Tags Posts tagged with "krachtvoer"

krachtvoer

0 635
krachtvoer
Foto: Remco Veurink

Het maagdarmkanaal van een paard functioneert optimaal wanneer het langzaamaan ruwvoer verwerkt; dit houdt de maag gevuld, en helpt maagzweren voorkomen. Voor voldoende energie en voedingsstoffen, voeren we vaak ook krachtvoer, in een geconcentreerde vorm. Maar hoe vaak, en hoe veel krachtvoer moet er gevoerd worden voor een optimale gezondheid? Kentucky Equine Research zocht het uit.

Kleine porties

‘De hoeveelheid kracht die het paard nodig heeft om te groeien of te werken, is de belangrijkste factor om te bepalen hoe veel maaltijden een paard nodig heeft.’ vertelt voedingsdeskundige Catherine Whitehouse. ‘Ruwvoer moet vrijwel altijd beschikbaar zijn voor paarden, krachtvoer kan beter in kleine porties worden gevoerd. Over het algemeen is het verstandig niet meer dan 2,3 kilo te per keer te voeren aan volwassen paarden.’

Graan en zetmeel

‘De grootte van de maag en de snelheid van de spijsvertering bepalen dat het paard niet meer graan per maaltijd kan eten. De meeste paarden zouden graag meerdere, enorme maaltijden krachtvoer op een dag krijgen, maar het maagdarmkanaal kan niet meer voer tegelijk aan. Zetmeel is de belangrijkste energiebron in veel voer, het moet voldoende tijd in de dunne darm doorbrengen om goed te worden verteerd. Wordt het te snel door de dunne darm geduwd, kan het de energieproductie van het paard verstoren.’

Drie maaltijden

‘Wanneer je maximaal 2,3 kilo krachtvoer per dag aan een paard voert, kan dit veilig in één maaltijd worden aangeboden. De meeste concentraten zijn echter ontwikkeld om tussen de 3 en 6 kilo per dag te worden gevoerd, meerdere maaltijden per dag zijn dan nodig. Wanneer paarden meer dan 4,5 kilo per dag krijgen, is het verstandig om het in drie maaltijden aan te bieden. Verdeel deze maaltijden dan gelijkmatig over de dag.’

Bron: Kentucky Equine Research

Meet wat je eet en laat je krachtvoer op maat samen stellen door Probarn

Het grootste gedeelte van het rantsoen van een paard bestaat uit ruwvoer. Van het krachtvoer weten we meestal precies wat de samenstelling is, maar van het ruwvoer vaak niet. Maar hoe weet je dan of het paard niet te veel of te weinig vitaminen of mineralen binnen krijgt?

De oplossing: ‘custom-made’ krachtvoer

Probarn heeft de oplossing. Zij analyseren het ruwvoer en maken aan de hand daarvan een brok of muesli die ‘custom-made’ is voor de betreffende stal. Voer dat te veel of te weinig van bepaalde vitamines en mineralen bevat kan onder meer blessures, verminderde vruchtbaarheid, eczeem en staartschuren, bot- en hoefproblemen in de hand werken. Daarbij zorgt een uitgebalanceerd voer voor betere prestaties, verhoogde weerstand en beter herstelvermogen.

Iedere paardenhouder weet het belang van kwalitatief hoogwaardig ruwvoer, omdat dat de basis van het rantsoen is. Maar weinig paardenhouders weten wat er in zit.

Meten is weten

Peter Poppelaars combineerde zijn praktische en theoretische ervaringen uit de paarden- en veehouderij samen met Probarn tot dit unieke concept. Poppelaars was zelf onder andere jarenlang bedrijfsleider bij stal Zegwaard. ‘De veehouderij loopt qua voermanagement al jaren voor op de paardenhouderij. Waar we in het paardenwereldje vaak handelen uit emotie of aannames is de intensieve veehouderij gebaseerd op feiten en cijfers. Iedere paardenhouder weet het belang van kwalitatief hoogwaardig ruwvoer, omdat dat de basis van het rantsoen is. Maar weinig paardenhouders weten wat er in zit. Of je nu ruwvoer wint van de schrale Veluwse zandgronden of de rijke Zeeuwse klei, maakt natuurlijk een groot verschil in samenstelling. Daarnaast is de kwaliteit van het ruwvoer de laatste jaren, door het veranderde mestbeleid, erg achteruit gegaan. Wil je dus echt weten wat er in ruwvoer zit, moet je het laten analyseren.’

Zo krijg je krachtvoer dat op maat gemaakt is voor jouw paard met als basis je eigen ruwvoer.

Maatwerk

‘Bij Probarn analyseren we het ruwvoer. Na de analyse kijken we per gebruik van het paard; sport of fokkerij, discipline en hoeveelheid arbeid, wat de behoeften zijn van het paard. Vervolgens bespreken we samen met de klant wat verder nog belangrijk is voor het paard, bijvoorbeeld als het paard te veel of te weinig energie heeft of er een vruchtbaarheidsprobleem is. Daarna stellen we het voer samen en persen we de benodigde vitaminen en mineralen in een brok of muesli, net wat je wilt. Zo krijg je krachtvoer dat op maat gemaakt is voor jouw paard met als basis je eigen ruwvoer. Deze brok of muesli compenseert of vult de hoeveelheid vitaminen en mineralen aan. Daarnaast geven wij een advies over de hoeveelheid kracht- en ruwvoer die per dag gevoerd kan worden. Aanvullend bieden wij persoonlijk contact en begeleiding voor optimale prestaties. Uiteraard moet je zelf ook blijven voeren met een goed oog. Dat wil zeggen blijf naar je paard kijken. Is het bijvoorbeeld te dik of te dun. Aan de hand daarvan voer je iets minder of meer kracht- en ruwvoer. Dit is dan ook geen probleem, omdat de verhoudingen van de voedingstoffen in het voer kloppen.’

Even praktisch

Maar wat nu, als ik maar twee paarden op stal heb? Of juist heel veel paarden heb waarbij de paarden verschillende behoeften hebben? Wat als ik mijn paarden hoofdzakelijk in de wei heb staan en alleen een beetje krachtvoer bijvoer? En moet ik iedere keer op nieuw de analyse laten uitvoeren als ik een nieuwe levering ruwvoer krijg? ‘Heb je maar twee paarden op stal, dan is dat geen probleem. Wij maken al op maat gemaakt voer vanaf een afname van 250 kilogram. Heb je juist veel paarden met allemaal verschillende behoeften, dan maken we een universele brok of -muesli voor deze paarden. Mochten de verschillen tussen de prestaties van de paarden dusdanig groot zijn dan kan Probarn makkelijk schakelen door de extra vitamines en mineralen los aan te leveren zodat deze eenvoudig gevoerd kunnen worden. Ook van het weidegras kunnen we een analyse maken om daar een passend krachtvoer bij te maken. Zelfs het water kunnen we analyseren. Wil je een brok of muesli maken die past bij het ruwvoer, zul je bij elke nieuwe levering ruwvoer uiteraard weer een analyse hiervan moeten maken.’

Duur?

‘Ons ‘custom-made’ paardenvoer klinkt misschien als een hele investering, maar niets is minder waar. We zien vaak dat bepaalde vitamines en mineralen weggelaten kunnen worden of veel minder gevoerd hoeven te worden. Bij het standaard krachtvoer betaal je hier wel voor terwijl het onnodig is. Bij ons is dat dus niet het geval. Daarbij kun je als je goed voert blessures, botproblemen enzovoorts juist voorkomen.’

Gevaar

Meestal voer je een ruwvoer met aanvullend een standaard krachtvoer en nog één of meerdere supplementen. Nu kan het bijvoorbeeld best zo zijn dat het ijzergehalte in het ruwvoer boven het gemiddelde is. Tel daarbij op de hoeveelheid ijzer uit het krachtvoer en het supplement, want daar zit ook vaak ijzer in, dan wordt het ijzergehalte wel erg hoog en kan dit zelfs vergiftigend werken.

Essentiële vitaminen en mineralen

Een ander gevaar is dat vitaminen en mineralen elkaar tegen kunnen werken. Te hoge gehaltes van sommige vitamines en mineralen voorkomen dat andere vitamines en mineralen, die wellicht al te weinig aanwezig zijn, opgenomen kunnen worden. Deze zorgen er dus voor dat essentiële vitaminen en mineralen niet hun werk kunnen doen.

Tekst: Carlijn de Boer

Ruwvoer

Ruwvoer is de basis voor een goed rantsoen. Zo stelt ook  Paardenarts en voedingsspecialist Veerle Vandendriessche. ‘Wat je aanvullend voert hangt het af van hoeveel energie je paard nodig heeft, dus wat je met hem doet. Soms zijn alleen wat extra vitaminen en mineralen genoeg. Want daarvan zit sowieso niet genoeg in ruwvoer, dat moet altijd worden aangevuld voor een optimale gezondheid.’

Maagzweren

Achter de schermen bij Pavo werken deskundige mensen, die dagelijks bezig zijn met hoe je met de juiste voeding de gezondheid van paarden optimaal kunt ondersteunen. Dierenarts Veerle is daar één van. Vooral de lastige vragen worden bij haar neergelegd. ‘Ik duik daar uitgebreid in en ga, als het nodig is, bij de mensen langs om de situatie ter plaatse te bekijken en te bespreken. Zo hadden we laatst een veulen dat door een aangeboren afwijking niet goed kon zuigen. Dat hebben we kunnen oplossen en dat is natuurlijk fantastisch als je zo’n beestje ziet opleven. En zo was er ook een renpaard dat moeilijk op gewicht bleef en gevoelig was voor maagzweren, maar wel zware prestaties moest leveren. Ook daar konden we een passende oplossing voor vinden.

 Een flinke schep krachtvoer vlak voor een wedstrijd is dus juist heel slecht voor een paard.

Te weinig ruwvoer

De vraag die ik het meeste krijg? Mijn paard blijft te mager. En meestal is dat het gevolg van teveel krachtvoer en te weinig ruwvoer.’ Ruwvoer wordt hoofdzakelijk afgebroken in de blinde darm en dikke darm van een paard. ‘Maar weinig mensen weten dat paarden hier de meeste energie uit halen en niet uit de vertering in de maag en dunne darm, zoals bij mensen het geval is. Een flinke schep krachtvoer vlak voor een wedstrijd is dus juist heel slecht voor een paard.’

Optimale gezondheid

Er is de laatste jaren meer aandacht voor de kwaliteit van ruwvoer. Steeds meer mensen raken er van doordrongen dat het verstandig is om een analyse, bijvoorbeeld de Pavo Ruwvoer Quickscan, te laten doen, zodat je iets weet over het gehalte aan energie, eiwit en suiker. Maar Veerle hoopt dat zich dit nog veel meer uitbreidt, bijvoorbeeld ook naar mensen die hun paard bij een pensionstal hebben staan, waar je vaak geen keuze aan voer hebt. ‘Daarbij hangt het af van hoeveel energie je paard nodig heeft, dus wat je met hem doet. Soms zijn alleen wat extra vitaminen en mineralen genoeg. Want daarvan zit sowieso niet genoeg in ruwvoer, dat moet altijd worden aangevuld voor een optimale gezondheid.’

Als je minder dan anderhalve kilo krachtvoer per dag geeft, krijgt een paard al te weinig vitaminen en mineralen.

Vergeten

Veerle zegt dat de rol van vitaminen en mineralen vaak wordt onderschat. ‘Als je minder dan anderhalve kilo krachtvoer per dag geeft, krijgt een paard al te weinig vitaminen en mineralen. Het is één van de facetten uit paardenvoeding waar te weinig aandacht aan wordt besteed. Het is onontbeerlijk dat paarden hier voldoende van binnen krijgen. Voor de gezondheid, maar ook om goede prestaties te kunnen leveren. Er is altijd veel aandacht voor training, maar dit wordt vaak vergeten. Hiermee is echt nog winst te behalen.’

Krachtvoer

Heeft een paard meer energie nodig dan hij via het ruwvoer binnenkrijgt, dan kun je dat aanvullen met krachtvoer. Er zijn tal van verschillende soorten. Veerle legt uit dat de keuze te maken heeft met het soort werk dat je met een paard doet. Heeft hij meer uithoudingsvermogen nodig of juist snelle, explosieve energie? Heeft je paard aanleg om dik te worden of blijft hij juist mager? Zelfs de leeftijd speelt een rol. ‘Het is wel belangrijk om het krachtvoer over zoveel mogelijk kleine porties per dag te verdelen. De maag van een paard is klein, die kan niet teveel tegelijk verwerken.’

Optimaler presteren

Hoe passender het rantsoen, hoe beter de gezondheid wordt ondersteund en hoe optimaler een paard kan presteren. ‘Als je het ingewikkeld vindt om uit te zoeken of jouw paard wel alles krijgt wat hij nodig heeft of als je je afvraagt of het rantsoen beter kan, dan kun je naar ons bellen en geven wij advies.’

Veerle Vandendriessche:

Veerle Vandendriessche deed haar opleiding diergeneeskunde aan de universiteit van Gent in België en werkte 9 jaar lang als dierenarts bij verschillende praktijken en klinieken in België en Nederland. Ze heeft zich gespecialiseerd in paardenvoeding en heeft aan aanvullende universitaire opleiding van drie jaar gevolgd om Europees specialist te worden. Als nutritionist geeft ze tegenwoordig onder andere advies over rantsoenen bij Pavo. Veerle komt niet uit een paardenfamilie, maar was zelf als klein kind al ‘besmet’ met het paardenvirus. ‘Ik kroop onder de omheining door om op pony’s te rijden. Zodra het mocht ging ik naar de manege en reed ik op paarden van vrienden.’ Vijftien jaar lang was ze als wedstrijdamazone actief. Ze heeft momenteel geen eigen paard, maar dat gaat er wel weer snel komen. ‘Binnen nu en vijf jaar zeker.’

Veerle Vandendriessche, foto: PAVO

 

Bron: PAVO

Foto: Remco Veurink

Onbeperkt gras eten is voor een paar dat gevoelig is voor insulineresistentie af te raden.

Insulineresistentie komt tegenwoordig veel meer voor dan vroeger. Ook het mogelijke nadelige gevolg ervan: hoefbevangenheid. Vast staat dat insulineresistentie met name bij sobere rassen in de zomermaanden een verhoogd risico geeft op hoefbevangenheid. Ook wel ‘weide-gerelateerde hoefbevangenheid’ genoemd. Brengt dat met zich mee dat sobere rassen geen weidegang meer mogen hebben? Of is dat iets te snel door de bocht? Wat kan je doen om gezondheidsrisico’s te verminderen?

Haver

Tijdens een college aan studenten van de Universiteit in Wageningen over de keuze aan ingrediënten voor paarden komt steevast de vraag waarom haver zo graag aan paarden wordt gevoerd. Waarschijnlijk is het ooit een keuze geweest die gebaseerd is op beschikbaarheid en prijs. Nu bevat haver in vergelijking met andere graansoorten wat specifieke kenmerken die ze iets beter voor het paard geschikt maken. Haver is een vezelrijk graan met een iets lager zetmeel en suikergehalte dan gerst of tarwe.

Lange werkdagen

De laatsten werden en worden meer voor humane consumptie gebruikt. Tijdens lange veldtochten nam het leger een soort gebakken graankoeken mee in de zadeltassen voor de paarden. Ze waren lang onderweg en de paarden hadden geen tijd om veel te grazen. Ook voor paarden op een boerenbedrijf gold dat zij lange werkdagen maakten. Daardoor hadden ze een hoge energiebehoefte, maar onvoldoende eettijd om dit met gras of hooi te voldoen. Vandaar de haverzak.

Veranderingen

Gezien de veranderingen in het houden en gebruiken van paarden wordt wel steeds duidelijker dat tegenwoordig maar weinig paarden zoveel werk verrichten dat het voer een hoog aandeel zetmeel en suikers moet bevatten. Toch bestaan de ingrediënten voor paardenvoer nog wel vaak uit granen en graanbijproducten. Zijn deze voeders wel geschikt voor paarden die niet veel werken óf voor paarden met verterings- of stofwisselingsklachten?

Alternatieven

In het uitgebreide assortiment paardenvoeders zijn tegenwoordig wel alternatieven te vinden, waar granen steeds vaker plaats maken voor vezelrijke ingrediënten, maar je moet dan wel goed zoeken en de labels lezen. Behalve dat overmatig zetmeel kan leiden tot verteringsklachten, kan de opname van veel glucose in het bloed (door afbraak van zetmeel en suikers in de dunne darm) effect hebben op de insulinehuishouding. Zeker als de spieren weinig hoeven te doen, kan de insulinegevoeligheid afnemen en is insulineresistentie een nadelig gevolg van een dieet met veel zetmeel en suikers.

Suikerrijk

Voor paarden en pony’s die sober van aard zijn, geldt dat zij aanleg hebben om insulineresistentie te ontwikkelen. Is dat eenmaal aan de hand, dan moet het rantsoen, afhankelijk van de oorzaak, aangepast worden. Niet alleen krachtvoer moet dan onder de loep genomen worden, ook ruwvoer kan suikerrijk zijn!

Hoefbevangen
Typische stand van een hoefbevangen pony

Hoefbevangenheid

Insulineresistentie komt tegenwoordig veel meer voor dan vroeger. Ook het mogelijke nadelige gevolg ervan: hoefbevangenheid. Veel wetenschappelijk onderzoek houdt zich hiermee bezig. Daaruit kunnen een aantal conclusies getrokken worden, maar nog veel blijft onbekend over de oorzaak en het mechanisme. Vast staat dat insulineresistentie met name bij sobere rassen in de zomermaanden een verhoogd risico geeft op hoefbevangenheid. Ook wel “weide-gerelateerde hoefbevangenheid” genoemd. Brengt dat met zich mee dat sobere rassen geen weidegang meer mogen hebben? Of is dat iets te snel door de bocht? Wat kan je doen om gezondheidsrisico’s te verminderen?

Insuline

Wat is insulineresistentie?Insulineresistentie is een situatie waarin het effect van insuline is verminderd. Insuline is nodig om glucose te transporteren van het bloed naar de weefsels. Na het eten van een zetmeel- en suikerrijke maaltijd stijgt het glucosegehalte in het bloed, wat een signaal is voor betacellen in de eilandjes van Langerhans van de alvleesklier om het hormoon insuline te maken. Insuline is de sleutel van het slot, waardoor het deurtje opengaat om glucose de bloedbaan te laten verlaten naar spier- of vetweefsel. Bij insulineresistentie past de sleutel niet goed op het slot. Het duurt langer voordat het deurtje opengaat.

Vetophopingen

Meer insuline is nodig om uiteindelijk toch de glucose naar de weefsels te krijgen, waar het als energiebron gebruikt wordt (of in vet wordt omgezet). Sommige weefsels nemen glucose op zonder tussenkomst van insuline. Door de insulineresistentie verandert de verdeling van glucose in het lichaam. Op korte termijn kan dit een gewenst effect zijn als bepaalde lichaamsdelen meer glucose nodig hebben (normale of fysiologische insulineresistentie). Maar langdurige insulineresistentie kan leiden tot vermagering ondanks dat er ook vetophopingen ontstaan. Langdurige insulineresistentie is nadelig voor de energievoorziening van het paard, het kan de betacellen uitputten (minder insulineproductie) en de hoge stijging van insuline in het bloed kan leiden tot hoefbevangenheid.Vooral dit laatste is een groot probleem dat veel gezien wordt bij paarden en pony’s in de zomermaanden. Dit heeft te maken met de combinatie van paarden en pony’s met insulineresistentie en gras met, soms plotseling, hoge suikergehalten.

Welke paarden krijgen insulineresistentie?

1. Sobere rassen hebben een erfelijke aanleg om zuinig met energie om te gaan.

Ze hebben minder energie nodig voor dezelfde prestaties als niet-sobere rassen. Oftewel bij dezelfde energieopname is er eerder sprake van een overschot en omzetting in vetreserves. Overgewicht kan insulineresistentie veroorzaken als gevolg van de productie van te veel ontsteking stimulerende stoffen door het vetweefsel. Niet elk paard met overgewicht krijgt insulineresistentie. Als je wilt weten of je te dikke paard een vergroot risico heeft om hoefbevangenheid te krijgen kan je overwegen insulineresistentie door je dierenarts te laten testen. Aan de andere kant is overgewicht een niet gezonde situatie voor het paard en is het beter het paard te laten vermageren. Hierdoor zal de insulineresistentie vaak verdwijnen.

2. Ook oudere paarden kunnen een overschot aan ontsteking stimulerende stoffen genereren.

Dit als gevolg van verouderingsprocessen en hebben daarmee een verhoogd risico op insulineresistentie.

3. Paarden en pony’s met PPID (Pituitary Pars Intermedia Dysfunction)

Zij produceren een overmatige hoeveelheid corticosteroïden. In overschot leiden deze hormonen tot insulineresistentie. Een behandeling kan de productie van corticosteroïden en de mate van insulineresistentie verminderen. Omdat PPID en veroudering vaak samengaan is het mogelijk dat de insulineresistentie blijvend is.

4. Heel veel krachtvoer geven is een oorzaak van insulineresistentie

Of dat in de praktijk een veelvoorkomende oorzaak is, is de vraag. De paarden die veel krachtvoer krijgen zijn meestal niet van een sobere ras en moeten vaak ook hard werken. Inspanning vermindert het risico op insulineresistentie.

5. Veel suikerrijk ruwvoer (en krachtvoer) kan een mogelijke risico factor zijn om insulineresistentie te ontwikkelen bij sobere rassen

Gras kan suikerrijk worden onder bepaalde weer- en groeiomstandigheden. Ook hooi en kuilvoer kunnen een hoog aandeel suikers bevatten.

6. Equine Metabolic disease

Equine Metabolic disease wordt beschreven als een aandoening van vooral sobere rassen, soms met overgewicht, die insulineresistentie hebben en gevoelig zijn voor hoefbevangenheid.

Hoe merk je het aan je paard?

De verschijnselen van insulineresistentie zijn niet direct overduidelijk zichtbaar. Vaak zijn het geleidelijke veranderingen. De conditie vermindert, de vetophopingen zijn opvallend, vaak is het vet in de nek hard en stevig. Bij PPID kan de vacht veranderen, krijgt het paard langere haren en verhaart het minder makkelijk in het voorjaar. En natuurlijk het krijgen van hoefbevangenheid. Ook dat kan in gradaties optreden. De hoefsmid ziet soms al veranderingen in de witte lijn van de hoef (foto) voordat het paard zichtbaar kreupel loopt. Paarden die eerder hoefbevangenheid hebben gehad kunnen reageren op suikerrijk voer, door meteen weer kreupel of stijf te lopen of door warme hoeven. Soms kan je een kloppend bloedvat in de kootholte voelen. Je dierenarts kan insulineresistentie bepalen door middel van bloedonderzoek. Soms is deze bepaling vaker nodig om zekerheid te krijgen.

Hoefbevangenheid
Veranderingen in de witte lijn op de hoef duidt op hoefbevangenheid

Is insulineresistentie te behandelen?

Insulineresistentie is eigenlijk geen aparte ziekte. Maar meer een gevolg van andere oorzaken. Onder normale omstandigheden krijgt een paard tijdelijk te maken met insulineresistentie in geval van een ernstige ontsteking of ziekte én tijdens de laatste maanden van de dracht. De functie van deze tijdelijke insulineresistentie is om de glucosewaarden in het bloed te verhogen om zo bepaalde gebieden van extra energie te voorzien (bijvoorbeeld het veulen). In deze perioden is het niet zinvol insulineresistentie te testen (ook niet bij acute hoefbevangenheid dus!). Deze insulineresistentie is tijdelijk van aard en geeft geen nadelige gevolgen.

Chronische insulineresistentie

Chronische insulineresistentie geeft wel nadelige gevolgen en moet als het kan bestreden worden. Dit kan bijvoorbeeld door het rantsoen aan te passen én het glucose verbruik te stimuleren, zoals meer beweging geven. Dat laatste kan uiteraard alleen als er nog geen sprake is van ernstige hoefbevangenheid. Daarnaast geeft verminderen van de vetmassa, oftewel vermagering, ook vermindering van insulineresistentie. Voor PPID is een medicijn beschikbaar die ervoor zorgt dat er minder corticosteroïden worden geproduceerd. Vermindering van insulineresistentie is dan het gevolg. Zowel bij vermagering na obesitas als bij behandeling van PPID kán het echter zijn dat de insulineresistentie niet verdwijnt. De rol van regelmatig beweging geven in de behandeling van insulineresistentie wordt nog weleens vergeten. Spieren nemen glucose op met behulp van een receptor die insulineafhankelijk is. Maar tijdens inspanning nemen de spieren ook glucose op zonder tussenkomst van insuline. Dit kan een manier zijn om de hoge glucosewaarden in het bloed te laten dalen.

Beweging

Niet alle paarden met insulineresistentie hebben langdurig hoge glucose bloedwaarden. Door de insulineproductie te laten stijgen, lukt het vaak om de glucosewaarden op een gezond peil te houden. Maar een tweede positief effect van inspanning is dat de gevoeligheid van de insulinereceptor toeneemt en de insulineresistentie dus vermindert. Voor de mens geldt als advies bij insulineresistentie (voorloper van diabetes type 2) om dagelijks 30 minuten aan sport te doen. Veel paarden in Nederland bewegen erg weinig en worden niet dagelijks getraind. Waarschijnlijk is onvoldoende beweging een zeer belangrijke factor, samen met het soms suikerrijke rantsoen én het toenemend aantal paarden met overgewicht, voor het stijgende aantal paarden met insulineresistentie!

Welke voedermiddelen zijn geschikt?

Haver, gerst, tarwe en mais zijn voedermiddelen of ingrediënten van krachtvoer met een hoog zetmeel en suikergehalte. Of het teveel is voor het paard hangt onder meer af hoeveel je voert. En dan zelfs nog hoeveel je per maaltijd voert. Voor paarden met insulineresistentie geldt een eis aan de hoeveelheid zetmeel en suikers per maaltijd van maximaal ca. 0,3 g per kilogram lichaamsgewicht. De eis is niet op nul gesteld. Ten eerste omdat er bijna geen voedermiddelen zijn die geen zetmeel of suikers bevatten, ten tweede omdat een paard wel glucose kan gebruiken, als het maar gelimiteerd is.

voeding paard
Krachtvoer: zorg dat je weet wat de samenstelling is

Krachtvoer nodig?

Basisbrok bevat meestal rond de 250 (tot 350) gram zetmeel en suikers per kilogram. De adviesdosering ligt rond de 2-3 kilogram per dag voor een paard van 600 kg. Daar zijn de gehalten aan mineralen en vitaminen op aangepast. Om de limiet van 0,3 g Z&S/kg LG/maaltijd aan te houden, zou je dit paard 3 tot 5 keer per dag moeten voeren. Bevat het krachtvoer meer Z&S dan nog vaker! De vraag is of je paard krachtvoer nodig heeft. Met alleen ruwvoer zijn veel paarden prima op een gezond gewicht te houden. Maar ook ruwvoer bevat suikers. Ruwvoer neemt een paard geleidelijk op. Daarom is de eis van 0,3 g Z&S/kg lg/maaltijd is hier niet van toepassing. Wel is er een maximale hoeveelheid suikers toegestaan in ruwvoer voor paarden met insulineresistentie. Aan het voer kan je dit niet beoordelen zonder analyse. De totale suikerfractie in de analyse mag niet meer zijn dan 10-12% van de droge stof (100-120 g/kg ds).

Body Condition Score
Bron: Bonpard

Gras

Onder bepaalde omstandigheden komen hogere gehalten voor in gras, kuilvoer en hooi. Deels ook afhankelijk van het soort gras. Gebruik voor paardenweiden speciaal samenstelde graszaadmengsels, die produceren minder suiker dan graszaden voor koeienweiden. Maar ook deze paardenweiden kunnen hogere suikergehalten krijgen, vooral als het gras stress heeft en niet kan groeien. Zoals tijdens droogte of door gebrek aan stikstof (bemesting). Omdat het niet is te meten en suikergehalten dagelijks of zelfs per uur kunnen veranderen, geldt voor paarden met insulineresistentie een streng weidebeleid. Beperkte weidegang, eventueel met graasmasker, op bepaalde uren van de dag en in geval van extra risico (droogte) geen weidegang.

Zelf rantsoen samenstellen

Dan zijn er nog de enkelvoudige voedermiddelen waar je zelf een rantsoen mee kan samenstellen of die je als extra kan geven. Ook daarvoor kijk je naar de zetmeel en suikergehalten die het bevat en de dosering die je wilt geven of het mogelijk is. Omdat je meestal combinaties maakt, zal een rantsoenberekening nodig zijn of het geheel voldoet aan de zetmeel&suiker eis, maar ook aan de mineralen- en vitaminenbehoefte van het paard.

 

Tabel Zetmeel en suikergehalte (per kg droge stof en per kg vers product) in enkelvoudige voedermiddelen
Droge stofgehalte Z&S per kg droge stof Z&S per kg vers product
bietenpulp 898 87 78 (ca 15 g in 1 kg geweekte pulp)
zemelen 883 235 208
wortelen 113 345 39
Lijnzaad 913 50 46
Plantaardige olie 995 0 0
haver 889 465 413

 

Tabel Suikergehalten in ruwvoersoorten
Droge stofgehalte per kg Suikergehalte per kg droge stof variatie
Hooi, grof 867 56 11-95
Hooi, gemiddeld 850 103 48-160
Hooi, fijn 834 124 57-197
Kuilvoer, grof 717 77 17-140
Kuilvoer, gemiddeld 667 101 27-178
Kuilvoer, fijn 565 109 11-202
Gras, standweide 177 96 32-240
Luzerne (Hartog) 830 67

 

Insulineresistentie, wat kan je wel voeren?

Omdat insulineresistentie meestal niet alleen komt en omdat het rantsoen afhankelijk is van de situatie waarin het paard zich momenteel bevindt zijn er meerdere situaties denkbaar.

Situatie 1: IR door overgewicht Om de insulineresistentie én het risico op hoefbevangenheid te verbeteren moet het paard gewicht gaan verliezen.

Minder eten en meer bewegen klinkt eenvoudig, maar blijkt in de praktijk toch een zware dobber. Het proces gaat enkele maanden duren. Dat vergt een goed aanvalsplan wat voor (met name) de eigenaar vol te houden moet zijn en succes garandeert. Niets zo frustrerend als langdurig je best doen zonder resultaat. Of met een verkeerd resultaat. Je kan namelijk een paard laten vermageren door gewoon heel weinig te voeren, maar daarmee riskeer je spierverlies, gevoeligheid voor infecties (minder weerstand), stalondeugden (verveling) en zelfs maagzweren! Het plan bevat een uitgebalanceerd dieet met beperkt energie, voldoende vezels, eiwit en mineralen en vitaminen. Omdat het rantsoen weinig energie bevat, is het automatisch ook laag in zetmeel en suikers. Een opbouwend trainingsschema vergroot de energiebehoefte, stimuleert vetzuurverbranding en verbetert de insulinegevoeligheid. Schakel geleidelijk over naar een energiearm dieet, neem daar 2 weken de tijd voor. Plotseling minder energie geven kan namelijk een vetstofwisselingsstoornis geven, en dat loopt vaak slecht af. Laat het dieet door een deskundige samenstellen. De dierenarts heeft een speciaal voer wat gemaakt is om paarden gezond te laten vermageren (Bonpard Non-obesitas). De body condition score verandert in het begin nog niet veel. Dit komt omdat het paard ook in de buik een vetreserve heeft, die je niet ziet en dus ook niet ziet verminderen. Volhouden en uiteindelijk zal ook de vetlaag onder de huid afnemen en kan je de ribben beter voelen. Laat voor de zekerheid de insulineresistentie testen om zeker te weten dat dit is verbeterd. En natuurlijk blijf je nu goed op de body condition score letten en hou je je paard lekker in beweging.

Situatie 2: IR door PPID Is PPID de boosdoener van de insulineresistentie, dan kan dit nog overgaan als je paard medicijnen krijgt.

De medicijnen genezen het paard niet van PPID, maar zorgen wel voor een betere hormonale balans en daarmee vermindering van insulineresistentie. Het medicijn is dus geen kuur maar een blijvende dagelijkse toediening. Deze paarden hebben vaak last van vermagering. Is de insulineresistentie weg dan is heel suikerarm gras of hooi niet nodig. Toch blijft het opletten met weidegang en krachtvoer. Geef een gemiddelde kwaliteit ruwvoer, hooi of droog kuilvoer (‘haylage’, droge stofgehalte rond 60-65%). En een vetrijk krachtvoer met relatief laag zetmeel en suikergehalte (minimaal 6% ruw vet en maximaal 250 g Z&S) (Bonpard Muscle).

Situatie 3: IR door veroudering.

Dit gaat meestal ook gepaard met vermagering. Door gebitsproblemen kan ruwvoer nu een probleem worden om goed te kauwen. Gras is vaak wel mogelijk. Een duivels dilemma dus. In de ochtenduren is het gras minder suikerrijk (behalve na nachtvorst). De snelheid van grasopname zal redelijk laag zijn, daarmee zijn ook minder hoge suikerpieken (en insulinepieken) in het bloed te verwachten. Maar geef naast beperkte weidegang ook extra energie in de vorm van een speciaal seniorvoer, bijvoorkeur in meerdere porties per dag. Met extra vezels, vetten plus een aangepaste dosering mineralen en vitaminen om de gezondheid en weerstand te ondersteunen. (Bonpard Senior)

Situatie 4: IR en geen andere afwijkingen (eventueel vetophoping zonder echte obesitas) kan een gevolg zijn van eerder overgewicht.

Soms verdwijnt de insulineresistentie namelijk niet. Beperking in energie en voeropname is nu niet meer nodig. Maar wel beperking in de opname van zetmeel en suikers. Wederom is weidegang een risico. Met een graasmasker verminder je de opnamesnelheid en zou je het paard toch enkele uren weidegang kunnen geven. Het hooi kan je laten analyseren. Is het hooi iets te suikerrijk (tot ca 125-135 g suiker/kg ds) dan kan dit voldoende verlagen door het ongeveer 30-60 minuten in (warm) water te laten weken. Let op dat je dan ook een vermindering krijgt van eiwit, mineralen en vitaminen. Met een berekening van de combinatie aan voedermiddelen in het totale dagrantsoen weet je wat en hoeveel je moet aanvullen. Voor situatie 2-4 is extra beweging altijd een manier om de insulinegevoeligheid te verbeteren. Een topprestatie is niet nodig, maar minimaal 30 minuten flink aan de wandel kan al bevorderlijk zijn. Alles wat meer kan is meegenomen.

Situatie 5: IR en hoefbevangenheid

Heeft het paard of de pony hoefbevangenheid dan is de mogelijkheid tot extra beweging in eerste instantie zeer beperkt. Met speciaal beslag en afhankelijk van de ernst is later werk wel weer mogelijk. In de acute fase zal de dierenarts pijnstillers geven en advies hoe en waar het paard te stallen. Omdat het paard nu een (soms zware) acute ontsteking heeft is extra zorg nodig om voldoende ondersteunende voedingsstoffen te geven. Zet nu het paard niet op een streng vermageringsdieet, maar voer het voldoende met in water geweekt ruwvoer (1,25-1,5 kg ds per 100 kg lichaamsgewicht per dag) eventueel wat extra luzerne om voldoende eiwit te geven plus een supplement met mineralen en vitaminen. Is de acute fase voorbij dan kan een te dik paard op een vermageringsdieet gezet worden. Is het paard in normale conditie, dan is “suikercontrole” erg belangrijk. Alleen producten met weinig suikers geven en de hoeveelheden in meerdere porties over de dag verdelen. Het belangrijkste blijft het ruwvoer. Probeer een geschikte kwaliteit te vinden en daar een grote voorraad van in te slaan. Geef je daarnaast een mineralen en vitaminen supplement dan kan dit een compleet rantsoen opleveren. (Bonpard Forage).

Extra supplementen

Als je zeker weet dat het paard voldoende krijgt wat nodig is, is het de vraag of extra toevoegen van specifieke voedingsstoffen (magnesium en/of chroom bijvoorbeeld) verbetering gaat opleveren van de insulineresistentie. Veel rantsoenen van paarden die weinig krachtvoer krijgen kunnen te laag zijn in sommige mineralen, vitaminen en spoorelementen. Uiteraard verdient dat verbetering. Niet van één element, maar van alle noodzakelijk voedingsstoffen. Maar bevat het rantsoen wel alle voedingsstoffen, dan is extra niet altijd beter. Als je supplementen wilt gebruiken, zorg dan dat het veilig is en niet leidt tot tekorten of overschotten van andere elementen.

 

Tekst: Anneke Hallebeek, dierenarts, specialist veterinaire diervoeding
Foto’s: Anneke Hallebeek, Shutterstock

0 72
graasmasker

Een graasmasker kan ervoor zorgen dat snelle eters minder risico lopen op een slokdarmverstopping. Het hulpmiddel is echter ontwikkeld om de snelheid bij het grazen te verminderen, maar is het ook werkzaam bij het eten van krachtvoer?

Een groep Amerikaanse onderzoekers besloot dit te onderzoeken. Acht volwassen paarden werden in individuele stallen geplaatst. De dieren kregen vijf achtereenvolgende dagen een halve kilo krachtvoer in een ovale kom voorgeschoteld. Zij kregen tien minuten de tijd om deze met graasmasker te verorberen, waarna de wetenschappers analyseerden hoeveel voedsel overbleef.

De conclusie: een graasmasker is ook werkzaam bij het eten van krachtvoer. ‘Een graasmasker is een uitstekende manier om paarden die gevoelig zijn voor slokdarmverstopping, langzamer te laten eten. We hebben een nieuwe studie in de planning om de kennis rond verschillende types graasmaskers te vergroten,’ aldus een woordvoerder.

Bron: Hoefslag/TheHorse

Foto: Remco Veurink

0 1785

De een doet het vaker dan de ander: het rantsoen veranderen. Hierbij kan zowel de hoeveelheid als de soort voer worden aangepast, en zowel ruwvoer als krachtvoer. Zo’n voerwissel kan een grote impact hebben op het spijsverteringsstelsel, zeker wanneer het een verandering in ruwvoer betreft. Vooral de darmflora moet wennen aan een nieuwe voersamenstelling. Maar ook de spijsverteringsorganen hebben even tijd nodig om hun enzymproductie aan te passen en de spijsvertering weer optimaal te laten verlopen.

Langzaam!

Het hoort bij de basis van goed voeren en kan niet vaak genoeg worden herhaald: voer een rantsoenverandering altijd langzaam door. Een plotselinge verandering geeft een groot risico op spijsverteringsstoornissen, van diarree tot koliek tot zware hoefbevangenheid. Trek altijd minimaal twee weken uit voor een voerwissel, waarin je het oude rantsoen geleidelijk afbouwt en het nieuwe introduceert.

Krachtvoer/ruwvoer

Sommige mensen wisselen regelmatig van krachtvoer en trekken hier de nodige tijd voor uit. Ruwvoer is echter de hoofdmoot in de meeste rantsoenen (dat zou moeten, in ieder geval) en heeft vaak een grotere impact bij veranderingen dan krachtvoer. Wisselen van hooi naar kuil of andersom of van de ene batch naar de andere kan heel snel tot bijvoorbeeld diarree of koliekachtige verschijnselen leiden. Het afwisselend voeren van verschillende types ruwvoer kan sommige paarden zelfs chronisch ziek doen lijken, terwijl de oorzaak simpelweg bij het voermanagement ligt.

Wissel niet te vaak

Aangezien ruwvoer per batch/levering enorm kan verschillen qua samenstelling, wordt je paard hoe dan ook regelmatig aan voerwissels blootgesteld. Praktisch is het vaak onmogelijk om voor een ruwvoerwissel twee weken uit te trekken. Met het oog op deze regelmatige mogelijke verstoring van de spijsvertering is het aan te raden om het krachtvoer zoveel mogelijk hetzelfde dan wel vergelijkbaar te houden. Het spijsverteringssysteem wordt hierdoor minder zwaar belast.

Ook de overgang van stal (in winter/herfst) naar wei (in voorjaar/zomer) is een voerwissel die langzaam geïntroduceerd moet worden. Op stal eten paarden over het algemeen wat armer en vooral veel droog voer, terwijl op de wei het voer (gras!) ineens heel vocht- en voedingsrijk is. Bij veel paarden leidt deze overgang, wanneer deze te snel wordt uitgevoerd, tot spijsverteringsproblemen.

Lees meer over de overgang van droogvoer naar weidegras.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

0 2704

Vroeger dacht men dat eiwit de veroorzaker was van hoefbevangenheid. Ook al is ondertussen onomstotelijk bewezen dat niet eiwit, maar suikers hieraan ten grondslag liggen, de angst voor eiwit is blijven bestaan. Een teveel aan eiwit in het rantsoen zou problemen veroorzaken zoals dikke benen, eiwitbulten, etc. Het is waar dat een gróót overschot aan eiwit in het rantsoen vermeden moet worden. Paarden kunnen echter ruim drie keer hun behoefte aan eiwit prima verdragen. En bovendien: een eiwittekort leidt veel sneller tot ernstigere problemen.

Problemen door eiwittekort!

Tegenwoordig hebben veel meer paarden een probleem door eiwittekort, voornamelijk door veranderingen en trends in krachtvoeders, maar ook ruwvoer speelt een rol. Structuurrijk, arm hooi is bijvoorbeeld erg arm aan eiwit. Voer je daarnaast ook nog eens weinig tot geen (eiwitarm) krachtvoer, dan is de kans op een eiwittekort, ook bij sobere rassen, groot.

Een eiwittekort heeft belangrijke gevolgen

Eiwitten zijn noodzakelijk als bouwstof voor de spieren en vervullen daarnaast nog tal van functies in het lichaam. Wanneer een paard te weinig eiwitten binnenkrijgt, zal de spieropbouw stagneren of zal het paard zelfs spiermassa verliezen. Wanneer het eiwittekort lange tijd speelt, kunnen ook overige functies, zoals de aanmaak van verteringsenzymen en hormonen, hieronder lijden, met alle gevolgen van dien.

De eiwitkwaliteit is ook belangrijk

Een eiwittekort is vaak meer een tekort aan bepaalde aminozuren (de bouwstoffen van eiwitten) dan aan eiwit op zich. Dit kan betekenen dat het totale eiwitgehalte in het rantsoen hoog genoeg is, maar dat de kwaliteit van het eiwit, de verteerbaarheid en het aminozurenprofiel (welke aminozuren in welke mate aanwezig zijn), niet voldoende zijn. Dit kan worden opgelost door een hoogwaardig aminozurensupplement bij te voeren, of voor een beter, rijker ruwvoer en krachtvoer te kiezen.

De materie rondom tekorten en overschotten aan eiwitten en aminozuren is complex, maar laat je niet verleiden om je te concentreren op een zo laag mogelijk eiwitgehalte in het rantsoen. Voor veel paarden, en zeker voor sobere rassen, is een laag suiker- en zetmeelgehalte een veel belangrijker aandachtspunt.

Lees meer over eiwit.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

Foto: Remco Veurink

0 1918

De meeste paardeneigenaren weten het wel, toch gebeurt het in de praktijk nogal eens anders: je kunt een paard beter geen krachtvoer geven op een lege maag. Beter is het om eerst wat ruwvoer te geven, o.a. om de speekselvorming en de rest van het spijsverteringsstelsel op gang te laten komen.

1. Krachtvoer ligt ‘zwaar op de maag’

Krachtvoer is te droog; het bevat meer droge stof dan hooi en stro. Het vraagt ook maar weinig kauwactiviteit, waardoor de speekselvorming slechts matig op gang komt en er dus niet veel vocht aan de voedselbrij wordt toegevoegd. Omdat de maag het voer pas doorlaat naar de dunne darm als het voldoende ‘vochtig’ is, blijft krachtvoer relatief lang in de maag. Ondertussen moeten alle spijsverteringsorganen nog worden aangezwengeld, waardoor het eerste deel van de vertering nog niet optimaal verloopt, wat verderop in het spijsverteringsstelsel tot problemen kan leiden.

2. Krachtvoer verzuurt

Speeksel is een belangrijke verdunner van het maagzuur. Omdat er bij een krachtvoermaaltijd weinig speeksel wordt gevormd, wordt het maagzuur minder verdund en wordt de zuurgraad hoger (de pH lager). Daarbij bevat krachtvoer veel zetmeel, wat deels door de bacteriën in de maag wordt omgezet in zuren, die ook weer bijdragen aan het verzurende effect. Deze verzuring kan op termijn leiden tot irritatie van het maagslijmvlies en maagzweren.

3. Ruwvoer verzadigt

Wanneer een paard eerst wat ruwvoer heeft gehad, heeft hij alvast wat in zijn maag en zal hij minder gulzig zijn krachtvoer naar binnen werken. Bovendien zorgt het ruwvoer ervoor dat de spijsverteringsorganen op gang komen, waardoor de vertering van het krachtvoer vervolgens beter verloopt en minder snel tot problemen leidt.

Lees meer over voeren op een lege maag.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

Foto: Remco Veurink

0 1560

Iedere voerleverancier is verplicht om op een verpakking krachtvoer de houdbaarheid te vermelden. Per leverancier, type product en verpakking kan verschil zitten in hoeveel maanden het voer vermeend ‘goed’ blijft. De meeste brok- en muesliproducten krijgen een houdbaarheid van zes maanden mee. Wat gebeurt er met het voer na verloop van tijd en waarom zou je het binnen de houdbaarheid moeten gebruiken?

Schimmelvorming en bacteriegroei

Muesli en brok zitten meestal ergens tussen de 8-12% vocht. Vooral dit vocht, maar ook de reinheid van de grondstoffen en de fabriek waar het voer gemaakt wordt, zijn bepalend voor hoe snel schimmels en bacteriën vat krijgen. Ook de opslag van het voer is hierbij van belang (vandaar de opmerking ‘koel en droog bewaren’). Vaak wordt een zurenmengsel aan het product toegevoegd om schimmelgroei te remmen. Zo’n mengsel bevat vaak een aantal natuurlijke zuren (sorbinezuur, propionzuur) die voor het paard totaal geen kwaad kunnen, maar wel erg effectief werken tegen schimmelvorming.

Oxidatie

Zuurstof in de lucht reageert met bijna alles waarmee het in aanraking komt. Dit proces wordt oxidatie genoemd. Vooral onverzadigde vetzuren (uit plantaardige olie bijvoorbeeld) zijn gevoelig voor oxidatie; deze worden ranzig na verloop van tijd, waarbij onaangename geuren en smaken vrijkomen en de voedingswaarde daalt. Antioxidanten helpen oxidatie tijdelijk voorkomen, waarbij natuurlijke antioxidanten, zoals vitamine E en vitamine C, relatief snel hun functie verliezen. Daarom worden soms synthetische antioxidanten, zoals BHA en/of BHT ingezet. Hiervan bestaat echter de verdenking dat ze kankerverwekkend zijn (bij mensen).

Teruglopen vitaminegehaltes

Door blootstelling aan licht en lucht (zuurstof) lopen de vitaminegehaltes in het voer sterk terug. Vooral vitamine A is gevoelig voor oxidatie, maar ook vitamine C en E raken door oxidatie ‘opgebruikt’, waardoor er steeds minder ten goede komt van het paard. Ook chemische reacties tussen vitamines en mineralen kunnen ervoor zorgen dat het voer na verloop van tijd lagere gehaltes heeft. Een voorbeeld hiervan is choline chloride (bron van vitamine B4), dat zeer reactief is en andere vitamines en mineralen ‘opeet’.

De houdbaarheid die een product meekrijgt, is afhankelijk van een aantal factoren die niet moeten worden onderschat. Mensen hebben graag een ‘natuurlijk’ voer zonder conserveringsmiddelen (zoals een schimmelremmer of antioxidanten), maar dit heeft gevolgen voor de houdbaarheid van een product. Verder is het aan te raden om het voer niet te lang te laten liggen; hoe sneller je het voert, hoe meer jouw paard er van profiteert.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

Foto: Remco Veurink

0 1148

Wanneer een normaal krachtvoer wordt gevoerd, bevat het rantsoen veel granen en is daardoor zetmeelrijk. Het zetmeel dient als energiebron, die voornamelijk wordt gebruikt bij inspanning. Vetten, bijvoorbeeld uit plantaardige olie, zijn een meer geconcentreerde bron van energie, met een andere werking in het paardenlichaam. Zo worden bij de verbranding van vetten voor energie geen afvalstoffen geproduceerd en maakt vet, in tegenstelling tot zetmeel, een paard niet ‘heet’. Hieronder vier situaties waarin een vetrijk rantsoen een uitkomst kan zijn.

1. Duursport (bijv. endurance)

Vet levert per gram drie keer meer energie dan zetmeel. Bovendien kunnen paard vet veel efficiënter verteren en omzetten dan zetmeel, waardoor er minder kans is op verteringsproblemen. Paarden die in de wedstrijdsport lopen in bijvoorbeeld endurance (foto) of mennen, hebben voordeel bij een vetrijk rantsoen, omdat er met relatief weinig voer veel energie geleverd kan worden en tijdens inspanning minder afvalstoffen ontstaan die vermoeidheid in de spieren veroorzaken.

2. ‘Hard keepers’ en senioren

Hard keeper is een Engelse uitdrukking voor een paard dat moeilijk op gewicht te houden is. Senioren vallen ook vaak in deze categorie. Ook voor deze paarden is een vetrijk rantsoen geschikt. Vaak zijn eigenaren geneigd om zo’n paard extra krachtvoer te geven, maar als het krachtvoer zetmeelrijk is, is de kans op verteringsproblemen groot. Met een vetrijk rantsoen kan met minder voer dezelfde hoeveelheid energie aangeboden worden en bovendien is vet een ‘veilige’ energiebron: paarden kunnen het heel efficiënt verteren, waardoor de kans op verteringsproblemen nihil is.

3. In een graanvrij rantsoen voor sportpaard

Graanvrij of zetmeelvrij voeren wordt steeds populairder, ook voor sportpaarden. Sportpaarden kunnen op zo’n rantsoen (onbeperkt ruwvoer met eventueel bietenpulp of graanvrij krachtvoer) een tekort krijgen aan energie. Door dagelijks plantaardige olie (tot 300 mg p/dag) of een vetsupplement aan het rantsoen toe te voegen (bijvoorbeeld door de bietenpulp mengen), wordt het energietekort aangevuld.

4. Stijfheid/spierbevangenheid/typing-up

Wanneer een paard snel last heeft van zijn spieren, tijdens of na het werk, betekent dit in de meeste gevallen dat er geen goede warming up is gedaan. In sommige gevallen betekent het echter dat er iets mis is met de koolhydraatstofwisseling in de spieren of de afvoer van melkzuur (de afvalstof na verbranding van koolhydraten in de spieren). Omdat er bij de verbranding van vet geen melkzuur wordt geproduceerd, is een vetrijk rantsoen zeer geschikt voor paarden die snel spierbevangen zijn of bijvoorbeeld lijden aan (de erfelijke vorm van) tying-up ((R)ER, (recurrent) exertional rhabdomyolysis).

Het metabolisme van een paard heeft tijd nodig om te wennen aan een vetrijk rantsoen, zeker in het geval van een ruime toevoeging (vanaf 50ml per dag) van plantaardige olie. Introduceer een vetrijk rantsoen altijd langzaam; bouw in ongeveer twee weken op naar de uiteindelijk hoeveelheid. De meeste paarden moeten even wennen aan de smaak en een plotseling overgang naar een vetrijk rantsoen kan leiden tot vetdiarree.

Lees meer over een vetrijk rantsoen.

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

Volg ons!

103,192FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer