Tags Posts tagged with "instructie"

instructie

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. Na in de vorige delen gesproken te hebben over de hulpen en werken aan het horizontale evenwicht, kwam de ontwikkeling van de gangen aan de orde. Inmiddels zijn we aangekomen bij de zijgangen en gaan we verder met het rijden van schouderbinnenwaarts. Hoe doe je dat en wat zijn de meest voorkomende problemen en oplossingen?

‘Het rijden van schouderbinnenwaarts wordt in de proef gevraagd op drie sporen. Dat wil zeggen als je van voren kijkt zie je het binnenvoorbeen, het buitenvoorbeen die op één lijn zit met het binnenachterbeen en het buitenachterbeen. Je kunt schouderbinnenwaarts ook op vier sporen rijden door het paard ten opzichte van de lange zijde schuiner te laten lopen. Je ziet dan het buitenvoorbeen en het binnenachterbeen apart van elkaar.’

Automatisch

‘Het schouderbinnenwaarts is de eerste oefening waar meer verzameling wordt gevraagd. Het binnenachterbeen moet zich namelijk meer richting het borstbeen bewegen, zodat de voorhand oftewel de bortskas zich kan oprichten. Als het paard dit aan beide kanten steeds even makkelijk doet en hierin zich evenveel ontwikkelt, werk je automatisch ook aan de rechtgerichtheid. Natuurlijk zorgt het schouderbinnenwaarts er tevens voor dat je controle krijgt over de positie van de schouders. Dit is ook belangrijk in oefeningen als appuyeren, keertwendingen en pirouettes, maar ook uiteindelijk voor de galopwissels. De oefening kent dus veel rijtechnische voordelen, maar ook als je je paard langs een eng obstakel wilt rijden, kun je er gemakkelijker langs rijden als je het schouderbinnenwaarts onder de knie hebt.’

Drie of vier sporen

‘Bij het schouderbinnenwaarts op drie sporen dienen de achterbenen rechtuit over de hoefslag te lopen en elkaar niet te kruisen. De voorbenen komen door de buiging om het binnenbeen iets naar binnen en kruisen elkaar wel. Het schouderbinnenwaarts rijden op drie sporen heeft meerdere voordelen. Je gymnastiseert het paard door te werken aan de lengtebuiging en dus de laterale buiging met name in het lage hals- en borstgebied.

Dus met name de voorste helft van het paard. Rijd je schouderbinnenwaarts op vier sporen dan is het paard nagenoeg recht en gaat het paard meer zijwaarts. Eigenlijk ben je aan het wijken op de hoefslag. De achterbenen kruisen elkaar hierbij juist wel. Deze oefening op vier sporen vraagt meer verzameling, omdat het achterbeen nog verder richting het borstbeen geplaatst moet worden. Het paard buigt en bolt meer in de lendenen. De achterste helft van het paard wordt met deze oefening dus meer getraind.’

Geen achterhandbuitenwaarts

‘Bij het schouderbinnenwaarts is het belangrijk dat de schouders echt naar binnen worden geplaatst en niet de achterhand naar buiten, anders had het waarschijnlijk wel achterhandbuitenwaarts geheten! Alleen geeft deze laatste oefening niet de rijtechnische voordelen zoals het schouderbinnenwaarts. Voordat je het schouderbinnenwaarts aan gaat leren, moet het paard eerst goed kunnen wijken voor de kuit. Vaak laat ik mijn leerlingen eerst de schouderbinnenwaarts de andere kant op rijden. Dus op de linkerhand vanaf de binnenhoefslag de schouders naar buiten. Dit omdat de meeste paarden van de hoefslag af zullen willen lopen. Dit kan nu niet, omdat daar de omheining van de rijbaan zit. Ik doe dit dus voornamelijk om de ruiter eerst te laten voelen wat de bedoeling is.

‘Vaak laat ik mijn leerlingen eerst de schouderbinnenwaarts de andere kant op rijden. Dus op  de binnenhoefslag de schouders naar buiten.’

Als dat goed gaat, laat ik de ruiters hetzelfde doen, maar dan een paar meter van de omheining af. Gaat dit goed dan kun je kijken of het gewone schouderbinnenwaarts lukt. Zonder dat het paard dus naar binnen loopt. Bereid het schouderbinnenwaarts goed voor door de hoek te gebruiken en eventueel in de hoek eerst een volte te rijden. In de hoek of in de volte werk je al aan de lengtebuiging en de laterale buiging om je binnenbeen. In de hoek zelf laat je het paard een beetje wijken voor je binnenbeen, om de reactie op dit been te controleren. Vervolgens stuur je de voorhand van het paard met twee teugels naar binnen, door beide handen iets naar binnen te plaatsen. Je binnenbeen zorgt ervoor dat het binnenachterbeen van het paard geactiveerd wordt. Daarbij voorkomt je binnenbeen samen met je buitenteugel ervoor dat het paard niet van de hoefslag loopt. Je buitenteugel kan ook de schouder juist begrenzen als het paard over die schouder weg wilt lopen. Je binnenteugel vraagt de schouders iets naar binnen en stelling.’

Loop zelf zijgangen

‘Bij deze oefening is het ook weer heel belangrijk hoe je houding en zit is en op welke manier je je hulpen geeft. Vaak zie je dat de ruiter het binnenbeen te veel naar achteren plaatst. Hierdoor zet je eerder de achterhand naar buiten, mede omdat je paard niet om je binnenbeen kan buigen. Dat kan alleen als je je binnenbeen dichter bij de singel houdt. Meestal zit een ruiter die zijn been te veel naar achteren legt, ook te veel op de buitenkant. Hierdoor haal je het paard uit balans en wordt het moeilijker om een gedragen schouderbinnenwaarts te laten zien. Het paard zal eerder impuls verliezen of juist loperig worden. Kijk dan ook niet naar de buitenschouder van je paard, maar tussen de oren van je paard door. Natuurlijk kun je met je ogen wel naar de schouders of hoefslag kijken, maar pas op dat je niet te veel op de buitenkant gaat zitten. Een goede focus zorgt nu eenmaal voor een beter uitgevoerde oefening. Er is nog een goede oefening om te weten hoe je in een schouderbinnenwaarts moet zitten. Zo laat ik mijn leerlingen regelmatig zelf de oefening lopen. Als je het zelf goed kan, merk je dat je ook op die manier op je paard moet zitten. Zou je bijvoorbeeld te veel op te buitenkant zitten en zo de oefening door lopen, zal je eerder naar buiten omvallen en is het moeilijker om ‘gedragen’ te lopen. Het klinkt misschien gek, maar probeer het maar eens! Overigens geldt dit voor alle dressuuroefeningen.’

Problemen en oplossingen

‘Bij het rijden van schouderbinnenwaarts zijn er nog al wat uitdagingen! Misschien lukt het je om het op te lossen, maar soms denk je; wat nu? Onderstaand de meeste voorkomende problemen en oplossingen.’

Paard loopt van de hoefslag af

‘Zoals al eerder aangegeven los je dit op met je binnenbeen en buitenteugel. Denk hierbij maar aan terug wijken naar de hoefslag. Lukt dit niet zet dan het paard eerst weer recht op de hoefslag, rijd voorwaarts en zet de oefening opnieuw in.’

Impulsverlies

‘Maak het paard in de hoek al actiever door met meer energie te rijden. Wissel het schouderbinnenwaarts af met stukjes rechtuit in middendraf.’

De schouders moeten in deze oefening naar binnen. Is het paard te veel naar binnen gesteld dan kan het verbuigen.

– Te veel stelling oftewel verbuigen en kantelen

‘De schouders moeten in deze oefening naar binnen. Het hoofd staat hierbij recht voor het borstbeen. Is het paard te veel naar binnen gesteld dan kan het verbuigen. Dit betekent dat het paard meer stelling dan buiging heeft oftewel de halsbuiging is meer dan de buiging in het lichaam. Stel het paard recht en laat het meer buigen in het lichaam om je binnenbeen door eerst een volte te rijden. Begrens met je buitenteugel om te voorkomen dat het paard te veel stelling aan neemt. Als een paard kantelt is dit ook een teken dat het moeite heeft om te buigen om het binnenbeen. Het ontlast zich dan door te kantelen. Werk hieraan door je voltes tien meter te verbeteren en het paard om je binnenbeen te laten buigen en daarbij niet te veel je binnenteugel te gebruiken.’

Blijf rijden

‘Voor alle oefeningen geldt ‘blijf rijden’ en staar je niet blind op die ene oefening. Focus je op het goed gaande paard, dat met takt, regelmaat en in aanleuning loopt. Als deze voorwaarden er niet zijn, werk hier dan eerst aan en houd deze goed in de gaten. De takt en regelmaat van de beweging, gaan voor het zijwaarts gaan. De oefeningen mogen immers nooit ten kosten gaan van een correct lopend paard, maar moeten juist het paard helpen nog beter zijn lichaam te gebruiken.’

Het volgende deel van deze instructieve serie staat in het teken van het rijden van travers en appuyementen. Houd de Hoefslag facebookpagina en de website dus goed in de gaten!

 

Tekst: Carlijn de Boer

Foto’s: Sabine Timman

 

0 2774
bastiaan de recht
© DigiShots

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. In deze aflevering hebben we het over de ontwikkeling van de galop. Hoe doe je dat en behoud je sprong juist bij de verzamelde oefeningen?

Na in de vorige delen gesproken te hebben over de hulpen en werken aan het horizontale evenwicht, kwam de verbetering van de stap en de draf aan de orde.  ‘Net als bij het verbeteren van de draf, is het voor de ontwikkeling van de galop ook van belang dat je veel schakelt. Dat wil zeggen overgangen rijden en tempowisselingen maken, waarbij het paard nageeflijk blijft. Lees dan ook nog eens deel 7 door van deze instructieve serie.

Wil je meer sprong, waarbij het paard de borstkas meer lift, maak dan juist overgangen van stap naar galop. Hierbij moet je tijdens de overgang wel iets doordrijven, zodat de eerste sprongen meteen actief zijn. Doe je dit niet dan blijft het paard te veel ‘hangen’ in de galop, terwijl je juist afzet wilt vanaf de eerste sprong. Maar er zijn nog meer oefeningen om de galop expressiever te krijgen.’

Onwijs verbeteren

‘Net als in de draf wil je een korter frame en een grotere paslengte. Met de volgende oefening kun je de galopsprong onwijs verbeteren. Rijd eens een arbeidspirouette. Hierbij zet je de achterhand, op een volte van circa 12 tot 15 meter, naar binnen net zoals bij een travers. Rijd vervolgens uit deze arbeidspirouette recht naar voren in een midden- of uitgestrekte galop.’

In de contragalop zal het paard automatisch meer gedragen galopperen.

‘Een andere fijne oefening is de contragalop. In de contragalop zal het paard automatisch meer gedragen galopperen en moet het meer sprong maken. Mits uiteraard het paard niet versnelt, vertraagt of scheef gaat. In de hoeken van de contragalop moet het paard met de voorhand om de achterhand springen en krijg je dus vanzelf meer sprong en gedragenheid.’

Sprintje

‘Veel dressuurruiters doen het niet, maar wil je de galop écht verbeteren, is af en toe een sprintje trekken erg goed. Als ik tijdens een buitenrit eens flink heb gegaloppeerd, dan voel ik dan de dagen erna een galop die tien keer beter is. De galopsprongen zijn veel groter en met meer ruggebruik.’

galop buitenrit

Heb je moeite met de buiging in deze oefening, kun je de volte openen en sluiten.

‘Als je paard in de verzamelde galop geen zuivere drietakt meer heeft, maar overgaat in een viertakt galop, dan zet het zich vast in de rug en/of hals. Rijd weer naar voren en geef de hals wat lengte. Gymnastiseer het paard en werk aan de souplesse. Een goede oefening hierbij zijn de galopappuyementen. Heb je moeite met de buiging in deze oefening, kun je de volte openen en sluiten. Bij het openen oftewel als je gaat wijken, kun je dit niet te scherp opzij doen. Een zuivere takt gaat altijd voor de verzameling. Werk hier dus eerst aan voordat je weer gaat verzamelen.’

Natuurlijke scheefheid

‘In de galop heeft het paard meestal een natuurlijke scheefheid. Het paard zal vaak iets met zijn achterbenen naar binnen galopperen. Het is dan van belang de voorhand voor de achterhand te plaatsen middels het rijden van schouder voor of licht schouderbinnenwaarts. Doe dit door met de buitenteugel tegen de hals de schouders iets naar binnen te plaatsen. Daarbij activeer je het binnenachterbeen van het paard door met je binnenbeen te drijven.’

In de volgende delen van deze instructieve serie worden verschillende dressuuroefeningen behandeld. Te beginnen met het wijken voor de kuit. Houd de Hoefslag facebookpagina en de website dus goed in de gaten!

Tekst: Carlijn de Boer

Foto’s: DigiShots en Remco Veurink

0 1318
Cennin

Altijd al de fijne kneepjes van het vak willen leren van een echte prof? Grijp dan nu je kans! Hoefslag geeft een dressuurles weg van topruiter en -trainer Madeleine Witte-Vrees. Van deze instructie zal de Hoefslagredactie in tekst en beeld verslag doen, waarvan het resultaat verschijnt in één van de komende nummers.

Wat moet je doen om in aanmerking te komen voor deze unieke en onvergetelijke ervaring? Ten eerste: alleen Hoefslag-lezers met een abonnement kunnen deelnemen aan de actie. Ben je nog geen abonnee en wil je toch kans maken op één van de dit jaar te vergeven lessen, klik dan hier.

Abonnement geregeld? Mail je naam en adres vóór 20 augustus 2017 naar onze redactie (hoefslag@mediaprimair.nl), vermeld daarbij het niveau van jou en je paard en waar je met Madeleine Witte-Vrees graag aan wilt werken. Stuur een filmpje mee van ongeveer één minuut (bij voorkeur via een link op YouTube), zodat we een impressie hebben van jullie als combinatie.

Heb je een vorige keer meegedaan, maar niet gewonnen? Waag gerust nog een poging.

Foto: Digishots

0 771
Tim Coomans, fokker en eigenaar van TC Great Lady

Altijd al de fijne kneepjes van het vak willen leren van een echte prof? Grijp dan nu je kans! Hoefslag geeft een dressuurles weg van toptrainer Tim Coomans. Van deze instructie zal de Hoefslagredactie in tekst en beeld verslag doen, waarvan het resultaat verschijnt in één van de komende nummers.

Wat moet je doen om in aanmerking te komen voor deze unieke en onvergetelijke ervaring? Ten eerste: alleen Hoefslag-lezers met een abonnement kunnen deelnemen aan de actie. Ben je nog geen abonnee en wil je toch kans maken op één van de dit jaar te vergeven lessen, klik dan hier.

Abonnement geregeld? Mail je naam en adres vóór 14 juni 2017 naar onze redactie (hoefslag@mediaprimair.nl), vermeld daarbij het niveau van jou en je paard en waar je met Tim Coomans graag aan wilt werken. Stuur een filmpje mee van ongeveer één minuut (bij voorkeur via een link op YouTube), zodat we een impressie hebben van jullie als combinatie.

Heb je een vorige keer meegedaan, maar niet gewonnen? Waag gerust nog een poging.

Foto: Digishots

0 6602
teugelvoering
Teugelvoering. Foto: Remco Veurink

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. In het eerste deel hebben we het opstappen uitgelicht. Nu de volgende stap; hoe houd ik mijn teugels vast en hoe geef ik de juiste teugelhulpen.

Trensteugel

‘Waarom houden we eigenlijk de trensteugel vast tussen ringvinger en pink? Als je je handen rechtop draagt met je duim bovenop en je buigt pols, waarbij je je duim voorover naar beneden duwt, ontstaat er een hefboom. Hierdoor trek je aan de teugel en kun je dus een teugelhulp geven. Mits je uiteraard de teugel wel vast blijft houden door de teugel die door je hand loopt, vast te klemmen tussen je wijsvinger en duim. Houd je hand gesloten, maar niet krampachtig. Dan kun je niet goed de mond van het paard en zijn reacties voelen.’

Teugelvoering
© DigiShots

 

Stang en trens

‘Met een stang- en trenshoofdstel heb je uiteraard te maken met twee teugels. Eentje van de trens en eentje van de stang. Hoe deze teugels worden vast gehouden heeft veelal te maken met de persoonlijke voorkeur van de ruiter. Vaak zie je dat ruiters gewend zijn een teugel vast te hebben onder de ringvinger langs en dat de tweede teugel dan onder de pink langs loopt. Hierbij loopt de stangteugel bij de ringvinger en de trensteugel onder de pink langs. Als je dan de hefboom uitvoert, komt er eerst druk op de trens en later pas op de stang. In de praktijk blijkt echter dat de trensteugel onder de pink langs meestal door slibt en het paard hoofdzakelijk op de stang gereden wordt. Daarbij is de ruiter gewend een trensteugel onder de ringvinger te hebben lopen en daar zit nu de stangteugel; de inwerking kan daardoor nog al eens grover zijn dan bedoeld. Een oplossing hiervoor is om de trensteugel toch, zoals ook bij een trenshoofdstel, onder de ringvinger door te laten lopen en de stangteugel onder de pink langs. Als door de hefboom de inwerking van de stang hierdoor te groot is, kan de stangteugel ook tussen de middelvinger en ringvinger door.’

teugelvoering
Teugelvoering stang en trens. Foto: Remco Veurink

Symmetrisch

‘Heb je de teugels op de juiste wijze vast, is het vervolgens belangrijk dat je je handen symmetrisch houd. Je beide handen moeten even ver van je navel zijn, even hoog gehouden worden en op dezelfde afstand van de hals. Hoe breed je je handen houd, is afhankelijk van hoe breed jouw schouders zijn. Bij een smal persoon zullen de teugels dichter langs de hals lopen dan bij een breder persoon. Hoe hoog je je handen houd, hangt af van hoe de hals van het paard is ingesteld. Bij een paard dat de hals strekt, zijn je handen lager, dan bij een paard dat in verzameling loopt. In principe houd je je handen een handbreedte boven de schoft.’

Teugelhulpen

‘Zowel bij teugel- als bij beenhulpen geldt, je geeft eerst lichte druk. Als het paard goed reageert op deze hulp, stop je met het geven van de hulp. Bij een teugelhulp houdt dit in dat het paard nageeft, een knikje maakt en daarmee de druk vermindert in je hand. Dan ontspan je je hand ook en blijf je dus niet trekken. Reageert het paard niet, blijft de teugel strak of gaat het paard er juist meer aan trekken? Maak dan een korte corrigeerde ophouding, waarbij je even kort en duidelijk de druk op de teugel vergroot. Herhaal dit totdat het paard reageert en ontspan dan weer. Blijf niet trekken. Het paard is toch sterker en zal alleen maar sterker worden.’

Sterk aan één kant

‘Vaak zijn paarden aan één kant sterker dan aan de andere kant. Dit kan ook voort komen uit de voorkeurs- en dus sterkere kant van de ruiter. Het paard loopt dan niet gelijk op twee teugels. Laat het paard nageven aan de teugel waar aan het het meeste trekt, zodat de druk op die teugel vermindert. Houd ondertussen wel met de andere teugel contact met de mond. Aan die kant moet het paard juist leren iets druk aan te nemen en niet te los te laten. Op deze manier, maar ook door het rijden van gymnastische oefeningen, kun je het paard rechter op twee teugels krijgen. Hierdoor zullen de oefeningen uiteindelijk op beide handen even goed gaan en kun je meer verzameling gaan vragen van je paard.’

Aanleuning

Zijwaartse nageeflijkheid

‘Behalve teugelhulpen die je naar achteren geeft, kun je ook zijwaarts hulpen geven. Wil je de hele hals naar binnen buigen dan doe je je hand iets van de hals af. Wil je juist alleen het paard in het nek- en kaakgewricht, dus vlak achter de oren, laten buigen, dan druk je juist de teugel aan die kant iets tegen de hals naar achteren. De mate en duur van de teugelhulp is hetzelfde zoals hierboven beschreven bij ‘Teugelhulpen’.’

Ben je benieuwd naar het volgende onderwerp dat gaat over het paard voor het been krijgen? Houd dan de Hoefslag facebookpagina en de website goed in de gaten!
Bastiaan de Recht
Bastiaan de Recht aan het werk met één van zijn paarden.

Carlijn de Boer voor dehoefslag.nl, overname zonder toestemming en bronvermelding is niet toegestaan

 

 

0 179

Op vrijdagavond 21 april verzorgt Gert van den Hof in Ermelo een KNHS Rondje Instructie ‘Zadelmak maken en corrigeren van probleempaarden’. Van den Hof krijgt onder meer te maken met de 7-jarige Storm die hevig in protest komt als hij aan het werk moet.

‘Het paard kent het zadel en als de ruiter er op zit is er niets aan de hand, tot het moment dat hij aan het werk moet’, staat in de omschrijving van de ruin (afstamming onbekend). ‘Ook tijdens het longeren gaat paard in protest.’

Van den Hof krijgt op 21 april nog drie jonge, onbeleerde paarden in handen: De 4-jarige merrie Indoctro-merrie Zambesi, de 3-jarige ruin Jackson (v Obelisk) en de eveneens 3-jarige merrie Jasmijn (v Danser).

Van den Hof heeft met zijn methode honderden paarden zadelmak gemaakt. Hij is inmiddels een expert in het heropvoeden van paarden met gedragsproblemen. Binnen zeer korte tijd onderscheidt hij karaktertypes bij verschillende paarden en hij vertelt tijdens het ‘rondje instructie’ uitgebreid hoe hij hiermee om gaat.

Het Rondje Instructie is in de Amaliahal van het KNHS-centrum en begint om 19.30 uur. De avond duurt tot 22.30 uur en de entree is € 15,- per persoon.

Kaartel bestel je via MijnKNHS. Je kunt ook een kaart kopen op de avond zelf aan de kassa.

Bron: KNHS

Foto: Shutterstock

0 415
Edwin Hoogenraat, Rob Ehrens, Luc Steeghs Rabobank Talentendag 2015 © DigiShots

Altijd al de fijne kneepjes van het vak willen leren van een echte prof? Grijp dan nu je kans! Hoefslag geeft een springles weg van toptrainer en bondscoach van de pony’s Edwin Hoogenraat. Van deze instructie zal de Hoefslagredactie in tekst en beeld verslag doen, waarvan het resultaat verschijnt in één van de komende nummers.

Wat moet je doen om in aanmerking te komen voor deze unieke en onvergetelijke ervaring? Ten eerste: alleen Hoefslag-lezers met een abonnement kunnen deelnemen aan de actie. Ben je nog geen abonnee en wil je toch kans maken op één van de dit jaar te vergeven lessen, klik dan hier.

Abonnement geregeld? Mail je naam en adres vóór 17 april 2017 naar onze redactie (hoefslag@mediaprimair.nl), vermeld daarbij het niveau van jou en je paard en waar je met Edwin Hoogenraat graag aan wilt werken. Stuur een filmpje mee van ongeveer één minuut (bij voorkeur via een link op YouTube), zodat we een impressie hebben van jullie als combinatie.

Heb je een vorige keer meegedaan, maar niet gewonnen? Waag gerust nog een poging.

Foto: Digishots

Links: Eventing-coach Christopher Bartle

Op dinsdag 14 maart kun je Christopher Bartle het hemd van het lijf vragen in de foyer van het KNHS-centrum in Ermelo. De Brit geldt als één van de allerbeste eventingcoaches ter wereld.

Na een indrukwekkende carrière als wedstrijdruiter stond Christopher Bartle ruim 16 jaar lang aan de basis van het succes van het Duitse eventingteam. Met zijn revolutionaire visie op crosstraining stond hij aan de basis van onder meer het teamzilver en individueel goud op de Olympische Spelen in Rio.

Sinds kort werkt de Bartle weer in eigen land als ‘eventing performance manager’ van het Britse eventingteam.

Het ‘rondje educatie’ op 14 maart is vanaf 15.00 toegankelijk voor eventingruiters 1-ster en hoger en vanaf 19.00 uur voor overige belangstellenden.

Kaarten kosten € 15,- en zijn verkrijgbaar via MijnKNHS.nl

Bron: KNHS.nl

Foto: Remco Veurink

 

Johan Hamminga rechts.

 

Hoe kan een ruiter een toegevoegde waarde zijn voor de training van een menpaard? Die vraag wordt beantwoord tijdens het Rondje Instructie Mennen van de KNHS op donderdag 23 maart. Het Rondje Instructie wordt gehouden in de Amaliahal van het KNHS-centrum in Ermelo.

De bekende tweespanrijder en meninstructeur Gerard Leijten en rij-instructeur Johan Hamminga slaan de handen ineen voor deze educatieve avond.

Nageeflijkhgeid

Leijten en Hamminga leggen aan de hand van diverse combinaties, zowel onder het zadel als aangespannen, uit wat de ruiter kan doen om een menpaard goed te trainen. De basisprincipes van het rijden, zoals nageeflijkheid, gehoorzaamheid en contact lopen als rode draad door de clinic.

‘Zowel de dressuur-vaardigheidsmenner als deelnemers aan de samengestelde wedstrijdsport, maar ook de recreatiemenner kan hier veel van opsteken’, denkt Gerard Leijten. ‘We weten dat een groot aantal pony’s en paarden in de mensport thuis onder het zadel wordt getraind en wij willen graag de menners helpen om de juiste verbindingen te maken tussen het rijden en het mennen.’

Wereldkampioenschappen

Gerard Leijten begon zijn mencarrière op 16-jarige leeftijd. Eerst met een enkelspan en later stapte hij over naar een tweespan. Leijten nam met succes deel aan vier Wereldkampioenschappen, met als hoogtepunt het behalen van de gouden teammedaille in 2011, waar hij individueel op de vijfde plaats eindigde.

Sinds 2004 houdt Gerard zich bezig met trainen van menpaarden en het geven van instructie. Als trainer en coach van een groot aantal menners in binnen- en buitenland levert hij een grote bijdrage aan successen van zijn leerlingen.

Dressuurtrainer

Johan Hamminga heeft een enorme staat van dienst opgebouwd als dressuurjurylid, -africhter en -instructeur. Johan is één van de grootste dressuurtrainers van Nederland en heeft menig (sub)topruiter onder zijn hoede, waaronder Jennifer Sekrève. Zelf heeft Johan wedstrijden gereden tot en met Grand Prix-niveau, maar hij is vooral bekend als africhter.

Hamminga heeft vanuit zijn verleden een link met de mensport. Johan komt van een boerenbedrijf, waar zij in eerste instantie paarden voor de wagen hadden voordat deze werden ingeruild voor de tractor. In de jaren tachtig maakte hij tuigpaardhengsten klaar in het verrichtingsonderzoek.

Aanmelden voor het Rondje Instructie kan via Mijnknhs.nl

Bron: KNHS

Foto: Remco Veurink

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

101,892FansLike
0VolgersVolg
7,030VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer