Tags Posts tagged with "gedrag"

gedrag

0 124

Onderzoekers aan de Universiteit van Washington wilde weten in hoeverre therapiepaarden stress ervaren tijdens hun werkzaamheden.

Paarden worden al jaren gebruikt als therapiepaarden. De paarden die hier geschikt voor zijn, moeten beleefd en rustig zijn en alle ruiterfouten vergeven. Niet alle paarden die aan deze kenmerken voldoen kunnen echter de stress die gepaard gaan met hun taken volstaan. “De eisen die gesteld worden aan de paarden kunnen stress veroorzaken en een paard minder goed laten presteren. De therapie kan verslechteren en het risico voor de ruiters kan groter worden.” aldus de onderzoeksleider.

In haar studie onderzocht ze 21 therapiepaarden die 120 uur aan therapeutische rijlessen moesten volbrengen. Zij resulteerde als volgt:

  • Likken, kauwen, zwaaien met de staart en het plat leggen van de oren zijn 46,5% van de stressgerelateerde gedragingen die de paarden lieten zien.
  • 25,5% van de geobserveerde gedragingen waren vermijdende gedrag, zoals langzaam of juist gehaast zijn en het niet goed reageren op de hulpen.
  • Gedrag zoals weglopen, met het hoofd zwaaien of op het bit kauwen gebeurde vaak tijdens het opstappen.
  • Paarden die al langere tijd als therapiepaarden werkten, vertoonden minder stressgerelateerd gedrag, maar meer vermijdend gedrag.
  • Het ruitergedrag was een belangrijke bron voor stress: 33% van de paarden reageerden op teugeldruk, ongelijk verdeeld gewicht en beenhulpen.

Foster meldt: “Deze gedragingen hebben effect op de ervaringen van de ruiter. Ik adviseer om bij sommige paard-ruitercombinaties hulpmiddelen te gebruiken die de balans van de ruiter verbeteren en de teugeldruk verminderen.”

Foto: Remco Veurink
Bron: The Horse

0 1856

Thuis heb je je paard goed voor elkaar, maar op vreemd terrein is er weinig meer te zien van de vele uurtjes training. De vraag is of hem dat zit in karakter of training. En is er ruimte voor verbetering? Jazeker, zegt gedragsdeskundige Janina van der Drift in de nieuwste editie van Hoefslag.

Het paard heeft een uitstekend langetermijngeheugen. Een gevolg hiervan is dat het van elke gebeurtenis de exacte details onthoudt en niet meteen generaliseert. Dat betekent dat het tijdens de training niet alleen de door de ruiter gewenste beweging of oefening aanleert, maar ook de visuele kenmerken van de omgeving in zijn geheugen opslaat. Een jong paard dat bevestigd lijkt in de binnenbaan kan hierdoor alle training vergeten, zodra het in de buitenbaan gereden wordt. Of het springt de hindernissen thuis foutloos, maar weigert op concours. Vaak denken ruiters dat dit onwil van het dier is, maar dat is niet zo. Het paard heeft daadwerkelijk moeite zich de training te herinneren.

Als je van plan bent op concours te gaan, spreekt het voor zich dat je de proef een keer thuis hebt geoefend of een parcours met de gewenste hoogte al hebt gesprongen. Maar er zijn nog meer belangrijke elementen om in de voorbereiding mee te nemen, voor de daadwerkelijke vuurdoop.

Vijf keer oefenen

Ten eerste is het handig om op verschillende locaties te testen of de reacties van het paard op de hulpen nog hetzelfde zijn als thuis. Uit onderzoek blijkt dat het paard hiervoor vijf verschillende ervaringen nodig heeft. Een eventingruiter kan dus pas met enige zekerheid zeggen dat zijn paard een waterbak gaat springen als het al vijf exemplaren heeft gesprongen. Daarbij is het van belang om per situatie niet te veel tegelijkertijd te veranderen en ervoor te zorgen dat er een gemeenschappelijke deler is. Zo begint het paard makkelijker een rode draad tussen de situaties te herkennen.

Meer lezen over dit onderwerp? Het artikel ‘Succesvol op vreemd terrein’ vind je terug in het septembernummer van Hoefslag.

 

Tekst: Janina van der Drift

Foto: Remco Veurink Photography

0 656

Tijdens de International Society of Equitation Science conferentie in Vancouver, Canada, discussieerde professor Natalie Waran van de Universiteit van Edinburgh met de aanwezigen over de vraag of je kunt zien of een paard een ‘happy athlete’ is. Een discussie die al bestaat sinds de FEI de benaming in haar reglement opnam. Want: wat houdt een ‘happy athlete’ eigenlijk in en kun je hem herkennen?

Specialist op het gebied van paardenwelzijn Waran stelt vast dat ondanks al het onderzoek naar de herkenning van negatieve emoties bij een paard zoals pijn, angst en stress, er nog meer werk aan de winkel is voordat er een eenduidig antwoord te geven is over de kwestie ‘happy athlete’. ‘Welzijn van het paard is niet goed te meten. Onderzoekers die zich hebben beziggehouden met de vraag of een paard ‘happy’ moet zijn om een goede dressuurscore te kunnen behalen, komen zelfs met tegenstrijdige resultaten, simpelweg omdat het ontbreekt aan objectieve meetinstrumenten. Trainers, ruiters én juryleden kunnen gedrag en prestatie tijdens wedstrijden en training in relatie tot welzijn nu eenmaal niet objectief beoordelen. Hoe komen we dan toch tot een subjectief bewijs dat ‘happiness’ en andere positieve emoties bij onze paarden kunnen worden gemeten op zo’n manier dat iedereen ze herkent en objectief beoordeelt?’ Geluk wordt in de ogen van Waran nu alleen maar gemeten aan de hand van zaken die met het blote oog waarneembaar zijn en die bij mensen een positief gevoel oproepen.

Ook Sommerville, die bijvoorbeeld  samenwerkt met het Brooke Hospital, en Hintze, van de Division of Animal Welfare van de University of Bern, stellen dat onderzoek zich tot nu toe richt op het herkennen van negatieve ervaringen -zoals pijn en ongemak. De interesse in positief gedrag is pas recent ontstaan. Het is positief dat gedrag kan worden beïnvloed door de manier waarop wij invloed hebben op hoe een dier zich voelt. Dieren die hard moeten werken onder moeilijke omstandigheden zoals in onderontwikkelde landen vertonen ook positieve emoties, zoals wanneer ze rust hebben en kunnen grazen.

De onderzoekers zijn van mening dat de bestaande meetinstrumenten die gehanteerd worden om de psychische gesteldheid van een paard te kwalificeren, aangevuld moeten worden met gedragsmetingen die zich richten op de mate waarin een paard positieve emoties laat zien en hoe die kunnen worden herkend.

Horsetalk/Hoefslag

Foto: Remco Veurink

0 1561

Veel mensen belonen hun paard of pony regelmatig met wat lekkers. Een appel, een wortel, een snoepje, een paar sneeën uitgedroogd brood, maar soms ook een bak appels, een schep muesli, of een half brood. Het paard vindt het lekker, maar teveel extra’s kunnen leiden tot overgewicht, opdringerig gedrag en spijsverteringsproblemen.

1. Niet te veel/te vaak

Extra’s zijn vaak rijk aan voedingsstoffen. Ga er daarom spaarzaam mee om, want overgewicht ligt op de loer. Ook kan het gehele rantsoen uit evenwicht worden gebracht wanneer er veel/vaak extra’s worden gevoerd. Overschotten aan allerlei voedingsstoffen kunnen leiden tot vage klachten die vaak niet worden herleid tot de ‘extra’s’.

2. Pas op met fruit en brood

Zowel fruit als brood is suikerrijk, waardoor het schommelingen in de bloedsuiker veroorzaakt en bij sommige paarden/pony’s leidt tot problemen zoals bijvoorbeeld hoefbevangenheid. Teveel fruit of brood kan ook gemakkelijk (gas)koliek veroorzaken.

3. Zorg dat het rantsoen in balans is

Het basisrantsoen (ruwvoer en krachtvoer) moet zoveel mogelijk uitgebalanceerd zijn, met voldoende energie, eiwit en vitamines/mineralen. Eventuele ‘gaten’ kunnen worden opgevuld met een zorgvuldig gekozen supplement. Ook extra’s dienen bij het rantsoen geteld te worden; dit eet je paard tenslotte ook.

4. Ongewenst gedrag

Paarden die te pas en te onpas iets lekker krijgen, kunnen vervelend en opdringerig gedrag gaan vertonen, zoals schrapen op de poetsplaats, opdringerig gedrag op stal of in de wei. Soms kan dit tot gevaarlijke situaties leiden. Consequent omgaan met beloningen helpt problemen voorkomen.

Lees meer: 10 tips voor het voeren van paarden

Ir. Marike Jacobs (Voerconsultant & Columniste VoerVergelijk.nl)

Meer over de auteur: Marike Jacobs is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar studie schreef Marike o.a. artikelen voor PaardenSport en verder werkt ze als stalmedewerker op een pensionstal. Mennen is haar favoriete tak van de paardensport, maar voeding en verzorging, en het waarborgen van de ‘happy athlete’ vanuit dat oogpunt, hebben de meeste aandacht.

VoerVergelijk.nl brengt iedere week op de site van de Hoefslag een voedingsverhaal met nuttige tips. VoerVergelijk is een onafhankelijke vergelijkingswebsite die is uitgegroeid tot een platform voor paardenvoer. Op VoerVergelijk kan een bezoeker paardenvoer zoeken, vergelijken en beoordelen. De database bevat alle paardenvoeders en supplementen die in Nederland en België verkrijgbaar zijn.

Foto: Remco Veurink

0 387
paard op stal of land

Het meest dominante paard blijkt toch in veel gevallen niet automatisch als kuddeleider te functioneren. Dit concludeert een Frans onderzoek. Tot nu toe werd dikwijls beweerd dat hengsten of oudere dominante merries aan het hoofd van een kudde stonden. Volgens wetenschappers aan de Universiteit van Stresbourg zijn het echter meestal de meest sociale paarden die de functie als leider vervullen. Het paard met de meeste ‘vrienden’ bepaalt echter wat de kudde doet. ‘De relatie tussen het paard en zijn soortgenoten staat hierbij centraal. Wanneer ze hun vrienden in actie zien komen, doen ze vaak automatisch mee. Dat is typisch kuddegedrag. Een kleine groep begint de leider te volgen en dit zal zich uitbreiden tot alle paarden in beweging komen,’ aldus een woordvoerder.

Niet iedere leider succesvol

Het onderzoeksteam bestudeerde diverse kuddes, bestaande uit 15 tot 20 paarden in een semi-natuurlijke omgeving. De beweging van de kudde werd met videocamera’s vastgelegd. De leiders gaven vaak kleine psychische aanwijzigingen, waarbij specifieke poses, voordat de groep paarden in beweging kwam. Uiteindelijk bleek gedurende de week dat bijna ieder paard weleens de alfa-rol op zich nam. Maar niet iedere leider bleek succesvol. Soms volgden niet alle paarden, waardoor de leider soms al snel opgaf.

Hengst is stoorzender

Nog een opvallend detail: de hengst in de groep zorgde vaak voor ongeregeldheden, terwijl de kudde vaak harmonieus functioneerde wanneer een merrie zich aan het hoofd van de kudde bevond. ‘Nadat we de hengst uit de kudde hadden gehaald, keerde altijd de rust terug. Wanneer de hengst zich in de groep bevond, snapte deze vaak niet wat de groep aan het doen was. Wanneer hij de leidersrol wilde vervullen, werd hij vaak niet gevolgd.’

‘Kuddegedrag is vitaal voor een prooidier. De groep moet zich kunnen verplaatsen van voederpunt naar waterbron zonder dat het onderweg soortgenoten verliest.  Dit onderzoek toont aan dat ieder paard een leider kan zijn, zolang zijn sociale rol in de kudde goed ligt, waardoor de dieren hem willen volgen.’

Bron: Hoefslag/TheHorse

Foto: Remco Veurink

0 465

De leidende rol in een kudde is aan de hengst of een oudere merrie, zo wordt vaak aangenomen. Maar is dat echt zo? Een Frans team onderzocht de groepsdynamiek in twee kuddes en probeerde aan hun gedrag af te leiden wie de groepsleider was. Die bleek er niet echt te zijn. Wel was er binnen een groep een soort ‘consensus’ over wie de beslissingen neemt.
Het onderzoeksteam baseerde haar bevindingen op observaties van het groepsgedrag van twee kuddes Przewalski-paarden in Frankrijk. De grootste kudde bestond uit een achtjarige hengst, vijf volwassen merries, twee tweejarige merries en vier veulen. De andere groep, die twee jaar later geobserveerd werd, telde een twaalfjarige hengst, drie volwassen merries en twee veulen. De kuddes werden omschreven als ‘halfwild’; ze werden niet bijgevoerd en hadden geen contact met mensen.

In geen van beide groepen kon worden vastgesteld dat één bepaald dier de groep aanzette om zich te verplaatsen. Het was eerder zo dat het een collectief besluit was. De drie belangrijkste definities van leiderschap -als eerste vertrekken, voorop lopen en andere dieren aanzetten om mee te lopen- werden niet waargenomen. Het gezamenlijke initiatief om zich te verplaatsen leek minstens één keer iets meer bij vijf dieren te liggen in de grootste kudde, maar bij de kleine groep deed geen enkel dier de eerste aanzet om te vertrekken. Maar welke definitie van ‘leiderschap’ ook gehanteerd werd, geen enkel paard kon worden aangewezen als de leider. Meerdere paarden vertrokken tegelijkertijd; het kan er op wijzen dat het ‘sein tot vertrek’ al eerder had plaatsgevonden. Maar dan werd dat signaal door meer dan één paard gegeven.

Beperkt onderzoek

De onderzoekers erkenden dat het resultaat van hun onderzoek ondermijnd werden door het feit dat de kuddes maar heel klein waren. Het leek er eerst op dat in de grootste kudde de oudere paarden vaker voorop liepen. Maar bij de kleinste kudde was dat niet het geval. ‘Leeftijd en dominantie waren statistisch gezien van ondergeschikt belang; leeftijd is immers sowieso al de belangrijkste indicator voor dominantie. Er is verder onderzoek naar kuddes met een andere populatie nodig om onze conclusie hard te maken. Onze bevindingen zijn dat de sociale structuur in kuddes altijd dezelfde was; die zou vergelijkbaar moeten zijn aan die van andere kuddes Przewalski-paarden. Het is dus opvallend dat noch de oudere merries, noch de hengsten een meer leidende rol hadden dan welk ander paard dan ook. In tegenstelling tot wat het gangbare idee was, hebben leeftijd, geslacht en dominantie weinig te maken met hoe de kudde zich beweegt.’

Het hele onderzoek over kuddegedrag.

Horsetalk/Hoefslag

Foto: Remco Veurink

0 879

Dit jaar volgt Hoefslag een aantal paarden met gedragsproblemen, die met hulp van gedragsdeskundige Petra Vlasblom weer op het rechte pad worden gebracht. In het aprilnummer Arrivederci van dressuuramazone Jacobine Bijl-Dijkshoorn. De ruin lijkt alles in zich te hebben voor de Grand Prix, maar heeft moeite met het aannemen van stang en trens. ‘Als ik tempo terug wil nemen bijvoorbeeld, of hem wil sluiten, heeft Arie graag het laatste woord. Hij loopt dan altijd nét eventjes door’, vertelt Jacobine. ‘In de Prix St. Georges liep ik aan tegen Aries looplust. Met alleen trens kon ik net iets te weinig inwerken, zonder mijn zachte hand te verliezen. Met stang en trens lukt dat wel: met zo weinig mogelijk druk rijden en een licht verende verbinding tot stand brengen. Maar Arie heeft problemen met stang en trens. Hij trekt zijn tong op en opent zijn mond, ook als ik hem een lange teugel geef. Waarom Arie stang en trens niet gewoon op zijn tong laat liggen is een groot raadsel. Ik zoek al anderhalf jaar naar de oorzaak.’

Petra Vlasblom: ‘Wel vaker word ik geconsulteerd over paarden die moeite hebben het bit aan te nemen. Mijn eerste reactie is dan: sluit een pijnoorzaak uit. Als een paard pijn heeft, kun je niet werken aan of zelfs spreken over een gedragsprobleem. Bedenk maar eens hoe je jezelf voelt als je kiespijn hebt. Vaak zie je dat het gedrag weer normaliseert als de pijnoorzaak bij een paard wegvalt. Meestal hebben eigenaren al een tandarts of dierenarts in de mond laten kijken, voordat ze gedragsadvies inwinnen. Toch adviseer ik: vraag een second opinion aan.’

De casus ‘Arriverderci’ vind je in de nieuwste Hoefslag. Ook lees je de follow-up van de ‘boze merrie’ Mavis, die met haar eigenaresse Kate Bumby grote sprongen voorwaarts heeft gemaakt.

Tekst: Nicolien de Rooij

Foto: DigiShots

0 1853
buitenrit, buiten, recreatie, veiligheidstip

Een ingrijpende verandering als een verhuizing of kennis maken met vreemde objecten, kan veel invloed hebben op het gedrag van een paard. In het geval van de merrie Dani, die na een verhuizing voor het eerst – letterlijk en figuurlijk – in aanraking komt met een landbouwvoertuig, gaat het zo ver dat ze niet meer het erf af wil.

Dani is een veertienjarig paard dat kort geleden met haar eigenaresse is verhuisd naar een landelijke omgeving. Zij heeft haar al tien jaar en bezoekt wekelijks met de trailer de manege waar ze les krijg.

Na de verhuizing kan de eigenaresse buitenritten maken, maar moet dan wel eerst met Dani een stuk langs een weg waar tractoren en melkwagens rijden. Dani is niet gewend aan groot verkeer. Op het oude adres was een enkele auto geen onoverkomelijk probleem. Het paard reageerde wel met een lichte schrikreactie, maar vertoonde geen vluchtgedrag.

De eerste keer dat de eigenaresse na de verhuizing met Dani naar buiten gaat, komen ze al na een kleine tien meter een grote trekker tegen. Dani steigert, loopt achteruit de weg op en komt met haar achterhand tegen het wiel van de trekker aan. Ze schrikt, schiet vooruit en gooit de eigenaresse eraf. Daarna rent ze een erf op. Na deze traumatische gebeurtenis wil Dani het erf niet meer af: ze staat stil, steigert en probeert zich om te draaien. Als dat lukt rent ze terug naar stal. De eigenaresse schakelt een Tinley paardengedragstherapeut in om het probleem te verhelpen.

‘Paard werkt niet mee’

Om gedragsproblemen structureel te verhelpen is een goede anamnese en diagnose erg belangrijk. Vaak zien we dat mensen al van alles geprobeerd hebben om vervolgens uit te roepen dat het paard niet meewerkt want geen enkele methode helpt. Wat ze echter niet gedaan hebben, is heel gericht kijken naar welke prikkel en motivatie het gedrag veroorzaken en in stand houden. Nader onderzoek bij Dani leert dat haar gedrag ontstaat zodra ze binnen twee meter van de erfgrens verwijderd is en de ruiter haar vraagt om door te lopen. Vooral het laatste is belangrijk want die druk van de ruiter of geleider zorgt ervoor dat het paard weg wil en uiteindelijk gaat steigeren. We leggen de eigenaar uit dat forceren geen zin heeft. Het paard wil het erf niet af en dat is – voor het dier – logisch. Immers op het erf is het veilig en daarbuiten, op de weg, kun je een trekker tegenkomen.

Om te kijken waar angst door getriggerd wordt – stilstaande of rijdende trekker, alleen op de weg of ook op het erf – gaan we één en ander in scene zetten. We vragen hulp van een buurman en deze plaatst zijn trekker op het erf. Eerst laten we Dani naar de trekker lopen zonder dat de motor aanstaat. Dit blijkt geen enkel probleem te zijn. Ze loopt ontspannen mee en de eigenaar kan een rondje om de trekker lopen. Daarna proberen we of ze naar de trekker wil lopen als de motor draait. Dat blijkt enger te zijn, Dani knijpt haar staart wat aan, doet haar oren wat naar achteren en aarzelt om mee te lopen. We willen haar niet forceren en stoppen met het naderen van de trekker als we zien dat de spanning in het paard oploopt. We laten haar stil staan en ze mag pas van de trekker vandaan lopen als ze ontspant. Deze oefening, het naderen van een trekker met draaiende motor, is het huiswerk voor de eigenaar. Valkuilen bij deze oefening zijn het te snel willen gaan waardoor Dani te veel spanning opbouwt en het weglopen van de trekker als Dani nog niet volledig ontspannen is.

Bij het ontstaan van angst speelt het kunnen vluchten van de prikkel een grote rol. Het paard leert onmiddellijk dat de angst afneemt met het vergroten van de afstand tot de prikkel. Daarom is het belangrijk om een angstig paard niet te overvragen, waarmee je het risico loopt dat het dier in blinde paniek wegrent. Staan blijven en tot rust komen is voor een volgende keer een betere strategie. Veel ruiters willen te snel en forceren een paard. Dani heeft weg kunnen vluchten van de trekker en heeft daarmee geleerd dat wegrennen de strategie is.

Kennis, mogelijkheden, geduld

In gedragstherapie is kennis van het wezen van het paard, de mogelijkheden van de eigenaar en veel geduld de ingrediënten voor succes. Voor deze combinatie is de gedragstherapie opgesplitst in twee doelen. We willen Dani leren dat trekkers niet eng zijn en we willen haar het vertrouwen teruggeven in de ruiter.

Dichter naar de erfgrens toelopen is een tweede oefening en ook deze doen we weer stapsgewijs. Dani bepaalt het tempo. Zolang zij het aankan doen we een stapje dichterbij. We draaien pas weg van de erfgrens als het paard ontspannen is. Omdat er een mogelijkheid bestaat dat er plotseling een trekker langsrijdt, kan de oefening alleen plaatsvinden op tijdstippen dat er 99% garantie is dat dit niet gebeurt. De eigenaar heeft bij de boeren in de directe omgeving navraag gedaan en daaruit blijkt dat tussen half 1 en half twee in de middag geen van de boeren van plan is om de weg op te gaan. Op dat tijdstip oefent de eigenaar met het naderen van de erfgrens.

Al na vier keer oefenen is er een grote vooruitgang in het gedrag. Omdat Dani’s grenzen worden gerespecteerd is het voor haar niet meer nodig om te steigeren. Vanuit die rust ontstaat ook weer het vertrouwen in de eigenaar en is het duidelijk dat het paard weer bereid is een stapje dichterbij te komen. Het vertrouwen in dit stadium is nog wel erg broos. Ook nu is geduld het toverwoord. Omdat de eigenaar van zichzelf weet dat ze de neiging heeft te snel te willen, neemt ze een vriendin mee om mee te kijken. Deze zorgt ervoor dat ze niet geïrriteerd raakt en daarmee het paard onrustig maakt. Vanuit onrust en spanning is voor het paard de stap naar wegvluchten een stuk groter.

Situaties verbinden

Als de trekker met draaiende motor geen problemen meer geeft en Dani bereid is om een paar meter over de erfgrens te lopen, op de openbare weg, wordt het tijd om de twee situaties met elkaar te verbinden. We zetten de trekker met draaiende motor op de erfgrens en lopen met het paard die kant uit. Dichterbij gekomen is het duidelijk dat deze nieuwe situatie spanning oproept. Dani loopt met een geknepen staart, ze houdt haar hoofd hoog en heeft haar oren naar achteren. De eigenaar heeft door alle eerdere oefeningen geleerd om attenter te zijn op gedragsveranderingen bij haar paard en stopt ruimschoots voor de trekker om Dani de gelegenheid te geven weer tot rust te komen. Nu werpt het geduldig zijn haar vruchten af; de rust keert veel sneller terug dan bij aanvang van de gedragstherapie. Zodra het paard kalm is, loopt de eigenaar een stuk terug en laat het dier even aan de hand grazen en gaat dan een tweede keer richting erfgrens en trekker. Tot haar niet geringe verbazing loopt het paard ontspannen mee en kunnen ze om de trekker heen lopen. Ook als de eigenaar opstapt zijn er geen problemen meer. Ze kan om de trekker, met draaiende motor, heenlopen.

Omdat een paard de wereld anders waarneemt dan de mens en logisch redeneren geen rol speelt, is het belangrijk iedere verandering te oefenen. Dus als de stilstaande trekker geen reactie meer oproept bij Dani is de volgende logische stap: de rijdende trekker op en rond de erfgrens. Waarbij, als alles goed, gaat de trekker en paard en eigenaar zich steeds verder op de openbare weg bewegen. Bij iedere volgende stap gaat de eigenaar eerst naast het paard lopen. Als dat goed gaat volgt dezelfde oefening vanuit het zadel.

Om uit te sluiten dat andere grote voertuigen de angst weer doen opleven, wordt daar ook op getraind. De bestuurders van de vuilniswagen en de vrachtauto van de fouragehandel willen, in ruil voor een kop koffie, wel een keer met draaiende motor stilstaan en extra heen en weer rijden.

Uiteindelijk komt het moment om weer een buitenrit te maken. Om alle risico’s uit te sluiten gaan de eerste twee keer een ervaren ruiter en paard combinatie mee. Als Dani ook deze proef doorstaat heeft de ruiter weer genoeg zelfvertrouwen om alleen een buitenrit te maken.

Tekst: Debbie Rijnders / Foto: Remco Veurink

0 905

Onder gedrag verstaan we alle uiterlijk waarneembare spier- en klieractiviteiten. En er is een tijd geweest dat mensen dachten dat gedrag van dieren alleen werd veroorzaakt door reflexen. Het dier werd gezien als een machine. Tegenwoordig maken we onderscheid tussen reflexen en complexere gedragshandelingen, die door verschillende prikkels worden opgewekt en onder invloed staan van motivatie. Een reflex is een gedragshandeling die door het zenuwstelsel wordt uitgevoerd als reactie op een specifieke prikkel. Paarden hebben diverse reflexen, bijvoorbeeld de terugtrekreflex bij acute pijn, de reflex van het hoofd omhoog gooien als de mens het halstertouw naar beneden trekt of de schrikreflex bij onverwachte, plotselinge geluiden. Bij reflexen kan het paard dus geen afweging maken of hij het gedrag wel of niet zal vertonen.

Prikkel

Binnen de diverse stromingen in de ethologie en psychologie is iedereen het eens over dat er een prikkel (stimulus) moet zijn die gedrag uitlokt en veroorzaakt. Het is een gebeurtenis of verandering in de omgeving van het dier die via zijn zintuigen wordt waargenomen.

Dat kan dus zijn:

* via de ogen

* via het reukorgaan

* via het gehoororgaan

* via de smaak

* via de huid (kou, warmte, een aanraking)

Het kan ook een innerlijke prikkel zijn: lichaamstemperatuur, een volle blaas, spanning in de darmen enzovoorts. Waar de meeste mensen de fout mee ingaan, is het niet onderkennen dat een paard de wereld op een andere manier waarneemt en beleeft dan de mens. Wij hebben geen idee hoe het is om bijna 360 graden rond te kunnen zien. Laat staan dat we begrijpen hoe het voelt om altijd op je hoede te zijn voor een roofdier. De manier waarop een paard zijn wereld ziet, bepaalt in grote mate zijn reactie op prikkels.

Zoeken

Gedrag wordt dus altijd uitgelokt door een prikkel. Het is heel interessant om met deze kennis in het achterhoofd te kijken naar het gedrag van je paard! Op welk moment doet je paard wat hij doet? Wat ging er in de laatste seconde aan vooraf? Probeer zo nauwkeurig mogelijk te zijn in het observeren, want als je gedrag wilt veranderen, kan het vaststellen en eventueel wegnemen van de prikkel een eerste stap zijn.

Stel, je vermoedt dat het zien van de zweep je paard doet wijken. Om dat te testen, creëer je eenzelfde situatie, maar dan zonder een zweep. Loopt het paard niet weg, dan is de zweep de prikkel die het wijken veroorzaakt. Het kan ook specifieker zijn. Het paard kan bij je blijven als je de zweep in je rijlaars steekt en pas wijken als je de zweep in je hand houdt. Wellicht maakt het ook nog verschil in welke hand je de zweep houdt en of een bepaalde houding van de zweep invloed heeft. Bedenk dat het voor vluchtdieren zoals het paard belangrijk is om de kleinste verandering in de omgeving op te merken. In de vrije natuur kan het niet tijdig signaleren van een naderend roofdier het verschil maken tussen leven en dood. Door systematisch te werken en op te schrijven wat je ziet, kom je veel te weten over het gedrag van je paard. De meeste mensen zijn niet zo nauwkeurig in hun observaties. Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘het paard loopt van me weg als ik de stal binnenstap.’ Maar als ik dan vraag of de persoon achterstevoren de stal wil binnenstappen, dan vertoont het paard vaak een andere reactie. Namelijk stilstaan in plaats van weglopen. Door diverse houdingen uit te proberen zoals met uitgestoken hand naderen, wel of niet kijken naar het paard en een ander bewegingstempo gebruiken is er heel nauwkeurig te bepalen welke prikkel het gedrag veroorzaakt. Door de prikkel die het probleemgedrag veroorzaakt, achterwege te laten of te veranderen, kan een opening ontstaan voor een gedragsverandering.

Motivatie

Als we gedrag schematisch willen weergeven, kunnen we ons het paard voorstellen als een Black Box. Aan de ene kant gaat een prikkel binnen die via het sensorisch systeem – dat is de respons van zenuwcellen – wordt omgezet naar het motorisch systeem, het gedrag. Binnenin de Black Box speelt zich iets af dat voor ons niet zichtbaar is. We noemen dat ‘motivationele’ factoren. Deze factoren hebben een grote invloed op het uiteindelijke gedrag. ‘Motivatie’ kunnen we vertalen als ‘datgene dat de drang of wens levert om bepaald gedrag uit te voeren’. Voorbeelden hiervan zijn: erfelijke aanleg, lichamelijke oorzaak en traumatische ervaring.

We weten dus dat er een prikkel en een motivatie nodig is om gedrag in gang te zetten. De eenvoudigst voorstelbare motivatie is die welke door ziekte, pijn of ongemak wordt veroorzaakt. Daarom vraag ik de eigenaar van een paard met gedragsproblemen om het dier eerst door de dierenarts te laten onderzoeken. Niet alleen omdat dit diervriendelijker is, maar ook omdat gedragstherapie weinig zin heeft als het lichamelijke probleem dat de motivatie vormt voor het gedrag, niet eerst wordt weggenomen. Soms is die oorzaak moeilijk te vinden. Een voorbeeld is dat het paard door een slecht passend zadel last heeft van een schouderblad. Hij kan pijn hebben en zover gaan dat hij wijkt voor een uitgestoken hand richting het schouderblad (de prikkel is de hand).

Het blijft belangrijk dat we ons realiseren dat paarden niets zomaar doen. De vaak gebezigde uitspraak dat het dier zich aanstelt, zegt meer over het gebrek aan kennis en empathie van de spreker, dan over het gedrag van het paard.

Trauma

De motivatie voor bepaald gedrag kan ook in een ver verleden liggen: een traumatische gebeurtenis (felle pijn of paniek). Voorbeeld: een paard rent in paniek weg bij het zien van een vrachtauto. Het zou kunnen dat het dier ooit enorm geschrokken is van een vrachtauto  omdat het remsysteem siste, net toen auto en paard elkaar passeerden. Afhankelijk van welke prikkel de meeste indruk heeft gemaakt kunnen zowel het sissende geluid als het zien van een vrachtauto in de toekomst reden zijn tot vluchten. Om het nog gecompliceerder te maken halen we de leerprincipes erbij. Dan zien we dat het paard door het Pavlov effect, de klassieke conditionering, de associatie gelegd heeft tussen vrachtauto en paniek. Als we merken dat het paard eerst alleen bang is voor vrachtauto’s en uiteindelijk bang is voor alle verkeer, heeft er generalisatie plaatsgevonden en dat is één van de kenmerken van de twee vormen van associatieleren: de klassieke en de operante conditionering.

Om te begrijpen hoe gedrag van een paard ontstaat en eventueel uitgroeit tot een probleem, is kennis van prikkel, motivatie en leerprincipes nodig. Hoe vaker je je paard observeert, hoe beter je hem leert kennen. Dat is toch iets wat iedere paardenliefhebber graag wil: zijn favoriete dier beter begrijpen en daardoor een nog intensere band opbouwen en/of betere sportprestaties neer zetten.

Tekst: Debbie Rijnders/Foto: Remco Veurink

0 7093
Foto: Remco Veurink
In de dressuur zoeken we sensibele paaden, met een werkwillig en bewerkbaar karakter, zodat dit soort taferelen niet zo snel voorkomen.

In mijn gedragspraktijk krijg ik steeds vaker te maken met paarden die met een ruiter op hun rug levensgevaarlijk gedrag vertonen. De dieren doen alles om verlost te worden van hun pijn en/of angst: ze steigeren, bokken of gaan er in paniek vandoor. Zo kreeg ik begin dit jaar een prachtig, zwart paard aangeboden. Isarco, één van de paarden uit Marrum.

Het dier werd gereden door een ervaren amazone die een jaar lang met veel geduld en kennis geprobeerd had de paniekaanvallen weg te trainen. Ze had het paard gekocht van iemand die er vanwege het extreme vluchtgedrag van het dier niet mee overweg kon. De amazone wist weinig van de geschiedenis van het paard, maar kon wel vertellen dat het dier als veulen het drama van Marrum had meegemaakt. Na de redding uit het water was het paard verkocht en met grove hand beleerd. De combinatie van deze twee traumatische gebeurtenissen had ervoor gezorgd dat het paard zodra hij angstig werd, op hol sloeg. Dit gedrag vertoonde hij niet alleen buiten, maar ook in de wedstrijdring. De amazone kon het paard dus niet op wedstrijd uitbrengen en gezien zijn gevaarlijke kuren ook niet verkopen. Omdat Isarco een erg lief karakter heeft, wilde ze hem de gang naar de slager besparen en mocht Tinley het paard ophalen en proberen hem van zijn onvoorspelbare gedrag af te helpen.

Opnieuw beginnen

Eerst werd Isarco nagekeken door een dierenarts/chiropractor en behandeld zodat zijn vastzittende gewrichten soepeler werden. Daarna maakte ik een uitgebreide analyse van het probleemgedrag. Omdat het paard vooral tijdens het rijden wilde vluchten, bracht ik het paard naar Wim Vonck. Tinley werkt met hem samen, omdat hij een ervaren trainer en ruiter is en daarnaast bereid is tot overleg en zelfreflectie. Wim wilde Isarco wel een kans geven en is helemaal opnieuw begonnen met zadelmak maken. Hij startte met twee maanden grondwerk, waarbij het accent lag op het dier leren dat hij invloed kan uitoefenen. Een paard dat weet dat hij niet gedwongen wordt dingen te doen die angst of pijn opwekken, krijgt vertrouwen in de mens, dus bij het minste signaal van angst werd de training onmiddellijk aangepast. Bij iedere vorm van gewenst gedrag werd Isarco bekrachtigd. Pas toen er 100% vertrouwen was in het grondwerk werd de volgende trainingsfase gestart; het werken onder de ruiter. Eerst een paar seconden een voet in de beugel, veel praten en dan de voet er weer uit. Dan gewicht in de beugel en belonen. Vervolgens over het zadel hangen, belonen en weer afstappen, gevolgd door in het zadel zitten, natuurlijk weer belonen en afstijgen. Bij iedere volgende stap in de training bepaalde Isarco de vorderingen in de training. Zo bleef het vertrouwen, opgebouwd tijdens het grondwerk, in stand. Nadat het stilstaan met een ruiter op de rug geen probleem meer was, kwam het lopen: eerst een paar stappen en dan belonen. In de training is het slechts één keer fout gegaan. Een aanleiding voor ons om zijn trainingsschema aan te passen: we gingen een stapje terug en werden nog attenter op onrustsignalen van het paard.

Algemene oorzaak

Paarden zoals Isarco hebben geleerd dat ze alleen aan een voor hen onaangename situatie kunnen ‘ontkomen’ door extreem gedrag te vertonen. In het verleden zijn kleine signalen van ongemak structureel genegeerd. Misschien omdat de ruiter te onervaren was om die signalen juist te lezen en te interpreteren, of zoals maar al te vaak gebeurt, door gebrek aan respect. Niet gehinderd door enige kennis kan een paard zomaar worden beschuldigd van ‘niet mee willen werken’ en wordt er dwang ingezet als oplossing. Het niet adequaat ingaan op de signalen die een paard afgeeft zal vooral bij jonge, sensibele dieren schade aanrichten. Als zo’n dier ontdekt dat op hol slaan, steigeren en bokken er toe leiden dat iets onaangenaams stopt of vermindert, zal hij dat gedrag in de toekomst vaker gaan vertonen. Iedere voor hem geslaagde poging geeft het paard een gevoel van opluchting en werkt dus als negatieve bekrachtiger. Als een ruiter dit gedrag op een verkeerde manier probeert te stoppen, dus zonder het dier een betere oplossing voor zijn pijn of angst aan te bieden, ontstaat er extinctie (uitdoving). Dat wil zeggen dat het gedrag in eerste instantie erger wordt aangezien het paard steeds meer zijn best zal doen om door vluchten, steigeren enzovoort alsnog te ontsnappen aan wat hem opgedrongen wordt. Paarden die extreme gedragingen vertonen zijn levensgevaarlijk; zulke paard/ruiter-combinaties moeten door een deskundige begeleid worden.

De eerste stappen

Zoals in het voorbeeld aangegeven, is onderzoek doen een vereiste om pijn en ander fysiek ongemak uit te sluiten. Het zal niet de eerste keer zijn dat een slecht passend zadel, een vastzittende rugwervel of een onjuiste beenstand (mede) oorzaak is voor het extreme gedrag. Laat paard en zadel dus ook nakijken door een chiropractor of osteopaat, een gecertificeerd zadelpasser en natuurlijk door je hoefsmid. Ook gaan we het gedrag tot in detail analyseren. Het lijkt soms of paarden vanuit het niets exploderen, maar bij nadere beschouwing zijn er altijd subtiele voortekenen geweest: het even aanspannen van bepaalde spieren, een verandering in hoofdhouding, het vaker zwiepen met de staart en/of het verhogen van de hartslag. Probeer te ontdekken wat er gebeurt net voordat je paard spanning opbouwt en vertoont. Als je kunt zien en voelen wanneer je paard zich ontspant maar ook juist spant, herken je waarschijnlijk ook het beginstadium van paniek. Vervolgens kun je gaan zoeken naar wat. Dan ga je ook je eigen gedrag analyseren: wat doe jij wel of niet wat (mede) aanleiding is voor die spanning? Ook menselijk gedrag wordt namelijk voor een groot deel bepaald door leerprincipes waarmee de ruiter bepaald gedrag heeft aangeleerd. Ruiters die geleerd hebben dat het druk geven op de teugels ervoor zorgt dat paarden langzamer gaan of stilstaan zullen – als deze handeling geen succes heeft – het harder gaan proberen. Als bij zowel paard als ruiter een gedragsverandering gewenst is, zitten mens en dier vaak samen gevangen in een vicieuze cirkel. Om die te doorbreken en verandering in de situatie aan te brengen, is hulp van een gedragstherapeut nodig.

Onverenigbaar gedrag aanleren

Een angstig paard wil maar één ding: van dat angstige gevoel afkomen. Als we het dier willen leren dat zijn zelfbedachte, goed werkende oplossing van vluchten of steigeren niet gewenst is moeten we een alternatief aanbieden. We gaan op zoek naar gedrag dat onverenigbaar is met het probleemgedrag en dan gaan we dit nieuwe gedrag bekrachtigen. Een paard dat steigert bij iets onaangenaams kunnen we bijvoorbeeld leren dat rustig stappen de betere oplossing is voor zijn onaangename gevoel. Het aanleren hiervan doe je in een ontspannen context, bijvoorbeeld tijdens grondwerk. Je kunt namelijk alleen een bevredigend resultaat verwachten, als het paard de rust heeft om zich te concentreren. De training heeft tot doel het paard te leren om na het krijgen van één specifiek commando, zonder problemen, gelijk over te gaan tot rustig stappen. Als het paard de oefening beheerst, gaan we die toepassen in situaties waarin het dier iets onrustig is. Werkt dat goed, dan zoeken we een nog onrustigere situatie op. Het paard moet ervaren dat rustig stappen eenzelfde gevoel kan geven als steigeren. Zoals bij elke training werken we in fasen. Eerst belonen we een paar rustige stapjes en geleidelijk maken we de loopafstand langer. Het belonen van goed gedrag kunnen we doen met een positieve bekrachtiger; voer, een aai, enz., of met een negatieve bekrachtiger: het weghalen van iets onaangenaams zoals fysieke druk. Zo leert het paard dat hij kan voorspellen wat er gebeurt en dat is een eerste vereiste voor geestelijk welzijn.

Geconditioneerd kalmeringssignaal

‘Via klassieke conditionering invloed uitoefenen op de emoties van een paard.’ Het klinkt ingewikkeld, maar is met een consequente training goed aan te leren. Ieder paard heeft momenten waarop hij ontspannen is. Bijna altijd is dat in een veilige omgeving, bijvoorbeeld in de stal of het weiland. Door observatie kun je er achter komen wanneer je paard omschakelt van spanning naar ontspanning. Misschien gaat hij diep zuchten, gaapt of rekt hij uitgebreid. Eventueel kun je gebruik maken van een hartslagmeter om af te lezen wanneer je paard zich ontspant. Als je weet welk gedrag zijn ontspanning aankondigt, dan kun je er een woord of geluid aan koppelen. Als die klassieke conditionering (dier heeft geleerd zich te kunnen en mogen ontspannen op ‘commando’) heeft plaatsgevonden dan kun je het signaal gaan inzetten om onrust te voorkomen. Ook hier geldt dat je stapsgewijs traint.

Met Isarco zijn we ondertussen een half jaar verder. Hij is van een angstig, en daardoor gevaarlijk paard veranderd in een dier dat geleerd heeft om, als hij zich onrustig voelt, te vertrouwen op de ruiter. Toch zal het altijd een paard blijven dat een gevorderde en vooral gevoelige ruiter nodig heeft. |

Tekst: Debbie Rijnders/Foto: Remco Veurink

Volg ons!

0FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer