Tags Posts tagged with "dressuurproef"

dressuurproef

0 2640

Goed advies nodig hoe je je dressuurproef uit je hoofd kan leren. Hierbij het advies van Grand Prix dressuurruiter en trainer Kate Cowell

Diskwalificatie

Het fout rijden van je dressuurproef is zeer irritant, en je kunt het paard er zeker niet de schuld voor geven. Of het nu dat vreselijke gevoel is dat je alles bent vergeten, of dat je de verkeerde letter hebt uitgekozen, of omdat je paard net even lastig is en hij voor afleiding zorgde en je daarom de verkeerde route neemt.

Om welke reden dan ook het is een dure fout, de juryleden trekken 2 punten van je score af bij je eerste fout, en nog 4 punten bij je 2de fout, het kan zelfs eindigen bij diskwalificatie bij een 3de fout. Wat is dus de makkelijkste en beste manier om ervoor te zorgen dat het jou niet overkomt?

Figuren onthouden

De meest gebruikelijke manier is om de letters of de figuren van de proef te onthouden. Beide zijn echter vanuit het oogpunt van boven. Dit kan moeilijk zijn om over te zetten naar het daadwerkelijk rijden van de proef en echt in het moment te zijn, vooral als het paard minder makkelijk te rijden is of je last hebt van zenuwen en vergeet adem te halen.

De beste manier om een proef goed en foutloos te leren, is door de proef daadwerkelijk voor je te zien. Zoek ergens rust, ga op een stoel zitten en stel je voor dat je op je paard zit en de proef rijd in de dressuur ring.

Als je er goed in bent, kun je meer aspecten inbrengen, zoals het horen van de bel van de jury om de proef te beginnen, hoe je paard voelt, wat je moet onthouden voor elke beweging, waar je expressiever moet rijden voor bijvoorbeeld de uitgestrekte draf, of meer ontspannen voor de stap.
Tot slot, rijd altijd thuis eerst je proef door! Want herhaling is de sleutel, zodat je de proef kan dromen.

Bron: HorseAndHound

Foto: Archief

0 5234

Soms denk je dat je een geweldige proef hebt gereden. Totdat je je protocol krijgt… ‘Wát?! 58%?!’ Of het lukt je maar niet om boven de 65% uit te komen. Het was voldoende, maar niet ‘goed’.

Soms zijn het de kleine dingen die het verschil maken. Blijf met een focus trainen en let op wat er op je protocol staat. Dan is het mogelijk om je resultaat met een paar procent op te krikken. Want: elke punt telt mee!

1. Rijd nauwkeurig

Hoewel het waar is dat je de correcte uitvoering van een oefening niet opoffert omwille van de nauwkeurigheid, kunnen eenvoudige dingen zoals het maken van overgangen (op de letter) en voltes (niet te groot, niet te klein, rond, op de juiste plek) je score verbeteren.

Het goed doorrijden van je hoeken hoort er ook bij; bovendien gebruik je die om je paard fijn te laten buigen.

2. Lees de richtlijnen

Op een protocol lees je vaak naast de oefeningen de richtlijnen die daar bij horen. Ze vertellen letterlijk hoe de jury tot een cijfer komt, dus kun je daar zelf ook aandacht aan besteden.

Soms kunnen ze behoorlijk gedetailleerd zijn. Maak bij het doornemen van je proef aantekeningen van wat de jury graag ziet: rustige en vloeiende overgangen, verlengen van het frame (dus geen opgekropte hals), stelling en buiging… Rijd je bijvoorbeeld een slangenvolte, weet dan dat de jury duidelijk wil zien dat je de stelling en buiging verandert bij elke boog.

Verder: ken de proef; weet wat er komt. Ook al wordt je proef voorgelezen, dan nog is het fijn als je niet verrast wordt omdat er ‘al’ een oefening volgt die je (nog) niet verwacht had.

3. Gebruik ‘niet gemarkeerde’ zones

Er zitten altijd ‘grijze zones’ in een proef. Wordt bijvoorbeeld het onderdeel ‘M-X-F Gebroken lijn’ gevolgd door ‘Tussen A en K in arbeidsgalop rechts aan springen’ dan heb je in de hoek tussen F en A de tijd je paard om te buigen en attent te maken voor je been.

Hetzelfde kan worden toegepast op midden- of uitgestrekte gangen. Gebruik de hoeken of rechte stukken die niet gemarkeerd zijn om je goed voor te bereiden, vóórdat de eigenlijke oefening begint.

4. Werk aan de stap

De stap wordt altijd een beetje onderschat door ruiters. Simpelweg omdat ze dan stoppen met ríjden! In de uitgestrekte stap bijvoorbeeld is het niet de bedoeling dat je je paard aan een losse teugel laat lopen. Zorg ervoor dat je contact houdt met de mond en dat je paard de teugel meeneemt. Probeer je paard ruimere passen te laten nemen en laat hem ook in de hals verlengen.

Neem dus ook de stap mee in je training. Zorg ervoor dat je paard niet gaat dribbelen.

5. Controleer je houding en zit

Veel ruiters zijn een beetje gespannen op een wedstrijd, vooral als hun paard fris is en een beetje stout. Het resultaat? Je gaat voorover zitten, kijkt naar beneden, spant je schouders… Dit zorgt niet alleen voor een lager cijfer voor je houding en zit, maar ook voor minder inwerking (of een verkeerde!) op je paard.

Hoofd omhoog, schouders naar achteren en zítten!

FEI/Hoefslag

Foto: DigiShots

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 52)

0 881

Een overweldigend aantal dressuurlanden is tegen het voorstel van de FEI om in 2018 de hoogste en laagste score voor elk onderdeel (het ‘HiLo-systeem’) te schrappen. Alleen Nederland en Italië ondersteunen het voorstel en een handvol andere suggereerde het beoordelingssysteem eerst te testen en evalueren.

HiLo-systeem

Vooraanstaande landen als Duitsland, Denemarken, Zweden en de Verenigde Staten zien het voorgestelde systeem niet zitten. Dat is de teneur op weg naar de Algemene Vergadering van de FEI van 18 t/m 21 november, waar de uiteindelijke beslissing zal worden genomen. Groot-Brittannië is het voorstel nog aan het bekijken. Topruiters, waaronder Isabell Werth, hebben zich ook negatief uitgelaten over het HiLo-voorstel.

Alleen Italië als medestander

Nederland, lang een voorstander van het door het FEI Dressage Committee uitgewerkte idee, en Italië zijn de enige twee landen die het voorstel toejuichen, net als de International Dressage Riders Club en de Internationale Dressage Trainers Club.

Vooroordelen worden al weggefilterd

Het afgelopen jaar werden 1.320 Grand Prixp-proeven met vijf of meer jury’s geanalyseerd. ‘Op de meeste scores zal het HiLo-systeem slechts een kleine invloed hebben’, aldus de FEI-samenvatting. ‘Geen enkel jurylid kan ooit de definitieve score bepalen; het gemiddelde resultaat zal de bepalende factor zijn. Vooroordelen, opzettelijk of niet, zullen altijd uit de eindscore worden verwijderd; het is onmogelijk voor een enkel jurylid om een ruiter negatief dan wel positief te beïnvloeden.’

Lees meer op Dressage-News.

Bron: Dressage-News

Foto: Remco Veurink

0 4853

Je zit in de flow van je dressuurproef, volop geconcentreerd. Dan gebeurt er ineens iets. Je kunt het niet duiden, wat is er aan de hand? Commotie in de naast de ring gelegen losrijbaan; een paard is in elkaar gezakt.

De jury roept dat je moet stoppen. Er moet een dierenarts bij het paard komen, waarna er wordt besloten hem naar de kliniek te brengen. Voordat het paard is opgeladen en de rust is teruggekeerd, is er een half uur voorbij. In die tijd ga je maar wat draven, maar het duurt lang en je gaat in stap over.

‘Opstarten’

Als de trailer het terrein verlaten heeft, moet je van het één op het andere moment de proef beginnen op het punt waarop je onderbroken werd. Zonder dat je even twee rondjes mag ‘opstarten’. Dat lijkt nogal cru. Wat zegt het KNHS reglement over het onderbreken van een proef?

KNHS Reglement

Artikel 134 – Onvoorziene omstandigheden
Indien door onvoorziene omstandigheden van welke aard en oorzaak dan ook, een deelnemer zijn proef niet kan vervolgen, kan de (voorzitter van de) jury de deelnemer door middel van een (bel)signaal aangeven dat de proef dient te worden onderbroken. Wanneer de deelnemer, ondanks het (bel)signaal de proef niet onderbreekt, vervolgt hij de proef op eigen risico en zal de jury ook de beoordeling daarvan voortzetten en de (eventuele) invloed van de onverwachte en/of onvoorziene omstandigheden daarbij buiten beschouwing laten. De (voorzitter van de) jury zal in dat geval beslissen of de deelnemer moet worden uitgesloten vanwege het negeren van het (bel)signaal tot onderbreken van de proef, of dat het hem, gezien de omstandigheden, kan worden toegestaan de proef te vervolgen.

Voortzetten van de proef

vervolg Artikel 134 – Onvoorziene omstandigheden
Heeft de deelnemer de proef in opdracht van de (voorzitter van de) jury onderbroken, dan zal de proef weer worden voortgezet zodra de omstandigheden in (de directe nabijheid van) de ring dat, ter beoordeling van de (voorzitter van de) jury, rechtvaardigen. De (voorzitter van de) jury wijst de deelnemer het punt aan, waarop met de proef moet worden doorgegaan, onder vermelding van de volgende beweging/oefening, die moet worden uitgevoerd.

Reëel

Het reglement luidt dus dat de jury het punt bepaalt waarop de proef verder gereden moet worden. Een beetje reële jury zal rekening houden met het feit dat jij en je paard even weer op gang moeten komen en zal het toestaan dat je je herpakt. Dat komt zowel de rijdbaarheid van je paard als de concentratie ten goede.

Bron: Hoefslag

Foto: Shutterstock

0 263
Jeff Heijstek

‘Dat ging lekker!’, denk je als je afgegroet hebt na je proef. Je bent benieuwd naar je punten. Groot is je verbazing als blijkt dat je niet eens een winstpunt had! ‘Hoe kan dat nu?’ Andersom komt ook voor. Het ging vreselijk. Je paard voelde helemaal niet fijn aan. En toch bijna 190 punten! Tijdens de Hoefslag Masterclass legt jurylid Jeffrey Heijstek uit hoe het kan dat jouw gevoel en dat wat de jury ziet niet altijd met elkaar in overeenstemming is.

Heijstek is Grand Prix-ruiter en trainer van dressuurruiters die op verschillend niveau rijden. ‘Mijn lesklanten starten in de B tot in de Grand Prix. Ze zijn echter allemaal super gemotiveerd’, vertelt hij. Als jurylid is Jeffrey de ene keer op een basiswedstrijd aanwezig, een ander weekend beoordeelt hij subtop-combinaties. Daarnaast is hij mede-eigenaar van Dressuurstal Argonaut in het Brabantse St. Willebrord nog weten

In zijn clinic op 30 april rijden meerdere combinaties een dressuurproef. Dat kan een B-proef zijn, of een Lichte Tour-proef. ‘Ik geef live commentaar, leg uit wat ik zie, met welk cijfer ik een onderdeel zou waarderen en waarom. En hoe het beter kan. De ruiter voert vervolgens de oefening nog een keer uit. En uiteraard op zo’n manier, dat er dan een betere waardering volgt. Het kan zijn dat een paard onwijs mooi loopt op de rechte stukken. Vervolgens houdt hij die houding en dat tempo niet vast in – bijvoorbeeld – het schouderbinnenwaarts. Het paard verliest ritme, gaat te diep lopen, de balans raakt verstoort… dan krijgt zo’n oefening een veel lager cijfer dan die van een heel simpel dravend paard dat wél constant blijft lopen.’

‘Welke ruiters en amazones er in de ring komen, is voor mij een verrassing. Ik ben heel benieuwd! Eerlijk gezegd hoop ik dat ze niet héél goed zijn’, knipoogt Heijstek. ‘Zijzelf én het publiek steken meer op van een proef waarin het nog niet helemaal perfect gaat dan wanneer ik allemaal tienen ga uitdelen!’

Wil jij ook weten hoe je je dressuurproef hoort te rijden? Kom naar de Hoefslag Academy Masterclass op 30 april!

Bron: Hoefslag

Foto: Remco Veurink

 

Masterclass-HS-3

0 2227

De nieuwe KNHS-dressuurproeven gaan in op 1 april 2016. Op de site van de KNHS zijn de PDF-bestanden van proef 1 t/m 34 voor de klassen BB t/m Z2 (voor pony’s) en BB t/m ZZ-Licht (voor paarden) te downloaden.

De nieuwe proeven zijn ook verkrijgbaar in het nieuwe dressuurproevenboekje dat vanaf 1 maart wordt uitgeleverd. In het verleden was er een DVD te koop met daarop videobeelden van de dressuur- en menproeven. In plaats van deze DVD komt in maart 2016 een app voor iOS en Android met daarop niet alleen alle dressuur- en menproeven, maar ook video’s van de proeven en Tips van de Pro. Met de app kun je bovendien zelf een proef inspreken op het tempo van je paard of pony en later zonder voorlezer oefenen. De app kost € 4,99 en is daarmee een stuk goedkoper dan de DVD.

Was er voorheen een schema met de twee proeven die per maand gereden dienden te worden, nu mogen wedstrijdorganisaties zelf bepalen welke proeven zij uitschrijven.

Bron: KNHS

Foto: Remco Veurink

0 1942

Ga je op wedstrijd? Dan bereid je je natuurlijk goed voor. Niet alleen zijn jij en je paard meer dan klaar voor het niveau waarop je start, je weet ook waar je aan moet denken. Toch? Zeven tips voor een succesvolle prestatie:

1. Maak een planning

Je wilt op tijd op de wedstrijd aankomen om op te zadelen en los te rijden. Maar te vroeg zijn is ook weer niet de bedoeling. Als je al eerder op de wedstrijdlocatie bent geweest, weet je hoe lang het duurt om je te melden en te betalen en naar de losrijbaan te gaan. Ken je de locatie niet, dan is het aan te bevelen er eens rond te kijken en er zelfs al eens te gaan rijden, zodat je paard ook even op verkenning kan gaan. Nog een tip: Kijk op de ochtend voor de wedstrijd nog even op de startlijst. Soms zijn er afmeldingen binnengekomen, waardoor je starttijd vervroegd is.

2. Kijk niet op het scorebord

Laat je niet verleiden om op het scorebord te kijken, als dat er is. Naar andermans resultaten kijken voordat je moet rijden, heeft geen zin. Je moet je niet druk maken over de vraag of je je ‘concurrenten’ kunt kloppen, je moet gewoon ríjden! Kijk ook niet naar de andere ruiters in de ring, maar concentreer je op je eigen paard en je proef.

3. Stalling op locatie?

Als je naar een wedstrijd gaat die je heel belangrijk vindt -zoals een kampioenschap?- en het is lastig om er te komen, overweeg dan of je stalling voor je paard te nemen. Je hoeft je dan niet druk te maken over het feit of je wel op tijd bent. Bovendien is het voor je paard een goede ervaring om eens van huis te zijn. Als je erg vroeg aan de beurt bent, kun je natuurlijk ook zelf een hotelletje nemen. Héél vroeg opstaan is zowel voor jezelf als voor je paard niet bevorderend voor een goede prestatie.

4. Overdrijf het losrijden niet

Losrijden is bedoeld om de spieren van je paard (en die van jezelf) los te maken, als voorbereiding op de proef. Dus maak je paard (en jezelf) niet te moe, probeer geen nieuwe dingen uit, maar houd je routine hetzelfde. Rijd los zoals je dat thuis ook doet. Dus rijd overgangen en maak hem scherp op je hulpen, meer niet.

5. Doe net als thuis

We zeiden het al: Doe alsof je thuis rijdt. Dat betekent ook dat je kalm bent. Je paard merkt het al als je het spannend vindt, dus als je óók nog anders gaat rijden dan normaal zal hij je niet meer begrijpen. Vermijd afleiding. Leg uit aan degenen die mee zijn dat je je even moet concentreren en nee, dat je tijdens het losrijden geen koffie hoeft of zoiets. Focus op je proef. En op de ringmeester/omroeper!

6. Wennen

Verander niet op hetlaatste moment dingen aan je hoofdstel of zadel. Oefen eens een keer in de outfit en het harnachement dat je op wedstrijd aan hebt. Ga ook niet vlak voor de wedstrijd ineens heel hard trainen. Dat heeft geen zin; een wedstrijd bereid je voor op de lange termijn. Dat geldt ook voor het beslag van je paard. Plan de hoefsmid niet vlak voor de wedstrijd in, maar laat hem -zeker voor een belangrijke wedstrijd- twee weken van tevoren je paard beslaan. Vergeet niet de peesbeschermers af te doen voor de dressuurproef. Neem beschermers die je gemakkelijk aan en af kunt doen. En ook belangrijk, als je dressuur rijdt: ken de proef, ook al heb je een voorlezer.

7. Gewoon doorgaan

Als je paard gespannen is bij het losrijden en óók nog in de proef, so be it… probeer het dan maar te zien als een opleidingsrondje en blijf rustig. Volgende keer beter!

Horse&Hound/Hoefslag

Foto: Remco Veurink

0 3117
dressuur subtop
foto: Remco Veurink

Heb je er moeite mee om je paard op concours net zo lekker te laten lopen als hij thuis doet? Zo fijn los, ontspannen en toch scherp, zodat je het gevoel hebt dat hij zó een prachtige dressuurproef neer gaan zetten? Tips voor een effectieve warming up op wedstrijd:

1. Net als thuis

Losrijden doe je op concours hetzelfde als op de training. Natuurlijk zijn de omstandigheden anders: je paard is kijkerig, er zijn andere (zenuwachtige en drukke) combinaties in de bak die jou en je paard afleiden, mensen staan te kijken… Maar probeer je routine vast
te houden en je losrijden op te bouwen zoals je gewend bent. Dat helpt je te ontspannen en te focussen.

2. Ken je paard

Is je paard tijdens de training na een kwartiertje losrijden ‘klaar’, dan is dat een richtlijn waar je op concours naar toe kunt werken. Sommige paarden zijn snel opgewonden vanwege de vreemde omgeving en alles om hen heen op een vreemde locatie, maar zelfs dan geldt de tijd die je thuis nodig hebt in de warming up als uitgangspunt. Gebruik kleine wedstrijden om uit te vinden wat jij en je paard een prettige routine vinden.

3. Twee keer losrijden?

Sommige paarden hebben meer werk nodig en hebben baat bij twee of meer kortere losrijd sessies, in plaats van één langere warming up vlak voor de proef. Vaak geldt dat voor oudere en meer ervaren paarden. Eerst even lekker de benen strekken, bijvoorbeeld in het bos, en vlak voordat je je proef gaat rijden nog een keer een warming up zoals je die gewend bent.

4. Overdrijf het niet

Ook bij paarden treedt op een bepaald moment verzuring op, net als bij ons wanneer onze spieren ons waarschuwen dat het genoeg geweest is. Een half uur lang de draf- en galopoefeningen uit de proef doornemen, is niet effectief. Tegen de tijd dat je de ring in moet, is je paard niet meer vooruit te branden of loopt hij alleen nog maar op de voorhand. Sommige paarden hoef je pas vlak voor de proef op te pakken, anderen hebben het nodig om langere tijd in de juiste houding te lopen.

5. Voorwaarts of opgewonden?

Het is verleidelijk om er vanuit te gaan dat een opgewonden paard voorwaarts is. Een heet paard is niet hetzelfde als eentje die voorwaarts denkt. Je paard moet de hulp accepteren en als een paard zo heet is dat je er niet met je been aan kunt komen, kun je geen goede proef rijden.

6. Denk vooruit

Ken de test, zodat je weet wat er komt. Als je twee meter voordat een oefening plaatsvindt nog moet nadenken over hoe je die voorbereidt, ben je te laat. Denk steeds drie oefeningen vooruit.

Horse&Hound (Andrew Gould)/Hoefslag

Foto: Remco Veurink

0 579

De FEI heeft een aanpassing gedaan in het reglement van de internationale dressuurproeven: als er fout gereden wordt in de proef (FEI dressuurreglement, zie Art. 430.6.1) volgt 2% aftrek. Een eerdere aanpassing -per 1 januari 2016- was dat er meteen uitsluiting volgde bij een vergissing; daar wordt nu dus wat coulanter mee omgegaan.

Voor de Young Riders, Lichte, U25, Midden en Zware Tour wil dat zeggen:
Eerste fout: 2% aftrek
Tweede fout: eliminatie

Voor de jonge paarden, children, pony’s en junioren geldt de volgende regel:
Eerste fout: 0.5% aftrek
Tweede fout: 1% aftrek
Derde fout: eliminatie

De KNHS had zich hard gemaakt voor coulantere regels; ‘wij’ waren het niet eens met de eerdere maatregel. Bij wedstrijden die onder de KNHS-vlag gereden worden, wordt bij de eerste vergissing 2 punten afgetrokken; een tweede fout levert 4 punten aftrek op en bij de derde keer dat een ruiter de kluts kwijtraakt, klinkt de bel en moet hij/zij de ring verlaten.

Bron: FEI

Foto: Remco Veurink

0 2977

Met ingang van 1 april dit jaar verandert de KNHS de dressuurproeven. In dit artikel speciaal aandacht de L1 en L2-proeven. Waar moet je straks (speciaal) op letten?

De basis(oefeningen) in de B zijn uiteraard ook weer belangrijk in de L. Werd in de B nog natuurlijk evenwicht onder de ruiter gevraagd, in de klasse L verschuift dat naar horizontaal evenwicht. Dat wil zeggen dat het gewicht over vier benen is verdeeld en het paard niet meer op de voorhand loopt. De achterbenen worden er in de klasse L meer onder gereden, het paard is nageeflijk en al iets meer gesloten. Het paard loopt energiek (met impuls) door de proef, zonder dat de ruiter daarvoor steeds iets moet doen. In de L volgen de oefeningen elkaar wat sneller op dan in de B. Er is dus meer controle nodig.

Overgangen en oefeningen

Net als in de klasse B zijn de overgangen in de klasse L nog steeds progressief, alleen heeft de ruiter minder ruimte nodig voor de voorbereiding, uitvoering en afwerking dan in de B. In de L worden de voltes kleiner en dat vraagt meer lengtebuiging. Nieuw is dat er straks geen voltes met een exacte afmeting worden gevraagd (zoals een volte 10 meter of een volte 15 meter), maar bijvoorbeeld een volte van 12 tot 15 meter of een volte 10 tot 12 meter. In de uitvoering is het belangrijk dat de volte mooi rond is en dus gelijkmatig wordt verdeeld. Beginnen met een volte van 14 meter doorsnee en eindigen op een diameter van 12 meter is bijvoorbeeld niet correct.

Lichtrijden of doorzitten

In de L1 en L2 mag de ruiter vanaf 1 april 2016 per onderdeel kiezen tussen doorzitten of lichtrijden. Je mag dus ook de hele proef lichtrijden of juist doorzitten als je dat wilt. Bij lichtrijden is het wel de bedoeling dat je voor een overgang een paar passen doorzit. De keus voor lichtrijden of doorzitten vraagt iets van de rijvaardigheid en zelfkennis van de ruiter: hij of zij voelt immers het beste wat op dat moment nodig is om de oefening zo goed mogelijk uit te voeren. Het is de bedoeling dat het paard niet (onbedoeld) met de zit wordt gestoord en dat er zoveel mogelijk harmonie en ontspanning is.

Verruimingen vs. middengangen

Vanaf 1 april worden de middenstap, middendraf en middengalop niet meer in de L1, maar pas in de L2 gevraagd. In plaats daarvan zitten in de L1 verruimingen in stap, draf en galop. Het paard maakt dan zichtbaar grotere passen, met een daarbij passende verlenging in de bovenlijn. De ruiter houdt een licht, soepel, voortdurend en gelijkblijvend contact met de mond van het paard. Deze verruimingen zijn bedoeld als voorbereiding op de middengangen in de hogere klassen.

Halsstrekken: op de volte of op de diagonaal

Vanaf 1 april zit het halsstrekken in alle klassen t/m de klasse Z2, dus ook nog steeds in de L1 en L2. Nieuw is dat het halsstrekken niet alleen op de volte, maar ook op de diagonaal kan worden gevraagd. Bij halsstrekken staat de ruiter het paard toe om hoofd en hals geleidelijk naar voren en beneden te brengen, tot ongeveer tussen boeg- en kniehoogte, met het hoofd voor de loodlijn. Het paard volgt de hand van de ruiter. Door het halsstrekken op een rechte lijn te vragen kan de rechtgerichtheid nog beter beoordeeld worden.

Binnenkomen op de AC-lijn

Na 1 april beginnen alle proeven met binnenkomst op de AC-lijn. In de klasse L2 werd dat al gevraagd, in de L1 is het nieuw. Binnenkomen op de AC-lijn markeert het begin van de proef en geeft, afhankelijk van de graad van africhting, een goed beeld van de rechtgerichtheid van het paard. In de opbouw van de proeven wordt dit onderdeel uitgebouwd van het rijden van een rechte lijn in één gang tot een rechte lijn met een overgang rond of op X.

Wat blijft hetzelfde in de klasse L?

Naast bovenstaande wijzigingen is er een aantal oefeningen en onderdelen die niet wijzigt. Zij worden dus ook weer in nieuwe proeven gevraagd, zoals:

  • Halthouden en groeten na de proef
    Halthouden en groeten bij aanvang van de proef hoefde pas vanaf de klasse M1 en dat wordt na 1 april zelfs pas vanaf het ZZ-Zwaar gevraagd. Halthouden en groeten na afloop van de proef zit wel in alle proeven, dus ook nu weer in de L1 en L2.
  • Halthouden en achterwaarts gaan
    Net als nu wordt het halthouden straks weer in de L1 gevraagd. In het L2 wordt het achterwaarts gaan toegevoegd. Vierkant halthouden is in de klasse L nog niet nodig.
  • Wijken voor het been
    Net als in de huidige proeven wordt het wijken voor het been in de L gevraagd. In de L1 wederom 5 meter en in de L2 10 meter. Hoe schuin je de lijn rijdt mag je zelf weten, de plek waar je weer op de hoefslag komt (of rechtuit gaat) is niet relevant voor het cijfer.
Alles over de nieuwe dressuurproeven

De nieuwe dressuurproeven gaan in op 1 april 2016. Ze zijn volledig herschreven om zo een doorlopende lijn in moeilijkheidsgraad te krijgen van F1-proef t/m het hoogste niveau met als sleutelwoorden ‘harmonie’ en ‘ontspanning’. Blijf op de hoogte van alle ontwikkelingen op www.knhs.nl/dressuurproeven.

Andere artikelen over de nieuwe dressuurproeven die reeds gepubliceerd zijn:

Bron: KNHS

Foto: Remco Veurink

Volg ons!

103,198FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer