Tags Posts tagged with "kribbebijten"

kribbebijten

Stalondeugden
Kribbebijten, één van de stalondeugden

Paarden staan tegenwoordig vaak individueel gestald, waardoor ze weinig mogelijkheid hebben tot sociale contacten, bewegen en grazen. Sommige paarden ontwikkelen ongewenst gedrag, de zogenoemde stalondeugden. De meest voorkomende stalondeugden zijn schrapen en onrust bij het voeren. Doordat paarden hun natuurlijk gedrag onvoldoende kunnen uitoefenen ontstaan soms stereotypieën. De meest voorkomende stereotypieën zijn: kribbebijten, luchtzuigen, zelfbeschadiging en weven.

Met de omgeving omgaan

Onder stalondeugden vallen alle onnatuurlijke gedragingen die een paard op stal of in de wei uitvoert. Stalondeugden zijn soms stereotypien, als het gedrag zich telkens herhaalt, maar niet altijd. Het paard zelf vindt de stalondeugd meestal wel prettig, omdat hij op deze manier met zijn omgeving kan omgaan; factoren als verveling en stress verminderen.

Welke stalondeugden zijn er?

Stalondeugden kunnen zich uiten in de volgende gedragingen:
1.Eetgedrag (bijvoorbeeld kribbebijten, luchtzuigen, tongspelen en houtkauwen)
2.Bewegingsgedrag (bijvoorbeeld schrapen, weven of trappen tegen de stalmuren)
3.Sociaal gedrag (bijvoorbeeld zelfbeschadiging of seksuele agressie bij hengsten)
4.Comfortgedrag (bijvoorbeeld staartschuren of hoofdschudden)

Kopiëren?

Regelmatig beweren mensen dat paarden stalondeugden van andere paarden kopiëren. Dit is nooit wetenschappelijk aangetoond. De meeste onderzoekers denken dat dit onwaarschijnlijk is. Wanneer meerdere paarden op stal stereotypiën vertonen, ligt de oorzaak vaak bij de huisvesting of het stalmanagement.

 

Stereotypie is een herhaalde beweging

Een stereotypie is een herhaalde, vormvaste beweging die per paard verschilt en ogenschijnlijk geen functie heeft. Dit gedrag komt niet voor bij paarden in het wild en wordt gezien als een indicatie van verminderd welzijn. Wilde paarden leven in groepen. De dagbesteding van wilde paarden bestaat uit grazen, bewegen en het onderhouden van hun sociale contacten. Tegenwoordig kunnen onze paarden deze gedragingen vaak in mindere mate uitoefenen en kunnen ze weinig tot geen invloed uitoefenen op hun omgeving. Ze zoeken een manier om hiermee om te gaan en dit uit zich soms in stereotiep gedrag.

Endorfinen

Bij het uitoefenen van stereotiep gedrag, komen er in de hersenen een soort lichaamseigen pijnstillers (endorfinen) vrij. Deze endorfinen hebben een rustgevend, zelfhypnotiserend effect. Dit is vergelijkbaar met hardlopers die zich na een bepaalde tijd lopen ook lekkerder gaan voelen onder invloed van dezelfde stofjes. Endorfinen zorgen ervoor dat een paard beter zich beter gaat voelen.

 

Oorzaken van stereotiep gedrag

Stereotiep gedrag heeft altijd een oorzaak. Maar doordat het meestal heel lang duurt voordat een paard stereotiep gedrag gaat uitvoeren, is het soms lastig om de oorzaak te achterhalen. Koop je een paard dat stereotiep gedrag vertoont, dan is het vaak onmogelijk om de oorzaak te achterhalen. Mogelijke oorzaken van stalondeugden zijn:

•Stress. Een paard krijgt een overmaat aan indrukken, waardoor hij sterk gestimuleerd wordt en een uitweg zoekt in afwijkend gedrag.
•Een geïsoleerde stal zonder andere paarden in de buurt.
•Een rantsoen met weinig ruwvoer (en veel krachtvoer). Hierdoor is het paard snel
•klaar met eten, waardoor hij zich kan gaan vervelen. De darmstelsel van het paard is ook niet ingesteld op krachtvoer.
•Aangeleerd afwijkend gedrag belonen. Bijvoorbeeld: een paard schraapt rond etenstijd met zijn hoef en krijgt snel zijn voer, in de hoop dat hij stopt met schrapen. Dit paard zal de volgende keer weer dit gedrag vertonen!
•Teveel voer en te weinig beweging.

Drie stadia van stereotiep gedrag

Stereotiep gedrag kan worden onderverdeeld in drie stadia met verschillende kenmerken. In het eerste stadium heeft de omgeving nog invloed, terwijl bij het derde stadium het gedrag zelfbelonend is en dus nog maar moeilijk te beïnvloeden is.

 

Stadium 1

Het paard herhaalt het ongewenste gedrag meerdere keren, omdat de oorzaak steeds terugkomt of aanhoudt. Bijvoorbeeld: een merrie wordt gescheiden van haar veulen en gaat schrapen om haar veulen terug te krijgen. Komt het veulen op dat moment – al dan niet toevallig – terug, dan ziet de merrie haar gedrag beloond. Ze zal het een volgende keer weer proberen. In deze fase reageert een paard nog wel op de omgeving. Als er bijvoorbeeld iemand langs de stal loopt, zal de merrie stoppen met schrapen om te kijken wat er gebeurt.

 

Stadium 2

In een vroeg stadium worden stereotypieën meerdere keren herhaald in een reactie op een vergelijkbare prikkel. Het ongewenste gedrag krijgt een steeds vastere vorm; het wordt steeds makkelijker gestimuleerd door dezelfde prikkel. De omgeving heeft nog wel invloed op het gedrag. Zodra iemand het veulen weghaalt bij de merrie, begint zij te schrapen. Eerst deed ze dit alleen als het veulen weg was. Als iemand de merrie afleidt kan het gedrag worden doorbroken. Afleiding geven terwijl het veulen weg is, kan goed helpen.

 

Stadium 3

In een later stadium wordt het ongewenste gedrag niet meer opgeroepen door een bepaalde prikkel, maar begint het bij opwinding of soms ook spontaan. De omgeving heeft geen invloed meer op de stereotypie; het gedrag hoeft ook geen specifieke oorzaak meer te hebben, maar staat op zich. De merrie uit het voorbeeld schraapt nu al bij opwinding of zomaar, zonder aanwijsbare prikkel. Het gedrag is niet meer te stoppen. Het dier wordt beloond door de endorfinen.

Komt een paard zonder aanwijsbare oorzaak in dit stadium terecht, dan kan de oorzaak een ziekte zijn.

Veel voorkomende stereotypieën

De meest voorkomende vormen zijn:

Kribbebijten en luchtzuigen

Hoewel de handelingen bij kribbebijten en luchtzuigen verschillend zijn, is het gedrag hetzelfde. Het paard zet de spieren van zijn nek op en zuigt lucht in de slokdarm. Opvallend zijn de houding van het hoofd en het geluid. Bij kribbebijten zet een paard zich regelmatig met zijn tanden vast op een stevig voorwerp (bijvoorbeeld de voerbak of de rand van de staldeur). Hierdoor slijten zijn tanden: op de voorrand van de snijtanden zie je een afgeronde hoek. Een kribbenbijter vertoont het typische gedrag bij opwinding, bijvoorbeeld tijdens het voeren. Sommige paarden hebben geen aanleiding meer nodig en voeren het gedrag uit wanneer ze daar zin in hebben. In een vergevorderd stadium van kribbebijten wordt het paard rustiger, omdat er endorfinen vrijkomen.

Luchtzuigen

Luchtzuigen lijkt een verder ontwikkelde vorm van kribbebijten. Luchtzuigen gebeurt ook zonder dat het paard iets vastpakt. De lucht die het paard binnenkrijgt, verdwijnt weer via zijn neus of mond. Luchtzuigen veroorzaakt – in tegenstelling wat soms wordt gedacht – geen koliek of vermagering. Hoewel het nooit wetenschappelijk is aangetoond, wordt kribbebijten gelinkt aan heftige emotionele gebeurtenissen. Voorbeelden hiervan zijn:

– het spenen van een veulen;

– plotselinge individuele huisvesting bij het inrijden;

– afzondering van soortgenoten;

Een andere oorzaak voor zowel kribbebijten als luchtzuigen kan een overproductie van maagzuur zijn. De maag maakt continu maagzuur aan, ook als het paard niet eet. Het maagzuur kan dan de maagwand aantasten wat maagpijn tot gevolg heeft. Speeksel wordt aangemaakt bij kauwbewegingen (bij het eten van voedsel) en neutraliseert het maagzuur. Bij verminderde kauwbewegingen, is er een verminderde productie aan speeksel en gaat een paard op zoek naar een remedie. Onderzoek heeft uitgewezen dat paarden tijdens het kribben/luchtzuigen meer speeksel aanmaken en daardoor een soort oplossing vinden voor hun probleem. Een dierenarts kan vaststellen of een kribbebijter/luchtzuiger een maagprobleem heeft.

Weven

Een wevend paard plaatst zijn voorbenen wat uit elkaar en beweegt zijn hoofd en hals ritmisch van links naar rechts. Zijn gewicht verplaatst hij hierbij steeds van het ene naar het andere voorbeen. Vaak beweegt het paard ook de achterbenen mee op dezelfde manier als wanneer hij stapt. Weven wordt geassocieerd met een tekort aan beweging. Dit ongewenste gedrag komt extra naar voren bij opwinding in de omgeving, bijvoorbeeld tijdens het voeren of wanneer andere paarden worden opgezadeld.

Zelfbeschadiging

Een paard met zelfbeschadigend gedrag vertoont vaak één of meerdere van de volgende gedragingen:
•het zichzelf bijten
•slaan met de achterbenen
•bokken
•schuren
•rollen

Zelfbeschadiging komt het meest voor bij hengsten en ontstaat vaak door gebeurtenissen die spanning of opwinding veroorzaken. De dieper liggende oorzaken zijn: beperkte bewegingsvrijheid, een tekort aan sociale contacten of gefrustreerd foerageer- en seksueel gedrag. Ook huidirritaties spelen soms een rol, maar in dat geval kun je niet meer spreken van een stalondeugd.

 

Preventie essentieel bij voorkomen stalondeugden

Om stalondeugden (enigszins) tegen te gaan, worden soms maatregelen getroffen in de vorm van halsbanden tegen het luchtzuigen of het plaatsen van een anti-weefrek. Deze maatregelen werken meestal niet. Bovendien zijn deze zogenoemde oplossingen uit welzijnsoogpunt onwenselijk. De stereotiepe gedragingen werken voor het paard rustgevend. Het onmogelijk maken van deze gedragingen leidt tot meer frustratie. De oplossing ligt in het voorkomen van stalondeugden door een zo natuurlijk mogelijke huisvesting en het zo veel mogelijk voorkomen van stressvolle situaties. Check altijd:
•de stalling. Voorkom verveling op stal. Stalondeugden worden zelden gezien bij paarden die gehouden worden in een uitdagende omgeving of groepshuisvesting.
•de voeding. Zorg dat een paard gedurende meerdere keren per dag, liefst onbeperkt ruwvoer kan eten. Plaats eventueel een slowfeeder. Het rantsoen moet voor het grootste deel bestaan uit ruwvoer.
•Gezelschap. Een paard heeft sociale contacten nodig, zowel in de weide als op stal.

 

BRON: Nederlands Hippisch Kenniscentrum

Dit artikel is afkomstig van het Nederlands Hippisch Kenniscentrum. Op http://www.nhk.nlvind je veel artikelen over de meest uiteenlopende onderwerpen van gezondheid tot verzorging en van stalling tot transport. Het NHK is een initiatief van de Sectorraad Paarden en word door verschillende kennispartners ondersteund. Meer weten over paarden, neem eens een kijkje!

 

 

hooi, voer

Juliet M. Getty, Ph.D. ,een onafhankelijke paarden voedingsdeskundige uit de VS, deed onderzoek naar kribbebijten/luchtzuigen, gebaseerd op optimaliseren van de gezondheid van paarden door het combineren van fysiologie en instincten met juiste voeding. Het doel is de paardeneigenaar het vertrouwen en de kennis te geven om tegemoet te komen aan de behoeften van het paard.

Oorzaken

Kribbebijten/luchtzuigen: een paard perst zijn bovenste tanden tegen een vast object, buigt zijn nek en zuigt vervolgens lucht naar binnen, met een ritmische beweging, waarbij een karakteristiek geluid vrijkomt. Het paard is meestal ontspannen omdat het hem een prettig gevoel geeft. De werkelijke oorzaak is onbekend, maar erfelijkheid samen met stressvolle omstandigheden lijken de onderliggende problemen. Het is echter nog onvoldoende bekend of luchtzuigen erfelijk is en of paarden het van elkaar overnemen. Bronnen spreken elkaar op deze punten tegen: sommigen zweren dat paarden het luchtzuigen van elkaar kopiëren, anderen hebben al jarenlang ervaring met luchtzuigers die naast andere paarden staan, terwijl die paarden het niet zijn gaan doen.

Kribbebijten is wel degelijk verslavend te noemen, veel paarden zullen er de voorkeur aan geven boven eten en dus langzaam gewicht verliezen.  Vroeg spenen kan leiden tot dit negatieve gedrag op volwassen leeftijd. Terwijl het verleden niet is te veranderen, is het wegnemen van fysieke ongemakken en geestelijke spanningen die aan kribbebijten bijdragen, aan te raden. De zogenaamde cribbing-kragen zijn vaak een kwelling. Ze kunnen het gedrag ontmoedigen maar nemen niet de drang weg.
Aanpassing van de leefomstandigheden van het paard  kunnen helpen het gedrag te verminderen.

Enkele suggesties

Voldoende weidegang. Dit zal een opmerkelijk effect op het stoppen van deze gewoonte hebben. Indien dit niet mogelijk is, geef hem dan toch zo veel buitenruimte als mogelijk.

Hooi te allen tijde beschikbaar. Deze eenvoudige verandering zal kalmerend werken op zijn houding.

Het paard niet isoleren.Paarden leren kribbebijten niet van elkaar. Als het zich verspreidt in een groep, is het waarschijnlijk dat ze leven in dezelfde omstandigheden.

Houd rekening met een maagzweer. De meeste kribbenbijters hebben maagzweren. Stress, te weinig voeding en op stal staan maken het erger. Goed voermanagement en 24/7 beschikking over hooi, voldoende water, vermijden van zetmeelrijke voeding (zoals haver en maïs), zoetigheid en herstel van het darmstelsel door gebruik van probiotica.

Bron: Horsejournals

Foto: Jessica Pijlman

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 17)

0 2539
Kribbebijten
Kribbebijten

Hout is geen onderdeel van het natuurlijke dieet van een paard, toch zijn er paarden die regelmatig aan een paal of hout knagen. Indien paarden splinters van het hout naar binnen krijgen is de kans aanwezig dat de splinters de maagwand of darmen perforeert. Een ander scenario is koliek, eveneens bestaat de mogelijkheid dat de splinters tussen de tanden blijven zitten en daar voor irritatie en infectie zorgen.

Het vaak knagen aan hout zorgt er voor dat de tanden van een paard excessief afslijten, waardoor het paard al eerder door zijn tanden heen is dat weer mogelijk leidt tot het slecht vermalen van voedsel. Op zijn beurt leidt dit weer tot paarden die slecht op gewicht te krijgen zijn, waardoor het dier mogelijk vroegtijdig overlijdt.

Hout knagen en kribbebijten

Het bijten van hout kan ruwweg onverdeeld worden in twee verschillende vormen:

  • Kribbebijter; Een kribbebijter pakt een voorwerp vast met zijn tanden en zuigt vervolgens lucht aan. Deze paarden vernielen de stal hoogstens door de kracht die zij met hun tanden zetten op het voorwerp. Kribbebijters hebben meestal maagzweren, maar het gedrag kan ook voortkomen uit verveling. Het gedrag lijkt veel op luchtzuigen. Bij het gedrag komt ook endorfine vrij, dat het paard kortstondig een goed gevoel geeft.
  • Houtknagers; Deze paarden eten daadwerkelijk de hout op. Dit kan variëren van boomschors tot elk stukje hout dat zij in hun weide, paddock of stal kunnen vinden. Houten palen dienen regelmatig vervangen te worden aangezien zij steeds dunner raken.

Er zijn een aantal redenen waarom paarden dit gedrag vertonen. Verveling of frustratie, gewoonte en een disbalans in het lichaam. Paarden zijn gemaakt om hele dagen te grazen, hun interne verteringsorganen functioneren het best als zij dit natuurlijke patroon volgen. Paarden die het veelal moeten doen met een stal of paddock krijgen op gezette tijden eten en dit kan leiden tot verveling in de tussenliggende periodes. Uit verveling gaan de dieren dus knagen. Stress kan ook een oorzaak zijn voor het gedrag.

Natuurlijk voedingspatroon

Een paard dient bij voorkeur gedurende de hele dag te kunnen beschikken over kleine beetjes hooi zodat zij hun natuurlijke voedingspatroon zoveel mogelijk kunnen benaderen. Indien paarden onvoldoende beschikken over hooi of gras kunnen zij overgaan tot het knagen van hout. Dit bevredigt de natuurlijke behoefte om te kauwen.

Paarden die dit gedrag eigen hebben gemaakt kunnen mogelijk nog op andere gedachten gebracht worden door het knaagobject in te spuiten met speciale vieze zeep, pasta’s of spray’s. In de wei kunnen de houten objecten ook ingewikkeld worden met plastic.

Het knagen van hout kan een aanwijzing zijn dat het paard niet alle vitaminen en mineralen krijgt dat het nodig heeft. In dat geval dient een dierenarts ingeschakeld te worden. Door middel van een bloedtest kan een dierenarts direct zien of het dier alles krijgt wat het nodig heeft. Ook hier is het mogelijk dat het paard een maagzweer heeft. Dit is alleen te achterhalen door een maagonderzoek.

Voermanagement

Het hebben van een knager kan tot frustratie leiden, maar met wat extra toezicht en werk kan hun gedrag onder controle gehouden worden. In eerste instantie dient, bij het constateren van hout knagen of kribbebijten, de oorzaak direct weggenomen te worden. Alleen in dat geval zal het gedrag nog mogelijk verdwijnen. In alle andere gevallen dient het paard zo min mogelijk in contact te komen met de houten of knaagvoorwerpen. Bij verveling of stress dient het paard genoeg variatie in de dag te krijgen.  Stressfactoren dienen vermeden te worden.

Uit eerder onderzoek blijkt dat kribbebijters die eerst hooi krijgen en daarna hun krachtvoer minder lang tijd besteden aan dit gedrag.

Bron:  Equimed / Hoefslag

Foto: Marjolijn Munnich

0 111

Heel vervelend, een luchtzuiger of wever op stal. Hoe ontstaat dat gedrag en kun je er iets tegen doen? In de Op Stal special van Hoefslag gaat dr. ir. Kathalijne Visser in op een aantal stellingen over stalondeugden. ‘Dat stalondeugden zouden ontstaan uit verveling is niet waar. Stalondeugden, ook wel stereotypieën genoemd, ontstaan als een paard voor een langere tijd niet met een situatie kan omgaan. Het ene paard is gevoeliger voor het ontwikkelen van stalondeugden dan het andere. Voor een paard dat al gevoelig is zijn de omgeving, omgang, training en/of het management waarin het wordt gebracht bepalend bij het wel of niet ontwikkelen van stalondeugden. Stalondeugden ontstaan dus vaak door stress. Bij het uitvoeren van stalondeugden komt endorfine vrij in de hersenen van het paard. Deze stof werkt rustgevend waardoor de stress tijdelijk verdwijnt.’

Weten of een stalondeugd is af te leren of besmettelijk is? Lees het volledige artikel in de Op Stal special. 

Foto: Marjolijn Munnich

0 39
Kribbebijten
Kribbebijten

Een studie moet bepalen of er genetische factoren komen kijken bij stereotypisch gedrag en kribbebijten in het bijzonder.
Bij kribbebijten pakt het paard een vastzittend object met de voortanden vast en zuigt vervolgens lucht naar binnen, waarbij een karakteristiek geluid vrijkomt. Voorheen dacht men aan oorzaken als maagproblemen en niet genoeg stimulatie uit de omgeving. Wetenschappers aan de universiteit van Helsinki, Finland, legden het gedrag van kribbebijters naast paarden die dit gedrag niet laten zien en keken daarbij vooral naar de genen. De twee groepen werden vergeleken en daarbij viel op dat de kribbebijters het gedrag vaak al op jonge leeftijd ontwikkelden en het al minstens een jaar volhielden. Het kribbebijten speelde vooral op tijdens stressmomenten of na het voeren. De niet-kribbebijters waren allen ouder dan tien jaar.

De wetenschappers onderzochten de Ghrelin, Leptin, N-cadherin en semaphorin genen en konden geen verband ontdekken tussen het stereotypisch gedrag en een mogelijk genetische oorzaak. Het is dan ook nog onduidelijk of dit gedrag erfelijk zou zijn. Het onderzoek is nog niet voltooid en zal zich de aankomende tijd richten op grote groepen paarden.

Hoefslag/Equine Science Update

Foto: Marjolijn Munnich

0 568
Kribbebijten
Kribbebijten

Eigenaren van een kribbebijter zouden er goed aan doen om eerst hooi te voeren voor het paard zijn krachtvoer krijgt. Dit blijkt uit onderzoek van Louise Nicholls uit Engeland. Nicholls sprak over haar bevindingen tijdens de International Society for Equitation Science in Newark, eerder dit jaar.

‘Wanneer de paarden eerst hooi kregen bleken de dieren nog steeds te kribbenbijten, maar dit duurde niet zo lang als wanneer we eerst krachtvoer gaven,’ aldus Nicholls. ‘De oorzaak hiervan ligt waarschijnlijk bij darmproblemen en stress, omdat het hooi de maag stilt terwijl ze wachten op het krachtvoer. Geconcentreerd voer irriteert de maag vaak. Het kribbebijten is een reactie op deze pijn of het wachten op de pijn.’

Tijdens haar studie onderzocht Nicholls zeven kribbebijters terwijl zij werden onderworpen aan verschillende voerschema’s. De ene keer kregen zij eerst krachtvoer en vijftien minuten later hooi, of omgekeerd. In het uur na het voeren leken de paarden minder te kribbebijten wanneer er eerst hooi werd aangeboden. Het verschil is echter niet groot. De paarden deden ook langer over het eten van krachtvoer wanneer dit als eerste werd gegeven, mogelijk omdat het eten van krachtvoer op een lege maag pijnlijker zou zijn voor het paard. De positie van de voeremmer maakte ook verschil. Wanneer de emmer dichter bij het hooi stond nam het kribbebijten af, misschien omdat het paard er liever voor kiest om op hooi te kauwen als te bijten in een hard oppervlak.

Kribbebijten is een stressreactie dat voorkomt bij ongeveer vijf procent van alle gedomesticeerde paarden. Door het bijten komt endorfine, een kalmerend hormoon, vrij. Het bijten zorgt voor risico op tandproblemen en koliek.

Hoefslag/The Horse

Foto: Marjolijn Munnich

 

Kribbebijten
Kribbebijten

Een onderzoek naar factoren achter kribbebijten wijst uit dat deze paarden meer gastrine produceren, een hormoon dat de productie van maagzuur op gang brengt, dan andere paarden wanneer zij geconcentreerd voer krijgen. De bevindingen van deze studie werden gepubliceerd in ‘Journal of Equine Veterinary Science’.

Onderzoekers aan de universiteit van Michigan en twee universiteiten in Alabama selecteerden achttien paarden voor dit onderzoek. Negen van hen zijn kribbebijters. De paarden werden op de wei gehouden met vrije toegang tot hooi en kregen twee keer per dag krachtvoer. Gedurende 24 uur werd het kribbebijten in de gaten gehouden. Een endoscopisch onderzoek werd uitgevoerd, waarna de paarden opnieuw voor 72 uur in de wei werden gezet. Na een vastenperiode van 12 uur werd bloed afgenomen. Dit werd opnieuw gedaan na 60 en 120 minuten na het eten van een kilo krachtvoer.

Volgens de onderzoekers was er geen verschil in de hoeveelheid maagzweren tussen de twee groepen. De concentratie gastrine na 60 of 120 minuten na het verorberen van een kilo krachtvoer, lag echter hoger bij de groep kribbebijters. Dit gedrag werd echter niet in verband gezien met maagziekten. Het eten van geconcentreerd voer resulteerde echter wel in het onstaan van een grote concentratie gastrine bij kribbebijters.

Volg ons!

102,213FansLike
0VolgersVolg
7,058VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer