Tags Posts tagged with "Liz Barclay"

Liz Barclay

0 5566
Remy Bastings is een van de vakmensen die reageerde op de eerste blog van Liz © DigiShots

In mijn vorige blog heb ik weer eens gehamerd op hoe de paardensport op zijn eigen ondergang afwandelt. In de hoop op een reactie, had ik die blog voordat deze op de Hoefslag site kwam, privé aan een aantal professionele paardenvakmensen gestuurd die ik de afgelopen paar jaar voor mijn Hoefslagbloggen heb mogen spreken.

Deel 1: Blog Liz Barclay I Paardensport op de schop; waar is de KNHS?

Meningen

Zes van hen uit verschillende hoeken van de toenemend diverse paardenwereld hebben de moeite genomen om hun doordachte mening aan mij toe te sturen. KNHS instructrice en Grand Prix ruiter Jiska De Roos- van Den Akker (amazone van Totilas in zijn jonge jaren), Grand Prix ruiter en oud Deurne-ganger Remy Bastings, hippisch journaliste en schrijfster van paardenboeken Tessa van Daalen-de Graaff, Olympisch springruiter en puur door praktijk gevormd paardenman Albert Voorn, subtop dressuurruiter en coach Maarten van Stek (ook oud Deurne-ganger), coach en Lipizzanerman Atjan Hop hebben de moeite genomen hun mening te geven. De een wat voorzichtiger dan de ander, maar wel allemaal met geheel hun eigen standpunt. Duidelijk wordt dat er heel nodig wat moet gebeuren maar dat het een zeer complex probleem is.

Jiska De Roos- van Den Akker: ‘terug naar het doe-maar-normaal-tijdperk’

Jiska De Roos-van Den Akker was kort maar krachtig. “Het is allemaal sowieso raar hoe de KNHS inspringt op de nieuwe rage van het paardenwelzijntijdperk dat lijkt aangebroken.” Ze noemt de onhandig loshangende neusriemregel en de demonstraties van de ‘Natural Horsemanshippers’ die Gert van den Hof hebben vervangen. “Terwijl juryleden er nog steeds worden bijgeschoold om vervolgens prikkende en sjorrende ruiters met staartzwiepende paarden bovenaan te plaatsen.” Wel heeft De Roos inmiddels gezien dat er op de wedstrijden niet zo precies wordt gekeken naar die neusriem. “Alleen of hij te strak zit, dus dat valt wel mee gelukkig.” De amazone denkt dat men vroeger meer van zichzelf eiste en minder van het paard door geduld en wil best terug naar dat doe-maar-normaal-tijdperk.

Remy Bastings: ‘We moeten uitleggen waarom we doen wat we doen’

Remy Bastings vindt het van essentieel belang dat we met z’n allen, en met de KNHS voorop, uitdragen waarom wij überhaupt de paardensport mogen bedrijven. “Als we dat niet hard kunnen maken, is de paardensport ten dode opgeschreven. In plaats van het voortouw te nemen om uit te dragen wat wij doen, komt de KNHS met krampachtige maatregelen om de sport vriendelijk te doen lijken.” Bastings stelt voorop dat hij geen voorstander van een strakke neusriem is, maar geeft aan dat op wetenschappelijke wijze bewezen is dat een lossere neusriem niet altijd bijdraagt tot meer welzijn. En dus de nieuwe neusriem regel ongenuanceerd is. Een typisch voorbeeld van het niet structureel aanpakken van de kern van het huidige probleem. “Namelijk, uitleggen waarom we doen wat we doen en waarom dat niet verkeerd is.”
Bastings geeft het voorbeeld van paarden in de natuur. “Hun lichaamstaal is heel subtiel, maar als daar geen gehoor aan wordt gegeven slaan ze elkaar keihard het licht uit de ogen.” Daarmee wil hij maar aangeven dat als iemand een paard een keer op zijn plek zet, dat niet moet worden afgedaan als dierenmishandeling. Wel als er structureel met teveel druk of geweld wordt gereden. “Maar waar die grens ligt is natuurlijk heel moeilijk meetbaar en blijft afhankelijk van gezond boerenverstand. Dat weet meestal meer dan welke wetenschapper of federatie dan ook.”

Tessa van Daalen-de Graaff: ‘Het wezen paard is niet in een sneltrein veranderd’

Tessa Van Daalen-de Graaff voelt zich ook vaak een roepende in de woestijn. “Er zullen altijd roeptoeters met een prachtig verhaal en een ronkende website blijven.” Toch vindt zij het te makkelijk om naar de KNHS te wijzen zonder concreet te zijn over wat we dan verwachten. “De KNHS is in de eerste plaats een paardensportbond. Dat hele opleidingengedoe is erbij gekomen.” Van Daalen is duidelijk over het feit dat gespecialiseerde vakopleidingen, zoals manege instructeur of training en africhting thuis horen op een school. Wat betreft het paardenwelzijn: “Het grote probleem is dat de mensen geen tijd meer hebben en het wezen paard niet in een sneltrein is veranderd.” Ze verwijst naar iets wat ze geleerd heeft van haar partner die militair is. “Defensieve maatregelen is meestal dweilen met de kraan open. Als je werkelijk verandering wil, moet je vooraan in het proces aan de slag.”

Albert Voorn: ‘De paardensport is als een verzameling religies’

Albert Voorn mocht ik op zijn vrije zondag bellen. “Kijk, je moet de paardensport zien als een verzameling religies. Allemaal verschillende geloven die denken dat alleen hun gedachtengoed de waarheid is en het nooit met elkaar eens zullen worden.” Op mijn vraag of Deurne een groot verlies was kreeg ik tot m’n verbazing een vrij kritisch antwoord. Hij vond het strakke stramien van lesgeven geen succes. “Ieder paard is anders en moet ook zo benaderd worden.”

Maarten van Stek: ‘De KNHS moet van z’n eiland af’

Maarten van Stek wond er geen doekjes om. Nadat hij mijn blog gelezen had kreeg ik een berichtje. “Voeg maar toe, de KNHS moet van zijn eiland af en ophouden hun eigen stoep schoon te houden; uit hun ivoren toren stappen en corruptie en vriendjespolitiek fors aanpakken.” Na even nadenken kwam er nog een wat langere uiteenzetting. “Ik vind bijvoorbeeld halfzachte neusriemregels een doekje voor het bloeden. Als ik op een wedstrijd kom zie ik veel ergere dingen dan een iets strakke neusriem.” Van Stek noemt ondervoede en bange paarden, open monden, gehang aan de stang en buitengewoon onvriendelijke rijden. “En geen mens die er iets over zegt, ik ook niet, want je weet dat je nergens support krijgt. En dat stoort me.” Hij benoemt ook de leeftijdsgrens. “Ik vind dat die omhoog moet. Een zesjarige hoeft niet in de subtop. Een zevenjarige geen Grand Prix. Maak eens echte stappen in de sport, als voorbeeldfunctie!”
De KNHS hoeft echt niet alles te reguleren, vindt Van Stek, want daar is de bond niet voor. “Eens worden we het toch nooit allemaal. Maar wat ze wel kan doen moet nu maar eens gaan gebeuren. Niet lullen maar poetsen!”

Atjan Hop: ’De maatschappij mag dan zijn veranderd, maar het paard echter niet’

Atjan Hop ging er even voor zitten en stuurde mij een document van 4 kantjes waar ik de hoofdzaken uit mocht pikken. Hij begon met te zeggen dat hij mijn vorige blog veel te simplistisch vond. “Terwijl de praktijk van paardrijdend Nederland veel complexer is. En veel meer omvattend dan alleen ‘paardensport’ zoals de KNHS dat wil vertegenwoordigen. Heel veel ruiters, menners, handwerkers, langeteugelaars, vrijheidsdressuurders, wandelaars, verzorgers, spelers, knuffelaars, enzovoorts hebben niets met sport en competitie en voelen zich geenszins vertegenwoordigd, of zelfs maar aangetrokken door de KNHS en haar doelstellingen.” Hop beschrijft de monopoliepositie die de KNHS zich op vele terreinen toeëigent waardoor er achter de feiten wordt aangelopen zonder echt beleid. “De KNHS probeert momenteel gaten op te vullen. Door modegrillen en recente ontwikkelingen in de sport te proberen op te lossen, vindt de KNHS, primair een paardenSPORTbond, absoluut geen aansluiting met die hele grote groep paardeneigenaren die niet in sport met paarden geïnteresseerd zijn. Sterker nog, hoe meer de KNHS meegaat met de extremer geworden uitingen binnen de paardensport, hoe meer de ‘alternatieven’ zich zelfs tegen de KNHS en de paardensport keren.”

Deze groep voelt zich door de KNHS ook niet vertegenwoordigd op het gebied van paardenwelzijn, maar voelt zich daardoor wel bekritiseerd door de algemene publieke opinie of politiek, schrijft Hop.
“De grote verbindende factor zou kunnen zijn: terug naar de basis, de basis van de opleiding.”
Naar de mening van Atjan is het instituut Deurne overgenomen door een veelvoud van MBO- en HBO-opleidingen die allemaal hun eigen plan trekken. Hierbij blijft de praktijk, uitgaande van uniforme basisprincipes, het kunnen rijden in verschillende disciplines, stages en kennismaken met het harde hippische leven onderbelicht. Teveel theorie en te weinig praktijk. Met als gevolg een tekort aan geschikt jong personeel voor de FNRS-maneges. Doordat de KNHS daarnaast ‘Ermelo’ heeft overgenomen, is de basis voor het gewone paardrijden ook daar ondergeschikt geworden aan de sportprestatie. De oude normen en waarden van gebruik van en omgang met paarden raakt in het gedrang, horsemanship kan zich niet meer ontwikkelen. Hetgeen dus ook weer het paardenwelzijn in gevaar brengt.”

“Verder is er buiten de beroepsopleidingen en ORUN een totale wildgroei ontstaan van allerlei opleidingen van uiteenlopende stromingen, waarbij je soms vraagtekens kunt zetten bij de kwaliteit en grondslag. Een vorm van kwaliteitsnormering en overzicht zou hier zeer wenselijk zijn.” Hop schrijft dat hij niet pleit voor terugkeer van een enkel instituut als Deurne, maar wel voor een volledige standaardisering van hippische opleidingen op basisniveau, dat aan zou moeten sluiten op verdere specialisatie in uiteenlopende richtingen. Met een naar algemene hippische bond omgebouwde KNHS als overkoepelend orgaan. “Maar dan moet men wel beginnen de eenzijdige focus op paardensportprestatie los te laten en zich breder en open op te stellen.” Als laatste haal ik een zin uit zijn bevlogen betoog die ik ook bij andere meningen terug vindt: “De maatschappij mag dan zijn veranderd, maar het paard echter niet.”

Kritieke fase

Uit deze meningen blijkt wel dat de paardensport zich in een kritieke fase bevindt en er helemaal geen klinkklare oplossing is voor de huidige problemen. Dat, ook al zou de KNHS goed functioneren, het voor deze organisatie vrijwel onmogelijk is om alle verschillende richtingen in goede banen te leiden.
Dat de meningen van een aantal zeer vakkundige paardenmensen elkaar soms raken, maar ook zeer verschillen. Dat doordat we met levende wezens werken die niet kunnen praten, maar zeer veel incasseringsvermogen hebben voordat uit hun conditie of gedrag blijkt dat ze heel ongelukkig zijn, het een enorm grijs gebied is.

Een verzakte fundering

Maar duidelijk wordt wel dat het echt geen zin heeft om met een paar halfzachte aanpassingen zo hier en daar, zoals de KNHS nu doet, een wankel systeem overeind te houden. Je gaat toch ook geen nieuwe muren bouwen op een fundering die verzakt is?

Openbreken van het bestaande systeem van de KNHS

Dus ik blijf erbij, en ik lees dat ook in de meningen hierboven, dat het openbreken van het bestaande systeem van de KNHS een stap in de goede richting zou zijn. Met om te beginnen een aparte op alle soorten paardengebruik gerichte organisatie die alleen tot taak heeft zich met het welzijn van het paard bezig te houden en gebaseerd op de uitkomst van een uitermate kritische discussie tussen top-paardenmensen van alle verschillende takken in de paardensport. Ook competente vertegenwoordigers van de zogenaamde ‘nieuwe richtingen’ moeten aan die tafel komen zitten. Met als doel om misbruik van een totaal niet functionerend systeem in de toekomst te voorkomen en het welzijn van het dier dat ons zoveel geeft en compleet van ons afhankelijk is, op een hoog peil te houden. Met als uitgangspunt dat in de paardrijkunst geduld hebben belangrijker is dan aanleg of talent.

Auteur: Liz Barclay

ruiter paard algemeen

Het moet er toch een keer van komen. De organisatie van de paardensport moet op de schop. Als dat niet gebeurt dan is onze hobby, onze baan, onze drijfveer om iedere dag weer uit bed te stappen om de stallen uit te mesten, het gangpad te vegen, te poetsen en op te zadelen ten dode opgeschreven. Misschien niet morgen, niet volgend jaar, maar wel in de nabije toekomst.

Dit bedenk ik niet zelf. Nee, ik hoor het uit de mond van gerenommeerde paardenvaklui. En ja, ik ben het er helemaal mee eens. En dat mag niet, de paardensport is te mooi. Als het tenminste vakkundig en met de liefde voor het paard voorop bedreven wordt.

Ooit was er Deurne

Er is een probleem. Ooit was er Deurne. Een instituut dat op een deskundig georganiseerde manier en volgens een degelijk systeem instructeurs en paardentrainers produceerde. Je ging vier jaar lang ieder jaar drie maanden intern en de andere negen maanden werkte je op een erkend manegebedrijf. Voor de onschuldige paardenenthousiast die wilde lessen was het overzichtelijk. Als er een bordje FNRS goedgekeurd bij de ingang hing, dan wist je: hier wordt vakkundig met paarden omgegaan en goed les gegeven.

Monty Roberts, Pat Parelli en de paardenfluisteraars

Sinds de deuren van Deurne dicht zijn gegaan is de het opleidingssysteem in handen van de KNHS. Daarnaast heeft zich nog een andere richting ontwikkeld. Monty Roberts werd wereldberoemd en de ‘join-up’ deed zijn intrede. Pat Parelli vond de weg naar internationale bekendheid en dressuur met een halster in plaats van een hoofdstel werd hip. De paardenfluisteraars en barefoot-trimmers volgden.

Nieuwe technieken niet verkeerd

Ik zeg helemaal niet dat die technieken verkeerd zijn. Ik sta open voor nieuwe informatie en heb er door de jaren heen regelmatig wat uitgehaald. Bijvoorbeeld, toen ik de eerste keer naar Monty Roberts keek, dacht ik, hé, dat gebeurt bij mij ook aan de longe. Ik heb toen opgestoken over wanneer je een paard niet in de ogen moet kijken en ook mijn lichaamstaal verder kunnen ontwikkelen. Ik heb een Engelse dame die met Pat Parelli had gewerkt een prachtshow zien geven. Zij liep naast haar paard dat niets op of aan had, ook geen halster. Zij deden een soort pas de deux waar ik helemaal week van werd. Niet iets waar ik m’n tijd in zou steken want, alhoewel ik graag longeer, zit ik er uiteindelijk liever op, maar het straalde geduld en vakmanschap uit.

Landelijk controle systeem

Maaaarrrr… er is een landelijk controle systeem nodig voor al deze nieuwe methodes om er voor te zorgen dat er geen misbruik van gemaakt wordt. Cursussen te over om je in een van deze vakken te bekwamen. Helaas, er is geen overzicht. En daarmee staan alle deuren open voor de knutselaars. Ik heb mijn eigen verhaal van ruiters die ik met hun paarden weer op het rechte pad heb moeten helpen, nadat ze bij een incompetente en onbetrouwbare Natural Horsemanship trainer in de problemen waren gekomen. Soms kwam het ook niet eens meer goed, omdat het paard lichamelijk of emotioneel al zoveel had meegemaakt dat de kreupelheid of apathie onomkeerbaar bleek. Ik weet zeker dat veel instructeurs en trainers zich hierin herkennen.
Alles is extremer geworden. De conventionele dressuur-, spring- en mensport zal ook hoognodig eens nog veel kritischer naar zichzelf moeten kijken. De excessen aldaar hebben meegewerkt aan de huidige problemen en de paarden zijn de dupe.

Paardensport

‘De KNHS is er voor iedere paardensporter. Of je nou net bij een manege bent begonnen, lekker buiten rijdt, je voorbereidt op de Olympische Spelen of je in je vrije tijd inzet als jurylid of official: de KNHS is er voor jou.’ Dit is wat je leest als je naar de KNHS website gaat. Sjonge, da’s wel heel veel. Maar is de KNHS er ook voor het paard? Wanneer komt er een soort Greta Thunberg (dat Zweedse meisje met de vlechtjes die de internationale politiek ter verantwoording heeft geroepen voor Global Warming) voor de paarden die in Nederland aan de bel durft te trekken en op een mondige manier de KNHS wakker gaat schudden.

Iemand die dapper genoeg is om te durven zeggen dat de KNHS moet ophouden de problemen voor zich uit te blijven schuiven, de discussie niet aan te gaan en de andere kant uit te kijken. Terwijl Maarten van Stek al eens had gevraagd wanneer ik de knuppel nou eens in het hoenderhok ging gooien, vond Atjan Hop dat ik met deze blog, die ik ook hem had toegestuurd, wel heel erg met de zevenmijlslaarzen door de problematiek heen liep. Dat was ook een beetje mijn opzet. In de hoop op een reactie, heb ik deze blog aan nog een aantal professionele paardenmensen gestuurd die ik de afgelopen paar jaar voor mijn hoefslagbloggen heb mogen spreken.

Reacties uit de paardenwereld

En die reacties kwamen. Een enkeling gaf zondermeer toe zich te weinig in dit probleem te hebben verdiept om er een mening over te geven. Een ander was te druk met wedstrijden om er eens diep over na te denken. Weer een ander wilde niet aan dit soort negatieve kritiek meewerken. Dat was er al genoeg.

Maar KNHS-instructrice en Grand Prix ruiter Jiska De Roos- van Den Akker (berijdster van Totilas in zijn jonge jaren), Grand Prix ruiter en oud Deurne-ganger Remy Bastings, hippisch journaliste en auteur van paardenboeken Tessa van Daalen-de Graaff, Olympisch springruiter en puur door praktijk gevormd paardenman Albert Voorn, mijn trouwe steun en toeverlaat, subtop dressuurruiter Maarten van Stek en Lipizzanerman en coach Atjan Hop hebben de moeite en tijd genomen hun mening te geven. De een wat voorzichtiger dan de ander, maar wel allemaal heel duidelijk met hun eigen standpunt. Duidelijk wordt dat er wat moet gebeuren, maar dat het een zeer complex probleem is.

Die reacties kun je lezen in mijn volgende blog.

Auteur: Liz Barclay

Blog Liz Barclay Nederland Paardenland

Mijn jaarlijkse weekje Nederland viel dit jaar samen met de KWPN hengstenkeuring in Den Bosch. Bij mijn aankomst op Schiphol stond Maarten van Stek al in aankomsthal 2 te zwaaien.

Zo heel fijn om opgehaald te worden! En dan ook nog door een man die op twee benen rondloopt, alsof er niets gebeurd is. Maarten brak vorig jaar bij een val met zijn paard zijn been op twee plaatsen, maar gelukkig zit hij sinds een aantal maanden weer in het zadel.

Er viel die avond veel bij te praten en dat gebeurde bij een heerlijk bord boerenkool met worst. En natuurlijk, het ging bijna de hele tijd over paarden. Maarten is altijd heel geduldig met me en beantwoordde ook dit keer uitgebreid de vragen die ik voor hem had opgespaard.

Samen naar de Dijckhoeve

De volgende ochtend scheen de zon prachtig over het vlakke land met zo hier en daar een vleugje wit van een onverwachts hagelbuitje. Maarten wees naar de nieuwe binnenbak op het prachtige complex van Sportstal Dijckhoeve. Een bak die haast Amerikaans aandoet met z’n doorzichtige wanden. Luchtig en toch beschermd rijden is een luxe die wij hier nog weinig zien.

Blog Liz Barclay Nederland Paardenland

En toen kwam dat moment dat ik Maarten weer op zijn William zag stappen. Ik had me zo voorgenomen om geen traantje te laten. Mislukt. Een heel jaar weggevaagd alsof er niets gebeurd is. William zag er zelfs beter uit dan ooit tevoren. Wissels klinkklaar en passage en piaffe zoveel zuiverder en reglmatiger, hoe kan dat toch?

Team William

Iedereen noemt zich een team tegenwoordig. In dit geval noemt niemand zich iets. Ze doen het gewoon en dat is dat. Marc, Miriam en Feline. Marc, Maarten’s man en allertrouwste toeverlaat, onvermoeibaar en de stabiele lijn op de momenten dat dat nodig is. Mirjam, de trouwe vriendin en leerling, die Maarten na zijn val overal mee naar toe gesleept heeft gedurende zijn revalidatie nadat knie, voet en onderbeen weer aan en in elkaar gezet waren.

Blog Liz BarclayNederland Paardenland

Feline, nog zo’n trouwe vriendin en leerling, die de zorg en het rijden van William op zich had genomen, en hoe!

Dit prachtige proces van geven en nemen op een zo natuurlijke manier was zo voelbaar, daar in de binnenbak op de Dijckhoeve. Maarten was aan het uitstappen toen Miriam binnenkwam op haar merrie. De gedrevenheid en enthousiasme van Maarten maakten van Miriam en Diamond Girl (v.Negro) binnen de kortste keren in een zelfverzekerd paar. Daardoor begon de merrie zoveel soepeler te lopen, dat het een genot was om te zien.

Wat een zit!

Feline had ook nog een les voor ik naar de Achterhoek zou vertrekken. Vorig jaar had ik Maarten haar paard zien rijden. Feline Wiltenburg-Ginsel heeft zich gespecialiseerd in het geven van zitlessen. Als ik hier zou wonen, stond ik bij haar in de rij.

Feline zit werkelijk mooi en stil met benen die zoveel langer lijken dan ze zijn, zo knap en om jaloers op te worden. Daarbij heeft zij een warme persoonlijkheid waardoor je je onmiddellijk op je gemak voelt en ik kan me zo voorstellen dat haar zitlessen alleen daardoor al bij de ruiter een ontspanning creëren waardoor alle ledematen veel makkelijker op hun plek kunnen vallen.

Door naar de Achterhoek

De vader mijn vriendin Elze was voorzitter van ponyclub de Viersprong in Toldijk. De mijne werd er penningmeester. Later zaten we samen op Landelijke Rijvereniging de Zevensteen in Steenderen. Haar schoonvader, Hans Vleemingh, was er instructeur. We hadden zoveel lol en we leerden er doorzetten. Geen binnenbak en alle wedstrijden nog op gras, dus vaak baggerden we regelmatig stijlvol door de modder.
Als ik bij Elze aankom, dan voelt het als thuis. Samen gaan deze twee vriendinnen voor het leven al jaren een paar dagen naar de hengstenkeuring in Den Bosch.

We waren nog niet binnen, of we hadden de twee grote armen van Roeland Elshuis om ons heen. Elshuis is een goede vriend van Elze en paardenman in hart en nieren. Ik vroeg natuurlijk onmiddellijk naar zijn hengst King Schufro die vorig jaar voor het verrichtingsonderzoek was aangewezen.

Roeland vertelde dat hij toch besloten had een andere weg te bewandelen en dat de hengst nu bij Remy Bastings stond.

Elkaar vertrouwen met een handdruk

Een telefoontje later zaten Roeland, Remy en ik samen aan een tafeltje bij de KWPN-stand. Roeland had me al verteld dat Remy in Deurne instructeur was geweest en, echt, ik kijk tegen dat soort mensen op.

Er was nog iets waar ik gedurende dat gesprek tegenop keek. Roeland heeft Remy mede-eigenaar van King Schufro gemaakt zonder geld uit te wisselen. “Ik heb misschien een goed paard gefokt, maar ik heb wel een ruiter nodig die hem kan maken.”Ik keek naar twee mannen die alle twee eerlijkheid uitstraalden en beiden bereid waren om elkaar met een handdruk te vertrouwen.

“Tja, dat moeten we dan nog gaan bewijzen als het een keer niet zo goed gaat tussen ons,” zei Remy met een knipoog.

Blog Liz Barclay Nederland Paardenland remy bastings

Hoe klein is de paardenwereld!

Toen ik Remy naar zijn verleden in de paardensport vroeg, vertelde hij dat hij een jaar bij Johann Hinnemann had gezeten. Laat ik nou in een van mijn vorige blogs over de toevallige ontmoeting met de Olympische amazone Leonie Bramall hebben geschreven, in diezelfde tijd ook werkzaam bij Hinnemann. Remy glunderde nog toen hij over de Olympische Spelen in Atlanta vertelde, waar hij haar en haar paard had bijgestaan als groom en oog op de grond.

Ouderwetse zelfdiscipline

Ik nam de vrijheid om nog even naar de mening van Remy te vragen over een aantal ontwikkelingen in de paardensport die ik, of niet zo goed begrijp, of zelf misschien niet zo geslaagd vind. Over het wig dat tussen klassiek en ‘modern’ rijden was hij heel duidelijk. “Je doet wat bij het paard past en wat dat is maakt mij niet uit, zolang het paardvriendelijk is.”

Over de verkorte Grand Prix proef: “Heb ik nog niet gereden, dus kan ik niets over zeggen. Hoeft niet verkeerd te zijn.” En over het weghalen van de laatste drie cijfers op het protocol: “Als het goed is, zit dat er bij ieder cijfer van de jury in.”

Wel vond hij dat aan de discipline van de jonge generatie paardenmensen nog wel eens wat mankeert en dat werd er nou juist in Deurne met de paplepel ingegoten.

Hier sprak een paardenman die nog een beetje van ‘de ouwe stempel’ is, maar wel met een moderne kijk en niet bang voor veranderingen, als ze de sport ten goede komen.

Nog even over de keuring

Remy is ook niet bang om de verantwoording te nemen voor zijn mening. “Ja, dat mag je van mij schrijven. Er zullen betere ruiters en ook betere ruiterbegeleiders moeten komen om de hengsten een eerlijker kans te geven gedurende het verrichtingsonderzoek, zodat de hengsteneigenaren hun hengst niet met ingehouden adem hoeven achter te laten.”

Ook is Remy duidelijk over de manier waarop sommige hengsten in Den Bosch getrixt voorgesteld worden en hoe regelmatig de grootste stap en meest spectaculaire draf gewaardeerd worden, terwijl dat helemaal niet hoeft te zeggen dat dit op lange termijn de beste sportpaarden of best verervende hengsten zijn.

Nog een leuke ontmoeting

Terug op de tribune herkende ik zomaar Linda Leeflang van een foto die ik van haar mocht gebruiken voor een eerdere blog. Het vak van paarden klaarmaken voor de hengstenshow en het voorbrengen zijn onderdelen van de paardenwereld waar in de paardenjournalistiek naar verhouding weinig aandacht aan besteed worden, terwijl het vakmansschap bijzonder is.

Ook met haar mocht ik een gesprekje hebben. Een leuke ontmoeting met een spontane jonge vrouw, maar daar schreef ik de vorige keer over in mijn blog ‘Nederland Paardenland – deel 1’.

Liz Barclay

Hengstenkeuring Den Bosch met meer drama dan ooit.

blog liz barclay

Toen we op vrijdagochtend voor de hengstenkeuring aan kwamen rijden bij de Brabanthallen in Den Bosch stonden de bordjes ’uitverkocht’ al aan de weg. Tja, de Black Magic Show, daar ging half paardrijdend Nederland de weg wel voor op.

We zaten nauwelijks op de tribune of nummer 317, de hengst Le Formidable (v. Bordeaux), kwam binnen. “Zitten we nou meteen al naar de kampioen te kijken?,” zei ik half grappend voordat er al geklapt werd. Later, toen ik Lorna Wilson tegenkwam van Elite Stallions UK (zie deze vorige blog) bevestigde zij dat gevoel.

Met kop en schouders

Deze vakkundige vrouw, die haar kennis al jaren heel slim vanuit Nederland en Duitsland mee terug naar Engeland genomen heeft, vond de afstammelingen van Bordeaux er met kop en schouder bovenuit steken. Dat vond de keuringscommissie trouwens ook met vijf zonen door naar het verrichtingsonderzoek.

Zelf viel ik helemaal op Lloyd, een jonge Governor (vm. Charmeur). Misschien niet de allergrootste showbink, maar wel een krachtpatser die in mijn ogen prachtig liep. Ik blijf vinden dat die showbinken misschien prachtige wedstrijdpaarden zijn, maar voor de fok wil ik toch bij mijn bescheiden mening blijven dat een extravagante draf misschien niet altijd het beste is voor op de lange duur. Als de galop goed is kun je de draf maken, heb ik altijd geleerd.

Afscheid Glock’s Johnson

Naarmate de dag verliep werd het drukker. De hengstenkeuring is tegenwoordig meer dan alleen maar af- en doorverwijzen. De mensen willen romantiek en daar zit het drama onlosmakelijk aan vast. Dit jaar helemaal en het begon met het afscheid van Glock’s Johnson.

Hoe Hans Peter Minderhoud z’n toespraak nog min of meer droog heeft afgekregen, geen idee. Het is ook wat om te weten dat je na al die jaren succes, wat alleen maar kon door dag in dag uit samen keihard aan de slag te gaan, voor een publiek wat uit z’n dak gaat nog even te moeten vertellen wat je samen met de ‘koning’ allemaal wel niet hebt meegemaakt.

Hoeveel paarden worden er niet onder het gat van ruiters weggehaald en verkocht als er maar genoeg flappen voor terug komen. Vaak ook juist als de top in zicht of net bereikt is. Door het sponsorschap is er veel mogelijk geworden, maar de andere kant van het verhaal is die afschuwelijke afhankelijkheid.

Black Magic

Daar zouden we later op de avond nog een keer mee geconfronteerd worden, en hoe! De camera moest natuurlijk close-up op het emotioneel vertrokken gezicht van Edward Gal toen hij, na samen met Hans Peter en de twee zwarte hengsten de show gestolen te hebben, Totilas binnen zag komen.

Ik werd er eerlijk gezegd een beetje naar van. De druk moet voor deze twee paardenmannen die dag zo immens zwaar zijn geweest.

Maar de Black Magic deed zijn werk. Met z’n allen hebben we gestampt, geklapt, gefloten en gejuicht voor paard en mens als nooit tevoren.

Het gaat om geld

Laten we wel even eerlijk blijven. Het gaat natuurlijk allemaal om geld. De paardenfokkerij en handel nemen in Nederland een aanzienlijke plaats in de economie in. In 2014 exporteerde Nederland voor 273 miljoen euro aan paarden naar het buitenland. De gemiddelde prijs die een Amerikaan voor een Nederlands paard betaalt is 66 duizend euro (heb ik gelezen op NRC.nl). Als aan het eind van de tweede dressuurdag bij de Select Sale een niet-doorverwezen hengst voor zo’n 20.000 euro van de hand gaat, roept iedereen, ‘oh, wat goedkoop!’

Het KWPN kent zijn pappenheimers. Wij houden van paarden, van hun beweging, hun uitstraling. En we hebben daar ongelofelijk veel voor over. Als deze twee topruiters voor ons hun ziel blootleggen op zo’n avond, dan zijn de kaartjes allemaal verkocht en floreert achter de schermen de handel. In paarden en in kwakjes.

Ik bekritiseer niet, ik noteer. Maar ik heb het er soms wel moeilijk mee.

Nog meer tranen

Op het moment dat Le Formidable tot kampioen dressuurhengsten door de jury werd benoemd, liep Jeroen Witte met de Bordeaux-zoon vlak bij ons langs de tribune. Deze stoere voorbrenger sloeg zijn grote knuist voor zijn ogen en je zag daar weer hoe ongelofelijk veel er in deze dagen gestopt wordt. Hoe de spanning oploopt na maanden werk en druk op de ketel.

Alles wat er in de voorafgaande maanden aan zorg is ingestopt, moet in een dag op z’n plek vallen. Het is zo’n ander vak dan wedstrijden rijden, waarbij de ruiters meestal altijd een langere band met hun paard kunnen opbouwen.

Linda Leeflang

Vandaar dat ik het leuk vond om nog even met Linda Leeflang te praten. Een van de weinige vrouwen die hengsten klaarstoomt voor deze keuring. Ik had vorig jaar even contact via messenger met haar gehad omdat ze King Schufro van Roeland Elshuis (nu bij Remy Bastings, zie volgende blog) voor de keuring had klaargemaakt en zag haar lopen met Liverpool (v. Apache) die doorverwezen werd voor het verrichtingsonderzoek.

Deze jonge spontane vrouw met een bonk energie die zo duidelijk van haar afstraalt, geniet van haar vak. Ze vertelde hoe ze juist zo fijn kan werken met een wat rillerig type hengst. Dertien paarden op stal en ze werkt ze allemaal zelf.

Linda is ook nuchter. “Als ze echt moeten lopen dan laat ik dat graag aan mijn vrienden Jordy en Teunis Andeweg over. Die kunnen dat veel beter dan ik, maar in de kooi doe ik het graag zelf. Die hengsten kennen me natuurlijk ook al een tijdje en dat werkt op die manier beter.”

Nooit loslaten

Wij kijken naar de hengsten en mogen de mensen in hun witte pak niet vergeten. Niet alleen halen zij het beste uit de hengsten. Kijk maar hoe ze een rillerige of een wat flegmatieke hengst ‘helpen’ om op het juiste moment te ‘stralen’’. Maar ook hoe die vier keuringsdagen ieder jaar weer vrijwel zonder ongelukken verlopen.

Dat heeft helemaal te maken met de vakkunst en behendigheid die deze paardenmannen en vrouwen laten zien. Met rooie koppen en buiten adem weten ze altijd weer op de goeie plek te staan om vooral de voorbenen van deze uitbundige, vaak ook gestreste, jonge hengsten te ontwijken, zonder ook maar ooit dat touwtje los te laten.

Bij de tuigpaardhengsten wordt er daar door dat extreem felle voorbeen nog een enorme schep boven opgedaan. Ik kijk daar met zoveel respect naar.

Paardenmensen mogen huilen

Ik kijk dus niet alleen naar al die glanzende paardenlichamen maar net zo goed naar het ultieme

vakmanschap dat gedurende dit festijn in de Brabanthallen is verzameld. En geniet daarvan.
En als er dan afscheid genomen moet worden of er wordt er eentje kampioen dan mogen van mij die paardenmannen huilen. Blij dat die stoere kerels het kunnen…

Liz Barclay

dressuur algemeen subtop

Vorige week had ik een vriendin aan de lijn. ‘Ik baal als een stekker. Ben je de hele week druk aan ’t werk en verheug je je op je wedstrijd op je vrije dag. Krijg je allemaal zessen zonder enig commentaar. Dat was dan je weekend.’ Ik voelde met haar mee.

Ik weet, als een proef uit allemaal zessen bestaat, is de regel voor de jury: er is niks echt verkeerd en ook niks echt heel goed, dus er valt weinig over te zeggen en het hoeft officieel niet. Tenminste zo is dat hier in Engeland en naar ik aanneem ook in Nederland.

Maar toch, het blijft knagen: het afhankelijk zijn van het humeur of de smaak van een jurylid. Het afhankelijk zijn van het humeur van de overige deelnemers. Het je soms best eenzaam voelen.

Vreemde eend in de bijt

Toen ik na een aantal jaren geen wedstrijden te hebben gereden, begin jaren negentig voor het eerst aan een wedstrijd in Engeland deelnam, miste ik zo de sfeer van de Landelijke Rijvereniging. Alles was hier gescheiden. Alleen op de samengestelde wedstrijden zag je naast de dressuurbanen ook een springparcours.

En er was op de dressuurwedstrijden geen saamhorigheidsgevoel. Een vreemde eend in de bijt, zo voelde ik me.

Dat was ik natuurlijk ook. Ik gaf al wel een tijdje les op een van de ponyclubs, maar kende weinig actieve wedstrijdruiters.

Die dag won ik beide L-proeven, maar er was niemand om me te feliciteren. Bij het secretariaat haalde ik beide puntenlijsten op, met de linten eraan vastgeniet, en vertrok.

Nederlandse wedstrijdcircuit

Door de jaren heen, op mijn reis naar de Prix St. Georges, wende ik eraan dat er in Groot Brittannië nou niet echt een collegiale sfeer hing op de wedstrijden. Ik leek altijd degene die contact maakte, hulp aanbood waar nodig, met misschien een gepast grapje tegen een wat gestreste deelnemer om de druk een beetje van de ketel te halen.

Oke, als je drie of vier uur in de vrachtwagen moet zitten voor een wedstrijd, dan is de kans groot dat weinig ruiters elkaar kennen. Nederland is zo’n stuk kleiner en het hele wedstrijdcircuit zoveel bereikbaarder.

Individualistisch

Toch, en dan hoor ik weer mijn vriendin vertellen, denk ik dat ook hippisch Nederland een verandering heeft doorgemaakt. Inmiddels zijn ook hier spring- en dressuurwedstrijden vaak gescheiden en is de sfeer individualistischer. Men heeft minder interesse in elkaar.

Mijn vriendin vertelde het trieste verhaal dat zij op een landelijke wedstrijd aan het eind van de dag nog haar proef moest rijden, terwijl bijna iedereen was vertrokken. Sterker; de organisatie was verderop begonnen de banen af te breken. Ik kon me goed voorstellen wat een anticlimax dat geweest moet zijn.
Vroeger was het verplichte wachten op de parade, en ook het rijden ervan, niet altijd even leuk. Toch had het wat. We waren een groep, we keken naar elkaar, hielpen elkaar en leefden met elkaar mee.

Gezonde zenuwen

Ik heb me in de dressuurring altijd op m’n gemak gevoeld. Ik bereidde me goed voor en kon er ook uitstekend mee leven als er eens een dag tussen zat waarop het wat minder ging. Gek genoeg hielp juist die instelling om vrijwel altijd met een paar winstpunten en een plaatsing terug naar stal te rijden.

liz barclay blog

Ik ben gezegend met, wat ik noem, gezonde zenuwen. Ze hielpen me om met een dosis zelfvertrouwen door de moeilijke momenten gedurende een proef heen te rijden zonder emotioneel aan diggelen te gaan. Wat onmiddellijk een geruststellend effect had op mijn paarden.

Strak harnas

Niet iedereen heeft het geluk ‘gezonde zenuwen’ te hebben. Of het aangeboren is, of te maken heeft met zelfdiscipline, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat wat ik in de dressuurring wel kon, me op school helemaal niet lukte. Faalangst is een verschrikkelijk ding. Iets dat sommige ruiters juist in de wedstrijdring in de houtgreep krijgt, waardoor ze nog niet de helft voor elkaar krijgen wat ze thuis met gemak uit hun mouw schudden. En als ze eenmaal in die spiraal zitten, komen ze er maar met moeite uit.

Niet iedereen kan zich een sportpsycholoog veroorloven en voor sommigen blijft de wedstrijdsport zo’n strak harnas dat de negatieve ervaringen zich blijven opstapelen. Met als gevolg een paard dat de wedstrijdring ook al heel snel als iets negatiefs begint te ervaren.

Kritische blikken

Petje af voor degenen die zich hier doorheen weten te worstelen. Ik heb het met een aantal van mijn pupillen van dichtbij meegemaakt en ze gedurende dat proces kunnen bijstaan. Iedere keer dacht ik: Waarom nou juist als je ziet dat bij iemand de zenuwen door de keel gieren, zijn er al die kritische blikken aan de kant? Waarom die nare opmerking over dat ‘ongehoorzame’ paard? Net toen die ruiter langskwam en het kon horen?

Dan denk ik toch weer terug aan mijn jonge jaren in de Achterhoek. Wat hadden we een lol. Je kunt je hele familie aan de kant hebben staan, maar pas als je door je eigen soort gewaardeerd, geaccepteerd en geholpen voelt; op dat moment kun je zoveel meer…

We All Ride

Een tijdje geleden las ik over de nieuwe ontwikkeling om thuis je proef te kunnen rijden voor een online jurylid. We All Ride, een idee van Rens Plandsoen en Renee de Graaf. Dat bestaat in Engeland al wat langer en vanwege de lange afstanden is het hier een geweldige oplossing.

Naast heel wat enthousiaste reacties kwam er ook kritiek. Social media was weer een beetje kort door de bocht, het was niet eerlijk of niks waard. Want als je je paard niet kunt laden of het wedstrijdelement niet aankan, wat is het dan eigenlijk?

Ik ben het er niet mee eens, ik vind het een super idee. Het past in deze tijd waarin door de digitale ontwikkeling zo heel veel meer mogelijk is geworden. Het is een geweldig alternatief voor ruiters die wel door een officieel jurylid beoordeeld willen worden. Om te zien of ze op de goeie weg zitten, maar, om wat voor reden dan ook, niet naar een wedstrijd kunnen of willen.

Minder paardenleed

We All Ride kan worden gebruikt als een overbruggingsperiode voor de onzekere ruiter. Of het kan een optie zijn voor ruiters die zich op wedstrijden doodgewoon niet in in hun element voelen. Daarmee kan een hoop paardenleed worden voorkomen. Dat vind ik zelf nog het mooiste.

En het zou, als we door gaan zetten met ons gevecht tegen de opwarming van de aarde, ook nog wel eens de enige manier kunnen worden. Als er zodirect er geen druppel diesel meer verkrijgbaar is om in de tank van onze vrachtwagens te gooien. Een millieuvriendelijk vrachtwagentje op groene elektriciteit lijkt me nog erg ver van ons bed.

Liz Barclay

oostvaardersplassen blog liz barclay

De Oostvaardersplassen: het begon met vogels. Toen moesten de grote grazers het gebied nog geschikter maken voor nog meer verschillende vogelsoorten. En toen werd het heel langzaam een ‘rewilding project’ zonder dat iemand het eigenlijk in de gaten had.

En toen verdwenen heel langzaam sommige vogelsoorten, terwijl het gebied kapot werd gevreten door een totaal uit de hand gelopen hoeveelheid grote grazers.

Maar hopelijk is het gedaan met de Oostvaardersplassen in de huidige staat. Woensdag 5 december is de rechtszaak.

Edelherten

Even terug met een citaat uit een document van Vereniging het Edelhert, getiteld: ‘De Oostvaardersplassen, de grote grazers en de icmo2 afspraken; beantwoording vragen van de adviescommissie beheer oostvaardersplassen.’

In de nieuwsbrief No. 1 van Rijksdienst IJsselmeer Polders (RIJP) uit April 1991 wordt gesproken over het plan voor het uitzetten van 40 edelherten in het internationaal bekende Natuurgebied de Oostvaardersplassen(OVP).

De toenmalige Beheeradviescommissie denkt aan minstens 250 herten maar, zo staat vermeld:

‘Mochten de grenzen van de draagkracht van het gebied worden overschreden dan zullen de aantallen runderen, paarden en edelherten in onderlinge samenhang worden beperkt.’

Hands-off beheer

In 1996 werd het OVP-gebied overgedragen van de RIJP naar Staatsbosbeheer (SBB). Tevens werd een beleidswisseling doorgevoerd. Staatsbosbeheer ging, zonder enig overleg over van het toegezegde ‘beheer naar draagkracht’ naar het zogenoemde ‘hands-off beheer’.

Hierdoor bleven de aantallen grote grazers groeien, waarbij door gebrek aan voedsel en beschutting in de afgerasterde OVP, er ieder jaar weer een steeds grotere wintersterfte ontstond, zonder verder beheer.

oostvaardersplassen liz barclay

Kopergebrek en ataxie

Op 25 oktober 2004 schreef Prof. Dr. C. Wensing als hoofd Wetenschappelijke Adviescommissie Oostvaardersplassen in een brief aan de directie van Staatsbosbeheer het volgende: ‘Werk aan een completer habitat. Door de eenzijdige zomerhabitat ontbreken in de winter voor de hoefdieren mogelijkheden om gebruik te maken van andere voedselbronnen. Wellicht is bijvoorbeeld het kopergebrek, en de daardoor veroorzaakte ataxie bij edelherten, te voorkomen door een bredere voedselkeuze.

Dit bericht geeft aan dat er in 2004 al problemen bekend waren bij de destijds aanwezige stand van 665 runderen, 880 paarden en 1550 edelherten.

Rewilding is in!

Rewilding is in! Kijk bijvoorbeeld maar even op de website Rewilding Europe, gevestigd trouwens in…Nijmegen. Er zijn projecten in Portugal, Roemenië, Kroatië, Polen, Zweden; allemaal landen met nog enorme gebieden ongerepte natuur waar de ruimte is om grote grazers, wolven en katachtigen zonodig opnieuw te introduceren voor een gevarieerder stuk natuur.

Directeur Staatsbosbeheer Sylvo Thijsen is, naar ik heb begrepen uit zijn connecties en werkzaamheden bij bijvoorbeeld advies- en ingenieursbureau Sweco, ook een rewilding fan…

De stikstof brigade

In een artikel in dagblad Trouw uit 2014 verbaast ecoloog Han Olff zich over de enorme vruchtbaarheid van de OVP. Hij geeft aan dat veterinaire behandeling van grote grazers zijn onderzoek zouden belemmeren doordat het toedienen van medicijnen het ecologische evenwicht zullen verstoren.

Koren op de molen van de rewilding fans, natuurlijk. Oh, was directeur SBB Sylvo Thijsen ook niet…?

Toekomst van de OVP

De RDA, Raad voor Dieren aangelegenheden, beschrijft zichzelf als een onafhankelijke raad van deskundigen. Kijk zelf maar op de website. De RDA is betrokken bij het advies over de toekomst van de OVP.

Nieuw lid van de RDA is Jan Willem Erisman, professor aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn leerstoel is integrale stikstof studies gefinancierd door het WNF, ook betrokken bij de OVP. De OVP blijft interessant voor zoveel onderzoeken dat bijna iedere professor en natuurorganisatie de ander de hand boven het hoofd houdt.

‘Hoe meer volgers, hoe beter voor de grote grazers in de OVP.’

Ook interessant: voorzitter van de RDA (weet je nog, onafhankelijk) is Mr. DRS. J. Staman. Laat die nou ook penningmeester bij de Stichting Natuurlijke Processen geweest zijn. Ga naar hun website en de eerste naam die je ziet is die van Frans Vera.

oostvaardersplassen liz barclay

Belangenverstrengelingen

En zo kan ik nog heel lang doorgaan. De verbanden en belangenverstrengelingen zijn buiten proportie. En altijd maar weer die terugkerende naam: Frans Vera.

Maar dan wordt dit blogje te lang en heel saai. Als je dit leest en meer wilt weten, wordt dan volger van Stichting Cynthia en Annemieke. Op hun Facebook pagina staan nog meer superlogische grafieken waar je heel veel van kunt leren. En echt, hoe meer volgers, hoe beter voor de grote grazers in de OVP. Ook al ben je het niet altijd helemaal met elkaar eens, samen sterk!

En nu vooral met het oog op 5 december.

De rechtszaak

Er staat een hek om de OVP. De dieren kunnen er niet uit, de mensen mogen er alleen via zeer beperkte routes in en SBB kijkt heel goed of iedereen zich daar wel aan houdt. Door dat gebrek aan sociale controle, en doordat zoveel partijen er baat bij hebben om de OVP met de grote grazers als wilderness in stand te houden, gebeuren dingen in de OVP die ethisch gezien absoluut niet door de beugel kunnen.

Hopelijk gaat daar door de enorme inzet van Stichting Cynthia en Annemieke op 5 december verandering in komen.

Dan dient namelijk de rechtszaak, aangespannen tegen de Staat der Nederlanden, Staatsbosbeheer en de Provincie Flevoland en voorbereid door de advocaten Samantha Andriesse en Bas Jongmans (pro deo!) met een rapport van meer dan 500 pagina’s.

Dit wordt hopelijk het moment van de waarheid en het begin van het einde van de grote grazers in de OVP.

Nog enkele cijfers

Winter van 2008-2009: totaal 1200 dode dieren
Winter van 2009-2010: totaal 1093 dode dieren
Winter van 2010-2011: totaal 750 dode dieren
Winter van 2011-2012: totaal 1490 dode dieren
Winter van 2012-2013: totaal meer dan 2000 dode dieren.
Winter van 2017-2018: over de 3000!

Volgens Frans Vera, Han Olff en volgelingen zijn de Oostvaardersplassen een uniek vruchtbaar gebied waar we niet aan moeten morrelen.

Ziek!

Liz Barclay, Pinokkio
Pinokkio (foto: Liz Barclay)

Inmiddels weet ik sinds een maand dat ik een nieuw paard moet zoeken. Helaas is mijn experiment met een lief, klein paardje met problemen op een vervelende manier aan z’n einde gekomen. Na drie jaar heel hard te hebben gewerkt aan de enorme achterstand in zijn spierontwikkeling is hij doodgewoon in de bak in een drafje volledig over de kop gevlogen en brak ik bijna m’n nek. Net als de vorige twee keer dat dit in die drie jaar tijd is gebeurd stond hij daarna heel rustig op en konden we gewoon weer aan het werk.

Toch moet ik nu accepteren dat er iets fundamenteel verkeerd zit in het lichaam van mijn lieve Pinokkio en heb ik hem op rust gezet. Dit met het doel een nieuw paard te zoeken waar ik mee door kan trainen en Pinokkio, die tot nu toe alleen een paar koeien als gezelschap had, mag z’n maatje zijn.

Vier jaar en zo slap als een vaatdoek

Pinokkio kwam bij mij als vierjarig paard van een pupil op werkvakantie. Zij wilde hem niet meer en ik heb hem uit medelijden als een soort projectje overgenomen. Hij was ongelofelijk lief en makkelijk, maar werkelijk zo slap als een vaatdoek.

Het meisje vertelde me dat hij als veulen verwaarloosd was en, na een aantal jaren in een zeer mager weitje bij haar thuis, had hij enkele maanden bij een boer waar zij werkte, in het gelpe gras tussen de melkkoeien gebivakkeerd. Dat was weer het andere uiterste en wat er in die tijd aan de ene kant in ging, liep er als zwarte drab aan de achterkant zo weer uit.

Ik dacht en hoopte dat een foute balans in zijn proteine de reden was voor zijn gebrek aan spieren en het regelmatig struikelen en wilde dat oplossen met een goed dieet en aangepaste training. Ik zag het als een experiment waarmee ik tegelijkertijd weer meer ervaring als trainer zou op doen.

Maandenlang heuveltjes stappen

Maanden lang heb ik drie maal per week heuveltjes gestapt en een of twee maal per week gelongeerd. Alles was aangepast aan wat hij aankon en waar hij sterker van werd. Na een maand of vijf struikelde hij niet of nauwelijks meer en ben ik met tweemaal in de week rijden in de bak begonnen. Hij vond het leuk, was ijverig en ik begon te denken dat we het gingen maken, met z’n tweeen.

De eerste keer

Tot die dag, zo’n beetje een jaar later, dat hij, werkelijk zonder enige aanwijzing in een overgang van galop naar draf, alsof plots alles in zijn lichaam verlamde, volledig over me heen rolde. Hoe ik, behalve een paar hele grote blauwe plekken en even stokdoof te zijn geweest, verder niks had, was een wonder.

Omdat ik dacht dat het puur pech was en toch nooit nog een keer zou gebeuren, ben ik er weer opgestapt en we hebben nog een tijdje doorgereden. Hij leek er niet anders van te zijn geworden en deed de rest van z’n werk alsof er niets gebeurd was.

Niet te diep en onbezorgd genieten

Ik besloot wel om op te passen met hem te diep te rijden, iets wat hij trouwens zelf wel lekker vond en een beetje te makkelijk aanbood met die super flexibele nek van hem. Dus van af nu wat minder lang en wat hoger. Het ging prima, hij voelde met de dag zelfverzekerder en was verbazingwekkend leergierig.

Liz Barclay
Pinokkio (foto: Liz Barclay)

Inmiddels drie keer per week in de bak, wandelden we samen nog een paar keer per week door de weilanden en het bos. Struikelen behoorde nu helemaal tot de verleden tijd, dus ik begon werkelijk onbezorgd te genieten met het idee dat ik dit paard een leven had gegeven. En ik daarmee mezelf een heerlijk betrouwbaar paard, waar ik oud mee kon worden.

Een kudde schapen

Tot hij vorige zomer schrok van een enorme kudde schapen achter een hek, wegvloog, wat ik hem trouwens kan vergeven, en gedurende dat proces weer in elkaar zakte als een plumpudding. Toen ik weer bijkwam, stond hij naast me. Als m’n mobieltje bereik had gehad, had ik naar huis gebeld voor hulp. Helaas, als ik niet terug wilde strompelen moest ik weer opstappen en zo zijn we, ik zo gammel als wat, naar huis gewandeld. Daar besloot ik m’n wonden te likken en, na een paar dagen bijkomen, toch maar weer door te gaan met trainen.

Complimentje van Maarten van Stek

Omdat er zoveel tijd tussen beide incidenten zat, wilde ik hem, ook na de tweede keer een kans blijven geven. We waren zo’n eind verder.

En toen dressuurtrainer Maarten van Stek ons dit voorjaar op zijn derde bezoek een complimentje gaf tijdens de galop, kon mijn dag niet meer kapot. Misschien was Pinokkio eindelijk een klein dressuurpaardje met een heel groot hart aan het worden.

Experiment mislukt

Imiddels iets meer dan een maand geleden ging Pinokkio weer, nu helemaal, over de kop. Dit keer dacht ik werkelijk dat ik m’n nek had gebroken. Die dag heb ik stiekem de beslissing genomen dat we op moesten houden. Experiment mislukt. Het deed zeer, en dan bedoel ik niet fysiek maar m’n hele hart deed pijn. Ik heb het pas een paar weken later aan mijn dierbaren en pupillen kunnen vertellen.

‘Mechanical wobbler’

Dit, nadat ik alles met mijn dierenarts had besproken. Uiteindelijk kon ik het maar op een manier uitleggen. Alle drie de keren voelde het als een soort stroomstoring. Zij vermoedt dat Pinokkio een ‘mechanical wobbler’ is. Vraag me niet wat de veterinaire beschrijving in goed Nederlands daarvoor is.

Een ‘wobbler’ is een conditie waarbij het paard geleidelijk evenwichtsstoornissen ontwikkelt, tot hij een keer omvalt en niet meer op kan staan. Een ‘mechanical wobbler’ is een conditie waarbij een paard alleen in beweging en met een bepaalde hoofd- en nekhouding, in elkaar zakt. Een diagnose is meestal alleen een vermoedelijke constatering gebaseerd op een patroon zoals dat van Pinokkio. Onderzoek is duur en vaak zonder uitkomst.

Liz Barclay
Pinokkio (foto: Liz Barclay)

Zoveel mooier, zoveel sterker…

Dus daar staat Pinokkio, zoveel mooier, zoveel sterker, nog maar zeven jaren oud. En ik ben aan m’n zoektocht begonnen. Ik heb drie paarden gezien. De eerste werd beschreven als een makkelijk paard, geschikt voor moeder/dochter. Leek me wel een veilige optie. Kom ik daar in rijtenue aanzetten, is ie nog niet eens aangereden.

De tweede stond geadverteerd als 1.50. Was nauwelijks 1.45.

De derde was een headshaker. De eigenaar wist niet wat dat was.

Dit wordt nog wat. Pinokkio, echt, ik beloof je, ik doe m’n best…

 

Maarten van Stek
Maarten van Stek - William Nederlands Kampioenschap Lichte Tour 2015 © DigiShots

Het was weer zover in mei. Het derde bezoek van Maarten van Stek aan Cornwall. De clinic, dit keer drie dagen in plaats van twee, zat lekker vol met niet alleen inmiddels bekende, maar ook een hoop nieuwe gezichten.

Hoofd gestoten

Ik moet zeggen dat ik me wel een beetje zorgen maakte na Maarten’s spectaculaire vertrek van vorig jaar, waarbij hij letterlijk nog geen uur voor zijn vertrek zijn hoofd zodanig tegen het kozijn van de slaapkamerdeur stootte, dat ik werkelijk dacht dat het huis instortte. Enkele weken later las ik in zijn blog dat hij in een ‘leuke cottage ergens in Engeland’ zijn hoofd had gestoten, met als gevolg tijdelijk evenwichtsstoornissen, waardoor mij alsnog het schaamrood naar de kaken steeg.

Net als de eerste keer kwam dit jaar echtgenoot Marc weer mee en werden er een paar extra dagen aangeknoopt voor een klein beetje vakantiegevoel. Marc stond erop om Maarten en mij iedere dag op en neer te gechauferen en bij thuiskomst had ik ook zomaar een keurig schoon aanrecht. Heerlijk, drie dagen niet afwassen!

Blije gezichten

Maarten gaf zich zoals altijd weer voor de volle 100% en de blije gezichten na iedere les spraken boekdelen.

De eerste clinic stond vooral in het teken van voorwaarts, line zero en focus. Vorig jaar werd de salsa gedanst, ook door Maarten zelf. Een typisch voorbeeld trouwens hoe Maarten de aandacht vasthoudt door alles met een gevoel voor humor lekker levendig te houden. (Zie vorige bloggen.)

Dit keer werd een ordinaire stalbezem gebruikt om de balans van een paard uit te leggen, geniaal.

Schijnovergangen en ‘het ritsje’

Gedurende de drie dagen werden er veel schijnovergangen gereden waarbij de nadruk vooral lag op de stille hand en ook het ‘ritsje’, zoals hij de spoorwerking om de buik, en daarmee de rug naar boven te krijgen, zo plastisch uitlegde. Een beweging waarbij je je tenen naarbuiten draait met de kuit zo dicht mogelijk bij de singel en dan een opwaardse beweging maakt met je spoor.

Ik dacht dat ik die techniek al jaren onder de knie had, totdat Maarten me gedurende m’n eigen les liet voelen hoe ver mijn paard z’n rug naar boven kon brengen. Heel veel verder dan ik dacht en daar was ik wel even stil van, dus ‘back to the drawing-board’, zoals de Engelsen zo mooi zeggen. (En nooit te oud om te leren, haha!)

Buik en rug omhoog

Als er iets is, wat me gedurende deze clinic heel duidelijk werd, is wel dat als die buik en rug niet omhoog gaan maar je je paard wel vooruit blijft schoppen, om het even heel plat te zeggen, je het je paard wel bijzonder moeilijk maakt om z’n achterbeen goed te gebruiken.

Het is dus heel belangrijk om, vooral bij een van nature lui paard, het moment te onderkennen wanneer je paard het been en het voorwaarts gaan heeft geaccepteerd. Dat heeft niet automatisch tot gevolg dat de rug omhoog is. Als je daar dan niet mee aan het werk gaat druk je je paard alleen nog maar meer op de voorhand.

Engelengeduld

Door de bouw van de meeste paarden in de clinic, en daar hebben veel Engels gefokte paarden last van, is dat lastiger dan het voor het gemiddelde Nederlands gefokte paard is. Met als gevolg dat ook de ruiters nog wel eens in een vacuum terecht komen. Dan heb je aan Maarten een goeie. Hij geeft nooit op, blijft met engelengeduld uitleggen en vooral als het even niet lukt dan hoor je ‘it doesn’t matter’, waardoor weer een stukje onzekerheid wegvalt.

Het is wel lastig, soms, dat de scores op wedstrijden de ruiters laten denken dat ze het hartstikke goed doen, vooral in Cornwall. ‘Up country’ wordt zwaarder gejureerd dan hier, zegt men, en ook daar ligt de lat niet zo hoog als in Nederland.

‘Mijn paard vindt dressuur niet leuk’

‘Mijn paard vindt dressuur niet leuk’, is iets wat ik ook regelmatig hoor als ik voor het eerst naar een nieuwe klant toe ga. Ik snap het nog steeds niet omdat de dressuur waar deze ruiters het over hebben niet anders is dan het grondwerk dat ook nodig is om een gezond en sterk spring- of eventpaard te produceren.

Dit wordt heel vaak domweg over het hoofd gezien of niet begrepen. Lastig ook als er springles gegeven wordt waar dit stuk basisontwikkeling geheel of gedeeltelijk genegeerd wordt.

Het is een cultuurverschil. Het begint iets minder te worden, maar de Engelse ruiters groeien meestal op in de natuur achter de vos aan, terwijl wij in Nederland leren rijden in een bakje met zand.

‘You can’t be a little bit pregnant’

Dit gebrek aan basis kwam heel duidelijk naar voren bij een jong paard waar de ruiter onmogelijk een voorwaardse galopovergang uit kon krijgen zonder de nageeflijkheid te verliezen, wat soms ontaardde in een obstinate bok. Toen de amazone vertelde dat haar merrie bij de springles altijd zo makkelijk in galop aansprong, vroeg Maarten beleefd, ‘en blijft ze dan ook mooi zacht in de hand?’ Tja, toen was het antwoord, ‘sometimes’, waarop Maarten gortdroog zei: ‘You can’t be a little bit pregnant.’ Ik moest zo lachen en gelukkig de amazone ook. Het legde wel heel duidelijk uit waar ‘m de kneep zat. Er moet in de springles ook meer aan dat stuk basis gewerkt worden.

 Maarten, we staan achter je!

En nu ligt Maarten, na een ongelukkige val, thuis in bed met een gecompliceerde beenbreuk.

Degenen die Maarten goed kennen weten dat hij een soort oerkracht bezit die hem ook nu weer goed van pas zal komen. Wij, de groupies, zullen dus met z’n allen heel veel positieve energie richting Hoofddorp moeten sturen om die oerkracht te blijven stimuleren.

En natuurlijk hoort daar inmiddels ook een heel groepje ruiters uit Cornwall bij. Maarten, we staan achter je, denken aan je en wachten geduldig op je terugkomst!

Foto’s: DigiShots en Liz Barclay

Adam Ellery
Merries bij Adam Ellery (foto: Liz Barclay)

Goedgekeurde hengsten lopen in aparte paddocks. Sperma wordt afgenomen zodat de merries op veilige wijze geinsemineerd kunnen worden. Tegen de tijd dat het veulen verwacht wordt staat de merrie in ieder geval ’s nachts op stal en soms helemaal zodat ook de geboorte gecontroleerd en veilig kan verlopen. Zo hoort het toch?

Adam Ellery: ongecompliceerd is een understatement

Nee hoor, niet bij Adam Ellery.  Ongecompliceerd is een understatement! Adam zoekt een jonge hengst uit met goede lijnen die hij zelf gaat springen. Als hij tevreden is over wat hij voelt en ziet -en natuurlijk over de resultaten op wedstrijd-, gooit hij de hengst bij zijn twintigtal merries in de wei. Scannen doet ie niet, zonde van de centen en meestal gaat het wel goed.

High Hopes Condor (Carentino X Capitol I), die dit jaar de merries van Adam Ellery dekt.

De veulens worden gewoon in de wei geboren met de hengst erbij. Veel minder kans op allerlei rottige infecties dan op stal en ook niet dat gedonder met een merrie die per ongeluk bij het opstaan haar veulen verwondt. Tja, wat kan ik daarop zeggen? Eigenlijk niks, want het werkt gewoon, zo daar bij Adam. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Eldorado from the…? 

Adam heeft wel aardig wat huiswerk gemaakt wat betrefd de fokkerij, en dan bedoel ik de warmbloedfokkerij want, zoals zijn zoon Harvey bij een vorige ontmoeting zei, ‘Pa heeft eigenlijk alleen maar warmbloeden.’

Als ik hem vraag naar zijn grote favorieten van het moment, mompelt hij bijvoorbeeld, ‘ uhm, Eldorado from the….’, en ik moet hem even helpen, ‘…Zeshoek?’ ‘Yes, that one!’ Niet makkelijk, al die lange namen van tegenwoordig voor de rest van de wereld.

    Een zesjarige ruin van de hengst Bamako De Muze

Rondje Achterhoek samen met… 

Die interesse in het warmbloedpaard kreeg een behoorlijke groeistuip toen Adam een aantal jaren geleden zo maar eens op de bonnefooi wat stallen in Nederland googlede en uitkwam bij Ilse Bosch van de Gebr. Bosch. Beetje geluk hoort erbij, niewaar. Zij heeft met Adam een rondje Achterhoek gedaan en ze zijn ook nog ‘even’ bij Nijhof langs geweest. Ja, dat was wel wat om daar zomaar ineens Heartbreaker en Clinton te zien staan.

Hier is ook het contact met de handelsstal van Henny Schennink uit voortgekomen, bij wie nu zoon Harvey de stalruiter is. Daarbij resulteerde het in de aankoop van een jonge Eldorado bij de Gebr. Bosch die het goed doet in de sport.

Geen hek te zien!

Even terug naar zo’n kleine dertig jaar geleden toen ik in Cornwall les begon te geven. Een van mijn eerste klanten was een enthousiaste jonge meid die ook ieder jaar een paar veulens fokte. Ze bracht haar driejarigen altijd weg voor het zadelmak maken.

Toen ik vroeg waar, vertelde ze, ‘Adam Ellery, echt zo te gek. Die krijgt ze snel en makkelijk aan het lopen. Het is daar wel een beetje een geval apart. Als je eenmaal door het hek bent, loopt en staat alles door elkaar en verder geen hek meer te bekennen. Trekkers, trailers, noem maar op en de paarden lopen er gewoon tussen!’ Hmm, dacht ik, als ik dat zo zou doen zou ik gelijk hier en daar winkelhaken en kleerscheuren hebben. Ben benieuwd wat voor vent dat is.

Kuren als sneeuw voor de zon verdwenen

Een aantal maanden later kwam ik bij een klant, een enthousiast jachtruiter, die vertelde dat haar jonge paard wat kuren had gehad gedurende de jacht, maar dat ze even geruild had met Adam Ellery en dat daarna haar paard ook voor haar geweldig had gelopen. Alle kuren als sneeuw voor de zon verdwenen.

En het bleef maar doorgaan, ik kwam die naam om de haverklap tegen. Dus ik werd nu wel knap nieuwsgierig. Ik hoefde niet lang te wachten. Op een avond liep ik even bij de buren binnen en vond beiden wat bleekjes in de keuken. Hij met een been omhoog op een krukje, zij vooroverhangend over de keukentafel. Hun jonge paard was compleet door het lint gegaan toen ze hem wilden scheren. Maar, morgen kwam Adam Ellery. Hoe laat? Goed, kom ik om een uur of tien langs.

Geen spatje spanning

Het scheerapparaat ronkte vrolijk, toen ik de volgende ochtend het erf opliep, en de schimmel stond erbij als een lammetje. Toen ik me  netjes voorstelde, zag ik meteen waar Adam’s kracht zat: geen greintje adrenaline. Helemaal niets! Gewoon een laconieke grijns zonder een spatje spanning.

Zijn naam werd weer eens genoemd, nu door een professionele springruiter. ‘Adam rijdt alles aan een lang teugeltje. Geen wonder dat ze wel lopen, hij vraagt gewoon niks.’ Ik had hem nog nooit zien rijden, dus kon er verder ook geen oordeel over vellen.

Dat teugeltje werkt prima

Tot ik zelf een probleem had. Een eigen gefokt jong paard dat veel te groot voor me was geworden en het begin van een paar kuren begon te vertonen. Hij sprong goed en ik dacht dat misschien Adam hem uit kon brengen met het doel hem te verkopen.

Ik begreep ook dat Adam waarschijnijk even wat ‘privacy’ nodig had om aan mijn paard te vertellen dat staken geen optie was. Ik ben dus maar vijf minuten naar binnen gegaan en toen ik terugkwam liep mijn paard lekker met de rustige en positieve oogopslag die ik al een tijdje gemist had en Adam knikte me vriendelijk toe toe. Het volgende weekend waren ze tweede op hun eerste springwedstrijd. Dat lange teugeltje werkte prima en werd ook op tijd korter gemaakt, indien nodig.

Een prima website en Newquay Airport

Terug naar nu. Adam is druk en is bijna ieder weekend wel ergens op concours met een aantal paarden, ook met zijn nieuwe hengst High Hopes Condor (Caretino X Capitol I). Hij heeft een slimme partner, Sarah, die een prima website  heeft opgezet. ‘Westcountry Sports Horses’ klinkt en oogt professioneel. Daarbij is de stal op een paar luttele kilometers van Newquay airport met een aantal uitstekende B&B’s vlakbij.

Zo heeft hij contact gemaakt met een geldschieter uit Amerika met wie hij samen een aantal paarden heeft. De Amerikaan betaalt stalgeld en alle wedstrijdkosten, Adam traint de paarden en rijdt de wedstrijden. Als deze ruiter van de andere kant van de oceaan zelf geinteresseerd is koopt hij Adam uit en als ze samen vinden dat het paard doorverkocht moet worden, delen ze de opbrengst. Geniaal! Geen eigenaar die constant op je erf staat of in je nek hijgt, veel wedstrijden rijden, geen kosten maar wel opbrengst.

De computer, het vliegveld en een engeltje op z’n schouder

Het is duidelijk. Zonder de computer en het vliegveld was het voor Adam onmogelijk geweest om in het verste puntje van Engeland zo’n succes te hebben. Maar naast het feit dat Adam een paardenman in hart en nieren is, weet ik haast zeker dat er een engeltje op z’n schouder zit. Als ik dat tegen Adam zeg, is daar weer die bekende grijns.

Een prachtvakantie…en misschien ook nog dat paard

Het lijkt misschien een beetje vreemd, om in de verste uithoek van Engeland paarden te gaan kijken. Toch is het de moeite waard. Cornwall is namelijk zo ongelofelijk mooi. Dus, zelfs als je niet vindt wat je zoekt, heb je nog steeds een prachtvakantie. En misschien vind je toch ook nog dat paard.

Harvey Ellery
Harvey Ellery (foto: Liz Barclay)

Zo’n 30 jaar terug zag je geen fatsoenlijke warmbloed in Cornwall. Als ik ze al tegenkwam dan was een ellenlange rug, een enorme ramsneus, kromme achterbenen of een combinatie daarvan wel het minste van de problemen.

Adam Ellery, een springruiter zonder tijdsbesef

Dat is nu wel anders en Adam Ellery is een van de paardenmannen in Cornwall die daar verandering in heeft gebracht. Ik ken deze laconieke springruiter, gewezen varkensboer, al jaren. Naast zijn talent stond hij ook bekend als iemand die niet erg veel tijdsbesef had en nog wel eens te laat ergens aankwam. Ook bij mij.

Ik heb nog eens wanhopig staan wachten op een springwedstrijd met een door mij gefokt paard. Adam kwam rustig en met een brede grijns op werkelijk het allerlaatste moment het terrein oprijden zodat hij er net op tijd opzat om nog snel een sprongetje te maken voor hij de ring in moest. Foutloos natuurlijk, waar zeurde ik toch over…

Niet bang voor een risicootje

Inmiddels heeft Adam van zijn bedrijf Westcountry Sportshorses een succes gemaakt, mag ik wel zeggen. Zijn lef om over de grens te kijken en in Nederland contacten te leggen met verschillende handelaren en ook om met Nederlands bloed te fokken heeft hem geen windeieren gelegd.Er gaat werkelijk geen weekend voorbij of z’n hele Facebookpagina staat weer vol met foto’s en goede resultaten, vaak met zo’n drie tot vijf paarden per wedstrijd.

En dat is voor iemand die ooit het allerliefst aan een lang teugeltje in zijn rode jas achter de hounds aandenderde (eigenlijk nog steeds) toch wel een prima stijgende lijn die nog lang niet lijkt te stoppen. Dat Adam niet bang is voor een risicootje helpt daar zeker een handje aan mee.

Stal Schennink

En toen kreeg ik een berichtje van mijn vriendin Elze (bedankt weer, Elze, voor nieuw blogvoer!) dat ze bij Henny Schennink voor haar rijles een jongen uit Cornwall had ontmoet, zoon van een varkensboer en ook springruiter. Tja, daar is er maar een van dus enkele weken geleden toen ik in Nederland was kon ik mijn nieuwsgierig heid niet bedwingen om daar een kijkje te nemen.

Henny zelf was in Bulgarije voor zaken en zijn partner, dressuurruiter Karin Petterson, zat in India voor clinics. Heel aardig dat Henny het toch prima vond dat ik een praatje ging maken met de jonge Harvey.

Stal Schennink heeft toekomstplannen. Een facelift staat geloof ik op de agenda.  Ik moest wel een beetje denken aan mijn oude vrachtwagen., waarvan mijn man altijd zei, ‘it only matters what’s in it.’

Op de poetsplaats vond ik Harvey, die net een bezweet paard aan het afzadelen was. Dezelfde grijns als z’n vader, of ie het leuk vindt of niet.

‘They treat me like a son!’

Helemaal alleen was deze jonge knul, achtien jaren oud, de boel daar aan de gang aan het houden. Hij had voor een paar dagen de verantwoording voor zo’n twintig paarden. Terwijl hij rustig doorwerkte en het volgende paard van stal haalde, vertelde hij dat hij veel leerde en zich helemaal thuis voelde op dit bedrijf. ‘They treat me like a son.’

Al moest hij er hard aan trekken, hij was ook best wel trots dat Henny hem zo vertrouwde. Hij voelde zich in het Mekka van de paardenwereld, met  zoveel wedstrijden op een half uur rijden afstand in plaats van de eindeloze uren die je achter het stuur moest zitten om vanuit Cornwall ergens aan deel te nemen.

Weg vanonder de vleugels van vader

Hij kreeg goeie paarden onder z’n kont en misschien zelfs wel de kans om met eentje Young Riders te doen. Dat was ook de reden om van onder de vleugels van z’n vader te ontsnappen. ‘Ik ben geloof ik niet een onzeker tiep, maar ik wist: als ik thuis blijf dan krijg ik nooit de beste paarden. Die gaan naar m’n vader.’

Daarbij kreeg hij ook les van Henny en leerde daarmee de verschillende aanpak van het voorzetten op een hindernis. ‘Pa zegt altijd, je zet het op tot twee sprongen voor de hindernis, daarna moeten ze het zelf oplossen. Van Henny moet ik ze meer tot en met de hindernis leren plaatsen.’

Ook dressuurmatig voelt Harvey dat hij er veel bijleert. Ik vond het leuk om te zien hoe prettig hij aan het werk ging met zijn volgende paard, terwijl hij toch rustig door bleef vertellen. Hoe natuurlijk het voor hem was om op de binnenhoefslag te werken in rechte lijnen, en dat af te wisselen met voltes en wat wijken voor de kuit op een zo natuurlijke en systematische wijze.

De toekomst zal het leren

Hoe het verder gaat met Harvey? De toekomst zal het leren. Voor Henny Schennink zou Harvey een schot in de roos kunnen betekenen. Als deze jonge knaap hetzelfde talent heeft als zijn vader (en hopelijk een beter horloge!) dan heeft Henny de ruiter gevonden die met energie en vol overgave zijn jonge paarden klaar kan maken voor de handel waar hij zich dan nog beter op kan richten. Zolang Harvey zich gewaardeerd blijft voelen en de begeleiding krijgt die hij nodig heeft, zit hij op een prima plek.

Zelf heb ik een bijzonder slechte ervaring gehad met een paar van mijn pupillen die ik jaren geleden naar een bevriende stal in Nederland het gestuurd. Deze jonge mensen met zoveel drive zijn makkelijk te misbruiken. Ik denk dat het met Harvey wel goed zit, laat hem maar schuiven.

En Adam? Die vertelde dat Henny een keer bij hem in Cornwall een paard was komen kijken wat in de verkoop stond. Nie gek!

Aartje naar zijn vaartje

Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Dat werkt niet altijd. Ik vertelde Harvey dat ik mijn  blog nog naar het Engels zou vertalen dus dat ie niet Google Translate moest gebruiken. ‘No, I understand, I tried that for my French exam in school’, zei hij met een brede grijns. Toch beetje aartje naar z’n vader…

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

100,887FansLike
0VolgersVolg
6,962VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer