Tags Posts tagged with "karakter"

karakter

Koosje Mulders - Las Vegas
Koosje Mulders - Las Vegas CDI Zeeland Outdoor 2017 © DigiShots

De vorige keer vertelde ik al dat mijn paarden Wim en Las Vegas heel verschillend van elkaar zijn, maar dat ik dat juist super leerzaam vind. Daarom schrijf ik een klein serietjes blogs, waarin ik vertel wat ik dan zoal heb opgestoken van mijn lievelingsmonsters, want monsters zijn het af en toe echt.

In deel 1 en 2 legde ik uit hoe zij mijn beoordeling van een goed dressuurpaard hebben veranderd (en wie weet verbeterd) en wat hun verschillende bouw van mijn rijderij verlangt. Dat ging dus over het uiterlijke vertoon, vandaag ga ik het hebben over hun innerlijk. Daar zit per slot van rekening de ware schoonheid, toch?

Dat zeggen ze ja, maar tjonge jonge jonge wat zit er een kop op deze beesten. Zelden heb ik paarden gehad met zulke uitgesproken karakters. Leuk hè?

Trouw als een hond

Zo baas, zo paard. Misschien wel, maar in mijn geval zou dat betekenen dat ik extreem bipolair ben, want Lassie en Wim zijn elkaars tegenovergestelde. Wederom vergt dat van mij een verschillende benadering. Zowel op stal als onder het zadel. Zoals ik al zei: erg leerzaam.

Toen ik ooit in een ver verleden Las kocht, was hij een beetje bangig van mensen. Je moest vooral niet met teveel bombarie zo op hem afstappen, want dan raakte hij echt in paniek. Inmiddels is zijn vertrouwen in de mensheid gigantisch gegroeid, maar ik probeer nog steeds rust hetzelve te zijn als ik met hem bezig ben.

Constante factor

Hij is dus een tikkie onzeker en onderdanig en zoekt zijn steun altijd bij mij. Puur en alleen omdat ik zijn constante factor ben en hij er van op aan kan dat ik er voor hem ben. In de omgang is hij een volgzaam hondje.

En ook in het rijden heeft hij mijn leiderschap nodig. Ik moet niet boos op hem worden, want dan begrijpt hij er niets meer van en dat zou ook echt niet eerlijk zijn. Ik moet hem daarentegen aan het handje meenemen en rustig uitleggen dat iets niet eng is of dat hij het heus wel kan.

Door het vuur

Las is enorm werkwillig en gaat voor mij door het vuur. Soms moet ik hem tegen zichzelf beschermen. Ik voel hem dan ook onder mij groeien van zelfvertrouwen als ik hem beloon. Zo hebben we jaren geleden erg lang gedaan over de vliegende wissel. Hij bleef ze in tweeën springen. Mijn juf kon ruim een jaar haar geduld bewaren en legde mij telkens uit dat ik van de rustige aanpak in de toekomst profijt zou hebben.

Natuurlijk, zoals altijd, had ze gelijk. Toen het kwartje eenmaal viel, sprong hij ze geweldig. Later heeft het ons zelfs wel eens tienen voor de series opgeleverd op het protocol. Belangrijker nog: hij vindt de wissels inmiddels leuk en ik kan ze gebruiken om hem te laten ontspannen (met hartslagmeter bewezen!) en meer vertrouwen te geven.

Bijzonder eigenwijs

Dan komen we bij Wim. Het grootste geval apart wat ik ooit heb meegemaakt. Nu ben ik natuurlijk behoorlijk bevooroordeeld, maar er wordt mij door anderen toch wel erg vaak verteld wat voor een bijzonder paard hij is. Dat bleek ook wel toen hij zo doodziek was dat hij alle records moest breken om te overleven. Ik zeg altijd: ‘Wim kon zich simpelweg geen wereld voorstellen zonder Wim, daarom is hij er nog’.

Zo is het ook echt, het is een arrogant ding. En heel intelligent, soms meer dan goed voor mij is. Godzijdank, want het heeft hem destijds gered. Maar dat maakt hem ook op z’n zachtst gezegd ingewikkeld. Hij laat zich gewoon niets vertellen, Wim weet het namelijk allemaal beter. En oh zo blij met zichzelf, zelfs van vier weken IC op de kliniek kon hij niet chagrijnig worden.

Constante discussie

Onder het zadel betekent dit constante discussie. Wim hoeft niets uitgelegd te krijgen, Wim loopt reeds olympisch, al zegt hij het zelf. Dus ben ik al vijf jaar op zoek naar een manier om een beetje de baas te worden. Iedere pas moet eigenlijk van mij zijn, maar dat lukt lang niet altijd.

Het vraagt om zo’n klein motorische techniek, poeh, moeilijk! Als ik even een seconde niet oplet, neemt hij het over. Fysiek en technisch gezien (wederom met geregelde hartslagmetingen gezien) zou hij nog makkelijk een tandje er op kunnen zetten. Wim: “Maar ach, waarom zou ik? Ik ben toch sterker en groter en mijn baasje vindt mij toch wel lief.”

Hij heeft nog gelijk ook. Ik kan er ook wel om lachen als hij me weer eens in volle galop achter zich aantrekt naar de paddock of terug naar stal omdat hij even geen zin heeft in de smid. Het symboliseert de gedachte die als een rode draad door zijn leven (ook in de proeven) gaat: ‘Super gezellig als je mee gaat, maar ik weet wel al waar ik heen wil’.

Gemene deler

Gelukkig hebben ze een ding met elkaar gemeen: ze zijn allebei ongelofelijk lief en aanhankelijk. Hoewel ze ieder op eigen wijze om aandacht vragen. Waar Las bij mijn aankomst op stal zachtjes en beleefd een hoog piepend hinnikje geeft en mij lieflijk aankijkt, eist Wim brullend dat ik NU (ja echt NU) mij kom melden. En ze krijgen ook altijd hun zin, want met twee van die blije enthousiastelingen kan ik niet zonder knuffels gewoon langs lopen. Verwend tot het bot. Dus toch zo baas, zo paard.

Volgende week sluit ik het serietje af met de hartslagmetingen die ik hier al even noemde. Want hoe goed ik ook dacht mijn paarden te kennen, de keiharde wetenschap heeft me nog veel meer inzichten gegeven.

Foto: DigiShots

Er bestaat een theorie over de groei van haarkruinen op het voorhoofd van het paard. Die zou verband houden met het karakter en kwaliteiten van het dier. De zeer ervaren tuigpaardenman Roelof van ’t Oever uit Tuitjenhorn is geen man van theorieën. Hij is een geboren en getogen paardenman. Zijn mening: ‘Het klopt bijna altijd.’

Van ’t Oever hoorde voor het eerst over de kruinentheorie bij de Amish, waar hij meer dan vijftien jaar  geleden zijn eerste tuigpaard aan verkocht en waar hij minstens drie maanden per jaar over de vloer komt. ‘Zij zijn geboren en getogen paardenmensen en van hen hoorde ik de theorie dat je aan de kruin, weerborstel of wervel op het voorhoofd van het paard diens kwaliteiten kunt aflezen. Ik heb er sindsdien op gelet en durf nu wel te stellen: de theorie klopt, al heb je natuurlijk altijd de uitzondering die de regel bevestigt.’

Kruin tussen de ogen? Ongecompliceerd

Een kruin die zich tussen de ogen bevindt, duidt op een gemakkelijk, ongecompliceerd paard. Geen hoogvlieger, maar een fijn paard voor de recreant.
Een kruin boven de ooglijn op het voorhoofd betekent een bovengemiddelde intelligentie en zal absoluut bovengemiddeld presteren in het voor hun bedoelde gebruiksdoel.
Een kruin beneden de ooglijn voorspelt meestal dat ze vaak minder intelligent zijn en benedengemiddeld zullen presenteren.

Meer kruinen? Ingewikkelder

Twee kruintjes naast elkaar beneden de ooglijn kunnen op een dubbele persoonlijkheid wijzen. Bij deze paarden zal het niet altijd simpel zijn om ze wat te leren. Bovendien zullen zij meestal benedengemiddeld presenteren.
Paarden met twee kruintjes boven elkaar boven de ooglijn zijn vaak de paarden die onder de juiste begeleiding van ‘paardenmensen’ tot toppers kunnen uitgroeien. Voor ‘mensen met paarden’ kunnen ze problemen opleveren omdat deze paarden graag de nummer 1 zijn in de rangorde. Dit zijn de paarden waar de Amish de voorkeur aan geven.
Drie kruinen die een Z patroon vormen betekenen dat dit paard gevaarlijk, onhanteerbaar en gewelddadig kan zijn.

‘Verkeerd paard gekocht’

Van ’t Oever was de eerste Nederlander die een tuigpaard verkocht aan de Amish. ‘Mijn handelspartner David Beachy uit Goshen, Indiana, was degene die me daar vertelde over de kruinen. En ik durf nu wel te zeggen: het klopt gewoon bijna altijd, al heb je natuurlijk altijd uitzonderingen die de regel bevestigen. Laatst leverde een goede kennis een paard bij me aan. Ik zeg: “Nu heb je toch een verkeerde gekocht, deze is geen donder weerd!”

Hij ging aan de slag met het paard en na vijf dagen komt de eigenaar kijken. “Het was gewoon een naar dier. Wilde niet werken, was niet goed te hanteren. Kortom: een negatief advies en het paard is weggebracht. Het was een paard met twee kruinen op de verkeerde plek…”

Tuigpaardenman

Van jongs af aan heeft Van ’t Oever met paarden gewerkt. Op zijn achttiende was hij al van de partij op de concoursvelden, waar hij o.a. paarden als Prins Albert en GSM Rintje (beide v. Renovo) reed. Hij was onder andere zeven jaren lang verbonden aan het KWPN, als trainingsleider van de tuigpaardhengsten.

Roelof van ’t Oever met Jeebert (v. Eebert) in de VS. (Foto: Privébezit)

Tweeënhalve week bij de Amish in Indiana heeft Van ’t Oever er net op zitten. ‘Ik heb er na ruim een half jaar weer eens met Jeebert gereden, een vierjarige Eebert x Talos x hackney. In Shipshewana heb ik hem gepresenteerd, net als Holland (v. Colonist), Jägermeister (v. Vaandrager) en de Friese hengst Sander (v. Uldrik 457). Daar is een grote show, met 180 hengsten en 4000 man op de tribunes. Op een veiling wordt een dekking van elke hengst geveild; met de opbrengsten betalen de Amish bijvoorbeeld hun zorgkosten.’

Bron: Hoefslag

Foto: DigiShots

0 10044
Karakter
Hoe zit het met het karakter van het Nederlandse dressuurpaard?
Is het karakter van het  Nederlandse dressuurpaard ‘op het randje’? Hoefslag vroeg dressuuramazone Danielle Heijkoop, dierenarts Leendert Jan Hofland en trainers Frenk Jespers en  Will Rogers naar hun mening……

‘Hete paarden zijn ook maakbaar’

‘Een van nature sensibel paard is voor de Grand Prix een voordeel. Ik zie het niet als een tekortkoming van de KWPN-fokkerij dat de paarden te heet of te sensibel zijn. Voor het zwaardere werk heb je juist scherpe paarden nodig’, steekt Daniëlle Heijkoop van wal. ‘Al moet ik daar aan toevoegen dat training, conditie, voer en management ook voor een deel de heetheid van een paard beïnvloeden. De verkeerde heetheid, stress, kan eveneens in de loop van de jaren ontstaan door slechte ervaringen. Met Siro (v. Gribaldi) moet ik bijvoorbeeld geen prijsuitreikingen meer rijden. Hij heeft een keer meegelopen in het Abschied der Nationen in Aken en dat heeft hem geen goed gedaan. Maar goed, dat hete en zenuwachtige zit ook in zijn karakter. Mijn andere Grand Prix-paard Badari (v. Gribaldi) is veel nuchterder. Hij is een paard dat door de training – omdat hij meer kracht en meer uithoudingsvermogen krijgt en dus fitter wordt – scherper reageert op de hulpen.’

Veel spanning

‘Aan zijn papier is niet af te lezen dat Siro zo scherp is. Van moederszijde voert hij springbloed (Hemmingway x Valblank), dat zien we vaker bij Grand Prix-paarden. Ik denk dat er in zijn jeugd iets misgegaan is waardoor hij lastig was met rijden in het begin. Jarenlang heb ik hem alleen maar thuis getraind op ontspanning. Met geduld, rust en een consequente training begon hij er vertrouwen in te krijgen. Ik begon met hem in het Z, maar het was allemaal maar zozo. Zijn talent voor verzameling en zijn kracht en energie waren echter altijd al opvallend. Piafferen bijvoorbeeld had hij zo onder de knie, dat hoefden we hem niet te leren. Dat fanatieke van hem, wat vroeger zo moeilijk te beteugelen was, bleek later in de Grand Prix in mijn voordeel.’

Matchen

Danielle benadrukt vervolgens dat het ook moet matchen tussen paard en ruiter. Vervolgens komen trainers Frenk Jespers en Will Rogers en dierenarts Leendert Jan Hofland aan het woord over dit delicate onderwerp. Het complete artikel is vinden in de Hoefslag Special Training, die te koop is bij de betere boekhandel of online te bestellen is via www.paardenmagazines.nl

 

Tekst: Christien Dijk
Foto: Digishots / Leanjo de Koster

0 1874
Doron Kuipers
Doron Kuipers traint een van zijn paarden
Springruiter Doron Kuipers zien we succesvol met jongere en oudere paarden. Hij weet heel goed welke kwaliteiten hij in het jonge paard zoekt. En benadrukt het belang van ‘bloed’ in een paard.

Over welke kwaliteiten moet een jong springpaard in jouw ogen beschikking om straks door te kunnen breken?

‘Voor mij is een goede instelling heel erg belangrijk. Als ze mee willen werken gaan ze voor je door het vuur. Dat onderschatten veel mensen. Die hoge parcoursen moet je straks toch samen aankunnen. Dat stukje tussen de oren is een heel belangrijke schakel. En ze moeten leergierig zijn. Iets snel oppakken en onthouden als je het ze leert. Natuurlijk mag een paard onbegrip tonen. Maar dat is iets anders dan dom zijn. Zwakke punten kun je verbeteren en dat moet dan blijven hangen. Dat kan door middel van training en door het rijden van wedstrijden. Daar merk je snel zat of een jong paard de wil heeft en leergierig is. Van mij mogen ze daar ook hun fouten maken. Het hoeft echt niet alleen foutloos boven de staanders uit. Als ze de volgende keer maar niet zijn vergeten waar die fouten vielen.’

Ze moeten ‘bloed’ hebben hoor je steeds vaker. Ben je het daarmee eens?

‘Uiteindelijk wel. Zeker als je een aantal jaar verder kijkt. Wanneer het op internationaal niveau moet gebeuren zie je bijna alleen maar paarden met bloed. Met een trage kun je tegenwoordig nauwelijks meer vooraan meedoen. Maar een vierjarig bloedpaard is niet altijd even makkelijk. Ze zijn sneller afgeleid, hebben een enorme werklust en tonen niet altijd de kwaliteit die ze in huis hebben. En toch hebben ze dat bloed en die scherpte nodig om straks mee te kunnen doen.

Oudere paarden

In Hoefslag september gaat Kuipers verder in op het rijden van jonge paarden, de wedstrijden waar hij met jonge paarden naar toe werkt, en ook vertelt hij dat hij eigenlijk liever wat oudere paarden rijdt… Hoe dat zit? Lees je dus in de laatste Hoefslag. Heb je dit nummer gemist? Geen probleem hij is verkrijgbaar bij de betere boekhandel of online te bestellen via www.paardenmagazines.nl
Doron Kuipers
Doron Kuipers Foto: Remco Veurink
Tekst: Chris de Heer
Foto: Sabine Timman

0 2700

Bestaat het ideale paard? Dat vroegen Poolse onderzoekers zich af tijdens hun onderzoek. Zij ondervroegen 16 ervaren paardenmensen, daarnaast betrokken zij nog 800 andere ruiters in hun onderzoek om te kijken of er een verschil in zit in wat recreatieve en sportruiters verwachten van een paard.

Uit hun onderzoek blijkt dat de meeste mensen hetzelfde willen in een paard qua temperament en karakter. Er is hierbij weinig verschil tussen mensen die topsport bedrijven of mensen die recreatief rijden.

Karaktereigenschappen

Veel stamboeken laten het karakter van een paard meetellen bij hun fokkerijdoelen, maar dat hierbij amper verschil wordt gemaakt tussen karakter en temperament. Ook andere onderzoeken maken weinig verschil tussen deze twee termen, gebruiken ze door elkaar of hadden vage verschillen aangewezen tussen beide.

Hoofdonderzoeker Mira Suwala legt uit:’ Een van de redenen dat er geen duidelijk verschil wordt gegeven kan zijn dat psychologische eigenschappen niet direct observeerbaar zijn. Ze zijn minder makkelijk meetbaar dan fysieke eigenschappen.’ Het onderzoeksteam heeft op basis van de 16 ervaren paardenmensen eerst een theoretisch model gemaakt, alvorens de 800 ruiters te betrekken in hun onderzoek.

Temperament kreeg vier dimensies toebedeeld: Energie, mate van angst, sensitiveit en aanpassingsvermogen. Karakter bestond uit: mate van onderwerping, agressie, behoefte aan menselijk contact en zelfredzaamheid. Vervolgens werden de 800 ruiters (700 vrouwen en 100 mannen) betrokken bij het onderzoek door middel van een online vragenlijst dat bestond uit 21 vragen. De meeste deelnemers waren tussen de 20 en 30 jaar oud en 68% daarvan waren recreatieve ruiters, waarbij springen de meest voorkomende discipline was. Ruim 40% van de deelnemers zijn of hebben ooit wedstrijden gereden, inclusief Olympische deelname.

Angstige paarden minst in trek

Uit het onderzoek komt bijvoorbeeld naar voren dat alle ruiters dezelfde eigenschappen wensen in een paard. Enige verschillen waren aan te merken dat angstige paarden het minst in trek zijn bij gevorderde ruiters. Paarden die niet sensibel of energiek genoeg zijn, zijn niet erg welkom bij recreatieve ruiters. Het zijn ook eigenschappen die een therapiepaard niet dient de bezitten.

Het perfecte paard heeft veel energie, is sensibel, past zich goed aan, is ondergeschikt aan de mens, staat open voor menselijk contact, is niet enorm angstig en vertoont weinig agressie. De onderzoekers konden geen relatie vinden op basis van discipline, leeftijd, sekse of sportniveau. Wel wil het team benadrukken dat het voorgestelde verdeling in karakter en temperament toch enige overlap kent. Een complete scheiding is volgens het team niet mogelijk omdat bepaalde karaktereigenschappen samenhangen met het temperament van het dier. Het team wil nog meer onderzoek doen waarbij ze hopen meer verificatie en verfijning toe te kunnen passen.

Het team geeft aan dat stamboeken en fokverenigingen geen aparte karaktereigenschappen aan hoeven te houden voor mensen die recreatief dan wel op (top)sportniveau paard willen rijden.

Bron: Horsetalk / Hoefslag

Foto: Remco Veurink

 

 

0 6073

Werp eens een blik op de mesthoop bij een willekeurige manege, pension-, of handelsstal en je weet meteen hoe de vork in de steel zit bij de paardenmensen achter het bedrijf. Wat zegt de mesthoop over hem of haar? Of over jezelf? Karakterschetsen, met een knipoog…

Gestructureerd en compact
Deze eigenaar is iemand waar je van op aan kunt. Een nadenkend en sociaal mens, iemand die vooruit denkt. Zeer waarschijnlijk een heel trouwe vriend.

Véél mest
Een loyaal en liefdevol mens. Zorgzaam, vriendelijk, omringt zich graag met mensen en houdt ervan om aardig gevonden te worden.

Een zootje
Kijk uit. Waarschijnlijk iemand die liever lui is dan moe. Het zou kunnen zijn dat deze persoon niet graag de handen uit de mouwen steekt en vergeetachtig is. Misschien kan hij of zij wat tips gebruiken: hoe ziet een mooie mesthoop eruit?

Een mix van strooisel en stro
Nogmaals iemand om in de gaten te houden. Het is lastig om deze persoon écht te leren kennen. Is hij of zij trouw/te vertrouwen?

Een in elkaar gestorte mesthoop
Het werk van een ongemotiveerd persoon. Waarschijnlijk heeft hij of zij last van de winterblues. Wellicht is hier een helpende hand nodig.

Hoog opgestapeld
De perfectionist. Ambitieus. Een echte paardenman of -vrouw, werkt hard, houdt niet van gezeur. Houd je aan zijn of haar regels.

Niet veel mest
Iemand die (te) veel op de centen let of een goed georganiseerd persoon. Is die mest wel vers, wordt er überhaupt wel vaak uitgemest? Even checken dus.

Vreemde vorm
Zorgeloze en vrolijke fluiter, altijd in voor een grapje, altijd goedgehumeurd. Het immer enthousiaste en gezellige zonnetje in huis; het kloppend hart van de stal!

Geen mesthoop
Hmm, verdacht ?!

Gebaseerd op Horse&Hound/Hoefslag

Foto: Remco Veurink

0 3547

‘Het komt niet vaak voor dat wij een paard op stal hebben dat niet helemaal het type is dat mijn vader en ik graag rijden. In de huidige springsport is het al moeilijk genoeg om goed mee te doen met de paarden die je liggen. Natuurlijk hebben we wel eens een paard waarop ik wat sterker moet rijden, of dat ik wat meer plaats moet geven in de afzet. Dan pas ik mij aan die paarden aan, om er naar mijn beste vermogen alles uit te halen. Daar moet ik mij dan op toeleggen en echt naar een prestatie toewerken. Die paarden vertrekken na verloop van tijd  weer, meestal naar ruiters die er qua karakter beter op passen dan ik.

Omgekeerd is ook het geval en rijd ik paarden waar anderen niet zo goed mee overweg kunnen. Neem Naomie, een heel rillerig beestje waarmee helemaal niets verkeerd mag gaan. Als die een keer een paaltje raakt, is ze meteen heet en dribbelig. Op die momenten kan ik heel goed rustig blijven en stilzitten, om er op die manier toch weer rust in te brengen. Verschillende andere ruiters hebben haar geprobeerd, maar konden er geen goede combinatie mee vormen. Het bewijst dat in de springsport vooral de passende combinatie doorslaggevend is om tot prestaties te komen.

Lichamelijke eisen

JM-VleutenE-Cabanza01RSIn principe stel ik geen speciale eisen aan het uiterlijk van een springpaard. Natuurlijk moet een springpaardlichamelijk wel aan een aantal minimumeisen voldoen. De gezondheid moet goed zijn en het paard mag geen afwijkingen hebben die het gebruiksdoel nadelig beïnvloeden. Mijn paarden moeten een goede rug hebben, hard op de benen zijn, goed op de benen staan en goede voeten hebben. Ik zie graag dat ze in het rechthoeksmodel staan en zie ook graag een bloedhoofdje. Hoe ze er verder uitzien, maakt mij niet uit.

Vermogen, instelling en voorzichtigheid. Dat is waar het om draait en dat heeft niets met uiterlijk te maken. Het rare is dat een paard mij toch aan moet spreken. Als ik ergens een vreemd paard op stal of op de wasplaats zie staan, weet ik vaak al voor 90% zeker of het mij wel of geen goed gevoel zal gaan geven als ik er even later mee spring. Toch kijk ik altijd verder als ik een paard ga beoordelen met de bedoeling het te kopen of te gaan rijden. Ook als een paard mij niet meteen aanspreekt. Ik rijd nu ook een paard dat me aanvankelijk niets deed. Toen ik voor het eerst naast Cabanza stond, had ik er geen kijk op. Hij had niet het scherpe uiterlijk dat ik graag zie. De rug is bovendien wat diep en het hoofd staat er vrij recht op. Maar hij bleek zijn lichaam heel goed te gebruiken bij het rijden. En hij werkte fijn mee en sprong goed.

Fokkerij

Mijn karakterverhaal is geen pleidooi om de springpaardenfokkerij zoals wij die nu kennen overboord te zetten. In de fokkerij moet je geluk hebben, maar kennis en wijsheid zijn onontbeerlijk. Een fokker die weet wat voor merrie hij heeft en daar de juiste hengst bij weet te kiezen, vergroot de kans op betere nakomelingen. In de afgelopen decennia zijn de fokkers er in geslaagd paarden te fokken die de opgaven lichamelijk gemakkelijk aankunnen en zo gezond zijn dat ze dat ook lang kunnen blijven doen. Die eigenschappen moet de fokkerij zien te behouden. Natuurlijk is daar ook nog vooruitgang te boeken.

Springruiters zien graag een goed gebouwd paard met correcte gangen en een goede sprong

Er zijn inmiddels heel veel paarden die het vermogen en de techniek hebben om over 1.50m te kunnen springen, mits de kop er naar staat. Nu zal het steeds belangrijker worden om naast de fysieke selectiecriteria ook het karakter als selectiecriterium mee te nemen in de overwegingen bij de hengstenkeuze.

Hoewel naar mijn idee karakter het belangrijkste is voor een springpaard, zal een paard dat correct gebouwd is en een gemakkelijke, economische manier van lopen en springen heeft, het werk makkelijker aankunnen en minder snel verslijten. Daarom zien springruiters graag een goed gebouwd paard met correcte gangen en een goede sprong. Daarbij ‘bukt’ een paard boven de sprong: de schoft is boven de sprong het hoogste punt. Dat geeft ruimte om de voorbenen vrij in te trekken. Het paard laat daarbij hoofd en hals zakken en gebruikt die om te balanceren. Daarmee wordt de rug ontlast zodat het paard in de volgende fase van de sprong vanuit de rug de achterhand omhoog kan kiepen en de achterbenen uit kan slaan om een achterbeenfout te voorkomen. Op zo’n manier kan een paard een mooie losse en economische sprong maken.’

Tekst: Toin Diks / Foto: Dirk Caremans

0 397

Paarden die in een betere omgeving leven, ontwikkelen een fijner karakter, leren sneller en zijn over het algemeen beter tevreden. Tot deze conclusie kwamen Franse onderzoekers nadat zij een experiment uitvoerden. De paarden in een goede leefomgeving waren minder snel bang van nieuwe voorwerpen en stonden open voor aanrakingen en menselijk gezelfschap. Ook waren deze dieren nieuwsgieriger.

Deze dieren stonden van 9 uur ’s ochtends tot 4 uur ’s middags op stal, waarna ze verder in een kudde op het land leefden. Het voedingsschema was gevarieerd en er werden regelmatig nieuwe objecten in de stal en het weiland geintroduceerd. Drie keer per week mochten de paarden individueel aan de hand een nieuwe locatie onderzoeken.

Weinig levenslust

Voor de studie werden tien paarden van tien maanden oud twaalf weken lang zeven uur per dag in een individuele grote stal met stro geplaatst. Verder stonden zij in een weiland met vriendjes. Drie keer per dag kregen de veulens biks, hooi of fruit en werden zij geintroduceerd aan nieuwe voorwerpen en situaties. Een controlegroep van negen tien maanden oude veulens werden eveneens in individuele stallen geplaatst. Deze dieren stonden op houtsnippers en mochtn slechts drie keer per week even buiten spelen in een individuele paddock. Zij kregen alleen biks en hooi als voer.
Bij vier van de negen paarden uit de controlegroep ontstonden eetproblemen. Ook toonde deze groep over het algemeen weinig levenslust of interactie met mensen. Bij de eerste groep aten alle paarden goed en toonden zij zich alert op hun omgeving.

Conclusie

Volgens het onderzoek bleef het positieve gedrag van de eerste groep nog drie maanden lang doorwerken, wat zou bewijzen dat het een positief effect heeft op de nieuwsgierigheid, de gevoeligheid en het karakter van het veulen. Ook bloedtests wezen dat dagelijkse stimulans gezond is. Niet alleen bevatte het bloed van de eerste groep een lager gehalte van het stresshormoon cortisol, maar ook de celgroei bleek optimaal. ‘Dit bewijst dat verandering in gedrag kan ontstaan door een goede of slechte leefomgeving en van invloed heeft op de biologische en mentale ontwikkeling van het paard.’

Hoefslag/Horsetalk

0 48

Mentale fitheid speelt een belangrijke rol bij het leveren van goede prestaties. Maar in de perfecte gemoedstoestand komen, om op het juiste moment te kunnen pieken, lukt niet altijd. De Belgische sportpsycholoog Jan Dierens (32) weet hoe hij ruiters hierbij kan helpen. Zijn aanpak is net even anders dan die van andere psychologen. ‘Er zijn best wel wat zelfbenoemde mental coaches, die alleen bepaalde vaardigheden aanleren. Ademhalingsoefeningen bijvoorbeeld zijn altijd nuttig, maar mijn psychologische begeleiding gaat verder. Ik heb veel studies gedaan en hard geleerd om iemand zo wetenschappelijk en tegelijkertijd zo persoonlijk mogelijk, te kunnen helpen. Ik beschouw eigenlijk elk traject als een wetenschappelijk experiment met één persoon.’ Dat zijn aanpak vruchten afwerkt, blijkt wel uit het feit dat de laatste jaren steeds meer paardensporters uit heel Europa hun weg naar België vinden. Sinds 2012 neemt Dierens zelfs de psychologische begeleiding van Belgische kaderruiters in de drie olympische disciplines voor zijn rekening.

Nieuwsgierig geworden naar de achtergrond en werkwijze van Jan Dierens? Een interview met hem vind je in de Hoefslagspecial Op Wedstrijd.

Foto: Remco Veurink

0 67

Om topsport te bedrijven moet je een beetje gek zijn. Dat lijkt ook te gelden voor springpaarden op het hoogste niveau. In het nieuwste nummer van Hoefslag vertellen ruiters of groom de toch wel bijzondere karakters van een aantal toppaarden. Zo passeren de eenkennige Ratina Z, de snel beledigde Clinton (foto), de bokkende Opium en de extreem kijkerige Tobalio de revue. (foto: Remco Veurink)

Naar aanleiding van dit artikel vragen we in onze nieuwe poll naar jouw mening. Denk jij dat paarden met een moeilijk/speciaal karakter eerder geschikt zijn voor de topsport dan makkelijke paarden?
-Aangezien veel toppaarden hun eigenaardigheden hebben, lijkt dat wel het geval te zijn.
-Dat hoeft zeker niet. Er zijn net zoveel toppers die makkelijk zijn in de omgang.

Geef je mening en stem op onze poll die je aan de rechterkant van deze pagina vindt.

 

Volg ons!

102,085FansLike
0VolgersVolg
7,057VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer