Tags Posts tagged with "dressuuroefening"

dressuuroefening

Grand Prix-amazone Judy Reynolds boekt internationaal succes met haar KWPN-ruin Vancouver K (v. Jazz). Ze is dé dressuurruiter van Ierland en vertegenwoordigde haar land op EK’s, WEG’s, de Olympische Spelen en in World Cup-finales. Haar beste prestatie in een wereldbekerfinale was een vierde plek, in 2017.

De in Duitsland gevestigde amazone deelt haar top-trainingstips met ons.

1. Losstappen

Graag neem ik de tijd om mijn paarden los te stappen, aan de lange teugel. Of ze nu uit het land komen, uit de molen of uit stal, zo wennen ze aan de situatie en kunnen ze zich mentaal voorbereiden op de training. Natuurlijk hangt het er wel van af hoe je paard is; heb ik een frisser paard, dan zal ik sneller gaan draven.

2. Stapreprises

Ik houd ervan om veel korte stapreprises in de training op te nemen. Als ontspanning en om de gereden oefeningen te laten beklijven. Zowel mentaal als fysiek is zo’n pauze nuttig. Aan 30-40 minuten lang alleen maar ‘werken’ is niet prettig. Bovendien heb je zo zelf ook even een adempauze.

3. Overgangen

Een dressuurproef bestaat uit veel overgangen. En dus is het belangrijk daar veel aandacht aan te besteden. Daarnaast helpen overgangen bij de opbouw van spieren en kracht, soepelheid. Weet ik niet waar ik aan moet werken, dan maak ik gewoon lekker veel overgangen, de hele tijd door.

4. Zijwaarts

Het laterale werk vind ik heel belangrijk. Daarbij is het ritme het aller belangrijkste. Dat geldt bij het wijken, schouderbinnenwaarts, appuyementen…  expressie komt wel, eerst en vooral moet je paard in één tempo lopen, in de juiste stelling en buiging.

5. Keertwendingen

Ik laat mijn paard graag keertwendingen in stap maken. Bij jonge paarden is een paar pasjes al voldoende. Weer geldt: niet te vaak, en steeds weer een lange teugel tussendoor. Het gaat er om dat de oefening ‘blijft hangen’, niet dat hij afstompt. Bij een jonger paard is het belangrijk om te voorkomen dat hij gestresst raakt.

Geduld

Het aller, allerbelangrijkst bij het trainen van een paard, of hij nu ervaren is of niet: blijf geduldig. Een paard leert oefeningen nooit in één keer, het gaat om herhaling en ervoor zorgen dat hij steeds maar weer positieve ervaringen opdoet. Lukt een oefening niet goed, raakt niet van de kook, maar stel je paard gerust en neem even pauze: wéér even lekker stappen aan de lange teugel dus. En probeer het nog een keer.

Nooit uitgeleerd

Wat ik in al die jaren dat ik paarden train geleerd heb, is dat je nooit uitgeleerd raakt. Elk paard is anders, van elk paard leer je weer nieuwe dingen. Jij kunt net zoveel van je paard leren als dat hij van jou leert, als je er voor open staat.

Bron: Facebook Judy Reynolds Dressage

Foto: DigiShots

0 1302

Sommige ruiters hebben geen (binnen- of buiten)bak en rijden alleen buiten, langs de weg of in het bos. Maar ook als je wél de beschikking hebt over een prachtige 20×40- of 20×60-rijbaan is het goed om ‘buiten’ te trainen met je paard. Simpele dressuuroefeningen zorgen ervoor dat je paard beter gaat lopen en zich op jou concentreert, ook nog eens handig voor als hij erg kijkerig is. Uiteraard is het zaak om wel het overige verkeer in de gaten te houden.

Hier een aantal oefeningen die je ook buiten de bak kunt doen en die je helpen om je paard gehoorzamer, beter aan het been, rechter en soepeler te maken.

Halthouden

Een onderschatte oefening, maar wel eentje die heel noodzakelijk is, zeker als je buiten rijdt en moet stoppen op een kruispunt. Ook buiten kun je erop letten dat je paard precies daar halthoudt waar jij wilt, vierkant staat en aan het bit. En net zo lang als jij wilt en geen seconde korter. Ook niet als je paard ongeduldig wordt.

Wijken

Voor een soepeler en rechtgericht paard. Natuurlijk oefen je het wijken alleen als er geen verkeer aankomt. Het paard loopt op twee sporen. Wissel het aantal passen naar links en rechts af en zorg ervoor dat je paard recht in zijn lichaam blijft, met een lichte buiging in de hals in tegengestelde richting. Deze oefening kun je in alle gangen doen.

Schouderbinnenwaarts

Het paard moet buigen om het binnenbeen. Breng de schouder en voorhand naar binnen; de achterhand blijft als het ware ‘op de hoefslag’. Het paard beweegt over drie sporen.

Overgangen

Overgangen kun je op elke weg oefenen, en van en naar elke gang. Van halthouden naar galop, van galop terug naar stap, halt, achterwaarts en in draf… en zo voort. Zo leer je je paard om op jou te wachten, ook al nodigt dat lange brede zandpad nog zo uit tot een lekker rengalopje!

Bron: Horseandhound

Foto: Imadia/Diana Bloemendal

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

101,418FansLike
0VolgersVolg
6,991VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer