Tags Posts tagged with "column"

column

Geweldig om in de finale in Barcelona te zien dat officiële landenwedstrijden nog steeds een grote rol spelen tussen het geweld van alle wereldwijd gehouden hoog gedoteerde concoursen van dit moment. En ook dat we op het beslissende moment door een geweldige rit van Jeroen met Utascha toch nog aansluiting wisten te houden voor een mooi klassement.

Erg wrang voor mij was dat ik er dit keer niet bij mocht zijn, terwijl de in vorm zijnde Tobalio in de aanloop naar de finale toch een hele belangrijke rol heeft gespeeld in het bereiken van die finale. Hij is niet voor niks het hoogst gekwalificeerde Nederlandse paard op de officiële Nations Cup-ranking. Ik houd het er maar op dat de KNHS Tobalio en mij heeft thuisgehouden, omdat ik bezwaar maak tegen het ondertekenen van de overeenkomst, waarin staat wat ruiters in het officiële landentenue allemaal wel en vooral niet mogen. Als je al die geboden en verboden ziet, zou je bijna vergeten dat het de eigenaars, paarden en ruiters zijn die voor de door de KNHS bejubelde successen in de springsport zorgen en niet de teamsponsor van de nationale bond. Als het nog zo was dat alles voor eigenaars en ruiters betaald zou worden, dan zouden al die ‘does and don’ts’ nog te billeken zijn, maar dat is bij lange na niet het geval. We hebben het over een bijdrage in de onkosten.

In het gesprek met de federatie kreeg ik te horen dat ik de enige ben die voor problemen zorgt. Dat kan zijn, maar ik hecht nu eenmaal aan wederzijds respect. Eigenaren, paarden en ruiters geven in de FEI Nations Cup alles wat nodig is voor het beste resultaat van het land. Maar de liefde moet niet van één kant komen. Ik ben dan misschien de enige die zich zo nadrukkelijk over dit onderwerp uitspreekt, maar het zal weinigen zijn ontgaan dat topruiters diep in hun hart meer belangstelling hebben voor de hoog gedoteerde vijfsterrenconcoursen, dan voor gelijktijdig te houden traditionele CHIO’s waar in de eerste plaats ’s lands eer op het spel staat. Zelf heb ik nog altijd  het gevoel dat het een eer is om je land in de springring te vertegenwoordigen, ook nu ze Tobalio even niet nodig hebben.

Albert Voorn

Niemand weet precies hoeveel paardensporters er in ons land zijn. Volgens een onderzoek in opdracht van de KNHS (2011) zou het afgerond om 466.000 personen gaan. De meeste zijn ‘blije rijders’, mensen die er te paard opuit trekken en daar veel plezier aan beleven. Een kleiner deel zoekt het in het rijden van wedstrijden. Daar zijn het niet altijd ‘blije rijders’. In wedstrijdsport vechten plezier en frustratie voortdurend om voorrang. Vaak heeft frustratie de overhand, want een paard doet nu eenmaal niet altijd wat er van hem wordt verlangd. Bijna altijd is dat de schuld van de ruiter. Je kunt namelijk alleen communiceren met een paard via lichaamstaal. Wie die taal beheerst, kan op het juiste moment de juiste hulpen geven. Zo niet, dan wordt paardrijden ‘meeliften’ op de paardenrug. Wie gefrustreerd raakt en het paard de schuld geeft, slaat een heilloze weg in. Op een willekeurige wedstrijd zie je waar dat zoal toe leidt. Het paard is er vooral de dupe van. Toch zijn de meeste ruiters niet uit eigener beweging die heilloze weg ingeslagen. Ze zijn ooit ergens gaan paardrijden en hebben de pech gehad een verkeerde instructeur te treffen. Al is enige zelfreflectie op zijn plaats. Met paarden raak je nooit uitgeleerd. Wie wil kan zijn hart ophalen. Leren paardrijden is ook een kwestie van de ogen de kost geven, luisteren, lezen en nadenken over waar je als ruiter mee bezig bent. Honger naar kennis is belangrijk. De Hoefslagredactie hoopt daar met het verschenen, uitgebreide themanummer ‘Instructie’ een bijdrage aan te leveren.

Ton Corbeau (hoofdredacteur Hoefslag, ook te volgen via twitter: @Ton_Hoefslag)

0 313

Dat we tweede werden in de landenwedstrijd van Dublin met zo’n jong team in zo’n sterk veld is een ongelofelijke prestatie. De dubbele nulronde van Tobalio is een van de hoogtepunten in mijn ruiterloopbaan. Ook als team was het super. Het doet je als 57-jarige veteraan goed om met zo’n jonge generatie springruiters te rijden. De sfeer was super, de collegialiteit enorm.
Donderdagochtend ging in het hotel het brandalarm af. Wij met zijn allen via de trappen naar buiten, waarbij mijn vrouw Irma haar voet verzwikte en in het trappenhuis flink ten val kwam. De rest van het concours was zij in een rolstoel aan de zijlijn gekluisterd. Ik had dus niemand om Tobalio wedstrijdklaar te maken. Gelukkig gaat het alweer wat beter met haar. Leon Thijssen en zijn groom Paul hebben mij met Tobalio in de aanloop naar de landenwedstrijd erg geholpen. Die saamhorigheid op concours gaf Dublin voor mij nog eens een extra dimensie. Tobalio is het meest moeilijke karakter dat ik ooit heb gereden en ik heb door de jaren heen toch heel wat moeilijke paarden onder me gehad. Toch ben ik meneer Visser eeuwig dankbaar dat ik hem mocht gaan rijden al heb ik Tobalio meer dan eens diep in de ogen gekeken als hij zijn kont weer eens tegen de krib gooide. Van zulke ogen neem je geen afscheid. Het is een heel apart paard, dat als je hem in zijn waarde laat en niet op zijn huid zit, enorm kan springen.  Ik heb het afgelopen seizoen voor Nederland in drie landenwedstrijden mee mogen doen. Zowel in La Baule, Hickstead als Dublin sprong hij naar het beste teamresultaat.

Grondtraining en vrijspringen

Je mag als springruiter nog zo ervaren zijn en nog zoveel paarden hebben gereden, paarden blijven altijd verrassen. Je bent nooit uitgeleerd. De essentie van paardrijden is voor mij dat de ruiter zich ten allen tijde aanpast aan het paard en alles doet om te voorkomen dat tijdens de rit en de sprong de balans wordt verstoord. Je mag je paard geen moment in de weg zitten. Tobalio zit ik zo min mogelijk op zijn rug. Rijden heeft geen enkel effect op hem. Hoe minder ik erop klim, hoe beter hij in zijn vel zit. Tobalio heeft mij geleerd dat grondtraining aan de longe en vrijspringen veel effectiever zijn dan steeds maar weer in het zadel stappen. Wat Irma en ik met Tobalio doen, doen we ook tegenwoordig ook met de andere paarden. Ook die reageren beter. Alleen erop gaan zitten als het echt nodig is heeft mij geleerd dat veel training onder de man in feite onzintraining is, oftewel training die nergens toe leidt.

Albert Voorn

0 81
stal

Op stal is heel wat te doen. Daarom hebben we het gelijknamige themanummer uitgebracht. Paardensport is populair en er gaat veel geld in om. Dit is overheid en politiek natuurlijk niet ontgaan en waar die twee om de hoek komen kijken, ligt regelgeving op de loer. Neem paardenwelzijn. Wie tegenwoordig nog paarden in stands houdt, wordt met de nek aangekeken. Een stand, waarin het paard aan de muur staat vastgebonden, is niet meer van deze tijd. Een paard heeft recht op een box. Niet een met een standaardafmeting van 3 x 3 m, maar, zo heeft iemand bedacht, een box van (2 x stokmaat)². Dus 3,30 x 3,30 meter voor een paard van 1,65 meter.  Het is niet te hopen dat je volgende paard 1,72 meet, want dan moet je de stal verbouwen. Onzin? Het is wellicht straks een feit als politiek Den Haag er echt werk van maakt.

Honderdduizenden paarden in ons land hebben tot echt niet zo lang geleden op stal gestaan in een stand. Die paarden waren in tegenstelling tot die van nu wel bijna dagelijks volop aan het werk en in beweging. Waren die dieren destijds slechter af dan rijpaarden van nu in een box, die hooguit een uurtje per dag buiten of in de rijbaan komen? Dat is nog maar de vraag. Een ruime box alleen biedt geen garantie dat welzijn goed voor elkaar is. Dagelijks veel bewegen, afwisseling in het werk en sociaal contact zijn veel belangrijker dan afmetingen. Met dit voor ogen wens ik u veel leesplezier met het themanummer toe.

Ton Corbeau (hoofdredacteur Hoefslag/twitter: @Ton_Hoefslag)

Klik hier om het nieuwste themanummer online te bestellen. (onder tabblad ‘Speciale uitgaven’)

0 66

‘Ik ben van mening dat het direct verboden moet worden dat ruiters voorgekwalificeerd kunnen zijn voor de Grote Prijs. Het is fantastisch om naar de beste paarden van de wereld te kijken, zoals afgelopen zondag op CHIO Aken. Maar sportief gezien is het absoluut onacceptabel dat iemand zich niet hoeft te kwalificeren, terwijl anderen zich eerst in een zware proef moeten plaatsen. Het kan niet zo zijn dat je als oud-winnaar of medaillewinnaar zo maar mag starten, net als dat een EK voetbalploeg niet automatisch gekwalificeerd is voor de finale en een Wimbledon winnaar ook gewoon het hele traject moet doorlopen.

Big Star

Als een evenement begint, moet je elkaars gelijke zijn qua kwalificatie en het aantal wedstrijden dat je moet rijden. Je bent in de paardensport al niet elkaars gelijke omdat niet iedereen op een Big Star zit, maar je moet ruiters ook niet bevoordelen. Deze ongelijkheid in de sport is zolang ik paardrijd een doorn in mijn oog en na CHIO Aken vind ik dat ik dit nog eens moet aanzwengelen in de hoop dat er iemand bij de FEI hier oren naar heeft. Het is bovendien een stap in de goede richting om de sport inzichtelijker te maken voor het grote publiek.
Sport hoort gelijk te zijn.  Natuurlijk heb ik genoten van de Grote Prijs-winnaar Big Star, dat is iets fenomenaals om naar te kijken. Hij heeft echter maar één kleinere proef te hoeven lopen en kwam dus zondag fris aan de start. Dat is een heel ander traject dan de paarden die eerst de landenwedstrijd hebben moeten lopen, waarbij twee manches lang het maximale gevraagd wordt qua hoogtes en breedtes van de hindernissen.

Geblesseerd en toch geplaatst

Ik pleit ervoor dat iedereen op een CSIO concours zich via de landenwedstrijd moet kwalificeren voor de Grote Prijs. Daar moeten dus ook individuele ruiters aan de start komen, zodat ze dezelfde proef onder dezelfde inspanningen rijden. Oftewel gelijke omstandigheden voor iedereen.  Een concours hoeft niet bang te zijn voor de afwezigheid van topcombinaties. Als een Grote Prijs is afgelopen of Wimbledon is voorbij denkt niemand: Big Star was niet in de barrage of Federer speelde niet in de finale. Nee, men denkt terug aan hoe mooi de sport was. En het mooie van sport is dat er steeds verschillende mensen bovenaan staan. Het moet niet eentonig zijn.
Verder vond ik het verbazingwekkend dat paarden die niet inzetbaar waren voor de landenwedstrijd vanwege blessures of omdat ze niet fit waren, toch geplaatst waren voor de Grote Prijs op zondag en daar aan de start kwamen. Gebeuren daar in Aken wonderen of zo?

Albert Voorn

Wie met paarden in de weer is, komt voor verrassingen te staan. Het ene moment zit je hoog te paard, even later sta je weer met beide benen op de grond. De Nederlandse ruitertop weet dat als geen ander. Neem dressuur. In 2007 werd de decennialange hegemonie van Duitsland door Nederlandse ruiters doorbroken, maar deze machtsgreep hield slechts stand tot en met de wereldruiterspelen van 2010. Met de verkoop van het miljoenenpaard Totilas was Nederland van de ene op de andere dag terug op aarde. In 2011 werd Adelinde Cornelissen met Parzival voor eigen publiek in Rotterdam nog wel Europees kampioen, maar het team kwam niet verder dan brons. Tijdens de Olympische Spelen van Londen in 2012 mochten we zelfs blij zijn met teambrons. Het lukte dankzij drievoudig Olympisch kampioen Anky van Grunsven, die op het laatste moment nog eenmaal Salinero van stal haalde om Oranje de beslissende zet richting podium te geven

In augustus tijdens het EK in Denemarken van dit jaar ligt een bronzen teammedaille in principe nog verder weg dan in Londen. Uitgerekend Parzival, die na het vertrek van Totilas en Salinero de Nederlandse dressuur op sleeptouw heeft genomen, zit in de lappenmand. Na de wereldbekerfinale in Gothenburg leek de puf er uit. Hartritmestoornissen was de diagnose. Herstel zal zeker enkele weken duren en dan kan de training rustig worden opgepakt. Het is nog maar de vraag of de vos op tijd weer aansluiting krijgt met de absolute wereldtop. Het is maar zo augustus.  Zonder Parzival kunnen we het in Denemarken wel vergeten, zelfs nu we mogen constateren dat de ster van Undercover onder Edward Gal de laatste tijd wel heel sterk stijgt. Die twee gaan in uitgestrekte galop richting top

Tijdens de landenwedstrijd op 19 juni tijdens het CHIO Rotterdam zijn die twee zeker vaandeldrager van het Nederlandse team. De andere paarden voor Rotterdam zijn Romanov (Hans Peter Minderhoud), Uzzo (Patrick van der Meer) en Wynton (Madeleine Witte). Het zal voor eigen publiek een hele kluif worden in Rotterdam het Wilhelmus te doen klinken, terwijl wij net als Duitsland toch een typisch dressuurland zijn. Dressuur mag dan bij ons met afstand de meest populaire sport met paarden zijn en onze dressuurfokkerij mag wereldwijd een grote naam hebben, toch is de top erg smal. Daarin onderscheidt ons land zich niet van landen, waar dressuur op een veel lager plan staat. Je mag concluderen dat slechts heel weinigen het in zich hebben de absolute top te bereiken. Wie er in slaagt, zal zich altijd in heel klein gezelschap bevinden.

Auteur: Ton Corbeau (hoofdredacteur Hoefslag, ook te volgen via twitter: @Ton_Hoefslag)/Foto: Remco Veurink

 

De FEI Nations Cup-serie is nog maar net op gang, of Oranje heeft al drie zeges op zak, waarvan die in La Baule een extra gouden randje had. Probleem is wel dat deze drie wedstrijden de Nederlandse ruiters alleen applaus en prijzengeld opleverden. Ze tellen niet mee voor de punten, op weg naar een finaleplaats, eind september in Barcelona. De punten moeten worden verdiend op vier van tevoren aangewezen wedstrijden. Voor Nederland zijn dat Sankt Gallen, Rotterdam, Aken en Falsterbö. Het Zwitserse Sankt Gallen viel vorige week letterlijk in het water. Oorzaak: heel veel regen. Er was geen houden aan.

Nu hebben ze daar in de buurt van de Bodensee de nodige ervaring met wateroverlast. De EK’s springen van 1987 en 1995 gingen eveneens kopje onder. In 1987 blesseerde drievoudig Europees kampioen Deister (Paul Schockmöhle) zich er onherstelbaar in de blubber. Springruiters zwoeren vervolgens nooit meer in Sankt Gallen te zullen starten, maar toen de FEI het EK van 1995 opnieuw aan Sankt Gallen toewees, werd al gauw duidelijk dat die levenslange boycot een loze kreet was geweest. Ook tijdens het EK van 1995 sloeg het slechte weer keihard toe. Blikken militairen voorzien van prikstokken werden opengetrokken om het water af te voeren. Hete lucht onder plastic leverde evenmin het gewenste resultaat op. De openingswedstrijd direct op tijd werd afgelast. De Duitse ruiters, die het eerdere trauma van Deister’s blessure in de blubber van 1987 nog duidelijk op hun netvlies hadden staan, dreigden hun toch al doornatte handdoek in de ring te gooien. En dan is het 2013. De sluizen staan opnieuw wijd open boven Sankt Gallen. Natuurlijk gingen er weer stemmen op om de landenwedstrijd af te gelasten. Alleen de Duitse springruiters voegden de daad bij het woord toen de FEI zijn poot stijf hield. ‘The show must go on’, dus trotseerden de Duitsers uitsluiting van verdere deelname en degradatie uit de eredivisie van de springsport.

Na de eerste manche viel toch het doek voor de landenwedstrijd en werd een barrage ingelast om een winnaar aan te wijzen. De les van Sankt Gallen 2013 is dat ‘wellfare of the horse’ een rekbaar begrip is in een sport waarin uiteenlopende belangen om voorrang vechten. Het Nederlandse team dat op Olympische sterkte voor de punten naar Sankt Gallen was gekomen, hield zijn meest waardevolle paarden op stal en zadelde ‘tweede keus’. Welzijn van ‘tweede keus’ is blijkbaar minder weers- en terreingevoelig dan van ‘eerste keus’. Of hebben wij nooit een echt toppaard in de bagger verloren?

Auteur: Ton Corbeau (hoofdredacteur Hoefslag, ook te volgen via twitter: @Ton_Hoefslag)

 

Hogere temperatuur en langer licht. We kunnen weer naar buiten met de paarden. Dat is goed nieuws voor mens en vooral dier. Zeker bij het paard zit gezondheid in de beweging, dus weg uit die bedompte overdekte rijbaan. Te paard in de vrije natuur is zoveel plezier te beleven. Was het maar zo eenvoudig. Het gros van de dressuurliefhebbers komt ook bij aangenaam weer met het paard nooit het erf af, of het moet om een wedstrijd gaan. Best vreemd want tijdens een buitenrit kun je ook dressuuroefeningen doen. Het paard zal dankbaar zijn voor deze afwisseling. Vaak is het de angst die een ruiter ervan weerhoudt het paard eens even lekker een frisse neus te laten halen. Dressuurpaarden van tegenwoordig zijn toch al gauw opgewonden standjes. Het rijden van een ereronde na een  prijsuitreiking is al problematisch, laat staan een vlotte galop door het vrije veld. Dressuur heeft alles met scholing van het paard te maken. Hoe hoger het niveau, des te hoger de graad van africhting op weg naar volmaakte harmonie tussen mens en dier. Met een goed afgericht Grand Prix-paard moet je zonder problemen een buitenrit kunnen maken, maar de praktijk is vaak anders. Of er schort iets aan opleiding en africhting of we zitten met dressuur als wedstrijdsport op het verkeerde spoor. Het dressuurpaard moet imponeren met veel expressie. Dat botst nogal eens met het rijkunstige ideaalbeeld beeld van een ruiter en paard in volstrekte harmonie. Voor wie daar als ruiter mee kan omgaan, ligt een wijde wereld vol rijplezier open.

Ton Corbeau
(Verschenen in Hoefslag nr 5/mei 2013)

 

Stakende en schrikkende paarden bepaalden het beeld tijdens de Grand Prix-opwarmer voor de wereldbekerfinale. Nu heeft die wedstrijd op zich niet zoveel om het lijf. Je kunt deze rubriek beschouwen als een veredelde ringverkenning. Echter niet op een wijze waarop het in Gothenburg gebeurde. Een steigerende Miciano en letterlijk doordraaiende Parzival wil je niet zien in een grote finale. De oorzaak van alle opwinding binnen de witte hekjes was de gewijzigde decoratie erbuiten. De ruiters die met alle goede bedoelingen om zes uur ’s ochtends hun laatste trainingsrondje reden, kwamen bedrogen uit. Waar een volledig uitgeruste wedstrijdring werd beloofd, bleek de lokale bloemist zich vlak voor de wedstrijd nog aardig te hebben uitgeleefd. Op de letters waren rode bloemen geplaatst en de witte bloemen langs de ring waren verveelvoudigd. Het leverde morrende ruiters op en een protest van Patrik Kittel. Nu was dat overdreven. De Zweed had zich beter de negatieve energie kunnen besparen. Op basis van de regels was al bekend dat hij weinig kans had op een goede afloop. Overdreven was ook de reactie van mensen die beweren dat dressuurruiters niet moeten zeuren om een bloemetje. Een springruiter zou zijn paard er gewoon doordrukken, laat staan dat het springpaard überhaupt zou schrikken. Wie enig besef heeft van de wijze waarop paarden de wereld om zich heen zien, weet beter. Het paard is als prooidier zeer goed in staat een visuele blauwdruk van de omgeving op te slaan. Hoe beter het paard in staat is een verandering in zijn omgeving te zien, hoe beter de overlevingskans. Dat een paard kijkerig is op iets dat er eerder nog niet was in zijn directe omgeving is dus normaal. Dit feit alleen is nog handelbaar voor een ruiter. In combinatie met een piaffe op de plaats en ratelende fotocamera’s in de nabijheid gaan echter de interne alarmbellen rinkelen en kan het vluchtinstinct de overhand krijgen. Niks onkunde van de ruiter dus, wel van de organisatie, die hopelijk in de Kür de zaakjes wel op orde heeft.

Hoe ziet een paard zijn omgeving?
Kennis over de visuele eigenschappen van ons edele vluchtdier is essentieel voor iedereen die met paarden werkt. De nieuwste Hoefslag publiceert hierover een uitgebreid artikel. Naast bovenstaande komen andere feiten aan de orde en worden fabels, zoals wat er af te lezen is aan een paardenoog, ontkracht. (foto: Remco Veurink)

Door Peter van Pinxteren vanuit Gothenburg

0 66

De wereldbekers vormen al jaren de ruggengraat van het winterseizoen. Springruiters hebben de wereldbeker sinds 1978, dressuur kreeg hem in 1985, terwijl de vierspannen nu aan hun twaalfde indoorseizoen bezig zijn. Zowel bij het springen als dressuur moest het ruitergilde er aanvankelijk weinig of niets van hebben. Bedenkers en uitvoerders  Max E. Ammann uit Zwitserland en Joep Bartels moesten aanvankelijk stevig tegen de stroom inroeien, maar kregen wel hun zin. Bij de vierspannen stond initiator Karl Iseli voor minder problemen. De vierspannen vormen een klein wereldje en waren allang blij dat er zoiets voor het winterseizoen werd bedacht.

Intussen zijn de drie wereldbekers niet weg te denken, maar moeten we daar zo gelukkig mee zijn? Het is al jaren veel van hetzelfde.  De springruiters zitten vooral achter het grote geld aan, dressuurruiters mijden elkaar buiten de grote kampioenschappen en bij de vierspannen wint altijd dezelfde. Alleen in de finales weet het publiek waar het aan toe is, al is een finale zeker geen garantie dat het beste van het beste daar met elkaar de strijd aangaat. Vorig jaar had finaleplaats ’s-Hertogenbosch zichtbaar last van de Olympische Spelen, die vier maanden later in Londen van start gingen.

In feite zijn de wereldbekers niet meer dan een aantal volstrekt op zichzelf staande wedstrijden, waarin ruiters punten kunnen verdienen om zo een finale binnen te galopperen. Winnen in Helsinki levert een springruiter punten en 30.000 euro prijzengeld op. Wint hij een week later in Lyon dan verdient hij naast kwalificatiepunten, maar liefst 66.000 euro. Laat zich raden waar de beste ruiters starten. Over uniformiteit van zo’n serie gesproken. Zolang die ver te zoeken is, kun je zo’n serie onmogelijk serieus nemen.

(Foto: Sergio Alvarez Moya en Zipper, winnaars van de wereldbeker springen in Verona)

Ton Corbeau

 

Volg Ton op Twitter: https://twitter.com/Ton_Hoefslag

Volg ons!

103,131FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer