Tags Posts tagged with "larven"

larven

horzels horzeleitjes

Je paard heeft nu het volop zomer is ongetwijfeld veel last van vervelende (stekende) insecten. Horzels vormen ook een serieuze bedreiging, ook al bijten of prikken ze niet. Ze laten slechts een vervelend ‘cadeautje’ achter.

Horzels leggen hun eitjes namelijk graag op de benen van je paard. Je krijgt ze maar moeilijk weg, omdat de eitjes stevig vastzitten in het haar van je paard.

Maag-darmkanaal

Omdat je paard de eitjes ook vervelend vindt, zal hij aan zijn benen knagen, waardoor de eitjes in zijn mond en daarna in het maag-darmkanaal terecht komen.  Daar ontwikkelen ze zich tot flinke larven, die tot grote problemen kunnen leiden.  Ze verlaten het paardenlichaam in het voorjaar weer via de mest.

Een flinke wormbesmetting kan leiden tot koliek, diarree, bloedarmoede, vermagering of een groeiachterstand bij veulens en jonge paarden. Ook ontstekingen aan de mond, tong en aan de maag, met uiteindelijk het breken van de maagwand, komen voor.

Lintwormen

Je kunt meerdere malen per jaar een mestonderzoek laten doen, maar aangeraden wordt om in het najaar standaard te ontwormen met een middel dat ook tegen lintwormen werkt. De eitjes van lintwormen worden namelijk niet constant uitgescheiden en zijn daarom bij een wormeitelling niet altijd te zien.  Ook een horzellarveninfectie is door middel van een mestonderzoek niet aan te tonen.

Bestrijding

Vooral in augustus leggen horzels eitjes, maar ze worden ook nu al op paardenbenen aangetroffen! Zodra je ze op je paard ziet, kun je ze het beste zo snel mogelijk verwijderen met een horzelmesje of een poetsblokje, gemaakt van puimsteen.  Wassen met azijn zou ervoor zorgen dat de eitjes makkelijker loslaten. Overigens zijn de eitjes  soms ook te zien op de hals, flanken en in de manen van paarden.

Om te voorkomen dat een horzel eitjes legt, kun je je paard goed insprayen of insmeren met insectenspray. Dit zal echter geen garantie geven.

Bron en foto: Hoefslag

strontvlieg
Strontvlieg

We worden er niet goed van in de zomer. Overlast van vliegen. Eén van de vliegen treffen we vooral in de buurt van de mesthoop aan. De strontvlieg. Eigenlijk houden ze meer van koeienmest dan van paardenmest, zo blijkt.

Culinaire voorkeuren

Als we ze voorbij zien komen, zijn we er klaar mee. Maar als je het ‘stront-element’ wegdenkt zien ze er eigenlijk  best netjes uit. De mannelijke exemplaren zijn goudgekleurd, de vrouwtjes groen. En ook met hun culinaire voorkeuren is niets mis: ze leven vooral van de nectar van bloemen en zuigen geregeld een klein insect uit. Ze eten dus geen mest. Een stuk hygiënischer dan de huisvlieg, bijvoorbeeld, die zodra hij op ons voedsel landt, een piepkleine klodder spuug achterlaat.

Toepasselijke naam

En toch hebben strontvliegen geen al te best imago. Dat komt in eerste instantie door hun naam, natuurlijk. De wetenschappelijke Latijnse naam klinkt nog wel imposant: Scatophaga stercoraria. Maar in het Nederlands is geen van de drie alternatieven echt aantrekkelijk: strontvlieg, gele strontvlieg of drekvlieg.
Een toepasselijke naam is het wel: van april tot en met oktober zijn er in paardenstallen ontzettend veel strontvliegen aanwezig: de gouden mannetjes wachten met tientallen tegelijk boven op de mest op de komst van hun vrouwelijke soortgenoten. De vrouwtjes vliegen ondertussen rond met nog onbevruchte eieren en als die genoeg gerijpt zijn, vliegt ze (geholpen door haar reukzin) naar verse mest. Meestal vliegt ze tegen de wind in, zodat de geur extra sterk is.

Eieren

Zodra zo’n glimmend groen vrouwtje landt, ontstaat er een flink gedrang. De mannelijke strontvliegen vechten uit wie met haar mag paren. De winnaar neemt haar mee naar een rustige plek voor de paring, al gebeurt dat soms ook wel op de mest zelf. Daarna keren ze samen terug naar de plek waar ze elkaar ontmoet hebben, de hoop mest dus. Het vrouwtje legt in de mest haar eieren (elk ongeveer 1 millimeter groot), die kleine ‘zijvleugels’ hebben zodat ze niet in de drek wegzinken. Uit de eieren komen larven, die uitgroeien tot een nieuwe generatie strontvliegen. De larven eten, in tegenstelling tot hun ouders, wel van de mest.

Liever koeienvlaai

Strontvliegen zijn een voorbeeld van mestfauna: soorten die mest gebruiken als voedselbron of voor voortplanting. Ook mestkevers behoren (zoals hun naam al verraadt) tot de mestfauna. We mogen blij zijn met die mestfauna, want door hun eetlust helpen ze de mest sneller af te breken. Wat dat betreft is het ook geen goed idee om strontvliegen uit de stal proberen te weren: in feite zijn het uitstekende vuilopruimers, hoe vervelend hun constante gezoem soms ook is. Bioloog en vliegenexpert Paul Beuk: ‘Gele strontvliegen komen niet eens hoofdzakelijk op paardenvijgen af. Het liefst leggen ze hun eitjes in koeienvlaaien. Die bevatten meer vocht waardoor de eitjes eenvoudiger in de mest kunnen worden afgezet en de larven er makkelijker uit kruipen. In een harde vijg gaat dat lastiger. Dat is trouwens ook de reden dat je in de zomer veel minder strontvliegen ziet – de mest is dan te ver uitgedroogd.’

Kleine mestvlieg

Zelf is Beuk regelmatig op de manege te vinden. ‘Mijn dochter zit op paardrijles. Als ik haar ophaal, kijk ik altijd even in de kruiwagens met mest, om te zien welke vliegen er zitten.’ Een soort die hij trouwens ook vaak aantrof, was de kleine mestvlieg (Sphaeroceridae). ‘Van die kleine, zwarte vliegjes die je veel in de stal ziet. Die hebben er minder last van als een paardenvijg is uitgedroogd, juist door hun geringe grootte kunnen ze de poep makkelijker in en uit.’

Bron: Hippos

Foto: Stock

 

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

101,103FansLike
0VolgersVolg
6,972VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer