Tags Posts tagged with "Liz Barclay"

Liz Barclay

0 8965
paard algemeen stal

Het begon met een post van Maarten van Stek op Facebook. Maarten is altijd erg goed in het op een beleefde manier in werking zetten van mijn geweten. In dit geval gaat het om het probleem dat sommige paardeneigenaren blijken te hebben met de avondklok. Helaas is hun werkschema zodanig, dat hun paard, als ze zich aan de avondklok houden, die dag helemaal geen beweging krijgt.

Meer paarden dan land

Dit brengt mij naar een pijnlijk onderwerp en iets wat mij al jaren bezighoudt. Als jonge meid verbleef ik op een aantal maneges waar meer paarden stonden dan dat er land voor was. Die paarden kwamen alleen ‘buiten’ als ze een zadel op hun rug hadden. Alhoewel ik het stilletjes accepteerde, vond ik het verschrikkelijk en beloofde ik mezelf dat, als ik ooit zelf een paard had, het iedere dag naar buiten kon.

Apatisch in een hoekje

Ik kan me het verschillende gedrag van die paarden nog goed herinneren. De één was chagrijnig en beet alles wat los en vast zat. De ander stond te weven, maar de meesten stonden rustig in een hoekje van hun stal en werden alleen even actief als de voerkar langs kwam. Die rust was schijn. Deze paarden waren depressief. Velen hadden ook stalbenen en rotstraal, vanwege het constante contact met amoniak. Stro was duur en de lessen moesten zo goedkoop mogelijk blijven.

Uurtje per dag gereden

Inmiddels heb ik veel maneges gezien waar het gelukkig weer gewoner aan het worden is om paarden, buiten de broodnodige ontspanning, beweging en lol te geven, soms zelfs als groep. Blijft over het pension- of privépaard dat afhankelijk is van het tijdschema van de eigenaar. Klopt het wel dat een paard alleen eventjes ’s avonds een uurtje gereden wordt en de rest van de dag met een hooinetje dat al lang leeg is naar de muur staat te kijken? Het antwoord zou kunnen zijn: en wat vind je van die paarden die godganse winterdag zonder iets in de modder staan? Nee, klopt ook geen hout van, maar toch eerst even bij je eigen situatie blijven.

Droomwens van een kind

Ooit zei premier Den Uyl dat iedereen in Nederland een auto moest kunnen hebben. Dat ging zo ongeveer hand in hand met het feit dat paardrijden geen luxesport meer mocht zijn voor alleen de welgestelden. In mijn loopbaan als trainer heb ik altijd geprobeerd om minderbedeelde paardengekken, en gekjes, een kans te geven om op een warme paardenrug te zitten. Ik begrijp dus heel goed de droomwens van een kind waarvan zo’n beetje het eerste woordje ‘pony’ is.

Nog iets met paardenliefde te maken?

Maar hoe zit het nou? Houden wij wel van ons paard als we er ’s morgensvroeg vlug een bak voer voor zetten, hop, vlug de ergste mestballen eruit halen en een slowfeed hooinet ophangen. Om pas ’s avonds laat weer vlug te voeren, zodat we nog effe kunnen rijden? Als dat de enige manier is om jezelf een paard te kunnen permitteren. Klopt dat dan wel? Gebruik je dan een paard wel op een paard vriendelijke manier en heeft dit nog iets met paardenliefde te maken?

Corona en paard kopen

Ik hoop dat diegenen die zich aangesproken voelen hier eens goed over na gaan denken. Want er zijn best mogelijkheden om het leven van je paard aangenamer te maken. Bijvoorbeeld een bijrijder of iemand die veel van paarden houdt, maar helemaal niet hoeft te rijden. Die dolgraag je paard wil borstelen en het een uurtje los in de bak kan zetten. En nog iets. Ik las dat gedurende deze vreemde Corona tijd, waarin zoveel mensen meer thuis zitten, er meer paarden worden verkocht. Aan diegenen, voor het geval je er nog over zit te denken. Ik hoop dat je dit leest en er even goed over nadenkt hoe je het gaat doen voor als je weer aan het werk mag.

Liz Barclay met Pixel en Pinokkio. Foto: Privébezit

Tekst: Liz Barclay

 

Over honderd jaar zal er nog over hem gepraat worden. Je kijkt naar hem, hij raakt je. Het is meer dan beweging. Het gaat veel dieper. Dat schreef ik onder het eerste Facebookberichtje over de onverwachte dood van Totilas dat ik zag.

Het hoofdstuk Edward Gal en het hoofdstuk Matthias Rath

Als we aan Totilas denken dan verdelen we zijn leven in twee hoofdstukken. Het hoofdstuk Edward Gal en het hoofdstuk Matthias Rath. Maar er is nog een hoofdstuk. Dat van Jiska De Roos-van Den Akker. Daar is het begonnen. Jiska heeft de jonge Totilas de technische basis en de emotionele weerbaarheid gegeven om zijn toekomstige weg te bewandelen. Een weg niet zonder hobbels, maar ook een weg die door de hele dressuurwereld met ademloze bewondering is gadegeslagen. Ook door mij. Ik wilde daarom even terug naar het eerste hoofdstuk waar eigenlijk nooit iemand het over heeft maar wel immens belangrijk is geweest voor het succes van deze bijzondere hengst en heb Jiska benaderd voor haar deel van het avontuur.

Slungelig en brutaal

Het begon allemaal toen de fokker van Totilas, dierenarts Jan Schuil, Jiska benaderde met de vraag of zij de hengst wilde berijden. Jiska ging samen met haar man kijken. ‘Eerlijk gezegd vond ik Totilas helemaal niet zo leuk, haha! Hij was slungelig en brutaal en met name zijn draf was niet bijzonder. Mijn man zei echter, die kon je nog wel eens gaan verrassen, en dus gingen we de uitdaging aan.’

He, jammer. Niet zo romantisch als ik gehoopt had. Jiska staat duidelijk heel stevig met beide benen op de grond.

‘Genieten om zoveel kracht onder je te voelen!’

Omdat fokker Jan Schuil Totilas graag thuis wilde houden werd de jonge hengst drie, vier keer per week naar Jiska gereden voor training. ‘Het brutale wat hij aan de hand liet zien veranderde in enorme werklust onder het zadel. Hij pikte alles supersnel op en als het aan hem lag ging de opleiding sneller dan goed voor hem was.’ Maar Jiska nam de tijd en zoals bij alle paarden bleef ze aan de basis werken totdat Totilas lenig en sterk was. ‘Het gesloten draven kwam daarna praktisch vanzelf. Het was altijd weer genieten om zoveel kracht onder je te voelen en zo’n prachtige dikke hals voor je te zien!’

Vierde in Verden, hoogtepunt en eindpunt

Samen hebben ze een paar kleine wedstrijdjes gereden. Met uiteindelijk als hoogtepunt het wereldkampioenschap jonge dressuurpaarden in Verden waar Totilas onder Jiska de vierde plaats in beslag nam. Dat bleek ook het eindpunt.

Een mooi avontuur

‘Natuurlijk had ik hem graag gehouden om later op het hoogste niveau te starten maar helaas voor mij liep het anders.’ Het was voor de fokker en berijdster al snel duidelijk dat Totilas heel bijzonder was en een risicovol bezit voor de eigenaar. ‘De rest is bekend. Het was een mooi avontuur om Totilas zijn eerste basis mee te hebben mogen geven. Wat ik er zelf aan heb gehad is, dat door mijn ‘bekendheid’ met Totilas, ik mijn leerlingen goed kan overtuigen als ik het heb over het belang van geduld, basis en trainen op de juiste en eerlijke manier.’ Ook hier laat Jiska haar nuchterheid de overhand nemen en ziet zij de positieve kant van wat toch een grote teleurstelling heeft moeten zijn.

‘Hoort dat niet ook bij een idool?’

Jiska sluit af met de woorden, ‘Totilas zijn dood maakte ook mij natuurlijk triest. Veel te vroeg gestorven. Maar hoort dat niet ook bij een idool?’

Mooi, Jiska, toch een beetje romantiek van een nuchtere paardenvrouw die zo bescheiden in de schaduw heeft gestaan van het leven van misschien wel het beste Nederlandse paard ooit.

Door: Liz Barclay

Foto: Privébezit Jiska De Roos-van Den Akker

sinterklaas met paard

‘Goeienavond allemaal, heel hartelijk dank voor het feit dat jullie hier allemaal zo midden in de nacht samen zijn gekomen.’ Sint zit op een boomstam midden in de Oostvaardersplassen waar het door alle Verboden Toegang-bordjes voor onschuldige wandelaars goed verstoppen is. Niemand mag lucht krijgen van deze spoedbijeenkomst. Naast hem staat zijn trouwe schimmel Ozosnel, zoals altijd keurig de oortjes erop, en om hem heen zijn pieten, inmiddels allemaal met een nieuwe kleur die ze zelf hebben mogen uitkiezen en dus allemaal netjes en geheel aan de pietenevolotie aangepast.

Nieuwe regels

Sint ziet er bezorgd uit en steekt van wal. ‘Pieten, ik heb een probleem. Twee problemen zelfs. Niet alleen ben ik er net pas achtergekomen dat mijn mijter vervangen moet worden door een belachelijke helm, maar ook zijn de oren en neus van Ozosnel door de FEI dieronvriendelijk verklaard.’

‘Dus, pieten, ik ga jullie verdelen in drie groepen. Roetveegpieten, jullie gaan aan het werk met mijn mijter. Het moet mogelijk zijn om binnen de nieuwe regels er iets acceptabels van te maken.’

‘Groene pieten, jullie hebben de niet te benijden klus van het weer aanplakken van de oor- en tastharen van Ozosnel. Ik heb het al met hem besproken en hij is zo opgelucht dat hij heeft beloofd rustig stil te staan zodat we de praam gelukkig niet meer nodig hebben.’

‘De rest van de pieten gaan gewoon weer door met het inpakken van kadootjes. Hop, jongens, vort met de geit!’

Ozosnel

De pieten schieten alle kanten op. De roetveegpieten drommen om een aantal vlug gefabriceerde ontwerptafels waar ze van papier allerlei modellen mijters maken. En terwijl het hoofd van de groene pieten Ozosnel aan het halster vasthoudt en rustgevend op de nek klopt staan de andere groene pieten in de rij, ieder met een plukje haar. Het is zo’n enorm pietepeuterig (hahaha!) gepruts dat je er werkelijk scheel van gaat kijken en trilvingers krijgt. Vandaar dat het verstandig leek om het hele proces over zo’n groot aantal pieten te verdelen.

Steunend op zijn staf struint de goedheiligman (want statig lopen in een kapotgegraast natuurgebied met al die dooie distels, takken en karkassen overal is heel lastig) tussen de tafels door, soms met gefronste wenkbrauwen, soms goedkeurend knikkend. Hij heeft zich hier wel zorgen over gemaakt. Stel je voor dat hij als hij ergens in het land op een dak gespot wordt door een kind dat niet kan slapen en Sint ziet er uit als een motormuis. Dat wordt lachen!

Hoedje

Gek, een paar weken geleden heeft hij er nog over gedacht om de petitie voor het hoedje te steunen. Gelukkig won zijn verantwoordelijkheidsgevoel het van zijn ijdelheid. De Sint moet het goede voorbeeld geven en daarbij, het is een koud kunstje voor de slimme kindertjes in het land om het sinterklaasliedje ‘De zak van Sinterklaas’ te veranderen in ‘Die ouwe zak van een Sinterklaas’. Als dat ook nog viral ging dan was het afgelopen. Kon hij z’n boeltje pakken en zat de hele outwardbound experience erop.

Opeens hinninkt Ozosnel zo luid en vrolijk als ie maar kan. Sint loopt naar hem toe en bekijkt hem nauwkeurig. ‘Dat hebben jullie prachtig gedaan, pietermannen. Mijtertje af!’ Ozosnel knikt beamend en doet voor de lol trippeltrappeltrippeltrap een prachtige piaffe. Sint voelt zich een tikje beschaamd. Wist hij veel, dat die haren zo belangrijk waren.

Brett Kidding

Inmiddels is ook het nieuwe mijterontwerp klaar. De hoofdroetveegpiet komt er trots mee aanlopen. Sint zet hem op en alle pieten klappen enthousiast. ‘He joh, haal even een spiegel. Ik wil het zelf ook wel even checken.’ Een roetveegpiet haast zich weg en komt terug met een full size passpiegel. Sint kijkt, draait, beweegt zijn hoofd en denkt na. Het is doodstil geworden. Gaat hij ervoor? ‘Zeg eens eerlijk, ik lijk toch niet op die Brett Kidding?’ Alle pieten schudden hard van nee. Sint draait nog eens en kijkt nog steeds bedenkelijk. Wel lekker warm en het is vaak koud daar boven op die daken, vooral als het waait. Ja, de mijter is wel iets groter geworden maar die keer dat Ozosnel hem er voor de lol afgekieperde is hij nog niet vergeten.

‘Cool.’ Sint heeft gesproken en er gaat een zucht van verlichting door de groep pieten. Gelukkig, toch nog een paar uurtjes slaap.

Konikpaarden

Op dat moment realiseren ze zich dat ze heel wat bekijks hebben gekregen. Ze waren zo druk en geconcentreerd bezig dat ze helemaal niet in de gaten hadden dat grote aantallen reeen, Konikpaarden en Heckrunderen waren toegestroomd. Het nieuwtje was als een razende rond gegaan. Sint is hier! Dit is hun kans om zijn hulp te vragen, want zij hoeven allemaal maar een kadootje. Een enkele reis Spanje!

Fijne Sinterklaas!

Door: Liz Barclay

Foto: Wikipedia

0 4620
Liz Barclay met Pixel en Pinokkio. Foto: Privébezit

“Als je vreselijk veel van je paard houdt moet je er geen wedstrijden mee rijden”. Een uitspraak van springruiter Albert Voorn in een artikel van vorige week.

Ik heb de eer gehad de heer Voorn een paar maal te spreken omdat ik graag zijn mening wilde weten over enkele paardgerelateerde zaken en waardeer enorm dat hij altijd ruim de tijd nam die mening aan mij te geven.

In dit artikel legde hij uit waarom hij een paard van zijn zoon dat hij in training had terugtrok uit de wedstrijdsport. Daarin kwam weer heel duidelijk naar voren dat deze gerenomeerde springruiter het hart op de juiste plaats heeft zitten. Hij heeft een zeer uitgesproken mening en steekt deze niet onder stoelen of banken. Dat vond ik de keren dat hij mij te woord stond ook juist zo prettig. Of je het er nou helemaal mee eens was of niet.

Bewonderenswaardig

Dit keer ben ik het even niet met meneer Voorn eens. Het paard kon blijkbaar de druk niet goed aan en kon daardoor niet meer op zijn niveau presteren. Alhoewel ik het bewonderenswaardig vind dat hij dit paard niet meer mee op wedstrijd neemt, was bovenstaande uitspraak voldoende aanleiding om weer eens in de digitale pen te kruipen.

Gebruiksvoorwerp

Jaren geleden al begon ik het verschil waar te nemen tussen mensen die van hun paard houden en diegenen die hun paard als gebruiksvoorwerp zien. Zo benoemt de heer Voorn het ook. Ikzelf vind dat ik van paarden houd. Maar ik heb wel altijd wedstrijden gereden. Nooit vaak, want ik houd meer van trainen dan in m’n mooie pakje rijden. Wel reed ik vaak genoeg om me te meten, te kijken of ik op de goeie weg zat en natuurlijk ook om me als trainer te laten zien. Er moest wel brood op de plank komen.

Als een paard presteert zit ‘ie goed in z’n vel

Ik heb altijd alle tijd genomen om mijn paarden te laten wennen aan de wedstrijdsfeer. Na misschien wat beginspanning uit groenigheid heb ik nooit enig ongemak waargenomen. Mijn paarden aten en sliepen op de reis in de vrachtwagen en ook weer op de terugweg. Sterker nog, vaak werd de band met mijn paard in de ring nog inniger en dat had niets te maken met een hoge score of een lintje.

Als ze dan thuiskwamen konden ze nog even de wei in. Na lekker gerold te hebben en een klein galopje met een paar stevige bokken duwden ze snuivend en tevreden hun neus in het gras. Dan kon mijn dag niet meer kapot.

Ik heb ieder paard in z’n waarde gelaten, daarbij heb ik in acht genomen dat elk paard weer even ietsje anders is. De een doet het goed als je regelmatig op wedstrijd gaat en de ander juist weer als je ietsje minder vaak gaat. Als een paard graag wil presteren zit ie goed in z’n vel en dat moet altijd de maatstaf zijn.

Onkunde, sponsordruk en competitiedrang

Nu ga ik het even van de andere kant bekijken. Ik heb inderdaad veel, te veel, ongelukkige paarden gezien op wedstrijden. Op alle niveaus. Op de lagere niveaus vaak uit onkunde en op hogere niveaus omdat misschien de sponsordruk teveel meespeelde. Of omdat het paard ooit de verkoop in moet, geld dus. Ook vanwege ongezonde competitiedrang, op alle niveaus, heb ik helaas paarden ongelukkig zien worden.

Ik hou van mijn paarden!

Maar ik wil zelf liever niet op de hoop gegooid worden van ruiters die hun paarden puur als gebruiksvoorwerp zien omdat ik ze meeneem op wedstrijd. Ik hou van mijn paarden en daar hoort wat mij betreft een wedstrijdje op z’n tijd best bij. Dat het wedtrijdschema voor de toppaarden veel intensiever is en ze dan misschien een gebruiksvoorwerp worden is een andere zaak. Maar ik kan ook een handvol ruiters op hoog niveau noemen die volgens mij toch echt van hun paarden houden.

Meneer Voorn, uw eigen woorden: “Hij doet het omdat het moet, niet omdat hij er plezier in heeft.” Daarom trekt u dit paard terug uit de wedstrijden. Dat vind ik samen met heel veel anderen echt een dappere en bijzonder eerlijke stap die veel ruiters niet zouden nemen. Maar met die uitspraak geeft u zelf ook aan dat een paard ‘plezier’ kan hebben op een wedstrijd.

Tekst: Liz Barclay

Ben Boisseau en zijn pony

Sinds we met z’n allen een tijd opgesloten hebben gezeten kom ik steeds weer foto’s tegen van de favoriete ponies uit de jeugd van inmiddels volwassen mensen, ooit de kinderen die ik jaren geleden bij de ponyclub lesgaf. Soms zitten die foto’s in een beetje oubollig lijstje of ze zijn een beetje verkleurd, maar duidelijk niet vergeten.

Ook niet door mij. Ik heb genoten met die kinderen en ponies die best wel een bokje konden geven maar over het algemeen ongelofelijk betrouwbaar waren. En dapper, want dat was een eerste vereiste. Hier in Cornwall wordt al jong met de cross begonnen.

Binnen de bordjes

Het was mijn taak om die kinderen met die pony’s, die allemaal heel hard konden, te leren binnen de bordjes te blijven. En dat was al een hele uitdaging. Omdat die kinderen niet of nauwelijks oefenden was het voor de ponies heel moeilijk om zich in te houden en niet midden in de proef zomaar terug naar de trailer te hollen. Wat zo nu en dan ook gebeurde.

Betraand

Tom was een van mijn favoriete ruitertjes. Nog geen tien, heel ondeugend en volgens zijn moeder ontembaar, maar als ik hem maar regelmatig een mopje liet vertellen dan kwam er toch altijd wel weer iets positiefs uit het lesje.

Helaas ging het op de dag dat het moest gebeuren vaak minder goed in de ring, maar dat mocht de pret niet drukken want zo gauw er afgeteld was in het starthokje van de cross ging alles perfect. Tom heeft zelfs een keer bij een hindernis even naar me gezwaaid. Had ie beloofd. Vond ie leuk.

Die ene keer dat ik hem helemaal betraand van de dressuurbaan weg zag sjokken en ik hem vertelde dat tranen wat mij betreft niet bij verliezen hoorden, was zijn antwoord: “Ik vind het zelf ook niet zo erg, maar voor jou wel”. Lief, he?

Hoofd van een trekpaard

Weer terug naar de foto’s van die ponies. De allerbeste en ook meest betrouwbare waren nooit moeder’s mooiste. De een had het enorme hoofd van een trekpaard wat ie overal mee naar toe moest slepen, de ander een veel te lange rug, en ga zo maar door. Maar juist die ponies hadden allemaal een aantal eigenschappen gemeen. Nergens bang voor, 100 % betrouwbaar en ijzersterk. Vaak ook ieder jaar weer, soms met de zoveelste ruiter op hun rug naar de regionale kampioenschappen, want die pony liet je nooit zitten. Dat de dressuurproef nooit hun sterkste kant was lag niet aan de ponies maar aan de totaal andere instelling van de Engelse jeugdruiter van toen (dressuur was saai en voor degenen die niks durfden).

Het waren de mooie ranke typetjes met het volbloedhoofdje waar veelal de problemen mee kwamen. Teveel bloed wat te snel naar het hoofd steeg en helemaal niet geschikt voor jeugdruiters. Ook niet als ze meer tijd in de dressuurbaan hadden gelopen.

Wie niet mooi is moet sterk zijn, en betrouwbaar. En wie niet sterk en betrouwbaar is kan nog zo mooi zijn maar dan gaat het echt niet lukken. Ik weet, ik overdrijf een beetje maar toch misschien interessant om in het achterhoofd te houden als je zin hebt om een ‘leuk’ veulentje te fokken uit je supergetalenteerde merrie.

Foto: Privébezit Liz Barclay

0 1878
Oostvaardersplassen
Konik in de Oostvaardersplassen (foto: Cynthia Danvers)

Het is al weer een aantal weken geleden dat het schieten van de edelherten in de Oostvaardersplassen door de wet (even) werd stopgezet.

Het is al weer een paar maanden geleden dat het in  Spanje helemaal uit de hand liep met de konikpaarden die naar Eduardo gestuurd waren. Zijn kudde groeide snel door alle nieuwe veulentjes. Er was niet genoeg te eten. En tot overmaat van ramp waren er ook nog een aantal paarden ziek door een of andere parasiet. Annemieke van Straaten zorgde dat er 30.000 kilo hooi naar toe ging omdat Staatsbosbeheer na het doneren van de paarden verder niets meer ‘kon’ doen.

Het is al weer bijna twee jaar geleden dat in de Oostvaardersplassen meer dan 3000 dieren dood zijn gegaan van de honger.

Paard met klitten in de OVP. Foto: Annemieke van Straaten

Grote grazers weg uit de OVP

Een aantal organisaties zijn nog steeds aan het vechten, de een wat intensiever dan de ander, om de grote grazers uit de OVP weg te krijgen. Want zolang er nog grote grazers in de OVP lopen, blijven die beesten zich vermenigvuldigen. Dan blijft die rotdiscussie rond afschieten bestaan en racen we weer in volle vaart af op dezelfde situatie als de gruwelwinter van 2018.

Frans Vera en consorten waren even blij en opgelucht dat het afschieten tijdelijk verboden werd zodat het natuurlijke proces van doodgaan weer kon beginnen. Maar, over een paar dagen in 2020 begint het afschieten overnieuw totdat er waarschijnlijk wel weer een proces komt. Waarop het opnieuw verboden zal worden. En de meeste mensen zijn helaas te moe om er nog iets over te willen lezen of te horen.

Vermagerd paard in Spanje. Foto: Annemieke van Straaten

En de Konikpaardjes fokken vrolijk verder

Ondertussen fokken de Konikpaardjes in Spanje, Wit Rusland en de OVP vrolijk verder en breiden zich als een olievlek uit door heel Europa. Want volgend voorjaar worden er dus én in de OVP, én in Spanje, én in Wit Rusland weer heel wat veulentjes geboren. Je hoeft er niet goed voor te kunnen rekenen om te snappen dat het probleem zich alleen maar aan het verschuiven en vergroten is.

Natuurgebied vervuilen

Wat ik echt niet snap, het zouden de Partij voor de Dieren en Groen Links moeten zijn die zich voor de OVP zaak hard maken. Rewilding mag toch niet betekenen dat je achter een hekje moet kijken naar het gras aan de andere kant?

Al even nagedacht over de hoeveelheid nitraat er in het water terecht komt? De boer moet inkrimpen en een rewilding programma mag gewoon een heel natuurgebied vervuilen?

Een schone lei

En mag ik misschien heel voorzichtig zeggen dat de dood bij het leven hoort. Dit is een zo uit de hand gelopen probleem dat correct (Correct met een hoofdletter!) afschieten van edelherten misschien de minst erge oplossing is om met een schone lei te beginnen?

Ik zou ook willen dat het afschieten niet nodig was. Echt! Maar zolang de edelherten nergens anders naar toe kunnen en anticonceptie op de lange baan lijkt geschoven, om wat voor reden dan ook, is de enige andere optie wachten tot ze er van de honger weer bij neer vallen. Om dan alsnog een kogel door de kop gejaagd te krijgen. Want wij, de dierenliefhebbers, willen nou ook weer niet dat ze daar uitgehongerd, koud en nat eindeloos liggen te wachten op de verlossing van de dood. Dat hebben we dus in 2018 al een keer meegemaakt en dat mag niet nog een keer gebeuren.

 

Ik wens iedereen een goed en gezond 2020!

Liz Barclay

Foto bovenaan: Cynthia Danvers

0 5799
Remy Bastings is een van de vakmensen die reageerde op de eerste blog van Liz © DigiShots

In mijn vorige blog heb ik weer eens gehamerd op hoe de paardensport op zijn eigen ondergang afwandelt. In de hoop op een reactie, had ik die blog voordat deze op de Hoefslag site kwam, privé aan een aantal professionele paardenvakmensen gestuurd die ik de afgelopen paar jaar voor mijn Hoefslagbloggen heb mogen spreken.

Deel 1: Blog Liz Barclay I Paardensport op de schop; waar is de KNHS?

Meningen

Zes van hen uit verschillende hoeken van de toenemend diverse paardenwereld hebben de moeite genomen om hun doordachte mening aan mij toe te sturen. KNHS instructrice en Grand Prix ruiter Jiska De Roos- van Den Akker (amazone van Totilas in zijn jonge jaren), Grand Prix ruiter en oud Deurne-ganger Remy Bastings, hippisch journaliste en schrijfster van paardenboeken Tessa van Daalen-de Graaff, Olympisch springruiter en puur door praktijk gevormd paardenman Albert Voorn, subtop dressuurruiter en coach Maarten van Stek (ook oud Deurne-ganger), coach en Lipizzanerman Atjan Hop hebben de moeite genomen hun mening te geven. De een wat voorzichtiger dan de ander, maar wel allemaal met geheel hun eigen standpunt. Duidelijk wordt dat er heel nodig wat moet gebeuren maar dat het een zeer complex probleem is.

Jiska De Roos- van Den Akker: ‘terug naar het doe-maar-normaal-tijdperk’

Jiska De Roos-van Den Akker was kort maar krachtig. “Het is allemaal sowieso raar hoe de KNHS inspringt op de nieuwe rage van het paardenwelzijntijdperk dat lijkt aangebroken.” Ze noemt de onhandig loshangende neusriemregel en de demonstraties van de ‘Natural Horsemanshippers’ die Gert van den Hof hebben vervangen. “Terwijl juryleden er nog steeds worden bijgeschoold om vervolgens prikkende en sjorrende ruiters met staartzwiepende paarden bovenaan te plaatsen.” Wel heeft De Roos inmiddels gezien dat er op de wedstrijden niet zo precies wordt gekeken naar die neusriem. “Alleen of hij te strak zit, dus dat valt wel mee gelukkig.” De amazone denkt dat men vroeger meer van zichzelf eiste en minder van het paard door geduld en wil best terug naar dat doe-maar-normaal-tijdperk.

Remy Bastings: ‘We moeten uitleggen waarom we doen wat we doen’

Remy Bastings vindt het van essentieel belang dat we met z’n allen, en met de KNHS voorop, uitdragen waarom wij überhaupt de paardensport mogen bedrijven. “Als we dat niet hard kunnen maken, is de paardensport ten dode opgeschreven. In plaats van het voortouw te nemen om uit te dragen wat wij doen, komt de KNHS met krampachtige maatregelen om de sport vriendelijk te doen lijken.” Bastings stelt voorop dat hij geen voorstander van een strakke neusriem is, maar geeft aan dat op wetenschappelijke wijze bewezen is dat een lossere neusriem niet altijd bijdraagt tot meer welzijn. En dus de nieuwe neusriem regel ongenuanceerd is. Een typisch voorbeeld van het niet structureel aanpakken van de kern van het huidige probleem. “Namelijk, uitleggen waarom we doen wat we doen en waarom dat niet verkeerd is.”
Bastings geeft het voorbeeld van paarden in de natuur. “Hun lichaamstaal is heel subtiel, maar als daar geen gehoor aan wordt gegeven slaan ze elkaar keihard het licht uit de ogen.” Daarmee wil hij maar aangeven dat als iemand een paard een keer op zijn plek zet, dat niet moet worden afgedaan als dierenmishandeling. Wel als er structureel met teveel druk of geweld wordt gereden. “Maar waar die grens ligt is natuurlijk heel moeilijk meetbaar en blijft afhankelijk van gezond boerenverstand. Dat weet meestal meer dan welke wetenschapper of federatie dan ook.”

Tessa van Daalen-de Graaff: ‘Het wezen paard is niet in een sneltrein veranderd’

Tessa Van Daalen-de Graaff voelt zich ook vaak een roepende in de woestijn. “Er zullen altijd roeptoeters met een prachtig verhaal en een ronkende website blijven.” Toch vindt zij het te makkelijk om naar de KNHS te wijzen zonder concreet te zijn over wat we dan verwachten. “De KNHS is in de eerste plaats een paardensportbond. Dat hele opleidingengedoe is erbij gekomen.” Van Daalen is duidelijk over het feit dat gespecialiseerde vakopleidingen, zoals manege instructeur of training en africhting thuis horen op een school. Wat betreft het paardenwelzijn: “Het grote probleem is dat de mensen geen tijd meer hebben en het wezen paard niet in een sneltrein is veranderd.” Ze verwijst naar iets wat ze geleerd heeft van haar partner die militair is. “Defensieve maatregelen is meestal dweilen met de kraan open. Als je werkelijk verandering wil, moet je vooraan in het proces aan de slag.”

Albert Voorn: ‘De paardensport is als een verzameling religies’

Albert Voorn mocht ik op zijn vrije zondag bellen. “Kijk, je moet de paardensport zien als een verzameling religies. Allemaal verschillende geloven die denken dat alleen hun gedachtengoed de waarheid is en het nooit met elkaar eens zullen worden.” Op mijn vraag of Deurne een groot verlies was kreeg ik tot m’n verbazing een vrij kritisch antwoord. Hij vond het strakke stramien van lesgeven geen succes. “Ieder paard is anders en moet ook zo benaderd worden.”

Maarten van Stek: ‘De KNHS moet van z’n eiland af’

Maarten van Stek wond er geen doekjes om. Nadat hij mijn blog gelezen had kreeg ik een berichtje. “Voeg maar toe, de KNHS moet van zijn eiland af en ophouden hun eigen stoep schoon te houden; uit hun ivoren toren stappen en corruptie en vriendjespolitiek fors aanpakken.” Na even nadenken kwam er nog een wat langere uiteenzetting. “Ik vind bijvoorbeeld halfzachte neusriemregels een doekje voor het bloeden. Als ik op een wedstrijd kom zie ik veel ergere dingen dan een iets strakke neusriem.” Van Stek noemt ondervoede en bange paarden, open monden, gehang aan de stang en buitengewoon onvriendelijke rijden. “En geen mens die er iets over zegt, ik ook niet, want je weet dat je nergens support krijgt. En dat stoort me.” Hij benoemt ook de leeftijdsgrens. “Ik vind dat die omhoog moet. Een zesjarige hoeft niet in de subtop. Een zevenjarige geen Grand Prix. Maak eens echte stappen in de sport, als voorbeeldfunctie!”
De KNHS hoeft echt niet alles te reguleren, vindt Van Stek, want daar is de bond niet voor. “Eens worden we het toch nooit allemaal. Maar wat ze wel kan doen moet nu maar eens gaan gebeuren. Niet lullen maar poetsen!”

Atjan Hop: ’De maatschappij mag dan zijn veranderd, maar het paard echter niet’

Atjan Hop ging er even voor zitten en stuurde mij een document van 4 kantjes waar ik de hoofdzaken uit mocht pikken. Hij begon met te zeggen dat hij mijn vorige blog veel te simplistisch vond. “Terwijl de praktijk van paardrijdend Nederland veel complexer is. En veel meer omvattend dan alleen ‘paardensport’ zoals de KNHS dat wil vertegenwoordigen. Heel veel ruiters, menners, handwerkers, langeteugelaars, vrijheidsdressuurders, wandelaars, verzorgers, spelers, knuffelaars, enzovoorts hebben niets met sport en competitie en voelen zich geenszins vertegenwoordigd, of zelfs maar aangetrokken door de KNHS en haar doelstellingen.” Hop beschrijft de monopoliepositie die de KNHS zich op vele terreinen toeëigent waardoor er achter de feiten wordt aangelopen zonder echt beleid. “De KNHS probeert momenteel gaten op te vullen. Door modegrillen en recente ontwikkelingen in de sport te proberen op te lossen, vindt de KNHS, primair een paardenSPORTbond, absoluut geen aansluiting met die hele grote groep paardeneigenaren die niet in sport met paarden geïnteresseerd zijn. Sterker nog, hoe meer de KNHS meegaat met de extremer geworden uitingen binnen de paardensport, hoe meer de ‘alternatieven’ zich zelfs tegen de KNHS en de paardensport keren.”

Deze groep voelt zich door de KNHS ook niet vertegenwoordigd op het gebied van paardenwelzijn, maar voelt zich daardoor wel bekritiseerd door de algemene publieke opinie of politiek, schrijft Hop.
“De grote verbindende factor zou kunnen zijn: terug naar de basis, de basis van de opleiding.”
Naar de mening van Atjan is het instituut Deurne overgenomen door een veelvoud van MBO- en HBO-opleidingen die allemaal hun eigen plan trekken. Hierbij blijft de praktijk, uitgaande van uniforme basisprincipes, het kunnen rijden in verschillende disciplines, stages en kennismaken met het harde hippische leven onderbelicht. Teveel theorie en te weinig praktijk. Met als gevolg een tekort aan geschikt jong personeel voor de FNRS-maneges. Doordat de KNHS daarnaast ‘Ermelo’ heeft overgenomen, is de basis voor het gewone paardrijden ook daar ondergeschikt geworden aan de sportprestatie. De oude normen en waarden van gebruik van en omgang met paarden raakt in het gedrang, horsemanship kan zich niet meer ontwikkelen. Hetgeen dus ook weer het paardenwelzijn in gevaar brengt.”

“Verder is er buiten de beroepsopleidingen en ORUN een totale wildgroei ontstaan van allerlei opleidingen van uiteenlopende stromingen, waarbij je soms vraagtekens kunt zetten bij de kwaliteit en grondslag. Een vorm van kwaliteitsnormering en overzicht zou hier zeer wenselijk zijn.” Hop schrijft dat hij niet pleit voor terugkeer van een enkel instituut als Deurne, maar wel voor een volledige standaardisering van hippische opleidingen op basisniveau, dat aan zou moeten sluiten op verdere specialisatie in uiteenlopende richtingen. Met een naar algemene hippische bond omgebouwde KNHS als overkoepelend orgaan. “Maar dan moet men wel beginnen de eenzijdige focus op paardensportprestatie los te laten en zich breder en open op te stellen.” Als laatste haal ik een zin uit zijn bevlogen betoog die ik ook bij andere meningen terug vindt: “De maatschappij mag dan zijn veranderd, maar het paard echter niet.”

Kritieke fase

Uit deze meningen blijkt wel dat de paardensport zich in een kritieke fase bevindt en er helemaal geen klinkklare oplossing is voor de huidige problemen. Dat, ook al zou de KNHS goed functioneren, het voor deze organisatie vrijwel onmogelijk is om alle verschillende richtingen in goede banen te leiden.
Dat de meningen van een aantal zeer vakkundige paardenmensen elkaar soms raken, maar ook zeer verschillen. Dat doordat we met levende wezens werken die niet kunnen praten, maar zeer veel incasseringsvermogen hebben voordat uit hun conditie of gedrag blijkt dat ze heel ongelukkig zijn, het een enorm grijs gebied is.

Een verzakte fundering

Maar duidelijk wordt wel dat het echt geen zin heeft om met een paar halfzachte aanpassingen zo hier en daar, zoals de KNHS nu doet, een wankel systeem overeind te houden. Je gaat toch ook geen nieuwe muren bouwen op een fundering die verzakt is?

Openbreken van het bestaande systeem van de KNHS

Dus ik blijf erbij, en ik lees dat ook in de meningen hierboven, dat het openbreken van het bestaande systeem van de KNHS een stap in de goede richting zou zijn. Met om te beginnen een aparte op alle soorten paardengebruik gerichte organisatie die alleen tot taak heeft zich met het welzijn van het paard bezig te houden en gebaseerd op de uitkomst van een uitermate kritische discussie tussen top-paardenmensen van alle verschillende takken in de paardensport. Ook competente vertegenwoordigers van de zogenaamde ‘nieuwe richtingen’ moeten aan die tafel komen zitten. Met als doel om misbruik van een totaal niet functionerend systeem in de toekomst te voorkomen en het welzijn van het dier dat ons zoveel geeft en compleet van ons afhankelijk is, op een hoog peil te houden. Met als uitgangspunt dat in de paardrijkunst geduld hebben belangrijker is dan aanleg of talent.

Auteur: Liz Barclay

ruiter paard algemeen

Het moet er toch een keer van komen. De organisatie van de paardensport moet op de schop. Als dat niet gebeurt dan is onze hobby, onze baan, onze drijfveer om iedere dag weer uit bed te stappen om de stallen uit te mesten, het gangpad te vegen, te poetsen en op te zadelen ten dode opgeschreven. Misschien niet morgen, niet volgend jaar, maar wel in de nabije toekomst.

Dit bedenk ik niet zelf. Nee, ik hoor het uit de mond van gerenommeerde paardenvaklui. En ja, ik ben het er helemaal mee eens. En dat mag niet, de paardensport is te mooi. Als het tenminste vakkundig en met de liefde voor het paard voorop bedreven wordt.

Ooit was er Deurne

Er is een probleem. Ooit was er Deurne. Een instituut dat op een deskundig georganiseerde manier en volgens een degelijk systeem instructeurs en paardentrainers produceerde. Je ging vier jaar lang ieder jaar drie maanden intern en de andere negen maanden werkte je op een erkend manegebedrijf. Voor de onschuldige paardenenthousiast die wilde lessen was het overzichtelijk. Als er een bordje FNRS goedgekeurd bij de ingang hing, dan wist je: hier wordt vakkundig met paarden omgegaan en goed les gegeven.

Monty Roberts, Pat Parelli en de paardenfluisteraars

Sinds de deuren van Deurne dicht zijn gegaan is de het opleidingssysteem in handen van de KNHS. Daarnaast heeft zich nog een andere richting ontwikkeld. Monty Roberts werd wereldberoemd en de ‘join-up’ deed zijn intrede. Pat Parelli vond de weg naar internationale bekendheid en dressuur met een halster in plaats van een hoofdstel werd hip. De paardenfluisteraars en barefoot-trimmers volgden.

Nieuwe technieken niet verkeerd

Ik zeg helemaal niet dat die technieken verkeerd zijn. Ik sta open voor nieuwe informatie en heb er door de jaren heen regelmatig wat uitgehaald. Bijvoorbeeld, toen ik de eerste keer naar Monty Roberts keek, dacht ik, hé, dat gebeurt bij mij ook aan de longe. Ik heb toen opgestoken over wanneer je een paard niet in de ogen moet kijken en ook mijn lichaamstaal verder kunnen ontwikkelen. Ik heb een Engelse dame die met Pat Parelli had gewerkt een prachtshow zien geven. Zij liep naast haar paard dat niets op of aan had, ook geen halster. Zij deden een soort pas de deux waar ik helemaal week van werd. Niet iets waar ik m’n tijd in zou steken want, alhoewel ik graag longeer, zit ik er uiteindelijk liever op, maar het straalde geduld en vakmanschap uit.

Landelijk controle systeem

Maaaarrrr… er is een landelijk controle systeem nodig voor al deze nieuwe methodes om er voor te zorgen dat er geen misbruik van gemaakt wordt. Cursussen te over om je in een van deze vakken te bekwamen. Helaas, er is geen overzicht. En daarmee staan alle deuren open voor de knutselaars. Ik heb mijn eigen verhaal van ruiters die ik met hun paarden weer op het rechte pad heb moeten helpen, nadat ze bij een incompetente en onbetrouwbare Natural Horsemanship trainer in de problemen waren gekomen. Soms kwam het ook niet eens meer goed, omdat het paard lichamelijk of emotioneel al zoveel had meegemaakt dat de kreupelheid of apathie onomkeerbaar bleek. Ik weet zeker dat veel instructeurs en trainers zich hierin herkennen.
Alles is extremer geworden. De conventionele dressuur-, spring- en mensport zal ook hoognodig eens nog veel kritischer naar zichzelf moeten kijken. De excessen aldaar hebben meegewerkt aan de huidige problemen en de paarden zijn de dupe.

Paardensport

‘De KNHS is er voor iedere paardensporter. Of je nou net bij een manege bent begonnen, lekker buiten rijdt, je voorbereidt op de Olympische Spelen of je in je vrije tijd inzet als jurylid of official: de KNHS is er voor jou.’ Dit is wat je leest als je naar de KNHS website gaat. Sjonge, da’s wel heel veel. Maar is de KNHS er ook voor het paard? Wanneer komt er een soort Greta Thunberg (dat Zweedse meisje met de vlechtjes die de internationale politiek ter verantwoording heeft geroepen voor Global Warming) voor de paarden die in Nederland aan de bel durft te trekken en op een mondige manier de KNHS wakker gaat schudden.

Iemand die dapper genoeg is om te durven zeggen dat de KNHS moet ophouden de problemen voor zich uit te blijven schuiven, de discussie niet aan te gaan en de andere kant uit te kijken. Terwijl Maarten van Stek al eens had gevraagd wanneer ik de knuppel nou eens in het hoenderhok ging gooien, vond Atjan Hop dat ik met deze blog, die ik ook hem had toegestuurd, wel heel erg met de zevenmijlslaarzen door de problematiek heen liep. Dat was ook een beetje mijn opzet. In de hoop op een reactie, heb ik deze blog aan nog een aantal professionele paardenmensen gestuurd die ik de afgelopen paar jaar voor mijn hoefslagbloggen heb mogen spreken.

Reacties uit de paardenwereld

En die reacties kwamen. Een enkeling gaf zondermeer toe zich te weinig in dit probleem te hebben verdiept om er een mening over te geven. Een ander was te druk met wedstrijden om er eens diep over na te denken. Weer een ander wilde niet aan dit soort negatieve kritiek meewerken. Dat was er al genoeg.

Maar KNHS-instructrice en Grand Prix ruiter Jiska De Roos- van Den Akker (berijdster van Totilas in zijn jonge jaren), Grand Prix ruiter en oud Deurne-ganger Remy Bastings, hippisch journaliste en auteur van paardenboeken Tessa van Daalen-de Graaff, Olympisch springruiter en puur door praktijk gevormd paardenman Albert Voorn, mijn trouwe steun en toeverlaat, subtop dressuurruiter Maarten van Stek en Lipizzanerman en coach Atjan Hop hebben de moeite en tijd genomen hun mening te geven. De een wat voorzichtiger dan de ander, maar wel allemaal heel duidelijk met hun eigen standpunt. Duidelijk wordt dat er wat moet gebeuren, maar dat het een zeer complex probleem is.

Die reacties kun je lezen in mijn volgende blog.

Auteur: Liz Barclay

Blog Liz Barclay Nederland Paardenland

Mijn jaarlijkse weekje Nederland viel dit jaar samen met de KWPN hengstenkeuring in Den Bosch. Bij mijn aankomst op Schiphol stond Maarten van Stek al in aankomsthal 2 te zwaaien.

Zo heel fijn om opgehaald te worden! En dan ook nog door een man die op twee benen rondloopt, alsof er niets gebeurd is. Maarten brak vorig jaar bij een val met zijn paard zijn been op twee plaatsen, maar gelukkig zit hij sinds een aantal maanden weer in het zadel.

Er viel die avond veel bij te praten en dat gebeurde bij een heerlijk bord boerenkool met worst. En natuurlijk, het ging bijna de hele tijd over paarden. Maarten is altijd heel geduldig met me en beantwoordde ook dit keer uitgebreid de vragen die ik voor hem had opgespaard.

Samen naar de Dijckhoeve

De volgende ochtend scheen de zon prachtig over het vlakke land met zo hier en daar een vleugje wit van een onverwachts hagelbuitje. Maarten wees naar de nieuwe binnenbak op het prachtige complex van Sportstal Dijckhoeve. Een bak die haast Amerikaans aandoet met z’n doorzichtige wanden. Luchtig en toch beschermd rijden is een luxe die wij hier nog weinig zien.

Blog Liz Barclay Nederland Paardenland

En toen kwam dat moment dat ik Maarten weer op zijn William zag stappen. Ik had me zo voorgenomen om geen traantje te laten. Mislukt. Een heel jaar weggevaagd alsof er niets gebeurd is. William zag er zelfs beter uit dan ooit tevoren. Wissels klinkklaar en passage en piaffe zoveel zuiverder en reglmatiger, hoe kan dat toch?

Team William

Iedereen noemt zich een team tegenwoordig. In dit geval noemt niemand zich iets. Ze doen het gewoon en dat is dat. Marc, Miriam en Feline. Marc, Maarten’s man en allertrouwste toeverlaat, onvermoeibaar en de stabiele lijn op de momenten dat dat nodig is. Mirjam, de trouwe vriendin en leerling, die Maarten na zijn val overal mee naar toe gesleept heeft gedurende zijn revalidatie nadat knie, voet en onderbeen weer aan en in elkaar gezet waren.

Blog Liz BarclayNederland Paardenland

Feline, nog zo’n trouwe vriendin en leerling, die de zorg en het rijden van William op zich had genomen, en hoe!

Dit prachtige proces van geven en nemen op een zo natuurlijke manier was zo voelbaar, daar in de binnenbak op de Dijckhoeve. Maarten was aan het uitstappen toen Miriam binnenkwam op haar merrie. De gedrevenheid en enthousiasme van Maarten maakten van Miriam en Diamond Girl (v.Negro) binnen de kortste keren in een zelfverzekerd paar. Daardoor begon de merrie zoveel soepeler te lopen, dat het een genot was om te zien.

Wat een zit!

Feline had ook nog een les voor ik naar de Achterhoek zou vertrekken. Vorig jaar had ik Maarten haar paard zien rijden. Feline Wiltenburg-Ginsel heeft zich gespecialiseerd in het geven van zitlessen. Als ik hier zou wonen, stond ik bij haar in de rij.

Feline zit werkelijk mooi en stil met benen die zoveel langer lijken dan ze zijn, zo knap en om jaloers op te worden. Daarbij heeft zij een warme persoonlijkheid waardoor je je onmiddellijk op je gemak voelt en ik kan me zo voorstellen dat haar zitlessen alleen daardoor al bij de ruiter een ontspanning creëren waardoor alle ledematen veel makkelijker op hun plek kunnen vallen.

Door naar de Achterhoek

De vader mijn vriendin Elze was voorzitter van ponyclub de Viersprong in Toldijk. De mijne werd er penningmeester. Later zaten we samen op Landelijke Rijvereniging de Zevensteen in Steenderen. Haar schoonvader, Hans Vleemingh, was er instructeur. We hadden zoveel lol en we leerden er doorzetten. Geen binnenbak en alle wedstrijden nog op gras, dus vaak baggerden we regelmatig stijlvol door de modder.
Als ik bij Elze aankom, dan voelt het als thuis. Samen gaan deze twee vriendinnen voor het leven al jaren een paar dagen naar de hengstenkeuring in Den Bosch.

We waren nog niet binnen, of we hadden de twee grote armen van Roeland Elshuis om ons heen. Elshuis is een goede vriend van Elze en paardenman in hart en nieren. Ik vroeg natuurlijk onmiddellijk naar zijn hengst King Schufro die vorig jaar voor het verrichtingsonderzoek was aangewezen.

Roeland vertelde dat hij toch besloten had een andere weg te bewandelen en dat de hengst nu bij Remy Bastings stond.

Elkaar vertrouwen met een handdruk

Een telefoontje later zaten Roeland, Remy en ik samen aan een tafeltje bij de KWPN-stand. Roeland had me al verteld dat Remy in Deurne instructeur was geweest en, echt, ik kijk tegen dat soort mensen op.

Er was nog iets waar ik gedurende dat gesprek tegenop keek. Roeland heeft Remy mede-eigenaar van King Schufro gemaakt zonder geld uit te wisselen. “Ik heb misschien een goed paard gefokt, maar ik heb wel een ruiter nodig die hem kan maken.”Ik keek naar twee mannen die alle twee eerlijkheid uitstraalden en beiden bereid waren om elkaar met een handdruk te vertrouwen.

“Tja, dat moeten we dan nog gaan bewijzen als het een keer niet zo goed gaat tussen ons,” zei Remy met een knipoog.

Blog Liz Barclay Nederland Paardenland remy bastings

Hoe klein is de paardenwereld!

Toen ik Remy naar zijn verleden in de paardensport vroeg, vertelde hij dat hij een jaar bij Johann Hinnemann had gezeten. Laat ik nou in een van mijn vorige blogs over de toevallige ontmoeting met de Olympische amazone Leonie Bramall hebben geschreven, in diezelfde tijd ook werkzaam bij Hinnemann. Remy glunderde nog toen hij over de Olympische Spelen in Atlanta vertelde, waar hij haar en haar paard had bijgestaan als groom en oog op de grond.

Ouderwetse zelfdiscipline

Ik nam de vrijheid om nog even naar de mening van Remy te vragen over een aantal ontwikkelingen in de paardensport die ik, of niet zo goed begrijp, of zelf misschien niet zo geslaagd vind. Over het wig dat tussen klassiek en ‘modern’ rijden was hij heel duidelijk. “Je doet wat bij het paard past en wat dat is maakt mij niet uit, zolang het paardvriendelijk is.”

Over de verkorte Grand Prix proef: “Heb ik nog niet gereden, dus kan ik niets over zeggen. Hoeft niet verkeerd te zijn.” En over het weghalen van de laatste drie cijfers op het protocol: “Als het goed is, zit dat er bij ieder cijfer van de jury in.”

Wel vond hij dat aan de discipline van de jonge generatie paardenmensen nog wel eens wat mankeert en dat werd er nou juist in Deurne met de paplepel ingegoten.

Hier sprak een paardenman die nog een beetje van ‘de ouwe stempel’ is, maar wel met een moderne kijk en niet bang voor veranderingen, als ze de sport ten goede komen.

Nog even over de keuring

Remy is ook niet bang om de verantwoording te nemen voor zijn mening. “Ja, dat mag je van mij schrijven. Er zullen betere ruiters en ook betere ruiterbegeleiders moeten komen om de hengsten een eerlijker kans te geven gedurende het verrichtingsonderzoek, zodat de hengsteneigenaren hun hengst niet met ingehouden adem hoeven achter te laten.”

Ook is Remy duidelijk over de manier waarop sommige hengsten in Den Bosch getrixt voorgesteld worden en hoe regelmatig de grootste stap en meest spectaculaire draf gewaardeerd worden, terwijl dat helemaal niet hoeft te zeggen dat dit op lange termijn de beste sportpaarden of best verervende hengsten zijn.

Nog een leuke ontmoeting

Terug op de tribune herkende ik zomaar Linda Leeflang van een foto die ik van haar mocht gebruiken voor een eerdere blog. Het vak van paarden klaarmaken voor de hengstenshow en het voorbrengen zijn onderdelen van de paardenwereld waar in de paardenjournalistiek naar verhouding weinig aandacht aan besteed worden, terwijl het vakmansschap bijzonder is.

Ook met haar mocht ik een gesprekje hebben. Een leuke ontmoeting met een spontane jonge vrouw, maar daar schreef ik de vorige keer over in mijn blog ‘Nederland Paardenland – deel 1’.

Liz Barclay

Hengstenkeuring Den Bosch met meer drama dan ooit.

blog liz barclay

Toen we op vrijdagochtend voor de hengstenkeuring aan kwamen rijden bij de Brabanthallen in Den Bosch stonden de bordjes ’uitverkocht’ al aan de weg. Tja, de Black Magic Show, daar ging half paardrijdend Nederland de weg wel voor op.

We zaten nauwelijks op de tribune of nummer 317, de hengst Le Formidable (v. Bordeaux), kwam binnen. “Zitten we nou meteen al naar de kampioen te kijken?,” zei ik half grappend voordat er al geklapt werd. Later, toen ik Lorna Wilson tegenkwam van Elite Stallions UK (zie deze vorige blog) bevestigde zij dat gevoel.

Met kop en schouders

Deze vakkundige vrouw, die haar kennis al jaren heel slim vanuit Nederland en Duitsland mee terug naar Engeland genomen heeft, vond de afstammelingen van Bordeaux er met kop en schouder bovenuit steken. Dat vond de keuringscommissie trouwens ook met vijf zonen door naar het verrichtingsonderzoek.

Zelf viel ik helemaal op Lloyd, een jonge Governor (vm. Charmeur). Misschien niet de allergrootste showbink, maar wel een krachtpatser die in mijn ogen prachtig liep. Ik blijf vinden dat die showbinken misschien prachtige wedstrijdpaarden zijn, maar voor de fok wil ik toch bij mijn bescheiden mening blijven dat een extravagante draf misschien niet altijd het beste is voor op de lange duur. Als de galop goed is kun je de draf maken, heb ik altijd geleerd.

Afscheid Glock’s Johnson

Naarmate de dag verliep werd het drukker. De hengstenkeuring is tegenwoordig meer dan alleen maar af- en doorverwijzen. De mensen willen romantiek en daar zit het drama onlosmakelijk aan vast. Dit jaar helemaal en het begon met het afscheid van Glock’s Johnson.

Hoe Hans Peter Minderhoud z’n toespraak nog min of meer droog heeft afgekregen, geen idee. Het is ook wat om te weten dat je na al die jaren succes, wat alleen maar kon door dag in dag uit samen keihard aan de slag te gaan, voor een publiek wat uit z’n dak gaat nog even te moeten vertellen wat je samen met de ‘koning’ allemaal wel niet hebt meegemaakt.

Hoeveel paarden worden er niet onder het gat van ruiters weggehaald en verkocht als er maar genoeg flappen voor terug komen. Vaak ook juist als de top in zicht of net bereikt is. Door het sponsorschap is er veel mogelijk geworden, maar de andere kant van het verhaal is die afschuwelijke afhankelijkheid.

Black Magic

Daar zouden we later op de avond nog een keer mee geconfronteerd worden, en hoe! De camera moest natuurlijk close-up op het emotioneel vertrokken gezicht van Edward Gal toen hij, na samen met Hans Peter en de twee zwarte hengsten de show gestolen te hebben, Totilas binnen zag komen.

Ik werd er eerlijk gezegd een beetje naar van. De druk moet voor deze twee paardenmannen die dag zo immens zwaar zijn geweest.

Maar de Black Magic deed zijn werk. Met z’n allen hebben we gestampt, geklapt, gefloten en gejuicht voor paard en mens als nooit tevoren.

Het gaat om geld

Laten we wel even eerlijk blijven. Het gaat natuurlijk allemaal om geld. De paardenfokkerij en handel nemen in Nederland een aanzienlijke plaats in de economie in. In 2014 exporteerde Nederland voor 273 miljoen euro aan paarden naar het buitenland. De gemiddelde prijs die een Amerikaan voor een Nederlands paard betaalt is 66 duizend euro (heb ik gelezen op NRC.nl). Als aan het eind van de tweede dressuurdag bij de Select Sale een niet-doorverwezen hengst voor zo’n 20.000 euro van de hand gaat, roept iedereen, ‘oh, wat goedkoop!’

Het KWPN kent zijn pappenheimers. Wij houden van paarden, van hun beweging, hun uitstraling. En we hebben daar ongelofelijk veel voor over. Als deze twee topruiters voor ons hun ziel blootleggen op zo’n avond, dan zijn de kaartjes allemaal verkocht en floreert achter de schermen de handel. In paarden en in kwakjes.

Ik bekritiseer niet, ik noteer. Maar ik heb het er soms wel moeilijk mee.

Nog meer tranen

Op het moment dat Le Formidable tot kampioen dressuurhengsten door de jury werd benoemd, liep Jeroen Witte met de Bordeaux-zoon vlak bij ons langs de tribune. Deze stoere voorbrenger sloeg zijn grote knuist voor zijn ogen en je zag daar weer hoe ongelofelijk veel er in deze dagen gestopt wordt. Hoe de spanning oploopt na maanden werk en druk op de ketel.

Alles wat er in de voorafgaande maanden aan zorg is ingestopt, moet in een dag op z’n plek vallen. Het is zo’n ander vak dan wedstrijden rijden, waarbij de ruiters meestal altijd een langere band met hun paard kunnen opbouwen.

Linda Leeflang

Vandaar dat ik het leuk vond om nog even met Linda Leeflang te praten. Een van de weinige vrouwen die hengsten klaarstoomt voor deze keuring. Ik had vorig jaar even contact via messenger met haar gehad omdat ze King Schufro van Roeland Elshuis (nu bij Remy Bastings, zie volgende blog) voor de keuring had klaargemaakt en zag haar lopen met Liverpool (v. Apache) die doorverwezen werd voor het verrichtingsonderzoek.

Deze jonge spontane vrouw met een bonk energie die zo duidelijk van haar afstraalt, geniet van haar vak. Ze vertelde hoe ze juist zo fijn kan werken met een wat rillerig type hengst. Dertien paarden op stal en ze werkt ze allemaal zelf.

Linda is ook nuchter. “Als ze echt moeten lopen dan laat ik dat graag aan mijn vrienden Jordy en Teunis Andeweg over. Die kunnen dat veel beter dan ik, maar in de kooi doe ik het graag zelf. Die hengsten kennen me natuurlijk ook al een tijdje en dat werkt op die manier beter.”

Nooit loslaten

Wij kijken naar de hengsten en mogen de mensen in hun witte pak niet vergeten. Niet alleen halen zij het beste uit de hengsten. Kijk maar hoe ze een rillerige of een wat flegmatieke hengst ‘helpen’ om op het juiste moment te ‘stralen’’. Maar ook hoe die vier keuringsdagen ieder jaar weer vrijwel zonder ongelukken verlopen.

Dat heeft helemaal te maken met de vakkunst en behendigheid die deze paardenmannen en vrouwen laten zien. Met rooie koppen en buiten adem weten ze altijd weer op de goeie plek te staan om vooral de voorbenen van deze uitbundige, vaak ook gestreste, jonge hengsten te ontwijken, zonder ook maar ooit dat touwtje los te laten.

Bij de tuigpaardhengsten wordt er daar door dat extreem felle voorbeen nog een enorme schep boven opgedaan. Ik kijk daar met zoveel respect naar.

Paardenmensen mogen huilen

Ik kijk dus niet alleen naar al die glanzende paardenlichamen maar net zo goed naar het ultieme

vakmanschap dat gedurende dit festijn in de Brabanthallen is verzameld. En geniet daarvan.
En als er dan afscheid genomen moet worden of er wordt er eentje kampioen dan mogen van mij die paardenmannen huilen. Blij dat die stoere kerels het kunnen…

Liz Barclay

Volg ons!

0FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer