Tags Posts tagged with "instructie"

instructie

Grand Prix-amazone Judy Reynolds boekt internationaal succes met haar KWPN-ruin Vancouver K (v. Jazz). Ze is dé dressuurruiter van Ierland en vertegenwoordigde haar land op EK’s, WEG’s, de Olympische Spelen en in World Cup-finales. Haar beste prestatie in een wereldbekerfinale was een vierde plek, in 2017.

De in Duitsland gevestigde amazone deelt haar top-trainingstips met ons.

1. Losstappen

Graag neem ik de tijd om mijn paarden los te stappen, aan de lange teugel. Of ze nu uit het land komen, uit de molen of uit stal, zo wennen ze aan de situatie en kunnen ze zich mentaal voorbereiden op de training. Natuurlijk hangt het er wel van af hoe je paard is; heb ik een frisser paard, dan zal ik sneller gaan draven.

2. Stapreprises

Ik houd ervan om veel korte stapreprises in de training op te nemen. Als ontspanning en om de gereden oefeningen te laten beklijven. Zowel mentaal als fysiek is zo’n pauze nuttig. Aan 30-40 minuten lang alleen maar ‘werken’ is niet prettig. Bovendien heb je zo zelf ook even een adempauze.

3. Overgangen

Een dressuurproef bestaat uit veel overgangen. En dus is het belangrijk daar veel aandacht aan te besteden. Daarnaast helpen overgangen bij de opbouw van spieren en kracht, soepelheid. Weet ik niet waar ik aan moet werken, dan maak ik gewoon lekker veel overgangen, de hele tijd door.

4. Zijwaarts

Het laterale werk vind ik heel belangrijk. Daarbij is het ritme het aller belangrijkste. Dat geldt bij het wijken, schouderbinnenwaarts, appuyementen…  expressie komt wel, eerst en vooral moet je paard in één tempo lopen, in de juiste stelling en buiging.

5. Keertwendingen

Ik laat mijn paard graag keertwendingen in stap maken. Bij jonge paarden is een paar pasjes al voldoende. Weer geldt: niet te vaak, en steeds weer een lange teugel tussendoor. Het gaat er om dat de oefening ‘blijft hangen’, niet dat hij afstompt. Bij een jonger paard is het belangrijk om te voorkomen dat hij gestresst raakt.

Geduld

Het aller, allerbelangrijkst bij het trainen van een paard, of hij nu ervaren is of niet: blijf geduldig. Een paard leert oefeningen nooit in één keer, het gaat om herhaling en ervoor zorgen dat hij steeds maar weer positieve ervaringen opdoet. Lukt een oefening niet goed, raakt niet van de kook, maar stel je paard gerust en neem even pauze: wéér even lekker stappen aan de lange teugel dus. En probeer het nog een keer.

Nooit uitgeleerd

Wat ik in al die jaren dat ik paarden train geleerd heb, is dat je nooit uitgeleerd raakt. Elk paard is anders, van elk paard leer je weer nieuwe dingen. Jij kunt net zoveel van je paard leren als dat hij van jou leert, als je er voor open staat.

Bron: Facebook Judy Reynolds Dressage

Foto: DigiShots

0 24138
afkeer tegen koudbloedrassen

Bijna iedere eigenaar van een koudbloedpaard heeft weleens te maken gehad met een lagere jurybeoordeling. Gewoon simpelweg om het feit dat een koudbloed ‘nu net niet het ding was’ van het dienstdoende jurylid.

Iets wat dan wel niet letterlijk gezegd wordt, maar alsnog zijn er een tal van gevallen bekend waarin een koudbloed aanzienlijk in het nadeel was ten opzichte van de rankere, slankere en over het algemeen; populairdere warmbloedrassen.

Geen sportpaarden

Ondanks dat de opvatting dat een koudbloedpaard niet als sportpaard zou kunnen presteren zwaar achterhaald is, blijkt het nog altijd een heersend probleem voor veel koudbloed-eigenaren met wedstrijdambities. En klaarblijkelijk ook nog eens een probleem wat volgens gedupeerden zijn oorsprong vindt in de wortelen van de KNHS. Iets waar Chantal Borst-Platel sinds zondagavond over mee kan praten. Borst-Platel zag een cursist zakken voor het ORUN-examen omdat er ‘geen sportpaarden’ in de les reden, maar twee Tinkers. Ze deelde haar verhaal op Facebook en ontving binnen korte tijd veel bijval van vooral medestanders en lotgenoten.

Net niet

“Het is een beetje hetzelfde als in de wedstrijdring,” begint Borst-Platel het gesprek. “Een jurylid mag niet opschrijven dat ze geen koudbloed willen zien, maar de punten zijn gewoon lager waardoor je er net niet komt. Ik kom gelukkig uit de goede regio, dus heb zelf niet vaak meegemaakt. Desondanks hoor en zie ik het heel veel in mijn omgeving. Het is alom bekend bij het KNHS, maar het komt nog altijd te vaak voor.”

Jurycursus

Als eigen ervaring geeft de eigenaresse van Stal ’t Heideveld aan hoe ze eerder is benaderd om te rijden voor de opleiding tot jurylid van het KNHS. Echter was het niet toegestaan om dit op een Tinker te doen. “Als een koudbloed al niet mee mag rijden tijdens de cursussen, hoe leert een jurylid dan om ook dit soort rassen fatsoenlijk te kunnen beoordelen en een instructeur hoe ze elk paard kunnen lesgeven?”

Antipathie tegenover koudbloeden

Borst-Platel is er om deze reden dan ook van overtuigd dat de voorkeur en afkeer naar bepaalde paardenrassen toe al vanaf de basis wordt meegegeven, maar waar de antipathie tegenover koudbloeden vandaan komt snapt ze niet. “Natuurlijk is het voor een Tinker, met name door hun exterieur, wat lastiger om mee te komen met bepaalde oefeningen. Zo weet ik dat we voor de uitgestrekte draf meestal geen acht gaan krijgen, maar ook die mindere cijfers kan je ‘wegpoetsen’ door andere onderdelen wel supergoed te rijden. Desondanks hoor je nog te vaak dat koudbloeden beter thuis kunnen blijven of voor de wagen horen.”

Elitesport

Dat er op cursussen en trainingen al een stilzwijgende boycot heerst op koudbloeden is wat Borst-Platel een signaal wat anno 2019 niet meer thuishoort in de paardensport. “Zonder naam of afstamming hoor je er niet bij, terwijl er zoveel verschillende koudbloedpaarden zijn die wél meekomen op hoog dressuurniveau. Dressuur wordt op deze manier echt een elitesport en daar hoort een Tinker bijvoorbeeld, niet in thuis.”

Reactie KNHS

“Bij de KNHS is kennis genomen van de berichtgeving over het niet slagen van een kandidaat voor haar instructeursexamen. Vooropgesteld betreuren we het dat een dergelijk verhaal, dat altijd vraagt om wederhoor, eenzijdig naar buiten komt. Zo is er namelijk in dit geval absoluut geen sprake van dat deze kandidaat gezakt zou zijn omdat er Tinkers in haar les meeliepen. Navraag bij de examinatoren leert dat een dergelijke opmerking richting de kandidaat helemaal niet is gemaakt. De reden voor het niet slagen was terug te voeren op iets dat, in tegenstelling tot het gesuggereerde, wel van belang is bij een dergelijk examen.

Wat betreft de inzet van koudbloeden in de sport is het mogelijk mensen ontgaan dat er voorbeelden te over zijn van koudbloeden die in de breedtesport en zelfs tot en met subtopniveau in de prijzen vallen. Het is duidelijk dat deze rassen tot prima prestaties in staat zijn en vanuit de KNHS willen we dan ook benadrukken dat koudbloeden meer dan welkom zijn in de sport.”

Bron: Hoefslag / Overname zonder bronvermelding en toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan/ Tekst: Denise Meijer

Foto: Privéfoto Chantal Borst-Platel

 

0 1042

In navolging van de miniserie’ Aanleuning’ vertelt Grand Prix-ruiter en trainer Rien van der Schaft over zijn visie op het correct trainen van een dressuurpaard.

Karakter daargelaten, wat maakt een paard tot een goed dressuurpaard?

‘De belangrijkste factor: wie er op zit! Het zijn de goede, kundige ruiters die van een gewoon talentvol paard een wereldster kunnen maken. Zij kunnen er iets extra’s aan geven. En gelukkig zal dat altijd zo blijven, anders zou de dikste portemonnee met de medailles naar huis gaan. Daarnaast moet het paard natuurlijk wel een goed exterieur hebben. En daarmee bedoel ik vooral functioneel. Niet te lang en niet te kort, juiste bespiering, goede zelfhouding (opwaarts gebouwd) en, misschien nog wel de belangrijkste, atletisch vermogen. Drie correcte basisgangen is uiteraard ook een must. Bovendien vind ik het van net zo groot belang dat de paarden de kans en tijd krijgen om rustig te groeien. Zowel lichamelijk als geestelijk. Wij maken pas zadelmak met vier jaar. Eerder heeft toch geen zin, want de ontwikkeling gaat heus niet sneller in het begin.’

Het valt op dat jullie alle drie prachtig zitten op het paard. Wat is het geheim?

‘Ook daar zit de filosofie van Oothout achter. Ik slaagde op Deurne met een negen voor mijn houding. Ik dacht dat ik dus al aardig kon zitten, maar toen ik bij Piet kwam, was het eerste wat hij zei: ‘Wat zit jij slecht. Als een houten klaas.’ Ik zat inderdaad veel te strak. Hij heeft mij geleerd te ontspannen met lichte aanspanning. Losgelatenheid in je lijf, waardoor je mee kan gaan in de beweging van je paard. Daarbij doen vooral je buik- en rugspieren het werk, de rest is losjes. Ik hou er ook niet van om in een zadel te zitten wat je in een houding dwingt. Ik heb niet eens wrongen op mijn zadel, echt zo plat als een pannenkoek. Dan heb je tenminste de ruimte.’

Heb je zelf nog wedstrijdambities?

Wedstrijd rijden heb ik altijd heel leuk gevonden en het mooie van onze sport is dat je het tot late leeftijd kan blijven doen. Mits het er nog een beetje soepel uitziet natuurlijk. Bovendien vind ik dat het sterker overkomt wanneer je zelf de ring ingaat als je een bepaald standpunt hebt en daarvoor staat. Geen stuurlui aan wal, maar op de boot. Neemt niet weg dat Inge en ik wel duidelijk van mening zijn dat onze wedstrijden niet in de weg moeten staan van de carrière van Romy. Voordat ik bondscoach was, heb ik Chopin CL (v. Dayano) een paar keer in de Lichte Tour gestart. Nu start Romy hem in de Inter II.

Ik ben veel in het buitenland om les te geven. We hebben bewust nooit meer dan achttien paarden op stal staan. Dat redden we prima met z’n drieën en op die manier krijgen de paarden de rust en de aandacht die ze verdienen. Wanneer er een nieuw paard op stal komt, probeer ik hem meestal als eerste uit. Daarna kijken we voor wie hij het meest geschikt is. Alle trainingen doen we ook gezamenlijk, er kijkt altijd wel iemand mee. Af en toe ga ik met of zonder paard naar een collega ruiter om van gedachten te wisselen, maar ik ben niet echt meer een leerling van een bepaalde trainer. Zolang het ons gegund is, blijven we zo verder samenwerken, want het is nog iedere dag genieten.’

Marieke van der Putten over Rien van der Schaft

‘Ik heb van Rien geleerd om tot in de puntjes op gevoel te rijden. Het draaide om voelen wat je paard nodig heeft en wat er iedere pas onder je gebeurt. Hij vond het heel belangrijk om onafhankelijk te kunnen zitten. Wij reden daar op zadels zonder wrongen en tot op de dag van vandaag rijd ik op een zelfde soort zadel. Wel met iets wrong, maar veel bewegingsvrijheid. Ik was daar een soort kind aan huis en heb een fantastische tijd gehad. Rien was er altijd om mij te helpen en we gingen met de hele familie Van der Schaft op concours. Ik denk er met veel plezier aan terug.’

Les van Rien via Hoefslag

Hoefslag geeft een dressuurles van Rien van der Schaft weg. Ben je nog geen abonnee? Zorg dan dat je snel een abonnement neemt *Let op: Aantrekkelijke actie!* Uiteraard doet de Hoefslagredactie verslag van de les, waarvan het resultaat verschijnt in Hoefslag Magazine. Mail bovendien vóór 30 september je naam en adres, je paard, je niveau en een filmpje van ongeveer één minuut van jou en je paard naar hoefslag@mediaprimair.nl. Uit de ingezonden reacties zal de redactie samen met Rien een combinatie uitkiezen.

Bron: Hoefslag

Foto: DigiShots

0 7283
Rien van der Schaft
Rien van der Schaft

In navolging op de miniserie’ Aanleuning’ vertelt Grand Prix-ruiter en trainer Rien van der Schaft over zijn visie op het correct trainen van een dressuurpaard.

Is het slecht gesteld met het dressuur rijden in Nederland?

‘Ik denk van wel. Niet in de absolute top, maar daaronder wel. Bij de gemiddelde ruiter zijn de basisprinci-pes niet juist. Je ziet een tendens waarbij ruiters het idee hebben dat ze het hoofd naar beneden en/of naar zich toe moeten werken in plaats van het paard naar het bit toe te rijden. De fokkerij heeft een enorme vlucht genomen de laatste jaren, waardoor we beschikken over geweldige paarden. Maar het technische rijden en het lesgeven zijn achtergebleven. Andere landen zijn momenteel simpelweg beter, mede omdat ze veel betere opleidingen kennen. Er zijn bij ons geen gedegen opleidingen meer voor het vak instructeur. Alleen maar cursussen. Terwijl het een typisch ervaringsvak is.

Hoe zou het wel moeten?

In Duitsland is het juist de oude garde die de nieuwe generatie leert het stokje over te nemen. Zo zou het hier ook moeten. Deurne was wat dat betreft echt zo slecht nog niet. Het duurde vier jaar, waarbij je lange tijd stage moest lopen. En ga inderdaad maar eens dag in dag uit om 06.00 uur beginnen met uitmesten en vegen voor je op het paard mag, om te voelen hoe het is om een eigen bedrijf te runnen en te kijken of je het echt leuk genoeg vindt. Zo leert iemand zijn verantwoordelijkheden nemen voor paarden en klanten. Het moet niet mogelijk zijn om de binnenbocht te nemen met een cursusje. Ik vind het onbegrijpelijk, met zo’n grote paardenwereld, dat Nederland op dat vlak een stap terug heeft gedaan. Ik heb er ook heel lang over gedaan om te begrijpen wat de essentie is van goed paardrijden. Volgens mij had ik zelfs pas na de dood van Oothout echt door.’

Wat is die essentie vertaald naar de dagelijkse training?

‘Allereerst dat je het paard altijd in zijn waarde laat. Als paarden lekker in hun vel zitten en zich comfortabel voelen bij het gevraagde werk, doen ze het graag voor je. De ruiter moet zich nooit laten leiden door emotie, het heeft geen zin, want de spanning wordt alleen maar groter. Daarentegen moet je wel duidelijk en conse-quent zijn. Ik weet zeker dat karakter voor een groot deel te maken is. Een ‘heet’ paard is gespannen en een ‘lui’ paard (met de handrem erop) voelt zich niet comfortabel. Aan de ruiter de taak om in te zien waar de problemen vandaan komen en daar verandering in te brengen.

Verder dient er altijd echt van achter uit naar voren gereden te worden. Je moet het paard zo rijden dat zijn lichaam naar zijn hoofd gewerkt wordt en niet andersom. De oren van het paard moeten van je bovenlichaam af gaan, niet naar je toe, waardoor er een gelijkmatige boog ontstaat vanaf de schoft naar de nek. Dat bete-kent dat je het paard nooit doelbewust achter de loodlijn rijdt, want dan controleer je het dier op de verkeer-de manier. De ruiter moet zich realiseren dat als het paard van voren kort gereden wordt, wordt hij van ach-teren lang. Iets lager in de hals kan wel, maar dat is iets anders dan rond en diep. De ruiter neemt contact met de mond van het paard door middel van een zachte verbinding. Door die verbinding constant te houden, geeft de ruiter het paard vertrouwen in de hand van de ruiter. Dan drijf je naar de hand toe zonder zijn hou-ding te veranderen, zodat het paard voorwaarts gereden wordt en in zijn eigen natuurlijke balans blijft gaan met een constante, zachte aanleuning.’

Voorwaarts rijden en van daaruit aanleuning en balans creëren is dus erg belangrijk.

‘Ja, pas wanneer dit bevestigd is, kan de ruiter zijn impuls in de hand gaan begrenzen. Daarna kan de ruiter beetje bij beetje het evenwicht gaan verplaatsen op de achterhand. Om dat evenwicht te verbeteren heb je vervolgens een heel scala aan oefeningen, zoals zijgangen en tempowisselingen om het paard meer dragend op de achterhand te krijgen. De oefeningen in de proeven zijn het gereedschap om het paard steeds meer te verzamelen en niet een doelstelling op zich. Dan gebruikt hij zijn lichaam op de juiste manier, waar hij zich fijn bij voelt. Dat is klassiek rijden. Oothout zei altijd: ‘Lichamelijk in balans, geestelijk in balans’. Daarom speelt karakter voor mij niet een grote rol. Paarden zijn vaak niet lastig, maar maken duidelijk dat ze zich ergens niet lekker bij voelen. Er bestaat niet een bepaalde houding van ‘aan de teugel’, het heeft allemaal met verbinding in het lichaam te maken. Een renpaard dat in volle galop naar voren aan de teugel trekt kan net zo goed ‘aan de teugel’ zijn als een dressuurpaard in piaffe. Een paard wat daarentegen door de derde halswer-vel knikt en te diep komt, gebruikt zijn lendenpartij niet en ontwikkelt zich ook niet.’

Les van Rien via Hoefslag

Hoefslag geeft een dressuurles van Rien van der Schaft weg. Ben je nog geen abonnee? Zorg dan dat je snel een abonnement neemt *Let op: Aantrekkelijke actie!* Uiteraard doet de Hoefslagredactie verslag van de les, waarvan het resultaat verschijnt in Hoefslag Magazine. Mail bovendien vóór 30 september je naam en adres, je paard, je niveau en een filmpje van ongeveer één minuut van jou en je paard naar hoefslag@mediaprimair.nl. Uit de ingezonden reacties zal de redactie samen met Rien een combinatie uitkiezen.

Bron: Hoefslag

Foto: DigiShots

In navolging van de miniserie’ Aanleuning’ vertelt Grand Prix-ruiter en trainer Rien van der Schaft over zijn visie op het correct trainen van een dressuurpaard.

Gerenommeerd internationaal Grand Prix dressuurruiter en trainer Rien van der Schaft runt Stal Sprengenhorst in Wenum-Wiesel samen met zijn vrouw Inge en dochter Romy, die eveneens succesvol is op het hoogste niveau. Naast zijn enorme staat van dienst in de wedstrijdsport leidde hij menig ruiter op tot de Grand Prix. Edward Gal is een van de grote namen die met rijden begon bij Van der Schaft, net als Marieke van der Putten, die er elf jaar lang werkte als stalamazone.

Door wie ben je als trainer het meest gevormd?

‘Piet Oothout, zonder twijfel. Maar ook als ruiter trouwens. Ik heb mijn opleiding op Deurne gedaan en ben daarna gaan lessen bij Henk van Bergen. In die tijd heb ik ook mijn vrouw Inge leren kennen. Toen ik een baan als instructeur kreeg bij de Rotterdamsche Manege, kwam het precies verkeerd uit met mijn vrije dagen en de dagen dat Henk mij kon trainen. Via hem kon ik bij meneer Oothout terecht en vervolgens ben ik achttien jaar Oothouts leerling gebleven. Hij was ongelofelijk goed. Hij had een oplossing voor ieder probleem en kon werkelijk door een paard heen kijken. Ik reed al Grand Prix toen ik bij hem kwam lessen, maar ik heb daar geleerd hoe een paard echt in balans te rijden, wat verzameling inhoudt en hoe dat te verkrijgen.’

De ware klassieke scholing dus. Hang je die nog steeds aan?

‘Tegenwoordig heeft de term klassiek meer de betekenis gekregen van ouderwets, terwijl dat de lading niet dekt. Maar ik hang wel de FEI-regels aan, waarin wordt beschreven dat een paard niet achter de loodlijn mag lopen. Die regels zijn gebaseerd op het klassieke rijden en dat is niet voor niets. Ze zijn bedacht om het paard en ruiter makkelijker te maken, niet moeilijker. Onder klassiek versta ik ‘op de juiste manier’. Of dat nou met een paard of een instrument is. Een muzikant wordt ook eerst klassiek geschoold voor hij eventueel een ander genre kiest. Het is mijn inziens dus de basis voor iedereen.

Dat sommige topruiters vervolgens op hoog niveau hun eigen weg kiezen, is helemaal niet erg, want die zijn intussen goed genoeg om te weten wat ze doen. Maar al onze Olympische ruiters hebben in eerste instantie op de klassieke manier leren paardrijden. Ik maak me wel ernstig zorgen over de gemiddelde dressuurruiter die op lager niveau zonder kennis en ervaring de ‘moderne’ methode probeert na te doen. Daar erger ik me op de maneges en basiswedstrijden al tien jaar aan. En op veel subtop wedstrijden trouwens ook.’

Les van Rien via Hoefslag

Hoefslag geeft een dressuurles van Rien van der Schaft weg. Ben je nog geen abonnee? Zorg dan dat je snel een abonnement neemt *Let op: Aantrekkelijke actie!* Uiteraard doet de Hoefslagredactie verslag van de les, waarvan het resultaat verschijnt in Hoefslag Magazine. Mail bovendien vóór 30 september je naam en adres, je paard, je niveau en een filmpje van ongeveer één minuut van jou en je paard naar hoefslag@mediaprimair.nl. Uit de ingezonden reacties zal de redactie samen met Rien een combinatie uitkiezen.

Bron: Hoefslag

Foto: DigiShots

Grand Prix-ruiter, trainer en voormalig bondscoach Rien van der Schaft legt uit hoe je op een correcte manier een mooie aanleuning verkrijgt. In deel 1 hadden we het over de ruiterhand, we gaan nu in op de voorkeurshouding van een paard. Daarvoor heeft Van der Schaft de achtjarige Welt meegenomen.

Luchtige verbinding

Zo, de inleiding, over aanleuning en de ruiterhand, zit er op. Nu de praktijk. Daarvoor heeft Rien de achtjarige Welt meegenomen. Hij heeft de ruin nog maar twee maanden op stal en de mooie bruine is voor het eerst mee naar een vreemde omgeving. Welt is wakker, maar niet gespannen, zo lijkt het. Hij wordt gereden op een trens. ‘Ik neem licht contact en laat ‘m gewoon kijken’, legt de ruiter uit als hij in het zadel zit.
‘Hij loopt normaal fijn naar voren, het neusje eruit. Ik houd een luchtige verbinding, op twee teugels en Welt loopt in z’n natuurlijke voorkeurshouding.’ Als hij op beide handen gestapt heeft, over de hoefslag, gaat Rien al snel in draf over. ‘Ik zit eerst altijd even door, zodat ik het paard goed kan voelen.’

Natuurlijk evenwicht

Welt begint al lekker te sjouwen; hij heeft nog steeds zijn neus voor de loodlijn, ook in de galop die Rien op beide handen laat zien. De ruin heeft een goede natuurlijke balans, laat zijn ruiter weten. Zijn houding blijft fijn stil, net als de hand van Rien, dus die zoekt Welt mooi op. Af en toe controleert de ruiter of dat inderdaad het geval is door hem de hand iets mee te laten nemen.

Van natuurlijke balans naar expressie

‘Als hij zo loopt, kan ik wat meer houding proberen te krijgen, wat meer expressie en afdruk. Dat is een volgende stap in de training. Je krijgt dat door oefeningen te doen, zoals een volte, vanuit het binnenbeen. Hij zet dan zijn binnenbeen verder onder de massa. Maar die basis, ontspannen naar voren, in zijn eigen evenwicht, blijft hetzelfde.’

Les van Rien via Hoefslag

Hoefslag geeft een dressuurles van Rien van der Schaft weg. Ben je nog geen abonnee? Zorg dan dat je snel een abonnement – let op: mooie kortingsacties! – neemt via http://paardenmagazines.nl/tryon/. Uiteraard doen we verslag in woord en beeld van de les, waarvan het resultaat verschijnt in Hoefslag Magazine. Mail bovendien vóór 30 september je naam en adres, gegevens over je paard, je niveau en een filmpje van ongeveer één minuut van jou en je paard naar hoefslag@mediaprimair.nl. Uit de ingezonden reacties zal de redactie samen met Rien een combinatie uitkiezen.

Bron: Hoefslag
Foto: DigiShots

Joyce Lenaerts
Joyce Lenaerts - Beukenvallei's Iconic B FEI World Championships Young Horses Dressage 2018 © DigiShots

Altijd al de fijne kneepjes van het vak willen leren van een echte prof? Grijp dan nu je kans! Hoefslag geeft een dressuurles weg van topruiter en -trainer Joyce Lenaerts. Van deze instructie zal de Hoefslagredactie in tekst en beeld verslag doen, waarvan het resultaat verschijnt in één van de komende nummers.

Voor Hoefslagabonnees

Wat moet je doen om in aanmerking te komen voor deze unieke en onvergetelijke ervaring? Ten eerste: alleen Hoefslag-lezers met een abonnement kunnen deelnemen aan de actie. Ben je nog geen abonnee en wil je toch kans maken op deze les, klik dan hier.

Joyce Lenaerts

Abonnement geregeld? Mail je naam en adres vóór 30 augustus naar onze redactie (hoefslag@mediaprimair.nl), vermeld daarbij het niveau van jou en je paard en waar je met Joyce Lenaerts graag aan wilt werken. Stuur een filmpje mee van ongeveer één minuut (bij voorkeur via een link op YouTube), zodat we een impressie hebben van jullie als combinatie. Uit de ingezonden combinaties zal de redactie samen met Joyce Lenaerts een combinatie uit kiezen om de les aan te geven.

Heb je een vorige keer meegedaan, maar niet gewonnen? Waag gerust nog een poging.

Joyce Lenaerts
Joyce Lenaerts – George
Jumping Amsterdam 2017
© DigiShots

 

Foto: Leanjo de Koster / Digishots

0 5600
Wijken voor de kuit
Wijken voor de kuit. Foto: Remco Veurink
In dit artikel vertelt dressuuramazone Lotje Schoots over hoe zij wijken inzet in de training. Foto: Remco Veurink
Lotje Schoots aan het woord over wijken. Foto: Remco Veurink

Wijken is de eerste zijgang die in de dressuurproeven voorkomt, al is het ook een oefening die na de L-dressuur niet meer gereden hoeft te worden. Dressuuramazone Lotje Schoots gebruikt het wijken als gymnastiserende oefening bij paarden van alle niveaus. ‘Ik gebruik het wijken ontzettend veel’, vertelt Lotje. ‘Ik zie het vooral als een gymnastiserende oefening, dus ik rijd het niet alleen maar zoals het in de proef hoort, maar op alle mogelijke lijnen en in alle gangen.  De ene keer geef ik wat meer gas en de andere keer rijd ik juist wat terug. Het gaat erom dat ik controle krijg over mijn paard.

Wijken voor de kuit
Wijken voor de kuit. Saskia Martens en Legend of Loxley demonstreren hoe je kan variëren in deze oefening. Foto: Remco Veurink

 

Spelenderwijs oefenen
Lotje vertelt dat ze het wijken met de jongere paarden al spelenderwijs meeneemt door af te wenden bij A en dan in een schuine lijn richting de hoekletter druk te geven met haar binnenbeen. ‘Dat is vooral spelen-derwijs en lijkt nog niet op het wijken zoals het in de proef gevraagd wordt. Het gaat om de reactie op mijn binnenbeen.’ Toch gebruikt de Noord-Hollandse amazone het wijken niet alleen bij jonge paarden. ‘Ik oefen dit met al mijn paarden, dus ook met Grand Prix-paarden. Bij een verder doorgetraind paard neem ik het al in het losrijden mee, om te kijken of de gehoorzaamheid voor een zijwaartse kuithulp goed genoeg is. Bij een jong paard rijd ik deze oefening niet in het losrijden, maar in de fase daarna.’


Tekst: Steef Roest
Foto: Remco Veurink


Bron: Hoefslag, overname zonder bronvermelding én toestemming via webredactie@mediaprimair.nl is niet toegestaan

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. Na in de vorige delen gesproken te hebben over de hulpen en werken aan het horizontale evenwicht, kwam de ontwikkeling van de gangen aan de orde. Inmiddels zijn we aangekomen bij de zijgangen en gaan we verder met het rijden van schouderbinnenwaarts. Hoe doe je dat en wat zijn de meest voorkomende problemen en oplossingen?

‘Het rijden van schouderbinnenwaarts wordt in de proef gevraagd op drie sporen. Dat wil zeggen als je van voren kijkt zie je het binnenvoorbeen, het buitenvoorbeen die op één lijn zit met het binnenachterbeen en het buitenachterbeen. Je kunt schouderbinnenwaarts ook op vier sporen rijden door het paard ten opzichte van de lange zijde schuiner te laten lopen. Je ziet dan het buitenvoorbeen en het binnenachterbeen apart van elkaar.’

Automatisch

‘Het schouderbinnenwaarts is de eerste oefening waar meer verzameling wordt gevraagd. Het binnenachterbeen moet zich namelijk meer richting het borstbeen bewegen, zodat de voorhand oftewel de bortskas zich kan oprichten. Als het paard dit aan beide kanten steeds even makkelijk doet en hierin zich evenveel ontwikkelt, werk je automatisch ook aan de rechtgerichtheid. Natuurlijk zorgt het schouderbinnenwaarts er tevens voor dat je controle krijgt over de positie van de schouders. Dit is ook belangrijk in oefeningen als appuyeren, keertwendingen en pirouettes, maar ook uiteindelijk voor de galopwissels. De oefening kent dus veel rijtechnische voordelen, maar ook als je je paard langs een eng obstakel wilt rijden, kun je er gemakkelijker langs rijden als je het schouderbinnenwaarts onder de knie hebt.’

Drie of vier sporen

‘Bij het schouderbinnenwaarts op drie sporen dienen de achterbenen rechtuit over de hoefslag te lopen en elkaar niet te kruisen. De voorbenen komen door de buiging om het binnenbeen iets naar binnen en kruisen elkaar wel. Het schouderbinnenwaarts rijden op drie sporen heeft meerdere voordelen. Je gymnastiseert het paard door te werken aan de lengtebuiging en dus de laterale buiging met name in het lage hals- en borstgebied.

Dus met name de voorste helft van het paard. Rijd je schouderbinnenwaarts op vier sporen dan is het paard nagenoeg recht en gaat het paard meer zijwaarts. Eigenlijk ben je aan het wijken op de hoefslag. De achterbenen kruisen elkaar hierbij juist wel. Deze oefening op vier sporen vraagt meer verzameling, omdat het achterbeen nog verder richting het borstbeen geplaatst moet worden. Het paard buigt en bolt meer in de lendenen. De achterste helft van het paard wordt met deze oefening dus meer getraind.’

Geen achterhandbuitenwaarts

‘Bij het schouderbinnenwaarts is het belangrijk dat de schouders echt naar binnen worden geplaatst en niet de achterhand naar buiten, anders had het waarschijnlijk wel achterhandbuitenwaarts geheten! Alleen geeft deze laatste oefening niet de rijtechnische voordelen zoals het schouderbinnenwaarts. Voordat je het schouderbinnenwaarts aan gaat leren, moet het paard eerst goed kunnen wijken voor de kuit. Vaak laat ik mijn leerlingen eerst de schouderbinnenwaarts de andere kant op rijden. Dus op de linkerhand vanaf de binnenhoefslag de schouders naar buiten. Dit omdat de meeste paarden van de hoefslag af zullen willen lopen. Dit kan nu niet, omdat daar de omheining van de rijbaan zit. Ik doe dit dus voornamelijk om de ruiter eerst te laten voelen wat de bedoeling is.

‘Vaak laat ik mijn leerlingen eerst de schouderbinnenwaarts de andere kant op rijden. Dus op  de binnenhoefslag de schouders naar buiten.’

Als dat goed gaat, laat ik de ruiters hetzelfde doen, maar dan een paar meter van de omheining af. Gaat dit goed dan kun je kijken of het gewone schouderbinnenwaarts lukt. Zonder dat het paard dus naar binnen loopt. Bereid het schouderbinnenwaarts goed voor door de hoek te gebruiken en eventueel in de hoek eerst een volte te rijden. In de hoek of in de volte werk je al aan de lengtebuiging en de laterale buiging om je binnenbeen. In de hoek zelf laat je het paard een beetje wijken voor je binnenbeen, om de reactie op dit been te controleren. Vervolgens stuur je de voorhand van het paard met twee teugels naar binnen, door beide handen iets naar binnen te plaatsen. Je binnenbeen zorgt ervoor dat het binnenachterbeen van het paard geactiveerd wordt. Daarbij voorkomt je binnenbeen samen met je buitenteugel ervoor dat het paard niet van de hoefslag loopt. Je buitenteugel kan ook de schouder juist begrenzen als het paard over die schouder weg wilt lopen. Je binnenteugel vraagt de schouders iets naar binnen en stelling.’

Loop zelf zijgangen

‘Bij deze oefening is het ook weer heel belangrijk hoe je houding en zit is en op welke manier je je hulpen geeft. Vaak zie je dat de ruiter het binnenbeen te veel naar achteren plaatst. Hierdoor zet je eerder de achterhand naar buiten, mede omdat je paard niet om je binnenbeen kan buigen. Dat kan alleen als je je binnenbeen dichter bij de singel houdt. Meestal zit een ruiter die zijn been te veel naar achteren legt, ook te veel op de buitenkant. Hierdoor haal je het paard uit balans en wordt het moeilijker om een gedragen schouderbinnenwaarts te laten zien. Het paard zal eerder impuls verliezen of juist loperig worden. Kijk dan ook niet naar de buitenschouder van je paard, maar tussen de oren van je paard door. Natuurlijk kun je met je ogen wel naar de schouders of hoefslag kijken, maar pas op dat je niet te veel op de buitenkant gaat zitten. Een goede focus zorgt nu eenmaal voor een beter uitgevoerde oefening. Er is nog een goede oefening om te weten hoe je in een schouderbinnenwaarts moet zitten. Zo laat ik mijn leerlingen regelmatig zelf de oefening lopen. Als je het zelf goed kan, merk je dat je ook op die manier op je paard moet zitten. Zou je bijvoorbeeld te veel op te buitenkant zitten en zo de oefening door lopen, zal je eerder naar buiten omvallen en is het moeilijker om ‘gedragen’ te lopen. Het klinkt misschien gek, maar probeer het maar eens! Overigens geldt dit voor alle dressuuroefeningen.’

Problemen en oplossingen

‘Bij het rijden van schouderbinnenwaarts zijn er nog al wat uitdagingen! Misschien lukt het je om het op te lossen, maar soms denk je; wat nu? Onderstaand de meeste voorkomende problemen en oplossingen.’

Paard loopt van de hoefslag af

‘Zoals al eerder aangegeven los je dit op met je binnenbeen en buitenteugel. Denk hierbij maar aan terug wijken naar de hoefslag. Lukt dit niet zet dan het paard eerst weer recht op de hoefslag, rijd voorwaarts en zet de oefening opnieuw in.’

Impulsverlies

‘Maak het paard in de hoek al actiever door met meer energie te rijden. Wissel het schouderbinnenwaarts af met stukjes rechtuit in middendraf.’

De schouders moeten in deze oefening naar binnen. Is het paard te veel naar binnen gesteld dan kan het verbuigen.

– Te veel stelling oftewel verbuigen en kantelen

‘De schouders moeten in deze oefening naar binnen. Het hoofd staat hierbij recht voor het borstbeen. Is het paard te veel naar binnen gesteld dan kan het verbuigen. Dit betekent dat het paard meer stelling dan buiging heeft oftewel de halsbuiging is meer dan de buiging in het lichaam. Stel het paard recht en laat het meer buigen in het lichaam om je binnenbeen door eerst een volte te rijden. Begrens met je buitenteugel om te voorkomen dat het paard te veel stelling aan neemt. Als een paard kantelt is dit ook een teken dat het moeite heeft om te buigen om het binnenbeen. Het ontlast zich dan door te kantelen. Werk hieraan door je voltes tien meter te verbeteren en het paard om je binnenbeen te laten buigen en daarbij niet te veel je binnenteugel te gebruiken.’

Blijf rijden

‘Voor alle oefeningen geldt ‘blijf rijden’ en staar je niet blind op die ene oefening. Focus je op het goed gaande paard, dat met takt, regelmaat en in aanleuning loopt. Als deze voorwaarden er niet zijn, werk hier dan eerst aan en houd deze goed in de gaten. De takt en regelmaat van de beweging, gaan voor het zijwaarts gaan. De oefeningen mogen immers nooit ten kosten gaan van een correct lopend paard, maar moeten juist het paard helpen nog beter zijn lichaam te gebruiken.’

Het volgende deel van deze instructieve serie staat in het teken van het rijden van travers en appuyementen. Houd de Hoefslag facebookpagina en de website dus goed in de gaten!

 

Tekst: Carlijn de Boer

Foto’s: Sabine Timman

 

0 2529
bastiaan de recht
© DigiShots

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. In deze aflevering hebben we het over de ontwikkeling van de galop. Hoe doe je dat en behoud je sprong juist bij de verzamelde oefeningen?

Na in de vorige delen gesproken te hebben over de hulpen en werken aan het horizontale evenwicht, kwam de verbetering van de stap en de draf aan de orde.  ‘Net als bij het verbeteren van de draf, is het voor de ontwikkeling van de galop ook van belang dat je veel schakelt. Dat wil zeggen overgangen rijden en tempowisselingen maken, waarbij het paard nageeflijk blijft. Lees dan ook nog eens deel 7 door van deze instructieve serie.

Wil je meer sprong, waarbij het paard de borstkas meer lift, maak dan juist overgangen van stap naar galop. Hierbij moet je tijdens de overgang wel iets doordrijven, zodat de eerste sprongen meteen actief zijn. Doe je dit niet dan blijft het paard te veel ‘hangen’ in de galop, terwijl je juist afzet wilt vanaf de eerste sprong. Maar er zijn nog meer oefeningen om de galop expressiever te krijgen.’

Onwijs verbeteren

‘Net als in de draf wil je een korter frame en een grotere paslengte. Met de volgende oefening kun je de galopsprong onwijs verbeteren. Rijd eens een arbeidspirouette. Hierbij zet je de achterhand, op een volte van circa 12 tot 15 meter, naar binnen net zoals bij een travers. Rijd vervolgens uit deze arbeidspirouette recht naar voren in een midden- of uitgestrekte galop.’

In de contragalop zal het paard automatisch meer gedragen galopperen.

‘Een andere fijne oefening is de contragalop. In de contragalop zal het paard automatisch meer gedragen galopperen en moet het meer sprong maken. Mits uiteraard het paard niet versnelt, vertraagt of scheef gaat. In de hoeken van de contragalop moet het paard met de voorhand om de achterhand springen en krijg je dus vanzelf meer sprong en gedragenheid.’

Sprintje

‘Veel dressuurruiters doen het niet, maar wil je de galop écht verbeteren, is af en toe een sprintje trekken erg goed. Als ik tijdens een buitenrit eens flink heb gegaloppeerd, dan voel ik dan de dagen erna een galop die tien keer beter is. De galopsprongen zijn veel groter en met meer ruggebruik.’

galop buitenrit

Heb je moeite met de buiging in deze oefening, kun je de volte openen en sluiten.

‘Als je paard in de verzamelde galop geen zuivere drietakt meer heeft, maar overgaat in een viertakt galop, dan zet het zich vast in de rug en/of hals. Rijd weer naar voren en geef de hals wat lengte. Gymnastiseer het paard en werk aan de souplesse. Een goede oefening hierbij zijn de galopappuyementen. Heb je moeite met de buiging in deze oefening, kun je de volte openen en sluiten. Bij het openen oftewel als je gaat wijken, kun je dit niet te scherp opzij doen. Een zuivere takt gaat altijd voor de verzameling. Werk hier dus eerst aan voordat je weer gaat verzamelen.’

Natuurlijke scheefheid

‘In de galop heeft het paard meestal een natuurlijke scheefheid. Het paard zal vaak iets met zijn achterbenen naar binnen galopperen. Het is dan van belang de voorhand voor de achterhand te plaatsen middels het rijden van schouder voor of licht schouderbinnenwaarts. Doe dit door met de buitenteugel tegen de hals de schouders iets naar binnen te plaatsen. Daarbij activeer je het binnenachterbeen van het paard door met je binnenbeen te drijven.’

In de volgende delen van deze instructieve serie worden verschillende dressuuroefeningen behandeld. Te beginnen met het wijken voor de kuit. Houd de Hoefslag facebookpagina en de website dus goed in de gaten!

Tekst: Carlijn de Boer

Foto’s: DigiShots en Remco Veurink

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

100,885FansLike
0VolgersVolg
6,962VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer