Tags Posts tagged with "Hoefbevangenheid"

Hoefbevangenheid

paard algemeen

Onderzoekers hebben een verband ontdekt tussen verhoogde insulinewaardes en een overschot aan ijzer bij paarden. Paarden met verhoogde insulinewaardes lopen een hoger risico op aandoeningen als cushing en hoefbevangenheid.

Eleanor Kellon en Kathleen Gustafson, die de resultaten van hun onderzoek publiceerden in het ‘Open Veterinary Journal’, zien een ijzeroverschot als een voorbode van insuline-resistentie, maar ook als een neveneffect daarvan.

Onder de loep

De onderzoekers werkten samen met de Equine Cushing’s and Insulin Resistance Group, een instelling in de Verenigde Staten. Zij namen bestaande onderzoeken en gegevens van laboratoriums opnieuw onder de loep.

Van 33 paarden waarbij insulineresistentie werd vastgesteld, gingen ze na wat de ijzerwaardes waren. Het bloed van alle onderzochte paarden bleek een overschot aan ferritine te bevatten, een eiwit dat zorgt voor de binding van ijzer bij de opslag in de lever en het beenmerg. Hoe ouder het paard, hoe hoger het gehalte aan ferritine.

Paarden met insulineresistentie hadden automatisch een hoger ferritine-gehalte.

Meer risico’s

Kellon en Gustafson benadrukken dat een verhoogd ijzer-gehalte meer risico’s met zich meebrengt. “Verder onderzoek is nodig, maar met deze kennis kunnen we in de toekomst wellicht invloed uitoefenen op het risico dat paarden lopen op insulineresistentie.”

Ook onderzoek bij mensen en andere dieren toont aan dat veel ijzer in het bloed vaak gepaard gaat met een hoge bloedsuikerspiegel en diabetes type 2.

Bron: horsetalk.co.nz

Foto: archief

0 2645

Hoewel het heerlijk is dat onze paarden weer de wei op kunnen, kan het voorjaarsgras ook meer kwaad dan goed veroorzaken. Denk aan hoefbevangenheid en spijsverteringsproblemen. Wanneer we bang zijn voor zulke aandoeningen zetten we onze paarden al gauw op kort gras, maar is dit wel de juiste oplossing?

Het groene voedergewas is de hoeksteen van het dieet van je paard, met daarin uitstekende voedingswaarden. De vezels zijn goed voor het spijsverteringskanaal, en zorgen er voor dat het paard zijn aangeboorde behoefte om te grazen bevredigd. Bij het aanbreken van de lente is het gras echter ook berucht voor het veroorzaken van problemen. Voornamelijk bij paarden met risico op spijsverterings- en metabole ziektes.

Fructaan

Lentegras bevat grote hoeveelheden ongestructureerde koolhydraten (NSC’s), die betrokken zijn bij acute spijsverteringsziekten bij paarden. De verschillende typen NSC’s die in grassen zitten, zijn de suikers (glucose, fructose, sacharose), zetmeel en fructaan. We weten dat voornamelijk fructanen de boosdoener zijn als het gaat om het veroorzaken van hoefbevangenheid. Echter blijkt dat minder inname van gras, niet gelijk minder opname van tructaan betekent. De samenstelling van het gras op het moment dat het gegeten wordt, is veel belangrijker dan de hoeveelheid gras.

Tijdens daglichturen vindt fotosynthese plaats, waarbij NSC’s worden geproduceerd. Zij voorzien de plant ’s nachts van brandstof om te kunnen groeien. In het voorjaar zijn veel grassen in een vroege en actieve groeifase, wat zorgt voor een hoge NSC productie. Lenteavonden kunnen nog erg koud zijn. Wanneer de temperatuur onder de 5 graden Celcius komt, maakt de plant geen gebruik van de NSC’s. Hierdoor is de suiker- en fructaanwaarde in het gras veel hoger dan anders.

Hoefbevangenheid

Hoewel er geen veilig seizoen is bij hoefbevangenheid, is de kans op hoefbevangenheid groter wanneer een paard veel suikers opneemt. Uit het onderzoek van Britain’s Animal Health Trust blijkt dat één op de tien paarden of pony’s elk jaar last heeft van de terugkerende verschijnselen. Deze verschijnselen horen bij het ziektebeeld van hoefbevangenheid. Daarmee is deze ziekte net zo ‘veelvoorkomend’ als koliek. De onderzoekers attenderen paardeneigenaren op het belang van het tijdig herkennen van de voortekenen van hoefbevangenheid. Daardoor kan een mogelijke fatale afloop voorkomen worden. Eigenaren worden wel geadviseerd waakzaam te blijven, ook als het voorjaar al is gepasseerd.

4 Tips om hoefbevangenheid te voorkomen

Hieronder lees je hoe je de kans op hoefbevangenheid kunt verkleinen.

1. Wanneer de paarden eindelijk weer de wei op kunnen in het voorjaar, bouw dit dan geleidelijk op. Als je het paard met kleine stappen naar buiten zet (15-30 minuten in het begin), en dit weer rustig opbouwt naar de hele dag, kan hij beter aan de verandering van voedingsstoffen werken. Hierdoor zullen ze minder snel vatbaar zijn voor hoefbevangenheid.

2. Heeft je paard al een geschiedenis met hoefbevangenheid, dan kan het handig zijn om het paard ’s morgens vroeg of juist ’s avonds laat in de wei te laten, vooral tijdens de lentemaanden. Zoals hierboven genoemd is de suikerwaarde in gras het hoogst in de vroege avond, en daalt het tot het laagste punt in de vroege ochtend.

3. Zorg er voor dat het gras op een passende hoogte is. Overbegrazing kan er voor zorgen dat de paarden de nieuwe groei van de weide al opeten. Deze nieuwe groei heeft meestal ook een hoger suikergehalte. Daar tegenover staat dat, wanneer een weiland overwoekerd of te oud is, je paard veel zaadkoppen kan eten die ook weer veel suikerniveaus bevatten.

4. Maak, als het nodig is, gebruik van een graaskorf. Zo reduceer je de hoeveelheid gras die je paard kan eten, maar kan je hem wel lekker in de wei laten lopen.

Bron: The Horse 

Foto: Archief

algemeen paard oog
Archieffoto

Zwaarlijvige paarden kunnen afvallen door alleen te diëten. Maar het kan een trainingsprogramma met lage intensiteit vereisen om hun insulinesensitiviteit te verbeteren, zo hebben Australische en Britse onderzoekers geleerd. 

Onderzoek

Bamford, onderzoeker aan de Veterinaire Faculteit van de Universiteit van Melbourne en zijn collega’s bestudeerden 24 zwaarlijvige paarden en pony’. Alle dieren kregen een verlaagde hoeveelheid hooivoer gedurende de onderzoeksperiode van 12 weken. De helft van de dieren begon ook met een trainingsprogramma met een lage intensiteit (15 minuten draven op een loopband, beginnend en eindigend met vijf minuten lopen). Ze voerden deze oefeningen een keer per dag uit, vijf dagen per week.

Resultaten

“Terwijl alle paarden tijdens de studie min of meer evenveel gewicht verloren en hun scores voor de conditie van het lichaam verlaagden, hadden de uitgeoefende paarden aan het einde van de onderzoeksperiode een betere insulinegevoeligheid”, zei Bamford. Dit is een goede zaak, omdat insulinegevoeligheid een gezond metabolisme bevordert. Terwijl de verstoorde insulineregulatie, die vaak wordt geassocieerd met obesitas, kan leiden tot gevolgen zoals hoefbevangenheid .

Obesitas

“Obesitas komt veel voor in paardenpopulaties over de hele wereld en is een groot probleem. Voornamelijk  vanwege de associaties tussen obesitas, disregulatie van insuline en hoefbevangenheid,” zei Bamford. “Dit probleem komt door het verschil in energie-inname en energieverbruik.

Steeds meer paarden en pony’s krijgen toegang tot weiden. Zij eten hier veel energierijk gras waardoor de paarden vaak overvoerd zijn wat uiteindelijk lijdt tot obesitas.

Met deze uitkomst willen de onderzoekers aantonen dat Obesitas op diverse manieren te verhelpen is, maar dat niks doen zeker schadelijke gevolgen kan hebben voor de gezondheid van het paard.

Bron: The Horse / Hoefslag

 

Hoefbevangenheid ook veel voorkomend in de winter
Bij hoefbevangenheid zou Botox heilzaam kunnen werken.

Britse wetenschappers waarschuwen voor hoefbevangenheid  in de winter. De aandoening kan het hele jaar door een probleem vormen voor paarden en pony’s.

Onderzoekers van Britain’s Animal Health Trust constateerden dat er geen sprake zou zijn van een zogenoemd ‘veilig seizoen’ waarin de kansen tot ontwikkeling van hoefbevangenheid beperkt zouden zijn.

Opletten geblazen

Eigenaren wordt geadviseerd waakzaam te blijven, ook wanneer het meest risicovolle seizoen (voorjaar) gepasseerd is. Uit het onderzoek blijkt dat één op de tien paarden of pony’s elk jaar last heeft van de terugkerende verschijnselen die horen bij het ziektebeeld van hoefbevangenheid.

Daarmee is deze ziekte net zo ‘veelvoorkomend’ als koliek.

De onderzoekers attenderen paardeneigenaren op het belang van het tijdig herkennen van de voortekenen van hoefbevangenheid. Daardoor kan een mogelijke fatale afloop voorkomen worden.

Verschijnselen

Opvallend is dat de meeste paarden die gediagnosticeerd werden met hoefbevangenheid, ‘buiten het seizoen’ last hadden van minder karakteristieke verschijnselen. Het betrof in deze gevallen met name paarden die moeite hadden met omdraaien en last hadden van een onregelmatige of korte/hoge gang.

Echter, minder dan een kwart van gevallen werd gediagnosticeerd met de ‘klassieke symptomen’, zoals de typische houding waarin het paard de achterbenen ver onder het lichaam plaatst en zijn voorbenen naar voren strekt. Maar ook de aanwezigheid van een verdikte en pijnlijke kroonrand in combinatie met warme hoeven.

Klassiek kenmerk

Daarnaast  toonde het onderzoek aan dat de meeste eigenaren het ‘kloppen van de bloedvaten in de onder-hoef’ niet hebben herkend. Dit is een opvallende constatering omdat dit verschijnsel een klassiek kenmerk is van hoefbevangenheid.

Zorgelijk was ook de bevinding waaruit bleek dat slechts de helft van alle gerapporteerde gevallen met een veterinaire diagnose werd bevestigd. Veel dieren met hoefbevangenheid kregen daardoor aanvankelijk geen veterinaire aandacht. Onderzoekers adviseren de paardeneigenaren om hun dierenarts bij een voorvermoeden al te waarschuwen. Wanneer subtiele klinische symptomen optreden, is ernstige schade in de hoef vaak al begonnen. Hoe eerder een dierenarts een ziektegeval kan behandelen, des te groter de kans is om de schade te beperken.

Voorkomen is beter dan genezen

Door het koude weer komt momenteel vaker ‘winterlaminitis’ voor, waarschuwt Dierenartsenparktijk Oude Tonge. Door de kou trekken de bloedvaatjes in de hoef zich sterk samen om de warmte in het lichaam te kunnen behouden.

“Bij paarden die al schade hebben van eerdere laminitis of die een onderliggende aandoening hebben zoals PPID (ziekte van Cushing) of insulineresistent zijn, kan het zijn dat de bloedvaten enorm samengetrokken blijven en daardoor pijn geven aan de voeten,” meldt de praktijk op de Facebookpagina.

Warm houden

Er is een aantal dingen die paardeneigenaren zelf kunnen ondernemen om hoefbevangenheid te voorkomen of de gevolgen te beperken. Allereerst is het belangrijk het paard goed warm te houden door hem te voorzien van een deken, op stal te zetten of zelfs te voorzien van beenwarmers.

Daarnaast is het belangrijk om goed op de voeding te letten. Door het koude weer bevat het gras veel fructaan, wat bevorderlijk is voor de ontwikkeling van hoefbevangenheid.

Bron: Horsetalk.co.ukDAP Oude-Tonge, Wurft & Ouddorp

0 3658
Witte lijn op de hoef duidt op hoefbevangenheid

Het geneesmiddel Velagliflozine voorkomt dat pony’s met een afwijkende insuline regulatie hoefbevangen worden. Een gat in de markt, zo lijkt het.

Hoefbevangenheid is een erg pijnlijke ontsteking binnen in de hoef en gaat vaak samen met kreupelheid, koorts en zwellingen. De meest voorkomende oorzaken zijn een abnormale insuline regulatie en de ziekte van cushing.  Maar ook overgewicht, zoolkneuzingen, baarmoederontstekingen en darmstoornissen kunnen hierin een rol spelen.

Velagliflozine

Onderzoekers A. Meier, D. Reiche, M. de Laat, C. Pollitt, D. Walsh en M. Sillence schreven een artikel in Plos One, waarin zij constateerden dat er geen diergeneesmiddelen  voor de behandeling van een afwijkende insuline regulatie bij paarden geregistreerd staan. Na deze gewaarwording beschreven zij in het artikel een Australisch onderzoek dat de effectiviteit van Velagliflozine onderzocht, een medicijn dat ontworpen is door het Duitse bedrijf Boehringer Ingelheim.

45% lagere concentratie

Om te kunnen bevestigen dat Velagliflozine het insuline gehalte omlaag brengt, ontwierpen de onderzoekers een veldonderzoek met 75 pony’s. 49 pony’s met de hoogste insuline concentratie werden geselecteerd.

De pony’s die niet behandeld werden met Velagliflozine ontwikkelden hoefbevangenheid. Zij werden vergeleken met de pony’s die wel behandeld werden. De pony’s kregen allemaal hetzelfde dieet. Op dag twee werd gedurende 4 uur na de maaltijd het bloedglucose en de insulineconcentraties gemeten. In dit vroege stadium bleek de glucoseconcentratie al 45% lager te zijn in vergelijking met de niet-behandelde dieren.

‘Velagliflozine blijkt een geschikt middel voor de pony’s: er ontstonden geen klinische bijwerkingen. Het is een veelbelovend en veilig middel voor het behandelen van abnormale insuline regulatie. Daarnaast kan het geneesmiddel, doordat het de hoge concentraties insuline verminderd, worden gebruikt om hoefbevangenheid te voorkomen,’ schreven de gedreven onderzoekers.

 

Bron: horsetalk

Foto: Bonpard

hoefbevangen
Typische stand van een hoefbevangen pony

Er wordt heel wat onderzoek gedaan naar hoefbevangenheid. Wetenschappers hebben intussen een aantal oorzaken en risicofactoren kunnen determineren, maar het is niet altijd makkelijk om te voorspellen welke paarden last zullen krijgen van hoefbevangenheid. Een Australisch team heeft nu aangetoond dat een orale glucosetest kan helpen om dat risico te voorspellen.

Opwekken hoefbevangenheid door dieet

Dierenartsen gebruiken vaak een orale glucosetest (OGT) om verstoorde insulinegehaltes op te sporen, die een behoorlijk betrouwbare voorspelling kunnen geven. De relatie tussen het risico op hoefbevangenheid, de OGT en de concentratie van glucose en insuline in het bloed blijft echter vaag.

Een groep Australische wetenschappers heeft onlangs de relatie tussen die drie factoren onderzocht. Zij bouwden verder op de hypothese dat ze hoefbevangenheid op een voorspelbare manier konden opwekken en dat ze zouden kunnen voorspellen hoe snel en hoe ernstig de aandoening zich zou ontwikkelen, op basis van de insuline- en glucose response op een bepaald dieet. 37 pony’s kregen drie keer per dag luzerne (5g per kilogram lichaamsgewicht), havervlokken (8g per kilogram lichaamsgewicht), vloeibare molasse opgelost in water (1g per kilogram lichaamsgewicht), dextrose (1g per kilogram lichaamsgewicht) en een supplement (vitamines en mineralen). Bij hun avondmaal kregen de pony’s  ook luzernehooi (5g per kilogram lichaamsgewicht). De pony’s werden 18 dagen lang op dat dieet gezet, of tot op het moment dat ze hoefbevangen werden.

Klinisch of subklinisch hoefbevangen

De pony’s werden elke dag onderzocht. Bij het eerste teken van hoefbevangenheid kregen ze de juiste behandeling. Veertien pony’s raakten tijdens de dieetperiode hoefbevangen. Onderzoekers Martin Sillence zegt: ‘De hoefbevangenheid werd gediagnosticeerd op basis van analyse van videobeelden, door internationale experten.

Het team kon een duidelijk verband zien tussen de concentraties aan glucose en insuline in het bloed tijdens de OGT en de dieetperiode, en het risico op hoefbevangenheid en de snelheid waarmee die zich ontwikkelde.  Sillence zegt dat de onderzoekers wel verrast waren dat tien pony’s met zeer hoge insulinegehaltes niét klinisch hoefbevangen raakten.

OGT en radiografie

Onderzoekster Alexandra Meier zegt: ‘We geloven dat pony’s met hoge insulinegehaltes subklinisch hoefbevangen kunnen zijn, zonder dat ze symptomen laten zien. Dat betekent dat de hoef beschadigd kan raken, zonder dat eigenaars dat merken.’

Het team raadt paardeneigenaars dan ook aan om hun dierenarts te vragen een OGT uit te voeren bij elk paard waarbij ze verstoorde insulinegehaltes vermoeden. Tekenen daarvan kunnen zijn: zwaarlijvigheid, een harde nek, vetophopingen op het lichaam of abnormale groei van de hoef. Ook een radiografie van de hoef kan subklinische hoefbevangenheid aantonen.

Bron: The Horse

 

acupunctuur
Acupunctuurnaalden (foto: Shutterstock)

De Westerse wereld lijkt de laatste jaren steeds meer geïnteresseerd in de Oosterse of traditionele geneeskunde. Behandelingen met kruidensupplementen en acupunctuur zijn heel populair. Ook hoefbevangen paarden kunnen daar baat bij hebben, wijst een studie uit.

Minder mank na acupunctuur

Acupunctuur kan bij diverse aandoeningen voor verlichting zorgen. Het kan helpen bij bijvoorbeeld problemen met de bloedsomloop, huidziektes, hormonale onregelmatigheden of problemen met de ademhaling en de spijsvertering.

Ook bij de behandeling van hoefbevangen paarden waren de resultaten veelbelovend. Een recente studie onderzocht de voordelen van acupunctuur voor hoefbevangen paarden verder.  De onderzoekers behandelden twaalf volwassen paarden met chronische hoefbevangenheid. Elk paard kreeg twee acupunctuurbehandelingen, met een week ertussen. Daarna werden ze opnieuw geëvalueerd, zowel volgens de Lameless Locator als routineonderzoeken.

De paarden bleken na de acupunctuurbehandelingen beduidend minder mank te zijn.

In combinatie met andere behandeling

De onderzoekers concluderen dan ook: ‘Onze resultaten ondersteunen het gebruik van acupunctuur, samen met andere behandelingsmogelijkheden, om chronische hoefbevangenheid bij paarden te behandelen.

‘De andere behandelingsmogelijkheden waar de onderzoekers op alluderen zijn onder meer ontstekingsremmers en voedingssupplementen die onder meer biotine bevatten,’ zegt Kathleen Crandell, voedingsspecialist voor paarden. ‘Ook andere stoffen zijn belangrijk voor gezonde hoeven, onder meer iodine, zink en essentiële vetten.’

 

 

Bron: Equinews.com

Foto: Shutterstock

Onbeperkt gras eten is voor een paar dat gevoelig is voor insulineresistentie af te raden.

Insulineresistentie komt tegenwoordig veel meer voor dan vroeger. Ook het mogelijke nadelige gevolg ervan: hoefbevangenheid. Vast staat dat insulineresistentie met name bij sobere rassen in de zomermaanden een verhoogd risico geeft op hoefbevangenheid. Ook wel ‘weide-gerelateerde hoefbevangenheid’ genoemd. Brengt dat met zich mee dat sobere rassen geen weidegang meer mogen hebben? Of is dat iets te snel door de bocht? Wat kan je doen om gezondheidsrisico’s te verminderen?

Haver

Tijdens een college aan studenten van de Universiteit in Wageningen over de keuze aan ingrediënten voor paarden komt steevast de vraag waarom haver zo graag aan paarden wordt gevoerd. Waarschijnlijk is het ooit een keuze geweest die gebaseerd is op beschikbaarheid en prijs. Nu bevat haver in vergelijking met andere graansoorten wat specifieke kenmerken die ze iets beter voor het paard geschikt maken. Haver is een vezelrijk graan met een iets lager zetmeel en suikergehalte dan gerst of tarwe.

Lange werkdagen

De laatsten werden en worden meer voor humane consumptie gebruikt. Tijdens lange veldtochten nam het leger een soort gebakken graankoeken mee in de zadeltassen voor de paarden. Ze waren lang onderweg en de paarden hadden geen tijd om veel te grazen. Ook voor paarden op een boerenbedrijf gold dat zij lange werkdagen maakten. Daardoor hadden ze een hoge energiebehoefte, maar onvoldoende eettijd om dit met gras of hooi te voldoen. Vandaar de haverzak.

Veranderingen

Gezien de veranderingen in het houden en gebruiken van paarden wordt wel steeds duidelijker dat tegenwoordig maar weinig paarden zoveel werk verrichten dat het voer een hoog aandeel zetmeel en suikers moet bevatten. Toch bestaan de ingrediënten voor paardenvoer nog wel vaak uit granen en graanbijproducten. Zijn deze voeders wel geschikt voor paarden die niet veel werken óf voor paarden met verterings- of stofwisselingsklachten?

Alternatieven

In het uitgebreide assortiment paardenvoeders zijn tegenwoordig wel alternatieven te vinden, waar granen steeds vaker plaats maken voor vezelrijke ingrediënten, maar je moet dan wel goed zoeken en de labels lezen. Behalve dat overmatig zetmeel kan leiden tot verteringsklachten, kan de opname van veel glucose in het bloed (door afbraak van zetmeel en suikers in de dunne darm) effect hebben op de insulinehuishouding. Zeker als de spieren weinig hoeven te doen, kan de insulinegevoeligheid afnemen en is insulineresistentie een nadelig gevolg van een dieet met veel zetmeel en suikers.

Suikerrijk

Voor paarden en pony’s die sober van aard zijn, geldt dat zij aanleg hebben om insulineresistentie te ontwikkelen. Is dat eenmaal aan de hand, dan moet het rantsoen, afhankelijk van de oorzaak, aangepast worden. Niet alleen krachtvoer moet dan onder de loep genomen worden, ook ruwvoer kan suikerrijk zijn!

Hoefbevangen
Typische stand van een hoefbevangen pony

Hoefbevangenheid

Insulineresistentie komt tegenwoordig veel meer voor dan vroeger. Ook het mogelijke nadelige gevolg ervan: hoefbevangenheid. Veel wetenschappelijk onderzoek houdt zich hiermee bezig. Daaruit kunnen een aantal conclusies getrokken worden, maar nog veel blijft onbekend over de oorzaak en het mechanisme. Vast staat dat insulineresistentie met name bij sobere rassen in de zomermaanden een verhoogd risico geeft op hoefbevangenheid. Ook wel “weide-gerelateerde hoefbevangenheid” genoemd. Brengt dat met zich mee dat sobere rassen geen weidegang meer mogen hebben? Of is dat iets te snel door de bocht? Wat kan je doen om gezondheidsrisico’s te verminderen?

Insuline

Wat is insulineresistentie?Insulineresistentie is een situatie waarin het effect van insuline is verminderd. Insuline is nodig om glucose te transporteren van het bloed naar de weefsels. Na het eten van een zetmeel- en suikerrijke maaltijd stijgt het glucosegehalte in het bloed, wat een signaal is voor betacellen in de eilandjes van Langerhans van de alvleesklier om het hormoon insuline te maken. Insuline is de sleutel van het slot, waardoor het deurtje opengaat om glucose de bloedbaan te laten verlaten naar spier- of vetweefsel. Bij insulineresistentie past de sleutel niet goed op het slot. Het duurt langer voordat het deurtje opengaat.

Vetophopingen

Meer insuline is nodig om uiteindelijk toch de glucose naar de weefsels te krijgen, waar het als energiebron gebruikt wordt (of in vet wordt omgezet). Sommige weefsels nemen glucose op zonder tussenkomst van insuline. Door de insulineresistentie verandert de verdeling van glucose in het lichaam. Op korte termijn kan dit een gewenst effect zijn als bepaalde lichaamsdelen meer glucose nodig hebben (normale of fysiologische insulineresistentie). Maar langdurige insulineresistentie kan leiden tot vermagering ondanks dat er ook vetophopingen ontstaan. Langdurige insulineresistentie is nadelig voor de energievoorziening van het paard, het kan de betacellen uitputten (minder insulineproductie) en de hoge stijging van insuline in het bloed kan leiden tot hoefbevangenheid.Vooral dit laatste is een groot probleem dat veel gezien wordt bij paarden en pony’s in de zomermaanden. Dit heeft te maken met de combinatie van paarden en pony’s met insulineresistentie en gras met, soms plotseling, hoge suikergehalten.

Welke paarden krijgen insulineresistentie?

1. Sobere rassen hebben een erfelijke aanleg om zuinig met energie om te gaan.

Ze hebben minder energie nodig voor dezelfde prestaties als niet-sobere rassen. Oftewel bij dezelfde energieopname is er eerder sprake van een overschot en omzetting in vetreserves. Overgewicht kan insulineresistentie veroorzaken als gevolg van de productie van te veel ontsteking stimulerende stoffen door het vetweefsel. Niet elk paard met overgewicht krijgt insulineresistentie. Als je wilt weten of je te dikke paard een vergroot risico heeft om hoefbevangenheid te krijgen kan je overwegen insulineresistentie door je dierenarts te laten testen. Aan de andere kant is overgewicht een niet gezonde situatie voor het paard en is het beter het paard te laten vermageren. Hierdoor zal de insulineresistentie vaak verdwijnen.

2. Ook oudere paarden kunnen een overschot aan ontsteking stimulerende stoffen genereren.

Dit als gevolg van verouderingsprocessen en hebben daarmee een verhoogd risico op insulineresistentie.

3. Paarden en pony’s met PPID (Pituitary Pars Intermedia Dysfunction)

Zij produceren een overmatige hoeveelheid corticosteroïden. In overschot leiden deze hormonen tot insulineresistentie. Een behandeling kan de productie van corticosteroïden en de mate van insulineresistentie verminderen. Omdat PPID en veroudering vaak samengaan is het mogelijk dat de insulineresistentie blijvend is.

4. Heel veel krachtvoer geven is een oorzaak van insulineresistentie

Of dat in de praktijk een veelvoorkomende oorzaak is, is de vraag. De paarden die veel krachtvoer krijgen zijn meestal niet van een sobere ras en moeten vaak ook hard werken. Inspanning vermindert het risico op insulineresistentie.

5. Veel suikerrijk ruwvoer (en krachtvoer) kan een mogelijke risico factor zijn om insulineresistentie te ontwikkelen bij sobere rassen

Gras kan suikerrijk worden onder bepaalde weer- en groeiomstandigheden. Ook hooi en kuilvoer kunnen een hoog aandeel suikers bevatten.

6. Equine Metabolic disease

Equine Metabolic disease wordt beschreven als een aandoening van vooral sobere rassen, soms met overgewicht, die insulineresistentie hebben en gevoelig zijn voor hoefbevangenheid.

Hoe merk je het aan je paard?

De verschijnselen van insulineresistentie zijn niet direct overduidelijk zichtbaar. Vaak zijn het geleidelijke veranderingen. De conditie vermindert, de vetophopingen zijn opvallend, vaak is het vet in de nek hard en stevig. Bij PPID kan de vacht veranderen, krijgt het paard langere haren en verhaart het minder makkelijk in het voorjaar. En natuurlijk het krijgen van hoefbevangenheid. Ook dat kan in gradaties optreden. De hoefsmid ziet soms al veranderingen in de witte lijn van de hoef (foto) voordat het paard zichtbaar kreupel loopt. Paarden die eerder hoefbevangenheid hebben gehad kunnen reageren op suikerrijk voer, door meteen weer kreupel of stijf te lopen of door warme hoeven. Soms kan je een kloppend bloedvat in de kootholte voelen. Je dierenarts kan insulineresistentie bepalen door middel van bloedonderzoek. Soms is deze bepaling vaker nodig om zekerheid te krijgen.

Hoefbevangenheid
Veranderingen in de witte lijn op de hoef duidt op hoefbevangenheid

Is insulineresistentie te behandelen?

Insulineresistentie is eigenlijk geen aparte ziekte. Maar meer een gevolg van andere oorzaken. Onder normale omstandigheden krijgt een paard tijdelijk te maken met insulineresistentie in geval van een ernstige ontsteking of ziekte én tijdens de laatste maanden van de dracht. De functie van deze tijdelijke insulineresistentie is om de glucosewaarden in het bloed te verhogen om zo bepaalde gebieden van extra energie te voorzien (bijvoorbeeld het veulen). In deze perioden is het niet zinvol insulineresistentie te testen (ook niet bij acute hoefbevangenheid dus!). Deze insulineresistentie is tijdelijk van aard en geeft geen nadelige gevolgen.

Chronische insulineresistentie

Chronische insulineresistentie geeft wel nadelige gevolgen en moet als het kan bestreden worden. Dit kan bijvoorbeeld door het rantsoen aan te passen én het glucose verbruik te stimuleren, zoals meer beweging geven. Dat laatste kan uiteraard alleen als er nog geen sprake is van ernstige hoefbevangenheid. Daarnaast geeft verminderen van de vetmassa, oftewel vermagering, ook vermindering van insulineresistentie. Voor PPID is een medicijn beschikbaar die ervoor zorgt dat er minder corticosteroïden worden geproduceerd. Vermindering van insulineresistentie is dan het gevolg. Zowel bij vermagering na obesitas als bij behandeling van PPID kán het echter zijn dat de insulineresistentie niet verdwijnt. De rol van regelmatig beweging geven in de behandeling van insulineresistentie wordt nog weleens vergeten. Spieren nemen glucose op met behulp van een receptor die insulineafhankelijk is. Maar tijdens inspanning nemen de spieren ook glucose op zonder tussenkomst van insuline. Dit kan een manier zijn om de hoge glucosewaarden in het bloed te laten dalen.

Beweging

Niet alle paarden met insulineresistentie hebben langdurig hoge glucose bloedwaarden. Door de insulineproductie te laten stijgen, lukt het vaak om de glucosewaarden op een gezond peil te houden. Maar een tweede positief effect van inspanning is dat de gevoeligheid van de insulinereceptor toeneemt en de insulineresistentie dus vermindert. Voor de mens geldt als advies bij insulineresistentie (voorloper van diabetes type 2) om dagelijks 30 minuten aan sport te doen. Veel paarden in Nederland bewegen erg weinig en worden niet dagelijks getraind. Waarschijnlijk is onvoldoende beweging een zeer belangrijke factor, samen met het soms suikerrijke rantsoen én het toenemend aantal paarden met overgewicht, voor het stijgende aantal paarden met insulineresistentie!

Welke voedermiddelen zijn geschikt?

Haver, gerst, tarwe en mais zijn voedermiddelen of ingrediënten van krachtvoer met een hoog zetmeel en suikergehalte. Of het teveel is voor het paard hangt onder meer af hoeveel je voert. En dan zelfs nog hoeveel je per maaltijd voert. Voor paarden met insulineresistentie geldt een eis aan de hoeveelheid zetmeel en suikers per maaltijd van maximaal ca. 0,3 g per kilogram lichaamsgewicht. De eis is niet op nul gesteld. Ten eerste omdat er bijna geen voedermiddelen zijn die geen zetmeel of suikers bevatten, ten tweede omdat een paard wel glucose kan gebruiken, als het maar gelimiteerd is.

voeding paard
Krachtvoer: zorg dat je weet wat de samenstelling is

Krachtvoer nodig?

Basisbrok bevat meestal rond de 250 (tot 350) gram zetmeel en suikers per kilogram. De adviesdosering ligt rond de 2-3 kilogram per dag voor een paard van 600 kg. Daar zijn de gehalten aan mineralen en vitaminen op aangepast. Om de limiet van 0,3 g Z&S/kg LG/maaltijd aan te houden, zou je dit paard 3 tot 5 keer per dag moeten voeren. Bevat het krachtvoer meer Z&S dan nog vaker! De vraag is of je paard krachtvoer nodig heeft. Met alleen ruwvoer zijn veel paarden prima op een gezond gewicht te houden. Maar ook ruwvoer bevat suikers. Ruwvoer neemt een paard geleidelijk op. Daarom is de eis van 0,3 g Z&S/kg lg/maaltijd is hier niet van toepassing. Wel is er een maximale hoeveelheid suikers toegestaan in ruwvoer voor paarden met insulineresistentie. Aan het voer kan je dit niet beoordelen zonder analyse. De totale suikerfractie in de analyse mag niet meer zijn dan 10-12% van de droge stof (100-120 g/kg ds).

Body Condition Score
Bron: Bonpard

Gras

Onder bepaalde omstandigheden komen hogere gehalten voor in gras, kuilvoer en hooi. Deels ook afhankelijk van het soort gras. Gebruik voor paardenweiden speciaal samenstelde graszaadmengsels, die produceren minder suiker dan graszaden voor koeienweiden. Maar ook deze paardenweiden kunnen hogere suikergehalten krijgen, vooral als het gras stress heeft en niet kan groeien. Zoals tijdens droogte of door gebrek aan stikstof (bemesting). Omdat het niet is te meten en suikergehalten dagelijks of zelfs per uur kunnen veranderen, geldt voor paarden met insulineresistentie een streng weidebeleid. Beperkte weidegang, eventueel met graasmasker, op bepaalde uren van de dag en in geval van extra risico (droogte) geen weidegang.

Zelf rantsoen samenstellen

Dan zijn er nog de enkelvoudige voedermiddelen waar je zelf een rantsoen mee kan samenstellen of die je als extra kan geven. Ook daarvoor kijk je naar de zetmeel en suikergehalten die het bevat en de dosering die je wilt geven of het mogelijk is. Omdat je meestal combinaties maakt, zal een rantsoenberekening nodig zijn of het geheel voldoet aan de zetmeel&suiker eis, maar ook aan de mineralen- en vitaminenbehoefte van het paard.

 

Tabel Zetmeel en suikergehalte (per kg droge stof en per kg vers product) in enkelvoudige voedermiddelen
Droge stofgehalte Z&S per kg droge stof Z&S per kg vers product
bietenpulp 898 87 78 (ca 15 g in 1 kg geweekte pulp)
zemelen 883 235 208
wortelen 113 345 39
Lijnzaad 913 50 46
Plantaardige olie 995 0 0
haver 889 465 413

 

Tabel Suikergehalten in ruwvoersoorten
Droge stofgehalte per kg Suikergehalte per kg droge stof variatie
Hooi, grof 867 56 11-95
Hooi, gemiddeld 850 103 48-160
Hooi, fijn 834 124 57-197
Kuilvoer, grof 717 77 17-140
Kuilvoer, gemiddeld 667 101 27-178
Kuilvoer, fijn 565 109 11-202
Gras, standweide 177 96 32-240
Luzerne (Hartog) 830 67

 

Insulineresistentie, wat kan je wel voeren?

Omdat insulineresistentie meestal niet alleen komt en omdat het rantsoen afhankelijk is van de situatie waarin het paard zich momenteel bevindt zijn er meerdere situaties denkbaar.

Situatie 1: IR door overgewicht Om de insulineresistentie én het risico op hoefbevangenheid te verbeteren moet het paard gewicht gaan verliezen.

Minder eten en meer bewegen klinkt eenvoudig, maar blijkt in de praktijk toch een zware dobber. Het proces gaat enkele maanden duren. Dat vergt een goed aanvalsplan wat voor (met name) de eigenaar vol te houden moet zijn en succes garandeert. Niets zo frustrerend als langdurig je best doen zonder resultaat. Of met een verkeerd resultaat. Je kan namelijk een paard laten vermageren door gewoon heel weinig te voeren, maar daarmee riskeer je spierverlies, gevoeligheid voor infecties (minder weerstand), stalondeugden (verveling) en zelfs maagzweren! Het plan bevat een uitgebalanceerd dieet met beperkt energie, voldoende vezels, eiwit en mineralen en vitaminen. Omdat het rantsoen weinig energie bevat, is het automatisch ook laag in zetmeel en suikers. Een opbouwend trainingsschema vergroot de energiebehoefte, stimuleert vetzuurverbranding en verbetert de insulinegevoeligheid. Schakel geleidelijk over naar een energiearm dieet, neem daar 2 weken de tijd voor. Plotseling minder energie geven kan namelijk een vetstofwisselingsstoornis geven, en dat loopt vaak slecht af. Laat het dieet door een deskundige samenstellen. De dierenarts heeft een speciaal voer wat gemaakt is om paarden gezond te laten vermageren (Bonpard Non-obesitas). De body condition score verandert in het begin nog niet veel. Dit komt omdat het paard ook in de buik een vetreserve heeft, die je niet ziet en dus ook niet ziet verminderen. Volhouden en uiteindelijk zal ook de vetlaag onder de huid afnemen en kan je de ribben beter voelen. Laat voor de zekerheid de insulineresistentie testen om zeker te weten dat dit is verbeterd. En natuurlijk blijf je nu goed op de body condition score letten en hou je je paard lekker in beweging.

Situatie 2: IR door PPID Is PPID de boosdoener van de insulineresistentie, dan kan dit nog overgaan als je paard medicijnen krijgt.

De medicijnen genezen het paard niet van PPID, maar zorgen wel voor een betere hormonale balans en daarmee vermindering van insulineresistentie. Het medicijn is dus geen kuur maar een blijvende dagelijkse toediening. Deze paarden hebben vaak last van vermagering. Is de insulineresistentie weg dan is heel suikerarm gras of hooi niet nodig. Toch blijft het opletten met weidegang en krachtvoer. Geef een gemiddelde kwaliteit ruwvoer, hooi of droog kuilvoer (‘haylage’, droge stofgehalte rond 60-65%). En een vetrijk krachtvoer met relatief laag zetmeel en suikergehalte (minimaal 6% ruw vet en maximaal 250 g Z&S) (Bonpard Muscle).

Situatie 3: IR door veroudering.

Dit gaat meestal ook gepaard met vermagering. Door gebitsproblemen kan ruwvoer nu een probleem worden om goed te kauwen. Gras is vaak wel mogelijk. Een duivels dilemma dus. In de ochtenduren is het gras minder suikerrijk (behalve na nachtvorst). De snelheid van grasopname zal redelijk laag zijn, daarmee zijn ook minder hoge suikerpieken (en insulinepieken) in het bloed te verwachten. Maar geef naast beperkte weidegang ook extra energie in de vorm van een speciaal seniorvoer, bijvoorkeur in meerdere porties per dag. Met extra vezels, vetten plus een aangepaste dosering mineralen en vitaminen om de gezondheid en weerstand te ondersteunen. (Bonpard Senior)

Situatie 4: IR en geen andere afwijkingen (eventueel vetophoping zonder echte obesitas) kan een gevolg zijn van eerder overgewicht.

Soms verdwijnt de insulineresistentie namelijk niet. Beperking in energie en voeropname is nu niet meer nodig. Maar wel beperking in de opname van zetmeel en suikers. Wederom is weidegang een risico. Met een graasmasker verminder je de opnamesnelheid en zou je het paard toch enkele uren weidegang kunnen geven. Het hooi kan je laten analyseren. Is het hooi iets te suikerrijk (tot ca 125-135 g suiker/kg ds) dan kan dit voldoende verlagen door het ongeveer 30-60 minuten in (warm) water te laten weken. Let op dat je dan ook een vermindering krijgt van eiwit, mineralen en vitaminen. Met een berekening van de combinatie aan voedermiddelen in het totale dagrantsoen weet je wat en hoeveel je moet aanvullen. Voor situatie 2-4 is extra beweging altijd een manier om de insulinegevoeligheid te verbeteren. Een topprestatie is niet nodig, maar minimaal 30 minuten flink aan de wandel kan al bevorderlijk zijn. Alles wat meer kan is meegenomen.

Situatie 5: IR en hoefbevangenheid

Heeft het paard of de pony hoefbevangenheid dan is de mogelijkheid tot extra beweging in eerste instantie zeer beperkt. Met speciaal beslag en afhankelijk van de ernst is later werk wel weer mogelijk. In de acute fase zal de dierenarts pijnstillers geven en advies hoe en waar het paard te stallen. Omdat het paard nu een (soms zware) acute ontsteking heeft is extra zorg nodig om voldoende ondersteunende voedingsstoffen te geven. Zet nu het paard niet op een streng vermageringsdieet, maar voer het voldoende met in water geweekt ruwvoer (1,25-1,5 kg ds per 100 kg lichaamsgewicht per dag) eventueel wat extra luzerne om voldoende eiwit te geven plus een supplement met mineralen en vitaminen. Is de acute fase voorbij dan kan een te dik paard op een vermageringsdieet gezet worden. Is het paard in normale conditie, dan is “suikercontrole” erg belangrijk. Alleen producten met weinig suikers geven en de hoeveelheden in meerdere porties over de dag verdelen. Het belangrijkste blijft het ruwvoer. Probeer een geschikte kwaliteit te vinden en daar een grote voorraad van in te slaan. Geef je daarnaast een mineralen en vitaminen supplement dan kan dit een compleet rantsoen opleveren. (Bonpard Forage).

Extra supplementen

Als je zeker weet dat het paard voldoende krijgt wat nodig is, is het de vraag of extra toevoegen van specifieke voedingsstoffen (magnesium en/of chroom bijvoorbeeld) verbetering gaat opleveren van de insulineresistentie. Veel rantsoenen van paarden die weinig krachtvoer krijgen kunnen te laag zijn in sommige mineralen, vitaminen en spoorelementen. Uiteraard verdient dat verbetering. Niet van één element, maar van alle noodzakelijk voedingsstoffen. Maar bevat het rantsoen wel alle voedingsstoffen, dan is extra niet altijd beter. Als je supplementen wilt gebruiken, zorg dan dat het veilig is en niet leidt tot tekorten of overschotten van andere elementen.

 

Tekst: Anneke Hallebeek, dierenarts, specialist veterinaire diervoeding
Foto’s: Anneke Hallebeek, Shutterstock

0 958

Het verschrikkelijkste gevoel wat er is, zien dat je paard pijn heeft maar je kunt er niets aan doen, bijvoorbeeld bij acute hoefbevangenheid. Je bent tot alles in staat om zijn pijn te kunnen verlichten.

Vaak is het afwachten hoe het paard het doet, hoe reageert hij op therapieën en hoe snel hij hersteld. Een belangrijke meetfactor voor dit proces is pijn. Hoeveel pijn heeft hij, welke kant gaat het op? Deze meetfactor is vooral inzetbaar bij hoefbevangenheid.

Veel meetinstrumenten worden ingezet voor de evaluatie van de beweging van een paard. Helaas is dit voor veel paarden die hoef bevangen zijn niet meer haalbaar want in het ergste geval willen de paarden niet meer lopen.

De laatste tijd zijn veel ruiters bewust bezig met het communiceren met je paard, er zijn allerlei methodes voor. Een van die methodes is gezichtsuitdrukkingen. Onderzoekers hebben gekeken naar de expressie van paarden toen ze pijn hadden. Hieruit is een coderingssysteem ontstaan genaamd ‘horse grimas schaal’ of HGS. Hierdoor kun je de pijn van paarden meten zonder ze te laten lopen wat nog meer pijn veroorzaakt.

Horse Grimas Schaal

Als je wilt vaststellen hoe veel pijn je paard heeft moet je rekening houden met de volgende zes gezichtsuitdrukkingen.

1.

Oren die stijf naar achter staan.

2.

Het samenknijpen van de ogen.

3.

Er is veel spanning boven de ogen.

4.

Aanspanning van de kauwspieren.

5.

Stijfheid in de mond en kin.

6.

Afvlakking van het profiel en gespannen neusgaten

kunt het lijstje bij langs gaan en kijken wat hij wel doet en wat niet. Des te meer hij doet hij meer pijn hij heeft. De onderzoekers hebben foto’s en filmpjes gemaakt van tien paarden met acute hoefbevangenheid op de dag van opname. Ze hebben de pijnscores van de HGS vergeleken met de scores van de andere pijnmeting genaamd ‘Obel’. Hieruit bleek dat HSG een goede methode is om pijn te meten bij acute hoefbevangenheid.

Obel systeem

Het Obel systeem heeft vier categorieën. Categorie één is weinig pijn en categorie vier is ontzettend veel pijn.

1.

Paarden verschuiven hun gewicht van de ene voet naar de andere voet of tillen onophoudelijk hun voeten op. In stap is de kreupelheid niet te zien maar in draf heeft hij een verkorte pas.

2.

Paarden bewegen vrijwillig in een stap en draf, maar de pas wordt aanzienlijk ingekort. Je kunt de voet optillen zonder problemen.

3.

Paarden bewegen met tegenzin en ze proberen om de voet zo min mogelijk te belasten.

4.

Paarden willen niet of weigeren beweging.

‘Het hebben van een hulpmiddel om effectief toezicht te houden op de pijn van een patiënt zonder hem te belasten met extra pijn door beweging is een grote aanwinst. Nu ik dat heb gezegd wil ik zeggen dat het vermijden van aanvallen van acute hoefbevangenheid natuurlijk nog veel beter is’, zei Kathleen Crandell. Kathleen is een paard voedingsdeskundige van Kentucky Equine Research (KER).

Voorkomen van hoefbevangenheid

1.

Vermijdt het plotseling veranderen qua voeding.

2.

Zorg dat het voer weinig koolhydraten bevat.

3.

Zorg voor een einddarm buffer om microbiële populatie van de blindedarm en de dikke darm gezond te houden.

4.

Laat de hoefsmid regelmatig komen.

5.

Houd het gewicht en de conditie van je paard op peil.

Bron: Equi News/Hoefslag

Foto: Jessica Pijlman

0 1197
Foto: Remco Veurink

Bijna één op de drie Britse paarden is onregelmatig tot kreupel. Dat blijkt het het Nationale paardengezondheidsonderzoek (NEHS). Ongeveer 32,9% van de paardenpopulatie in Groot-Brittannië loopt niet 100% en het merendeel hiervan heeft artritisproblemen in het beengebied. Gevolgd door problemen in de hoef, dat onderverdeeld kan worden in kreupelheid (31,9%) en en hoefbevangenheid (20,7%). Als de hoefbevangenheid niet wordt meegeteld is er dit jaar een behoorlijke piek te zien in problemen in het hoefgebied. Eigenaars rapporteerden dit jaar ook veel pus in het hoefgebied. Mogelijk had het lange natte weer hier zijn invloed op. Al vermoedt een analist dat eigenaren ook meer bewust worden van kreupelheden in de hoef.

Onderzoek

Het is voor de achtste maal op rij dat het onderzoek wordt uitgevoerd. Het is een online onderzoek, waarbij paardeneigenaren zelf de gegevens doorsturen. De grootste problemen doen zich voor in de gewrichten van de benen, ongeveer 15,3% van de deelnemende paarden heeft een probleem in de hak. Dierenartsen en andere geaffilieerde paardenonderzoekers zijn al jaren erg tevreden met het onderzoek dat consistente data aanlevert. Dit jaar was er een stijging van 14% in deelnemers.

Pensioenstal

Informatie over 16.752 paarden, pony’s en ezels is aangeleverd door ongeveer 5635 deelnemers. Naast vragen over kreupelheden wordt ook naar huisvesting gevraagd. Zo blijkt dat 46,7% op een pensioenstal staat en 43,3% thuis. Ruim 36% van de paarden wordt recreatief ingezet. De meeste Britse paarden en pony’s zijn nog altijd van een inheems ras gevolgd door volbloedpaarden en daarna door warmbloedpaarden.

Andere ziektes en aandoeningen die genoteerd waren onder andere hoefbevangenheid (6,8%) en PPID (Cushing) met 6,66%.

Bron: Horse and Hound / Hoefslag

Foto: Remco Veurink 

 

 

Volg ons!

102,688FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer