Tags Posts tagged with "controle"

controle

0 6705
paardenmarkt
Foto: archief

Tijdens de paardenmarkt in Elst zijn maandag vijf paarden afgekeurd voor verkoop, meldt Omroep Gelderland. Drie van hen hadden geen chip en de andere twee voldeden niet aan de gezondheidseisen.

De strenge controle op registratiechips en de gezondheid van de paarden is nieuw bij het jaarlijkse evenement. Organisator Johan Huitink is blij met hoe de controle verliep. ‘Het eerste halfuur was chaotisch maar daarna verliep het heel soepel. We zijn supertevreden.’

Dierenbescherming

De dierenbescherming is ondanks de nieuwe controle nog niet tevreden en zien ze liever een verbod op paardenmarkten. ‘De paarden staan te dicht op elkaar en het is te druk’, aldus Piko Fieggen van de Dierenbescherming.

Volgens veearts Sandra Angelino wordt er echter goed voor de paarden gezorgd. ‘Alles wat ze nodig hebben is aanwezig.’

Meer paarden

Voor de 758e editie van de paardenmarkt in Elst werden 1.320 paarden en pony’s aangeleverd, ongeveer 100 meer dan vorig jaar. Er kwamen ongeveer 40.000 bezoekers op het evenement af.

Bron: Omroep Gelderland

Foto: archief (Paardenmarkt Voorschoten)

 

0 5822

Paardrijden is zo’n sport waar je vroeger al op wilde, maar waar het nooit van kwam… Of waar de klad in kwam toen je ging puberen of studeren of kinderen kreeg.

Wil je het (weer) gaan oppakken? Goed idee!

De FEI geeft haar top tien redenen waarom paardrijden goed voor je is:

1. Het verbetert je balans en coördinatie

2. Het is goed voor je lijf: je wordt sterker en stabieler

3. Je bent nooit uitgeleerd
Elk paard is anders en van elk paard zul je iets leren. Daarom ontwikkel je je voortdurend als ruiter.

4. Je ervaart dat gevoel van één met je paard zijn
Die momenten dat je je één voelt met je paard, daar doe je het voor. Dat gevoel is moeilijk te omschrijven, maar een ruiter rijdt paard om dat te bereiken.

5. Je leert jezelf onder controle te houden
Het kan lastig zijn om je zenuwen in bedwang te houden als je paard stout is en je eigenlijk nog maar één ding wilt: afstijgen! Het kan frustrerend zijn als je iets vraagt van je paard en je krijgt niet het antwoord. Toch moet je steeds je emotie, frustratie en de manier waarop je reageert controleren. En dus leer je een belangrijke vaardigheid: rustig en gefocust blijven en je concentreren op je doel.

6. Je leert discpline
Ook als je géén zin hebt omdat het koud is, of omdat je je niet helemaal lekker voelt, zul je naar je paard toe moeten. Want het betreft niet alleen jezelf als je het opgeeft, maar ook dat andere wezen waar je mee werkt…

7. Je kweekt fllinke beenspieren
… die je mag laten zien in een strakke rijbroek!

8. Je leert problemen op te lossen
Paarden reageren niet altijd op de manier die je verwacht. Soms moet je out-of-the-box denken en een probleem op een nieuwe manier benaderen.

9. Je maakt geweldige nieuwe vrienden
Paardenmensen hebben dat ene, ‘paard’, gemeen. Er is altijd iets om over te praten. Samen lekker het bos in gaan is een geweldige manier om vrienden te maken.

10. Je kunt jezelf een fantastische vakantie bezorgen
Sommige reizen zijn het mooist vanaf de paardenrug. Om je lekker te maken… een safari te paard, rijden door bergen en dalen, lange galopsessies over het strand terwijl de zon ondergaat…

Bron: FEI

Foto: Shutterstock

Hoefslag abonnementen

0 220

Naar aanleiding van de tragische gebeurtenissen in Parijs afgelopen vrijdag en de daaropvolgende onrust heeft de organisatie van de Longines Masters in Parijs -van 3 t/m 6 december- laten weten dat ze extra veiligheidsmaatregelen zal nemen in het Parc du Cheval in en om het Parc des Expositions in Villepinte. Alle tassen worden gecontroleerd, er vinden verscherpte toegangscontroles plaats en er is extra bewaking. De organisatie werkt samen met de officiële instanties om de veiligheid tijdens het evenement te optimaliseren.

De Masters in Parijs maakt samen met Hong Kong en Los Angeles deel uit van de Grand Slam-cyclus.

Persbericht Longines Masters Paris

Foto: Remco Veurink

0 188
Oog

Eén van de aanwezigen op de Duitse kampioenschappen in Warendorf, dr. Kirsten Tönnies, maakt zich zorgen over het toezicht en de beoordeling van met name jonge paardenrubrieken. Mevrouw Tönnies maakte deel uit van de jury die de ereprijs voor de meest vriendelijke manier van rijden uitreikte. Tönnies liet gisteren in een open brief aan de Duitse federatie (FN) weten wat ze van de wedstrijd vond. De inhoud daarvan liet er geen twijfel over bestaan: de dierenarts was geschrokken van wat ze onder ogen kreeg tijdens het losrijden. Ze vond dat een aantal dingen veranderd moest worden.

De dierenarts wees de FN erop dat een van de officials die verantwoordelijk was voor de controle van het bit en de neusriem dat weigerde te doen, hoewel er de avond voordat de wedstrijden begonnen nog uitgebreid uitleg gegeven was over hoe deze controle volgens de richtlijnen van de FN diende plaats te vinden. Er waren duidelijk paarden en pony’s die met een te strak aangetrokken neusriem gereden werden. ‘Juist deze wedstrijd zou een voorbeeld moeten zijn van hoe het hoort. Dat zoiets op een dergelijk belangrijk evenement, waarbij het gaat om jonge paarden, voorkomt, is schrikbarend’, aldus Tönnies. ‘Het verklaart natuurlijk tegelijkertijd waarom foto’s van dit soort praktijken op allerlei wedstrijden in het hele land de ronde doen.’

Tonnies noemde nadrukkelijk het paard van Eva Bitter, dat met opgerolde hals geen ‘happy’ indruk wekte tijdens het losrijden. ‘Toen ik de official aldaar echter daarop wees en hem erop attent maakte dat het wellicht goed zou zijn het harnachement te checken, reageerde de verantwoordelijke dierenarts (volgens mijn informatie mevrouw dr. Zimmer (?), daar op z’n zachtst gezegd afwijzend op. Na aandringen vond alsnog controle plaats en bleek de tong van het paard van Bitter gefixeerd te zijn met een apart riempje dat achter zijn oren bevestigd was. De met tape omwikkelde metaaleinden drukten tegen de jukbeenderen van het paard en zijn mondhoeken werden door de 5 mm dikke draad nog eens 2-3 cm omhoog getrokken. Juist Eva Bitter zou in aanmerking komen voor de ereprijs voor het vriendelijk voorstellen van haar paard, omdat zij de hele week al positief zou zijn opgevallen vanwege haar positieve rijden.’

Tönnies had ook een issue met een andere official over de correcte teugelvoering en inwerking van de hand. Een combinatie zou volgens hem te ‘braaf’ gereden hebben, terwijl Tönnies nou juist vond dat de betreffende amazone haar paard voorbeeldig voorstelde.

Lees hier de volledige brief van dr. Tönnies aan de FN.

St.Georg/Hoefslag

Foto: Remco Veurink

0 414

De NVWA zal dit dekseizoen bij hengstenhouders die sperma winnen voor de nationale markt (nationale wincentra) gaan controleren of men voldoet aan de eisen van de Regeling paardensperma 2015, zo laat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit weten in een verzonden persbericht.

De Regeling paardensperma 2015 is in de plaats gekomen van de certificering hengstenhouderij die met het verdwijnen van het PVE is gestopt. In de regeling is opgenomen dat de hengstenhouder, voordat er met de winning gestart wordt, zich aangemeld moet hebben bij de NVWA. Aanmelding kan via de website van de NVWA. Via “erkenning aanvragen” komt men bij het “aanvraagformulier verleningen” . Door “levende dieren en levende producten” aan te vinken en vervolgens “registraties” kan een registratie voor “paardenspermawincentrum Nationaal” (PRDSWN) aangevraagd worden.

In de Regeling is ook opgenomen dat de hengsten (en evt . bokmerrie) aan het begin van het winseizoen getest moeten zijn op EVA en CEM bij een erkend laboratorium. Dit is vooralsnog alleen bij het CVI, maar binnenkort zal de CEM kweek ook bij de GD gedaan kunnen worden.

De wincentra moeten verder protocollen hebben over de werkwijze en hygiënevoorschriften. Tenslotte moet alles administratief inzichtelijk zijn door het bijhouden van de registers van de aanwezige hengsten, winningen en transacties.

De volledige tekst van de regeling paardensperma 2015 is hier te vinden.

Als bij een NVWA controle tekortkomingen worden geconstateerd kan dat leiden tot een bestuurlijke boete. Als men zich niet aangemeld heeft of de dieren niet op CEM en EVA getest heeft, zal dat direct leiden tot een boete van €2500. Voor vragen kan men zich wenden tot de Bond van hengstenhouders (info@bvhh) of de NVWA meldkamer: info@nvwa.nl, of 0900-0388

Persbericht NVWA

0 744
dierenarts dierenartspraktijken

‘Is jouw paard zo fit als je denkt? Geef je op voor de Hoefslag-fitheidscheck!’ Op deze Facebook-oproep kwamen enorm veel reacties. We pikten er drie lezeressen uit, die zich eind januari bij eDigit in Roosendaal meldden voor een grondige keuring van hun paarden, bestaande uit een klinische keuring door erkend keuringsdierenarts Alfons Geerts van eDigit, bloed- en mestonderzoek, middels het GD Horse Care-pakket. beschikbaar gesteld door de Gezondheidsdienst voor Dieren èn een voedingsanalyse en -advies door voedingsdeskundige Anneke Hallebeek.
Draver Bram Wielinga is de eerste kandidaat. Eigenaar Lesley-Ann kocht hem in augustus 2013: ‘Ik zocht een nieuw paard voor de endurance omdat mijn Arabier niet verder kwam dan 80 kilometer. Bram liep in de drafsport. We kwamen hem tegen op internet, zijn gaan kijken en hebben hem meegenomen. Zonder keuring. Hij mocht weg voor een zacht prijsje, daar konden we ons geen buil aan vallen. Het afgelopen jaar hebben we twee klassen doorlopen en mooie resultaten behaald. Komend seizoen starten we klasse 3 en staat ook onze eerste CEI gepland. Ik heb Bram nooit laten keuren, maar hij komt altijd goed door de vetchecks op wedstrijden. Vorige maand zijn we na twee maanden winterstop weer begonnen met trainen, Begin maart rijden we onze eerste wedstrijd van het jaar. Deze gezondheidscheck is een mooie gelegenheid om te zien in hoeverre ik Bram fit heb, zodat hij optimaal het wedstrijdseizoen ingaat.’

Benieuwd naar het resultaat van de fitheidscheck van Bram èn die van de vijfjarige merrie Flower-Power (v. Adamo) en de bijna negentienjarige Osiora (v. Mr. Blue)? Lees het complete artikel in ‘Het Fitte Paard’, de eerste Hoefslag Special van dit jaar.
Tekst: Marjolijn Munnich
Foto: Sabine Timman

0 2161

‘Veel vragen hebben betrekking op paarden die hard onder de ruiter uitlopen zodra ze een hindernis in het vizier krijgen. Andere paarden lopen achter het bit of zijn te sterk in de mond. Ik zie zelf ook vaak dat de controle in B en L parcoursen vaak nog ver te zoeken is. Vaak wordt geprobeerd de moeilijkheden naar voren toe op te lossen, terwijl even wachten en een galopsprong meer rijden meestal een betere oplossing is. Daarvoor ontbreekt echter de controle. Op zo’n moment moet je werken aan de dressuurmatige basis, die elk paard moet hebben. Op dit niveau moet elk paard een gecontroleerd parcours kunnen lopen op een normale trens. Maar ook op hoger niveau speelt het controleprobleem. Ik heb enkele hete paarden die ik op 1.50m niveau uitbreng. Die heb ik thuis dressuurmatig voor 90% voor elkaar. Maar als ze fanatiek meewerken in een parcours worden ze mij – in hun ijver – soms toch te sterk. Dan probeer ik wel eens een ander bit dan een gewone trens. Daarmee maak ik het mezelf wat makkelijker, maar de enige echte oplossing is toch dat je je paard dressuurmatig beter onder controle moet zien te krijgen. Daar blijf ik thuis op doorwerken.

Meer controle

In andere afleveringen kwamen oefeningen als tempowisselingen en de grote volte verkleinen en vergroten al aan de orde om meer controle te krijgen en je paard zijn gewicht meer op de achterhand te laten dragen. Om meer controle te krijgen kun je dat werk uitbreiden door een paar kleine hindernisjes in de baan te zetten. Als je een lijntje neerzet waar je in normaal tempo in zes galopsprongen doorheen gaat, kun je er naartoe werken om dat vanuit een lager tempo in acht galopsprongen te doen.

Het is belangrijk dat je er vooral op let dat je paard ontspannen blijft

Of vanuit hoger tempo in vier galopsprongen. Dit werk kun je verder uitbreiden door de hindernissen te verplaatsen. Je kunt ze bijvoorbeeld op de grote volte zetten, of in een gebroken lijn. In dit werk kun je je fantasie gebruiken. Dat houdt het ook afwisselend. Het is belangrijk dat je er vooral op let dat je paard ontspannen blijft. Tussen de sprongetjes in kun je af en toe eens een volte rijden, of een overgang maken. Daarmee voorkom je dat je paard na het eerste sprongetje door gaat trekken naar het tweede.

Met dit soort werk leer je een paard attent te blijven op de ruiter. Daardoor kun je gecontroleerd schakelen en zal dat ook gemakkelijker gaan in het parcours. Dit werk blijft vanaf de B tot en met Grand Prix niveau heel belangrijk en komt daarom bij ons op stal steeds terug.

Gerust wat lang laten

Dressuur maakt een paard sterker. Als je jezelf daarin verdiept, leer je met welke oefeningen je welke spiergroepen sterker maakt. Daarnaast is een dressuurmatig goed gereden paard attent op zijn ruiter, en reageert daardoor scherp op de gegeven hulpen. Dat geeft in een parcours controle. Ik krijg zelf op zeer regelmatige basis dressuurles van Roeli Bril, de vader van springruiter Roelof Bril. Roeli Bril is een man van de oude stempel, in de goede zin van het woord. Hij hecht aan een correcte basis in het rijden en komt daar steeds op terug. Als de basis van het rijden goed is en je de tijd neemt om die te bevestigen, kun je daar steeds op terugvallen. Op het moment dat er ergens iets fout gaat in het rijden, neem dan een stap terug en werk van daaruit weer verder. De eerste vereiste in het rijden is dat je paard vooruit wil, voorwaarts is. Van daaruit kun je met je hand in gaan werken en overgangen en wendingen maken. Dan ben je al met enkele belangrijke zaken bezig: je paard moet voorwaarts gaan op het been, terugkomen op een ophouding en links en rechts gaan op lichte aanwijzingen. Het lijkt allemaal heel simpel – en in feite is het dat ook – maar je moet wel de discipline opbrengen en de tijd nemen om zo elke dag opnieuw met elk paard te beginnen. Bijkomend voordeel is, dat het meteen een mooie warming-up is. Hierbij mogen de paarden gerust wat lang lopen, om ze even later wat meer op te pakken en naar de verzameling toe te werken. Daarbij maken we weer veel gebruik van tempowisselingen, waarbij het paard als het ware in- en uit elkaar schuift en afwisselend met hoofd en hals laag loopt of meer verzameld bovenin. In dit werk wordt een paard nageeflijk vanuit de kaak en kun je met been en zit je paard naar de hand toe rijden. Dan gaat je paard als het ware in de hand liggen. Het is hier allemaal vlug verteld, maar dit is een proces waar veel tijd overheen gaat. Het uiteindelijke doel is een paard te krijgen dat mooi los bovenin gaat lopen wanneer je met zit en been tegen een stille hand aanrijd. En als de hand naar voren gaat zal het paard met de mond de hand ook naar voren toe volgen, zonder in de hand te gaan hangen. Het contact tussen de ruiterhand en de paardenmond moet voor beiden prettig zijn.

Aanleuning zoeken

Ik heb het tot nog toe vooral gehad over paarden die van zichzelf goed voorwaarts zijn. Maar veel problemen hebben als oorzaak dat een paard niet voldoende voorwaarts is, of onvoldoende reageert op voorwaartse hulpen. Achter het bit lopen, waarbij het paard zich aan het bit onttrekt door geen aanleuning te nemen en zich opkrult in de hals is een vaak voorkomend probleem bij paarden die onvoldoende voorwaarts zijn. In het parcours wreekt zich dat vaak als zo’n paard voorwaarts gereden moet worden. Dan zie je vaak dat ze juist weer door de hand heenlopen en er dus geen controle is. Op de sprong zie je dat ze niet in de hand durven te springen en het hoofd niet laten zakken, wat springen zonder goed ruggebruik oplevert.

Veel ruiters durven geen aanleuning te zoeken wanneer een paard achter het bit loopt

Veel ruiters durven geen aanleuning te zoeken wanneer een paard achter het bit loopt, maar dan heb je geen verbinding meer tussen hand, been en zit. Je zult dus toch aanleuning moeten zoeken en tegelijk stevig voorwaarts moeten rijden. Op een gegeven moment gaat het paard de hand dan toch opzoeken. De oplossing is eigenlijk simpel. Maar je moet wel heel consequent blijven, om niet in de oude fout terug te vallen. Dit is een typisch basisprobleem dat vaak onderschat wordt. Zolang de hindernissen niet te hoog zijn en er weinig technische moeilijkheden in de parcoursen zitten, lukt het allemaal nog wel. Pas als het moeilijker wordt komt het probleem tot uiting. Juist om dit soort problemen vroegtijdig te onderkennen en op te lossen is het goed voldoende aandacht te besteden aan het dressuurmatige rijden. Het vinden van een goede dressuurinstructeur is echter moeilijk. Er zijn veel instructeurs die zich voornamelijk richten op het rijden van de kunstjes die gevraagd worden in dressuurproeven. Een springruiter heeft een instructeur nodig die zich richt op de zaken die een springruiter nodig heeft: Een paard fijn los kunnen werken en zorgen dat het goed aan de hulpen staat. Dat is allemaal niet zo spectaculair en de mensen die dat goed over kunnen brengen staan meestal ook niet zo op de voorgrond. Het is bovendien niet spectaculair om bij zo iemand te lessen, de resultaten zijn immers niet meteen zichtbaar. Maar op de lange termijn heb je er veel profijt van.’ |

Tekst: Toin Diks / Foto’s Remco Veurink/Dirk Caremans

0 2743

In deze aflevering legt Maikel uit hoe je een parcours in de goede galop rijdt. Hij legt ook uit hoe je controle houdt door de juiste basishouding aan te nemen.

‘In een parcours wordt vaak van hand veranderd. Omdat het parcours in galop gereden wordt is het van belang dat je paard steeds in de goede galop zit. Wanneer je in de verkeerde galop een wending rijdt kom je meestal niet fijn bij de volgende sprong. Het is dus van belang dat paarden in de goede galop landen na een hindernis en makkelijk van galop wisselen. In B parcoursen zie je vaak paarden in de verkeerde galop landen en vervolgens in een wending van voren wel omspringen, maar achter niet. Dan zitten ze in overkruiste galop en ook dan heb je weinig controle. In een B parcours kun je nog even terug naar draf om vervolgens in de goede galop aan te springen.

Zo’n galopwissel moet een paard leren maken

Wanneer je verder komt – en zeker wanneer de tijd mee gaat spelen – is het gemakkelijk als een paard fijn changeert, van de ene galop naar de andere omspringt. Zo’n galopwissel moet een paard leren maken. Daar kom ik later in deze springserie op terug. Het prettigst is natuurlijk wanneer een paard na de sprong meteen in de goede galop landt. Dat is geen kwestie van geluk hebben. Daar kun je als ruiter invloed op uitoefenen door al in de afzet voor de sprong te kijken waar je na de sprong naar toe wilt en in de sprong de hand al wat van de hals te doen, in de richting waar je naar toe wilt. Doordat je zelf ook in de richting blijft kijken waar je naar toe wilt zul je aan die kant ook iets meer gewicht op de stijgbeugel hebben. Dat alles maakt het paard duidelijk waar de ruiter naartoe wil. Het paard zal zich daar op voorbereiden door in de voor hem makkelijkste galop te landen. Dat maakt het voor het paard gemakkelijk de komende wending door te galopperen. De ruiter kan zich daardoor beter op de komende sprong concentreren.

De basishouding

Van der Vleuten Michael Stal Van der Vleuten Mierlo 2009 Photo © Hippo FotoVeel voorkomende oorzaken dat een paard in de verkeerde galop landt zijn dat de ruiter scheef op zijn paard zit of boven de sprong aan één kant van zijn paard naar beneden kijkt. Dat zijn fouten die er vaak langzamerhand insluipen en ten koste gaan van de balans. Blijven werken aan je houding is daarom van belang. Vraag jezelf regelmatig af hoe je op je paard zit. Dat begint al tijdens het dressuurrijden. Probeer licht en recht op je paard te zitten en in balans, zonder je paard te hinderen. Dat is ook je basishouding in het parcours. Tot in de afzet hoef je je houding niet te veranderen. In de afzet ga je mee in de beweging, zodat je je paard de gelegenheid geeft een zo goed mogelijke sprong te maken. Boven de sprong blijf je in principe midden op je paard zitten en tussen de oren van je paard door recht vooruit kijken. Je hand volgt de mond van het paard, je houdt steeds licht contact met de mond van het paard. Dat is de basishouding. Hoe je boven de sprong een wending voorbereid heb ik bij het in de juiste galop landen uitgelegd. In de landing moet je niet te vroeg terug komen om weer in de basishouding te gaan zitten. Je moet het paard de gelegenheid geven de sprong ook achter af te maken. Wanneer je te vroeg gaat zitten heb je meer kans op een achterbeenfout. Na de sprong kom je terug in de basishouding en concentreer je jezelf volledig op de volgende sprong. Het maakt niet uit of je dan wat naar voren moet rijden of wat terug. Je ziet ruiters wel hun bovenlijf naar voren gooien en de teugels losgooien als ze vooruit moeten. Dat heeft geen enkel nut, het geeft een paard alleen maar gelegenheid om naar links of rechts uit te zwenken. Naar voren rijden doe je met je onderbeen, waarbij je het contact met de mond onderhoud. Als je wat terug moet rijden ga je iets meer zitten en hou je je hand iets meer aan, zodat je de galopsprongen wat kleiner maakt.

Controle
Van der Vleuten Michael Stal Van der Vleuten Mierlo 2009 Photo © Hippo Foto

Wat ik duidelijk probeer te maken is dat je niet alleen in de uitgangshouding zit voor het mooie. De uitgangshouding is functioneel: Je hebt je benen aangesloten, je hebt met je zit contact met je paard en je houdt via de teugels contact met de mond van je paard. Je kunt in de basishouding je paard in zijn waarde laten en ontspannen laten lopen zonder het te hinderen. Toch heb je steeds de mogelijkheid om meteen op je paard in te werken wanneer dat nodig is. Je paard is als het ware opgesloten tussen zit, been en hand. In de springport wordt vaak gesproken over controle. Een ruiter die de discipline op kan brengen om goed te leren zitten en daarbij zijn paard kan volgen met de hand is al een heel eind op weg om een gecontroleerd parcours te kunnen rijden.’

Tekst: Toin Diks | Foto’s: Dirk Caremans

0 2379

In oefenparcours en B parcoursen (1.00m) liggen de eisen nog niet zo hoog. De hindernissen horen op passende afstanden te staan, en zijn nog niet zodanig hoog dat je paard zich niet kan redden wanneer het niet precies op het goede afzetpunt komt. Vanaf de klasse L (1.10m) worden meer eisen gesteld.

‘Je kunt een L parcours rondvliegen en hopen op geluk als je te vroeg of te laat bij een hindernis komt. Maar wie verder wil komen in de springsport zal proberen een gecontroleerd L parcours te rijden. Er kunnen een paar gebroken lijnen in een L parcours zitten. In plaats van één dubbelsprong kun je er twee tegenkomen. Daarbij wordt de hoogte iets serieuzer waardoor het aanrijden naar de verschillende soorten hindernissen (steilsprong, oxer, triplebar) nauwkeuriger komt. Bovendien kan in het parcours een sloot voorkomen. Wie in de klasse B normaal rond kan rijden en voldoende routine heeft opgedaan met een bepaald paard, zal in de klasse L ook niet voor onaangename verassingen komen te staan. De gebroken lijnen die in een L parcours voorkomen zullen geen problemen opleveren. Juist gereden zal het aantal galopsprongen zo uitkomen dat het paard voor de volgende hindernis op het goede afzetpunt uitkomt. Te groot gereden kom je te kort onder de volgende sprong, te krap gereden kom je te vroeg bij de sprong. Een gebroken lijn goed rijden is vooral een kwestie van het parcours serieus verkennen en zoveel controle over je paard hebben dat je die lijn ook kunt rijden.

Grondtempo

Een belangrijk punt is het grondtempo waarin we het parcours rijden. Dat mag nooit te laag zijn. Als je wat snel bent kun je makkelijk wat terug om toch nog een goede sprong te krijgen. Dan is er nog actie en power. Als je tempo al laag is en je dreigt te dicht bij een sprong te komen kun je niet nog verder terug. Dan ontbreekt immers de kracht om de sprong te maken.

Het grondtempo mag nooit te laag zijn

Thuis is meestal de ruimte waarin gereden wordt kleiner dan de concoursring. Daardoor ligt het tempo in de training – ook de dressuurtraining – meestal lager. Dan kun je wel mooi rondgalopperen met je paard lekker aan de teugel, maar is dat ook zo als het tempo wat hoger wordt? Train daar serieus op door tempowisselingen te maken en ook eens wat langere stukken in een hoger tempo te rijden. Het juiste tempo rijden in een parcours leer je door het doen. Daar hoef je je in dit stadium nog niet zo druk over te maken. De hindernissen staan immers zo opgesteld dat je in de meeste lijnen goed uitkomt als je het goede tempo hebt.

Verschillende types hindernissen

Van der Vleuten Michael Stal Van der Vleuten Mierlo 2009 Photo © Hippo FotoIn de klasse B maakt het nog niet zo veel uit hoe je bij een hindernis komt. Als je paard wat te vroeg of te laat af moet zetten kan het de hindernis nog best overwinnen. Wanneer de hindernissen wat hoger worden en het parcours bovendien technisch moeilijker wordt, moet je wat secuurder toe gaan rijden. Een sprong vormt een parabool en is een combinatie van omhoog (op kracht) en ver springen (op snelheid). De ruiter moet de juiste mix van snelheid en kracht vinden. Om een paard dicht bij een hindernis te rijden en op kracht af te laten zetten is weinig snelheid vereist, maar er is natuurlijk wel een ondergrens. Door tempo te maken kan rek gezocht worden in de ruimte waarin afgezet kan worden. Denk aan de laatste oxer in een barrage. Meestal zie je dan een heel andere sprong als in het basisparcours. Maar ook hier zijn grenzen.

Op een steilsprong ligt het hoogste punt van de parabool precies boven het hoogste punt van de sprong. Je moet dus niet te dicht komen om de optimale parabool te maken, dan krijgt je paard ook de ruimte om zijn voorbeen weg te vouwen. Op een oxer is de parabool iets anders van vorm omdat je behalve de hoogte ook de breedte moet halen. Een paard moet daarom op een oxer ook hoger springen. De afzet ligt relatief dichter bij de sprong. Bij een triplebar ligt de nadruk op de breedte van de sprong en is de parabool weer anders. De afzet voor een triplebar ligt daardoor heel kort tegen de sprong aan. Datzelfde geldt voor de sloot.

Hoe je een paard op het juiste afzetpunt krijgt is vooral een kwestie van gevoel voor tempo en oog hebben voor de sprong. De een heeft dat van nature meer dan de ander, maar het is ook een kwestie van ervaring opdoen. Als je vanuit een wending of over de eerste sprong in een lijn komt, moet je kunnen zien of je wat toe moet rijden of juist af moet wachten. In vorige afleveringen van deze serie kwam het rijden van passende lijntjes op vier, vijf of zes galopsprongen op lage oefensprongetjes (ongeveer 50 cm.) al aan bod om oog te krijgen voor de sprong. Dat kun je af en toe ook op de hoogte doen die je in het parcours tegenkomt, maar niet te vaak. Zorg dat je je paard niet overbelast.

Steilsprongen en oxers zijn de meest voorkomende hindernissen in de parcoursen. Tegen een triplebar wordt vaak wat vreemd aangekeken omdat je die op NederlVan der Vleuten Michael Stal Van der Vleuten Mierlo 2009 Photo © Hippo Fotoandse concoursen weinig tegenkomt. Maar als je paard naar de hindernis toe durft te lopen en vlak ervoor afzet is het een relatief gemakkelijke sprong. Voor een sloot geldt hetzelfde. Een sloot is niet moeilijk als een paard er niet bang voor is. Op tijd beginnen door in de training af en toe eens een zeiltje te laten springen of een smal slootje is daartoe de geëigende weg. Om het makkelijker te maken kun je boven het zeiltje of slootje een balk hangen. Dat leidt een beetje af, dan lijkt het wat meer op een gewone hindernis. Je kunt de sprongen tegen de kant aan zetten of aanleunen door aan weerskanten hekjes te zetten. Dat maakt het aanrijden wat makkelijker, de kans dat het paard langs de hindernis loopt is dan kleiner. Wanneer een paard de sloot met vertrouwen springt, oefen ik er nooit meer op.

Waar je naar moet kijken als je naar een sprong toe rijdt is voor iedereen anders. Sommige ruiters kijken naar de bovenste balk, anderen enkel naar de plek waar ze hun paard af willen laten zetten. Ik kijk zelf naar de hele sprong zodat ik er recht voor kom, met een beetje de nadruk op het onderste deel en de beoogde afzetplek.

Dubbel- en driesprongen

In de klasse L mogen twee dubbelsprongen voorkomen, vanaf de klasse M kan een van die dubbelsprongen door een driesprong vervangen zijn. Een combinatie goed rijden is vooral een kwestie van de eerste sprong goed aanrijden. Immers wanneer je voor de eerste sprong verkeerd zit, kom je voor de tweede en derde ook niet goed meer uit. Als je gemakkelijk over de eerste spong komt, volgt de rest vanzelf. Dat doe ikzelf ook en dat is ook mijn advies: Rij de eerste sprong zo gewoon mogelijk aan en denk niet aan wat er achter staat.

Rij de eerste sprong zo gewoon mogelijk aan en denk niet aan wat er achter staat.

Ook hier weer is goed parcours verkennen heel belangrijk. Weet hoe je uit een wending komt, of hoe je vanaf de hindernis die ervoor staat naar een dubbel- of driesprong rijdt. Als je te kort of met weinig tempo voor de insprong komt wordt het moeilijk de tweede sprong te halen, als je te groot of te hard inkomt kom je te dicht onder de volgende sprong. Als je dat te vaak doet is de kans groot dat een paard het vertrouwen verliest en op de rem gaat. Maar ook de ruiter verliest vaak zijn zelfvertrouwen als het in dubbel- of driesprongen een paar keer fout gegaan is. Om het vertrouwen te bewaren kun je thuis een dubbel- of driesprong nabouwen als het een keer wat minder goed ging. Zorg dan wel dat die combinatie fijn aan te rijden is, passend vanuit een wending of op een aantal passende galopsprongen na een eenvoudige hindernis. En hou het eenvoudig, spring wat lager dan op concours. Op die manier is het voor ruiter en paard simpel te doen, waardoor het vertrouwen weer terugkomt. Ik ben overigens helemaal geen voorstander van thuis zo hoog en moeilijk springen. Dat leidt enkel maar tot frustratie en verlies van vertrouwen bij zowel het paard als de ruiter. Een stap terug doen totdat je de zaken weer op de rails hebt en van daaruit weer opbouwen is het verstandigst als je een probleem hebt. Dat doe ik ook. En met mij alle topruiters die ik ken. In de springsport kun je alleen succesvol zijn wanneer paard en ruiter onbevangen en vol zelfvertrouwen tegen de opgaven aankijken.’ |

Tekst: Toin Diks | Foto’s: Dirk Caremans

Volg ons!

102,087FansLike
0VolgersVolg
7,057VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer