiaste jonge meid die ook ieder jaar een paar veulens fokte. Ze bracht haar driejarigen altijd weg voor het zadelmak maken.

Toen ik vroeg waar, vertelde ze, ‘Adam Ellery, echt zo te gek. Die krijgt ze snel en makkelijk aan het lopen. Het is daar wel een beetje een geval apart. Als je eenmaal door het hek bent, loopt en staat alles door elkaar en verder geen hek meer te bekennen. Trekkers, trailers, noem maar op en de paarden lopen er gewoon tussen!’ Hmm, dacht ik, als ik dat zo zou doen zou ik gelijk hier en daar winkelhaken en kleerscheuren hebben. Ben benieuwd wat voor vent dat is.

Kuren als sneeuw voor de zon verdwenen

Een aantal maanden later kwam ik bij een klant, een enthousiast jachtruiter, die vertelde dat haar jonge paard wat kuren had gehad gedurende de jacht, maar dat ze even geruild had met Adam Ellery en dat daarna haar paard ook voor haar geweldig had gelopen. Alle kuren als sneeuw voor de zon verdwenen.

En het bleef maar doorgaan, ik kwam die naam om de haverklap tegen. Dus ik werd nu wel knap nieuwsgierig. Ik hoefde niet lang te wachten. Op een avond liep ik even bij de buren binnen en vond beiden wat bleekjes in de keuken. Hij met een been omhoog op een krukje, zij vooroverhangend over de keukentafel. Hun jonge paard was compleet door het lint gegaan toen ze hem wilden scheren. Maar, morgen kwam Adam Ellery. Hoe laat? Goed, kom ik om een uur of tien langs.

Geen spatje spanning

Het scheerapparaat ronkte vrolijk, toen ik de volgende ochtend het erf opliep, en de schimmel stond erbij als een lammetje. Toen ik me  netjes voorstelde, zag ik meteen waar Adam’s kracht zat: geen greintje adrenaline. Helemaal niets! Gewoon een laconieke grijns zonder een spatje spanning.

Zijn naam werd weer eens genoemd, nu door een professionele springruiter. ‘Adam rijdt alles aan een lang teugeltje. Geen wonder dat ze wel lopen, hij vraagt gewoon niks.’ Ik had hem nog nooit zien rijden, dus kon er verder ook geen oordeel over vellen.

Dat teugeltje werkt prima

Tot ik zelf een probleem had. Een eigen gefokt jong paard dat veel te groot voor me was geworden en het begin van een paar kuren begon te vertonen. Hij sprong goed en ik dacht dat misschien Adam hem uit kon brengen met het doel hem te verkopen.

Ik begreep ook dat Adam waarschijnijk even wat ‘privacy’ nodig had om aan mijn paard te vertellen dat staken geen optie was. Ik ben dus maar vijf minuten naar binnen gegaan en toen ik terugkwam liep mijn paard lekker met de rustige en positieve oogopslag die ik al een tijdje gemist had en Adam knikte me vriendelijk toe toe. Het volgende weekend waren ze tweede op hun eerste springwedstrijd. Dat lange teugeltje werkte prima en werd ook op tijd korter gemaakt, indien nodig.

Een prima website en Newquay Airport

Terug naar nu. Adam is druk en is bijna ieder weekend wel ergens op concours met een aantal paarden, ook met zijn nieuwe hengst High Hopes Condor (Caretino X Capitol I). Hij heeft een slimme partner, Sarah, die een prima website  heeft opgezet. ‘Westcountry Sports Horses’ klinkt en oogt professioneel. Daarbij is de stal op een paar luttele kilometers van Newquay airport met een aantal uitstekende B&B’s vlakbij.

Zo heeft hij contact gemaakt met een geldschieter uit Amerika met wie hij samen een aantal paarden heeft. De Amerikaan betaalt stalgeld en alle wedstrijdkosten, Adam traint de paarden en rijdt de wedstrijden. Als deze ruiter van de andere kant van de oceaan zelf geinteresseerd is koopt hij Adam uit en als ze samen vinden dat het paard doorverkocht moet worden, delen ze de opbrengst. Geniaal! Geen eigenaar die constant op je erf staat of in je nek hijgt, veel wedstrijden rijden, geen kosten maar wel opbrengst.

De computer, het vliegveld en een engeltje op z’n schouder

Het is duidelijk. Zonder de computer en het vliegveld was het voor Adam onmogelijk geweest om in het verste puntje van Engeland zo’n succes te hebben. Maar naast het feit dat Adam een paardenman in hart en nieren is, weet ik haast zeker dat er een engeltje op z’n schouder zit. Als ik dat tegen Adam zeg, is daar weer die bekende grijns.

Een prachtvakantie…en misschien ook nog dat paard

Het lijkt misschien een beetje vreemd, om in de verste uithoek van Engeland paarden te gaan kijken. Toch is het de moeite waard. Cornwall is namelijk zo ongelofelijk mooi. Dus, zelfs als je niet vindt wat je zoekt, heb je nog steeds een prachtvakantie. En misschien vind je toch ook nog dat paard.

Harvey Ellery
Harvey Ellery (foto: Liz Barclay)

Zo’n 30 jaar terug zag je geen fatsoenlijke warmbloed in Cornwall. Als ik ze al tegenkwam dan was een ellenlange rug, een enorme ramsneus, kromme achterbenen of een combinatie daarvan wel het minste van de problemen.

Adam Ellery, een springruiter zonder tijdsbesef

Dat is nu wel anders en Adam Ellery is een van de paardenmannen in Cornwall die daar verandering in heeft gebracht. Ik ken deze laconieke springruiter, gewezen varkensboer, al jaren. Naast zijn talent stond hij ook bekend als iemand die niet erg veel tijdsbesef had en nog wel eens te laat ergens aankwam. Ook bij mij.

Ik heb nog eens wanhopig staan wachten op een springwedstrijd met een door mij gefokt paard. Adam kwam rustig en met een brede grijns op werkelijk het allerlaatste moment het terrein oprijden zodat hij er net op tijd opzat om nog snel een sprongetje te maken voor hij de ring in moest. Foutloos natuurlijk, waar zeurde ik toch over…

Niet bang voor een risicootje

Inmiddels heeft Adam van zijn bedrijf Westcountry Sportshorses een succes gemaakt, mag ik wel zeggen. Zijn lef om over de grens te kijken en in Nederland contacten te leggen met verschillende handelaren en ook om met Nederlands bloed te fokken heeft hem geen windeieren gelegd.Er gaat werkelijk geen weekend voorbij of z’n hele Facebookpagina staat weer vol met foto’s en goede resultaten, vaak met zo’n drie tot vijf paarden per wedstrijd.

En dat is voor iemand die ooit het allerliefst aan een lang teugeltje in zijn rode jas achter de hounds aandenderde (eigenlijk nog steeds) toch wel een prima stijgende lijn die nog lang niet lijkt te stoppen. Dat Adam niet bang is voor een risicootje helpt daar zeker een handje aan mee.

Stal Schennink

En toen kreeg ik een berichtje van mijn vriendin Elze (bedankt weer, Elze, voor nieuw blogvoer!) dat ze bij Henny Schennink voor haar rijles een jongen uit Cornwall had ontmoet, zoon van een varkensboer en ook springruiter. Tja, daar is er maar een van dus enkele weken geleden toen ik in Nederland was kon ik mijn nieuwsgierig heid niet bedwingen om daar een kijkje te nemen.

Henny zelf was in Bulgarije voor zaken en zijn partner, dressuurruiter Karin Petterson, zat in India voor clinics. Heel aardig dat Henny het toch prima vond dat ik een praatje ging maken met de jonge Harvey.

Stal Schennink heeft toekomstplannen. Een facelift staat geloof ik op de agenda.  Ik moest wel een beetje denken aan mijn oude vrachtwagen., waarvan mijn man altijd zei, ‘it only matters what’s in it.’

Op de poetsplaats vond ik Harvey, die net een bezweet paard aan het afzadelen was. Dezelfde grijns als z’n vader, of ie het leuk vindt of niet.

‘They treat me like a son!’

Helemaal alleen was deze jonge knul, achtien jaren oud, de boel daar aan de gang aan het houden. Hij had voor een paar dagen de verantwoording voor zo’n twintig paarden. Terwijl hij rustig doorwerkte en het volgende paard van stal haalde, vertelde hij dat hij veel leerde en zich helemaal thuis voelde op dit bedrijf. ‘They treat me like a son.’

Al moest hij er hard aan trekken, hij was ook best wel trots dat Henny hem zo vertrouwde. Hij voelde zich in het Mekka van de paardenwereld, met  zoveel wedstrijden op een half uur rijden afstand in plaats van de eindeloze uren die je achter het stuur moest zitten om vanuit Cornwall ergens aan deel te nemen.

Weg vanonder de vleugels van vader

Hij kreeg goeie paarden onder z’n kont en misschien zelfs wel de kans om met eentje Young Riders te doen. Dat was ook de reden om van onder de vleugels van z’n vader te ontsnappen. ‘Ik ben geloof ik niet een onzeker tiep, maar ik wist: als ik thuis blijf dan krijg ik nooit de beste paarden. Die gaan naar m’n vader.’

Daarbij kreeg hij ook les van Henny en leerde daarmee de verschillende aanpak van het voorzetten op een hindernis. ‘Pa zegt altijd, je zet het op tot twee sprongen voor de hindernis, daarna moeten ze het zelf oplossen. Van Henny moet ik ze meer tot en met de hindernis leren plaatsen.’

Ook dressuurmatig voelt Harvey dat hij er veel bijleert. Ik vond het leuk om te zien hoe prettig hij aan het werk ging met zijn volgende paard, terwijl hij toch rustig door bleef vertellen. Hoe natuurlijk het voor hem was om op de binnenhoefslag te werken in rechte lijnen, en dat af te wisselen met voltes en wat wijken voor de kuit op een zo natuurlijke en systematische wijze.

De toekomst zal het leren

Hoe het verder gaat met Harvey? De toekomst zal het leren. Voor Henny Schennink zou Harvey een schot in de roos kunnen betekenen. Als deze jonge knaap hetzelfde talent heeft als zijn vader (en hopelijk een beter horloge!) dan heeft Henny de ruiter gevonden die met energie en vol overgave zijn jonge paarden klaar kan maken voor de handel waar hij zich dan nog beter op kan richten. Zolang Harvey zich gewaardeerd blijft voelen en de begeleiding krijgt die hij nodig heeft, zit hij op een prima plek.

Zelf heb ik een bijzonder slechte ervaring gehad met een paar van mijn pupillen die ik jaren geleden naar een bevriende stal in Nederland het gestuurd. Deze jonge mensen met zoveel drive zijn makkelijk te misbruiken. Ik denk dat het met Harvey wel goed zit, laat hem maar schuiven.

En Adam? Die vertelde dat Henny een keer bij hem in Cornwall een paard was komen kijken wat in de verkoop stond. Nie gek!

Aartje naar zijn vaartje

Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Dat werkt niet altijd. Ik vertelde Harvey dat ik mijn  blog nog naar het Engels zou vertalen dus dat ie niet Google Translate moest gebruiken. ‘No, I understand, I tried that for my French exam in school’, zei hij met een brede grijns. Toch beetje aartje naar z’n vader…

Oostvaardersplassen

Oftewel: Mond- en klauwzeer 2001 versus Oostvaardersplassen 2018…

Het kalfje dat besmet was… of niet

In 2001 werden in Nederland tussen de 250.000 en 300.000 dieren afgemaakt. Koeien, varkens, schapen en geiten moesten het ontgelden om de bevolking veilig te stellen. Van een ziekte die niet dodelijk is en daarbij door simpelweg inenten te voorkomen was geweest. De chaos was enorm. Er waren betogingen en zelfs zelfmoorden waren te wijten aan de onmogelijke emotionele druk waaronder boeren en hobbyboeren leden. Het vertrouwen in een regering die misschien wel onnodig gehaast was overgegaan tot het opdracht geven aan op grote schaal afmaken was behoorlijk gehavend.

Kootwijkerbroek is daar het meest schrijnende voorbeeld van. Een klein kalfje waarvan we nooit zeker zullen weten of het wel echt besmet was zorgde voor de ruiming van zo’n 60.000 dieren. Een positieve uitslag van het genomen bloedmonster werd een tweede keer getest en was toen negatief. Dat kwam pas in 2010 aan het licht.

Zeventien jaar lang procederen

Dit is natuurlijk allemaal makkelijk achteraf praten, maar toch. Op 2 februari 2018 schrijft het Algemeen Dagblad dat de ontknoping in het emotioneel gehavende Kootwijkerbroek nabij is. Rechtzaken die jarenlang doorspeelden om de waarheid boven tafel te krijgen, lijken eindelijk te kunnen worden afgerond. Een regering die al die jaren achtervolgd wordt door het overhaast handelen van toen. Zeventien jaar lang procederen en moeten toegeven dat je fout zat. Daar word je als regering niet blij van.

Eenhoevigen wel dragers, maar niet ziek

Wij paardenmensen waren in 2001 misschien beperkt in het reizen met onze trouwe viervoeters maar daar stopte het drama voor ons. Eenhoevigen zijn wel dragers van het virus dat MKZ veroorzaakt, maar worden er niet ziek van.

Dit keer voelen wij ons misschien meer betrokken. En met dit keer bedoel ik het drama van de Oostvaardersplassen waar de Konikpaarden samen met Heckrunderen en edelherten in groten getale van de honger sterven. Waar al zoveel over geschreven is dat we er met z’n allen doodziek van worden. Maar ja, doordrammen is soms de enige manier om spijkers met koppen te slaan.

MKZ versus OVP, doorschuiven van beslissingen

Het verschil met de MKZ crisis in 2001 en de OVP van nu is dat niemand iets lijkt te willen doen. Geen enkele instantie wil doorbijten, alle verantwoordelijkheid om een doorslaggevende beslissing te nemen om verder onnodig lijden van duizenden dieren te voorkomen. wordt doorgeschoven van de een naar de ander.

Welke oplossing kiezen we?
Probleem: ja, we zijn het er op een paar ecologen na over eens dat de OVP een mislukt project is gebleken. Maar dé oplossing…. het gebied te verbinden aan andere natuurgebieden, geboortebeperking door castratie of de pil, of het vervoeren van de dieren naar andere plekken… zelfs het afschieten van de hele bups, waar kiezen we voor?

Vooral het afschieten stuit bij velen op weerstand. Logisch, het is een afschuwelijke oplossing.

Verbinding met andere natuurgebieden?

Maar laten we even kijken naar de andere oplossingen. Het verbinden aan andere natuurgebieden, wat ik zelf het liefste zou willen omdat het in eerste instantie het meest diervriendelijk is. Helaas zo duur en complex dat als die beslissing, als die al genomen zou worden, een zodanig langdurig bureaucratisch proces zal zijn dat daarmee helaas het lijden van de beesten nu absoluut niet opgelost is. En dan moet de praktische ontwikkeling ervan nog beginnen. Duurt ook weer jaren.

Daarbij, uiteindelijk staat er altijd wel weer een hek en zal de hoeveelheid dieren ook in dat geval onder controle gehouden moeten worden.

Geboortebeperking?

Geboortebeperking door castratie of de pil. Dit is al geprobeerd in andere gebieden in het buitenland en absoluut niet functioneel gebleken. Bij castratie blijkt er achteraf altijd wel een ondeugend jochie zich achter een boompje of struikje verscholen te hebben met als gevolg dat het jaar erna blijkt dat hij een hele hoop plezier heeft gehad. Een enkel stiertje of hengstje kan heel veel koetjes en merries dekken.

Daarbij veroorzaakt het vangen en de nazorg om na castratie ontstekingen te voorkomen enorm veel stress bij dieren die de mens als hun roofvijand beschouwen.

Vervoeren naar andere gebieden?

Nog een alternatief dat niet geschikt is voor wilde dieren: het vervoeren van de grote grazers naar andere gebieden. Als we die gebieden al zouden vinden, veroorzaakt dit ongetwijfeld nog meer eindeloos lijden en ook zodanige verwondingen, door de paniek van het opdrijven en het opgesloten zitten in een vrachtwagen, dat beesten zullen moeten worden afgemaakt terwijl ze eerst toch ook al die afschuwelijke stress hebben moeten ondergaan.

Verder lijden voorkomen…

Ik, als dierenliefhebber, kan helaas dus alleen maar tot de conclusie komen dat de grote grazers die nog in de OVP aanwezig zijn de allerhoogste prijs moeten betalen om te zorgen dat hun nakomelingen niet hetzelfde lot moeten ondergaan als zij. Namelijk wat er nu al jaren gebeurt, eerst langzaam sterven van de honger en dorst om dan uiteindelijk als je niet meer op je benen kan staan van de honger uiteindelijk toch nog het genadeschot te krijgen.

Niet omdat ik dat graag wil, maar omdat de regering niet het lef heeft gehad om al jaren eerder een beslissing te nemen. Teveel bureaucratie, vriendjespolitiek of gewoon bang.

Bang, vooral nu het te laat is om alle dieren- en natuurliefhebbers blij te maken. Bang omdat hen, net als na de MKZ-crisis van alles verweten zou kunnen worden.

Regering neem verantwoordelijkheid. Nu!!!

Alleen, laten we wel wezen. De MKZ-crisis was niet door onszelf verzonnen. Het overkwam ons en er moest wat gebeuren om een potentiële nog grotere ramp te voorkomen.

In het geval van de OVP is het een door Nederland zelf gecreëerd project waar onze regering de verantwoordelijkheid voor moet nemen… nu!!

Doodsbedreiging

Ik heb naar aanleiding van mijn mening dat misschien systematisch afschieten een allerlaatste en minst dieronvriendelijke maar onontkoombare optie zou zijn inmiddels mijn eerste doodsbedreiging gehad. Ik heb even haar Facebook pagina bekeken. Het bleek een allerliefst meisje van een jaar of zeventien, achttien te zijn.

Ik zou zo graag willen dat zij zou begrijpen dat een dier dat tot het moment van een correct schot in volledige vrijheid loopt te grazen niet lijdt. Niet bang heeft hoeven zijn voor opdrijven. Niet doodsangsten in een vrachtwagen heeft hoeven uitstaan, een hartaanval krijgt of in de chaos z’n pootje breekt. Nooit meer zoveel honger hoeft te hebben dat het alleen nog maar wezenloos voor zich uitstarend op zijn dood staat te wachten.

Ik verwijt haar niets (ze heeft trouwens haar excuses aangeboden). Ik snap haar drang om te hopen dat de OVP zonder schieten het probleem op kan lossen. Maar ik denk dat dit een droom is die niemand kan verwezenlijken doordat alle instanties, inclusief de regering, de boel ongelofelijk hebben laten sloffen. Dit doet ook mij zeer veel pijn.

Liz Barclay

Foto: Facebook Cynthia en Annemieke

Indoor Brabant
foto: Liz Barclay

Het zit er weer op. Vier dagen lang paardenplezier voor jong en oud. Van het hoogste niveau met de beste paarden en ruiters tot een grapje op zondagochtend met de grote springjongens die op Belgen, samen met in het roze en rood geklede kleine ponymeisjes op perfecte ponietjes, om Bosche Bollen vochten. Slagroom mengde zich al gauw met zand en het geluid van vrolijk lachende kinderstemmetjes vanuit het zeer jonge publiek.

Voor mij de eerste Indoor Brabant, waar ik voor de zaterdag en zondag speciaal vanuit Cornwall was overgekomen. Want ook al ben ik zelf een dressuurruiter, die zondag met twee springrubrieken, de Accumulator met Joker en de Rolex Grand Slam, trok me bijzonder aan. Als er gesprongen wordt moet er net zo goed met precisie gestuurd worden en als er mooi en met finesse gereden wordt kan ik echt genieten en uitzinnig uit m’n bol gaan als dat dan ook nog de winnaar wordt.

Tranen in de ogen

Maar natuurlijk waren de beide Freestyle rubrieken op zaterdag een belangrijk punt op de agenda. En ik realizeer me dat ik uiteindelijk nog steeds een Nederlands paardenmeisje (op leeftijd) ben als ik per ongeluk toch iets harder klap voor de Nederlandse ruiters.

Maar ook al dacht ik eerst, net als Tineke Bartels, oh die Duitse muziek, moet dat nou. Uiteindelijk hield ik het niet meer droog. Als iedere pas die het paard maakt relateert aan de maat en emotie van de muziek, is het moeilijk om de tranen in bedwang te houden en houdt voor mij persoonlijk het kritisch kijken op en laat ik me meenemen. Dat deed Isabel Werth met haar paard Emilio.

Isabell Werth, Emilio
Isabell Werth – Emilio 107
The Dutch Masters 2018
© DigiShots

Mooi oud worden

Het is de wens van iedereen: mooi oud worden. De ruin Oswin is dat gegund en dat was prachtig om te zien. Met zijn 22 jaren had hij duidelijk zin om er samen met zijn ruiter Geert Hofland een mooie dag van te maken. Een bewijs dat de dressuursport, als het met beleid en liefde gedaan wordt, een paard kan helpen om fit te blijven en vol enthousiasme de baan in te komen tot op het hoogste niveau.

De Freestyle U25 rubriek was zowiezo een lust om naar te kijken. Wat een ongelofelijke hoeveelheid jong talent komt er aanstormen!

Jammer vond ik het dat een proef die in ontspanning uitblonk, waardoor wat onschuldige foutjes, toch weer lager gejureerd werd dan een misschien wat ‘correctere’ proef met meer spanning.

Een leuke vlotte meid

Na op zondagochtend een aantal rondjes van de Piet Raijmakers Prize te hebben bekeken, zag ik bij het frietkraam een vlotte meid in rijbroek met haar vriendinnen zitten. In een gezellig praatje vertelde Marieke de Bruijn enthousiast over hoe geweldig ze het had gevonden hier op dit enorme evenement te rijden. ‘Het is de eerste keer en alhoewel ik een balkje eraf had was ik echt zo blij. Mijn paard is behoorlijk snel dus uiteindelijk stonden we er nog best nog wel goed voor. Ik dacht van te voren dat ik wel zenuwachtig zou zijn maar toen ik er een keer opzat viel dat best wel mee.’

Fijn om met zo’n leuke sportieve meid te praten die glom van blijheid en kon genieten zonder nou perse te moeten winnen. Uiteindelijk is het natuurlijk ook geweldig van de organisatie van Indoor Brabant om de kiene jonge ruiters met hun supergetalenteerde ponies de kans te geven om deel te zijn van een prachtig internationaal gebeuren en die sfeer als actieve deelnemer te proeven.

Indoor Derby, accumulator en Rolex Grand Slam: spannend!

De Indoor Derby vergt nogal wat van het concentratievermogen van de paarden. Denken ze net dat ze klaar zijn, moeten ze de grote baan weer in om door te springen naar de finish. Een moderne rubriek van deze tijd waar alleen vanwege de grote televisieschermen boven de ring volop door het publiek van genoten kan worden.

Door de innovatieve puntentelling is de Accumulator met de Jokersprong, waarbij er 20 punten bijkomen of afgaan naar gelang balkje d’rop of d’raf, een uitvinding om het publiek bij de les te houden. Wat dat betrefd blijft het makkelijker voor de vele verschillende springrubrieken om de tribunes  vol te houden (waardoor neem ik aan de waanzinnig hoge bedragen als prijzengeld) dan voor de dressuur.

De Rolex Grand Slam was letterlijk tot en met de laatste ronde berespannend, vooral omdat dat ook nog de snelste was. Knap om een parcours zodanig te bouwen, dat het mogelijk is om het foutloos te springen, maar net moeilijk genoeg om een eindeloze barrage te voorkomen.

Ook interessant om te voelen hoe de spanning onder publiek na de eerste foutloze ronde stijgt en daardoor bij ruiters de adrenaline beter op de goeie plek lijkt te zitten. Blijkbaar, als er een schaap over de dam is, volgen er meer.

Dha Dha zonder neusriem

Ik had trouwens net een stukje van Bianca Schoenmakers over haar paard Dha Dha gelezen. Ik begreep daaruit dat rijden zonder neusriem een soort laatste probeerseltje was. Nadat alles, ook bitloos, niet helemaal werkte bij haar paard Dha Dha, leek dit hen samen beter te bevallen.

Zoals ze zelf ook wel toegaf, mooi was anders. Gedurend de Indoor Derby was de mond van Dha Dha regelmatig een groot gapend gat, maar het enthousiasme waarmee de hindernissen genomen werden was er zeker niet minder om. De merrie leek vaak, juist doordat ze haar mond zo wijd kon openen, het heft zelf in handen te nemen, wat voor het eerste deel van het parcours, goed werkte.

Toch, netjes rijden kan net zo goed een snelle tijd geven en misschien waren het tweede en derde balkje dan wel blijven liggen. Als ruiter heb je dat natuurlijk niet altijd in de hand en als dit bij Dha Dha past, dan is dat misschien ook een kunst.

Dha Dha
Bianca Schoenmakers en Dha Dha

Emerald, wat een stuk!

Mijn hart sloeg sneller toen Emerald met Harrie Smolders op een zo jolige manier binenkwam met achterbenen die een heel duidelijk verhaal vertelden. Dat vind ik nou zo ongelofelijk knap. Om een paard zo goed te begrijpen. Zo rustig daar blijven zitten als ruiter, vooral ook bij het binnenkomen voor de barrage, en wachten tot je voelt en aangeeft: he Emerald, zullen we? Terwijl je als ruiter ook dondersgoed die klok die naar 0 seconden dendert in de gaten moet houden.

Dat samenspel om een paard met zoveel karakter de ruimte te geven te geven om zijn eigenaardigheidjes te hebben omdat je weet dat hij daardoor nog beter gaat presteren. Of misschien zelfs, op die manier alleen maar wil presteren. Op dat moment zit ik ook naar dressuur te kijken, alleen met hindernissen erbij.

Ik las ergens dat Emerald een lieveling van het publiek wordt genoemd. Na het venijn om alsjeblieft aan het werk te mogen gaan beweegt hij zo vloeiend, dat ik alleen maar kon denken: Emerald, je bent een stuk!

Harrie Smolders, Emerald
Harrie Smolders en Emerald (foto: DigiShots)

Het Wilhelmus

Ik had graag nog een keer het Wilhelmus gehoord. Als Nederlandse, wonende in het buitenland, raakte het me diep toen op zaterdagavond voor Maikel Van Der Vleuten en zijn paard Arera C de Nederlandse vlag langzaam uitrolde. Daarbij moest ik ook denken aan al die parades uit mijn jeugd, ergens in de Achterhoek in de weilanden.

Uiteindelijk luisterden we aan het einde van de Rolex Grand Slam naar het Belgische volkslied. Niels Bruynseels hield met zijn Gancia de Muze de spanning er tot het laatst in. Om onder zoveel spanning de snelste foutloze rit te rijden door goed voor je paard te blijven zorgen gedurende het hele parcours, daar heb ik zulk enorm respect voor.

En toen hem de microfoon gereikt werd, bedankte hij ook nog allereerst zijn paard. Top!

Niels Bruynseels - Gancia de Muze
Niels Bruynseels – Gancia de Muze
Jumping Indoor Maastricht 2016
© DigiShots

Flossie

Gedurende die laatste spannende rubriek zat er achter me een gezin met een dochtertje van, ik denk zo’n jaar of drie. Haar heldere stemmetje klonk als belletjes en haar opmerkingen zoals, ‘als dat paard klaar is moeten we klappen’ en ‘die poept netjes op de plek’, waren uit de kunst. Veel leuker dan het serieuze commentaar uit de speakers.

Hartvertederend was wel toen ze riep bij binnenkomst van een van de combinaties, ‘die lijkt net op Flossie!’

Droom maar, meisje, daar begint het mee…

verzet

‘We verwachten toch wel dat ze het eind van het jaar M zijn.’ Dat waren de woorden van een trotse moeder een tijdje geleden. Haar dochter moest haar eerst B-proef nog rijden. Ik wilde haar niet beledigen, maar dacht: ‘oh jeetje, als dit maar goed gaat’.

Zoveel druk op de ketel voor een jonge meid met een paard wat ooit kuren had. Als het een klant van me was geweest, had ik proberen uit te leggen dat die zelf-geïmplementeerde druk voor paard en ruiter ongezond is en vaak contraproductief.

Doordat we in de professionele wereld continue voorbeelden krijgen van hoe vlot de opleiding van een paard kan gaan, wordt het ons op die manier wel met de paplepel ingegoten.
De gedachte van wat er achter de schermen allemaal verkeerd gaat door die enorm hoge verwachtingspatronen, maakt mij als paardenliefhebber angstig en ook boos.

Veelbelovend fokproduct

Ik heb het allemaal zelf meegemaakt. Ik had een fokmerrie gekocht en een hengst uitgezocht. In het voorjaar bleef ik maar blijven kijken in dat weiland, terwijl de buik almaar dikker werd en de merrie langzaam bij de flanken begon uit te zakken.

Haar energieke uitbarsting, al bokkend door de wei, vlak voor het uit- en aftellen. Het harsen. Nu kan het niet zo lang meer duren voor je hoogsteigen veelbelovende fokproduct het levenslicht zal aanschouwen.
Als je geluk hebt, kun je het hele gebeuren van het begin af meemaken. De zak met vocht, het eerste voetje, en nog een met een neusje erbij, en vervolgens, na een dramatische pauze met een hoop gekreun, ploeps, daar ligt een glimmend nat en nog geheel plat en slap veulen.

blog liz barclay

Ik had geleerd dat je met een stukje stro de neusgaatjes moet kietelen en ja hoor, met een schattig niesje en een klein beetje geschud met de nog kletsnatte oortjes komt er een beetje leven in de keet. Prachtig om te zien.

De onbarmhartige weg naar de tiet

En ook super spannend, want het moet nog gaan staan met bibberende knietjes, waarna het met vallen en opstaan als een dronken mannetje de onbarmhartige weg naar de tiet moet zoeken. De prille fokker zal dit proces met ingehouden adem blijven volgen. De wat meer door de wol geverfde fokker gaat waarschijnlijk even een kopje koffie drinken en steekt zo nu en dan even z’n kop om de hoek.blog liz barclay

Dan al begint het proces van hopen en dromen over wat dit kleine onschuldige diertje, dat nog niet eens een grassprietje gezien of geproefd heeft, in zijn leventje zal gaan bereiken.

Als in de eerste maanden in de wei het veulen met staartje recht omhoog speels om zijn moeder rent, staat de fokker trots aan de kant te genieten van het nog zo prille en parmantige gangwerk.

Drie jaar oud zonder kleerscheuren

Wanneer de volgende drie jaar hopelijk zonder kleerscheuren zijn verlopen, kan er met het aanrijden begonnen worden. Een periode die voor paard en ruiter cruciaal is.

Tot dan toe heeft men bij het bekappen en ontwormen wel enig idee gekregen wat voor vlees men in de kuip heeft, maar er wordt, behalve braaf meelopen op de keuring en voetje geven, nog niet echt iets verwacht.
Op het moment dat de eerste stappen onder het zadel genomen worden verandert dat. Daar ontkomt niemand aan. Je kijkt nu met hoop naar de toekomst, hoop op wat je hoopte te fokken of aan hebt geschaft. Ongeduld wordt je grootste vijand.

‘Als je maar op tijd begrijpt wanneer je paard het even niet aan kan en meer tijd nodig heeft.’

Iedere keer dat je erop stapt, hoop je iets te voelen dat beter is dan de vorige keer, of toch minstens hetzelfde. Dat mag ook, als je maar op tijd begrijpt wanneer je paard het even niet aan kan en meer tijd nodig heeft. Of misschien wel beter is in iets anders dan jij wil.

Op zoek naar een eerlijk paard

Enige jaren geleden ging ik met een moeder en haar dochter in Nederland naar een aantal dressuurpaarden kijken. De talentvolle dochter moest de overstap maken van pony naar paard, dus het moest een eerlijk paard zijn met wat ervaring.

Ergens bij Zelhem in de buurt vonden we wat we zochten…dachten we. Deze ruin was negen, had L2 gelopen, was super gehoorzaam, liep mooi en zat heerlijk. Maar mijn advies was: fijn paard, ga nog een weekend terug om het wat vaker te rijden.

Een radeloos paard

Of dat had kunnen voorkomen wat daarna gebeurd is; ik heb geen idee. In ieder geval kwam het paard twee weken later, na de keuring, in Cornwall aan. In een totaal ander humeur dan we hem in Nederland gezien en gereden hadden.

Hij was helemaal over z’n toeren, doodsbang en durfde niet eens zijn nieuwe stal in. Dit verhaal hoorde ik pas na een week of twee, toen de moeder me radeloos opbelde voor hulp.

‘Dit paard was doodsbang en compleet in verwarring.’

De dochter durfde er niet meer op. De moeder, een ervaren ruiter, nog wel maar ze wilde mijn mening. Ik kan het maar op een manier beschrijven. Dit paard was doodsbang en compleet in verwarring.

Na een half uur rijden in de baan met een paard dat volledig in lock-down was besloot ik een ommetje te maken. Toen we bij een hek kwamen waar ik af wilde stappen om het open te maken, sprong hij er vanuit z’n radeloosheid dwars doorheen.

Het broertje van…

Na een heleboel telefoontjes bleek dat de dierenarts wel een braaf paard had gekeurd maar dat bij het laden het wel een ander paard leek, zo was hij tekeer gegaan.

Na nog meer telefoontjes kon de ruin wel terug maar op voorwaarde dat deze dealer een ander paard voor hen zou zoeken. Het is nooit meer goed gekomen.

Wel heeft de moeder nog vrij veel informatie kunnen achterhalen over het paard zelf. Het was de volle broer van een Belgisch gefokt internationaal springpaard en het was de bedoeling dat ook hij de springsport in zou gaan. Naar mijn bescheiden mening is het daar mogelijkerwijze al verkeerd gegaan.

Er werd, als broertje van een bekend springpaard, waarschijnlijk een hoop van hem verwacht. Teveel druk op de ketel en voor je het weet heb je een paard dat zelfs niet meer wil doen waar hij goed in is. Dan maar de handel in en soms komt het goed, vaak ook niet. In en in triest en vooral ook voor het paard zelf.

Het kadootje van een blij paard

Het is maar een voorbeeld, maar ik ken helaas nog zoveel meer gevallen. Wanneer leren we nou dat als het paard er klaar voor is hij geeft wat het kan. Sommige paarden hebben gewoon meer tijd nodig. Het is moeilijk voor de handel en de gretige ruiter om dat te accepteren, maar het levert uiteindelijk meer resultaat en een veel prettiger sfeer op stal.

blog liz barclay

Hoe beter er gefokt wordt hoe hoger de verwachtingen. De hippische wereld staat tegenwoordig vol met paarden van beroemde moeders en vaders en even beroemde broers en zussen. Dat is geen makkelijke positie voor het jonge paard en daar is een hoop zelfcontrole van de berijders voor nodig.

Maar er is geen mooier kadootje dan een blij paard dat met vertrouwen en enthousiasme zijn ruiter wil plezieren. Daarbij, het geeft toch een fijn gevoel als je ’s avonds bij het tandenpoetsen gewoon in de spiegel kunt kijken zonder je te schamen voor je eigen gedrag…? Of niet?

Liz Barclay

Foto boven artikel: Archief Remco Veurink

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 52)

0 2314
Tineke Bartels -European Championships Dressage 2016 © DigiShots

Een tijdje geleden herinnerde Tineke Bartels ons in haar column aan het rijden met twee teugels aan de trens. Ook ik heb dat vroeger op de landelijke rijvereniging zo geleerd en haar column bracht me even terug naar die tijd.

Zo ging dat toen, en dan natuurlijk met de bedoeling om te leren de controle over die twee teugels te houden, voordat er in het echt een stang en trens in de mond van je paard zat. Ik gebruik het nog steeds; gewoon, omdat het een degelijke voorbereiding is en een hoop ongemak voor het paard wegneemt.

Doem’n d’rop!

‘Doem’n d’rop!’ Op landelijke rijvereniging ‘de Zevensteen’ proestten we het altijd weer uit als Albert Meutstege van de kaasboerderij uit Bronkhorst ons zo nu en dan les gaf. Want dat was zijn favoriete uitspraak die hij graag zo vaak mogelijk herhaalde.

Nu ben ik hem er dankbaar voor omdat het me, doordat we er zo lacherig van werden, altijd is bijgebleven. Die ‘duimen erop’ is namelijk heel belangrijk. Vooral als je met stang en trens gaat rijden val je behoorlijk door de mand als je dit kleine onderdeeltje van de rijkunst onderschat.

Stang en trens; een vak apart

Het is de droom van iedere ruiter aan het begin van zijn of haar dressuurcarrière. Het ‘hoort’ bij de hogere dressuur en het staat zo mooi. Vind ik ook, trouwens. Maar dan moet het wel in zijn waarde worden gelaten, het paard ten goede komen en zeker geen ongemak veroorzaken.

Correct op stang en trens rijden is een vak apart. Niet alleen moet de ruiter volledig de controle hebben om beide teugels op de juiste lengte te houden, d.w.z. de stangteugel nooit te strak, maar ook kunnen inschatten wanneer het paard zich op een trens voldoende geeft en ontspant om voor dit ‘wapen’ klaar te zijn. Want een wapen is het op het moment dat het in ongeoefende of verkeerde handen terecht komt.

Eerlijk en enthousiast

Gelukkig ben ik gezegend met een groep eerlijke en enthousiaste pupillen die er liever ietsje langer over doen dan te gehaast te werk willen gaan. Een paar van mijn klanten rijdt er heel netjes mee en zet een zeer acceptabele Z of PSG test neer, terwijl anderen keurig wachten tot zij en hun paard er klaar voor zijn.

Een jongedame van de laatstgenoemde groep heeft haar droom in zoverre waargemaakt dat het prachtige stang en trens hoofdstel al bij haar aan de muur hangt. Zij heeft heel hard gewerkt om met een eigen-gefokt paard, waarin ze een paar jaar geleden alle vertrouwen had verloren -wederzijds trouwens- weer op te krabbelen. Na heel wat vallen en opstaan rijdt ze nu een mooie gedegen L-proef, terwijl in de training een leuk begin is gemaakt met wat wijken en zijwaards. Ook zijn inmiddels de galopwissel en contragalop ik durf bijna te zeggen, een ‘piece of cake’.

Zonde van de tijd

Maar toch heeft de ruiter bij tijd en wijlen nog teveel moeite met het bergop rijden van de neerwaartse overgangen om die stang en trens van de muur te halen. Vooral ook omdat ze nog geen enkele ervaring met de stang en trens heeft, moeten we absoluut voorkomen dat er een handremsituatie ontstaat. Het zou toch zonde van de tijd zijn -belangrijker nog, heel rot voor dit paard- als we alles wat we bereikt hebben zomaar klakkeloos weg zouden gooien.

Ruiter en paard met teugels op oefenlengte.

En toen herinnerde Tineke Bartels me er weer even aan dat dit misschien een leuke uitdaging is voor deze ruiter met aspiraties om toch het gevoel te hebben dat ze er naar toe werkt! Dus sinds een week zit er nu een extra teugel aan haar trens.

Nadat ik aan haar heel simpel had uitgelegd wat ik wilde zien -contact op de trensteugel en hetzelfde boogje aan beide kanten in de stangteugel-, kwam ze er snel achter dat dit zelfs op de mooie momenten nog best moeilijk was en op de minder mooie momenten helemaal niet eens lukte.

‘Thumbs up’ voor ‘thumbs down’

Neerwaartse overgang van draf naar stap nog steeds niet bergop.

Een prachtige manier dus om zonder je paard schade te doen te leren een basisgevoel te ontwikkelen hoe in ieder geval controle te hebben over hoe je wat vasthoudt. Dit is nu huiswerk voor deze ruiter en ze is er al enthousiast mee aan de gang gegaan. Ik negeer het verder gedurende de lessen, anders zouden we geen steek meer opschieten. Het enige wat ik doe is aan het eind van de les vertellen of ze er al beter mee heeft leren omgaan dan de vorige keer.

Ik weet zeker dat, tegen de tijd dat haar paard er klaar voor is, mijn pupil het dan keurig onder de knie heeft. Ze zal dan in het begin met de stangteugel iets te los rijden. Prima, geen probleem, van daaruit kan ze heel veilig het gevoel ontwikkelen.

Grappig, ‘doem’n d’rop’ in het Engels vertaald is ‘thumbs down’! En als ik haar ‘thumbs up’ geef, mag ze eindelijk dat hoofdstel van de muur halen!

Liz Barclay

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 52)

Volg ons!

0FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer