Tags Posts tagged with "Liz Barclay"

Liz Barclay

Jockey
foto: Tophorseracing

Wat een samenspel van omstandigheden! Net het boek over Coolmore van William Jones gelezen, wat mij enkele weken geleden door een vriend overhandigd werd, waarin de beroemde renpaardentrainer, en vorige eigenaar van Coolmore, Vincent O’Brien een zeer belangrijke rol speelt. En nu lees ik dat de Melbourne Cup in Australie een paar weken terug is gewonnen door de driejarige Rekindling, getraind door Joseph O’Brien, terwijl vader Aidan O’Brien, met Johannes Vermeer, de tweede plaats verwierf.

De eerstgenoemde, Vincent, wordt wel de beste renpaardentrainer ooit genoemd. Aidan O’Brien, geen directe familie trouwens, volgde Vincent op (no pressure!) en heeft daarmee de traditie van topprestaties voor Coolmore voortgezet. En nu zoon Joseph die er nog een schepje bovenop doet door zijn vader te overtroeven.

Ik weet bijna zeker dat alle paardenmensen, inclusief mijzelf, de volbloed een prachtig en edel dier vinden. En zonder de paardenrennen is het twijfelachtig of dit paard überhaupt bestaansrecht zou hebben. Toch hou ik niet zo van paardenrennen. Het zeer jonge aanrijden, de vele valpartijen en het gokelement staan mij tegen. Dit heeft me er niet van weerhouden om het wat ongemakkelijke boek over Coolmore met de intrigrerende titel ‘The Black Horse Inside Coolmore’, geschreven door William Jones, te lezen.

Veel detail, een beetje gezeur

Het boek zit bomvol interessante details, vanaf het moment dat gewezen luchtmacht piloot Tim Vigors er begon tot aan de huidige jaren, en leest als een tierelier…totdat aan het eind William Jones verzandt in een persoonlijke aanval op wat er mis is op Coolmore, niet alleen met het wel en wee van de hengsten en fokmerries, maar vooral ook met het personeel.

Toch denk ik dat Jones het boek juist daarom geschreven heeft. Hij vertelt dat zijn strijd, toen hij nog op Coolmore werkte, om de arbeidsomstandigheden te verbeteren -betreffende overuren, veiligheid en bullyproblemen- niets opleverde. Sterker nog, bijdroeg aan zijn vertrek.

Coolmore, renpaardenkoninkrijk in Ierland

Ik ben er een paar jaar terug doorheen gereden. Coolmore lag die dag in zijn volle glorie te glimmen in een zongevulde vallei in County Tipperary. Adembenemend. Ik kon niet anders dan genieten van de prachtige weilanden vol met jonge paarden, omgeven door lange rijen bomen langs de perfect onderhouden lanen.

Dit alles nu het eigendom van John Magnier, de schoonzoon van de in 2009 overleden Vincent O’Brien. John Magnier was vijftien toen hij zijn school verliet om het landgoed van zijn overleden vader te runnen. Nu is hij waarschijnlijk een van de rijkste zakenmannen, ooit.

Ze werden ‘The Brethren’ genoemd, money shooter Robert Sangster, trainer Vincent O’Brien en gehaaide zakenman John Magnier. Samen hebben zij de renpaardenwereld voor altijd veranderd door in de zeventiger jaren in Amerika met grof geld de beste hengstveulens weg te kopen voor Coolmore.

97 merries naar Be My Guest!

Playboy Sangster heeft de glorie van Coolmore nog een aardig handje geholpen met het in de wereld zetten van de beroemde hengst Sadler’s Wells, zoon van Northern Dancer, en vader van onder andere Galileo en Montjeu. Allemaal hengsten die de harten van de volbloedaanbidders zoveel sneller doen kloppen. Al deze hengsten hebben voor Coolmore gedekt. Galileo doet dat op z’n 19ste nog steeds. Klein detail, dekgeld: 350.000 euro.

Een ander doorslaggevend moment betreffende die omslag was In 1978, toen Magnier besloot om de jonge hengst Be My Guest 97 merries te laten dekken, terwijl het in de renpaardenwereld tot dan toe een ongeschreven wet was om nooit meer dan 55 merries per jaar naar dezelfde hengst te sturen. (Even voor de duidelijkheid: in de renpaardenwereld is KI niet toegestaan.)

Dat was nog maar het begin. Een zeer inventieve stap, wat je er verder ook van mag vinden, was om de hengsten twee dekseizoenen te gebruiken. Als in Ierland het dekseizoen was afgelopen begon het een paar maanden later aan de andere kant van de wereldbol in Australië. Met dekgeld in de mega duizenden per wip. Tel uit je winst!

Tot zover…

Tot zover las ik met alleen maar admiratie. Jones, die van 2006 tot 2014 in een van de stallen werkte waar de veulens geboren werden, beschrijft met kleur hoe Coolmore zich ontwikkelde. Maar ja, aan een wereld waar zoveel geld in omgaat zit meestal wel een vreemd luchtje, vandaar de titel ook, ‘The Black Horse Inside Coolmore’.

‘Koning’ Magnier

‘Koning’ Magnier houdt er volgens Jones enkele vreemde regeltjes op na. Als meneer Magnier door de stallen loopt mag het personeel alleen antwoorden als hij hen aanspreekt. Men mag zelfs niet uit eigen beweging goedendag zeggen. Ook wordt van hen verwacht dat ze niet zeuren over belachelijk veel onbetaalde overuren. Verder is er een afspraak over geheimhouding wat er binnen de muren van Coolmore gebeurt.

Als Michael Jones naar waarheid schrijft is het dus geen wonder dat in het boek het woord ‘maffia’ voorkomt.

De onmenswaardige dood van Montjeu

Er mag dan een echte begraafplaats zijn met prachtige gedenkstenen voor de tophengsten, het draait uiteindelijk allemaal om geld, en dan hebben we het over vele miljoenen. John Magnier staat voor zo’n 900 miljoen terwijl de waarde van Coolmore op vier biljoen wordt geschat. Dat dit volgens Jones soms helaas over lijken gaat is schokkend maar verbaast me eerlijk gezegd niks.

De beschrijving van hoe de hengst Montjeu, die al zoveel jaren zo ongelofelijk veel voor Coolmore had betekend,  volledig buiten zinnen een etmaal lang moest lijden om een natuurlijke dood te sterven, brak mijn hart. Dit om het enorme bedrag, ver in de miljoenen, van de verzekering uitbetaald te krijgen. Een afschuwelijke regel om veterinaire fraude te voorkomen.

Deze hengst had al zo enorm veel geld verdiend voor zijn eigenaren dat het wel heel rauw is om op deze onmenswaardige manier voor zijn dood te hebben moeten vechten.

Ook het verhaal over de merrie Jude, die na tien veulens en een inwendige bloeding toch maar weer drachtig moest worden van de hengst Galileo met alle risico’s vandien. Uiteindelijk is ze inderdaad doodgebloed nadat ze haar laatste veulen in de wereld had gezet, maar daar was al keurig over nagedacht en voorbereidingen waren getroffen. Er stond een geduldige Clydesdale merrie met een vol uier klaar om het veulen over te nemen.

Het lot van de Clydesdale merries op Coolmore

Coolmore heeft namelijk zo’n 50 Clydesdale merries die ieder jaar een veulentje krijgen. En dat puur voor het geval dat een super gefokt volbloed veulentje om de een of andere reden niet bij de eigen moeder kan blijven. Dan wordt het Clydesdale veulentje weggehaald en aan de fles gezet en zijn moeder ongelofelijk gefopt.

Soms, schrijft Jones, is dat zelfs om de bizarre reden dat de volbloedmerrie ergens anders dan Coolmore gedekt wordt en Coolmore zijn eigen veulens nooit uit het oog wil verliezen.

Tja, en die Clydesdale veulentjes? Niet echt een leuk verhaal. Er wordt altijd naar potentiële eigenaars gezocht maar helaas lukt dat niet altijd…

Naar de hunt als voer

Omgekeerd worden alle jonge paarden regelmatig voorgeleid en als er ook maar iets te zien is waardoor een nog zo jong dier misschien niet voor de renbaan geschikt is, worden ze onmiddelijk opgeladen en afgevoerd om bij de Tipperary Hunt een kogel door de kop te krijgen om vervolgens de hounds een lekker maaltje te verschaffen. Er wordt geen tijd en geld verspild aan iets wat niet kan winnen.

Jones windt er geen doekjes om. Lastig, als je hard kan rennen en goed kan dekken ga je als je pech hebt langzaam dood en als je zomaar op een onschuldig lijkend moment niet helemaal mooi stapt dan is het met een paar uurtjes afgelopen.

Zo heeft deze prachtige valei die door Coolmore voor het hele gebied een eigen economie heeft gecreeerd helaas, als we de schrijver mogen geloven, toch een luguber bijsmaakje gekregen,.

William Jones en rechtszaak

William Jones houdt van de rensport, en ook heel veel van de volbloedpaarden waar hij in zijn tijd bij Coolmore met veel liefde voor zorgde. Maar hij is zeer duidelijk in tweestrijd over hoe Coolmore zijn zaakjes regelt. Niet alleen betreffende het paardenwelzijn maar ook het personeel.

Hij zeurt daar een beetje lang over door aan het eind van zijn boek, soms met een vleugje rancune, maar het zit hem blijkbaar hoog. Er werd volgens hem niet geluisterd naar wat hij graag veranderd zag ten gunste van de veiligheid en het welzijn van paard en personeel.

Coolmore is dus niet blij met het boek en na een rechtzaak kan William Jones dit boek alleen nog maar in eigen beheer uitgeven. Verder is het nergens meer te koop.

Uit eigen ervaring in Amerika

Gedurende mijn periode in Amerika ben ik ooit gevraagd om manager bij de fokafdeling van een privé-renstal te worden. Ook al wist ik van tevoren dat dit een verantwoordelijkheid was die mijn schouders niet zouden kunnen dragen, heb ik me toch over laten halen om me door de, overigens bijzonder aardige en gastvrije, eigenaren rond te laten leiden.

Het was ergens in de staat Maryland en het was op z’n Amerikaans prachtig met perfecte witte afrasteringen en ieder grassprietje dezelfde lengte. In de stallen werkelijk geen stofje te bekennen.

Hoefbevangen fokmerrie

In de laatste stal stond een oudere merrie wiens hoeven en benen in enorme zwachtels stonden. De eigenaresse deed de staldeur open en, terwijl de tranen over haar wangen liepen, sloeg zij haar armen om de nek van het geduldige dier en wenste haar sterkte.

Ik snapte er geen biet van. Er werd mij uitgelegd dat deze 18-jarige merrie hoefbevangen was, maar dragend van een tophengst.

Dit was bij haar vorige veulen ook zo gegaan, maar ze wilden zo heel graag nog een keer een veulentje dat ze het er toch maar weer op gewaagd hadden.

De merrie heeft nog drie maanden in draagbanden moeten hangen omdat zij niet meer kon staan. Zij is daarin samen met haar ongeboren veulen overleden. De eigenaar en zijn vrouw zaten toen ergens op hun zeiljacht in de Maagdeneilanden.

 

foto: TophorseracingBlog Liz Barclay: ‘De Melbourne Cup 2017: een triomf voor de O’Briens…en een ongemakkelijk boek’

0 630
mounted police

Het is alweer een aantal jaartjes geleden, maar ik denk nog vaak terug aan die vreemde tijd toen mijn leven nog verdeeld was tussen mijn geliefde Cornwall en Amerika; het land waar ik mij zo’n ongelofelijke vreemde eend in de bijt voelde. Totdat ik de kans kreeg om als vrijwilliger bij de Mounted Police Unit in Portsmouth, in de staat Virginia, te trainen…

Niets voor een paardenvrouw

Waarom een natuurliefhebbende paardenvrouw zich liet verleiden om, weliswaar tijdelijk, in de grootste havenstad te gaan wonen…drie keer raden. Maar het duurde niet lang voor ik de warme paardenlijven zo verschrikkelijk begon te missen, dat ik er ’s nachts niet meer van kon slapen.

Een inmiddels goede vriend belde me op een ochtend op met de mededeling dat ik over vijf minuten klaar moest staan voor een uitje. Wij reden tot mijn grote verbazing naar de lelijke braakliggende terreinen tussen de enorme industriële haven van Norfolk en de overwegend zwarte getto’s van Portsmouth.

Een deprimerender uitzicht kan ik eerlijk gezegd niet bedenken, dus ik begon me wel af te vragen wat dit ‘uitje’ ging worden.

Vertrouwde paardenmestlucht

We stopten bij een soort modern opslaggebouw waar een aantal politiewagens geparkeerd stond. Mijn vriend Bill liep voor me uit de open schuifdeuren binnen en ik rook het al…die ouwe vertrouwde geur van stro en paardenmest.

Ik trof zes stallen aan, met over iedere deur een lief paardenhoofd. Bill liep door naar het eind waar een deur zat die toegang gaf tot een klein kantoortje waar drie politiemannen in uniform aan hun bureau zaten. Ik werd voorgesteld, maar die belachelijke brok in m’n keel weerhield me ervan om behoorlijk antwoord te geven.

Mike Stallings liep voor ons uit om de paarden aan me voor te stellen. Toen bij de laatste stal de deur openging, sprong een grote vos schichtig de hoek in. Mike had me inmiddels verteld dat de Mounted Police in Portsmouth een nieuwe unit was en alle zes paarden gedoneerd waren.

Tja waarom geven mensen hun paarden weg? Niet altijd om eerlijke redenen. Een van de paarden was zo nu en dan kreupel en deze Saddlebred, Jessie, daar kon niemand iets mee.

Meteen een klik

Inmiddels had ik mijn spraak terug en vroeg of ik even de stal in mocht. Ik zag een prachtig paard dat liefde nodig had en daar had ik hopen van. Jessie dacht er niet lang over voor hij naar me toekwam. ‘Voorzichtig, hij slaat’, zei Mike, maar Jessie had allang besloten dat wij dezelfde taal spraken. Hij was lief en voorzichtig met een soort vragende oogopslag, terwijl ik hem liet merken dat ik helemaal niets van hem verwachtte behalve rust.

Dat vonden deze politiemannen geweldig, dus terug in het kantoortje kwam de aap uit de mouw. Ze hadden hulp nodig. Alleen Mike kon echt rijden. De andere drie waren vrij onervaren. Wilde ik hen lesgeven en durfde ik Jessie aan? Als vrijwilliger, natuurlijk, want zij hadden geen geld en ik geen werkvergunning.

Een geweldige uitdaging

Heel lang hoefde ik hier niet over na te denken. Naast het werk op de zeilboten van mijn vriend had ik niet veel aansluiting en ik miste de paardentraining verschrikkelijk. Het idee om een deel van mijn tijd weer op paardenruggen door te brengen en deze kerels op weg te helpen, leek me een geweldig avontuur en uitdaging.

Ik begon meteen de volgende dag. Er was een kleine paddock waar ik in eerste instantie op alle paarden geklommen ben. Ook op Jessie. Er was helemaal niks verkeerd aan dit paard. Gewoon een onbegrepen heethoofd. Na de eerste ochtend was het duidelijk. Behalve Mike hadden de andere mannen dringend zitlessen nodig. Daarnaast moest Jessie regelmatig gereden worden. Hij had al een maand voor een groot deel op stal gestaan omdat alleen Mike hem in de paddock durfde te zetten.

Dat ging vanaf nu veranderen. Ik reed hem iedere ochtend waarna hij de paddock inging voor een uurtje of wat. Daarna kon iedereen hem binnen zetten. Zo mak als een lammetje.

Daarnaast gaf ik zitlessen aan de rand van de haven met uitzicht op de enorme containerschepen vanuit de hele wereld! Gekker kon het eigenlijk niet.

Sirenes en een neppistool

Jessie leerde snel. Samen reden we over de braakliggende terreinen waar aan het einde een kleuterschooltje voor de getto’s zat. Daar reden we dan omheen met allemaal zwaaiende kindertjes voor de ramen. Langzaam begon Jessie de wereld weer leuk te vinden en werd hij met de dag minder bang.

Het werd tijd voor het intensievere deel van de training. Samen met zijn beste vriend, het paard van Mike die alle kneepjes van het vak goed kende, lieten we hem kennismaken met een politieauto met zwaailicht en daarna met een sirene. Hij reageerde even scherp, daarna was er geen probleem.

Diezelfde week liepen we al over een stuk spaanplaat, ik geef toe, een paar hopjes op de achterbenen, daarna was het gesneden koek voor hem. Een maand later kon Mike letterlijk vlak naast hem met een neppistool knallen, tot ik er zere oren van kreeg.

Portsmouth, here we come!

‘Zo’, zei Mike op een ochtend, ‘ben je er klaar voor, zullen we de stad maar eens ingaan?’ Ik kreeg een politiejack aangereikt. Een beetje zenuwachtig was ik wel, maar Jessie voelde zo goed toen we de rand van Portsmouth naderden, dat ik mijn benen al snel langer voelde worden en het vertrouwen m’n zitbeenknobbels begon uit te kruipen.

Het was een spannend moment toen Mike mij de door hem uitgeschreven bekeuring voor een fout geparkeerde auto aangaf. Ik moest Jesse zodanig naast de auto zetten dat ik de bekeuring onder de ruitenwisser kon steken zonder met mijn beugel in de lak te krassen. Tijdens de oefeningen ging dit altijd heel goed en gelukkig dit keer ook.

Toen Mike en ik voor een groot monument, rustig naast elkaar opgesteld, samen het verkeer op High Street aan ons voorbij lieten gaan, voelde ik me euforisch, ‘Portsmouth, here we come!’, was het enige dat maar door m’n hoofd bleef suizen.

Oproer en achtervolging

Na een paar maanden hadden alle mannen een veel betere balans en de paarden dus veel minder last van een slechte teugelvoering en ik was best trots als ik ze vanuit mijn woonkamerraam ’s avonds langs zag komen. Soms stopten ze even om voor het huis een praatje te maken.

Toen, ergens op een hete zomeravond, hoorde ik eerst een gillende sirene en zag daarna drie paarden langs galopperen achter de politiewagen aan. Het deed me werkelijk aan ’McCloud’ denken, de serie uit m’n jeugd.

De volgende dag hoorde ik dat ze achter een overvaller aanzaten. Deze was uitgerekend door een van de politiemannen te paard klemgereden in een smal steegje waar de politieauto de achtervolging moest staken omdat hij er niet in kon.

Wat een verrassing!

Niet lang daarna was mijn verjaardag. Die ochtend, toen ik nietsvermoedend het kantoortje binnenkwam, stonden daar vier politiemannen te zingen met voor hen op tafel een door hen zelf versierde taart met van die afschuwelijke vieze icing in de vorm van een zeer mislukt paardenhoofd.

Wat een verrassing! Een groter of betere blijk van waardering hadden deze kerels me niet kunnen geven.

mounted police

De toekomst van Jessie

Jessie en ik zijn samen een heel eind gekomen, maar ik voelde de bui wel hangen. Dit was geen paard voor de vrij onervaren politiemannen. Ik heb geprobeerd om de beslissing zo lang mogelijk uit te stellen. Hoe langer wij samen door konden, hoe zekerder Jessie’s toekomst voor een goed volgend thuis werd.

Ik heb niet willen weten waar hij uiteindelijk terecht is gekomen. Het deed te zeer. Ik denk nog vaak aan hem. Als hij in m’n koffertje had gepast had ik hem mee naar Cornwall genomen…

Liz Barclay

Foto boven verhaal: West Yorkshire Police Mounted Section

De familie Bleekman, thuis met Dasj. Met vlnr Clissy, Edward, Alfie en Nui.

Ergens op een boerderij in het midden van Devon staan altijd een paar klompen bij de keukendeur, tenminste als Edward Bleekman er niet mee over het erf loopt. Alweer zo’n beetje dertig jaar woont hij daar met Clissy op wat ooit de boerderij van haar ouders was.

Inmiddels hebben zij samen met hard werken, koppig doorzetten en een hoop paardenliefde een prachtig bedrijf gecreeerd, wat begon met een aantal dekhengsten en inmiddels voor een groot deel vol staat met prachtige eigen fokproducten.

Stukje Achterhoek in Devon

Het was voor mij, toen ik nog fokte en in het verleden m’n merries bij Edward bracht, een prettige bijkomstigheid om even weer een Achterhoekse babbel te hebben. Ook al had ik m’n plek in Cornwall gevonden, een deel van m’n hart was in mijn geliefde Gelderland gebleven.

Veulen van Liz v. Mayhill in de wei
Merrie van Liz v. Mayhill m. Ting-Tang onder Emily Noszkay

Maar uiteindelijk ging het natuurlijk om de prachtige hengsten die daar stonden. Voor mijn twee halfbloed merries was Mayhill indertijd bere interessant, de hengst die door Mark Todd internationaal samengesteld was uitgebracht. Er waren in Engeland in die tijd niet zo heel veel hengsten die zich bewezen hadden in de sport. Daarbij wetende dat mijn merries in de ervaren handen van Edward waren maakte de keus wel heel makkelijk.

Jong bedrijf

Je voelde het als je daar was, een jong bedrijf met twee mensen die wisten wat ze wilden en nu, zo’n kleine dertig jaar later is Clissy net terug met haar oudste dochter, Alfie, na in Boekelo een goede run te hebben gehad. Want het echtpaar Bleekman heeft op alle fronten niet stilgezeten. Ze hebben drie prachtdochters, Althea (Alfie), Janou (Nui) en Katie, die zich alle drie op een paardenrug als visjes in het water voelen.

Alfie is inmiddels vijfentwintig en heeft net voor de vierde keer in Boekelo meegereden, heeft daar voor- en tegenslagen geincasseerd en is daarom dit keer helemaal dik tevreden met haar resultaat met de nog maar negen jaar oude merrie Dasj. Een weigering in de cross en een balkje met springen, met een paard dat nog zo jong en onervaren is, heeft Alfie een enorme boost gegeven en ze kijkt met vertrouwen uit naar het volgend seizoen.

Eigen fokproduct

En natuurlijk glundert Edward als ik hem, tijdens mijn bezoekje van een paar dagen geleden, feliciteer met zijn eigen fokproduct, tegelijkertijd wijzend naar de muur waar een foto hangt van Bintang II, de show-jumper die het op dit moment zo super doet met Laura Renwick. Laten deze twee, Dasj en Bintang, nou dezelfde grootmoeder hebben. Een keuze die Edward bewust gemaakt heeft met de neus van een door de wol geverfde paardenman.

De door Edward Bleekman gefokte Bingtang II onder Laura Renwick (Foto: LGCT/Stefano Grasso)

De naam Grannex, vader van deze oma, komt daardoor regelmatig in het gesprek voor, een van de hengsten van Whorridge Stud, die het vooral in moederlijnen bijzonder goed doet, vertelt Edward. Karandasj, de vader van Dasj (da’s duidelijk, lijkt me), kwam van Venderbosch (die hem in gemeenschappelijk bezit had met Jan Greve) en bewijst weer eens wat deze onverbrekelijke band voor Edward ongetwijfeld heeft betekend.

Alfie aan het woord

Als Alfie aanschuift en ik haar vraag naar de beslissing om voor Nederland te rijden, snoert ze haar vader beleefd maar beslist de mond ( ‘niet mijn idee’, zei Edward nog net) om heel duidelijk te stellen dat het haar eigen wens en beslissing was om gebruik te maken van het feit dat zij zowel een Engels als een Nederlands paspoort heeft.

Als junior ruiter had ze een ongelofelijk betrouwbaar paard waar ze geweldig mee uit de voeten kon, maar dat helaas niet de snelheid had om zich te meten met de overmaat aan jonge event ruiters op superdure, en vaak ook kant en klare, paarden waarmee Engeland nou eenmaal gezegend is. Een plek in een team was daardoor niet voor haar weggelegd en dus was het behoorlijk voor de hand liggend: Nederland had wel plek voor hen en bij de familie Venderbosch was altijd een bed en een stal.

Johan Venderbosch als vader

Even weer zo’n veertig jaar terugspoelen, toen Edward met zijn oom regelmatig het erf van de familie Venderbosch opreed gedurende hun zondagse ommetje en daardoor uiteindelijk met Freriks, nog zo’n naam uit de ouwe doos, op de vrachtwagen met de hengsten terechtkwam. Daar waar de fundering voor zijn toekomst gelegd werd. ‘Johan is als een vader voor Edward’, zegt Clissy, die inmiddels haar andere schoen ergens onder het aanrecht terug vindt, waarschijnlijk verstopt door hun ondeugende terriër.

Op dat moment komt de kleinzoon van Johan Venderbosch, Bjinse, even binnen. Bjinse is in juli met de Bleekmannen mee teruggekomen van Millstreet in Ierland waar hij in het junioren team zat en waar Nui trouwens met Granntevka Prince (kijk, daar heb je Grannex weer!) prachtig brons veroverde op de European Young Riders Eventing Championships. Bjinse is blijven hangen, zeg maar, een mooie kans om in de rest van het Engelse eventing seizoen mee te rijden; het mes snijdt duidelijk van twee kanten.

Niet de enige voor Nederlandse team

Alfie vertelt nog even door: ‘Ik ben echt niet de enige en voel me er ook niet over aangevallen. Er zijn zoveel buitenlandse ruiters die in Engeland komen wonen om hier te trainen, omdat dit het land is waar veel goedgebouwde parcoursen heel makkelijk bereikbaar zijn.’

‘Ik spreek dan misschien de taal wel niet, maar ik voel me net zo Nederlands als Engels en door onze manier van leven, ons tweede thuis bij de familie Venderbosch en alle internationale wedstrijden heb ik vrienden over de hele wereld.’ (Oh, mevrouw May, schoot door mijn hoofd op dat moment, waar bent u mee bezig!)

Nederlandse directheid

Er straalt inderdaad van beide meiden (Alfie en Nui, Katie was niet thuis) een Nederlandse directheid uit die je in Engeland in mindere mate tegenkomt, alhoewel de genen van hun moeder daar ook wel iets mee te maken zullen hebben. Ik kan me zo voorstellen dat aan die lekkere grote keukentafel in een zo Engelse ‘farmhouse kitchen’ vurige gesprekken worden gevoerd.

Maar in huize Bleekman viert de democratie zonder meer hoogtij met ruimte voor ieder z’n eigen mening. Nui en Alfie hebben hulp van verschillende trainers. Nui kiest ervoor om te trainen met Mark Todd en dressuurruiter Anna Ross, terwijl Alfie Lucinda Green en Ferdie Eilberg bezoekt. Samen delen ze dan wel weer show-jumptrainer Allen Fazakerley als hij hun richting uitkomt.

Boekelo: trip down memory lane

Voor Clissy was het weer een ‘trip down memory lane’ in Boekelo. Het was Roeli Bril die ervoor zorgde dat Edward zo’n dertig jaar terug een lift kon krijgen op de vrachtwagen met Clissy die een trouwe deelnemer was in de begindagen van Boekelo. Edward werkte in die tijd in de renpaardenwereld in Amerika en begeleidde een paard op zijn vlucht vanaf Heathrow, via Frankfurt naar Los Angeles.

Tja, en toen kwam er storm en liep de ferry niet, dus moesten ze op Boekelo blijven…
De fotodoos komt tevoorschijn.

Mark Todd, ook toen al!

Hopen foto’s, hopen mooie en grappige momenten. Een hele jonge Mark Todd die gedurende de cross ergens met paard en al door een bielzen bruggetje zakte. De tijd werd stopgezet, bruggetje herbouwd en dan weer verder.

Dat was ergens midden tachtig. Nu, een generatie verder, rijdt hij weer rond Boekelo, met in dezelfde klasse Alfie die in de voetsporen van haar moeder treedt. Dit jaar voor het eerst met op zondag een springparcours zonder modder, tot opluchting van allen.

Net Charisma

Toen, gedurende m’n bezoek, Alfie de kleine maar o zo dappere bruine Dasj naar buiten leidde, moest ik meteen aan Charisma denken. ‘Inderdaad, Mark heeft daarom ook echt een soft spot voor haar’, vertelt Alfie.

En Edward, die moest thuis blijven. Er lopen teveel kostbare viervoeters op erve Bleekman om met z’n allen de biezen te pakken. Zeven drachtige merries; 22 competitiepaarden waarvan de helft eigen fok. Een hoop jonge paarden waaronder twee hengsten waar Edward wel wat fiducie in heeft, geloof ik, alhoewel hij er op z’n Achterhoeks niet veel over wil zeggen.

Paardenfabriekje

Al met al is dit een klein maar extreem goed producerend paardenfabriekje waar iedereen vol overgave de schouders eronder zet en waar men zich geen onnodige luxes permitteert. Ieder centje gaat weer terug naar waar die centjes het meest nodig zijn. Namelijk de dromen van en Edward, en Clissy, en hun drie enthousiaste dochters, want dat voel je in die keuken met een kop koffie voor je neus; er wordt volop gedroomd door jong en oud en zeer bewust ergens naar toe gewerkt, net zoals vroeger Johan Venderbosch heeft gedaan.

Zoals Alfie zei, ‘we do not have the money to buy expensive horses, so we have to breed and make them ourselves.’ Nou, dan ben je met zo’n pa en ma wel aan het goeie adres!

Wild ritje

Ik verlaat de familie Bleekman en Whorridge Stud met een tevreden gevoel. Het was een wild ritje. Toen ik van huis vertrok waren de wolken geel met een vreemd oranje zonnetje. In zes uur op en neer met orkaan Ophelia op m’n hielen. Maar ik heb de klompen weer over het erf horen klossen en m’n Achterhoeks een beetje opgelapt. Terug naar Cornwall, hier kan ik wel weer even op teren…

0 601
blog liz barclay

Een week of zes geleden kreeg ik een berichtje. Een klant die zo nu en dan een les heeft was nogal ongelukkig van haar jonge paard gevallen tijdens een wedstrijd en had drie ribben en een sleutelbeen gebroken.

Adrain James Brannelly, een jonge Ier die regelmatig voor Monty Roberts werkt, had nu tijdelijk de teugels in handen en wilde graag voor de volgende samengestelde wedstrijd een les.

Ha! Misschien was dit mijn kans om mijn langgewenste bruggetje te slaan…

Uitdaging

Leuk, ik ben altijd weer nieuwsgierig naar een nieuw gezicht. Twee dagen later reed ik richting Liskeard, een stadje bij Dartmoor.

Toen ik aankwam, was Adrain met Ollie net even een ommetje aan het maken. Audrey, de eigenaresse van dit paard, had me al vaker over hem verteld. Deze jongeman is een van de ruiters die regelmatig voor Monty Roberts op demonstraties op de groene paarden stapt, clinics geeft in een aantal verschillende landen en op zijn regelmatige bezoeken aan Cornwall Audrey met springen helpt.

Nou gaan bij mij de haren bij het horen van de naam Monty Roberts lichtelijk omhoog staan. Niet zozeer vanwege hemzelf, maar vanwege het ‘cultgevoel’ dat met deze naam samengaat. Ik had echter van meerdere mensen in de omgeving gehoord dat Adrain een fijne vent was en ik was vastbesloten om hier een leuke les van te maken, in de hoop dat ik daarna bij een kopje thee toch nog even mijn mening kon verkondigen. Natuurlijk om ook zijn mening te horen.

Gepoetste laarzen

Toen in de verte de schimmel aan een lang teugeltje ontspannen aan kwam lopen vertelde Audrey grinnikend dat Adrain zijn laarzen heel keurig speciaal voor mijn les gepoetst had.

Heel gemeen, twee dames van middelbare leeftijd die grapjes maken over zo’n jonge knul die duidelijk zijn best wil doen.

Na handen geschud te hebben gingen wij aan het werk. Ik kon onmiddellijk zien dat ik met een zelfverzekerde en ervaren paardenman te maken had, met ook zeer duidelijk een springzit. Speciaal voor mij had hij zichzelf niet alleen keurig opgepoetst, maar ook zijn beugels langer gemaakt. Omdat ik wist dat ik met een paar onverwachte bokkesprongen rekening moest houden, zei ik: ‘Doe die maar weer omhoog, ik heb liever dat je om te beginnen veilig en in je eigen balans zit.’ Was ‘ie wel blij mee, geloof ik.

Schepje en poepemmer

Omdat het een dressuurles was, reed deze jongen waarschijnlijk veel behoudender dan hij anders zou hebben gedaan. Het verbaasde mij trouwens niets dat hij met zijn achtergrond het lastig vond voldoende contact met de mond te houden. De schimmel was daarbij behoorlijk achter het been, zeg maar doodgewoon lui. Voor mij is dat een teken, vooral bij een jong paard met weinig ervaring, dat dan juist op wedstrijden, als er gekke dingen gebeuren, van alles mis kan gaan.

Al vrij snel stond ik met een ijzeren schepje op de poepemmer, het enige wat ik zo gauw kon vinden, te slaan om wat leven in de brouwerij te brengen.

Dat hielp, maar ik vermoed wel dat Adrain dacht: ‘Vreemde dressuurinstructrice.’

Maar het gaat hier niet om hoe de les verliep. Nee, dit gaat om hoe fijn het was om met een paardenman uit, laten we het voor het gemak even het andere kamp noemen, te werken, die compleet openstond voor mijn les. Daar had ik namelijk eerlijkgezegd wel op gehoopt, maar niet helemaal verwacht.

Hokjesdenken

Al eerder heb ik voor de Hoefslag een blog geschreven over hoe frustrerend het is om door de nieuwe garde alternatieve paardentrainers in een hokje geduwd te worden. Ik ben er namelijk trots op dat ik altijd open heb gestaan om iets nieuws te leren, als ik denk dat dat het welzijn van het paard ten goede komt.

Hoezeer ik ook uit mijn hokje wilde springen, ik werd altijd ruw weer terug geduwd.

En dit was nu eindelijk een prachtkans om dit uit te spreken en hopelijk eens te laten zien dat het ook anders kan.

Vuur aan de schenen

Wat was ik blij toen Adrain een nieuwe les wilde boeken. En dat terwijl ik hem tijdens ons kopje thee bij Audrey in de keuken toch behoorlijk het vuur aan de schenen had gelegd. Na mijn tirade geduldig te hebben aangehoord, was zijn antwoord duidelijk. ‘Ik hoor bij niemand, ik werk soms voor Monty Roberts en daarnaast sta ik open voor alles waar ik een beter paardenman van word.’

Spons

We hebben er nu zo’n vier lessen opzitten en deze vent is werkelijk een spons. Het is duidelijk dat bij de dressuur niet zijn eerste interesse ligt, maar hij wil leren om het te leren, en niet alleen maar om te winnen. Ik heb heel goed begrepen dat hij, net als ik, openstaat voor alles waardoor hij zich op paardengebied kan verrijken. Ook dat hij min of meer aan een paard vastgelijmd zit, maar, als hij er een keer afgaat, keihard is en er ook zo weer opklimt.

Ik heb hem inmiddels ook met paarden van anderen aan het werk gezien. Hij is goed met mensen en weet heel slim onzekerheden weg te halen, vaak met een grapje en een ondeugende Ierse grijns.

liz barclay
Adrain James Brannelly

No quick fix

Ik ben dus eerlijk gezegd onder de indruk; van zijn eerlijke manier van werken, hoe hij afspraken maakt en zich er ook perfect aan houdt, zijn respectvolle manier van omgang en vooral ook van zijn bescheidenheid.

In ons gesprek waren we het er ook snel over eens dat de meeste problemen met paarden ontstaan door te veel voer en te weinig werk.

Zijn allerbelangrijkste uitspraak is: ‘There is no quick fix’. Muziek in m’n oren, vooral uit die hoek waar toeschouwers op demonstraties in de round pen het idee krijgen dat een paard zadelmak maken in een uurtje gepiept is.

Mission completed

Dus ik ben enorm tevreden. Ik kan volledig openstaan voor Adrain’s manier van werken. Als ik een nieuwe klant krijg die met Adrain begonnen is en dressuurles wil, dan kan ik ervan op aan dat het begin van dit paard eerlijk verlopen is en dat is fijn werken voor mij.

Mocht ik een moeilijke situatie hebben met een paard van een klant, dan weet ik wie ik moet bellen (als hij tenminste in het land is, Adrain is geliefd op meerdere plekken in Europa).

Daarbij heeft hij bewezen open te staan voor mijn adviezen die soms heel ver van zijn bed lagen. Maar hij probeerde het toch en voelde het resultaat.

Adrain James Brannelly is namelijk een paardenman in hart en nieren. Mijn bruggetje is gebouwd; mission completed!

Tekst: Liz Barclay

0 1139
blog liz barclay jacht

Zo nu en dan grijp ik terug op mijn ervaringen na mijn verhuizing naar Cornwall van dertig jaar geleden, maar ik bleef ook van de ene verbazing in de andere vallen. Dit was zo’n hele andere wereld dan ik gewend was. Zelfs het hippische taalgebruik; bijvoorbeeld de termen ‘to destroy’ en ‘bailing out’ deden bij mij de mond openzakken.

In mijn allereerste blog schreef ik over mijn ontmoeting met de graaf en zijn vrouw Diana, die een nieuwe groom zochten. Alhoewel ze die snel gevonden hadden, konden ze toch ook mijn hulp wel aardig gebruiken. John en Diana importeerden namelijk ieder jaar een paar jonge, net zadelmakke, paarden uit Ierland en dat betekende dat er nog een hele hoop moest gebeuren voor die beesten redelijk bestuurbaar waren.

En nu hadden ze zomaar een ruiter naast de deur die het heerlijk vond om eindeloos met een paard te klungelen totdat het rechtuit kon lopen, een gebalanceerd bochtje kon maken en lekker in de hand lag gedurende een galopje door de uitgestrekte natuur. En ik was allang blij dat ik een goed paard onder m’n gat had en zelfs mee op jacht werd uitgenodigd zonder dat het me een cent kostte.

Trainen op een hellinkje

En zo begon er een totaal ander hoofdstuk in mijn rijcarrière; eentje zonder buitenbak, want die hadden ze helemaal niet, en bijna altijd op een hellinkje. Die buitenbak, die miste ik wel en binnen een paar jaar stond er bij mij een graafmachine op het erf om een stukje land van zo’n 20 bij 40 vlak te maken.

Maar tot die tijd deed ik alles met die jonge paarden in een stevig glooiend weiland, in het steile bos of op de uitgestrekte vlaktes van de Bodmin Moor.

He’s a good arse… I tink’

Wel wennen, hoor. Vooral de grote brede ruin Itink (spreek uit: Aitink) zal ik nooit vergeten. De naam refereert aan wat de Ierse paardenhandelaar zei toen mijn buurvrouw met hem onderhandelde: ‘He’s a fe…ng good arse… I tink.’ Keurige vertaling: het is echt een superpaard…denk ik.

Itink vond het leuk om zijn nek zo’n 90 graden naar links te draaien en bijna naar achteren kijkend tijdens zo’n geweldig Engels jachttafereeltje de heuvel af te knetteren. Om dat op te lossen hadden ze deze onbenullige 4-jarige al een stang en trens in de mond gedrukt.

blog liz barclay jacht

Leuke uitdaging voor me. Na een jaar werd hij verkocht, nu lopend op een lekker trensje, aan de Master van een andere hunt die later zei dat Itink het fijnste jachtpaard was dat ‘ie ooit gehad had. Geslaagd voor mijn zelf-ontworpen Cornische privé paardentrainer examen!

‘To destroy’

Op een mooie voorjaarsdag stonden Diana en ik voor de stal van één van haar oudere paarden die kreupel was. Ze zei: ‘Liz, I am afraid he will have to be destroyed.’ Destroyed? Vernietigd… ik schrok me rot! Ik durfde het woordje ‘inslapen’ nog niet in de buurt van mijn hond of poes te zeggen. En hier, zo voor de stal, werd er over vernietigen gesproken.

Dit hoor je hier nu niet zo vaak meer. Euthanaseren is ook in Engeland inmiddels de algemene term. ‘Vernietigen’ (in Nederland zeiden wij trouwens ook ooit ‘afmaken’) komt uit de tijd dat alle mensen die op vossenjacht gingen nog boeren waren die elkaar hielpen om hun land veiliger te maken voor hun lammetjes en net geboren kalveren. De vos was, is nog steeds, hun vijand en er waren er zo ontzettend veel. Diana was geboren en getogen op het platteland en een paard hoorde gewoon bij de veestapel met bijbehorend vocabulaire.

‘Bailing out’

Niet lang daarna was er nog zo’n moment dat ik werkelijk van verbazing bijna van m’n paard viel. De jacht was al diep een bos ingedrongen. Het was er afschuwelijk steil, rotsachtig met zo nu en dan diepe moddergaten en aan paden deden die Engelsen niet. Diana keek achterom om te zien hoe ik erbij hing en zei: ‘Zo direct, beneden kan het zijn dat de modder aan de kant van de rivier gevaarlijk diep is. Als je je paard voelt zinken ‘you should bail out!’

Was ik twintig jaar lang bezig geweest om er op te blijven zitten en nu werd er van me verwacht dat ik er, naar beneden roetsjend, af zou springen! Dit ging zo enorm tegen mijn natuur in. Achteraf begreep ik het wel, maar dat was ook het moment dat voor mij de maat vol was.

Terug naar m’n bakje

Ik vond het allemaal hele aardige mensen en wilde er best blijven trainen, maar die jacht, die kon me echt gestolen worden. Een keurige Engelse dame die vroeger als kind met haar ouders op jacht werd meegesleept, omschreef het ooit prachtig voor me: ‘I was either bored to tears or scared sh..less’.

Dat ‘bored to tears’ heeft te maken met de bloeddorst. Men kan eindeloos bij een vossenholcomplex staan wachten, luid kloppend met karwats op hun laars, om de vos te bewegen te voorschijn te komen. Want men is hier geen sport aan het bedrijven, maar bezig met ‘pest control’. Ik begreep het wel maar ik wilde toch oh zo graag terug naar m’n bakje.

Mevrouw May, Brexit en de jacht

Inmiddels is de wet al een tijdje veranderd en alleen de drijfjacht is legaal. De oude generatie jachtruiters die dat moeilijk kan accepteren, is langzaam aan het verdwijnen en door de jongere generatie wordt er minder moeilijk over gedaan. Toch… na die afschuwelijke Brexit en met mevrouw May achter het politieke stuur vraag ik me af wat er nog weer teruggedraaid kan worden. Om stemmetjes te winnen heeft die draaikont het zo’n beetje beloofd… Ik ben benieuwd!

Nieuwe hunter

Diana is inmiddels de tachtig gepasseerd en heeft net weer een nieuwe hunter aangeschaft. Trots liet ze de merrie aan mij zien om daarna terug in de keuken een tweede glaasje whiskey in te schenken. Namelijk, ‘you can’t fly on one wing’. Een prachtig Engels gezegde waar ik natuurlijk geen nee tegen kon zeggen…

0 4360

‘Hickstead’, dat vorige week plaatsvond, is een beroemd hippisch evenement. Volgens mij denken wij Nederlanders meteen aan springen. Vooral als Jur Vrieling meteen een derde plaats bemachtigt op de eerste dag van de internationale springrubrieken. Maar er gebeurt zoveel meer. Veel Engelse paardenliefhebbers zijn vooral geïnteresseerd in de showklassen. En daar zijn er ein-de-loos veel van.

Teveel om op te noemen!


De krant stond er vorige week vol mee, met wie er in Cornwall allemaal gekwalificeerd waren. Hier wat rubrieken: Working Hunter Pony, Mountain and Moorland Working Hunter Pony, Intermediate Working Hunter, Lead Rein Show Pony, Show Pony, Non Native Coloured, Open Mountain and Moorland Lead Rein, Light Weight Hunter, Middle Weight hunter, Heavy Weight Hunter…en ik ben nog niet echt begonnen, teveel om op te noemen!

Engelse paardencultuur

Het is een heel vreemd wereldje, de Engelse hippische showwereld. In eerste instantie wel leuk om te zien. En zeker als je een beetje Anglofiel bent, razendleuke hoedjes en al die prachtige geruite tweed jasjes, rokken, tasjes, hondendekjes; het kan niet op.

Toen ik voor de eerste keer in Cornwall op de Camelford Agricultural Show zo’n ontwapenend en verlegen lachend jochie van een jaar of vier op zijn glimmende ponietje zag zitten met parmantig gezette moeder helemaal enthousiast omdat mijn partner ze op de foto wilde zetten, vond ik het ook heel leuk.

Vetrollen

Door de jaren heen heb ik helaas te veel vetrollen in deze rubrieken gezien om het nog leuk te vinden. En dan heb ik het nu even over de paarden, want over te zware ruiters is een tijdje terug al heel wat te doen geweest.

Het lijkt er bij te horen. Alleen in de Working Hunter rubrieken zijn de paarden in goede en fitte conditie. Voor de rest is het gros zodanig dik dat hoefbevangenheid zonder meer op de loer ligt en een hartaanval ook met al dat vet om de longen.

Vooral omdat deze rubrieken een voortvloeisel zijn van de vossenjachtcultuur, vind ik dat vreemd. Het is duidelijk een eigen leven gaan leiden, waarschijnlijk te vergelijken met de Labrador, die niet alleen als jachthond, maar ook als een wat verder uitgezet en minder gezond showtype gefokt wordt.

Bijzetteugel en stang en trens


Als ik me dan al niet doodgeërgerd heb op zo’n show waar ik met afgrijzen kijk naar een rubriek voor vierjarigen, allemaal met een stang en trens in de mond en bijna het hele spul allemaal keurig achter de loodlijn, lekker naar beneden hangend, dan hou je vast.

Het wordt nog steeds gedaan, op stal iedere dag een paar uur aan de bijzetteugel staan. Dan wennen ze aan dat model. Daar schrok ik toch wel van, toen ik dat voor de eerste keer zag. Ook nog bij een zeer kundige paardenvrouw die ik graag mocht.

Snor- en baardharen

Het gekke is, het zijn eigenlijk allemaal hele aardige mensen, die echt ontzettend veel van hun paarden houden. Er wordt gepoetst en gewassen, geen chemisch middeltje gespaard, om hun geliefde viervoeter in z’n beste zondagse pak in de ring te laten verschijnen.
En natuurlijk moeten daarom ook al die snor- en baardharen eraf!

Meegaan met de tijd, hmm…

Wanneer gaan die Engelsen nou eens een keertje mee met de tijd. Hoe leuk dit soort cultuurfratsen in eerste instantie ook lijken, het kan zoveel diervriendelijker zonder dat het hele gebeuren er ook maar een pietsie onder lijdt.

Toen, nog niet zo lang geleden, een klant aan me vertelde dat ze toen ze, op mijn advies, het gewaagd had met een trensje in de ring te verschijnen, op de laatste plaats terecht kwam, werd ik zo verdrietig.
Opmerking van de jury nadat hij haar paard gereden had: ‘Leuk paard, maar u weet toch, een showpaard hoort in stang en trens.’

Einde verhaal…

 

Liz Barclay groeide op in Gelderland. Verbleef enige tijd in de USA om zich daarna te vestigen in Cornwall (UK). Daar is ze actief als dressuurtrainer, heeft ze vele leerlingen, waaronder eventing ruiters. Ze ging ‘terug naar haar roots in Gelderland’ toen ze het boek ‘The farmer, The Coal Merchant, The Baker’ schreef. Een boek waarin ze terugblikt naar de invloed van grote fokkers uit Gelderland: Henk Nijhof, Johan Venderbosch en trainers Roelie Bril en Jan Oortveld op de hedendaagse dressuursport. Meer informatie: http://www.youcaxton.co.uk/thefarmer/

Foto: Shutterstock.com

0 1504

Het is geen gemakkelijke taak, jureren. Hoe goed je het ook doet of bedoelt, altijd is er wel weer iemand die het er helemaal niet mee eens is. Ik ken het ongemakkelijke gevoel van beide kanten, als ruiter en als jurylid. Het voelt niet prettig als je voor bijna een hele dag je best zit te doen en dan door een chagrijnige ruiter met de nek wordt aangekeken.

Verbouwereerd gekeken naar het scorebord

Als ruiter heb ik altijd gewoon even geslikt en gedacht, de volgende keer zal ik wel weer degene zijn die een beetje mazzel heeft met een score aan de hoge kant, want dat gebeurt ook. Alleen die ene keer, toen ik in het Z volledig onterecht tweede werd en daarom niet naar de halve finale kon, stond ik verbouwereerd naar het scorebord te kijken. Het feit dat de winnaar naast me stond en zich verontschuldigde met de woorden, ‘you should have won this’, maakte het een heel klein beetje goed. Ik kan dus zeggen dat ik mij gedurende mijn hele wedstrijdcarrière nooit erg druk heb gemaakt als de jury er naar mijn gevoel een beetje naast zat, behalve die ene keer dan en daar kan ik goed mee leven.

Tevreden op de laadklep na twee fijne proeven

Hobbyruiters, subtop en top

Er zijn, even heel kort door de bocht, drie soorten wedstrijden. De plaatselijke wedstrijden, waar op bijna alle niveaus gereden wordt en de semiprofs en hobbyruiters nog in dezelfde ring presteren, de wedstrijden waar alleen maar op de hogere of hoogste niveaus gereden wordt en waar een groter deel van de ruiters hun brood in de paarden verdient ( veelal subtop), en de internationale wedstrijden met de ‘crème de la crème’, allen op en top profs. Zo ligt het tenminste hier in Engeland en ik neem aan dat Nederland daarin niet zoveel verschilt. Ik denk dat ik mijzelf semiprof kan noemen en ik meld dit feit alleen om aan te geven vanuit welke hoek ik redeneer.

Een gewoon paard

Toen ik nog wedstrijden reed hier in Engeland, zaten er ‘gewone’ paarden en hele goeie in mijn klasses, afhankelijk van wat ruiters konden en wilden betalen. Dat is niet veranderd en de meeste van mijn pupillen zitten nu in hetzelfde schuitje als ik toen. Mijn eigen wedstrijdpaard was een ‘gewoon’ paard waarmee ik drie jaar PSG en even Inter I gereden heb. Omdat er in Cornwall en Devon maar heel weinig ruiters zijn van dat niveau, was het altijd vrij makkelijk om voor de halve finales te kwalificeren. Daar, op die halve finales, ging het niveau zo enorm omhoog dat ik zonder meer accepteerde dat Marie en ik samen in de grijze massa zouden verdwijnen. Ik was al blij dat ik er reed en als ik rond de 65% zat, was ik dik tevreden. Dat verhoogde niveau had voor een deel te maken met het feit dat mijn ‘gewone’ Engels gefokte paard qua beweging niet tegen die andere geselecteerde superknollen, vaak uit Nederland geïmporteerd nota bene (wat een grap!), op kon boksen. Er werd mij regelmatig door mijn trainer verteld dat als ik een paard met meer beweging had ik bij de subtop kon horen. Heel aardig van d’r en ik zal nooit weten of ik het in me had want ik had al lang besloten gewoon tevreden te zijn met wat ik had omdat ik teveel van m’n tuin en en andere tijdrovende activiteiten hield.

Dressuur… of bestgaand rijpaard?

En toch begrijp ik het niet helemaal. Als ik naar een super bewegend paard kijk begint mijn hart ook sneller te kloppen. Maar hebben we het dan niet over de kwaliteit van het paard en is dat niet een soort bestgaand rijpaardenrubriek? Is dressuur niet dat als een paard, door goed gereden te worden, zijn volledige 100% aan de ruiter geeft, en op dat moment met correct ruggebruik en durchlassigkeit de gevraagde oefeningen volgens het boekje doet, het net zo goed een hoog cijfer verdient als de extravagant bewegende superknol? Oké, dan krijgt dat superpaard voor mijn part een 10 voor beweging, maar het is toch wel teleurstellend als de hoeveelheid geld die je aan een paard uitgeeft gaat bepalen wat je dressuurscore is en niet de rijtechnische vaardigheid.

Dressuur is een kunst en dus een persoonlijke ervaring

Op dat moment, dat de mening niet door allen gemeenschappelijk wordt gedeeld, wordt dressuur een persoonlijke ervaring en is het zoveel gecompliceerder dan een springwedstrijd waar bij een weigering, of een balkje eraf, er geen twijfel bestaat. Op dat moment is dressuur, in tegenstelling tot springen, meer kunst dan sport. Zoals een schilderij of een toneelstuk of dans totaal andere gevoelens kunnen losmaken.

Sleutelen aan de jureercode

Ik weet niet zeker of ik nu recht van spreken heb en m’n nek te ver uitsteek, maar ga het toch proberen. Is het zo dat dit probleem tot op het hoogste niveau door te voeren is? Neem Valegro, niet een groot bewegend paard maar toch de ‘King of Dressage’ genoemd. Hoeveel kritiek moest dit paard wel niet ontvangen voor zijn hoge scores. Is dat een van de redenen waarom de FEI opnieuw aan het sleutelen is aan de jureercode, in de hoop deze weer een stuk meer waterdicht te maken, maar waar Carl Hester zich zo’n zorgen over maakt? Dit in combinatie met het probleem van onderling afwijkende juryscores wanneer er drie of meer om de baan zitten; een heel moeilijk oplosbaar probleem, want ja, steekt toch misschien dat persoonlijke gevoel z’n rotkop weer op. Het is natuurlijk verschrikkelijk zuur als een ruiter z’n kwalificatie voor een landenteam niet krijgt door een toevallige lage score, misschien onverdiend ook nog, op een belangrijke wedstrijd. Het is afschuwelijk als je denkt dat jij eigenlijk de wereld- of Olympisch kampioen had moeten zijn en het gaat door een ongelukkige juryscore naar een ander (dit staat trouwens zover van mijn bed dat ik me er niet eens mee kan vereenzelvigen).

Meegroeien met de dressuurevolutie heel belangrijk

Het is ongelofelijk belangrijk dat er altijd weer gekeken wordt hoe een sport op alle fronten in zijn eigen evolutie mee kan groeien. Er staat zoveel meer op het spel dan vroeger. Het is van een uit de hand gelopen hobby voor de welgestelden -ik denk bijvoorbeeld aan dressuurgod Reiner Klimke die advocaat was- een beroepsmatige sport geworden waar hopen geld in omgaan. De paarden zijn om te beginnen al zo ongelofelijk duur en het hele zaakje hangt van sponsors aan elkaar.

Ondergetekende brief van zestien internationale ruiters

Het is dus telkens belangrijker dat de jury het bij het rechte eind heeft want er staat zoveel meer druk op de ketel. En hoe dat moet in de toekomst, ik weet er te weinig van om daar een genuanceerd antwoord op te geven, maar wel ben ik blij dat zestien internationale ruiters, onder wie Carl Hester, Steffen Peters, Edward Gal en Hans-Peter Minderhoud, een open brief hebben geschreven aan de commissie, die nu met de nieuwe jurycode bezig is, om niets te snel te beslissen en ook goed naar de ruiters te luisteren. Iets dat al zoveel jaren zo heel gevoelig ligt, mag niet iets worden waar niet alleen de ruiters, maar ook de juryleden de dupe van gaan worden. Vergeet niet hoe rot ook zo’n jurylid zich moet voelen als er weer zo’n enorme vlaag kritiek komt na wat een mooie dag had moeten zijn.

Even mijmeren: soms verlang ik terug naar zo’n aardige meneer met borstelige wenkbrauwen in z’n beste corduroy broek en op zondagse klompen, die achter een houten tafeltje aan een jongedame de cijfers doorbromde. Als ik dan jong en een beetje zenuwachtig lachend groette aan het einde van m’n proefje, dan wist ik eigenlijk al, het zit wel weer goed vandaag…

Liz Barclay groeide op in Gelderland. Verbleef enige tijd in de USA om zich daarna te vestigen in Cornwall (UK). Daar is ze actief als dressuurtrainer, heeft ze vele leerlingen, waaronder eventing ruiters. Ze ging ‘terug naar haar roots in Gelderland’ toen ze het boek ‘The farmer, The Coal Merchant, The Baker’ schreef. Een boek waarin ze terugblikt naar de invloed van grote fokkers uit Gelderland: Henk Nijhof, Johan Venderbosch en trainers Roelie Bril en Jan Oortveld op de hedendaagse dressuursport. Meer informatie: http://www.youcaxton.co.uk/thefarmer/

Foto: Remco Veurink

0 541
Princess Anne attends Ladies Day at the annual Royal Ascot horse racing event. Ascot 2012

Mijn man is zeeman. We zijn jarenlang samen naar zee geweest. Lange tochten om privézeiljachten naar hun nieuwe plek van bestemming te varen. Nu ik alweer jaren in de paarden zit betekent het dat hij veel weg is, maar ook dat wanneer hij thuis is ik mij een beetje aan moet passen en zo nu en dan de rijbroek moet vervangen voor een waterdicht pak om voor crew te spelen op zijn kleine racezeilbootje.

Dat is geen straf; het is een fysieke uitdaging -veel in en uit de boot op dek klimmen en balanceren om zeilen en spinakers te goed op te zetten- en ook een totaal andere sport…of niet? Daar heb ik vanochtend een heel leuk en interessant gesprek met mijn voormalige hoefsmid Paul Martin over gehad. Paul heeft namelijk twee jaar geleden de hamer en vijl aan de wilgen gehangen en is naar Antigua vertrokken om voor een chartermaatschappij zeiljachten te verplaatsen, al of niet met gasten aan boord. Gedurende zijn laatste jaren als hoefsmid had hij in zijn vrije tijd alle benodigde papieren behaald, geen kleinigheid en petje af.

Prinses Anne aan het roer

Ooit werd ik aan het roer gezet van een zeiljacht, Riot genaamd. Doodeng, maar ook superspannend. Ik voelde hoe de golven me zijwaarts duwden, maar was altijd net te laat met het bijsturen en zo slingerden we de haven uit, net zoals een slechte A-C lijn. Na een tijdje begon ik te voelen wat er ging komen, niet wat er al was en begon Riot minder te slingeren. Toen de eigenaar, een bekend zeezeiler uit Cowes, vroeg hoe ik het vond, zei ik: ‘Net als paardrijden, je moet reageren voor het gebeurt en dat is best moeilijk maar ook superleuk om te doen.’ ‘Hm’, zei hij, ‘dat zei prinses Anne ook toen ze vorig jaar bij me aan boord was’. Echt waar, prinses Anne, niet alleen prinses maar ook samengesteld ruiter (tweemaal zilver, eenmaal Europees goud en op de Olympische spelen gereden in de samengestelde sport) en eigenaresse van het prachtige landgoed Gatcombe, waar een van de populairste horse trials in Engeland gehouden wordt. Klein detail, ik heb haar daar ooit gedurende de trials, met gebloemd hoofddoekje getooid, met zo’n prikkertje de rotzooi rond de prullenbakken zien oprapen.

Vossenjacht en zeiljacht

Ik woonde toen nog maar net in Cornwall waar ik met een nieuw fenomeen geconfronteerd werd, namelijk de combinatie van paarden en zeeman, zonder dat men er steenrijk voor moest zijn. Die kwam je in Gelderland niet tegen. In Cornwall zijn zee en land zo enorm met elkaar verbonden dat rijden en zeilen heel makkelijk te combineren zijn, vooral de vossenjacht. Het ene doe je in de winter en het andere in de zomer. Als het zeiljacht voor de winter wordt opgeslagen wordt het paard van stal gehaald en andersom; het jacht te water betekent dat het paard voor die maanden weer de wei wordt ingegooid. Toen mijn man en ik dus gedurende een van onze eerste gezamenlijke bootraces werden ingehaald door mijn hoefsmid, verbaasde mij dat al niet zo heel erg meer. ‘Krijg ik weer mooie schone handen’, zei hij met een grijns in het voorbijgaan.

Foto van de North Cornwall Hunt en geschoten op de Bodmin Moor in Cornwall.

Carrièreswitch

Meer dan twintig jaar heeft Paul Martin mijn paarden beslagen en rad gehouden. Nooit vernageld, altijd onmiddellijk erbij als er een probleem was. Niet alleen vertrouwde ik hem volledig met mijn paarden, ook kon hij goed luisteren en liet me altijd in mijn waarde als ik een vraag had of een eigen observatie. Daarbij was hij een geweldige leermeester en heeft hij acht hoefsmeden opgeleid die naast hun vak van Paul hebben geleerd hoe je fatsoenlijk met mensen omgaat en hoe je je werkdag zodanig indeelt dat je ook overal op tijd op de stoep staat. Niet de sterkste kant van deze beroepsgroep, geloof ik. En toen kwam hij vertellen dat hij geen zin meer had in die verduvelde tennisarmen en ook de roep van de zee niet langer kon weerstaan.

Rijden en zeilen hebben veel gemeen

Nu even, vanuit Antigua in de Maagdeneilanden, even terug in groen en nat Cornwall en gezellig aan de koffie naast de AGA, had ik een paar vragen voor hem omdat hij die als geen ander zou kunnen beantwoorden. Ik wilde weten of Paul, net als prinses Anne en ik, ook vond dat rijden en zeilen veel met elkaar gemeen hebben. Over de verschillen en/of overeenkomsten tussen ruiters en zeilers hoefde hij niet lang na te denken. Ook wat een paard en een boot gemeen of niet gemeen hebben was snel beantwoord.
‘Beide sporten vereisen, naast de benodigde ervaring, vooral een gevoel en reactievermogen dat van nature aanwezig moet zijn.’ Vooral als er weinig wind is en ik aan de fok zit of de spinaker moet bedienen en de boot walst zo heerlijk licht door de golven; dan krijg ik vaak een zelfde soort gevoel als met een paard dat mooi nageeflijk is. Boot en paard geven je op zo’n moment een perfect gevoel van balans. ‘Beide sporten nemen, als je het tenminste goed wilt doen, enorm veel tijd in beslag en zijn min of meer een levensstijl. Daardoor zijn het bijna altijd mensen die behoorlijk gefixeerd zijn op hun sport en er eindeloos over door kunnen ouwehoeren, ook tegen mensen die er niets van snappen en ook totaal niet geïnteresseerd zijn.’

Liz Barclay ongeveer twintig jaar geleden tijdens ruig weer op weg van Maine aan de oostkust van Amerika naar de Maagdeneilanden.

Een paard leeft en een boot niet

‘De paardenmens en de zeeman zijn beiden ‘risk-takers’. De zee kan net zo hard bokken als een paard en dat accepteren ze gewoon, klaar. Ze zijn hard en zeuren niet gauw over een pijntje of slaapgebrek. Daarbij moeten ze in alle rust razendsnel beslissingen kunnen nemen om gevaarlijke situaties te voor- of overkomen. Verdrinken of je nek breken, zoveel verschil zit daar niet tussen.’ ‘Een paard leeft en een boot niet. Dat stuk verantwoording voor een dier dat ziek of kreupel kan worden en jouw verzorging 365 dagen per jaar nodig heeft, maakt de paardenmens anders.’

Een paard is lekker warm

Helemaal mee eens. Na een aantal jaren met zeer veel plezier voor mijn man op de boten gewerkt te hebben, miste ik die lekkere warme paardenlijven zo verschrikkelijk dat ik het er dik voor had over om toch weer met alle risico’s en narigheid -van een hele nacht op stal met koliekaanval tot het eindeloos stappen met een paard met peesblessure- geconfronteerd te willen worden. Als ik maar weer zo’n lekker vachtje mocht borstelen, de lange weg van opfok tot training afleggen en lekker kon lesgeven. Een groot verschil is dat paardenmensen van nature nogal honkvast zijn, terwijl zeilers van reizen en verkassen houden. Vaak zijn ze zelfs een beetje bang om te lang op dezelfde plek te zitten.

‘People skills’

Eigenlijk wist ik het antwoord al, maar toch vroeg ik Paul wat hij uit zijn hoefsmidcarrière van waarde mee had kunnen nemen in zijn nieuwe leven als zeeman. ‘People skills, zonder die eigenschap had ik deze omslag niet kunnen maken.’ Dan herinner ik me weer hoe Paul hier op stal, als ik met een blad vol koffie aan kwam lopen, zijn stagiaires met eindeloos geduld stond uit te leggen waarom je maar zoveel kon corrigeren voordat de gewrichten onder teveel druk kwamen te staan; of, hoe je voorzichtig moest informeren hoeveel weidegang een te dik paard had omdat je de klant niet voor de kop wilde stoten maar ook geen paarden met hoefbevangenheid op je geweten wilde hebben.

Oost, west, thuis best

Het spreekwoord zegt het al. Nederland bestond ooit voor een zeer groot deel uit boeren en zeemannen. Later kwam de paardenmens. Er is geen ander vak of tijdverdrijf waar de overeenkomsten en de tegenstrijdigheden elkaar tegenspreken. Neem alleen al het feit dat het een zich op het water afspeelt en het ander op het land. Was het omdat ik in de Achterhoek ben opgegroeid en zijn er in het westen van het land wel ruiters die ook zo nu en dan de zee op gaan? Daar ben ik best benieuwd naar. Zelf heb ik ooit besloten dat ik toch liever de rijbroek aan heb dan dat waterdichte pak, alhoewel de herinneringen aan al die zeeavonturen me zeer lief zijn en ik er natuurlijk graag over vertel…

Liz Barclay groeide op in Gelderland. Verbleef enige tijd in de USA om zich daarna te vestigen in Cornwall (UK). Daar is ze actief als dressuurtrainer, heeft ze vele leerlingen, waaronder eventing ruiters. Ze ging ‘terug naar haar roots in Gelderland’ toen ze het boek ‘The farmer, The Coal Merchant, The Baker’ schreef. Een boek waarin ze terugblikt naar de invloed van grote fokkers uit Gelderland: Henk Nijhof, Johan Venderbosch en trainers Roelie Bril en Jan Oortveld op de hedendaagse dressuursport. Meer informatie: http://www.youcaxton.co.uk/thefarmer/

Foto: Shutterstock

0 10083

De nieuwe garde: natural horsemanship, paardenfluisteraars en wat al niet meer; gevoelig onderwerp…

Ik heb een probleem… en het is geloof ik een behoorlijk gevoelig onderwerp, dus ik zal me zo voorzichtig mogelijk formuleren om een ieder die op een goede en verantwoorde manier met paarden bezig is, niet op de tenen te trappen.

Het begon met Monty Roberts, die zelfs hier in Engeland bij de koningin op de thee werd uitgenodigd. Ik heb niets tegen Monty Roberts en ook niets tegen Pat Parelli of de inmiddels in Nederland gevestigde Tristan Tucker.

Tristan Tucker

Toen Tristan met gek buikje en maffe hoed een paar jaar geleden begon de o zo serieuze dressuurwereld uit te dagen eens een keertje om zichzelf te lachen, dacht ik zelfs: ‘Heerlijk, eindelijk een fris windje met een vrolijke insteek’. En eindelijk eens iemand die probeert een brug te slaan tussen een aantal behoorlijk niet-ruimdenkende hippisch geïnteresseerde groepen.

Dame met cowboyhoed

Toen de nieuwe garde van alternatieve paardentrainingsmethoden zijn aantrede deed, samengaand met de verrassende ontdekking van klassieke dressuur alsof het nog nooit bestond (waar kwam dat in een keer vandaan?), paardenfluisteraars en barefoot-trimming, werd ik zo maar een keer uitgemaakt voor bekrompen dressuurfanaat met nare methodes, zoals rijden met een bit. Dit door een dame met cowboyhoed die net haar eerste examentjes in Australië had gehaald.

Ik was volledig verbouwereerd. Van jong af aan heb ik me uit de naad gewerkt bij grotere en kleinere bedrijven, springstallen en dressuurstallen, om, dag in dag uit, meer en meer te leren en uiteindelijk te specialiseren in dressuur. Met altijd voor ogen het welzijn van het paard.

Dat betekent zo nu en dan een sprongetje, regelmatig een buitenrit en ja, afhankelijk van de ontwikkeling van het paard, een aantal uren per week in de bak om gymnastiek te doen wat uiteindelijk dressuur genoemd kan worden.

Op bezoek bij Monty Roberts

Gedurende mijn bezoek aan een Monty Roberts-avond in Devon van een aantal jaren geleden met natuurlijk de zo geliefde join-up, dacht ik, ‘he, dat herken ik, ik doe dat aan de longe met een jong paard!’ Ik durfde dat helaas echter niet hardop te zeggen om niet voor een opschepper aangezien te worden door Monty’s gedreven volgelingen. Wij, de ‘ouderwetse’ paardentrainers fluisterden dit naar elkaar, maar verder dan dat gingen we niet.

riding-2
Liz Braclay op de zelfgefokte merrie Marie, met wie ze Inter1 reed en zich twee keer kwalificeerde voor de regionale kampioenschappen PSG Freestyle

Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat wij zelf ook verantwoordelijk zijn voor de explosie van alternatieve methodes. Er lopen hier in Engeland, en ik neem aan ook in Nederland, wat trainers rond met een nogal kort lontje en als dat door onervaren paardenliefhebbers gezien wordt kan ik mij zondermeer in hun keus, om het ‘anders’ te willen, inleven.

Maar waar ik echt zo helemaal niet goed van word, is dat deze goedbedoelende groep de indruk wordt gegeven dat je met een paar cursusjes, soms ook nog via het internet, kunt leren hoe een paard aan te rijden en te trainen!

De verslaving van de join-up

Een typisch voorbeeld was een paard van een pupil dat tijdelijk bij mij op stal stond. Zij had besloten de Monty Roberts join-up te proberen. Dat ging heel goed; dat verbaasde me ook niets want deze meid had een hoop gevoel en al aardig wat ondeugende ponietjes gehoorzaam leren zijn.

De ellende kwam pas later; iedere keer als dit paard een klein probleempje had, iets wat vaak gewoon vanzelf wel weer zou verdwijnen, werd er weer een join-up gedaan. Het werd gewoon een sport, erger, een soort verslaving om dat paard maar, na hem keer op keer weer ‘de kudde’ uit te sturen, achter haar aan te laten sjokken. Ik zag dit paard langzaam een emotioneel wrak worden, apathisch, totdat hij mensen niet meer leuk vond.

Enorme schep engelengeduld

Ik ben ruimdenkend en geïnteresseerd in deze methoden, herken dingen en leer soms ook iets nieuws dat mooi aansluit bij de rest. Maar deze methoden moeten wel in de juiste handen blijven en zijn vaak ook niet zo nieuw en baanbrekend als men wel denkt.

Wat ik zo graag duidelijk wil maken is, dat om een goed en eerlijk paardenman of -vrouw te worden, het aankomt op het spenderen van een eindeloze hoeveelheid uren, dagen, jaren met onze trouwe viervoeters, met nog een enorme schep engelengeduld er bovenop. En je van een cursusje hier of een dagje daar geen ervaren ruiter wordt die nu zomaar even in zes weken een paard zadelmak maakt.

Onverantwoord en belachelijk duur

police-car
Liz Barclay toen ze in Portsmouth in de Amerikaanse staat Virginia een aantal paarden en politiemannen trainde voor een nieuwe unit.

Ik maak me ook zorgen, want ik zie meer kreupele, vermoeide en depressieve paarden om me heen. Reden: een onverantwoorde manier van het doorgeven van informatie, die niet voldoende is begrepen. Hierdoor hebben beginnende paardenliefhebbers soms totaal niet in de gaten wat ze aanrichten. Eerlijke mensen die graag willen leren maar meegezogen worden in het cult-denken.

De mevrouw met cowboyhoed en een Parelli-cursus in haar zak die mij bekrompen noemde, rekende bijna het dubbele van wat ik voor een les reken en hield er na een paar jaar doodleuk weer mee op omdat ze verliefd werd op een stierenvechter in Portugal.

Nog een voorbeeld: een nieuwe klant van mij zei haar les af omdat ze een paardenfluisteraar op bezoek had gehad. Het paard had in haar oor gefluisterd dat het een tijdje vrij wilde vanwege een huidirritatie op z’n rug. Gedurende de eerste les had ik deze ruiter al verteld dat ze haar zadeldekje vaker moest wassen, want alles was echt gewoon vies! Zonder blikken of blozen betaalde ze de paardenfluisteraar 80 pond.

Zonder eten en drinken in de roundpen

Hier vlakbij werden in de stallen van een ‘officieel gekwalificeerde’ natural horsemanship trainer paarden zonder eten, water of stro aangetroffen. Ze moeten toch een keer wat willen in die roundpen! Niemand van die organisatie die dit eens een keertje kwam controleren en omdat geen van deze trainers onder het officiële Engelse hippische orgaan, de BHS, vallen, kan Jan en alleman dus gewoon lekker z’n eigen gang gaan; de goeie…maar ook de hele slechte.

Misschien tijd voor vernieuwing

De kunst van het trainen van paarden is eeuwenoud en er gaat zo’n beetje een heel mensenleven in zitten om het helemaal te leren beheersen. Als we dat nou eens met z’n allen beginnen met te accepteren dan is het misschien ook tijd dat we het hele hippische educatiesysteem eens goed onderhanden nemen en proberen door de bomen het bos weer te gaan zien.

Niet alleen de ontluikende paardenmens, maar vooral ook het paard heeft dit volgens mij zo heel hard nodig. Vrij vertaald, en aangepast, van een van mijn bloggen op mijn Engelse website op verzoek van goede vriend en gerespecteerd trainer Maarten van Stek.

Liz Barclay groeide op in Gelderland. Verbleef enige tijd in de USA om zich daarna te vestigen in Cornwall (UK). Daar is ze actief als dressuurtrainer, heeft ze vele leerlingen, waaronder eventing ruiters. Ze ging ‘terug naar haar roots in Gelderland’ toen ze het boek ‘The farmer, The Coal Merchant, The Baker’ schreef. Een boek waarin ze terugblikt naar de invloed van grote fokkers uit Gelderland: Henk Nijhof, Johan Venderbosch en trainers Roelie Bril en Jan Oortveld op de hedendaagse dressuursport. Meer informatie: http://www.youcaxton.co.uk/thefarmer/

0 281

Nadat ik vorige week het artikel over de nieuwe tactiek om de wilde pony’s op Dartmoor niet te laten verdwijnen las, werd ik nogal nieuwsgierig. Ik besloot lekker de middag vrij te nemen om wat rond te zwerven in het gebied waar ik ooit de beslissing nam om te vertrekken uit het vlakke en drukke Nederland.

Ik moest toch ‘s morgens vlak in de buurt wat lessen geven dus deed ik eens een rondje Dartmoor. De Dartmoorpony mag dan in Nederland een geliefde rijpony zijn, in de prachtige en dramatische Dartmoor is dit wilde diertje wellicht het belangrijkste onderdeel van een bijzonder maar zeer gevoelig ecosysteem.

Bureaucratische maatregelen

Nog niet zolang geleden waren er teveel pony’s die met z’n allen de hele boel kapot graasden. Helaas waren de bureaucratische maatregelen van bovenaf zo heftig dat veel Dartmoor boeren, ‘hill farmers’ genoemd, dan ook echt geen pony’s meer wilden houden en dat werd het nieuwe probleem. Hoe het exact goede aantal te handhaven?

Nou, ik zou na vandaag een carrière als een soort Dick Francis van de Dartmoor kunnen gaan beginnen. Er gebeurt hier werkelijk van alles…

Met papieren

Even voor de duidelijkheid, en dit naar aanleiding van alle reacties op het artikel van vorige week over de Dartmoor pony; de Dartmoor Pony is een ras met papieren en mag alleen zwart, bruin, vos of grijs zijn, terwijl bont helemaal niet geaccepteerd wordt en overmatig wit aan de benen of hoofd niet gewild is. De Dartmoor Hill Pony is een wilde pony in allerlei kleuren en maten die al 4000 jaar wild leeft in dit gebied.

dartmoor4

Achter deze twee soorten zit dus een compleet andere filosofie en het artikel betrof de Dartmoor Hill Pony en niet de Dartmoor Pony met papieren van het Dartmoor stamboek.

Door de jaren heen is door allerlei wetgeving het telkens moeilijker geworden een goed beleid te handhaven voor de Dartmoor Hill Pony’s, met alle gevolgen van dien.

Onwerkbaar

Tot overmaat van ramp hebben enkele liefdadigheidsinstellingen, door middel van het aanspannen van een door het agrarisch ministerie gestuurd onderzoek, zoveel roet in het eten gegooid dat de situatie bijna onwerkbaar werd voor de zo zeer toegewijde vrijwilligers van ‘The Friends of the Dartmoor Hill Pony’. De betreft ook een liefdadigheidsorganisatie, maar wel de organisatie die het dichts bij het welzijn van deze wilde pony betrokken is.

Ik weet er na vandaag best veel van omdat ik op mijn 6 uur lange avontuur door Dartmoor zeer snel enkele sleutelfiguren van deze liefdadigheidsorganisatie tegenkwam.

Geweldig getroffen

Maar voordat dat toeval geschiedde, kwam ik Chloe en Rosie op de rug van hun twee schattige ponietjes Evie en Lily tegen, geleid door hun moeder. Evie en Lily waren onmiddellijk het eerste voorbeeld van twee Dartmoor Hill rescue pony’s die het geweldig getroffen hebben met hun twee nog zo jonge baasjes. ‘Als je Evie aait moet je Lily ook aaien, hoor’, zei Rosie streng.

dartmoor2

Na enthousiast te zijn uitgezwaaid, reed ik via Two Bridges, een prachtig oud hotel en ooit uitspanning voor reizigers te paard , naar Hexworthy, een gehucht van zo’n 10 cottages en een landgoed. Ik kwam nog langs Huccaby Farm aan het prachtige wilde riviertje Dart, waaraan ik zo’n kleine 40 jaar geleden met mijn vriend wild kampeerde, om vervolgens de afgelegen pub met hotel ‘The Forest Inn’ weer eens in te wandelen om wat te eten.

In die pub komen heel veel ‘hill farmers’ (een soort ongewone mix van boer en cowboy) een pintje drinken. ‘Maar die komen pas later’, zei de landlord. Hij verwees me naar de overkant, waar ik mijn eten kon bestellen. ‘Die juffrouw weet er alles van.’

Bingo!

Nou, die juffrouw in de pub, SJ genaamd ( spreek uit: Esjay en afkorting voor Sarah-Jane) wilde zo graag praten. Een hele kordate meid met twee lange zwarte vlechten met een waterval aan informatie. Bingo!

SJ heeft het grootste deel van haar leven op Dartmoor gewoond en is nu de fotografe bij alle evenementen, zoals bijvoorbeeld de ‘drifts’ in de herfst. Dit is een jarenlange traditie waarbij per gebiedje alle Dartmoor Hill pony’s bij elkaar in een ‘pound’ (paddock altijd speciaal hiervoor gebruikt) gedreven worden. Dit om te kijken wat er verkocht kan worden en, helaas, ook wat er afgeschoten gaat worden.

Zoek SJ’s timeline eens op; ze maakt werkelijk prachtige foto’s.

dartmoor

Gedreven en onverwoestbaar

Op het moment worden zo’n 400 veulens per jaar afgeschoten. In en in triest. Dit is een combinatie van factoren en SJ vertelde met respect over Charlotte Faulkner, de onverwoestbare motor achter de ‘Friends of the Dartmoor Hill Pony’, die zo ongelofelijk hard voor werkt om dit afschuwelijke probleem op te lossen.

Het doel is om het voor de hill farmers zo makkelijk mogelijk te maken hun pony’s te behouden, het leven van de pony’s zo prettig mogelijk te maken en daarmee de bijzondere ecostructuur van Dartmoor, tot de plantjes en de vlindertjes toe, te beschermen. Anders dan de schapen en de koeien, eten de pony’s gaspeldoorn, een welig tierend struikgewas op Dartmoor, en andere prikkelige planten, waardoor zij minstens zo belangrijk zijn voor het overleven van Dartmoor in de huidige staat.

De vraag waar ik mee kwam was deze: waarom niet die pil voor paarden? Waarom dit nieuwe idee om de pony’s tot drie jaar te houden, waarbij er nog steeds een aantal moeten worden afgemaakt. En trouwens, gaan de bezoekers van de restaurants dat echt eten?

‘Heb je dan niet gehoord over de rechtszaak?’ Esjay werd zichtbaar emotioneel toen ze vertelde dat het contraceptieproject, dat meteen zo goed had gewerkt, op afschuwelijke wijze was gedwarsboomd. Maar dat moest Charlotte zelf maar vertellen.

Onterecht onderzoek

Terug in m’n autootje, reed ik genietend door een van de ruigste en mooiste stukken van Dartmoor om te eindigen in het karakteristieke stadje Ashburton waar ik Charlotte bij de kapper vond , haar jaarlijkse bezoekje. Charlotte Faulkner bleek een bijzondere vrouw te zijn, wiens handen boekdelen spreken. Ze werken hard en worden duidelijk niet verwend met tuinhandschoentjes.

Daar, met natte haren, legde ze uit, hoe enkele liefdadigheidsorganisaties haar hebben aangegeven en een onderzoek hebben geëist voor haar contraceptieproject voor de Dartmoor pony merries.

Na zeer grondige research was zij gelegitimeerd om zonder het bijzijn van een dierenarts merries met een ‘dart gun’ te injecteren waardoor zij dat jaar niet dragend zouden raken. Meteen, het eerste jaar al, was het project zeer duidelijk een succes; wat 20 veulens hadden kunnen worden, werden er maar twee.

Waarom daar zoveel weerstand tegen was, laat Charlotte in het midden. Het belangrijkste: zij heeft haar eigen rechtszaak betaald, en…gewonnen.

Gedreven vrouw

Charlotte vertelde mij, en ik kon het verdriet in haar ogen lezen, dat het nooit en te nimmer de bedoeling is geweest om de Dartmoor Hill Pony’s voor de slacht te fokken. Alleen vergt het eindeloos geduld om het contraceptieproject weer op gang te krijgen.

Helaas zijn door dat hele ellendige proces zoveel hill farmers bang geworden, dat het haar een paar jaar zal kosten om dit waterdichte project weer tot het volste recht te doen komen. En daarom heeft zij dit nieuwe, en hopelijk tijdelijke, plan voor de driejarige pony’s bedacht, wat door de Dartmoor Hill Pony Association is geaccepteerd, waarbij er inderdaad helaas nog een aantal dieren afgemaakt zullen moeten worden.

Hengsten weg

Ja, waarom die hengsten niet opruimen? Dit is voor een Nederlander misschien moeilijk te begrijpen. Maar Dartmoor is groot en wild. Hoe je ook je best zou doen, er weet zich altijd wel een slim hengstje te verstoppen achter een groot granieten rotsblok, om er net op tijd in het voorjaar weer achteruit te huppelen om zijn vruchtbare werk te verrichten.

Zoals Charlotte stelt: ‘Dan zouden we beter een heleboel hengsten kunnen hebben en maar een paar merries.’

Losgelaten

Ooit las ik ergens dat in de 16de eeuw Hendrik VIII alle paarden onder de 1.50 meter wilde laten afmaken omdat die het zware harnas niet konden dragen. Veel boeren hebben toen uit angst hun kleine paardjes op de verschillende moors, ook Dartmoor, losgelaten om hopelijk daar veiligheid te vinden.

Ook in het verhaal dat mijn goede vriend Brian Webber, hoefsmid en geboren en getogen in Dartmoor, mij ooit vertelde, gaan romantiek en drama hand in hand. ‘In de zestiger jaren, gedurende een van de allerkoudste winters op Dartmoor, konden de boeren vanwege de enorme hoeveelheid sneeuw niet meer bij hun ponies komen. Nadat na een maand de dooi inzette, vonden ze cirkels met de jonkies door oudere pony’s omringd, allemaal dood.’

De oudere pony’s waren gedurende hun taak om de kleintjes warm te houden aan de grond vastgevroren.

Social media

Niet alleen is het door middel van ‘quadbikes’ een stuk makkelijker geworden om het deze kleine stoere overlevers een stuk plezieriger te maken als de winter toeslaat, ook de social media helpen mee. Staat er een oproep op Facebook voor hooidonaties als de moor niets meer te bieden heeft, dan komt het van alle kanten binnen.

Maar wij, liefhebbers van de Dartmoor pony kunnen een ook handje helpen. De ‘Friends of the Dartmoor Hill Pony’ is een liefdadigheidsorganisatie waarvan alle inkomsten naar de wilde pony’s gaan. De nieuwe opstart van het contraceptieproces kost duizenden ponden.

Ik hoop echt dat mijn verhaal de Nederlandse liefhebbers van deze prachtpony’s, en ook de prachtige Dartmoor zelf, kan motiveren om hun steentje bij te dragen en Charlotte en SJ te helpen om Dartmoor met al zijn viervoetige ingezetenen gezond te houden!

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

99,469FansLike
6,928VolgersVolg
771Youtube abonneesAbonneer