Notice: Trying to get property of non-object in /storage/files/cus0044/web/dehoefslag.nl/html/wp-content/plugins/popup-builder-gold/popup-builderPro.php on line 270
Tags Posts tagged with "Liz Barclay"

Liz Barclay

Adam Ellery
Merries bij Adam Ellery (foto: Liz Barclay)

Goedgekeurde hengsten lopen in aparte paddocks. Sperma wordt afgenomen zodat de merries op veilige wijze geinsemineerd kunnen worden. Tegen de tijd dat het veulen verwacht wordt staat de merrie in ieder geval ’s nachts op stal en soms helemaal zodat ook de geboorte gecontroleerd en veilig kan verlopen. Zo hoort het toch?

Adam Ellery: ongecompliceerd is een understatement

Nee hoor, niet bij Adam Ellery.  Ongecompliceerd is een understatement! Adam zoekt een jonge hengst uit met goede lijnen die hij zelf gaat springen. Als hij tevreden is over wat hij voelt en ziet -en natuurlijk over de resultaten op wedstrijd-, gooit hij de hengst bij zijn twintigtal merries in de wei. Scannen doet ie niet, zonde van de centen en meestal gaat het wel goed.

High Hopes Condor (Carentino X Capitol I), die dit jaar de merries van Adam Ellery dekt.

De veulens worden gewoon in de wei geboren met de hengst erbij. Veel minder kans op allerlei rottige infecties dan op stal en ook niet dat gedonder met een merrie die per ongeluk bij het opstaan haar veulen verwondt. Tja, wat kan ik daarop zeggen? Eigenlijk niks, want het werkt gewoon, zo daar bij Adam. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Eldorado from the…? 

Adam heeft wel aardig wat huiswerk gemaakt wat betrefd de fokkerij, en dan bedoel ik de warmbloedfokkerij want, zoals zijn zoon Harvey bij een vorige ontmoeting zei, ‘Pa heeft eigenlijk alleen maar warmbloeden.’

Als ik hem vraag naar zijn grote favorieten van het moment, mompelt hij bijvoorbeeld, ‘ uhm, Eldorado from the….’, en ik moet hem even helpen, ‘…Zeshoek?’ ‘Yes, that one!’ Niet makkelijk, al die lange namen van tegenwoordig voor de rest van de wereld.

    Een zesjarige ruin van de hengst Bamako De Muze

Rondje Achterhoek samen met… 

Die interesse in het warmbloedpaard kreeg een behoorlijke groeistuip toen Adam een aantal jaren geleden zo maar eens op de bonnefooi wat stallen in Nederland googlede en uitkwam bij Ilse Bosch van de Gebr. Bosch. Beetje geluk hoort erbij, niewaar. Zij heeft met Adam een rondje Achterhoek gedaan en ze zijn ook nog ‘even’ bij Nijhof langs geweest. Ja, dat was wel wat om daar zomaar ineens Heartbreaker en Clinton te zien staan.

Hier is ook het contact met de handelsstal van Henny Schennink uit voortgekomen, bij wie nu zoon Harvey de stalruiter is. Daarbij resulteerde het in de aankoop van een jonge Eldorado bij de Gebr. Bosch die het goed doet in de sport.

Geen hek te zien!

Even terug naar zo’n kleine dertig jaar geleden toen ik in Cornwall les begon te geven. Een van mijn eerste klanten was een enthousiaste jonge meid die ook ieder jaar een paar veulens fokte. Ze bracht haar driejarigen altijd weg voor het zadelmak maken.

Toen ik vroeg waar, vertelde ze, ‘Adam Ellery, echt zo te gek. Die krijgt ze snel en makkelijk aan het lopen. Het is daar wel een beetje een geval apart. Als je eenmaal door het hek bent, loopt en staat alles door elkaar en verder geen hek meer te bekennen. Trekkers, trailers, noem maar op en de paarden lopen er gewoon tussen!’ Hmm, dacht ik, als ik dat zo zou doen zou ik gelijk hier en daar winkelhaken en kleerscheuren hebben. Ben benieuwd wat voor vent dat is.

Kuren als sneeuw voor de zon verdwenen

Een aantal maanden later kwam ik bij een klant, een enthousiast jachtruiter, die vertelde dat haar jonge paard wat kuren had gehad gedurende de jacht, maar dat ze even geruild had met Adam Ellery en dat daarna haar paard ook voor haar geweldig had gelopen. Alle kuren als sneeuw voor de zon verdwenen.

En het bleef maar doorgaan, ik kwam die naam om de haverklap tegen. Dus ik werd nu wel knap nieuwsgierig. Ik hoefde niet lang te wachten. Op een avond liep ik even bij de buren binnen en vond beiden wat bleekjes in de keuken. Hij met een been omhoog op een krukje, zij vooroverhangend over de keukentafel. Hun jonge paard was compleet door het lint gegaan toen ze hem wilden scheren. Maar, morgen kwam Adam Ellery. Hoe laat? Goed, kom ik om een uur of tien langs.

Geen spatje spanning

Het scheerapparaat ronkte vrolijk, toen ik de volgende ochtend het erf opliep, en de schimmel stond erbij als een lammetje. Toen ik me  netjes voorstelde, zag ik meteen waar Adam’s kracht zat: geen greintje adrenaline. Helemaal niets! Gewoon een laconieke grijns zonder een spatje spanning.

Zijn naam werd weer eens genoemd, nu door een professionele springruiter. ‘Adam rijdt alles aan een lang teugeltje. Geen wonder dat ze wel lopen, hij vraagt gewoon niks.’ Ik had hem nog nooit zien rijden, dus kon er verder ook geen oordeel over vellen.

Dat teugeltje werkt prima

Tot ik zelf een probleem had. Een eigen gefokt jong paard dat veel te groot voor me was geworden en het begin van een paar kuren begon te vertonen. Hij sprong goed en ik dacht dat misschien Adam hem uit kon brengen met het doel hem te verkopen.

Ik begreep ook dat Adam waarschijnijk even wat ‘privacy’ nodig had om aan mijn paard te vertellen dat staken geen optie was. Ik ben dus maar vijf minuten naar binnen gegaan en toen ik terugkwam liep mijn paard lekker met de rustige en positieve oogopslag die ik al een tijdje gemist had en Adam knikte me vriendelijk toe toe. Het volgende weekend waren ze tweede op hun eerste springwedstrijd. Dat lange teugeltje werkte prima en werd ook op tijd korter gemaakt, indien nodig.

Een prima website en Newquay Airport

Terug naar nu. Adam is druk en is bijna ieder weekend wel ergens op concours met een aantal paarden, ook met zijn nieuwe hengst High Hopes Condor (Caretino X Capitol I). Hij heeft een slimme partner, Sarah, die een prima website  heeft opgezet. ‘Westcountry Sports Horses’ klinkt en oogt professioneel. Daarbij is de stal op een paar luttele kilometers van Newquay airport met een aantal uitstekende B&B’s vlakbij.

Zo heeft hij contact gemaakt met een geldschieter uit Amerika met wie hij samen een aantal paarden heeft. De Amerikaan betaalt stalgeld en alle wedstrijdkosten, Adam traint de paarden en rijdt de wedstrijden. Als deze ruiter van de andere kant van de oceaan zelf geinteresseerd is koopt hij Adam uit en als ze samen vinden dat het paard doorverkocht moet worden, delen ze de opbrengst. Geniaal! Geen eigenaar die constant op je erf staat of in je nek hijgt, veel wedstrijden rijden, geen kosten maar wel opbrengst.

De computer, het vliegveld en een engeltje op z’n schouder

Het is duidelijk. Zonder de computer en het vliegveld was het voor Adam onmogelijk geweest om in het verste puntje van Engeland zo’n succes te hebben. Maar naast het feit dat Adam een paardenman in hart en nieren is, weet ik haast zeker dat er een engeltje op z’n schouder zit. Als ik dat tegen Adam zeg, is daar weer die bekende grijns.

Een prachtvakantie…en misschien ook nog dat paard

Het lijkt misschien een beetje vreemd, om in de verste uithoek van Engeland paarden te gaan kijken. Toch is het de moeite waard. Cornwall is namelijk zo ongelofelijk mooi. Dus, zelfs als je niet vindt wat je zoekt, heb je nog steeds een prachtvakantie. En misschien vind je toch ook nog dat paard.

Harvey Ellery
Harvey Ellery (foto: Liz Barclay)

Zo’n 30 jaar terug zag je geen fatsoenlijke warmbloed in Cornwall. Als ik ze al tegenkwam dan was een ellenlange rug, een enorme ramsneus, kromme achterbenen of een combinatie daarvan wel het minste van de problemen.

Adam Ellery, een springruiter zonder tijdsbesef

Dat is nu wel anders en Adam Ellery is een van de paardenmannen in Cornwall die daar verandering in heeft gebracht. Ik ken deze laconieke springruiter, gewezen varkensboer, al jaren. Naast zijn talent stond hij ook bekend als iemand die niet erg veel tijdsbesef had en nog wel eens te laat ergens aankwam. Ook bij mij.

Ik heb nog eens wanhopig staan wachten op een springwedstrijd met een door mij gefokt paard. Adam kwam rustig en met een brede grijns op werkelijk het allerlaatste moment het terrein oprijden zodat hij er net op tijd opzat om nog snel een sprongetje te maken voor hij de ring in moest. Foutloos natuurlijk, waar zeurde ik toch over…

Niet bang voor een risicootje

Inmiddels heeft Adam van zijn bedrijf Westcountry Sportshorses een succes gemaakt, mag ik wel zeggen. Zijn lef om over de grens te kijken en in Nederland contacten te leggen met verschillende handelaren en ook om met Nederlands bloed te fokken heeft hem geen windeieren gelegd.Er gaat werkelijk geen weekend voorbij of z’n hele Facebookpagina staat weer vol met foto’s en goede resultaten, vaak met zo’n drie tot vijf paarden per wedstrijd.

En dat is voor iemand die ooit het allerliefst aan een lang teugeltje in zijn rode jas achter de hounds aandenderde (eigenlijk nog steeds) toch wel een prima stijgende lijn die nog lang niet lijkt te stoppen. Dat Adam niet bang is voor een risicootje helpt daar zeker een handje aan mee.

Stal Schennink

En toen kreeg ik een berichtje van mijn vriendin Elze (bedankt weer, Elze, voor nieuw blogvoer!) dat ze bij Henny Schennink voor haar rijles een jongen uit Cornwall had ontmoet, zoon van een varkensboer en ook springruiter. Tja, daar is er maar een van dus enkele weken geleden toen ik in Nederland was kon ik mijn nieuwsgierig heid niet bedwingen om daar een kijkje te nemen.

Henny zelf was in Bulgarije voor zaken en zijn partner, dressuurruiter Karin Petterson, zat in India voor clinics. Heel aardig dat Henny het toch prima vond dat ik een praatje ging maken met de jonge Harvey.

Stal Schennink heeft toekomstplannen. Een facelift staat geloof ik op de agenda.  Ik moest wel een beetje denken aan mijn oude vrachtwagen., waarvan mijn man altijd zei, ‘it only matters what’s in it.’

Op de poetsplaats vond ik Harvey, die net een bezweet paard aan het afzadelen was. Dezelfde grijns als z’n vader, of ie het leuk vindt of niet.

‘They treat me like a son!’

Helemaal alleen was deze jonge knul, achtien jaren oud, de boel daar aan de gang aan het houden. Hij had voor een paar dagen de verantwoording voor zo’n twintig paarden. Terwijl hij rustig doorwerkte en het volgende paard van stal haalde, vertelde hij dat hij veel leerde en zich helemaal thuis voelde op dit bedrijf. ‘They treat me like a son.’

Al moest hij er hard aan trekken, hij was ook best wel trots dat Henny hem zo vertrouwde. Hij voelde zich in het Mekka van de paardenwereld, met  zoveel wedstrijden op een half uur rijden afstand in plaats van de eindeloze uren die je achter het stuur moest zitten om vanuit Cornwall ergens aan deel te nemen.

Weg vanonder de vleugels van vader

Hij kreeg goeie paarden onder z’n kont en misschien zelfs wel de kans om met eentje Young Riders te doen. Dat was ook de reden om van onder de vleugels van z’n vader te ontsnappen. ‘Ik ben geloof ik niet een onzeker tiep, maar ik wist: als ik thuis blijf dan krijg ik nooit de beste paarden. Die gaan naar m’n vader.’

Daarbij kreeg hij ook les van Henny en leerde daarmee de verschillende aanpak van het voorzetten op een hindernis. ‘Pa zegt altijd, je zet het op tot twee sprongen voor de hindernis, daarna moeten ze het zelf oplossen. Van Henny moet ik ze meer tot en met de hindernis leren plaatsen.’

Ook dressuurmatig voelt Harvey dat hij er veel bijleert. Ik vond het leuk om te zien hoe prettig hij aan het werk ging met zijn volgende paard, terwijl hij toch rustig door bleef vertellen. Hoe natuurlijk het voor hem was om op de binnenhoefslag te werken in rechte lijnen, en dat af te wisselen met voltes en wat wijken voor de kuit op een zo natuurlijke en systematische wijze.

De toekomst zal het leren

Hoe het verder gaat met Harvey? De toekomst zal het leren. Voor Henny Schennink zou Harvey een schot in de roos kunnen betekenen. Als deze jonge knaap hetzelfde talent heeft als zijn vader (en hopelijk een beter horloge!) dan heeft Henny de ruiter gevonden die met energie en vol overgave zijn jonge paarden klaar kan maken voor de handel waar hij zich dan nog beter op kan richten. Zolang Harvey zich gewaardeerd blijft voelen en de begeleiding krijgt die hij nodig heeft, zit hij op een prima plek.

Zelf heb ik een bijzonder slechte ervaring gehad met een paar van mijn pupillen die ik jaren geleden naar een bevriende stal in Nederland het gestuurd. Deze jonge mensen met zoveel drive zijn makkelijk te misbruiken. Ik denk dat het met Harvey wel goed zit, laat hem maar schuiven.

En Adam? Die vertelde dat Henny een keer bij hem in Cornwall een paard was komen kijken wat in de verkoop stond. Nie gek!

Aartje naar zijn vaartje

Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Dat werkt niet altijd. Ik vertelde Harvey dat ik mijn  blog nog naar het Engels zou vertalen dus dat ie niet Google Translate moest gebruiken. ‘No, I understand, I tried that for my French exam in school’, zei hij met een brede grijns. Toch beetje aartje naar z’n vader…

Oostvaardersplassen

Oftewel: Mond- en klauwzeer 2001 versus Oostvaardersplassen 2018…

Het kalfje dat besmet was… of niet

In 2001 werden in Nederland tussen de 250.000 en 300.000 dieren afgemaakt. Koeien, varkens, schapen en geiten moesten het ontgelden om de bevolking veilig te stellen. Van een ziekte die niet dodelijk is en daarbij door simpelweg inenten te voorkomen was geweest. De chaos was enorm. Er waren betogingen en zelfs zelfmoorden waren te wijten aan de onmogelijke emotionele druk waaronder boeren en hobbyboeren leden. Het vertrouwen in een regering die misschien wel onnodig gehaast was overgegaan tot het opdracht geven aan op grote schaal afmaken was behoorlijk gehavend.

Kootwijkerbroek is daar het meest schrijnende voorbeeld van. Een klein kalfje waarvan we nooit zeker zullen weten of het wel echt besmet was zorgde voor de ruiming van zo’n 60.000 dieren. Een positieve uitslag van het genomen bloedmonster werd een tweede keer getest en was toen negatief. Dat kwam pas in 2010 aan het licht.

Zeventien jaar lang procederen

Dit is natuurlijk allemaal makkelijk achteraf praten, maar toch. Op 2 februari 2018 schrijft het Algemeen Dagblad dat de ontknoping in het emotioneel gehavende Kootwijkerbroek nabij is. Rechtzaken die jarenlang doorspeelden om de waarheid boven tafel te krijgen, lijken eindelijk te kunnen worden afgerond. Een regering die al die jaren achtervolgd wordt door het overhaast handelen van toen. Zeventien jaar lang procederen en moeten toegeven dat je fout zat. Daar word je als regering niet blij van.

Eenhoevigen wel dragers, maar niet ziek

Wij paardenmensen waren in 2001 misschien beperkt in het reizen met onze trouwe viervoeters maar daar stopte het drama voor ons. Eenhoevigen zijn wel dragers van het virus dat MKZ veroorzaakt, maar worden er niet ziek van.

Dit keer voelen wij ons misschien meer betrokken. En met dit keer bedoel ik het drama van de Oostvaardersplassen waar de Konikpaarden samen met Heckrunderen en edelherten in groten getale van de honger sterven. Waar al zoveel over geschreven is dat we er met z’n allen doodziek van worden. Maar ja, doordrammen is soms de enige manier om spijkers met koppen te slaan.

MKZ versus OVP, doorschuiven van beslissingen

Het verschil met de MKZ crisis in 2001 en de OVP van nu is dat niemand iets lijkt te willen doen. Geen enkele instantie wil doorbijten, alle verantwoordelijkheid om een doorslaggevende beslissing te nemen om verder onnodig lijden van duizenden dieren te voorkomen. wordt doorgeschoven van de een naar de ander.

Welke oplossing kiezen we?
Probleem: ja, we zijn het er op een paar ecologen na over eens dat de OVP een mislukt project is gebleken. Maar dé oplossing…. het gebied te verbinden aan andere natuurgebieden, geboortebeperking door castratie of de pil, of het vervoeren van de dieren naar andere plekken… zelfs het afschieten van de hele bups, waar kiezen we voor?

Vooral het afschieten stuit bij velen op weerstand. Logisch, het is een afschuwelijke oplossing.

Verbinding met andere natuurgebieden?

Maar laten we even kijken naar de andere oplossingen. Het verbinden aan andere natuurgebieden, wat ik zelf het liefste zou willen omdat het in eerste instantie het meest diervriendelijk is. Helaas zo duur en complex dat als die beslissing, als die al genomen zou worden, een zodanig langdurig bureaucratisch proces zal zijn dat daarmee helaas het lijden van de beesten nu absoluut niet opgelost is. En dan moet de praktische ontwikkeling ervan nog beginnen. Duurt ook weer jaren.

Daarbij, uiteindelijk staat er altijd wel weer een hek en zal de hoeveelheid dieren ook in dat geval onder controle gehouden moeten worden.

Geboortebeperking?

Geboortebeperking door castratie of de pil. Dit is al geprobeerd in andere gebieden in het buitenland en absoluut niet functioneel gebleken. Bij castratie blijkt er achteraf altijd wel een ondeugend jochie zich achter een boompje of struikje verscholen te hebben met als gevolg dat het jaar erna blijkt dat hij een hele hoop plezier heeft gehad. Een enkel stiertje of hengstje kan heel veel koetjes en merries dekken.

Daarbij veroorzaakt het vangen en de nazorg om na castratie ontstekingen te voorkomen enorm veel stress bij dieren die de mens als hun roofvijand beschouwen.

Vervoeren naar andere gebieden?

Nog een alternatief dat niet geschikt is voor wilde dieren: het vervoeren van de grote grazers naar andere gebieden. Als we die gebieden al zouden vinden, veroorzaakt dit ongetwijfeld nog meer eindeloos lijden en ook zodanige verwondingen, door de paniek van het opdrijven en het opgesloten zitten in een vrachtwagen, dat beesten zullen moeten worden afgemaakt terwijl ze eerst toch ook al die afschuwelijke stress hebben moeten ondergaan.

Verder lijden voorkomen…

Ik, als dierenliefhebber, kan helaas dus alleen maar tot de conclusie komen dat de grote grazers die nog in de OVP aanwezig zijn de allerhoogste prijs moeten betalen om te zorgen dat hun nakomelingen niet hetzelfde lot moeten ondergaan als zij. Namelijk wat er nu al jaren gebeurt, eerst langzaam sterven van de honger en dorst om dan uiteindelijk als je niet meer op je benen kan staan van de honger uiteindelijk toch nog het genadeschot te krijgen.

Niet omdat ik dat graag wil, maar omdat de regering niet het lef heeft gehad om al jaren eerder een beslissing te nemen. Teveel bureaucratie, vriendjespolitiek of gewoon bang.

Bang, vooral nu het te laat is om alle dieren- en natuurliefhebbers blij te maken. Bang omdat hen, net als na de MKZ-crisis van alles verweten zou kunnen worden.

Regering neem verantwoordelijkheid. Nu!!!

Alleen, laten we wel wezen. De MKZ-crisis was niet door onszelf verzonnen. Het overkwam ons en er moest wat gebeuren om een potentiële nog grotere ramp te voorkomen.

In het geval van de OVP is het een door Nederland zelf gecreëerd project waar onze regering de verantwoordelijkheid voor moet nemen… nu!!

Doodsbedreiging

Ik heb naar aanleiding van mijn mening dat misschien systematisch afschieten een allerlaatste en minst dieronvriendelijke maar onontkoombare optie zou zijn inmiddels mijn eerste doodsbedreiging gehad. Ik heb even haar Facebook pagina bekeken. Het bleek een allerliefst meisje van een jaar of zeventien, achttien te zijn.

Ik zou zo graag willen dat zij zou begrijpen dat een dier dat tot het moment van een correct schot in volledige vrijheid loopt te grazen niet lijdt. Niet bang heeft hoeven zijn voor opdrijven. Niet doodsangsten in een vrachtwagen heeft hoeven uitstaan, een hartaanval krijgt of in de chaos z’n pootje breekt. Nooit meer zoveel honger hoeft te hebben dat het alleen nog maar wezenloos voor zich uitstarend op zijn dood staat te wachten.

Ik verwijt haar niets (ze heeft trouwens haar excuses aangeboden). Ik snap haar drang om te hopen dat de OVP zonder schieten het probleem op kan lossen. Maar ik denk dat dit een droom is die niemand kan verwezenlijken doordat alle instanties, inclusief de regering, de boel ongelofelijk hebben laten sloffen. Dit doet ook mij zeer veel pijn.

Liz Barclay

Foto: Facebook Cynthia en Annemieke

Indoor Brabant
foto: Liz Barclay

Het zit er weer op. Vier dagen lang paardenplezier voor jong en oud. Van het hoogste niveau met de beste paarden en ruiters tot een grapje op zondagochtend met de grote springjongens die op Belgen, samen met in het roze en rood geklede kleine ponymeisjes op perfecte ponietjes, om Bosche Bollen vochten. Slagroom mengde zich al gauw met zand en het geluid van vrolijk lachende kinderstemmetjes vanuit het zeer jonge publiek.

Voor mij de eerste Indoor Brabant, waar ik voor de zaterdag en zondag speciaal vanuit Cornwall was overgekomen. Want ook al ben ik zelf een dressuurruiter, die zondag met twee springrubrieken, de Accumulator met Joker en de Rolex Grand Slam, trok me bijzonder aan. Als er gesprongen wordt moet er net zo goed met precisie gestuurd worden en als er mooi en met finesse gereden wordt kan ik echt genieten en uitzinnig uit m’n bol gaan als dat dan ook nog de winnaar wordt.

Tranen in de ogen

Maar natuurlijk waren de beide Freestyle rubrieken op zaterdag een belangrijk punt op de agenda. En ik realizeer me dat ik uiteindelijk nog steeds een Nederlands paardenmeisje (op leeftijd) ben als ik per ongeluk toch iets harder klap voor de Nederlandse ruiters.

Maar ook al dacht ik eerst, net als Tineke Bartels, oh die Duitse muziek, moet dat nou. Uiteindelijk hield ik het niet meer droog. Als iedere pas die het paard maakt relateert aan de maat en emotie van de muziek, is het moeilijk om de tranen in bedwang te houden en houdt voor mij persoonlijk het kritisch kijken op en laat ik me meenemen. Dat deed Isabel Werth met haar paard Emilio.

Isabell Werth, Emilio
Isabell Werth – Emilio 107
The Dutch Masters 2018
© DigiShots

Mooi oud worden

Het is de wens van iedereen: mooi oud worden. De ruin Oswin is dat gegund en dat was prachtig om te zien. Met zijn 22 jaren had hij duidelijk zin om er samen met zijn ruiter Geert Hofland een mooie dag van te maken. Een bewijs dat de dressuursport, als het met beleid en liefde gedaan wordt, een paard kan helpen om fit te blijven en vol enthousiasme de baan in te komen tot op het hoogste niveau.

De Freestyle U25 rubriek was zowiezo een lust om naar te kijken. Wat een ongelofelijke hoeveelheid jong talent komt er aanstormen!

Jammer vond ik het dat een proef die in ontspanning uitblonk, waardoor wat onschuldige foutjes, toch weer lager gejureerd werd dan een misschien wat ‘correctere’ proef met meer spanning.

Een leuke vlotte meid

Na op zondagochtend een aantal rondjes van de Piet Raijmakers Prize te hebben bekeken, zag ik bij het frietkraam een vlotte meid in rijbroek met haar vriendinnen zitten. In een gezellig praatje vertelde Marieke de Bruijn enthousiast over hoe geweldig ze het had gevonden hier op dit enorme evenement te rijden. ‘Het is de eerste keer en alhoewel ik een balkje eraf had was ik echt zo blij. Mijn paard is behoorlijk snel dus uiteindelijk stonden we er nog best nog wel goed voor. Ik dacht van te voren dat ik wel zenuwachtig zou zijn maar toen ik er een keer opzat viel dat best wel mee.’

Fijn om met zo’n leuke sportieve meid te praten die glom van blijheid en kon genieten zonder nou perse te moeten winnen. Uiteindelijk is het natuurlijk ook geweldig van de organisatie van Indoor Brabant om de kiene jonge ruiters met hun supergetalenteerde ponies de kans te geven om deel te zijn van een prachtig internationaal gebeuren en die sfeer als actieve deelnemer te proeven.

Indoor Derby, accumulator en Rolex Grand Slam: spannend!

De Indoor Derby vergt nogal wat van het concentratievermogen van de paarden. Denken ze net dat ze klaar zijn, moeten ze de grote baan weer in om door te springen naar de finish. Een moderne rubriek van deze tijd waar alleen vanwege de grote televisieschermen boven de ring volop door het publiek van genoten kan worden.

Door de innovatieve puntentelling is de Accumulator met de Jokersprong, waarbij er 20 punten bijkomen of afgaan naar gelang balkje d’rop of d’raf, een uitvinding om het publiek bij de les te houden. Wat dat betrefd blijft het makkelijker voor de vele verschillende springrubrieken om de tribunes  vol te houden (waardoor neem ik aan de waanzinnig hoge bedragen als prijzengeld) dan voor de dressuur.

De Rolex Grand Slam was letterlijk tot en met de laatste ronde berespannend, vooral omdat dat ook nog de snelste was. Knap om een parcours zodanig te bouwen, dat het mogelijk is om het foutloos te springen, maar net moeilijk genoeg om een eindeloze barrage te voorkomen.

Ook interessant om te voelen hoe de spanning onder publiek na de eerste foutloze ronde stijgt en daardoor bij ruiters de adrenaline beter op de goeie plek lijkt te zitten. Blijkbaar, als er een schaap over de dam is, volgen er meer.

Dha Dha zonder neusriem

Ik had trouwens net een stukje van Bianca Schoenmakers over haar paard Dha Dha gelezen. Ik begreep daaruit dat rijden zonder neusriem een soort laatste probeerseltje was. Nadat alles, ook bitloos, niet helemaal werkte bij haar paard Dha Dha, leek dit hen samen beter te bevallen.

Zoals ze zelf ook wel toegaf, mooi was anders. Gedurend de Indoor Derby was de mond van Dha Dha regelmatig een groot gapend gat, maar het enthousiasme waarmee de hindernissen genomen werden was er zeker niet minder om. De merrie leek vaak, juist doordat ze haar mond zo wijd kon openen, het heft zelf in handen te nemen, wat voor het eerste deel van het parcours, goed werkte.

Toch, netjes rijden kan net zo goed een snelle tijd geven en misschien waren het tweede en derde balkje dan wel blijven liggen. Als ruiter heb je dat natuurlijk niet altijd in de hand en als dit bij Dha Dha past, dan is dat misschien ook een kunst.

Dha Dha
Bianca Schoenmakers en Dha Dha

Emerald, wat een stuk!

Mijn hart sloeg sneller toen Emerald met Harrie Smolders op een zo jolige manier binenkwam met achterbenen die een heel duidelijk verhaal vertelden. Dat vind ik nou zo ongelofelijk knap. Om een paard zo goed te begrijpen. Zo rustig daar blijven zitten als ruiter, vooral ook bij het binnenkomen voor de barrage, en wachten tot je voelt en aangeeft: he Emerald, zullen we? Terwijl je als ruiter ook dondersgoed die klok die naar 0 seconden dendert in de gaten moet houden.

Dat samenspel om een paard met zoveel karakter de ruimte te geven te geven om zijn eigenaardigheidjes te hebben omdat je weet dat hij daardoor nog beter gaat presteren. Of misschien zelfs, op die manier alleen maar wil presteren. Op dat moment zit ik ook naar dressuur te kijken, alleen met hindernissen erbij.

Ik las ergens dat Emerald een lieveling van het publiek wordt genoemd. Na het venijn om alsjeblieft aan het werk te mogen gaan beweegt hij zo vloeiend, dat ik alleen maar kon denken: Emerald, je bent een stuk!

Harrie Smolders, Emerald
Harrie Smolders en Emerald (foto: DigiShots)

Het Wilhelmus

Ik had graag nog een keer het Wilhelmus gehoord. Als Nederlandse, wonende in het buitenland, raakte het me diep toen op zaterdagavond voor Maikel Van Der Vleuten en zijn paard Arera C de Nederlandse vlag langzaam uitrolde. Daarbij moest ik ook denken aan al die parades uit mijn jeugd, ergens in de Achterhoek in de weilanden.

Uiteindelijk luisterden we aan het einde van de Rolex Grand Slam naar het Belgische volkslied. Niels Bruynseels hield met zijn Gancia de Muze de spanning er tot het laatst in. Om onder zoveel spanning de snelste foutloze rit te rijden door goed voor je paard te blijven zorgen gedurende het hele parcours, daar heb ik zulk enorm respect voor.

En toen hem de microfoon gereikt werd, bedankte hij ook nog allereerst zijn paard. Top!

Niels Bruynseels - Gancia de Muze
Niels Bruynseels – Gancia de Muze
Jumping Indoor Maastricht 2016
© DigiShots

Flossie

Gedurende die laatste spannende rubriek zat er achter me een gezin met een dochtertje van, ik denk zo’n jaar of drie. Haar heldere stemmetje klonk als belletjes en haar opmerkingen zoals, ‘als dat paard klaar is moeten we klappen’ en ‘die poept netjes op de plek’, waren uit de kunst. Veel leuker dan het serieuze commentaar uit de speakers.

Hartvertederend was wel toen ze riep bij binnenkomst van een van de combinaties, ‘die lijkt net op Flossie!’

Droom maar, meisje, daar begint het mee…

verzet

‘We verwachten toch wel dat ze het eind van het jaar M zijn.’ Dat waren de woorden van een trotse moeder een tijdje geleden. Haar dochter moest haar eerst B-proef nog rijden. Ik wilde haar niet beledigen, maar dacht: ‘oh jeetje, als dit maar goed gaat’.

Zoveel druk op de ketel voor een jonge meid met een paard wat ooit kuren had. Als het een klant van me was geweest, had ik proberen uit te leggen dat die zelf-geïmplementeerde druk voor paard en ruiter ongezond is en vaak contraproductief.

Doordat we in de professionele wereld continue voorbeelden krijgen van hoe vlot de opleiding van een paard kan gaan, wordt het ons op die manier wel met de paplepel ingegoten.
De gedachte van wat er achter de schermen allemaal verkeerd gaat door die enorm hoge verwachtingspatronen, maakt mij als paardenliefhebber angstig en ook boos.

Veelbelovend fokproduct

Ik heb het allemaal zelf meegemaakt. Ik had een fokmerrie gekocht en een hengst uitgezocht. In het voorjaar bleef ik maar blijven kijken in dat weiland, terwijl de buik almaar dikker werd en de merrie langzaam bij de flanken begon uit te zakken.

Haar energieke uitbarsting, al bokkend door de wei, vlak voor het uit- en aftellen. Het harsen. Nu kan het niet zo lang meer duren voor je hoogsteigen veelbelovende fokproduct het levenslicht zal aanschouwen.
Als je geluk hebt, kun je het hele gebeuren van het begin af meemaken. De zak met vocht, het eerste voetje, en nog een met een neusje erbij, en vervolgens, na een dramatische pauze met een hoop gekreun, ploeps, daar ligt een glimmend nat en nog geheel plat en slap veulen.

blog liz barclay

Ik had geleerd dat je met een stukje stro de neusgaatjes moet kietelen en ja hoor, met een schattig niesje en een klein beetje geschud met de nog kletsnatte oortjes komt er een beetje leven in de keet. Prachtig om te zien.

De onbarmhartige weg naar de tiet

En ook super spannend, want het moet nog gaan staan met bibberende knietjes, waarna het met vallen en opstaan als een dronken mannetje de onbarmhartige weg naar de tiet moet zoeken. De prille fokker zal dit proces met ingehouden adem blijven volgen. De wat meer door de wol geverfde fokker gaat waarschijnlijk even een kopje koffie drinken en steekt zo nu en dan even z’n kop om de hoek.blog liz barclay

Dan al begint het proces van hopen en dromen over wat dit kleine onschuldige diertje, dat nog niet eens een grassprietje gezien of geproefd heeft, in zijn leventje zal gaan bereiken.

Als in de eerste maanden in de wei het veulen met staartje recht omhoog speels om zijn moeder rent, staat de fokker trots aan de kant te genieten van het nog zo prille en parmantige gangwerk.

Drie jaar oud zonder kleerscheuren

Wanneer de volgende drie jaar hopelijk zonder kleerscheuren zijn verlopen, kan er met het aanrijden begonnen worden. Een periode die voor paard en ruiter cruciaal is.

Tot dan toe heeft men bij het bekappen en ontwormen wel enig idee gekregen wat voor vlees men in de kuip heeft, maar er wordt, behalve braaf meelopen op de keuring en voetje geven, nog niet echt iets verwacht.
Op het moment dat de eerste stappen onder het zadel genomen worden verandert dat. Daar ontkomt niemand aan. Je kijkt nu met hoop naar de toekomst, hoop op wat je hoopte te fokken of aan hebt geschaft. Ongeduld wordt je grootste vijand.

‘Als je maar op tijd begrijpt wanneer je paard het even niet aan kan en meer tijd nodig heeft.’

Iedere keer dat je erop stapt, hoop je iets te voelen dat beter is dan de vorige keer, of toch minstens hetzelfde. Dat mag ook, als je maar op tijd begrijpt wanneer je paard het even niet aan kan en meer tijd nodig heeft. Of misschien wel beter is in iets anders dan jij wil.

Op zoek naar een eerlijk paard

Enige jaren geleden ging ik met een moeder en haar dochter in Nederland naar een aantal dressuurpaarden kijken. De talentvolle dochter moest de overstap maken van pony naar paard, dus het moest een eerlijk paard zijn met wat ervaring.

Ergens bij Zelhem in de buurt vonden we wat we zochten…dachten we. Deze ruin was negen, had L2 gelopen, was super gehoorzaam, liep mooi en zat heerlijk. Maar mijn advies was: fijn paard, ga nog een weekend terug om het wat vaker te rijden.

Een radeloos paard

Of dat had kunnen voorkomen wat daarna gebeurd is; ik heb geen idee. In ieder geval kwam het paard twee weken later, na de keuring, in Cornwall aan. In een totaal ander humeur dan we hem in Nederland gezien en gereden hadden.

Hij was helemaal over z’n toeren, doodsbang en durfde niet eens zijn nieuwe stal in. Dit verhaal hoorde ik pas na een week of twee, toen de moeder me radeloos opbelde voor hulp.

‘Dit paard was doodsbang en compleet in verwarring.’

De dochter durfde er niet meer op. De moeder, een ervaren ruiter, nog wel maar ze wilde mijn mening. Ik kan het maar op een manier beschrijven. Dit paard was doodsbang en compleet in verwarring.

Na een half uur rijden in de baan met een paard dat volledig in lock-down was besloot ik een ommetje te maken. Toen we bij een hek kwamen waar ik af wilde stappen om het open te maken, sprong hij er vanuit z’n radeloosheid dwars doorheen.

Het broertje van…

Na een heleboel telefoontjes bleek dat de dierenarts wel een braaf paard had gekeurd maar dat bij het laden het wel een ander paard leek, zo was hij tekeer gegaan.

Na nog meer telefoontjes kon de ruin wel terug maar op voorwaarde dat deze dealer een ander paard voor hen zou zoeken. Het is nooit meer goed gekomen.

Wel heeft de moeder nog vrij veel informatie kunnen achterhalen over het paard zelf. Het was de volle broer van een Belgisch gefokt internationaal springpaard en het was de bedoeling dat ook hij de springsport in zou gaan. Naar mijn bescheiden mening is het daar mogelijkerwijze al verkeerd gegaan.

Er werd, als broertje van een bekend springpaard, waarschijnlijk een hoop van hem verwacht. Teveel druk op de ketel en voor je het weet heb je een paard dat zelfs niet meer wil doen waar hij goed in is. Dan maar de handel in en soms komt het goed, vaak ook niet. In en in triest en vooral ook voor het paard zelf.

Het kadootje van een blij paard

Het is maar een voorbeeld, maar ik ken helaas nog zoveel meer gevallen. Wanneer leren we nou dat als het paard er klaar voor is hij geeft wat het kan. Sommige paarden hebben gewoon meer tijd nodig. Het is moeilijk voor de handel en de gretige ruiter om dat te accepteren, maar het levert uiteindelijk meer resultaat en een veel prettiger sfeer op stal.

blog liz barclay

Hoe beter er gefokt wordt hoe hoger de verwachtingen. De hippische wereld staat tegenwoordig vol met paarden van beroemde moeders en vaders en even beroemde broers en zussen. Dat is geen makkelijke positie voor het jonge paard en daar is een hoop zelfcontrole van de berijders voor nodig.

Maar er is geen mooier kadootje dan een blij paard dat met vertrouwen en enthousiasme zijn ruiter wil plezieren. Daarbij, het geeft toch een fijn gevoel als je ’s avonds bij het tandenpoetsen gewoon in de spiegel kunt kijken zonder je te schamen voor je eigen gedrag…? Of niet?

Liz Barclay

Foto boven artikel: Archief Remco Veurink

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 52)

0 2297
Tineke Bartels -European Championships Dressage 2016 © DigiShots

Een tijdje geleden herinnerde Tineke Bartels ons in haar column aan het rijden met twee teugels aan de trens. Ook ik heb dat vroeger op de landelijke rijvereniging zo geleerd en haar column bracht me even terug naar die tijd.

Zo ging dat toen, en dan natuurlijk met de bedoeling om te leren de controle over die twee teugels te houden, voordat er in het echt een stang en trens in de mond van je paard zat. Ik gebruik het nog steeds; gewoon, omdat het een degelijke voorbereiding is en een hoop ongemak voor het paard wegneemt.

Doem’n d’rop!

‘Doem’n d’rop!’ Op landelijke rijvereniging ‘de Zevensteen’ proestten we het altijd weer uit als Albert Meutstege van de kaasboerderij uit Bronkhorst ons zo nu en dan les gaf. Want dat was zijn favoriete uitspraak die hij graag zo vaak mogelijk herhaalde.

Nu ben ik hem er dankbaar voor omdat het me, doordat we er zo lacherig van werden, altijd is bijgebleven. Die ‘duimen erop’ is namelijk heel belangrijk. Vooral als je met stang en trens gaat rijden val je behoorlijk door de mand als je dit kleine onderdeeltje van de rijkunst onderschat.

Stang en trens; een vak apart

Het is de droom van iedere ruiter aan het begin van zijn of haar dressuurcarrière. Het ‘hoort’ bij de hogere dressuur en het staat zo mooi. Vind ik ook, trouwens. Maar dan moet het wel in zijn waarde worden gelaten, het paard ten goede komen en zeker geen ongemak veroorzaken.

Correct op stang en trens rijden is een vak apart. Niet alleen moet de ruiter volledig de controle hebben om beide teugels op de juiste lengte te houden, d.w.z. de stangteugel nooit te strak, maar ook kunnen inschatten wanneer het paard zich op een trens voldoende geeft en ontspant om voor dit ‘wapen’ klaar te zijn. Want een wapen is het op het moment dat het in ongeoefende of verkeerde handen terecht komt.

Eerlijk en enthousiast

Gelukkig ben ik gezegend met een groep eerlijke en enthousiaste pupillen die er liever ietsje langer over doen dan te gehaast te werk willen gaan. Een paar van mijn klanten rijdt er heel netjes mee en zet een zeer acceptabele Z of PSG test neer, terwijl anderen keurig wachten tot zij en hun paard er klaar voor zijn.

Een jongedame van de laatstgenoemde groep heeft haar droom in zoverre waargemaakt dat het prachtige stang en trens hoofdstel al bij haar aan de muur hangt. Zij heeft heel hard gewerkt om met een eigen-gefokt paard, waarin ze een paar jaar geleden alle vertrouwen had verloren -wederzijds trouwens- weer op te krabbelen. Na heel wat vallen en opstaan rijdt ze nu een mooie gedegen L-proef, terwijl in de training een leuk begin is gemaakt met wat wijken en zijwaards. Ook zijn inmiddels de galopwissel en contragalop ik durf bijna te zeggen, een ‘piece of cake’.

Zonde van de tijd

Maar toch heeft de ruiter bij tijd en wijlen nog teveel moeite met het bergop rijden van de neerwaartse overgangen om die stang en trens van de muur te halen. Vooral ook omdat ze nog geen enkele ervaring met de stang en trens heeft, moeten we absoluut voorkomen dat er een handremsituatie ontstaat. Het zou toch zonde van de tijd zijn -belangrijker nog, heel rot voor dit paard- als we alles wat we bereikt hebben zomaar klakkeloos weg zouden gooien.

Ruiter en paard met teugels op oefenlengte.

En toen herinnerde Tineke Bartels me er weer even aan dat dit misschien een leuke uitdaging is voor deze ruiter met aspiraties om toch het gevoel te hebben dat ze er naar toe werkt! Dus sinds een week zit er nu een extra teugel aan haar trens.

Nadat ik aan haar heel simpel had uitgelegd wat ik wilde zien -contact op de trensteugel en hetzelfde boogje aan beide kanten in de stangteugel-, kwam ze er snel achter dat dit zelfs op de mooie momenten nog best moeilijk was en op de minder mooie momenten helemaal niet eens lukte.

‘Thumbs up’ voor ‘thumbs down’

Neerwaartse overgang van draf naar stap nog steeds niet bergop.

Een prachtige manier dus om zonder je paard schade te doen te leren een basisgevoel te ontwikkelen hoe in ieder geval controle te hebben over hoe je wat vasthoudt. Dit is nu huiswerk voor deze ruiter en ze is er al enthousiast mee aan de gang gegaan. Ik negeer het verder gedurende de lessen, anders zouden we geen steek meer opschieten. Het enige wat ik doe is aan het eind van de les vertellen of ze er al beter mee heeft leren omgaan dan de vorige keer.

Ik weet zeker dat, tegen de tijd dat haar paard er klaar voor is, mijn pupil het dan keurig onder de knie heeft. Ze zal dan in het begin met de stangteugel iets te los rijden. Prima, geen probleem, van daaruit kan ze heel veilig het gevoel ontwikkelen.

Grappig, ‘doem’n d’rop’ in het Engels vertaald is ‘thumbs down’! En als ik haar ‘thumbs up’ geef, mag ze eindelijk dat hoofdstel van de muur halen!

Liz Barclay

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 52)

0 868
zadel balans
Foto: Remco Veurink

Bij dressuur denken we altijd gelijk aan het trainen van een paard, waarbij een goede balans een van de belangrijkste factoren is om resultaat te verkrijgen. Maar hoe kan een paard in een goede balans lopen als er meer dan 50 kilo niet goed in het midden of teveel voor- of achterover zit?

Wat is het effect van een ruiter wiens schouderbladen gespannen uit de rug steken of waarvan een heup hoger is dan de andere? Dressuur begint dus bij jezelf.

Vooral als je jong bent is het heel makkelijk om het zware werk op stal te onderschatten en belachelijk veel van je lichaam te eisen. Die jonge botten, gewrichten en spieren staan onder behoorlijk wat druk, en juist nu in de modderige herfst en de winter. Kruiwagens worden hoog volgestouwd om een extra gangetje naar de mesthoop te voorkomen en winterdekens voor binnen en buiten worden tig keer per dag met een enorme zwaai over de paardenrug gegooid.

Vroeger en nu

Fitness is in. Iedereen weet wat spinning is, er worden gewichten geheven en marathons gelopen. Wat een verschil tussen vroeger en nu. De ontwikkeling om fit oud te worden is vooral in de laatste tien jaar razendsnel gegaan.

Daarom is het, juist nu het zo makkelijk bereikbaar is, belangrijk om bijtijds te beginnen om goed voor je lichaam te zorgen en niet te wachten tot het lichaam stiekem begint te protesteren. Natuurlijk is voor sommigen een fitness work-out de beste oplossing. Maar als je als ruiter naast je rijden verder ook behoorlijk fysiek bezig bent, is het misschien beter om aan soepelheid en ontspanning door aanspanning te werken.

En het is echt niet oubollig om als jonge ruiter naar zoiets als een yogaklasje of pilates te gaan.

Alexander techniek

Na een redelijk lange revalidatieperiode na een rugblessure van een aantal jaren geleden attendeerde een vriendin mij op de Alexander Techniek. Een een-op-een methode waarbij je op zeer eenvoudige wijze opnieuw leert op een gezonde manier te gaan zitten, bukken en alle andere vrij banale dingen te doen waarmee we, als we het niet goed doen, onszelf kunnen beschadigen.

Jammer dat ik dat niet voor die blessure geleerd heb, dan had ik die niet alleen kunnen voorkomen maar ook veel eerder mooi op het paard gezeten en dus beter en effectiever kunnen rijden.

Waar zitten mijn zitbeenknobbels?

Om goed te kunnen rijden denkt men gauw aan fit en sterk zijn, maar dat zijn wij ruiters vaak al door onze levensstijl. Het verstandig loswerken in combinatie met balansoefeningen zet vaak meer zoden aan de dijk.

Juist ook te paard heb ik door de Alexander Techniek goed leren voelen waar mijn zitbeenknobbels zitten. Het heeft me een lichaam- awareness gegeven waar ik iedere dag weer de vruchten van pluk.

Het heet ook niet voor niks ‘techniek’, omdat je, als je de techniek eenmaal begrijpt na een aantal lessen, er zelf mee door kunt werken zonder iedere keer weer terug te hoeven gaan voor meer behandelingen.

Yoga is niet saai

Inmiddels ben ik begonnen met yoga en ben er achter gekomen dat ik zwaar onderschat heb wat dit voor je lichaam doet. Vooral voor de kernspieren van het lichaamscentrum, buik-, bekken- en ruggegraatspieren. Yoga is dus niet saai zoals ik jaren gedacht heb!

Daarbij leer je zoveel over je ademhaling, waar tussen de oefeningen door de tijd voor wordt genomen, om weer te ontspannen en nieuwe energie te creëren voor een volgende uitdaging.

Een prachtige combinatie dus voor de dressuurruiter, want juist de ademhaling is uitermate belangrijk bij de training van je paard. Denk aan ritme en overgangen.

Fitness met gevoel

De technieken die ik hier heb aangestipt, maken je niet alleen sterker maar leren je ook te voelen hoe je je lichaam moet gebruiken zonder er schade aan te berokkenen. Dat helpt je niet alleen op je paard, maar ook bij die zware kruiwagens (waar van af nu ietsje minder in gaat) en achter je bureau.

Het is fitness met gevoel en als jij de tijd neemt om te voelen hoe jijzelf beter in balans kunt leven, dan kun je ook beter voelen wat je paard nodig heeft om beter in balans te lopen.

Stoer genoeg

Wij leren alles over hoe belangrijk het is ons paard verstandig voor te bereiden met een goede warm-up voor we de zwaardere oefeningen gaan doen. Zelf zijn we vaak helemaal niet goed voorbereid om (vooral op een kouwe dag) lekker los op het paard te zitten.

In de paardenwereld is aan stoer gedrag geen gebrek. Het is gewoon een stoere sport en dus lijkt het me een goed idee om juist die andere kant van onze persoon te ontwikkelen door meer en beter te leren voelen.

Dat is niet alleen veel beter voor je lichaam maar ook voor jou als mens. Met als resultaat dat onze trouwe viervoeter je gauw zal laten merken dat hij het enorm waardeert. En dat kan jij dan weer goed voelen!

Liz Barclay

Foto: Remco Veurink

Jockey, renpaard
foto: Tophorseracing

Wat een samenspel van omstandigheden! Net het boek over Coolmore van William Jones gelezen, wat mij enkele weken geleden door een vriend overhandigd werd, waarin de beroemde renpaardentrainer, en vorige eigenaar van Coolmore, Vincent O’Brien een zeer belangrijke rol speelt. En nu lees ik dat de Melbourne Cup in Australie een paar weken terug is gewonnen door de driejarige Rekindling, getraind door Joseph O’Brien, terwijl vader Aidan O’Brien, met Johannes Vermeer, de tweede plaats verwierf.

De eerstgenoemde, Vincent, wordt wel de beste renpaardentrainer ooit genoemd. Aidan O’Brien, geen directe familie trouwens, volgde Vincent op (no pressure!) en heeft daarmee de traditie van topprestaties voor Coolmore voortgezet. En nu zoon Joseph die er nog een schepje bovenop doet door zijn vader te overtroeven.

Ik weet bijna zeker dat alle paardenmensen, inclusief mijzelf, de volbloed een prachtig en edel dier vinden. En zonder de paardenrennen is het twijfelachtig of dit paard überhaupt bestaansrecht zou hebben. Toch hou ik niet zo van paardenrennen. Het zeer jonge aanrijden, de vele valpartijen en het gokelement staan mij tegen. Dit heeft me er niet van weerhouden om het wat ongemakkelijke boek over Coolmore met de intrigrerende titel ‘The Black Horse Inside Coolmore’, geschreven door William Jones, te lezen.

Veel detail, een beetje gezeur

Het boek zit bomvol interessante details, vanaf het moment dat gewezen luchtmacht piloot Tim Vigors er begon tot aan de huidige jaren, en leest als een tierelier…totdat aan het eind William Jones verzandt in een persoonlijke aanval op wat er mis is op Coolmore, niet alleen met het wel en wee van de hengsten en fokmerries, maar vooral ook met het personeel.

Toch denk ik dat Jones het boek juist daarom geschreven heeft. Hij vertelt dat zijn strijd, toen hij nog op Coolmore werkte, om de arbeidsomstandigheden te verbeteren -betreffende overuren, veiligheid en bullyproblemen- niets opleverde. Sterker nog, bijdroeg aan zijn vertrek.

Coolmore, renpaardenkoninkrijk in Ierland

Ik ben er een paar jaar terug doorheen gereden. Coolmore lag die dag in zijn volle glorie te glimmen in een zongevulde vallei in County Tipperary. Adembenemend. Ik kon niet anders dan genieten van de prachtige weilanden vol met jonge paarden, omgeven door lange rijen bomen langs de perfect onderhouden lanen.

Dit alles nu het eigendom van John Magnier, de schoonzoon van de in 2009 overleden Vincent O’Brien. John Magnier was vijftien toen hij zijn school verliet om het landgoed van zijn overleden vader te runnen. Nu is hij waarschijnlijk een van de rijkste zakenmannen, ooit.

Ze werden ‘The Brethren’ genoemd, money shooter Robert Sangster, trainer Vincent O’Brien en gehaaide zakenman John Magnier. Samen hebben zij de renpaardenwereld voor altijd veranderd door in de zeventiger jaren in Amerika met grof geld de beste hengstveulens weg te kopen voor Coolmore.

97 merries naar Be My Guest!

Playboy Sangster heeft de glorie van Coolmore nog een aardig handje geholpen met het in de wereld zetten van de beroemde hengst Sadler’s Wells, zoon van Northern Dancer, en vader van onder andere Galileo en Montjeu. Allemaal hengsten die de harten van de volbloedaanbidders zoveel sneller doen kloppen. Al deze hengsten hebben voor Coolmore gedekt. Galileo doet dat op z’n 19ste nog steeds. Klein detail, dekgeld: 350.000 euro.

Een ander doorslaggevend moment betreffende die omslag was In 1978, toen Magnier besloot om de jonge hengst Be My Guest 97 merries te laten dekken, terwijl het in de renpaardenwereld tot dan toe een ongeschreven wet was om nooit meer dan 55 merries per jaar naar dezelfde hengst te sturen. (Even voor de duidelijkheid: in de renpaardenwereld is KI niet toegestaan.)

Dat was nog maar het begin. Een zeer inventieve stap, wat je er verder ook van mag vinden, was om de hengsten twee dekseizoenen te gebruiken. Als in Ierland het dekseizoen was afgelopen begon het een paar maanden later aan de andere kant van de wereldbol in Australië. Met dekgeld in de mega duizenden per wip. Tel uit je winst!

Tot zover…

Tot zover las ik met alleen maar admiratie. Jones, die van 2006 tot 2014 in een van de stallen werkte waar de veulens geboren werden, beschrijft met kleur hoe Coolmore zich ontwikkelde. Maar ja, aan een wereld waar zoveel geld in omgaat zit meestal wel een vreemd luchtje, vandaar de titel ook, ‘The Black Horse Inside Coolmore’.

‘Koning’ Magnier

‘Koning’ Magnier houdt er volgens Jones enkele vreemde regeltjes op na. Als meneer Magnier door de stallen loopt mag het personeel alleen antwoorden als hij hen aanspreekt. Men mag zelfs niet uit eigen beweging goedendag zeggen. Ook wordt van hen verwacht dat ze niet zeuren over belachelijk veel onbetaalde overuren. Verder is er een afspraak over geheimhouding wat er binnen de muren van Coolmore gebeurt.

Als Michael Jones naar waarheid schrijft is het dus geen wonder dat in het boek het woord ‘maffia’ voorkomt.

De onmenswaardige dood van Montjeu

Er mag dan een echte begraafplaats zijn met prachtige gedenkstenen voor de tophengsten, het draait uiteindelijk allemaal om geld, en dan hebben we het over vele miljoenen. John Magnier staat voor zo’n 900 miljoen terwijl de waarde van Coolmore op vier biljoen wordt geschat. Dat dit volgens Jones soms helaas over lijken gaat is schokkend maar verbaast me eerlijk gezegd niks.

De beschrijving van hoe de hengst Montjeu, die al zoveel jaren zo ongelofelijk veel voor Coolmore had betekend,  volledig buiten zinnen een etmaal lang moest lijden om een natuurlijke dood te sterven, brak mijn hart. Dit om het enorme bedrag, ver in de miljoenen, van de verzekering uitbetaald te krijgen. Een afschuwelijke regel om veterinaire fraude te voorkomen.

Deze hengst had al zo enorm veel geld verdiend voor zijn eigenaren dat het wel heel rauw is om op deze onmenswaardige manier voor zijn dood te hebben moeten vechten.

Ook het verhaal over de merrie Jude, die na tien veulens en een inwendige bloeding toch maar weer drachtig moest worden van de hengst Galileo met alle risico’s vandien. Uiteindelijk is ze inderdaad doodgebloed nadat ze haar laatste veulen in de wereld had gezet, maar daar was al keurig over nagedacht en voorbereidingen waren getroffen. Er stond een geduldige Clydesdale merrie met een vol uier klaar om het veulen over te nemen.

Het lot van de Clydesdale merries op Coolmore

Coolmore heeft namelijk zo’n 50 Clydesdale merries die ieder jaar een veulentje krijgen. En dat puur voor het geval dat een super gefokt volbloed veulentje om de een of andere reden niet bij de eigen moeder kan blijven. Dan wordt het Clydesdale veulentje weggehaald en aan de fles gezet en zijn moeder ongelofelijk gefopt.

Soms, schrijft Jones, is dat zelfs om de bizarre reden dat de volbloedmerrie ergens anders dan Coolmore gedekt wordt en Coolmore zijn eigen veulens nooit uit het oog wil verliezen.

Tja, en die Clydesdale veulentjes? Niet echt een leuk verhaal. Er wordt altijd naar potentiële eigenaars gezocht maar helaas lukt dat niet altijd…

Naar de hunt als voer

Omgekeerd worden alle jonge paarden regelmatig voorgeleid en als er ook maar iets te zien is waardoor een nog zo jong dier misschien niet voor de renbaan geschikt is, worden ze onmiddelijk opgeladen en afgevoerd om bij de Tipperary Hunt een kogel door de kop te krijgen om vervolgens de hounds een lekker maaltje te verschaffen. Er wordt geen tijd en geld verspild aan iets wat niet kan winnen.

Jones windt er geen doekjes om. Lastig, als je hard kan rennen en goed kan dekken ga je als je pech hebt langzaam dood en als je zomaar op een onschuldig lijkend moment niet helemaal mooi stapt dan is het met een paar uurtjes afgelopen.

Zo heeft deze prachtige valei die door Coolmore voor het hele gebied een eigen economie heeft gecreeerd helaas, als we de schrijver mogen geloven, toch een luguber bijsmaakje gekregen,.

William Jones en rechtszaak

William Jones houdt van de rensport, en ook heel veel van de volbloedpaarden waar hij in zijn tijd bij Coolmore met veel liefde voor zorgde. Maar hij is zeer duidelijk in tweestrijd over hoe Coolmore zijn zaakjes regelt. Niet alleen betreffende het paardenwelzijn maar ook het personeel.

Hij zeurt daar een beetje lang over door aan het eind van zijn boek, soms met een vleugje rancune, maar het zit hem blijkbaar hoog. Er werd volgens hem niet geluisterd naar wat hij graag veranderd zag ten gunste van de veiligheid en het welzijn van paard en personeel.

Coolmore is dus niet blij met het boek en na een rechtzaak kan William Jones dit boek alleen nog maar in eigen beheer uitgeven. Verder is het nergens meer te koop.

Uit eigen ervaring in Amerika

Gedurende mijn periode in Amerika ben ik ooit gevraagd om manager bij de fokafdeling van een privé-renstal te worden. Ook al wist ik van tevoren dat dit een verantwoordelijkheid was die mijn schouders niet zouden kunnen dragen, heb ik me toch over laten halen om me door de, overigens bijzonder aardige en gastvrije, eigenaren rond te laten leiden.

Het was ergens in de staat Maryland en het was op z’n Amerikaans prachtig met perfecte witte afrasteringen en ieder grassprietje dezelfde lengte. In de stallen werkelijk geen stofje te bekennen.

Hoefbevangen fokmerrie

In de laatste stal stond een oudere merrie wiens hoeven en benen in enorme zwachtels stonden. De eigenaresse deed de staldeur open en, terwijl de tranen over haar wangen liepen, sloeg zij haar armen om de nek van het geduldige dier en wenste haar sterkte.

Ik snapte er geen biet van. Er werd mij uitgelegd dat deze 18-jarige merrie hoefbevangen was, maar dragend van een tophengst.

Dit was bij haar vorige veulen ook zo gegaan, maar ze wilden zo heel graag nog een keer een veulentje dat ze het er toch maar weer op gewaagd hadden.

De merrie heeft nog drie maanden in draagbanden moeten hangen omdat zij niet meer kon staan. Zij is daarin samen met haar ongeboren veulen overleden. De eigenaar en zijn vrouw zaten toen ergens op hun zeiljacht in de Maagdeneilanden.

 

foto: TophorseracingBlog Liz Barclay: ‘De Melbourne Cup 2017: een triomf voor de O’Briens…en een ongemakkelijk boek’

0 660
mounted police

Het is alweer een aantal jaartjes geleden, maar ik denk nog vaak terug aan die vreemde tijd toen mijn leven nog verdeeld was tussen mijn geliefde Cornwall en Amerika; het land waar ik mij zo’n ongelofelijke vreemde eend in de bijt voelde. Totdat ik de kans kreeg om als vrijwilliger bij de Mounted Police Unit in Portsmouth, in de staat Virginia, te trainen…

Niets voor een paardenvrouw

Waarom een natuurliefhebbende paardenvrouw zich liet verleiden om, weliswaar tijdelijk, in de grootste havenstad te gaan wonen…drie keer raden. Maar het duurde niet lang voor ik de warme paardenlijven zo verschrikkelijk begon te missen, dat ik er ’s nachts niet meer van kon slapen.

Een inmiddels goede vriend belde me op een ochtend op met de mededeling dat ik over vijf minuten klaar moest staan voor een uitje. Wij reden tot mijn grote verbazing naar de lelijke braakliggende terreinen tussen de enorme industriële haven van Norfolk en de overwegend zwarte getto’s van Portsmouth.

Een deprimerender uitzicht kan ik eerlijk gezegd niet bedenken, dus ik begon me wel af te vragen wat dit ‘uitje’ ging worden.

Vertrouwde paardenmestlucht

We stopten bij een soort modern opslaggebouw waar een aantal politiewagens geparkeerd stond. Mijn vriend Bill liep voor me uit de open schuifdeuren binnen en ik rook het al…die ouwe vertrouwde geur van stro en paardenmest.

Ik trof zes stallen aan, met over iedere deur een lief paardenhoofd. Bill liep door naar het eind waar een deur zat die toegang gaf tot een klein kantoortje waar drie politiemannen in uniform aan hun bureau zaten. Ik werd voorgesteld, maar die belachelijke brok in m’n keel weerhield me ervan om behoorlijk antwoord te geven.

Mike Stallings liep voor ons uit om de paarden aan me voor te stellen. Toen bij de laatste stal de deur openging, sprong een grote vos schichtig de hoek in. Mike had me inmiddels verteld dat de Mounted Police in Portsmouth een nieuwe unit was en alle zes paarden gedoneerd waren.

Tja waarom geven mensen hun paarden weg? Niet altijd om eerlijke redenen. Een van de paarden was zo nu en dan kreupel en deze Saddlebred, Jessie, daar kon niemand iets mee.

Meteen een klik

Inmiddels had ik mijn spraak terug en vroeg of ik even de stal in mocht. Ik zag een prachtig paard dat liefde nodig had en daar had ik hopen van. Jessie dacht er niet lang over voor hij naar me toekwam. ‘Voorzichtig, hij slaat’, zei Mike, maar Jessie had allang besloten dat wij dezelfde taal spraken. Hij was lief en voorzichtig met een soort vragende oogopslag, terwijl ik hem liet merken dat ik helemaal niets van hem verwachtte behalve rust.

Dat vonden deze politiemannen geweldig, dus terug in het kantoortje kwam de aap uit de mouw. Ze hadden hulp nodig. Alleen Mike kon echt rijden. De andere drie waren vrij onervaren. Wilde ik hen lesgeven en durfde ik Jessie aan? Als vrijwilliger, natuurlijk, want zij hadden geen geld en ik geen werkvergunning.

Een geweldige uitdaging

Heel lang hoefde ik hier niet over na te denken. Naast het werk op de zeilboten van mijn vriend had ik niet veel aansluiting en ik miste de paardentraining verschrikkelijk. Het idee om een deel van mijn tijd weer op paardenruggen door te brengen en deze kerels op weg te helpen, leek me een geweldig avontuur en uitdaging.

Ik begon meteen de volgende dag. Er was een kleine paddock waar ik in eerste instantie op alle paarden geklommen ben. Ook op Jessie. Er was helemaal niks verkeerd aan dit paard. Gewoon een onbegrepen heethoofd. Na de eerste ochtend was het duidelijk. Behalve Mike hadden de andere mannen dringend zitlessen nodig. Daarnaast moest Jessie regelmatig gereden worden. Hij had al een maand voor een groot deel op stal gestaan omdat alleen Mike hem in de paddock durfde te zetten.

Dat ging vanaf nu veranderen. Ik reed hem iedere ochtend waarna hij de paddock inging voor een uurtje of wat. Daarna kon iedereen hem binnen zetten. Zo mak als een lammetje.

Daarnaast gaf ik zitlessen aan de rand van de haven met uitzicht op de enorme containerschepen vanuit de hele wereld! Gekker kon het eigenlijk niet.

Sirenes en een neppistool

Jessie leerde snel. Samen reden we over de braakliggende terreinen waar aan het einde een kleuterschooltje voor de getto’s zat. Daar reden we dan omheen met allemaal zwaaiende kindertjes voor de ramen. Langzaam begon Jessie de wereld weer leuk te vinden en werd hij met de dag minder bang.

Het werd tijd voor het intensievere deel van de training. Samen met zijn beste vriend, het paard van Mike die alle kneepjes van het vak goed kende, lieten we hem kennismaken met een politieauto met zwaailicht en daarna met een sirene. Hij reageerde even scherp, daarna was er geen probleem.

Diezelfde week liepen we al over een stuk spaanplaat, ik geef toe, een paar hopjes op de achterbenen, daarna was het gesneden koek voor hem. Een maand later kon Mike letterlijk vlak naast hem met een neppistool knallen, tot ik er zere oren van kreeg.

Portsmouth, here we come!

‘Zo’, zei Mike op een ochtend, ‘ben je er klaar voor, zullen we de stad maar eens ingaan?’ Ik kreeg een politiejack aangereikt. Een beetje zenuwachtig was ik wel, maar Jessie voelde zo goed toen we de rand van Portsmouth naderden, dat ik mijn benen al snel langer voelde worden en het vertrouwen m’n zitbeenknobbels begon uit te kruipen.

Het was een spannend moment toen Mike mij de door hem uitgeschreven bekeuring voor een fout geparkeerde auto aangaf. Ik moest Jesse zodanig naast de auto zetten dat ik de bekeuring onder de ruitenwisser kon steken zonder met mijn beugel in de lak te krassen. Tijdens de oefeningen ging dit altijd heel goed en gelukkig dit keer ook.

Toen Mike en ik voor een groot monument, rustig naast elkaar opgesteld, samen het verkeer op High Street aan ons voorbij lieten gaan, voelde ik me euforisch, ‘Portsmouth, here we come!’, was het enige dat maar door m’n hoofd bleef suizen.

Oproer en achtervolging

Na een paar maanden hadden alle mannen een veel betere balans en de paarden dus veel minder last van een slechte teugelvoering en ik was best trots als ik ze vanuit mijn woonkamerraam ’s avonds langs zag komen. Soms stopten ze even om voor het huis een praatje te maken.

Toen, ergens op een hete zomeravond, hoorde ik eerst een gillende sirene en zag daarna drie paarden langs galopperen achter de politiewagen aan. Het deed me werkelijk aan ’McCloud’ denken, de serie uit m’n jeugd.

De volgende dag hoorde ik dat ze achter een overvaller aanzaten. Deze was uitgerekend door een van de politiemannen te paard klemgereden in een smal steegje waar de politieauto de achtervolging moest staken omdat hij er niet in kon.

Wat een verrassing!

Niet lang daarna was mijn verjaardag. Die ochtend, toen ik nietsvermoedend het kantoortje binnenkwam, stonden daar vier politiemannen te zingen met voor hen op tafel een door hen zelf versierde taart met van die afschuwelijke vieze icing in de vorm van een zeer mislukt paardenhoofd.

Wat een verrassing! Een groter of betere blijk van waardering hadden deze kerels me niet kunnen geven.

mounted police

De toekomst van Jessie

Jessie en ik zijn samen een heel eind gekomen, maar ik voelde de bui wel hangen. Dit was geen paard voor de vrij onervaren politiemannen. Ik heb geprobeerd om de beslissing zo lang mogelijk uit te stellen. Hoe langer wij samen door konden, hoe zekerder Jessie’s toekomst voor een goed volgend thuis werd.

Ik heb niet willen weten waar hij uiteindelijk terecht is gekomen. Het deed te zeer. Ik denk nog vaak aan hem. Als hij in m’n koffertje had gepast had ik hem mee naar Cornwall genomen…

Liz Barclay

Foto boven verhaal: West Yorkshire Police Mounted Section

De familie Bleekman, thuis met Dasj. Met vlnr Clissy, Edward, Alfie en Nui.

Ergens op een boerderij in het midden van Devon staan altijd een paar klompen bij de keukendeur, tenminste als Edward Bleekman er niet mee over het erf loopt. Alweer zo’n beetje dertig jaar woont hij daar met Clissy op wat ooit de boerderij van haar ouders was.

Inmiddels hebben zij samen met hard werken, koppig doorzetten en een hoop paardenliefde een prachtig bedrijf gecreeerd, wat begon met een aantal dekhengsten en inmiddels voor een groot deel vol staat met prachtige eigen fokproducten.

Stukje Achterhoek in Devon

Het was voor mij, toen ik nog fokte en in het verleden m’n merries bij Edward bracht, een prettige bijkomstigheid om even weer een Achterhoekse babbel te hebben. Ook al had ik m’n plek in Cornwall gevonden, een deel van m’n hart was in mijn geliefde Gelderland gebleven.

Veulen van Liz v. Mayhill in de wei
Merrie van Liz v. Mayhill m. Ting-Tang onder Emily Noszkay

Maar uiteindelijk ging het natuurlijk om de prachtige hengsten die daar stonden. Voor mijn twee halfbloed merries was Mayhill indertijd bere interessant, de hengst die door Mark Todd internationaal samengesteld was uitgebracht. Er waren in Engeland in die tijd niet zo heel veel hengsten die zich bewezen hadden in de sport. Daarbij wetende dat mijn merries in de ervaren handen van Edward waren maakte de keus wel heel makkelijk.

Jong bedrijf

Je voelde het als je daar was, een jong bedrijf met twee mensen die wisten wat ze wilden en nu, zo’n kleine dertig jaar later is Clissy net terug met haar oudste dochter, Alfie, na in Boekelo een goede run te hebben gehad. Want het echtpaar Bleekman heeft op alle fronten niet stilgezeten. Ze hebben drie prachtdochters, Althea (Alfie), Janou (Nui) en Katie, die zich alle drie op een paardenrug als visjes in het water voelen.

Alfie is inmiddels vijfentwintig en heeft net voor de vierde keer in Boekelo meegereden, heeft daar voor- en tegenslagen geincasseerd en is daarom dit keer helemaal dik tevreden met haar resultaat met de nog maar negen jaar oude merrie Dasj. Een weigering in de cross en een balkje met springen, met een paard dat nog zo jong en onervaren is, heeft Alfie een enorme boost gegeven en ze kijkt met vertrouwen uit naar het volgend seizoen.

Eigen fokproduct

En natuurlijk glundert Edward als ik hem, tijdens mijn bezoekje van een paar dagen geleden, feliciteer met zijn eigen fokproduct, tegelijkertijd wijzend naar de muur waar een foto hangt van Bintang II, de show-jumper die het op dit moment zo super doet met Laura Renwick. Laten deze twee, Dasj en Bintang, nou dezelfde grootmoeder hebben. Een keuze die Edward bewust gemaakt heeft met de neus van een door de wol geverfde paardenman.

De door Edward Bleekman gefokte Bingtang II onder Laura Renwick (Foto: LGCT/Stefano Grasso)

De naam Grannex, vader van deze oma, komt daardoor regelmatig in het gesprek voor, een van de hengsten van Whorridge Stud, die het vooral in moederlijnen bijzonder goed doet, vertelt Edward. Karandasj, de vader van Dasj (da’s duidelijk, lijkt me), kwam van Venderbosch (die hem in gemeenschappelijk bezit had met Jan Greve) en bewijst weer eens wat deze onverbrekelijke band voor Edward ongetwijfeld heeft betekend.

Alfie aan het woord

Als Alfie aanschuift en ik haar vraag naar de beslissing om voor Nederland te rijden, snoert ze haar vader beleefd maar beslist de mond ( ‘niet mijn idee’, zei Edward nog net) om heel duidelijk te stellen dat het haar eigen wens en beslissing was om gebruik te maken van het feit dat zij zowel een Engels als een Nederlands paspoort heeft.

Als junior ruiter had ze een ongelofelijk betrouwbaar paard waar ze geweldig mee uit de voeten kon, maar dat helaas niet de snelheid had om zich te meten met de overmaat aan jonge event ruiters op superdure, en vaak ook kant en klare, paarden waarmee Engeland nou eenmaal gezegend is. Een plek in een team was daardoor niet voor haar weggelegd en dus was het behoorlijk voor de hand liggend: Nederland had wel plek voor hen en bij de familie Venderbosch was altijd een bed en een stal.

Johan Venderbosch als vader

Even weer zo’n veertig jaar terugspoelen, toen Edward met zijn oom regelmatig het erf van de familie Venderbosch opreed gedurende hun zondagse ommetje en daardoor uiteindelijk met Freriks, nog zo’n naam uit de ouwe doos, op de vrachtwagen met de hengsten terechtkwam. Daar waar de fundering voor zijn toekomst gelegd werd. ‘Johan is als een vader voor Edward’, zegt Clissy, die inmiddels haar andere schoen ergens onder het aanrecht terug vindt, waarschijnlijk verstopt door hun ondeugende terriër.

Op dat moment komt de kleinzoon van Johan Venderbosch, Bjinse, even binnen. Bjinse is in juli met de Bleekmannen mee teruggekomen van Millstreet in Ierland waar hij in het junioren team zat en waar Nui trouwens met Granntevka Prince (kijk, daar heb je Grannex weer!) prachtig brons veroverde op de European Young Riders Eventing Championships. Bjinse is blijven hangen, zeg maar, een mooie kans om in de rest van het Engelse eventing seizoen mee te rijden; het mes snijdt duidelijk van twee kanten.

Niet de enige voor Nederlandse team

Alfie vertelt nog even door: ‘Ik ben echt niet de enige en voel me er ook niet over aangevallen. Er zijn zoveel buitenlandse ruiters die in Engeland komen wonen om hier te trainen, omdat dit het land is waar veel goedgebouwde parcoursen heel makkelijk bereikbaar zijn.’

‘Ik spreek dan misschien de taal wel niet, maar ik voel me net zo Nederlands als Engels en door onze manier van leven, ons tweede thuis bij de familie Venderbosch en alle internationale wedstrijden heb ik vrienden over de hele wereld.’ (Oh, mevrouw May, schoot door mijn hoofd op dat moment, waar bent u mee bezig!)

Nederlandse directheid

Er straalt inderdaad van beide meiden (Alfie en Nui, Katie was niet thuis) een Nederlandse directheid uit die je in Engeland in mindere mate tegenkomt, alhoewel de genen van hun moeder daar ook wel iets mee te maken zullen hebben. Ik kan me zo voorstellen dat aan die lekkere grote keukentafel in een zo Engelse ‘farmhouse kitchen’ vurige gesprekken worden gevoerd.

Maar in huize Bleekman viert de democratie zonder meer hoogtij met ruimte voor ieder z’n eigen mening. Nui en Alfie hebben hulp van verschillende trainers. Nui kiest ervoor om te trainen met Mark Todd en dressuurruiter Anna Ross, terwijl Alfie Lucinda Green en Ferdie Eilberg bezoekt. Samen delen ze dan wel weer show-jumptrainer Allen Fazakerley als hij hun richting uitkomt.

Boekelo: trip down memory lane

Voor Clissy was het weer een ‘trip down memory lane’ in Boekelo. Het was Roeli Bril die ervoor zorgde dat Edward zo’n dertig jaar terug een lift kon krijgen op de vrachtwagen met Clissy die een trouwe deelnemer was in de begindagen van Boekelo. Edward werkte in die tijd in de renpaardenwereld in Amerika en begeleidde een paard op zijn vlucht vanaf Heathrow, via Frankfurt naar Los Angeles.

Tja, en toen kwam er storm en liep de ferry niet, dus moesten ze op Boekelo blijven…
De fotodoos komt tevoorschijn.

Mark Todd, ook toen al!

Hopen foto’s, hopen mooie en grappige momenten. Een hele jonge Mark Todd die gedurende de cross ergens met paard en al door een bielzen bruggetje zakte. De tijd werd stopgezet, bruggetje herbouwd en dan weer verder.

Dat was ergens midden tachtig. Nu, een generatie verder, rijdt hij weer rond Boekelo, met in dezelfde klasse Alfie die in de voetsporen van haar moeder treedt. Dit jaar voor het eerst met op zondag een springparcours zonder modder, tot opluchting van allen.

Net Charisma

Toen, gedurende m’n bezoek, Alfie de kleine maar o zo dappere bruine Dasj naar buiten leidde, moest ik meteen aan Charisma denken. ‘Inderdaad, Mark heeft daarom ook echt een soft spot voor haar’, vertelt Alfie.

En Edward, die moest thuis blijven. Er lopen teveel kostbare viervoeters op erve Bleekman om met z’n allen de biezen te pakken. Zeven drachtige merries; 22 competitiepaarden waarvan de helft eigen fok. Een hoop jonge paarden waaronder twee hengsten waar Edward wel wat fiducie in heeft, geloof ik, alhoewel hij er op z’n Achterhoeks niet veel over wil zeggen.

Paardenfabriekje

Al met al is dit een klein maar extreem goed producerend paardenfabriekje waar iedereen vol overgave de schouders eronder zet en waar men zich geen onnodige luxes permitteert. Ieder centje gaat weer terug naar waar die centjes het meest nodig zijn. Namelijk de dromen van en Edward, en Clissy, en hun drie enthousiaste dochters, want dat voel je in die keuken met een kop koffie voor je neus; er wordt volop gedroomd door jong en oud en zeer bewust ergens naar toe gewerkt, net zoals vroeger Johan Venderbosch heeft gedaan.

Zoals Alfie zei, ‘we do not have the money to buy expensive horses, so we have to breed and make them ourselves.’ Nou, dan ben je met zo’n pa en ma wel aan het goeie adres!

Wild ritje

Ik verlaat de familie Bleekman en Whorridge Stud met een tevreden gevoel. Het was een wild ritje. Toen ik van huis vertrok waren de wolken geel met een vreemd oranje zonnetje. In zes uur op en neer met orkaan Ophelia op m’n hielen. Maar ik heb de klompen weer over het erf horen klossen en m’n Achterhoeks een beetje opgelapt. Terug naar Cornwall, hier kan ik wel weer even op teren…

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

100,339FansLike
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer