Tags Posts tagged with "Liz Barclay"

Liz Barclay

0 1050
blog liz barclay jacht

Zo nu en dan grijp ik terug op mijn ervaringen na mijn verhuizing naar Cornwall van dertig jaar geleden, maar ik bleef ook van de ene verbazing in de andere vallen. Dit was zo’n hele andere wereld dan ik gewend was. Zelfs het hippische taalgebruik; bijvoorbeeld de termen ‘to destroy’ en ‘bailing out’ deden bij mij de mond openzakken.

In mijn allereerste blog schreef ik over mijn ontmoeting met de graaf en zijn vrouw Diana, die een nieuwe groom zochten. Alhoewel ze die snel gevonden hadden, konden ze toch ook mijn hulp wel aardig gebruiken. John en Diana importeerden namelijk ieder jaar een paar jonge, net zadelmakke, paarden uit Ierland en dat betekende dat er nog een hele hoop moest gebeuren voor die beesten redelijk bestuurbaar waren.

En nu hadden ze zomaar een ruiter naast de deur die het heerlijk vond om eindeloos met een paard te klungelen totdat het rechtuit kon lopen, een gebalanceerd bochtje kon maken en lekker in de hand lag gedurende een galopje door de uitgestrekte natuur. En ik was allang blij dat ik een goed paard onder m’n gat had en zelfs mee op jacht werd uitgenodigd zonder dat het me een cent kostte.

Trainen op een hellinkje

En zo begon er een totaal ander hoofdstuk in mijn rijcarrière; eentje zonder buitenbak, want die hadden ze helemaal niet, en bijna altijd op een hellinkje. Die buitenbak, die miste ik wel en binnen een paar jaar stond er bij mij een graafmachine op het erf om een stukje land van zo’n 20 bij 40 vlak te maken.

Maar tot die tijd deed ik alles met die jonge paarden in een stevig glooiend weiland, in het steile bos of op de uitgestrekte vlaktes van de Bodmin Moor.

He’s a good arse… I tink’

Wel wennen, hoor. Vooral de grote brede ruin Itink (spreek uit: Aitink) zal ik nooit vergeten. De naam refereert aan wat de Ierse paardenhandelaar zei toen mijn buurvrouw met hem onderhandelde: ‘He’s a fe…ng good arse… I tink.’ Keurige vertaling: het is echt een superpaard…denk ik.

Itink vond het leuk om zijn nek zo’n 90 graden naar links te draaien en bijna naar achteren kijkend tijdens zo’n geweldig Engels jachttafereeltje de heuvel af te knetteren. Om dat op te lossen hadden ze deze onbenullige 4-jarige al een stang en trens in de mond gedrukt.

blog liz barclay jacht

Leuke uitdaging voor me. Na een jaar werd hij verkocht, nu lopend op een lekker trensje, aan de Master van een andere hunt die later zei dat Itink het fijnste jachtpaard was dat ‘ie ooit gehad had. Geslaagd voor mijn zelf-ontworpen Cornische privé paardentrainer examen!

‘To destroy’

Op een mooie voorjaarsdag stonden Diana en ik voor de stal van één van haar oudere paarden die kreupel was. Ze zei: ‘Liz, I am afraid he will have to be destroyed.’ Destroyed? Vernietigd… ik schrok me rot! Ik durfde het woordje ‘inslapen’ nog niet in de buurt van mijn hond of poes te zeggen. En hier, zo voor de stal, werd er over vernietigen gesproken.

Dit hoor je hier nu niet zo vaak meer. Euthanaseren is ook in Engeland inmiddels de algemene term. ‘Vernietigen’ (in Nederland zeiden wij trouwens ook ooit ‘afmaken’) komt uit de tijd dat alle mensen die op vossenjacht gingen nog boeren waren die elkaar hielpen om hun land veiliger te maken voor hun lammetjes en net geboren kalveren. De vos was, is nog steeds, hun vijand en er waren er zo ontzettend veel. Diana was geboren en getogen op het platteland en een paard hoorde gewoon bij de veestapel met bijbehorend vocabulaire.

‘Bailing out’

Niet lang daarna was er nog zo’n moment dat ik werkelijk van verbazing bijna van m’n paard viel. De jacht was al diep een bos ingedrongen. Het was er afschuwelijk steil, rotsachtig met zo nu en dan diepe moddergaten en aan paden deden die Engelsen niet. Diana keek achterom om te zien hoe ik erbij hing en zei: ‘Zo direct, beneden kan het zijn dat de modder aan de kant van de rivier gevaarlijk diep is. Als je je paard voelt zinken ‘you should bail out!’

Was ik twintig jaar lang bezig geweest om er op te blijven zitten en nu werd er van me verwacht dat ik er, naar beneden roetsjend, af zou springen! Dit ging zo enorm tegen mijn natuur in. Achteraf begreep ik het wel, maar dat was ook het moment dat voor mij de maat vol was.

Terug naar m’n bakje

Ik vond het allemaal hele aardige mensen en wilde er best blijven trainen, maar die jacht, die kon me echt gestolen worden. Een keurige Engelse dame die vroeger als kind met haar ouders op jacht werd meegesleept, omschreef het ooit prachtig voor me: ‘I was either bored to tears or scared sh..less’.

Dat ‘bored to tears’ heeft te maken met de bloeddorst. Men kan eindeloos bij een vossenholcomplex staan wachten, luid kloppend met karwats op hun laars, om de vos te bewegen te voorschijn te komen. Want men is hier geen sport aan het bedrijven, maar bezig met ‘pest control’. Ik begreep het wel maar ik wilde toch oh zo graag terug naar m’n bakje.

Mevrouw May, Brexit en de jacht

Inmiddels is de wet al een tijdje veranderd en alleen de drijfjacht is legaal. De oude generatie jachtruiters die dat moeilijk kan accepteren, is langzaam aan het verdwijnen en door de jongere generatie wordt er minder moeilijk over gedaan. Toch… na die afschuwelijke Brexit en met mevrouw May achter het politieke stuur vraag ik me af wat er nog weer teruggedraaid kan worden. Om stemmetjes te winnen heeft die draaikont het zo’n beetje beloofd… Ik ben benieuwd!

Nieuwe hunter

Diana is inmiddels de tachtig gepasseerd en heeft net weer een nieuwe hunter aangeschaft. Trots liet ze de merrie aan mij zien om daarna terug in de keuken een tweede glaasje whiskey in te schenken. Namelijk, ‘you can’t fly on one wing’. Een prachtig Engels gezegde waar ik natuurlijk geen nee tegen kon zeggen…

0 4322

‘Hickstead’, dat vorige week plaatsvond, is een beroemd hippisch evenement. Volgens mij denken wij Nederlanders meteen aan springen. Vooral als Jur Vrieling meteen een derde plaats bemachtigt op de eerste dag van de internationale springrubrieken. Maar er gebeurt zoveel meer. Veel Engelse paardenliefhebbers zijn vooral geïnteresseerd in de showklassen. En daar zijn er ein-de-loos veel van.

Teveel om op te noemen!


De krant stond er vorige week vol mee, met wie er in Cornwall allemaal gekwalificeerd waren. Hier wat rubrieken: Working Hunter Pony, Mountain and Moorland Working Hunter Pony, Intermediate Working Hunter, Lead Rein Show Pony, Show Pony, Non Native Coloured, Open Mountain and Moorland Lead Rein, Light Weight Hunter, Middle Weight hunter, Heavy Weight Hunter…en ik ben nog niet echt begonnen, teveel om op te noemen!

Engelse paardencultuur

Het is een heel vreemd wereldje, de Engelse hippische showwereld. In eerste instantie wel leuk om te zien. En zeker als je een beetje Anglofiel bent, razendleuke hoedjes en al die prachtige geruite tweed jasjes, rokken, tasjes, hondendekjes; het kan niet op.

Toen ik voor de eerste keer in Cornwall op de Camelford Agricultural Show zo’n ontwapenend en verlegen lachend jochie van een jaar of vier op zijn glimmende ponietje zag zitten met parmantig gezette moeder helemaal enthousiast omdat mijn partner ze op de foto wilde zetten, vond ik het ook heel leuk.

Vetrollen

Door de jaren heen heb ik helaas te veel vetrollen in deze rubrieken gezien om het nog leuk te vinden. En dan heb ik het nu even over de paarden, want over te zware ruiters is een tijdje terug al heel wat te doen geweest.

Het lijkt er bij te horen. Alleen in de Working Hunter rubrieken zijn de paarden in goede en fitte conditie. Voor de rest is het gros zodanig dik dat hoefbevangenheid zonder meer op de loer ligt en een hartaanval ook met al dat vet om de longen.

Vooral omdat deze rubrieken een voortvloeisel zijn van de vossenjachtcultuur, vind ik dat vreemd. Het is duidelijk een eigen leven gaan leiden, waarschijnlijk te vergelijken met de Labrador, die niet alleen als jachthond, maar ook als een wat verder uitgezet en minder gezond showtype gefokt wordt.

Bijzetteugel en stang en trens


Als ik me dan al niet doodgeërgerd heb op zo’n show waar ik met afgrijzen kijk naar een rubriek voor vierjarigen, allemaal met een stang en trens in de mond en bijna het hele spul allemaal keurig achter de loodlijn, lekker naar beneden hangend, dan hou je vast.

Het wordt nog steeds gedaan, op stal iedere dag een paar uur aan de bijzetteugel staan. Dan wennen ze aan dat model. Daar schrok ik toch wel van, toen ik dat voor de eerste keer zag. Ook nog bij een zeer kundige paardenvrouw die ik graag mocht.

Snor- en baardharen

Het gekke is, het zijn eigenlijk allemaal hele aardige mensen, die echt ontzettend veel van hun paarden houden. Er wordt gepoetst en gewassen, geen chemisch middeltje gespaard, om hun geliefde viervoeter in z’n beste zondagse pak in de ring te laten verschijnen.
En natuurlijk moeten daarom ook al die snor- en baardharen eraf!

Meegaan met de tijd, hmm…

Wanneer gaan die Engelsen nou eens een keertje mee met de tijd. Hoe leuk dit soort cultuurfratsen in eerste instantie ook lijken, het kan zoveel diervriendelijker zonder dat het hele gebeuren er ook maar een pietsie onder lijdt.

Toen, nog niet zo lang geleden, een klant aan me vertelde dat ze toen ze, op mijn advies, het gewaagd had met een trensje in de ring te verschijnen, op de laatste plaats terecht kwam, werd ik zo verdrietig.
Opmerking van de jury nadat hij haar paard gereden had: ‘Leuk paard, maar u weet toch, een showpaard hoort in stang en trens.’

Einde verhaal…

 

Liz Barclay groeide op in Gelderland. Verbleef enige tijd in de USA om zich daarna te vestigen in Cornwall (UK). Daar is ze actief als dressuurtrainer, heeft ze vele leerlingen, waaronder eventing ruiters. Ze ging ‘terug naar haar roots in Gelderland’ toen ze het boek ‘The farmer, The Coal Merchant, The Baker’ schreef. Een boek waarin ze terugblikt naar de invloed van grote fokkers uit Gelderland: Henk Nijhof, Johan Venderbosch en trainers Roelie Bril en Jan Oortveld op de hedendaagse dressuursport. Meer informatie: http://www.youcaxton.co.uk/thefarmer/

Foto: Shutterstock.com

0 1491

Het is geen gemakkelijke taak, jureren. Hoe goed je het ook doet of bedoelt, altijd is er wel weer iemand die het er helemaal niet mee eens is. Ik ken het ongemakkelijke gevoel van beide kanten, als ruiter en als jurylid. Het voelt niet prettig als je voor bijna een hele dag je best zit te doen en dan door een chagrijnige ruiter met de nek wordt aangekeken.

Verbouwereerd gekeken naar het scorebord

Als ruiter heb ik altijd gewoon even geslikt en gedacht, de volgende keer zal ik wel weer degene zijn die een beetje mazzel heeft met een score aan de hoge kant, want dat gebeurt ook. Alleen die ene keer, toen ik in het Z volledig onterecht tweede werd en daarom niet naar de halve finale kon, stond ik verbouwereerd naar het scorebord te kijken. Het feit dat de winnaar naast me stond en zich verontschuldigde met de woorden, ‘you should have won this’, maakte het een heel klein beetje goed. Ik kan dus zeggen dat ik mij gedurende mijn hele wedstrijdcarrière nooit erg druk heb gemaakt als de jury er naar mijn gevoel een beetje naast zat, behalve die ene keer dan en daar kan ik goed mee leven.

Tevreden op de laadklep na twee fijne proeven

Hobbyruiters, subtop en top

Er zijn, even heel kort door de bocht, drie soorten wedstrijden. De plaatselijke wedstrijden, waar op bijna alle niveaus gereden wordt en de semiprofs en hobbyruiters nog in dezelfde ring presteren, de wedstrijden waar alleen maar op de hogere of hoogste niveaus gereden wordt en waar een groter deel van de ruiters hun brood in de paarden verdient ( veelal subtop), en de internationale wedstrijden met de ‘crème de la crème’, allen op en top profs. Zo ligt het tenminste hier in Engeland en ik neem aan dat Nederland daarin niet zoveel verschilt. Ik denk dat ik mijzelf semiprof kan noemen en ik meld dit feit alleen om aan te geven vanuit welke hoek ik redeneer.

Een gewoon paard

Toen ik nog wedstrijden reed hier in Engeland, zaten er ‘gewone’ paarden en hele goeie in mijn klasses, afhankelijk van wat ruiters konden en wilden betalen. Dat is niet veranderd en de meeste van mijn pupillen zitten nu in hetzelfde schuitje als ik toen. Mijn eigen wedstrijdpaard was een ‘gewoon’ paard waarmee ik drie jaar PSG en even Inter I gereden heb. Omdat er in Cornwall en Devon maar heel weinig ruiters zijn van dat niveau, was het altijd vrij makkelijk om voor de halve finales te kwalificeren. Daar, op die halve finales, ging het niveau zo enorm omhoog dat ik zonder meer accepteerde dat Marie en ik samen in de grijze massa zouden verdwijnen. Ik was al blij dat ik er reed en als ik rond de 65% zat, was ik dik tevreden. Dat verhoogde niveau had voor een deel te maken met het feit dat mijn ‘gewone’ Engels gefokte paard qua beweging niet tegen die andere geselecteerde superknollen, vaak uit Nederland geïmporteerd nota bene (wat een grap!), op kon boksen. Er werd mij regelmatig door mijn trainer verteld dat als ik een paard met meer beweging had ik bij de subtop kon horen. Heel aardig van d’r en ik zal nooit weten of ik het in me had want ik had al lang besloten gewoon tevreden te zijn met wat ik had omdat ik teveel van m’n tuin en en andere tijdrovende activiteiten hield.

Dressuur… of bestgaand rijpaard?

En toch begrijp ik het niet helemaal. Als ik naar een super bewegend paard kijk begint mijn hart ook sneller te kloppen. Maar hebben we het dan niet over de kwaliteit van het paard en is dat niet een soort bestgaand rijpaardenrubriek? Is dressuur niet dat als een paard, door goed gereden te worden, zijn volledige 100% aan de ruiter geeft, en op dat moment met correct ruggebruik en durchlassigkeit de gevraagde oefeningen volgens het boekje doet, het net zo goed een hoog cijfer verdient als de extravagant bewegende superknol? Oké, dan krijgt dat superpaard voor mijn part een 10 voor beweging, maar het is toch wel teleurstellend als de hoeveelheid geld die je aan een paard uitgeeft gaat bepalen wat je dressuurscore is en niet de rijtechnische vaardigheid.

Dressuur is een kunst en dus een persoonlijke ervaring

Op dat moment, dat de mening niet door allen gemeenschappelijk wordt gedeeld, wordt dressuur een persoonlijke ervaring en is het zoveel gecompliceerder dan een springwedstrijd waar bij een weigering, of een balkje eraf, er geen twijfel bestaat. Op dat moment is dressuur, in tegenstelling tot springen, meer kunst dan sport. Zoals een schilderij of een toneelstuk of dans totaal andere gevoelens kunnen losmaken.

Sleutelen aan de jureercode

Ik weet niet zeker of ik nu recht van spreken heb en m’n nek te ver uitsteek, maar ga het toch proberen. Is het zo dat dit probleem tot op het hoogste niveau door te voeren is? Neem Valegro, niet een groot bewegend paard maar toch de ‘King of Dressage’ genoemd. Hoeveel kritiek moest dit paard wel niet ontvangen voor zijn hoge scores. Is dat een van de redenen waarom de FEI opnieuw aan het sleutelen is aan de jureercode, in de hoop deze weer een stuk meer waterdicht te maken, maar waar Carl Hester zich zo’n zorgen over maakt? Dit in combinatie met het probleem van onderling afwijkende juryscores wanneer er drie of meer om de baan zitten; een heel moeilijk oplosbaar probleem, want ja, steekt toch misschien dat persoonlijke gevoel z’n rotkop weer op. Het is natuurlijk verschrikkelijk zuur als een ruiter z’n kwalificatie voor een landenteam niet krijgt door een toevallige lage score, misschien onverdiend ook nog, op een belangrijke wedstrijd. Het is afschuwelijk als je denkt dat jij eigenlijk de wereld- of Olympisch kampioen had moeten zijn en het gaat door een ongelukkige juryscore naar een ander (dit staat trouwens zover van mijn bed dat ik me er niet eens mee kan vereenzelvigen).

Meegroeien met de dressuurevolutie heel belangrijk

Het is ongelofelijk belangrijk dat er altijd weer gekeken wordt hoe een sport op alle fronten in zijn eigen evolutie mee kan groeien. Er staat zoveel meer op het spel dan vroeger. Het is van een uit de hand gelopen hobby voor de welgestelden -ik denk bijvoorbeeld aan dressuurgod Reiner Klimke die advocaat was- een beroepsmatige sport geworden waar hopen geld in omgaan. De paarden zijn om te beginnen al zo ongelofelijk duur en het hele zaakje hangt van sponsors aan elkaar.

Ondergetekende brief van zestien internationale ruiters

Het is dus telkens belangrijker dat de jury het bij het rechte eind heeft want er staat zoveel meer druk op de ketel. En hoe dat moet in de toekomst, ik weet er te weinig van om daar een genuanceerd antwoord op te geven, maar wel ben ik blij dat zestien internationale ruiters, onder wie Carl Hester, Steffen Peters, Edward Gal en Hans-Peter Minderhoud, een open brief hebben geschreven aan de commissie, die nu met de nieuwe jurycode bezig is, om niets te snel te beslissen en ook goed naar de ruiters te luisteren. Iets dat al zoveel jaren zo heel gevoelig ligt, mag niet iets worden waar niet alleen de ruiters, maar ook de juryleden de dupe van gaan worden. Vergeet niet hoe rot ook zo’n jurylid zich moet voelen als er weer zo’n enorme vlaag kritiek komt na wat een mooie dag had moeten zijn.

Even mijmeren: soms verlang ik terug naar zo’n aardige meneer met borstelige wenkbrauwen in z’n beste corduroy broek en op zondagse klompen, die achter een houten tafeltje aan een jongedame de cijfers doorbromde. Als ik dan jong en een beetje zenuwachtig lachend groette aan het einde van m’n proefje, dan wist ik eigenlijk al, het zit wel weer goed vandaag…

Liz Barclay groeide op in Gelderland. Verbleef enige tijd in de USA om zich daarna te vestigen in Cornwall (UK). Daar is ze actief als dressuurtrainer, heeft ze vele leerlingen, waaronder eventing ruiters. Ze ging ‘terug naar haar roots in Gelderland’ toen ze het boek ‘The farmer, The Coal Merchant, The Baker’ schreef. Een boek waarin ze terugblikt naar de invloed van grote fokkers uit Gelderland: Henk Nijhof, Johan Venderbosch en trainers Roelie Bril en Jan Oortveld op de hedendaagse dressuursport. Meer informatie: http://www.youcaxton.co.uk/thefarmer/

Foto: Remco Veurink

0 535
Princess Anne attends Ladies Day at the annual Royal Ascot horse racing event. Ascot 2012

Mijn man is zeeman. We zijn jarenlang samen naar zee geweest. Lange tochten om privézeiljachten naar hun nieuwe plek van bestemming te varen. Nu ik alweer jaren in de paarden zit betekent het dat hij veel weg is, maar ook dat wanneer hij thuis is ik mij een beetje aan moet passen en zo nu en dan de rijbroek moet vervangen voor een waterdicht pak om voor crew te spelen op zijn kleine racezeilbootje.

Dat is geen straf; het is een fysieke uitdaging -veel in en uit de boot op dek klimmen en balanceren om zeilen en spinakers te goed op te zetten- en ook een totaal andere sport…of niet? Daar heb ik vanochtend een heel leuk en interessant gesprek met mijn voormalige hoefsmid Paul Martin over gehad. Paul heeft namelijk twee jaar geleden de hamer en vijl aan de wilgen gehangen en is naar Antigua vertrokken om voor een chartermaatschappij zeiljachten te verplaatsen, al of niet met gasten aan boord. Gedurende zijn laatste jaren als hoefsmid had hij in zijn vrije tijd alle benodigde papieren behaald, geen kleinigheid en petje af.

Prinses Anne aan het roer

Ooit werd ik aan het roer gezet van een zeiljacht, Riot genaamd. Doodeng, maar ook superspannend. Ik voelde hoe de golven me zijwaarts duwden, maar was altijd net te laat met het bijsturen en zo slingerden we de haven uit, net zoals een slechte A-C lijn. Na een tijdje begon ik te voelen wat er ging komen, niet wat er al was en begon Riot minder te slingeren. Toen de eigenaar, een bekend zeezeiler uit Cowes, vroeg hoe ik het vond, zei ik: ‘Net als paardrijden, je moet reageren voor het gebeurt en dat is best moeilijk maar ook superleuk om te doen.’ ‘Hm’, zei hij, ‘dat zei prinses Anne ook toen ze vorig jaar bij me aan boord was’. Echt waar, prinses Anne, niet alleen prinses maar ook samengesteld ruiter (tweemaal zilver, eenmaal Europees goud en op de Olympische spelen gereden in de samengestelde sport) en eigenaresse van het prachtige landgoed Gatcombe, waar een van de populairste horse trials in Engeland gehouden wordt. Klein detail, ik heb haar daar ooit gedurende de trials, met gebloemd hoofddoekje getooid, met zo’n prikkertje de rotzooi rond de prullenbakken zien oprapen.

Vossenjacht en zeiljacht

Ik woonde toen nog maar net in Cornwall waar ik met een nieuw fenomeen geconfronteerd werd, namelijk de combinatie van paarden en zeeman, zonder dat men er steenrijk voor moest zijn. Die kwam je in Gelderland niet tegen. In Cornwall zijn zee en land zo enorm met elkaar verbonden dat rijden en zeilen heel makkelijk te combineren zijn, vooral de vossenjacht. Het ene doe je in de winter en het andere in de zomer. Als het zeiljacht voor de winter wordt opgeslagen wordt het paard van stal gehaald en andersom; het jacht te water betekent dat het paard voor die maanden weer de wei wordt ingegooid. Toen mijn man en ik dus gedurende een van onze eerste gezamenlijke bootraces werden ingehaald door mijn hoefsmid, verbaasde mij dat al niet zo heel erg meer. ‘Krijg ik weer mooie schone handen’, zei hij met een grijns in het voorbijgaan.

Foto van de North Cornwall Hunt en geschoten op de Bodmin Moor in Cornwall.

Carrièreswitch

Meer dan twintig jaar heeft Paul Martin mijn paarden beslagen en rad gehouden. Nooit vernageld, altijd onmiddellijk erbij als er een probleem was. Niet alleen vertrouwde ik hem volledig met mijn paarden, ook kon hij goed luisteren en liet me altijd in mijn waarde als ik een vraag had of een eigen observatie. Daarbij was hij een geweldige leermeester en heeft hij acht hoefsmeden opgeleid die naast hun vak van Paul hebben geleerd hoe je fatsoenlijk met mensen omgaat en hoe je je werkdag zodanig indeelt dat je ook overal op tijd op de stoep staat. Niet de sterkste kant van deze beroepsgroep, geloof ik. En toen kwam hij vertellen dat hij geen zin meer had in die verduvelde tennisarmen en ook de roep van de zee niet langer kon weerstaan.

Rijden en zeilen hebben veel gemeen

Nu even, vanuit Antigua in de Maagdeneilanden, even terug in groen en nat Cornwall en gezellig aan de koffie naast de AGA, had ik een paar vragen voor hem omdat hij die als geen ander zou kunnen beantwoorden. Ik wilde weten of Paul, net als prinses Anne en ik, ook vond dat rijden en zeilen veel met elkaar gemeen hebben. Over de verschillen en/of overeenkomsten tussen ruiters en zeilers hoefde hij niet lang na te denken. Ook wat een paard en een boot gemeen of niet gemeen hebben was snel beantwoord.
‘Beide sporten vereisen, naast de benodigde ervaring, vooral een gevoel en reactievermogen dat van nature aanwezig moet zijn.’ Vooral als er weinig wind is en ik aan de fok zit of de spinaker moet bedienen en de boot walst zo heerlijk licht door de golven; dan krijg ik vaak een zelfde soort gevoel als met een paard dat mooi nageeflijk is. Boot en paard geven je op zo’n moment een perfect gevoel van balans. ‘Beide sporten nemen, als je het tenminste goed wilt doen, enorm veel tijd in beslag en zijn min of meer een levensstijl. Daardoor zijn het bijna altijd mensen die behoorlijk gefixeerd zijn op hun sport en er eindeloos over door kunnen ouwehoeren, ook tegen mensen die er niets van snappen en ook totaal niet geïnteresseerd zijn.’

Liz Barclay ongeveer twintig jaar geleden tijdens ruig weer op weg van Maine aan de oostkust van Amerika naar de Maagdeneilanden.

Een paard leeft en een boot niet

‘De paardenmens en de zeeman zijn beiden ‘risk-takers’. De zee kan net zo hard bokken als een paard en dat accepteren ze gewoon, klaar. Ze zijn hard en zeuren niet gauw over een pijntje of slaapgebrek. Daarbij moeten ze in alle rust razendsnel beslissingen kunnen nemen om gevaarlijke situaties te voor- of overkomen. Verdrinken of je nek breken, zoveel verschil zit daar niet tussen.’ ‘Een paard leeft en een boot niet. Dat stuk verantwoording voor een dier dat ziek of kreupel kan worden en jouw verzorging 365 dagen per jaar nodig heeft, maakt de paardenmens anders.’

Een paard is lekker warm

Helemaal mee eens. Na een aantal jaren met zeer veel plezier voor mijn man op de boten gewerkt te hebben, miste ik die lekkere warme paardenlijven zo verschrikkelijk dat ik het er dik voor had over om toch weer met alle risico’s en narigheid -van een hele nacht op stal met koliekaanval tot het eindeloos stappen met een paard met peesblessure- geconfronteerd te willen worden. Als ik maar weer zo’n lekker vachtje mocht borstelen, de lange weg van opfok tot training afleggen en lekker kon lesgeven. Een groot verschil is dat paardenmensen van nature nogal honkvast zijn, terwijl zeilers van reizen en verkassen houden. Vaak zijn ze zelfs een beetje bang om te lang op dezelfde plek te zitten.

‘People skills’

Eigenlijk wist ik het antwoord al, maar toch vroeg ik Paul wat hij uit zijn hoefsmidcarrière van waarde mee had kunnen nemen in zijn nieuwe leven als zeeman. ‘People skills, zonder die eigenschap had ik deze omslag niet kunnen maken.’ Dan herinner ik me weer hoe Paul hier op stal, als ik met een blad vol koffie aan kwam lopen, zijn stagiaires met eindeloos geduld stond uit te leggen waarom je maar zoveel kon corrigeren voordat de gewrichten onder teveel druk kwamen te staan; of, hoe je voorzichtig moest informeren hoeveel weidegang een te dik paard had omdat je de klant niet voor de kop wilde stoten maar ook geen paarden met hoefbevangenheid op je geweten wilde hebben.

Oost, west, thuis best

Het spreekwoord zegt het al. Nederland bestond ooit voor een zeer groot deel uit boeren en zeemannen. Later kwam de paardenmens. Er is geen ander vak of tijdverdrijf waar de overeenkomsten en de tegenstrijdigheden elkaar tegenspreken. Neem alleen al het feit dat het een zich op het water afspeelt en het ander op het land. Was het omdat ik in de Achterhoek ben opgegroeid en zijn er in het westen van het land wel ruiters die ook zo nu en dan de zee op gaan? Daar ben ik best benieuwd naar. Zelf heb ik ooit besloten dat ik toch liever de rijbroek aan heb dan dat waterdichte pak, alhoewel de herinneringen aan al die zeeavonturen me zeer lief zijn en ik er natuurlijk graag over vertel…

Liz Barclay groeide op in Gelderland. Verbleef enige tijd in de USA om zich daarna te vestigen in Cornwall (UK). Daar is ze actief als dressuurtrainer, heeft ze vele leerlingen, waaronder eventing ruiters. Ze ging ‘terug naar haar roots in Gelderland’ toen ze het boek ‘The farmer, The Coal Merchant, The Baker’ schreef. Een boek waarin ze terugblikt naar de invloed van grote fokkers uit Gelderland: Henk Nijhof, Johan Venderbosch en trainers Roelie Bril en Jan Oortveld op de hedendaagse dressuursport. Meer informatie: http://www.youcaxton.co.uk/thefarmer/

Foto: Shutterstock

0 10053

De nieuwe garde: natural horsemanship, paardenfluisteraars en wat al niet meer; gevoelig onderwerp…

Ik heb een probleem… en het is geloof ik een behoorlijk gevoelig onderwerp, dus ik zal me zo voorzichtig mogelijk formuleren om een ieder die op een goede en verantwoorde manier met paarden bezig is, niet op de tenen te trappen.

Het begon met Monty Roberts, die zelfs hier in Engeland bij de koningin op de thee werd uitgenodigd. Ik heb niets tegen Monty Roberts en ook niets tegen Pat Parelli of de inmiddels in Nederland gevestigde Tristan Tucker.

Tristan Tucker

Toen Tristan met gek buikje en maffe hoed een paar jaar geleden begon de o zo serieuze dressuurwereld uit te dagen eens een keertje om zichzelf te lachen, dacht ik zelfs: ‘Heerlijk, eindelijk een fris windje met een vrolijke insteek’. En eindelijk eens iemand die probeert een brug te slaan tussen een aantal behoorlijk niet-ruimdenkende hippisch geïnteresseerde groepen.

Dame met cowboyhoed

Toen de nieuwe garde van alternatieve paardentrainingsmethoden zijn aantrede deed, samengaand met de verrassende ontdekking van klassieke dressuur alsof het nog nooit bestond (waar kwam dat in een keer vandaan?), paardenfluisteraars en barefoot-trimming, werd ik zo maar een keer uitgemaakt voor bekrompen dressuurfanaat met nare methodes, zoals rijden met een bit. Dit door een dame met cowboyhoed die net haar eerste examentjes in Australië had gehaald.

Ik was volledig verbouwereerd. Van jong af aan heb ik me uit de naad gewerkt bij grotere en kleinere bedrijven, springstallen en dressuurstallen, om, dag in dag uit, meer en meer te leren en uiteindelijk te specialiseren in dressuur. Met altijd voor ogen het welzijn van het paard.

Dat betekent zo nu en dan een sprongetje, regelmatig een buitenrit en ja, afhankelijk van de ontwikkeling van het paard, een aantal uren per week in de bak om gymnastiek te doen wat uiteindelijk dressuur genoemd kan worden.

Op bezoek bij Monty Roberts

Gedurende mijn bezoek aan een Monty Roberts-avond in Devon van een aantal jaren geleden met natuurlijk de zo geliefde join-up, dacht ik, ‘he, dat herken ik, ik doe dat aan de longe met een jong paard!’ Ik durfde dat helaas echter niet hardop te zeggen om niet voor een opschepper aangezien te worden door Monty’s gedreven volgelingen. Wij, de ‘ouderwetse’ paardentrainers fluisterden dit naar elkaar, maar verder dan dat gingen we niet.

riding-2
Liz Braclay op de zelfgefokte merrie Marie, met wie ze Inter1 reed en zich twee keer kwalificeerde voor de regionale kampioenschappen PSG Freestyle

Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat wij zelf ook verantwoordelijk zijn voor de explosie van alternatieve methodes. Er lopen hier in Engeland, en ik neem aan ook in Nederland, wat trainers rond met een nogal kort lontje en als dat door onervaren paardenliefhebbers gezien wordt kan ik mij zondermeer in hun keus, om het ‘anders’ te willen, inleven.

Maar waar ik echt zo helemaal niet goed van word, is dat deze goedbedoelende groep de indruk wordt gegeven dat je met een paar cursusjes, soms ook nog via het internet, kunt leren hoe een paard aan te rijden en te trainen!

De verslaving van de join-up

Een typisch voorbeeld was een paard van een pupil dat tijdelijk bij mij op stal stond. Zij had besloten de Monty Roberts join-up te proberen. Dat ging heel goed; dat verbaasde me ook niets want deze meid had een hoop gevoel en al aardig wat ondeugende ponietjes gehoorzaam leren zijn.

De ellende kwam pas later; iedere keer als dit paard een klein probleempje had, iets wat vaak gewoon vanzelf wel weer zou verdwijnen, werd er weer een join-up gedaan. Het werd gewoon een sport, erger, een soort verslaving om dat paard maar, na hem keer op keer weer ‘de kudde’ uit te sturen, achter haar aan te laten sjokken. Ik zag dit paard langzaam een emotioneel wrak worden, apathisch, totdat hij mensen niet meer leuk vond.

Enorme schep engelengeduld

Ik ben ruimdenkend en geïnteresseerd in deze methoden, herken dingen en leer soms ook iets nieuws dat mooi aansluit bij de rest. Maar deze methoden moeten wel in de juiste handen blijven en zijn vaak ook niet zo nieuw en baanbrekend als men wel denkt.

Wat ik zo graag duidelijk wil maken is, dat om een goed en eerlijk paardenman of -vrouw te worden, het aankomt op het spenderen van een eindeloze hoeveelheid uren, dagen, jaren met onze trouwe viervoeters, met nog een enorme schep engelengeduld er bovenop. En je van een cursusje hier of een dagje daar geen ervaren ruiter wordt die nu zomaar even in zes weken een paard zadelmak maakt.

Onverantwoord en belachelijk duur

police-car
Liz Barclay toen ze in Portsmouth in de Amerikaanse staat Virginia een aantal paarden en politiemannen trainde voor een nieuwe unit.

Ik maak me ook zorgen, want ik zie meer kreupele, vermoeide en depressieve paarden om me heen. Reden: een onverantwoorde manier van het doorgeven van informatie, die niet voldoende is begrepen. Hierdoor hebben beginnende paardenliefhebbers soms totaal niet in de gaten wat ze aanrichten. Eerlijke mensen die graag willen leren maar meegezogen worden in het cult-denken.

De mevrouw met cowboyhoed en een Parelli-cursus in haar zak die mij bekrompen noemde, rekende bijna het dubbele van wat ik voor een les reken en hield er na een paar jaar doodleuk weer mee op omdat ze verliefd werd op een stierenvechter in Portugal.

Nog een voorbeeld: een nieuwe klant van mij zei haar les af omdat ze een paardenfluisteraar op bezoek had gehad. Het paard had in haar oor gefluisterd dat het een tijdje vrij wilde vanwege een huidirritatie op z’n rug. Gedurende de eerste les had ik deze ruiter al verteld dat ze haar zadeldekje vaker moest wassen, want alles was echt gewoon vies! Zonder blikken of blozen betaalde ze de paardenfluisteraar 80 pond.

Zonder eten en drinken in de roundpen

Hier vlakbij werden in de stallen van een ‘officieel gekwalificeerde’ natural horsemanship trainer paarden zonder eten, water of stro aangetroffen. Ze moeten toch een keer wat willen in die roundpen! Niemand van die organisatie die dit eens een keertje kwam controleren en omdat geen van deze trainers onder het officiële Engelse hippische orgaan, de BHS, vallen, kan Jan en alleman dus gewoon lekker z’n eigen gang gaan; de goeie…maar ook de hele slechte.

Misschien tijd voor vernieuwing

De kunst van het trainen van paarden is eeuwenoud en er gaat zo’n beetje een heel mensenleven in zitten om het helemaal te leren beheersen. Als we dat nou eens met z’n allen beginnen met te accepteren dan is het misschien ook tijd dat we het hele hippische educatiesysteem eens goed onderhanden nemen en proberen door de bomen het bos weer te gaan zien.

Niet alleen de ontluikende paardenmens, maar vooral ook het paard heeft dit volgens mij zo heel hard nodig. Vrij vertaald, en aangepast, van een van mijn bloggen op mijn Engelse website op verzoek van goede vriend en gerespecteerd trainer Maarten van Stek.

Liz Barclay groeide op in Gelderland. Verbleef enige tijd in de USA om zich daarna te vestigen in Cornwall (UK). Daar is ze actief als dressuurtrainer, heeft ze vele leerlingen, waaronder eventing ruiters. Ze ging ‘terug naar haar roots in Gelderland’ toen ze het boek ‘The farmer, The Coal Merchant, The Baker’ schreef. Een boek waarin ze terugblikt naar de invloed van grote fokkers uit Gelderland: Henk Nijhof, Johan Venderbosch en trainers Roelie Bril en Jan Oortveld op de hedendaagse dressuursport. Meer informatie: http://www.youcaxton.co.uk/thefarmer/

0 277

Nadat ik vorige week het artikel over de nieuwe tactiek om de wilde pony’s op Dartmoor niet te laten verdwijnen las, werd ik nogal nieuwsgierig. Ik besloot lekker de middag vrij te nemen om wat rond te zwerven in het gebied waar ik ooit de beslissing nam om te vertrekken uit het vlakke en drukke Nederland.

Ik moest toch ‘s morgens vlak in de buurt wat lessen geven dus deed ik eens een rondje Dartmoor. De Dartmoorpony mag dan in Nederland een geliefde rijpony zijn, in de prachtige en dramatische Dartmoor is dit wilde diertje wellicht het belangrijkste onderdeel van een bijzonder maar zeer gevoelig ecosysteem.

Bureaucratische maatregelen

Nog niet zolang geleden waren er teveel pony’s die met z’n allen de hele boel kapot graasden. Helaas waren de bureaucratische maatregelen van bovenaf zo heftig dat veel Dartmoor boeren, ‘hill farmers’ genoemd, dan ook echt geen pony’s meer wilden houden en dat werd het nieuwe probleem. Hoe het exact goede aantal te handhaven?

Nou, ik zou na vandaag een carrière als een soort Dick Francis van de Dartmoor kunnen gaan beginnen. Er gebeurt hier werkelijk van alles…

Met papieren

Even voor de duidelijkheid, en dit naar aanleiding van alle reacties op het artikel van vorige week over de Dartmoor pony; de Dartmoor Pony is een ras met papieren en mag alleen zwart, bruin, vos of grijs zijn, terwijl bont helemaal niet geaccepteerd wordt en overmatig wit aan de benen of hoofd niet gewild is. De Dartmoor Hill Pony is een wilde pony in allerlei kleuren en maten die al 4000 jaar wild leeft in dit gebied.

dartmoor4

Achter deze twee soorten zit dus een compleet andere filosofie en het artikel betrof de Dartmoor Hill Pony en niet de Dartmoor Pony met papieren van het Dartmoor stamboek.

Door de jaren heen is door allerlei wetgeving het telkens moeilijker geworden een goed beleid te handhaven voor de Dartmoor Hill Pony’s, met alle gevolgen van dien.

Onwerkbaar

Tot overmaat van ramp hebben enkele liefdadigheidsinstellingen, door middel van het aanspannen van een door het agrarisch ministerie gestuurd onderzoek, zoveel roet in het eten gegooid dat de situatie bijna onwerkbaar werd voor de zo zeer toegewijde vrijwilligers van ‘The Friends of the Dartmoor Hill Pony’. De betreft ook een liefdadigheidsorganisatie, maar wel de organisatie die het dichts bij het welzijn van deze wilde pony betrokken is.

Ik weet er na vandaag best veel van omdat ik op mijn 6 uur lange avontuur door Dartmoor zeer snel enkele sleutelfiguren van deze liefdadigheidsorganisatie tegenkwam.

Geweldig getroffen

Maar voordat dat toeval geschiedde, kwam ik Chloe en Rosie op de rug van hun twee schattige ponietjes Evie en Lily tegen, geleid door hun moeder. Evie en Lily waren onmiddellijk het eerste voorbeeld van twee Dartmoor Hill rescue pony’s die het geweldig getroffen hebben met hun twee nog zo jonge baasjes. ‘Als je Evie aait moet je Lily ook aaien, hoor’, zei Rosie streng.

dartmoor2

Na enthousiast te zijn uitgezwaaid, reed ik via Two Bridges, een prachtig oud hotel en ooit uitspanning voor reizigers te paard , naar Hexworthy, een gehucht van zo’n 10 cottages en een landgoed. Ik kwam nog langs Huccaby Farm aan het prachtige wilde riviertje Dart, waaraan ik zo’n kleine 40 jaar geleden met mijn vriend wild kampeerde, om vervolgens de afgelegen pub met hotel ‘The Forest Inn’ weer eens in te wandelen om wat te eten.

In die pub komen heel veel ‘hill farmers’ (een soort ongewone mix van boer en cowboy) een pintje drinken. ‘Maar die komen pas later’, zei de landlord. Hij verwees me naar de overkant, waar ik mijn eten kon bestellen. ‘Die juffrouw weet er alles van.’

Bingo!

Nou, die juffrouw in de pub, SJ genaamd ( spreek uit: Esjay en afkorting voor Sarah-Jane) wilde zo graag praten. Een hele kordate meid met twee lange zwarte vlechten met een waterval aan informatie. Bingo!

SJ heeft het grootste deel van haar leven op Dartmoor gewoond en is nu de fotografe bij alle evenementen, zoals bijvoorbeeld de ‘drifts’ in de herfst. Dit is een jarenlange traditie waarbij per gebiedje alle Dartmoor Hill pony’s bij elkaar in een ‘pound’ (paddock altijd speciaal hiervoor gebruikt) gedreven worden. Dit om te kijken wat er verkocht kan worden en, helaas, ook wat er afgeschoten gaat worden.

Zoek SJ’s timeline eens op; ze maakt werkelijk prachtige foto’s.

dartmoor

Gedreven en onverwoestbaar

Op het moment worden zo’n 400 veulens per jaar afgeschoten. In en in triest. Dit is een combinatie van factoren en SJ vertelde met respect over Charlotte Faulkner, de onverwoestbare motor achter de ‘Friends of the Dartmoor Hill Pony’, die zo ongelofelijk hard voor werkt om dit afschuwelijke probleem op te lossen.

Het doel is om het voor de hill farmers zo makkelijk mogelijk te maken hun pony’s te behouden, het leven van de pony’s zo prettig mogelijk te maken en daarmee de bijzondere ecostructuur van Dartmoor, tot de plantjes en de vlindertjes toe, te beschermen. Anders dan de schapen en de koeien, eten de pony’s gaspeldoorn, een welig tierend struikgewas op Dartmoor, en andere prikkelige planten, waardoor zij minstens zo belangrijk zijn voor het overleven van Dartmoor in de huidige staat.

De vraag waar ik mee kwam was deze: waarom niet die pil voor paarden? Waarom dit nieuwe idee om de pony’s tot drie jaar te houden, waarbij er nog steeds een aantal moeten worden afgemaakt. En trouwens, gaan de bezoekers van de restaurants dat echt eten?

‘Heb je dan niet gehoord over de rechtszaak?’ Esjay werd zichtbaar emotioneel toen ze vertelde dat het contraceptieproject, dat meteen zo goed had gewerkt, op afschuwelijke wijze was gedwarsboomd. Maar dat moest Charlotte zelf maar vertellen.

Onterecht onderzoek

Terug in m’n autootje, reed ik genietend door een van de ruigste en mooiste stukken van Dartmoor om te eindigen in het karakteristieke stadje Ashburton waar ik Charlotte bij de kapper vond , haar jaarlijkse bezoekje. Charlotte Faulkner bleek een bijzondere vrouw te zijn, wiens handen boekdelen spreken. Ze werken hard en worden duidelijk niet verwend met tuinhandschoentjes.

Daar, met natte haren, legde ze uit, hoe enkele liefdadigheidsorganisaties haar hebben aangegeven en een onderzoek hebben geëist voor haar contraceptieproject voor de Dartmoor pony merries.

Na zeer grondige research was zij gelegitimeerd om zonder het bijzijn van een dierenarts merries met een ‘dart gun’ te injecteren waardoor zij dat jaar niet dragend zouden raken. Meteen, het eerste jaar al, was het project zeer duidelijk een succes; wat 20 veulens hadden kunnen worden, werden er maar twee.

Waarom daar zoveel weerstand tegen was, laat Charlotte in het midden. Het belangrijkste: zij heeft haar eigen rechtszaak betaald, en…gewonnen.

Gedreven vrouw

Charlotte vertelde mij, en ik kon het verdriet in haar ogen lezen, dat het nooit en te nimmer de bedoeling is geweest om de Dartmoor Hill Pony’s voor de slacht te fokken. Alleen vergt het eindeloos geduld om het contraceptieproject weer op gang te krijgen.

Helaas zijn door dat hele ellendige proces zoveel hill farmers bang geworden, dat het haar een paar jaar zal kosten om dit waterdichte project weer tot het volste recht te doen komen. En daarom heeft zij dit nieuwe, en hopelijk tijdelijke, plan voor de driejarige pony’s bedacht, wat door de Dartmoor Hill Pony Association is geaccepteerd, waarbij er inderdaad helaas nog een aantal dieren afgemaakt zullen moeten worden.

Hengsten weg

Ja, waarom die hengsten niet opruimen? Dit is voor een Nederlander misschien moeilijk te begrijpen. Maar Dartmoor is groot en wild. Hoe je ook je best zou doen, er weet zich altijd wel een slim hengstje te verstoppen achter een groot granieten rotsblok, om er net op tijd in het voorjaar weer achteruit te huppelen om zijn vruchtbare werk te verrichten.

Zoals Charlotte stelt: ‘Dan zouden we beter een heleboel hengsten kunnen hebben en maar een paar merries.’

Losgelaten

Ooit las ik ergens dat in de 16de eeuw Hendrik VIII alle paarden onder de 1.50 meter wilde laten afmaken omdat die het zware harnas niet konden dragen. Veel boeren hebben toen uit angst hun kleine paardjes op de verschillende moors, ook Dartmoor, losgelaten om hopelijk daar veiligheid te vinden.

Ook in het verhaal dat mijn goede vriend Brian Webber, hoefsmid en geboren en getogen in Dartmoor, mij ooit vertelde, gaan romantiek en drama hand in hand. ‘In de zestiger jaren, gedurende een van de allerkoudste winters op Dartmoor, konden de boeren vanwege de enorme hoeveelheid sneeuw niet meer bij hun ponies komen. Nadat na een maand de dooi inzette, vonden ze cirkels met de jonkies door oudere pony’s omringd, allemaal dood.’

De oudere pony’s waren gedurende hun taak om de kleintjes warm te houden aan de grond vastgevroren.

Social media

Niet alleen is het door middel van ‘quadbikes’ een stuk makkelijker geworden om het deze kleine stoere overlevers een stuk plezieriger te maken als de winter toeslaat, ook de social media helpen mee. Staat er een oproep op Facebook voor hooidonaties als de moor niets meer te bieden heeft, dan komt het van alle kanten binnen.

Maar wij, liefhebbers van de Dartmoor pony kunnen een ook handje helpen. De ‘Friends of the Dartmoor Hill Pony’ is een liefdadigheidsorganisatie waarvan alle inkomsten naar de wilde pony’s gaan. De nieuwe opstart van het contraceptieproces kost duizenden ponden.

Ik hoop echt dat mijn verhaal de Nederlandse liefhebbers van deze prachtpony’s, en ook de prachtige Dartmoor zelf, kan motiveren om hun steentje bij te dragen en Charlotte en SJ te helpen om Dartmoor met al zijn viervoetige ingezetenen gezond te houden!

0 845

Het begon met een leuk dansje. De eerste ruiter was nog niet binnen op donderdag of Maarten van Stek sprong al vrolijk door de baan met losse heupen. We konden zien dat hij de salsa vaker gedaan had.

Na een kort nachtje -zijn vliegtuig kwam pas laat aan in Exeter, dus we reden pas om één uur ’s nachts bij mij het erf op- was Maarten onmiddellijk ‘in the swing of things’, om het zo maar eens te zeggen.

Het was een superoefening; na het rustig in stap gereden en begrepen te hebben, werd in draf vier passen met de achterhand met heel iets buiging naar binnen, daarna vier passen recht, waarna vier passen naar buiten gereden. In galop werd dat om de drie passen.

Spagaat

Niemand wilde gelijk teveel laten zien, of had niet de controle om de juiste hoeveelheid aan het paard aan te geven. En daar zat ‘m nou juist de kneep. Maarten legde dat uit door zelf in een pijnlijk uitziende soort spagaat in de bak te gaan staan, waardoor de betreffende ruiter en wij, de kijkers, beter konden begrijpen wat wij ons paard op die manier aandeden.

Door te veel te willen of te accepteren van een handig paard, werd vergeten dat de impuls op het rechte stukje nou juist zo belangrijk is. En dat het paard goed voorwaarts in een mooie rechte balans uit de kleine buiging gereden wordt.

Door het met de salsa te vergelijken, begreep iedere ruiter vrij snel wat de bedoeling was en reageerden de paarden vaak letterlijk met een zucht van verlichting. Aan de kant zagen wij de paarden losser in de lendenen en rug worden en de ruiters voelden het ook meteen.

Eenvoudiger

‘Stick to the program!’ Dat was voor mijzelf als trainer de meest belangrijke uitspraak van de dag. Het maakte alles waar wij als ruiters mee bezig zijn zoveel eenvoudiger voor het brein. Het is heel erg makkelijk om te verdrinken in het almaar alles willen oplossen.

Maar wat nu gebeurt is al geweest, dus daar is niks meer aan te doen. Logisch, maar onze armen en benen moeten dan echt leren zich te beheersen waardoor het voelen zoveel makkelijker wordt. Zo’n goeie en duidelijke slogan haalt de ruiter weer razendsnel bij de les zonder eindeloos veel woorden te hoeven verspillen.

Verzameling

Dit is echt Maartens sterke kant: die prachtige, tot de verbeelding sprekende, vergelijkingen. Zo ook de briljante uitleg van de term ‘verzameling’. Bijvoorbeeld een verzameling postzegels. Als je er een mist, is de verzameling niet compleet.

Zo werd het ons in één keer duidelijk dat de verzameling niet iets is dat op zichzelf staat. Integendeel, het kan alleen maar ontwikkeld worden als alle andere onderdelen ook aanwezig zijn.

Het woord regelmaat viel regelmatig (grapje), omdat regelmaat de zo broodnodige ontspanning geeft, die vervolgens weer de mogelijkheid voor een betere aanleuning en nageeflijkheid creëert. Regelmaat is iets dat er veelal bij de Nederlandse dressuurpaarden van nature inzit, maar helaas vaak niet bij het Engels gefokte paard, dus het moet echt van de ruiter komen. Niet makkelijk, maar Maarten liet het nooit en te nimmer merken als zijn geduld op de proef werd gesteld.

Vlot stappen

Maarten is snel. Heel snel kan hij iets uitleggen terwijl hij ruiter en paard geen moment uit het oog verliest. Ook de uitleg van hoe de stap in de baan zo gauw te sloom is, omdat een paard in de natuur altijd de draf of galop kiest als het ergens heen wil. De stap gebruikt het alleen als het graast. Dus moet de ruiter altijd superattent zijn om juist in de stap het paard bij de les te houden.

Maarten ging dus eerst ‘window shopping’ en daarna ‘for a brisk walk in the park’. Van het winkelen kom je doodmoe thuis en van die lekkere vlotte wandeling zit je hele lijf vol verse zuurstof en voel je je fris en energiek. Zo dus ook het vlot stappende paard.

Ik was Maarten ook hier erg dankbaar voor. De evolutie van de Cornische dressuurruiter is nog maar zo’n jaar of dertig geleden begonnen en dus voelt niet alleen het paard zich wat stuurloos in een bak. Ook de ruiter mist de paden en lanen, waardoor de impuls over het algemeen nogal te wensen overlaat.

Woordkeuze

‘Keep it funny!’, was een van de leuke uitspraken die Maarten regelmatig hanteerde. Dit vond iedereen ook heel erg ‘funny’. Maarten beheerst de Engelse taal geweldig en gaat op een avontuurlijke manier met zijn woordkeuze om. Zo nu dan schiet er iets grappigs uit waarvan hij zelf nauwelijks in de gaten heeft hoe grappig die Engelsen dat wel niet vinden. Dan had hij ook meteen de ingang om weer een stapje verder te komen.

Omdat de dressuur nog zo jong is in Engeland en vooral Cornwall als uithoek niet veel ‘ouwe rotten in het vak’ kent, wordt dressuur vaak veel te streng en gedisciplineerd onderwezen. Zonder voldoende impuls ziet het er allemaal wel aardig gehoorzaam uit, maar de echte connectie door het hele paardenlichaam is er doodgewoon niet. Daardoor is er dus ook niet voldoende spierontwikkeling.

Het gaf daarom ook juist niet als het even wat slordiger was, als er maar wat gebeurde. ‘Als je het niet probeert, is het pas echt mislukt.’ Maarten wist vooral daardoor veel ruiters die met wat faalangst binnenkwamen te laten ontspannen, waardoor ze zoveel meer uit hun les haalden dan ze hadden durven dromen.

Pararuiter

Door een uitvaller kwam er op de derde en laatste dag een plekje vrij die door een pararuiter werd opgevuld. Deze jonge vrouw heeft een spieraandoening waardoor zij in één arm verstijfd is en met krukken loopt.

Eerlijk gezegd reed zij het beste van de hele bups. Ook was er meteen een klik. Dat kwam vooral tot uiting aan het eind van de les toen zij vertelde hoe ongelofelijk vaak ze moet slikken omdat al die gezonde mensen maar telkens alles over haar dressuurcarrière willen beslissen.

Daar was ik me totaal niet van bewust. Ik dacht altijd dat het juist geweldig was dat we eindelijk in een wereld leven waar iedereen telt. Maar dit was helaas dit jaar de tweede keer dat ik een gehandicapte ruiter hoorde zeggen dat haar doodgemoedereerd verteld werd dat de trainer het paard tot een week voor de wedstrijd zou rijden en de ruiter pas daarna weer op haar eigen paard gezet werd. In het eerste geval heeft dit zelfs geleid tot depressie en is dit meisje er helemaal mee opgehouden.

Dit gaf mij een beetje de indruk dat het ego van de trainer wel erg zwaar woog. Ook de sponsors waren, in mindere mate maar toch, bij dit spelletje betrokken.

Wie helpt nou wie?

blog_liz2

Doorbraak

Zaterdag, kwart over vier. De laatste amazone stapt de baan binnen. Het is de tweede les voor deze combinatie, die er donderdag ook was.

Vorig jaar hadden dit grote bonte Nederlands gefokte paard en zijn vrij kleine berijdster het best moeilijk gehad. Ze waren beiden een tijdje uit de running geweest en de ruiter had altijd al een probleem om goed te kunnen focussen. Maarten had er zijn handen vol aan terwijl de ruiter er duidelijk niet altijd helemaal bij was, fysiek en mentaal.

Ik moet zeggen, ik was beretrots. Wij drieën, ruiter, paard en trainer hebben dit jaar keihard gewerkt en hierdoor kon Maarten dit keer zoveel verder met hen doorpakken. Ook deze combinatie mocht de salsa doen en toen de sessie afgesloten werd met een galopwissel, zag ik de traantjes van geluk, ook al probeerde de gelukzalige amazone het goed verborgen te houden.

blog_liz

Ongekende luxe

Het ging te vlug. We hadden er met z’n allen zo naar uitgekeken. Voor mij persoonlijk is het een ongekende luxe om mijn pupillen deze kans te bieden waardoor wij weer met frisse moed verder kunnen groeien. Als Maarten en ik later aan tafel zitten met een lekker hapje voor onze neus, is hij nooit te beroerd om met engelengeduld nog weer van alles uit te leggen.

Het is gewoon een verjongingskuur! Ik ben weer helemaal fris en klaar om nieuwe stappen te zetten, een beetje meer lef te hebben, op z’n tijd ietsje minder lief te zijn en vooral inventief te denken.

Fijn dat Maarten op het vliegveld al een berichtje op Facebook had gezet om zijn ‘Cornische vrienden’ te bedanken. En gelukkig stond daar ook: ‘Tot volgend jaar!’

Badminton
Badminton
De romantische Cotswolds, de county waar het landgoed Badminton midden in ligt was er weer klaar voor. Alle bed & breakfasts vol, ieder kampeerplaatsje bezet en een supersfeer. Dat weet ik omdat enkele van mijn pupillen daar met een klein koelkastje vol Prosecco in hun vrachtwagen op het terrein kamperen en hun foto’s op Facebook zetten.

Perfect weer

Veel bezoekers komen pas voor de zaterdag en laten de dressuur voor wat het is. Ik ben bang ik ook.
Het was dit jaar perfect weer. Geen regen, geen hete zon, geen vliegen. Er moest van te voren wel gesproeid worden want het is dit voorjaar ongewoon droog geweest in Engeland. Ouwe rotten in het vak, event ruiter Ian Stark (bijnaam Scotty) en de geliefde, met pensioen gaande, presentator Mike Tucker -beiden kregen in het verleden twee keer het zo gewilde Armadabordje, voor het vijf maal uitrijden van Badminton, uitgereik–, vroegen zich af of de combinatie van sproeien en het korte gras daarom zoveel slippartijen veroorzaakte.

16 vrijwillig gestopt, 16 gediskwalificeerd

Er werd nogal wat gestruikeld, ook bij de beruchte vijver natuurlijk. Sommige paarden redden zich fenomenaal, anderen konden dat gewoon niet meer. Een heel naar voorbeeld was Elisa Wallace, die niet goed naar haar paard luisterde en ook de Engelse commentatoren gaven een behoorlijk kritisch geluid over hoe deze dame met een doodmoe paard doorjakkerde met alle gevolgen van dien. Je zag hoe dat paard van moeheid zo’n vreemde wiebelgang begon te krijgen en dat ging dus ook finaal fout over de laatste hindernis. Afschuwelijk voor een dapper en goudeerlijk paard, zo jammer voor de sport die dan weer een naar knauwtje krijgt en ook voor de eerlijke ruiters, die in de kritiek van  tegenstanders van de sport worden meegezogen.
Ze heeft daar dan ook de gele kaart voor gekregen en in haar blog keurig zichzelf op de vingers getikt.
Van de 49 combinaties die vol goede moed aan de start verschenen, zijn er 16  vrijwillig gestopt en 16 gediskwalificeerd.

Je adreline de baas blijven

Ruiters zoals de laconieke Ier Austin O’Connor en de nog maar 24 jaar oude Tom Jackson kunnen hun adrenaline wel de baas en blijven de hele ronde, ook als iets even niet lukt, goed voor hun paard blijven zorgen. Dat is zo’n prachtgezicht , ook al gaan ze daar misschien niet de beste tijd mee halen, het is een genot om die paarden vol zelfvertrouwen en met nog zin in het leven te zien finishen.

Alice in hunting-stijl het water in

Zo zie je het nog wel eens op de oude hunting prenten. De ruiter zittend als op een stoel aan de keukentafel, maar met een arm de lucht in, over de heg. En zo dook Alice Naber-Lozeman met Harry Belafonte het water in. Het kwam waarschijnlijk door de wat stevige aanmoediging van haar paard met zweep net ervoor. Maar goed, toch vol enthousiasme door naar de finish en, met  een weigering, op een voorlopige 39ste plaats.

De gouwen ouwen

 

Mark Todd, Toddy,  62, na een tijdje met pensioen te zijn geweest, met twee prachtrondes op de voorlopige vijfde en negende plaats. Fransman Jean Teulere van 63, die ook van wanten wist en samen met zijn paard naar de voorlopige 22ste plaats toestormde. Andrew Nicholson, 55, na door een nekbreuk bij een val bijna verlamd te zijn geraakt in 2015, sprak na afloop rustig over het feit dat het soms wel lastig is om zijn hoofd snel en op tijd te draaien. Hij staat nu op de voorlopige derde en 15de plaats. Die lui zijn zo keihard voor zichzelf en hebben zo ongelofelijk veel zelfdiscipline, zijn daarbij zo fit en leeftijd speelt dus bij deze kerels duidelijk geen rol. Misschien werkt het zelfs andersom; kunnen zo koel die zware cross zelfs twee keer doen. Mark op zijn tweede ronde zelfs even zwaaiend naar het publiek! Kan me nog als de dag van gisteren herinneren hoe hij met Bertie Blunt,  na een stijgbeugel te zijn verloren met nog tweederde te gaan, volledig in balans de hele cross uitreed.

Duitsland tweemaal bovenaan

Ingrid Klimke
Ingrid Klimke (GER) & Horseware Hale Bob OLD – Cross Country – Mitsubishi Motors Badminton Horse Trials – Badminton, Gloucestershire, United Kingdom – 06 May 2017

Het blijft een vreemd idee, ook al zijn de tijden veranderd, om Ingrid Klimke samen met Michael Jung op de voorlopige eerste en tweede plaats te zien staan en ook nog de enige twee binnen de tijd. Het moeten voor mijn gevoel toch echt de Engelsen of de Nieuw-Zeelanders zijn. Daar waren we hier in Engeland al zo lang aan gewend met Lucinda Green, mijn heldin Mary King, Ian Stark en die Kiwis die hier in de jaren tachtig allemaal kwamen wonen. Vooral omdat Ingrid klimke de dochter van, de in mijn ogen allerbeste ooit, dressuurruiter Reiner Klimke is, vind ik het gewoon nog steeds een beetje gek om haar, in het begin behoorlijk wild en onstuimig en nog zonder een goed ritme, de cross rond te zien stormen. Ian Stark zei daarover dat ze tegenwoordig zoveel rustiger rijdt dan in het begin van haar carrière! Het was spannend toen er eerst 11 strafpunten werden gerekend die er later weer afgingen, vooral voor landgenoot Michael Jung die daardoor zijn voorlopige eerste plaats moest afstaan. Ingrid Klimke vond in haar eerste BBC interview net na de cross dat haar geliefde Bobby het helemaal verdiend had…1 seconde sneller…wauw.

De mooie rit van Christopher Burton… en toen

Presentator Mike Tucker noemde hem vanmiddag de snelste ruiter ooit. Het zag er prachtig uit. Soms is datgene wat er het rustigst uitziet het snelste. Het geheim van Christopher Burton, hij weet zo razendsnel uit een hindernis te komen, ook weer te zien bij de vijver. Helaas moest Christopher ergens een lange route nemen, waardoor die snelste tijd niet meer ging lukken, vandaag. Maar ook dat deed hij in stijl. Het was een genot om naar te kijken. Wel duur, want hij stond eerste na de dressuur.

Andrew Nicholson en de vrolijk huppelende Nereo

Andrew Nicholson
Andrew Nicholson

En toen, als laatste, de ruiter naar wie ik door de jaren heen op zoveel prachtige Engelse landgoederen watertandend heb staan kijken, Andrew Nicholson op zijn , Spaans gefokte, wat vreemd ogende vos Nereo. Het begon ietsje wild, maar, zoals Mike Tucker al zei, niemand anders dan Andrew zou met dit paard overweg kunnen. Andrew Nicholson is in staat om potentiele drama’s flitsend op te lossen, geen vuiltje meer aan de lucht. Samen bogen ze soms in de lucht al over de hindernissen in de richting van het volgende obstakel, met soms een merkwaardig, maar zeer functioneel, huppelpasje tussen twee aan elkaar gerelateerde hindernissen. Alles heeft deze superman al gewonnen. Veel zelfs meerdere keren, maar nog nooit een Badminton.  Zara Phillips, inmiddels ook bij Mike Tucker aangeschoven, Ian Stark en Tucker zelf zaten zo te hopen dat hij het ging doen, maar helaas, het klokje tikte door. Hij ging door de finish onder het gejubel en gejuig van een uit hun dak gaand publiek; een voorlopige derde plaats en nog steeds een kans. Het verschil dat een paar balkjes kunnen maken…  Na zijn tweede ronde zei Andrew in een interview na een compliment van de journalist, ‘I’ve just got good horses.’

Pinnen en schouders

Het wordt er wel steeds ingewikkelder op. Vooral die rammelende pinnen in de Corral hindernis waar eventruiter Harry Meade trouwens nog wat kritiek op had. Vierkante balken horen niet in een cross parcours thuis, vond hij, en daar zit zeker wat in.  Die pinnen kunnen er, bij grof geweld uitrammelen en daar zijn strafpunten aan verbonden. Dit heeft op een wat ingewikkelde manier te maken met als er met teams gereden wordt. En dan dat gedoe met, zijn beide schouders over de hindernis of niet. Hoe ingewikkeld kunnen ze het maken. Er moet wat gewikt en gewogen worden door de juryleden. Het is niet meer zo klinkklaar als vroeger. Een voorbeeld hiervan is Sam Griffith die 50 strafpunten kreeg waar hij pas na de finish achter kwam en hij het niet mee eens was. Helaas, ik heb net even de scores gecheckt, ze staan er nog op.

De volgende generatie

Ik kan me Lucinda en David Green nog op Boekelo herinneren met dat gekke groene mini Landrovertje waar haar moeder in rondjakkerde. En nu stond Lucinda bij de finish op haar dochter te wachten. Nee… op het paard! Twee generaties top paardenvrouwen: een dochter die begrijpt dat haar moeder eerst moet zorgen dat het paard krijgt wat het nodig heeft na zoveel afzien. Later vertelde Lucinda hoe ongelofelijk trots ze op haar dochter was die net behoorlijk ziek was geweest, tot gisteren toe.

Beani, Jonty en Gubby

Het lijken namen voor paarden, maar nee, het zijn de voornamen van enkele ruiters.  Jonty Evans is een geval apart. Een Ier die gedurende zijn interview na de cross tot mijn grote verbazing gewoon Engels sprak zonder enige romantische Ierse zangerigheid. Wat een tegenvaller, maar toch, fijn dat hij nog zo vrolijk kon lachen na een dramatische runout, waardoor zijn goede kansen als sneeuw voor de zon waren verdwenen. Toen hij vertelde dat hij de volle verantwoording nam voor die fout, was het duidelijk dat hij zijn paard op handen draagt.. Het blijft een prachtige rit waarvan het meeste gewoon helemaal klopte. O ja, en wat vind je van Rosalind Canter? Net als de slager die Mutton heet, of de advocaat Mr. Law! Heel erg Engels.

Cross-parcoursbouwer Eric Winter: Opgelucht of niet?

Ik ben zo benieuwd hoe Eric Winter zich nu voelt. Er was best wel wat kritiek. Ruiters zoals Andrew Nicholson, die zelf geen probleem met een brush hindernis hebben, vinden ook dat dit nu niet helemaal meer past, gewoon, omdat je ze nooit ergens meer tegen komt en paarden gewend zijn over, en niet door, een hindernis te springen. De vierkante balken van de Corral hindernis zijn al genoemd. Er was ook behoorlijk wat gemompel over sommige gerelateerde afstanden en Mark Todd zei zeer beleefd at het een ok-parcours was voor Eric’s eerste ontwerp van dit niveau. Het zal altijd omstreden blijven. Dat is eigenlijk de defenitie van Badminton. Er zitten ieder jaar weer prachtige ritten tussen, maar er wordt helaas ook veel gevallen. En de allerverstandigsten, die aanvoelen dat hun paard het vertrouwen aan het verliezen is, die stoppen tijdig, meestal na een onschuldig uitziende weigering.

Vriendelijk en leergierig

Toch kunnen paardonvriendelijke gerelateerde afstanden afstanden vermeden worden en ik denk dat Eric Winter daar wel van zal, en ook graag wil, leren. Hij was vroeger, als ik hem, nog aan het prille begin van een succesvolle event carrière, op de wedstrijden tegenkwam, een van de allervriendelijkste ruiters die op een hele eerlijke manier met zijn paarden omging. Hij zal dat image ook graag zeker willen behouden als parcoursbouwer. Er zat ook veel moois tussen en de lange opties waren vaak interessant ingewikkeld. De grote jongens (en meisjes) lieten zien dat je er samen met je paard iets moois van kon maken, ook als er een allerlaatste beslissing genomen moest worden.

En Tim Lips, hoe vond die het?

Een paar weken geleden heb ik in een blog mijn waardering uitgesproken voor de beslissing van Tim Lips om niet mee te doen omdat hij het parcours niet bij zijn paard vond passen. Hij zei op zijn website dat hij wel ging kijken.  Ik ben zo benieuwd hoe hij het vond en of hij spijt had. Maar toch, beter zo spijt dan andersom…toch?

Zondag springdag

Michael Jung
Michael Jung

De zondag begint altijd weer spannend met de modeshow, oftewijl de veterinaire inspectie, waarbij dit keer twee paarden niet door de keuring heen zijn gekomen. Een daarvan is het paard van Lissa Green. Dat verbaast me trouwens niet helemaal, want die zag er niet helemaal blij uit gedurende de zo zwaar ontworpen test van oud eventruiter Eric Winter. Het is inmiddels allemaal achter de rug en vooral Sam Griffiths zal balen als een stekker. Foutloos gesprongen en nog steeds die rottige twijfelachtige 50 strafpunten van gisteren!

De spanning stijgt

Het middag programma is begonnen en de spanning stijgt. Lydia Hannon begint aan haar Badminton debuut springronde en laat zien hoe het moet. Rustig, beheerst en foutloos.  Christopher Burton, die gisteren zo’n pech had heeft weer pech met een balk. Mark Todd met Leonidas natuurlijk foutloos en binnen de tijd. Tom McEwen op, zoals er onder de insiders gemompeld wordt, het beste Engelse eventpaard van het moment, rijdt foutloos binnen de tijd, Tina Cook ook. Na een prachtige ronde van Rosalind Canter nog een mooie Todd-ronde. Vooral zoals Mark de dubbel reed aan een contactteugeltje, meer niet, was zo prachtig om te zien Tim Price op een paard wat niet om foutloos bekend staat is dit vandaag wel.

Andrew doet het!!

Andrew Nicholson (NZL) & Nereo - Jumping - Mitsubishi Motors Badminton Horse Trials - Badminton, Gloucestershire, United Kingdom - 07 May 2017
Andrew Nicholson (NZL) & Nereo – Jumping – Mitsubishi Motors Badminton Horse Trials – Badminton, Gloucestershire, United Kingdom – 07 May 2017

En dan… Andrew Nicholson…het duimen begint…de maag knijpt samen…weer zo’n gek Nereo-huppeltje ergens voor de watersprong. Ian Stark roemt Andrew zoals hij dit paard door het parcours helpt. De laatste hindernis is nauwelijks genomen of de menigte barst los. Iedereen wilde dit voor deze man, die bijna niet meer liep, laat staan reed.  Nog twee ruiters te gaan, en wel met die bekende Deutche Grundlichkeit. Michael jung eerst. Ik ben bang dat niemand het erg vond dat er een balkje viel en als Michael Jung een sportieve vent is, dan hij voor een keer ook niet. Ingrid Klimke rijdt binnen. Het gaat eigenlijk vrij snel in het parcours al fout en dat was voldoende om Andrew de felbegeerde overwinning te geven. Helaas voor Ingrid voltrok zich een klein drama toen een van de volgende hindernissen volledig aan diggelen ging. Naar, want waarschijnlijk hielp het publiek niet mee omdat het te moeilijk was voor allen om zich verder nog te beheersen. Zo snel zak je dus van eerste naar vijfde plaats.

‘It was worth waiting for’

En daar staat hij dan, met twee kinderen waarvan eentje in tranen en een kleinkind. Op de eigenlijk wat belachelijke vraag van de journalist, ‘And Andrew, how do you feel right now,’ antwoordde hij rustig, ‘It was worth waiting for’, waarna hij door zijn collega’s werd opgetild, gezoend en wat al nog niet meer. Het leek wel voetbal…

Boek Liz Barclay
Boek Liz Barclay

Liz Barclay blogt voor Hoefslag. Ze is naast dressuurtrainer in het Engelse Cornwall ook auteur van het boek ‘The farmer, the coal merchant, the baker’. In dit boek blikt ze terug naar haar jeugdjaren in Gelderland waar ze veel leerde van fokkers Henk Nijhof en Johan Venderbosch en trainers Roeli Bril en Jan Oortveld. Een echte ‘must read’ voor iedere paardenliefhebber, ook als je niet uit Gelderland komt. Meer informatie over dit boek

0 493

Vorige week belde mijn vriendin Elze uit Wichmond om te vertellen hoe leuk hun paardenkamp was geweest. Het weer was slecht maar de sfeer was super en zo hoort het ook. Paardenmensen moeten tegen een beetje weer kunnen, tenminste, zo was het altijd wel.

Vroeger…tja, vroeger, ik merk dat ik dat woord helaas telkens vaker gebruik, hadden niet alle verenigingen een binnenbak en degenen die zich er prive eentje konden veroorloven, die waren op een hand te tellen. We reden bijna altijd buiten, behalve als het vroor dat het kraakte. En toen, in de zeventiger en tachtiger jaren vlogen overal de binnenbakken als paddestoelen uit de grond. De indoor wedstrijden kwamen van de grond en in de fokwereld werd het dressuur- en springgefokte paard geintroduceerd; langzaam maar zeker raakte het veelzijdigheidspaard uit de mode.

DSC05210

Waterdicht

Maar, er is nog steeds een select groepje mensen dat nog een beetje ‘waterdicht’ is en het leuk vindt om zo nu en dan eens met de trailer ergens heen te rijden om op een mooie plek met stallen, een rijbaan en heerlijke lange zandpaden een weekendje te toeven.

Zo ook een aantal weken geleden landelijke rijvereniging ‘De Bosruiters’. Mijn vriendin Elze vertelde me hoeveel lol ze samen met z’n twaalven hadden gehad, dat er iemand met een jong paard bij was die voor de eerste keer zo’n uitje meemaakte en hoeveel die wel niet geleerd had.

De foto’s die ze me later mailde spraken boekdelen. Allemaal weer even tien jaar oud en gewoon, overdag met je paard en ’s avonds met een neutje, lekker ontspannen.

Groepsgevoel

Dat groepsgevoel begon al bij de ponyclub. Ik zat op de ‘Viersprong’ in Toldijk. Op zaterdag haalden we elkaar op en spraken vaak op andere dagen nog weer af om samen buiten te gaan rijden of nog wat te ‘oefenen’. Kortom, het droeg aan alle kanten bij aan het in een groep kunnen functioneren.

DSC051752

En dat is best belangrijk voor de paardenmens. De paardenmens is namelijk vaak nogal een beetje een ‘einzelganger’. Welk kind wil er nou na school, in plaats van naar z’n vriendjes, eeuwig een pony poetsen, hoefjes schoonmaken, stal opstrooien, een ritje maken en dat allemaal zovaak mogelijk herhalen. Wij, de paardemensen! En het liefst ons hele leven lang.

Sociaal zijn

Ooit, toen ik net in Cornwall woonde, kwam een goeie vriendin regelmatig haar dochtertje van een jaar of vier bij mij afzetten. Jos en ik reden dan samen naar de buren (drie kilometer verderop), waar een oud ponietje stond. Jos had dit beestje haar eigenbedachte naam gegeven, Sunshine Georgia, geen idee waar een vierjarig kind dat vandaan haalt.

Wij liepen dan met z’n drieen eindeloos langs de kleine weggetjes, Jos honderduit vertellend en Sunshine Georgia ondertussen zo nu en dan geniepig in mijn arm bijtend. Ik genoot enorm van hun plezier maar helaas kwam daar na een jaartje of zo een eind aan. Haar moeder vond dat ze in een socialere situatie, met kinderen van haar eigen leeftijd, met ponies bezig moest zijn en dus ging Jos naar een manege. Hoe jammer ook, ik kon niet anders dan het helemaal met mijn vriendin eens zijn.

Op de grond

In die tijd begon ik ook als instructrice bij de plaatselijke North Cornwall ponyclub. Mijn vuurdoop was het zomerkamp wat ieder jaar op dezelfde oude boerderij plaatsvond. Toen ik de eerste ochtend aan kwam rijden zag ik tot mijn grote verbazing een heel weiland vol bokkende ponies met kinderen die er nog opzaten, er half naast hingen of al op de grond lagen.

De voorzitster stond er genietend naar te kijken. ‘Zo, kunnen ze vanmiddag tenminste lekker rustig naar hun lessen.’ Zo ging dat hier toen. De kinderen sliepen in de stalletjes waar de koeiestrond van de winter nog lekker uitgedroogd in lag, overal liepen honden en alle moeders kookten. Het was een prachtcombinatie van lekker wild en avontuurlijk rondrauschen en lessen, met aan het einde van de week een samengestelde wedstrijd, aangepast aan het niveau van ieder en dus de hele kleintjes deden het aan een touwtje, terwijl alle helpers zich uit de naad renden.

Country moeders

Geen idee hoe het er in Nederland voorstaat met de ponyclubs, maar hier heeft het individualisme hardhandig toegeslagen. Ook ik geef priveles aan vrij jonge kinderen. Gelukkig zijn het hele leuke en zitten ze in teams waardoor ze daardoor wel weer leren om niet alleen voor zichzelf te zorgen maar ook voor hun teamgenootjes.

Helaas zie ik op de wedstrijden ook die andere kant, het kind dat volledig op zichzelf gericht is, vaak al met een jasje met de naam erop, meestal ook nog op een superpony, of al -paard, zit en in staat is om iedereen eraf te rijden. Vooral hier in Engeland kan dat al heel jong beginnen in de ‘leading rein’ showrubrieken. Vroeger vond ik dat nog wel koddig, zo’n uitgedoste ‘country-moeder’ met superblozend kindje in het kleinste maatje cremekleurige broekje, zonder vlekjes, met die schattige mini jodphurlaarsjes. Inmiddels heb ik het van dichtbij meegemaakt…niet leuk.

Andere tijden

De tijden zijn veranderd en daar zitten ook hele goede kanten aan. Het is geweldig dat we al vroeg de zeer getalenteerde jongeren die het helemaal in zich hebben om door te stoten, en daar ook dag en nacht van dromen, op tijd kunnen helpen om dit waar te maken. Dat is goed voor hen, goed voor de sport en goed voor het land als er hoog gescoord kan worden op de internationale wedstrijden.

Maar toch… de helft van het woord paardensport is: sport; en sport is weer deel van het woord sportief. Sportief betekend niet alleen graag fysiek bezig willen zijn en een sport beoefenen, maar ook tegen je verlies kunnen, aardig zijn voor je medesporters, een helpende hand toesteken, zelfs als diegene die altijd van jou wint per ongeluk z’n sporen vergeten heeft en er graag even een paar wil lenen. Losrijden met je ogen open en als je ziet dat er iemand die een probleempje heeft en een beetje ruimte nodig heeft, die ook te geven. Niet met je paard een appuyement afmaken als je daarmee een wat minder ervaren ruiter en paard klem tegen de muur rijdt.

Praten met elkaar, gewoon omdat dat sociaal is en het er een stuk gezelliger op maakt.

Steentje bijdragen

Het begint al jong en de ouders hebben daar ook duidelijk een stuk verantwoording. Voor ieder kind dat van een ponietje droomt is dat het allermooiste geschenk van de wereld, of het nou geleend of gekocht is. Maar dat kind zal echt een betere toekomst krijgen, emotioneel en professioneel, als het blijft leren zich goed te voelen in groepsverband. Als instructeurs kunnen wij daar in onze adviserende posititie ook zeker ons steentje aan bijdragen.

Hoofdfoto: DigiShots

0 2601
Tim Lips - Concrex Oncarlos Alltech FEI World Equestrian Games Lexington - Kentucky 2010 © Hippo Foto - Monique de Smit

De eerste keer dat ik met een aantal jonge pupilletjes naar een samengestelde wedstrijd in Engeland ging, stond ik werkelijk versteld van…de moeders! Ik hoor het de moeder van het 10-jarige schattige meisje Brushie nog zeggen , toen we de cross liepen, ‘if in doubt, kick!’

Nou, ik denk, je zal maar zo’n moeder hebben. Mijn moeder had gezegd, doe dit alsjeblieft niet.
Natuurlijk had de moeder van Brushie gelijk; als je eenmaal besloten hebt over een hele dikke boomstam, met ook nog eens een enorm gat eronder, te springen, dan moet je ervoor gaan. Als je paard je twijfel voelt dan gaat het helemaal mis.

Badminton fever

Badminton Horse Trials staat weer voor de deur en heel hippisch Engeland gonst weer van opwinding. Om te shoppen natuurlijk, want ‘Badminton Village’ is werkelijk spectaculair. Maar het volk zal ook wel weer verwachtingsvol bij de waterjump staan; verwachtingsvol…waarop?

Ikzelf de eer gehad om driemaal betrokken te zijn geweest bij de opleiding van paarden voor Badminton. Een ruiter heeft zichzelf teruggetrokken, ze was gewoon te druk op de boerderij. De hete merrie met een eigen willetje, Ballinacurra, heeft in Blenheim een peesblessure opgelopen en ging de fok in. En de laatste, de lieve ruin City Lights, is tweemaal na de dressuur fase teruggetrokken vanwege acute spierbevangenheid. Ze zeggen hier: als je gekwalificeerd wordt voor Badminton, dan begint het eigenlijk pas.

Voor de volbloed

In de tijd dat ik er rondliep was het nog echt de cross waar de dapperste volbloeds zich met elkaar maten. Een eindeloos parcours van ongewoon forse hindernissen met enorme afgravingen eronder en weinig complexe lijnen. Enige jaren geleden heb ik mij door de zeer geduldige en vriendelijke eventruiter-uit-de-oude-doos Jane Holderness-Roddam, Badminton winnares in 1968 en 1978, laten voorlichten over het gebruik van het warmbloedpaard voor eventing.

Zij heeft toen uitgelegd hoe de parcoursbouw door de meer technische complexiteit veel geschikter is geworden voor de warmbloed. Daarbij ook in beschouwing genomen dat, sinds de roads and tracks en de steeplechase er door het Olympisch comitee in 2004 zijn uitgehaald, de taaiheid van de volbloed er veel minder toe deed. Iets wat Jane Holderness-Roddam diep in haar hart heel jammer vond.

Badmintonblubber

Ergens, ik denk in de jaren negentig, was er ooit een behoorlijke rel na een dag Badmintonblubber. Ik zie Rodney Powell nog naast z’n schimmel die ergens half over-half onder de hindernis hing uit woede en frustratie met zijn zweep keihard op de grond slaan terwijl anderen al bezig waren om zijn paard weer overeind te helpen. Geen mooi gezicht, maar wel begrijpelijk, al die adrenaline moet toch ergens heen. Er zijn dat jaar veel ongelukken gebeurd.

Weer een aantal jaren daarna was er de dag na de cross, die zeer veel problemen gaf, nogal een discussie gaande onder de deelnemers omdat men vond dat de cross onnodig gecompliceerd geweest was; werd zelfs paardonvriendelijk genoemd. Ik vroeg mij in beide gevallen af: waarom gaan ze dan? Waarom trekken die ruiters zich niet terug? Waarom protesteren ze niet voor die tijd?

Dappere beslissing

En nu lees ik dat Tim Lips zich dit jaar teruggetrokken heeft omdat hij -schrijft hij heel beleefd- de cross, zoals die er dit jaar uitziet, niet bij zijn paard vindt passen. En dat terwijl hij zich er helemaal op voorbereid had. Dat zal helemaal geen makkelijke beslissing geweest zijn. Hij heeft het zo mooi en open in zijn blog op zijn website beschreven.

Jammer, ik had hem er graag zien rijden, maar een dappere beslissing van, in mijn ogen, een sportief en eerlijk paardenman met hart voor zijn paard.

Foto: DigiShots

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

98,726FansLike
6,878VolgersVolg
771Youtube abonneesAbonneer