Tags Posts tagged with "gras"

gras

0 2647

Hoewel het heerlijk is dat onze paarden weer de wei op kunnen, kan het voorjaarsgras ook meer kwaad dan goed veroorzaken. Denk aan hoefbevangenheid en spijsverteringsproblemen. Wanneer we bang zijn voor zulke aandoeningen zetten we onze paarden al gauw op kort gras, maar is dit wel de juiste oplossing?

Het groene voedergewas is de hoeksteen van het dieet van je paard, met daarin uitstekende voedingswaarden. De vezels zijn goed voor het spijsverteringskanaal, en zorgen er voor dat het paard zijn aangeboorde behoefte om te grazen bevredigd. Bij het aanbreken van de lente is het gras echter ook berucht voor het veroorzaken van problemen. Voornamelijk bij paarden met risico op spijsverterings- en metabole ziektes.

Fructaan

Lentegras bevat grote hoeveelheden ongestructureerde koolhydraten (NSC’s), die betrokken zijn bij acute spijsverteringsziekten bij paarden. De verschillende typen NSC’s die in grassen zitten, zijn de suikers (glucose, fructose, sacharose), zetmeel en fructaan. We weten dat voornamelijk fructanen de boosdoener zijn als het gaat om het veroorzaken van hoefbevangenheid. Echter blijkt dat minder inname van gras, niet gelijk minder opname van tructaan betekent. De samenstelling van het gras op het moment dat het gegeten wordt, is veel belangrijker dan de hoeveelheid gras.

Tijdens daglichturen vindt fotosynthese plaats, waarbij NSC’s worden geproduceerd. Zij voorzien de plant ’s nachts van brandstof om te kunnen groeien. In het voorjaar zijn veel grassen in een vroege en actieve groeifase, wat zorgt voor een hoge NSC productie. Lenteavonden kunnen nog erg koud zijn. Wanneer de temperatuur onder de 5 graden Celcius komt, maakt de plant geen gebruik van de NSC’s. Hierdoor is de suiker- en fructaanwaarde in het gras veel hoger dan anders.

Hoefbevangenheid

Hoewel er geen veilig seizoen is bij hoefbevangenheid, is de kans op hoefbevangenheid groter wanneer een paard veel suikers opneemt. Uit het onderzoek van Britain’s Animal Health Trust blijkt dat één op de tien paarden of pony’s elk jaar last heeft van de terugkerende verschijnselen. Deze verschijnselen horen bij het ziektebeeld van hoefbevangenheid. Daarmee is deze ziekte net zo ‘veelvoorkomend’ als koliek. De onderzoekers attenderen paardeneigenaren op het belang van het tijdig herkennen van de voortekenen van hoefbevangenheid. Daardoor kan een mogelijke fatale afloop voorkomen worden. Eigenaren worden wel geadviseerd waakzaam te blijven, ook als het voorjaar al is gepasseerd.

4 Tips om hoefbevangenheid te voorkomen

Hieronder lees je hoe je de kans op hoefbevangenheid kunt verkleinen.

1. Wanneer de paarden eindelijk weer de wei op kunnen in het voorjaar, bouw dit dan geleidelijk op. Als je het paard met kleine stappen naar buiten zet (15-30 minuten in het begin), en dit weer rustig opbouwt naar de hele dag, kan hij beter aan de verandering van voedingsstoffen werken. Hierdoor zullen ze minder snel vatbaar zijn voor hoefbevangenheid.

2. Heeft je paard al een geschiedenis met hoefbevangenheid, dan kan het handig zijn om het paard ’s morgens vroeg of juist ’s avonds laat in de wei te laten, vooral tijdens de lentemaanden. Zoals hierboven genoemd is de suikerwaarde in gras het hoogst in de vroege avond, en daalt het tot het laagste punt in de vroege ochtend.

3. Zorg er voor dat het gras op een passende hoogte is. Overbegrazing kan er voor zorgen dat de paarden de nieuwe groei van de weide al opeten. Deze nieuwe groei heeft meestal ook een hoger suikergehalte. Daar tegenover staat dat, wanneer een weiland overwoekerd of te oud is, je paard veel zaadkoppen kan eten die ook weer veel suikerniveaus bevatten.

4. Maak, als het nodig is, gebruik van een graaskorf. Zo reduceer je de hoeveelheid gras die je paard kan eten, maar kan je hem wel lekker in de wei laten lopen.

Bron: The Horse 

Foto: Archief

Voor het veulen is het afspenen een enorm stressvolle periode, waarin er verschillende problemen kunnen optreden, die meer dan eens met de voeding en spijsvertering te maken hebben.

Steeds minder drinken

Al enkele maanden na de geboorte begint de merrie het veulen steeds minder vaak te laten drinken. Ondertussen heeft het veulen al geleerd om met de moeder mee te eten, hetzij brok, hooi en/of gras. Op  ongeveer vijf maanden leeftijd wordt een veulen vervolgens van de moeder gescheiden, het zogenaamde afspenen.  Waar moet je op letten zodra je je veulen afgespeend hebt?

Niet teveel zetmeel!

Dat een veulen op jonge leeftijd al brok leert eten, betekent niet dat de extra energie die nodig is in de speenperiode uit brok moet komen. Brok bevat veel zetmeel. Door stress kan bovendien het spijsverteringsstelsel extra snel werken, waardoor de kans bestaat dat zetmeel in de dikke darm terecht komt. Diarree en koliek kunnen daarvan het gevolg zijn.

Goede kwaliteit ruwvoer

Een veulen van 5 maanden oud groeit snel en heeft veel energie nodig. Vanwege het boven genoemde risico van grote hoeveelheden krachtvoer, moet die energie uit ruwvoer gehaald worden. Het onbeperkt voeren van goede kwaliteit kuilgras of hooi is daarom verstandig. Na een ruwvoeranalyse wordt duidelijk hoeveel van welke voedingsstoffen het ruwvoer bevat, waarop de krachtvoergift en een eventueel supplement kan worden afgestemd.

Gras, gezelschap en beweging

Voor een veulen is gezelschap en vrije beweging een absolute must. Zeker na het spenen moet een veulen worden omringd door soortgenoten, al dan niet van zijn eigen leeftijd, om het ontbreken van zijn moeder op te vangen. Gras van een goed onderhouden weiland vormt daarbij een waardevolle energiebron, die een veulen kan helpen gezond door de moeilijke speenperiode heen te komen.

Maagzweren

Onder invloed van stress lijden veel gespeende veulens aan maagzweren. Het is lastig dit volledig te voorkomen, tenzij de manier van spenen wordt aangepast en het veulen geleidelijk  van de moeder wordt gescheiden. Qua voeding kan het helpen om een beperkte hoeveelheid luzerne bij de voeren (matig vanwege de scheve calcium/fosfor-verhouding). Luzerne heeft de eigenschap de zuurgraad in de maag iets te verlagen.

Bron: Hippos, overname zonder bronvermelding én toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan

Foto: Remco Veurink

Droog, zonnig en warm was de zomer van 2018 één van de warmste zomers sinds 1903. Echter door het mooie weer is er ook veel minder regen gevallen, waardoor het gras langzamer groeit. Langzame groei en intensieve begrazing kan overbegrazing veroorzaken.

Overbegrazing

Overbegrazing betekent dat het gras zo kort afgegraasd wordt dat hergroei moeizaam is en suikergehalten kunnen toenemen. Voorkom overbegrazing en neem voldoende maatregelen om een mooie grasmat te behouden.

Tijd om te herstellen

Laat de paarden niet de hele zomer op hetzelfde perceel staan, maar zet de paarden na een bepaalde tijd op een ander perceel. Het advies van weidespecialisten is om de paarden naar een ander perceel te verplaatsen als het gras ca. 4 centimeter hoog is. Geef het gras ca. 21 – 28 dagen de tijd om te herstellen. Bij voorkeur dient het gras 8 centimeter of hoger te zijn, voordat de paarden weer toegang tot deze weide krijgen.

Hoge plekken voorkomen

Door de weide regelmatig rust te geven, krijgt het de mogelijkheid om te herstellen. Hierdoor wordt voorkomen dat er hoge plekken ontstaan die de paarden niet meer willen eten. Meestal ontstaan hoge plekken in het gras door mest-/urineplaatsen zijn, waardoor het gras minder smakelijk wordt of er groeien onkruiden die de paarden niet eten.

Gestresst gras

Erg kort afgegraasd gras met een tekort aan voedingstoffen, zoals kunstmest of water, kan veel suikers bevatten.

Beregenen

Indien de voorzieningen aanwezig zijn dan is beregenen een uitkomst om een mooie grasmat te behouden. 

 

Bron: Hippos, overname zonder bronvermelding én toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan

Foto: Remco Veurink

winter
foto: Remco Veurink

Het is al een tijdje koud in ons land en volgens de voorspellingen wordt het vanaf volgende week pas écht koud, met nachttemperaturen van -10 graden. Het voordeel daarvan is dat de weides mooi opvriezen en we doen de paarden dan ook graag een plezier door ze erop te laten, maar is het eten van bevroren gras wel goed voor ze of krijgen ze daar koliek van?

Horse & Hound legde deze vraag voor aan veearts Kieran O’Brien. Volgens hem kan het eten van bevroren gras helemaal geen kwaad. ‘Paarden die in de winter buiten staan kunnen prima elke dag bevroren gras eten zonder daar last van te krijgen’, stelt hij. ‘Voor de stelling dat het eten van bevroren gras koliek veroorzaakt is slechts indirect bewijs gevonden.’

Gras ontdooit snel

Hij vertelt: ‘Bevroren gras ontdooit snel in de paardenmond als het gekauwd en met speeksel vermengd wordt. Bovendien warmt het ook nog op als het via de slokdarm in de maag terecht komt. Bovendien verandert de samenstelling van gras niet dusdanig dat het eten ervan in de winter koliek zou kunnen veroorzaken. Onverklaarbare koliekgevallen worden in de winter vaak toegeschreven aan het eten van bevroren gras, maar inmiddels is bewezen dat het nooit de daadwerkelijke oorzaak is.’

Andere factoren

Om koliek in de winter te voorkomen kun je wel rekening houden met de volgende factoren:

  • Doordat de dagen korter en de weides/paddocks nat zijn, lopen paarden vaak minder buiten. Doordat de paarden minder bewegen en niet constant kleine beetjes eten zoals op de wei, wordt de kans op koliek groter.
  • Paarden drinken liever geen koud water. Dit – in combinatie met het eten van droog hooi in plaats van gras – vergroot de kans op koliek omdat water essentieel is voor een goed functionerende spijsvertering. Als een paard te weinig vocht opneemt, kan er verstoppingskoliek ontstaan, het is dus belangrijk dat je paard genoeg drinkt. Probeer daarom lauw water te geven, of voer geweekte bietenpulp.

Fructaan

Waar je als paardeneigenaar wel rekening mee moet houden is het fructaangehalte in het gras. Zeker als je een paard hebt dat gevoelig is voor hoefbevangenheid, is het belangrijk om je te realiseren dat het fructaangehalte hoog kan zijn bij een combinatie van vorst en zonnig weer. Misschien is het voor dat paard dan toch beter om in de paddock te blijven, in plaats van de wei op te gaan.

Bron: Horse & Hound / Hoefslag
Foto: Remco Veurink

 

0 196

Dit jaar zullen de Lonneker Paardendagen voor het eerst niet in Lonneker worden gehouden, maar in Haaksbergen op het terrein van De Sterruiters, zo meldt het AD.

Dit besluit is na lang wikken en wegen genomen door de organiserende verenigingen, die rijden bij manege De Twentse Marke in Lonneker, rijvereniging Het Twentse Ros en ponyvereniging De Vijf Marken.

Minder risico’s

Deze verplaatsing heeft verschillende oorzaken. De deelname liep de laatste jaren terug. Springruiters rijden liever op zandgrond want dat brengt voor paarden minder risico’s met zich mee dan rijden op gras. Gevolg was dat grote stallen en regionale ruiters dan ook vaker niet op kwamen dagen als het had geregend.

De Sterruiters in Haaksbergen beschikken over een terrein met zandbodem dat nu voor drie dagen verhuurd is voor het concours. De springwedstrijden zijn op zandbodem, de dressuur en de Bixierubrieken worden op gras verreden.

Lonneker

De interesse van het publiek voor de Lonneker Paardendagen nam ook af. Daarnaast is ook de leegloop in het algemeen bestuur van Het Twentse Ros en De Vijf Marken van invloed. Het is niet duidelijk of het regionaal bekende buitenconcours weer zal terugkeren in Lonneker. Deze wens leeft wel binnen De Twentse Marke.

De gratis toegankelijke Lonneker Paardendagen worden gehouden op 14, 15 en 16 juli.

Bron: AD

Foto: M. Rongen

Suiker in voer
Suiker in voer: overdaad schaadt. Foto: Shutterstock.com

Suiker blijft een hot item. Niet alleen in onze eigen voeding letten we op de hoeveelheid hiervan. Ook bij paardenvoeding wordt angstvallig naar het percentage gekeken, want voor paarden geldt eveneens: te veel is nooit goed.

Weinig suikers nodig
Dat suikers energie leveren weten we allemaal, ook met name uit ons eigen voedingspatroon. Een snelle energiebom nodig? Dan pak je al snel een Mars of iets anders wat veel suikers bevat. Bij paarden is dit eigenlijk hetzelfde geval. Voedingsmiddelen die veel suikers bevatten zoals granen of bepaalde krachtvoeders leveren het paard snelle energie op. Suikers zijn zeker niet pertinent slecht, een paard heeft immers energie nodig om de gevraagde arbeid te kunnen leveren. Bovendien zijn suikers een belangrijke bron voor het functioneren van het zenuwstelsel en de hersenen. Niet elk paard heeft echter evenveel suikers nodig. Er is dus geen echte richtlijn voor de hoeveelheid suikers die je een paard mag voeren. Wél is het wel belangrijk om deze hoeveelheid af te stemmen op de hoeveelheid suikers die het paard verbrandt tijdens de training. Een paard wat weinig tot gemiddelde arbeid verricht, al op leeftijd is of gevoelig is voor suikers zoals bijvoorbeeld koudbloedrassen, heeft maar weinig suikers nodig in het voerrantsoen.

Suiker wordt verteerd in de maag en de dunne darm en wordt als glucose in het bloed opgenomen

 

Gras bevat suikers
Gras bevat suikers. Foto: Shutterstock.com

Vertering
Om te begrijpen hoe suikers precies gebruikt worden eerst even iets over de gang van zaken bij de vertering van koolhydraten en suikers. Suiker wordt verteerd in de maag en de dunne darm en wordt als glucose in het bloed opgenomen. Lees het complete proces van vertering, maar ook meer over de niet te onderschatte hoeveelheid suiker in gras (foto) en ruwvoer en de negatieve gevolgen van suiker voor het paard in het artikel dat in Hoefslag Voeding & Verzorging special is gepubliceerd. Heb je deze gemist? Geen probleem. Je koopt hem in de betere boekhandel, of je bestelt hem via Paardenmagazines. Ook kan je hem digitaal lezen (alleen op je tablet of mobiele telefoon).
Tekst: Sabine Timman
Foto’s: Shutterstock
Bronnen: Fibra Paardenvoeders & Pavo

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 16)

0 4689
vervelende kwaaltjes in de zomer
Foto ter illustratie.

Paarden die voor korte tijd de wei op gaan eten meer per uur dan hun soortgenoot dat de hele dag op de wei staat. Onderzoekers aan de North Carolina State University uit Amerika hebben dit onderzocht. Zij boden hun testgroep gedurende een bepaalde periode 3 tot 24 uur weidegang aan met relatief vers gras. Naast weidegang kregen de dieren ook onbeperkt hooi aangeboden. De testgroep woog gemiddeld rond de 500 kg.

Factor drie

Het blijkt dat de paarden die drie uur per dag op de wei staan het meeste gras per uur naar binnen werken. Paarden die zes uur mogen grazen kwamen aan 0,75 kg per uur. Voor de paarden die negen en 24 uur per dag op de wei staan komen respectievelijk aan 0,6 kg en 0,35 kg per uur. Hoe minder lang een paard dus op de wei staat hoe meer hij in die korte tijd eet. Dit verschil loopt op met een factor drie. De onderzoekers vermoeden dat het paard weet dat hij maar voor een korte tijd de beschikking heeft over het lekkere gras en er daarom zoveel mogelijk van wil eten.

Voerbeleid

 

Voor mensen die hun paard dus voor een korte tijd op de wei zetten in verband met hoefbevangenheid of een andere aandoening is dit belangrijke informatie om mee te nemen in hun voerbeleid. Zij zouden kunnen overwegen om de weidegang op een andere manier in te delen.

Meer weten over weidegang en stalmanagement, klik dan hier.

Bron: HorseSource / Hoefslag

Foto: Jennifer-Fotografie

0 198

De eerste snede gras is niet zo gezond als het lijkt. In het voorjaar wordt overdag door de zon veel suiker aangemaakt in het gras dat, als het goed is, gedurende de nacht wordt omgezet in onder andere celwanden.

Vaak komen echter in het voorjaar koude nachten voor, zelfs met nachtvorst aan de grond. Tijdens koude nachten gebeurt er niets in de grasspriet. De suiker wordt dus niet afgebroken, maar zit de volgende ochtend nog steeds in het gras. Vervolgens wordt er onder invloed van de zon weer volop nieuwe, extra, suiker aangemaakt. Deze ophoping van suiker zorgt ervoor dat elk jaar weer veel paarden en pony’s hoefbevangen worden.

Bij zonnige dagen in combinatie met koude nachten is het dus verstandiger om gevoelige paarden pas in de middag op de weide te laten grazen. Risicopaarden of paarden die hoefbevangen zijn, kunnen beter niet op de groene weide gelaten worden.

Bron: GD

Foto: Remco Veurink

0 515
paardenwelzijn weide gras wei
Foto: Remco Veurink

Paarden kauwen ook op schors, struiken en ander ‘spul’, aldus bijna driekwart van de ondervraagde paardeneigenaren in een Australische studie naar graasgedrag. Volgens de onderzoekers hebben paarden niet alleen behoefte aan (het eten van) gras, maar ook aan bijvoorbeeld boomschors terwijl ze in de wei staan. ‘Het is momenteel onduidelijk of paarden dit doen omdat er wellicht te weinig gras is, het aanbod te weinig divers is of dat dieren gewoon op dat moment liever iets anders dan gras eten’, aldus Mariëtte van den Berg en haar collega’s in het  ‘Journal of Veterinary Behavior’.

De onderzoekers van de University of New England in New South Wales en het CSIRO onderzoeksbureau wilden meer weten over het houden van paarden en het gedrag van paarden op de wei. Paardeneigenaren werden via paardentijdschriften, social media, websites en hippische bedrijven uitgenodigd een ​​online enquête in te vullen. Er werd informatie verzameld over de locatie, de manier waarop het paard gehuisvest is, voermanagement, de conditie van de wei, de waarneming van bepaald gedrag op de wei en de voorkeur voor wat er gegeten werd. Er namen 497 paardeneigenaren met in totaal 3082 paarden deel. Het merendeel van de paarden – 85% – stond 16-24 uur per dag op de wei.

‘Hoewel de paarden toegang hadden tot een wei, werd ongeveer 95% van de paarden dagelijks bijgevoerd met biks, muesli of andere supplementen. 86% kreeg opgeslagen voer,’ meldden de onderzoekers.

75% van de respondenten maakte melding van het ‘browsegedrag’; op schors kauwen en likken of het eten van mest kwam het meest voor. Bijna driekwart van de eigenaren gaf aan dat hun paarden door het land lopen, op zoek naar delen van bomen, struiken, of planten die geen deel uitmaakten van de weidevegetatie

Samenvatting ‘Browse-related behaviors of pastured horses in Australia’

Horsetalk/Hoefslag

Foto: Remco Veurink

0 5874
aardappel slokdarm

Om de inname van gras te beperken, gebruiken sommigen eigenaren in het voorjaar en de zomer een graasmasker. Is het zielig om een paard daarmee in een frisgroen luilekkerland te zetten? Of is het gewoon heel verstandig dat de voedselinname wordt beperkt?

GraasmaskerVoor het juli-nummer van Hoefslag spraken we met verschillende mensen over het beroemde of beruchte graasmasker. Het ziet er inderdaad niet heel fijn uit, zo’n muilkorf. ‘Maar’, zegt Mirjam Struijk van Divoza, ‘Ik denk dat als een paard eenmaal gewend is aan een graasmasker, hij er weinig hinder van ondervindt. Natuurlijk zal hij het leuker vinden zónder dat masker, maar van koliek of hoefbevangenheid, of van een groot deel van de dag op stal staan, wordt hij ook niet blij. Zeker in het voorjaar en de zomer gaan hier veel graasmaskers over de toonbank. We verkopen ze niet alleen voor ponyrassen die gevoelig zijn gras, maar ook steeds meer eigenaren van sportpaarden schaffen er een aan.’

Er wordt geregeld onderzoek gedaan naar het effect van graasmaskers en verschillende studies hebben aangetoond dat zo’n eenvoudig rubberen of kunststof dingetje de grasopname met zo’n tachtig procent vermindert. Juist om die reden raadt ook paardengedragsspecialist Machteld van Dierendonck met regelmaat graasmaskers voor. ‘Overgewicht bij paarden is een groot probleem en een graasmasker is een prima oplossing.’

Meer over graasmaskers lees je in het juli-nummer van Hoefslag, te verkrijgen bij de betere boekhandel.
Alle overige nummers zijn hier verkrijgbaar.

Tekst: Janine Verschure

Foto: Meike Bölts/Horses in Media

Volg ons!

102,861FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer