Tags Posts tagged with "juridisch"

juridisch

0 7859
Michael Barisone

Afgelopen vrijdag stonden Judy de Winter, Joop Musterd, Rozemarijn van Schaik, Michael Adams, Vincent tv-producties en Talpa in de rechtbank. Van Schaik had alles op alles gezet om de uitzending van Betrapt! op SBS6, waar Van Schaik in voorkomt, te voorkomen. Vandaag werd het vonnis bekend gemaakt. De uitzending van komende zondag gaat, ondanks de bezwaren van Van Schaik, gewoon door.

De Winter stapte eerder naar de zender met camerabeelden van 16 oktober 2018. Op de beelden was een gevecht op het erf van De Winter te zien. Hierbij waren Van Schaik en Adams betrokken. Van Schaik probeerde de uitzending te voorkomen, omdat De Winter volgens haar en Adams, valse geruchten verspreidt. Daarnaast zouden de beelden gemanipuleerd zijn en zou de uitzending de naam en reputatie van het stel niet ten goede komen.

Uitingsvrijheid

Echter besloot de voorzieningsrechter vandaag alsnog dat de uitzending, ondanks de bezwaren van Rozemarijn van Schaik en Adams, alsnog doorgaat. “De rechter vindt het belang van Talpa bij uitingsvrijheid, zwaarder wegen dan het belang van Van Schaik en Adams bij de bescherming van hun privacy,” zegt paardenadvocaat Stephan Wensing over de uitspraak.

Excessief geweld

Op de beelden is volgens Wensing onder andere duidelijk te zien dat De Winter van een afstand werd aangevallen. De rechter sprak dan ook over excessief geweld en vond dat het de televisiezender moest vrijstaan om deze misstand aan de kaak te stellen. “Daar komt bij dat de slachtoffers door de overal op hun eigen terrein ernstig zijn aangeslagen, vooral omdat hun 10-jarig dochtertje alles heeft kunnen zien.”

Botsing van grondrechten

Wensing noemt dit soort zaken een botsing van grondrechten. “Je hebt natuurlijk te maken met vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, democratie en recht op privacy. Dat botst. De rechter moet in dit soort gevallen echt afwegen welke belangen er voorop komen te staan. Het vonnis is om die reden heel uitgebreid en alles is afgewogen. Zo zijn de beelden van de uitzending al getoond tijdens de zitting van vorige week.”

Logisch gevolg van het handelen

Tijdens de rechtszaak werd ook de beschuldiging over manipulatie van het beeldmateriaal van tafel geveegd. Volgens de rechter was er géén sprake van manipulatie of onrechtmatig handelen van Talpa.
Ook over dat de uitzending de naam van Rozemarijn van Schaik en Michael Adams aantast, had de rechter wat te zeggen. “Dit komt voor hun eigen rekening, omdat het een logisch gevolg is van hun handelen,” aldus Wensing.

De advocaat noemt de uitspraak een overwinning. “Voor de journalistiek, voor het recht op vrijheid van meningsuiting en natuurlijk voor De Winter.”

De uitzending wordt aankomende zondag 30 juni om 20.30 uitgezonden op SBS6 .

Bron: Hoefslag/ Overname zonder bronvermelding en toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan/ Tekst: Denise Meijer

Foto:

0 1694
manen

Juriste Kim Voskuilen buigt zich voor Hoefslag over een juridische vraagstelling uit de praktijk. ‘Toen ik dit jaar de uitspraak van het gerechtshof Den Haag voorbij zag komen was mijn eerste reactie: dat kan toch niet?!’

De kop van het artikel dat verwees naar de uitspraak luidde: ‘Koop dressuurpaard ongedaan gemaakt wegens zomereczeem.’

Prima functioneren

Een paard met zomereczeem dat niet geschikt is als dressuurpaard, dat leek mij sterk. Een paard kan immers prima functioneren met een aandoening zoals zomereczeem. Iets wat ook in de rechtspraak is bevestigd: zomereczeem leidt niet zonder meer tot non-conformiteit van een (dressuur)paard.

Non-conformiteit betekent dat het paard dat je gekocht hebt niet de eigenschappen bezit die je als koper op basis van de overeenkomst mocht verwachten. Hierbij is van belang dat het paard de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik nodig zijn, eventueel aangevuld met de eigenschappen die nodig zijn voor bijzonder gebruik wanneer dit bij de koop is afgesproken.

Voorbeeld

Je koopt een dressuurpaard met de voorwaarde dat het paard Z2 geklasseerd is, omdat je meteen Z2 wil kunnen starten. Een normale eigenschap van een dressuurpaard is dat je er dressuur mee kunt rijden. Deze eigenschap is heel breed en niet afgebakend. Want of je er slechts een B-proef mee kunt rijden of een Grand Prix-proef, dat is geen voorwaarde voor normaal gebruik. Essentieel is dat je met het paard dressuur kunt rijden, ongeacht het niveau.

In dit voorbeeld is bepaald bij de koop dat het paard Z2 geklasseerd moet zijn. Dit is een bijzondere eigenschap, omdat niet ieder dressuurpaard Z2 geklasseerd is. Mocht uit de sportstanden van de KNHS blijken dat dit paard helemaal niet Z2 geklasseerd is, maar M1, dan is sprake van een gebrek en dus van non-conformiteit. Het paard beschikt immers niet de eigenschappen die voor bijzonder gebruik nodig zijn.

Uitspraak

In bovengenoemde uitspraak stond de vraag centraal of het paard ondanks de zomereczeem conform de koopovereenkomst geleverd was. Met andere woorden: beschikt het paard over de eigenschappen die noodzakelijk zijn voor het gebruik als dressuurpaard? Wil je een geslaagd beroep doen op non-conformiteit, dan is het essentieel dat je kunt bewijzen dat het paard ten tijde van de levering al het gebrek, in dit geval zomereczeem, had.

Als het paard nooit eerder zomereczeem heeft gehad en een dag nadat je hem gekocht hebt wel zomereczeem krijgt, dan kun je geen beroep doen op non-conformiteit. In dit geval was het de verkoper bekend dat het paard al voor de verkoop zomereczeem had.

Allergische reactie

Tijdens deze rechtszaak heeft de koper een aantal bewijsstukken aangeleverd. Zo had een dierenarts verklaart dat sprake was van een uitgesproken allergische reactie en dat er geen zekerheid bestond dat het paard nog als dressuurpaard kon worden gebruikt. Daarnaast had de dierenarts aangegeven dat hij weinig verbetering voor het seizoen voorspelde, omdat de allergische reactie al erg uitgesproken was. Ook had het paard in oktober en november van datzelfde jaar nog steeds (dezelfde) schuurplekken. Naast deze verklaring had de koper ook aangebracht dat erg aangetaste paarden niet meer competitief mee kunnen doen aan wedstrijden wegens het grote ongemak en het ontsierend uiterlijk.

Dressuurpaard

Door deze bewijsstukken kwam het hof tot het oordeel dat het paard niet de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik als dressuurpaard nodig zijn. Hierbij was het wel van belang dat vaststond dat het paard was aangekocht met het doel ver te komen in de dressuursport en de koper het paard in het seizoen na de aankoop al wilde gaan trainen als dressuurpaard.

Feiten en omstandigheden

Deze uitspraak laat goed zien dat het heel erg van de feiten en omstandigheden afhangt of sprake is van non-conformiteit. Daarom kan ook niet gezegd worden dat ieder paard met zomereczeem ongeschikt is als dressuurpaard. Heb je vragen over een paard met een gebrek dat je hebt gekocht of verkocht, neem dan gerust geheel vrijblijvend contact met mij op.

Checklist

Wat kun je doen om problemen na de aankoop zo ver mogelijk te verkleinen?

– Vertel de verkoper heel duidelijk voor welk doel je het paard wilt aanschaffen;
– Vraag naar de (medische) geschiedenis van het paard;
– Heb helder welke zaken voor jou echt een deal breaker zijn (bijvoorbeeld het hebben van zomereczeem) en communiceer deze naar de verkoper;
– Zet alles op papier! Dan kan achteraf geen discussie ontstaan over jouw voorwaarden en wensen met betrekking tot het paard.
– Uiteraard kun je als verkoper ook deze vragen aan de koper stellen om te voorkomen dat je het paard aan de verkeerde koper verkoopt.

Dit artikel is geschreven door Kim Voskuilen van het Hippisch Loket. Voor meer informatie kun je contact opnemen via info@kimvoskuilen.nl of bezoek de website: hippisch-loket.nl

Foto: Archief

paard haflinger pony

Iedere maand bespreken we op onze site een juridische vraagstelling uit de praktijk. In deze aflevering bespreekt juriste Kim Voskuilen de volgende vraag:

Recent heb ik na wat onderhandelingen over de prijs een achtjarige onbeleerde pony gekocht op een ponymarkt. Enige tijd later ben ik in contact gekomen met een eerdere eigenaresse van de pony. Zij geeft te kennen dat zij de pony helemaal niet verkocht heeft aan diegene waarvan ik de pony heb gekocht. De verkoper was dus helemaal geen eigenaar van de pony. Nu heeft de vorige eigenaresse aangegeven dat zij wil weten waar de pony staat en dat zij aangifte gaat doen van diefstal als ik deze gegevens niet verstrek. Wat zijn mijn rechten? Moet ik haar de adresgegevens geven en bestaat de kans dat ik de pony moet teruggeven?

Overdracht

Voor een geldige eigendomsoverdracht van een pony moet aan een drietal vereisten worden voldaan. Ten eerste moet sprake zijn van een geldige titel. Hierbij kun je denken aan een koopovereenkomst. Ten tweede moet sprake zijn van beschikkingsbevoegdheid van de verkoper. In beginsel is een eigenaar beschikkingsbevoegd om zijn eigendom over een zaak over te dragen aan iemand anders. Maar ook een gevolmachtigde kan bevoegd zijn om namens de eigenaar de eigendom van de eigenaar over te dragen aan een derde. Tot slot moet de zaak ook geleverd worden. Dit gebeurt meestal door feitelijke machtsverschaffing (het gekochte boek krijg je letterlijk in jouw handen) of door bijvoorbeeld een notariële akte bij de levering van een woning. Wordt aan een of meer van deze vereisten niet voldaan, dan heeft er geen eigendomsoverdracht plaatsgevonden.

In bovenstaande vraag is slechts voldaan aan twee vereisten: er is een geldige titel, namelijk een koopovereenkomst en aan de levering, de pony is in de feitelijke macht gesteld van de koper. Beschikkingsbevoegd was de verkoper niet. Hij heeft immers een pony, die niet zijn eigendom was, verkocht.

Derdenbescherming

Toch kan je onder omstandigheden eigenaar worden van een zaak, ondanks dat de verkoper niet bevoegd was om de zaak te verkopen. Dit wordt ook wel derdenbescherming genoemd. Indien wel aan een geldige titel en levering is voldaan, maar de verkoper blijkt beschikkingsonbevoegd te zijn, dan toch kan je eigenaar worden van de pony. Om hierop een geslaagd beroep te kunnen doen moet aan een aantal vereisten worden voldaan. Ten eerste moet de overdracht anders dan om niet geschieden. Dit betekent dat het geen geschenk mag zijn: er moet een betaling of anders soortige prestatie tegenover staan. Ten tweede moet de koper te goeder trouw zijn. Je moet als koper dus geen twijfel of weet hebben van het feit dat de verkoper niet beschikkingsbevoegd is.

Toch kan de eigenaar van een roerende zaak, die zijn bezit daarvan door diefstal heeft verloren, opeisen binnen drie jaar rekenend vanaf de dag van diefstal, ondanks dat aan de bovenstaande twee vereisten is voldaan. Dit kan de eigenaar echter alleen, indien, kort samengevat, de zaak niet is verkregen door een consument van een winkelier.

Conclusie

Kan de koper van de pony een geslaagd beroep doen op derdenbescherming als de eigenaar van de pony zijn bezit weer opeist? Aan de eerste twee vereisten is voldaan. De overdacht heeft anders dan om niet plaatsgevonden, de pony is immers gekocht voor een bepaald bedrag. Ook wist de koper niet dat de verkoper niet beschikkingsbevoegd was en er was ook geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Maar de pony is niet gekocht in een winkel. Dit betekent dat de eigenaar van de pony drie jaar de tijd heeft vanaf het moment van diefstal om het bezit van de pony op te eisen.

De regels omtrent derdenbescherming zijn behoorlijk complex en zijn in dit artikel verkort weergegeven. Mocht je aan de hand van dit artikel vragen hebben of in een vergelijkbare situatie zitten, schroom dan niet om contact op te nemen.

Dit artikel is geschreven door Kim Voskuilen van het Hippisch Loket. Voor meer informatie kun je contact opnemen via info@kimvoskuilen.nl of bezoek de website: hippisch-loket.nl.

Foto: DigiShots

0 4440

Iedere maand bespreken we op onze site een juridische vraagstelling uit de praktijk. In deze aflevering bespreekt juriste Kim Voskuilen de volgende vraag: Kun je de dierenarts aansprakelijk stellen voor een fout tijdens de aankoopkeuring van een paard?

De vraag aan Voskuilen werd als volgt geformuleerd:

Recent heb ik een paard gekocht, maar voor de koop heb ik het paard eerst laten keuren door een dierenarts. Tijdens deze aankoopkeuring heeft de dierenarts geen bemerkingen gevonden en heeft hij het paard goedgekeurd. Na een aantal weken werd het paard kreupel en na onderzoek bleek dat het paard een chip heeft waar hij dusdanig last van heeft dat hij kreupel loopt.

Het maar de vraag of het paard voldoende kan functioneren als sportpaard nadat de chip verwijderd is. Na vergelijking met de foto’s van de aankoopkeuring blijkt dat de chip toen ook al aanwezig was, maar de dierenarts de chip niet heeft opgemerkt. Kan ik de dierenarts aansprakelijk stellen voor deze fout?

Het antwoord van Kim Voskuilen:

In principe is het zo dat wanneer een dierenarts een fout maakt bij de beoordeling van een paard en daardoor een verkeerd aankoopadvies geeft, de dierenarts aansprakelijk gesteld kan worden op grond van wanprestatie en onzorgvuldig handelen. Echter, tegenwoordig werken veel dierenartsen met contracten en algemene voorwaarden waarin de aansprakelijkheid van de dierenarts wordt beperkt. Vaak staat de uitsluiting van de aansprakelijkheid in de algemene voorwaarden, maar je ziet steeds vaker dat deze uitsluiting ook nog eens specifiek wordt benoemd op het keuringsrapport. Reden hiervan is dat de dierenarts dan onder meer bewijs heeft dat jij akkoord bent gegaan met die voorwaarde, omdat jij als opdrachtgever van de keuring het rapport tekent.

Uitsluiting

Ter illustratie heb ik het onderzoeksrapport van mijn eigen paard erbij gehaald en daar staat in: ‘De keuringsdierenarts en/of de dierenartsenpraktijk is niet aansprakelijk voor enige schade – vermogens- en gevolgschade daaronder uitdrukkelijk begrepen – veroorzaakt door het uitvoeren van de keuring danwel door onjuistheden en onvolledigheden in het opstellen van dit keuringsrapport, tenzij vaststaat dat deze schade te wijten is aan opzet of grove schuld van de keuringsdierenarts.’

Persoonlijk vind ik dit een zeer strikte beperking van de aansprakelijkheid van dierenartsen. Het komt er namelijk op neer dat een dierenarts nooit aansprakelijk kan worden gesteld voor gemaakte fouten, tenzij hij deze fout opzettelijk heeft gemaakt. De kans dat een dierenarts dit opzettelijk doet is uiteraard nihil, maar mocht dit toch gebeuren dan is het onmogelijk om te bewijzen dat hij dat met opzet heeft gedaan.

Uitspraak

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft in het verleden geoordeeld dat degelijke uitsluiting van de aansprakelijkheid een te zware last oplevert voor de opdrachtgever/eigenaar van een paard. De rechtbank oordeelde: ‘De algemene voorwaarden zijn onredelijk bezwarend voor de paardeneigenaar. Daarbij acht de rechtbank van doorslaggevend belang dat de dierenkliniek de mogelijkheid heeft om zich te verzekeren tegen schade vanwege haar onzorgvuldig handelen. De rechtbank vernietigt de algemene voorwaarden zover die betrekking hebben op de aansprakelijkheid.’
Het komt erop neer dat de rechtbank niet wil dat een burger met een onnodige hoge schadepost komt te zitten, omdat hij een handtekening heeft gezet op een standaardformulier met algemene voorwaarden.
Jammer genoeg is dit oordeel niet opgepakt door andere rechtbanken en is er in andere zaken geoordeeld dat algemene voorwaarden met een dergelijke uitsluiting van de aansprakelijkheid niet als onredelijk bezwarend wordt gezien.

Conclusie

Mocht je je in een situatie bevinden waarin jij van mening bent dat een dierenarts een fout heeft gemaakt waardoor jij schade hebt opgelopen, dan zal het lastig worden om deze schade te verhalen op de dierenarts. Onmogelijk is het niet, maar of het kans van slagen heeft hangt sterk af van de omstandigheden zoals bijvoorbeeld: zijn er algemene voorwaarden van toepassing, staat de uitsluiting van de aansprakelijkheid alleen in de algemene voorwaarden, staat het ook op het behandelformulier, zijn de algemene voorwaarden op de juiste manier uitgereikt en welke fout betreft het?

Kortom, in een dergelijke situatie is het altijd verstandig juridisch advies in te winnen.

Dit artikel is geschreven door Kim Voskuilen van het Hippisch Loket. Voor meer informatie kun je contact opnemen via info@kimvoskuilen.nl of bezoek de website: hippisch-loket.nl.

Foto: DigiShots

Iedere maand bespreken we op onze site een juridische vraagstelling uit de praktijk. In deze aflevering bespreekt juriste Kim Voskuilen de volgende vraag:

Je hebt na een lange zoektocht eindelijk je nieuwe topper gevonden. Het enige dat nog rest is een aankoopkeuring en dan is hij echt van jou. Je koopt het paard dus onder de voorwaarde dat hij goedgekeurd wordt. Maar wat spreek je dan eigenlijk precies af? En kan de verkoper het paard nog aan iemand anders verkopen voor de keuring?

Recent werd via Hippisch Loket een vraag gesteld over dit onderwerp. Iemand had een paard gekocht onder de voorwaarde dat het paard goedgekeurd zou worden. Echter, tussen de koop en de keuring bleek de verkoper het paard al aan iemand anders te hebben verkocht. Nu stond zij met lege handen en wilde weten of zij nog iets kon beginnen tegen de verkoper.

Tegenwoordig koopt bijna niemand meer een paard zonder het paard eerst te laten keuren. Dus nadat je het paard een keer of wat uitgeprobeerd hebt, spreek je met de verkoper af dat je het paard koopt, maar dan moet het paard wel klinisch en röntgenologisch goedgekeurd worden. Vaak zit er nog een korte periode tussen jouw besluit om het paard te kopen en de keuring. Waar moet je op letten in zo’n situatie?

Overdracht eigendom

Om een paard in eigendom over te kunnen dragen aan een ander, moet voldaan worden aan een aantal voorwaarden. Er moet sprake zijn van een titel, levering en beschikkingsbevoegdheid. Bij titel moet je denken aan de koopovereenkomst: dat is de basis van de overdracht van de eigendom. De levering is de wijze waarop de eigendom wordt overgedragen. Veelal gebeurt dat door machtsverschaffing: het paard wordt letterlijk aan de nieuwe eigenaar gegeven.

Beschikkingsbevoegdheid zegt iets over de bevoegdheid van de verkoper: is hij gerechtigd om de eigendom over te dragen. Stel dat je een zadel te leen hebt van een stalgenoot en je verkoopt dit zadel aan een ander, dan ben jij beschikkingsonbevoegd. Jij bent immers niet de eigenaar van het zadel en iets wat je niet bezit, kun je ook niet aan een ander overdragen.

Opschortende voorwaarde

Er zijn twee manieren waarop je de voorwaarde van goedkeuring kan afspreken met de verkoper. De eerste mogelijkheid is de opschortende voorwaarde. De overdracht van de eigendom komt als handeling tot stand, maar de voorwaarde van de koopovereenkomst (de goedkeuring van het paard), schort de werking op. Met andere woorden: je wordt pas eigenaar van het paard op het moment dat het paard is goedgekeurd. Je spreekt dus af dat je het paard koopt onder de opschortende voorwaarde dat het paard wordt goedgekeurd.

Ontbindende voorwaarde

De tweede mogelijkheid is de ontbindende voorwaarde. Hierbij geldt de overdracht van de eigendom meteen. Dit betekent dat je meteen eigenaar wordt van het paard, maar dat de overeenkomst automatisch wordt ontbonden wanneer het paard wordt afgekeurd. Je spreekt dan af dat jij het paard koopt onder de ontbindende voorwaarde dat het paard wordt afgekeurd. Je wilt immers het paard niet kopen als het wordt afgekeurd.

Nu vraag je je waarschijnlijk af wat het uitmaakt of je een koopovereenkomst onder opschortende of ontbindende voorwaarde sluit. Het grootste verschil is de beschikkingsbevoegdheid van de verkoper. Bij opschortende voorwaarde is en blijft de verkoper eigenaar van het paard totdat het paard is goedgekeurd. Dit betekent dat de verkoper bevoegd is om het paard ook aan een ander te verkopen. Hoewel hij hiermee jullie overeenkomst schendt (verbintenisrechtelijk), mag hij dit, als eigenaar zijnde, doen (goederenrechtelijk).

Bij ontbindende voorwaarde word jij als verkoper meteen eigenaar. Dit gebeurt ook vaak bij de koop van huizen: je koopt het huis onder de ontbindende voorwaarde van financiering. Krijg je de financiering niet rond, dan wordt de koopovereenkomst ontbonden. Doordat jij meteen eigenaar wordt, is de verkoper niet meer beschikkingsbevoegd om het paard aan een derde te verkopen.

Derdenbescherming

Wanneer een verkoper het paard toch verkoopt, terwijl hij dit niet kan/mag, omdat hij niet meer beschikkingsbevoegd is, dan kan de derde die het paard verkrijgt een beroep doen op derdenbescherming. Als de derde het paard heeft gekocht tegen betaling en te goeder trouw was, dan zal de derde toch rechtmatig eigenaar worden, ondanks dat de verkoper niet bevoegd was om het paard te verkopen. Wat dan slechts rest is de mogelijkheid tot het instellen van een schadevergoedingsactie jegens de verkoper die door de verkoop de overeenkomst heeft geschonden.

Conclusie

Let er dus goed op wanneer je een paard koopt onder welke voorwaarde je de afspraken precies maakt. Het is verstandig om dit expliciet te vermelden en uiteraard het liefst schriftelijk. Afgezien het juridische vraagstuk, kan het risico op verkoop aan een derde worden verkleind door de keuring zo snel mogelijk in te plannen.

Omdat dit zeer complexe materie is, heb ik het in grote lijnen weergegeven. Er zijn echter meer aspecten waar rekening mee gehouden moet worden. Mocht je vragen hebben naar aanleiding van dit artikel of zelf een probleem hebben waar je hulp bij kan gebruiken, neem dan gerust contact op via hippisch-loket.nl.

Dit artikel is geschreven door Kim Voskuilen van het Hippisch Loket. Voor meer informatie kun je contact opnemen via info@kimvoskuilen.nl of bezoek de website: www.hippisch-loket.nl.

Foto: Remco Veurink

(zitcompetitie)

Iedere maand bespreken we op onze site een juridische vraagstelling uit de praktijk. In deze aflevering bespreekt juriste Kim Voskuilen de volgende vraag: 

Sinds een aantal weken heb ik een nieuw zadel dat passend is gemaakt voor mijn paard. Tenminste, dat dacht ik. Hoe langer ik er mee reed, hoe meer verzet mijn paard ging vertonen. Op advies van mijn instructeur heb ik de zadelmaker weer gebeld. Deze heeft het zadel nagekeken, maar is van mening dat er niets mis is met het zadel. Omdat mijn paard er nog steeds niet beter onder loopt heb ik een andere zadelmaker naar het zadel laten kijken. Zij is van mening dat het zadel helemaal niet goed past, maar wel passend gemaakt zou kunnen worden. Wat nu?

Wanneer je een zadel aanschaft dan koop je niet alleen een zadel waar jijzelf fijn in zit, maar wil je ook dat jouw paard zo makkelijk mogelijk onder het zadel kan bewegen. Hierbij is het van essentieel belang dat jouw zadelmaker je ook adviseert welk zadel goed ligt op jouw paard en indien nodig nog wat kleine aanpassingen doet zodat het zadel perfect ligt. Wanneer het zadel niet goed ligt, is niet voldaan aan de koopovereenkomst en is sprake van non-conformiteit. De zadelmaker heeft dan een zogenoemde wanprestatie geleverd en zal deze moeten herstellen.

Klachtplicht

Van belang is dat wanneer je tot de ontdekking komt dat het zadel niet goed ligt, je zo snel mogelijk de zadelmaker op de hoogte stelt. In de wet wordt dit ook wel ‘klagen binnen bekwame tijd’ genoemd. Bij een consumentenkoop wordt in principe twee maanden als bekwame tijd aangehouden. Dit betekent dat je binnen twee maanden na ontdekking de zadelmaker op de hoogte moet hebben gesteld. Wanneer je dit niet doet, verlies je de kans om een beroep te doen op de non-conformiteit.

Termijn ontdekking

Ook is relevant wanneer het probleem zich voordoet. Ontdek je na twee weken al dat het zadel niet goed past of is dit pas na één jaar? Bij consumentenkoop, zoals in een eerder artikel uitgebreider besproken, wordt een zadel vermoed niet conform de overeenkomst geleverd te zijn, als het gebrek zich binnen zes maanden na aankoop openbaart. Het is dan aan de zadelmaker om aan te tonen dat het zadel wel voldeed bij de levering. Met zadels is dit punt vaak lastig. Natuurlijk kan het overduidelijk zijn dat het zadel een fabricagefout heeft, de zadelmaker het zadel verkeerd heeft aangemeten of dat de boom gebroken is. Maar een paard is geen dag hetzelfde. Een paard kan ineens veel dikker of dunner zijn geworden of door zijn jonge leeftijd in korte tijd veel bespiering erbij gekregen hebben waardoor het zadel dat eerst perfect lag, nu heel slecht ligt. Je kan niet van een zadelmaker verwachten dat hij iedere twee maanden jouw zadel kosteloos aanpast omdat je paard weer in bespiering is gegroeid. Het is dus van belang om na te gaan waarom het zadel niet meer past: lang niet alles is de zadelmaker aan te rekenen. Voor zowel de zadelmaker als de koper is het nuttig om het paard op te meten, zodat veel makkelijker is vast te stellen of het paard in korte tijd qua bespiering of vetpercentage is veranderd.

Ingebrekestelling

Als je de zadelmaker wil aanspreken op zijn wanprestatie, dan is het van belang de zadelmaker in gebreke te stellen. Dit houdt in dat je de zadelmaker schriftelijk op de hoogte stelt van het gebrek en je stelt een redelijke termijn waarin hij het gebrek moet herstellen. Er zijn uitzonderingen op deze regel, maar om het overzichtelijk te houden laat ik deze mogelijkheden in dit artikel buiten beschouwing. Wanneer de zadelmaker geen gehoor geeft aan de ingebrekestelling, dan kan de overeenkomst na de gestelde termijn ontbonden worden en zal de zadelmaker het aankoopbedrag terug moeten betalen. Uiteraard zal het zadel dan teruggegeven moeten worden aan de zadelmaker.

Aansprakelijkheid schade

Indien het paard schade heeft opgelopen door het slecht passende zadel, dan kunnen deze kosten verhaald worden op de zadelmaker. Het is hierbij wel van belang dat duidelijk vast komt te staan dat de schade inderdaad veroorzaakt is door het zadel. Dit kan bijvoorbeeld door een dierenartsenverklaring. De medische kosten zullen snel voor vergoeding in aanmerking komen. Schade geleden door het niet kunnen rijden, wordt lastiger te verhalen op de zadelmaker.

Conclusie

Een zadelmaker heeft de verplichting jou een goed passend zadel te leveren. Gebeurt dat niet, dan is de zadelmaker verplicht alles in het werk te stellen om alsnog een goed passend zadel te leveren. Dit kan inhouden dat het zadel wordt aangepast of dat er een geheel nieuw zadel wordt geleverd.

Zadelboom gebroken

Het komt met enige regelmaat voor dat de boom in een zadel is gebroken. Dit valt de eerste jaren binnen de garantie en de boom zal dan kosteloos vervangen moeten worden. Let hierbij wel goed op. Ik heb al meerdere zaken gezien waarbij de boom vervangen was en er meteen ook nieuwe singelstoten op waren gezet. Dit was zonder overleg gebeurd, maar er werd wel een factuur voor opgemaakt. Deze factuur hoef je niet te betalen. Als er vooraf niet duidelijk is gecommuniceerd dat de singelstoten ook meteen vervangen (moeten) gaan worden, dan kan je niet verplicht worden deze kosten te betalen.

Dit artikel is geschreven door Kim Voskuilen van het Hippisch Loket. Voor meer informatie kun je contact opnemen via info@kimvoskuilen.nl of bezoek de website: www.hippisch-loket.nl.

Foto: Remco Veurink

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 17)

vos paard hoofd knotjes

Iedere maand bespreken we op onze site een juridische vraagstelling. De betreffende zaken komen uit de praktijk en in deze aflevering bespreekt juriste Kim Voskuilen het onderstaande:

Wanneer je als particulier een paard koopt bij een professionele handelsstal, dan wordt deze koop gezien als een consumentenkoop. Ter bescherming van de consument zijn een aantal extra bepalingen opgenomen in het Burgerlijk Wetboek (BW) die naast of in plaats van de algemene regels gelden. Een hele belangrijke bepaling staat in artikel 7:18 lid 2 BW waarin wordt afgeweken van de algemene bewijslastverdeling.

Normaal gesproken moet degene die iets eist/beweert, bewijzen dat dat ook daadwerkelijk zo is. Bijvoorbeeld wanneer een koper van mening is dat het paard dat hij gekocht heeft een gebrek heeft, dan zal ook de koper degene moeten zijn die kan aantonen dat het paard dit gebrek al had op het moment dat hij het paard kocht. Bij consumentenkoop komt deze bewijslast bij de verkopende partij te liggen. Dit is gunstig voor de koper, omdat de verkoper dan aan zal moeten tonen dat het paard géén gebrek had ten tijde van de koop. Dit heet omkering van de bewijslast.

Consumentenkoop
Voordat een beroep kan worden gedaan op de omkering van de bewijslast, moet eerst vast komen te staan dat sprake is van consumentenkoop. Van consumentenkoop is sprake als een natuurlijk persoon (een particulier) een zaak koopt bij een verkoper die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Meestal is duidelijk te zien dat sprake is van consumentenkoop, maar dat is niet altijd zo.

Een recent en wellicht bekend voorbeeld van een zaak waarin de vraag centraal stond of sprake was van consumentenkoop, was in de zaak ‘Van Olst tegen Al-Khalifa’. In dit geval bepaalde de rechter dat sprake was van consumentenkoop. Ook al betaalde de moeder van Al-Khalifa de paarden via haar bedrijf, toch acht de rechter dat sprake is van consumentenkoop, omdat het vaststaat dat Al-Khalifa niet in paarden handelde. Daarnaast stond de naam van Al-Khalifa op het koopcontract, in de factuur en staat de paarden in de FEI-database op haar naam en niet op de naam van haar moeder.

Er zijn nog veel meer twijfelgevallen te bedenken. Iemand kan bijvoorbeeld privé een laptop kopen wat aangemerkt wordt als consumentenkoop. Maar koopt hij deze laptop, omdat hij hem nodig heeft voor zijn B.V., dan is het geen consumentenkoop meer. Het is dus erg belangrijk naar alle feiten en omstandigheden te kijken als het niet duidelijk is dat iemand als consument aan te merken is. Hierbij kan je denken aan: Presenteerde de koper zich als een professional? Is er gebruik gemaakt van een handelsnaam? Heeft de koper meerdere paarden? Maar ook: is de verkoper een professional? Heeft de verkoper een handelsstal of meerdere paarden waaruit blijkt dat hij als ondernemer aangemerkt kan worden?

Bewijslast
Zoals eerder verteld is heel kort door de bocht de basisregel: wie stelt, die moet bewijzen. Ben jij van mening dat het paard dat je gekocht hebt een gebrek heeft, dan zal jij aan moeten tonen dat het paard dit gebrek al had op het moment van aankoop. Bij consumentenkoop wordt tegemoet gekomen aan eventuele bewijsnood: ‘de zaak wordt vermoed bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoord te hebben, indien de afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn van zes maanden na aflevering openbaart’.

Om het wat simpeler uit te leggen: als je een paard hebt gekocht en binnen zes maanden blijkt het paard een gebrek te hebben, dan wordt aangenomen dat hij dit gebrek al had ten tijde van de koop. De verkoper zal dan aan moeten tonen dat het paard géén gebrek had. Slechts twijfel zaaien omtrent de afwezigheid van het gebrek is onvoldoende. De verkoper zal daadwerkelijk bewijs van het tegendeel moeten leveren.

Tenzij-regeling
Om het nog wat lastiger te maken geldt deze omkering van de bewijslast alleen als de ‘aard van de zaak’ (een dier) of de ‘aard van de afwijking’ (het gebrek) zich er niet tegen verzet. Er zijn dus gevallen te bedenken waarbij de zaak of de afwijking ervoor kunnen zorgen dat de bewijslast toch bij de koper blijft en niet bij de verkoper komt te liggen.

Dieren zijn in het algemeen niet van zo’n aard dat zij de omkering van de bewijslast tegen gaan. Het enkele feit dat het gaat om een paard is dus onvoldoende om de bewijslast bij de koper te houden. Voorbeelden van de aard van de zaak die ervoor kunnen zorgen dat de bewijslast toch bij de koper ligt zijn bijvoorbeeld planten met een zeer korte levensduur van maar een paar maanden of aquariumvissen die slechts bij een zeer nauwgezette verzorging in leven blijven.

Als de aard van de zaak voor de verkoper geen gunstige uitkomst kan bieden, dan kan er nog gekeken worden naar de aard van de afwijking. Hierbij gaat het om het gebrek dat het paard na de koop vertoond. Helaas kan uit de rechtspraak geen eenduidig antwoord worden gevonden welke gebreken er onder de aard van de afwijking vallen. In het algemeen wordt aangenomen dat wanneer de afwijking duidelijk is ontstaan door het handelen van de koper de bewijslast bij de koper blijft. Daarnaast wordt gekeken of het gebrek door meerdere factoren veroorzaakt kan zijn, zoals de lange reis die het paard heeft afgelegd na de koop, verandering van de (stal)omgeving en behandeling van en omgang met het paard. Ook wordt gekeken naar het feit of het gebrek duidelijk van buitenaf zichtbaar is.

Conclusie
In principe zal de koper moeten bewijzen dat het paard niet aan de overeenkomst beantwoordt, tenzij sprake is van consumentenkoop. Bij consumentenkoop wordt vermoed dat het gebrek al bestond bij de koop, mits het gebrek zich binnen 6 maanden na de koop toont. In deze gevallen zal de verkoper moeten aantonen dat het paard wel conform de overeenkomst is geleverd. Dit geldt echter alleen wanneer de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich hier niet tegen verzetten.

Checklist
1. Is sprake van consumentenkoop? Is de koper een particulier en de verkoper een professional?
En heeft het gebrek zich binnen zes maanden na de koop geopenbaard?
– Ja: dan zal de verkoper moeten bewijzen dat het gebrek niet aanwezig was bij de verkoop.
– Nee: dan zal de koper moeten bewijzen dat het paard niet voldeed aan de koopovereenkomst.

2. Is sprake van consumentenkoop, dan zal de verkoper moeten bewijzen dat het paard wel aan de
overeenkomst beantwoordde, tenzij:
– de aard van de zaak zich ertegen verzet. Het feit dat het een paard betreft is niet voldoende.
– de aard van de afwijking zich ertegen verzet. Het is afhankelijk van de omstandigheden van
het geval of het gebrek de omkering van de bewijslast tegengaat.
Wanneer sprake is van een van deze uitzonderingen, dan zal de koper moeten bewijzen dat het
paard het gebrek al had ten tijde van de koop.

Dit artikel is geschreven door Kim Voskuilen van het Hippisch Loket. Voor meer informatie kunt u contact opnemen via info@kimvoskuilen.nl of bezoek de website: www.hippisch-loket.nl.

Foto: Remco Veurink

banner-website

paard
foto: Remco Veurink
Iedere maand bespreken we op onze site een juridische vraagstelling. De betreffende zaken komen uit de praktijk en kunnen daarom voor een ieder die beroeps- of hobbymatig actief is in de paarden(sector) interessant zijn. In deze aflevering bespreekt onze juriste Kim Voskuilen de vraag of je verplicht bent mee te werken aan de arbitragecommissie:
Vraag:
‘Ik heb met iemand een geschil over een paard en we komen er onderling niet echt uit. Nu heb ik een brief ontvangen van het KWPN met daarin de mededeling dat diegene onze kwestie voor heeft gelegd aan de arbitragecommissie van het KWPN en dat ik een verweerschrift in moet dienen. Zo’n geschil kan toch alleen beoordeeld worden door een rechter? Ik wil dit niet. Ben ik verplicht hieraan mee te werken?’

Antwoord:

Naast de gewone rechtspraak zijn er diverse andere manieren om een geschil tot een goed eind te brengen. Er zijn diverse voordelen om voor een alternatieve geschillenbeslechting te kiezen. Hierbij kan je denken aan een oplossing binnen een korter tijdsbestek en financieel kan het gunstiger zijn om niet voor de normale rechtsgang te kiezen. Maar er zijn ook nadelen waar rekening mee gehouden moet worden. Zo kan je vaak niet in hoger beroep als de uitkomst niet gunstig uitvalt en wordt een geschil lang niet altijd beoordeeld door iemand met een juridische achtergrond. Wanneer je akkoord gaat met algemene voorwaarden of statuten bij het aangaan van bijvoorbeeld een lidmaatschap, bestaat dus de mogelijkheid dat een arbitrageprocedure hiervan onderdeel uitmaakt. Wordt een geschil door de tegenpartij aanhangig gemaakt bij de arbitragecommissie,  bestaat er in principe geen mogelijkheid om hier onderuit te komen. Jij bent immers akkoord gegaan met de voorwaarden en dus ook de mogelijkheid dat een schil wordt voorgelegd aan een arbitragecommissie. Het is dus goed om je te realiseren dat je bij het accepteren van algemene voorwaarden akkoord gaat met de mogelijkheid dat een geschil niet slechts door de rechter wordt beslecht, maar afgedaan kan worden door particuliere rechtspraak.

Meer informatie over vormen van geschillenbeslechting:
Rechtspraak
In Nederland kunnen geschillen worden voorgelegd aan de rechter bij de rechtbank. De rechter bekijkt de voorgelegde zaak en zal aan de hand van alle feiten en omstandigheden tot een uitspraak komen waar partijen zich aan moeten houden. Als een van de partijen het niet eens is met de uitspraak van de rechter, kan die partij hoger beroep instellen om een hogere rechter te vragen  de zaak in zijn geheel opnieuw te beoordelen. Hierna bestaat nog een laatste mogelijkheid indien een van de partijen zich niet kan vinden in de uitspraak van het gerechtshof: cassatie. Bij een cassatieberoep wordt een verzoek ingediend bij de Hoge Raad der Nederlanden om een (eerdere) uitspraak van het gerechtshof te vernietigen. Belangrijk verschil met het hoger beroep is, dat bij cassatie de Hoge Raad niet inhoudelijk naar de feiten en omstandigheden kijkt. De Hoge Raad beoordeelt alleen of het gerechtshof het recht en de procesregels goed heeft uitgelegd en toegepast en of de uitspraak goed is onderbouwd.
Alternatieve geschillenbeslechting
Zoals aangegeven zijn er naast de gang naar rechter nog andere manieren om een geschil tot een (goed) einde te brengen.  Zo bestaat er tuchtrechtspraak dat erop toeziet dat leden van een beroepsgroep zich aan de gedragsregels houden, zoals artsen en notarissen. Ook bestaan er geschillencommissies die veelal onderdeel zijn van een brancheorganisatie, die klachten van consumenten over leveranciers behandelen.  Een ander voorbeeld is mediation.  Hierbij helpt een onafhankelijke neutrale buitenstaander de betrokken partijen om zelf tot een oplossing te komen. Een heel bekend voorbeeld van particuliere geschillenbeslechting is De Rijdende Rechter. Dit is een bindend adviesprocedure. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden wordt het geschil niet beoordeeld door een rechter, maar door een bindend adviseur. Het is hiervoor niet vereist dat de adviseur juridisch is onderlegd. Een bindend adviseur stelt tijdens zo’n procedure vast wat (rechtens) tussen partijen geldt.
Arbitrage
Bij een conflict kan ook een arbitragecommissie worden ingeschakeld om tot een oplossing te komen. Een arbitragecommissie bestaat uit een oneven aantal arbiters, één of drie, die werkzaam zijn in de betreffende bedrijfstak. Dit wordt vaak ook een geschillencommissie genoemd. Het is niet vereist dat deze arbiters een juridische opleiding hebben gevolgd. Een arbitragecommissie behandelt het conflict op een vergelijkbare wijze als de rechter. De eisende partij dient schriftelijk zijn eis in en de tegenpartij mag hierop schriftelijk zijn verweer kenbaar maken. Daarop volgt nog een schriftelijk ronde of wordt een mondelinge behandeling gepland waarbij beide partijen een toelichting mogen geven. Hierna volgt een bindende uitspraak.  Partijen zijn gebonden aan dit arbitrale vonnis.
Hoe kom je bij een arbitragecommissie terecht?
De mogelijkheid (maar soms ook verplichting) om een geschil voor te leggen aan een arbitragecommissie kan worden vastgelegd in een individuele overeenkomst, maar wordt veelal vastgelegd in algemene voorwaarden. Om terug te komen op bovenstaande vraag: ja, hoogstwaarschijnlijk ben je verplicht hieraan mee te werken. Als beide partijen lid zijn van het KWPN, dan is het mogelijk dat een geschil wordt voorgelegd aan de arbitragecommissie van het KWPN. Met deze mogelijkheid ga je akkoord als je lid wordt van het KWPN. Dit betekent dat op het moment dat de tegenpartij de arbitrageprocedure heeft gestart, je hieraan mee zal moeten werken.
Wat is belangrijk om te weten?
Vaak is arbitrage een mogelijkheid naast de normale rechtsgang. Als de weg van de arbitrageprocedure is gekozen, dan is het niet meer mogelijk om het geschil voor te leggen aan de ‘gewone’ rechter. De uitspraak van de arbitragecommissie is bindend en daar kan je niet onderuit. Wellicht nog belangrijker is het feit dat in de meeste gevallen geen hoger beroep mogelijk is. Mocht je het niet eens zijn met het vonnis van de arbitragecommissie, dan bestaat er geen mogelijkheid om de uitkomst nogmaals te laten beoordelen, waardoor de uitkomst wellicht wel in jouw voordeel uitpakt.
Meer weten?
Van de diverse mogelijkheden in dit artikel zijn slechts de hoofdlijnen uitgelegd. Voor meer informatie kunt u contact opnemen via info@kimvoskuilen.nl of bezoek de website: www.hippisch-loket.nl.

Iedere maand bespreken we op onze site een juridische vraagstelling. De betreffende zaken komen uit de praktijk en in deze aflevering bespreekt juriste Kim Voskuilen onderstaand probleem:

In januari heb ik een paard gekocht bij een handelaar. Een kennis wees mij op het paard dat de handelsstal te koop had. Ik heb het paard daar bezichtigd en bereden. De handelaar was daar bij aanwezig. Na de bezichtiging heb ik met de handelaar afgesproken dat hij het paard zou laten keuren en bij goedkeuring zou de koop gesloten zijn. Omdat mijn kennis goed contact had met de handelaar is veel van de communicatie via hem gegaan. Na de keuring is het paard opgehaald door een derde die het paard naar mij toe heeft gebracht. Ook heb ik een factuur van de handelaar gekregen met daarop het verkoopbedrag.

Al heel snel bleek dat het paard last heeft van eczeem. Na wat onderzoek bij de fokker van dit paard bleek dit een bekend probleem te zijn. De verkoper heeft nooit verteld dat het paard last heeft van eczeem. Als ik dat had geweten , dan had ik het paard nooit gekocht. Ik heb de handelaar benaderd met het probleem en ik heb aangegeven dat ik de koop ongedaan wil maken. Nu zegt de handelaar dat ik niet bij hem moet zijn, maar bij mijn kennis. De handelaar is namelijk van mening dat ik het paard van mijn kennis heb gekocht en niet van hem. Mijn kennis zegt op zijn beurt dat hij het paard helemaal niet heeft gekocht. Wel heeft hij een vergoeding gekregen van de verkoper, omdat door zijn tip het paard aan mij is verkocht. Beiden zeggen nu dus dat ik niet bij hen moet zijn. Wie heeft er gelijk? Ik weet niet beter dan dat ik het paard van de handelaar heb gekocht.  

Het komt in de paardenwereld vaker voor dat paarden door middel van een tussenpersoon gekocht of verkocht worden. Hierbij is wel van belang wat de precieze rol van deze persoon is. Er zijn verschillende soorten tussenpersonen waar ook verschillende regels/juridische gevolgen aan kleven. Deze varianten zal ik uitleggen aan de hand van de bovenstaande vraag waarin de koper, de verkoper en de kennis een rol spelen. De kennis is hierin aan te merken als de tussenpersoon.

Bemiddelingsovereenkomst

Een bemiddelingsovereenkomst is een overeenkomst waarbij de kennis de opdracht heeft van de verkoper om tegen een vergoeding werkzaamheden te verrichten waardoor een overeenkomst wordt gesloten tussen de verkoper en de koper. Een vaak gezien voorbeeld van deze overeenkomst is de constructie dat de tussenpersoon een vergoeding krijgt als naar aanleiding van zijn tip een koopovereenkomst tot stand komt tussen de verkoper en de koper. Wat de tussenpersoon precies moet doen om die vergoeding te ontvangen is afhankelijk van de afspraken die hij met de verkoper heeft gemaakt. Uiteraard kan ook een koper gebruikmaken van een tussenpersoon.

Lastgevingsovereenkomst

Bij een lastgevingsovereenkomst heeft de kennis de opdracht om voor rekening van de verkoper rechtshandelingen te verrichten. Een voorbeeld hiervan is dat de tussenpersoon namens de verkoper de koopovereenkomst sluit met de koper. De overeenkomst komt dan tot stand tussen de verkoper en de koper, ook al heeft de tussenpersoon de koop gesloten. Dit kan de tussenpersoon doen als hij een volmacht heeft gekregen van de verkoper dat hij de koopovereenkomst mag sluiten. Als de tussenpersoon namens de verkoper handelt en de koper is hiervan op de hoogte, dan draagt de verkoper het risico van de gesloten overeenkomst. Mocht bijvoorbeeld de koper de overeenkomst willen ontbinden, dan zal hij dat kenbaar moeten maken aan de verkoper. De verkoper is immers diegene waar de koper een overeenkomst mee heeft gesloten.

Naast het handelen in naam van de verkoper, kan de tussenpersoon ook overeenkomsten sluiten in eigen naam. In zo’n geval weet de koper niet beter dan dat hij de overeenkomst aangaat met de tussenpersoon. De verkoper is in dit voorbeeld helemaal niet in beeld. Gevolg hiervan is dat de koper bij problemen aan kan kloppen bij de tussenpersoon. De tussenpersoon draagt het risico van de gesloten overeenkomst.

Doorverkoop

Bij doorverkoop koopt de kennis het paard van de verkoper om het vervolgens weer te verkopen aan de koper. In dergelijke gevallen wordt de tussenpersoon eerst zelf eigenaar van het paard, waarna hij de eigendom weer overdraagt middels de verkoop van het paard aan de koper. Dit is een groot verschil met de bemiddelings- en lastgevingsovereenkomst , omdat in die gevallen de eigendom van het paard rechtstreeks van de verkoper overgaat naar de koper.

Casus

In bovenstaande vraag wijst het erop dat de kennis middels een bemiddelingsovereenkomst een vergoeding van de verkoper heeft ontvangen, omdat het paard door de tip is verkocht aan de koper. In dit geval zal de koper de verkoper aan moeten spreken; de koopovereenkomst is immers tot stand gekomen tussen de verkoper en de koper.

Dit zou anders zijn als de tussenpersoon in eigen naam heeft gehandeld. Dan wist de koper niet beter dan dat hij de koopovereenkomst heeft gesloten met de tussenpersoon. In dit geval zal de koper zijn klacht neer moeten leggen bij de tussenpersoon en niet bij de verkoper. Hetzelfde geldt als de tussenpersoon het paard eerst zelf gekocht heeft en het daarna heeft doorverkocht aan de koper.

Checklist:
  • Krijg je te maken met een tussenpersoon, vraag dan wat zijn precieze rol is. Hoewel het een afspraak betreft tussen de verkoper en de tussenpersoon, is het voor jou als koper ook van belang om te weten hoe de verhoudingen zijn.
  • Het is sowieso verstandig om bij de koop van een paard gebruik te maken van een schriftelijk contract. Gebruik in ieder geval een contract als je te maken hebt met een tussenpersoon: dan staat zwart op wit wie de verkopende partij is.
  • Wil je zelf gebruiken maken van een tussenpersoon, zorg dan dat de afspraken schriftelijk worden vastgelegd, zodat geen misverstanden kunnen ontstaan. In de bovenstaande vraag was er geen onenigheid geweest over de invulling van de rol van de tussenpersoon als de verkoper en de tussenpersoon hun afspraken duidelijk op papier hadden gezet.

Dit artikel is geschreven door Kim Voskuilen van het Hippisch Loket. Voor meer informatie kunt u contact opnemen via info@kimvoskuilen.nl of bezoek de website: www.hippisch-loket.nl.

Foto: Remco Veurink

 

0 4600
manege open
foto: Jessica Pijlman

Mensen met paarden hebben de hemel op aarde, maar komen zij te sterven dan is er niets te erven, zo luidt een bekend gezegde. Paardrijden is een populaire sport, die door jong en oud beoefend wordt. Dat neemt echter niet weg dat je als ruiter groot risico loopt op ernstige (lichamelijke) letselschade. Wie is aansprakelijk als er iets mis gaat met een paard?

Juridisch kader

Als ruiter wordt extra juridische bescherming geboden. De Nederlandse wet stelt in art. 6:179 BW dat de eigenaar/bezitter van het dier, of het nu een paard, hond of kat is, aansprakelijk is voor de schade die het aanricht. Dit is gebaseerd op het onberekenbare element, en daarmee het gevaar dat een paard handelend uit eigen energie met zich meebrengt.

In veel gevallen leidt dit ertoe dat indien een kind van haar pony valt tijdens een manegeles, de manege hiervoor aansprakelijk zal zijn. Dit geldt óók als de manege de welbekende bordjes heeft hangen met ‘’paardrijden geschiedt op eigen risico’’. Wel zal in dergelijke situaties een percentage eigen schuld toegerekend worden. Hierbij wordt rekening gehouden met de verwijtbaarheid van de gedragingen van de ruiter. Bijvoorbeeld, rechters zullen veelal uitgaan van de aanname dat je meer (verantwoordelijkheid) mag verwachten van een ruiter naarmate hij of zij ouder wordt.

Conclusie

Kortom, wanneer je als ruiter schade oploopt als gevolg van (onberekenbare) gedragingen van het paard, dan zal in veel gevallen een gedeelte vergoed worden. Afhankelijk van de specifieke omstandigheden zou dit zelfs kunnen oplopen tot een volledige schadevergoeding.

Bron: Jurofoon

Foto: Jessica Pijlman/Made by Jessy

Volg ons!

103,192FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer