Tags Posts tagged with "Blog"

Blog

Isabell Werth - Don Johnson FEI European Championships Aachen 2015 © DigiShots

Isabell Werth liet zich onlangs negatief uit over het schrappen van de hoogste en laagste score per onderdeel. Dat snap ik wel; zij wint alles, dus voor haar moet er echt niets veranderen in het jureren.

En Werth staat niet alleen; de meeste toonaangevende dressuurnaties zijn tegen het schrappen van de hoogste en laagste score per onderdeel op het protocol. Nederland en Italië zijn voorstanders van het voorgestelde nieuwe jureersysteem, andere landen volgen nog geenszins. Bezwaar is het aanmoedigen van voorzichtig jureren en het schrappen van de afwijkende resultaten zou op het eindtotaal nauwelijks enig effect hebben.

‘Fijn gereden, jammer van het juryverschil’

Helaas behoren Nederland en Italië niet meer tot de toonaangevende dressuurlanden dus ik kan mij zo voorstellen dat de stempel van buurland Duitsland zwaar gaat drukken in deze discussie. Feit is wel dat – in tegenstelling tot wat Isabell Werth beweert – ruiters zich wel degelijk druk maken over de puntenverschillen. Wekelijks plaatst een ruiter wel de opmerking: ‘fijn gereden, jammer van het juryverschil’. Het gevolg is dat juryleden zich weer druk gaan maken over deze verschillen en zich hierdoor laten beïnvloeden. Dat heeft niets te maken met voorzichtig jureren.

Ook is het te gemakkelijk om de puntenverschillen te verklaren door de positie van de jury. Het is logisch dat de verschillende posities van invloed zijn op de beoordeling. Echter niet in die mate zoals – helaas – vaak wordt geconstateerd (verschil van meer dan 5% is geen uitzondering). Isabell Werth ziet de oplossing in bijscholing. Die zie ik niet, want er is niets mis met de opleiding en bijscholing van juryleden. Het gaat om het uniformeren van subjectieve waarnemingen en dat is knap lastig.

Discussie alleen op internationaal niveau

De aangehaalde rekensom gaat evenmin op. Het is logisch dat een herberekening niet zoveel verschil zal laten zien. Echter bij de invoering van het schrapsysteem zullen juryleden meer de richting van uniformiteit worden opgeduwd en dat moet mijns inziens wel degelijk een groot verschil gaan uitmaken. Het testen hiervan is dan ook meer dan de moeite waard.

Het is jammer dat deze discussie alleen op internationaal niveau wordt gevoerd. Uiteindelijk gaat het om een handjevol (vorig weekend bijvoorbeeld zeven deelnemers in de kür in Oldenburg) ruiters. Toegegeven op internationale grote toernooien zijn het er veel meer, maar het gaat erom dat de grootste groep ruiters hier niet toe behoort en ook belang heeft bij minder verrassingen tijdens het jureren. Alleen kan het schrapsysteem bij deze grote groep deelnemers niet worden ingevoerd, omdat er veelal maar 1 of 2 jury’s zijn. Dan valt er niets te schrappen.

Bestuderen en evalueren

Alles begint bij het begin. In de basissport moeten juryleden wel naar de proef kijken (zie eerdere publicatie over collega jurylid). Ook moeten juryleden bij de beoordeling van boven naar beneden werken en niet andersom. En verder zou de KNHS eens wat protocollen en uitslagenlijsten moet bestuderen en evalueren. Of het verloop (steekproefgewijs) van een individuele ruiter die op de ene wedstrijd twee winstpunten binnensleept en een week later nul.

En als we het over schrappen hebben: ZZ licht en ZZ Zwaar. Niets is zo demotiverend als deze klassen, de vreemde eend in de bijt. Bedoeld als voorbereiding op de lichte tour, in werkelijkheid een tegenovergesteld effect. Dat blijkt wel, want Nederland haalt geen medailles meer. In de buurlanden begint de suptop (ook zo raar, want Grand Prix valt daar dan ook onder en dat lijkt mij toch echt topsport) met de klasse DM die is onderverdeeld in een lichtere en een zwaardere proef. Prima en daarna volgt de DS klasse, ook weer onderverdeeld in verschillende niveaus. Duidelijk, helder en geen gedoe met even en oneven nummers etc.

Wie wil zich nog door het ZZ worstelen?

Het aantal wedstrijdruiters neemt in Nederland drastisch af. Logisch, want wie wil zich door de ZZ klasse heen bijten. Als de KNHS deze uitslagen eens gaat bestuderen moet zij tot de conclusie komen dat het nog bijzonder is dat er ruiters zijn die zich voor deze klasse opgeven. Even een willekeurig voorbeeldje van een recente subtop wedstrijd:

 

Ruiter Paard Vader Kl. prc. C H
1 952 Natascha Veen Damoiselle Vivaldi ZZZ 69,57 68,86 (1) 70,29 (1)
2 587 Marsha Smits Actie W Goodtimes ZZZ 64,29 64,00 (3) 64,57 (2)
3 523 Teatske Bunschoten Haico Haarlem ZZZ 61,71 63,14 (4) 60,29 (3)
4 355 Stephanie Berends Sipko’s Enrico Vader Onbekend ZZZ 61,07 65,43 (2) 56,71 (9)
5 145 Monique Kao – Van Manen Bluelines Zing Lady Riverdance ZZZ 61,00 61,71 (5) 60,29 (4)
6 778 Rommie Stegeman Brenna Obelisk ZZZ 59,79 61,14 (6) 58,43 (7)
7 275 Laura De Ruiter Beau Tenerife Vdl ZZZ 59,50 58,71 (9) 60,29 (5)
8 641 Daniëlle Van Bergen Ayden of Gold Democraat ZZZ 59,36 59,57 (8) 59,14 (6)
9 404 Marrit Reusien Brinkhof’s Filius Apache Apache ZZZ 58,93 59,71 (7) 58,14 (8)
10 154 Henricke Krol – van ’t Hof Alibaba Tchaikovsky ZZZ 57,29 58,14 (10) 56,43 (10)
11 533 Martha Van der Meulen Stal De Merskens Benke Dries 421 ZZZ 55,64 55,71 (11) 55,57 (11)
12 476 Gea Algra Carajana Radisson ZZZ 54,36 54,57 (12) 54,14 (12)

 

Van de twaalf combinaties wisten zeven geen voldoende percentage te behalen.  Moeten we daaruit concluderen dat zij de winstpunten in het ZZ-Licht cadeau hebben gekregen? En 61% goed voor een prijs? En dan moet je er nog negen! De paarden zijn bejaard als ze naar de lichte tour mogen!

Motivatie

Zowel het jurysteem als de promotieregeling dienen een motiverende werking te hebben. Ik ken genoeg ruiters die zijn afgehaakt vanwege het gebrek daar aan.

En mijn theorie lijkt ondersteund te worden door het navolgende. Die ruiters die zich wel door het slagveld heen weten te rijden moeten dan door dit zware traject toch echt wel klaar zijn voor de volgende stap. Weer even een voorbeeld, nu een Prix St.Georges-proef

Kl. Vereniging prc. C H
LT Zuidplasruiters, RV. 65,59 64.34 (1) 66.84 (2)
LT Hs Heiloo e.o., RV. 65,53 63.68 (2) 67.37 (1)
LT Ruterwille, RV. 61,97 61.05 (3) 62.89 (3)
LT Sportpaarden Amsterdam (SPA), RV. 61,25 61.05 (4) 61.45 (5)
LT Belckmeer, RV. 59,34 57.11 (7) 61.58 (4)
LT Ruterwille, RV. 59,08 58.03 (5) 60.13 (6)
LT Berkenruiters, RV. 57,83 55.79 (9) 59.87 (7)
LT Oostelijk West Friesland, RV. 57,24 56.84 (8) 57.63 (8)
LT Belckmeer, RV. 56,91 57.63 (6) 56.18 (9)
LT Hs Heiloo e.o., RV. Vrijw 0.00 (x) 0.00 (x)

 

Dit lijkt geenszins op een vlotte doorstroming. Immers, meer dan de helft van de combinaties behaalde geen voldoende resultaat. Overigens lijkt van een serieus juryverschil probleem geen sprake. Onbegrijpelijk is het wel nu deze combinaties in de ZZ-Zwaar klasse tien winstpunten hebben behaald. Voor de doorstroming naar de midden- en zware tour geldt exact hetzelfde. Voorbeelden ten overvloede.

‘Nederland is te negatief’

Uiteraard heb ik ook geen passende oplossingen. Dan had ik wel bij de KNHS gesolliciteerd. Wel ben ik van mening dat het jureren in Nederland nog veel te negatief wordt benaderd ten opzichte van andere landen en dit ‘lage’ jureren zeker niet bijdraagt aan een goede doorstroming naar de hoogste regionen.

Normaal leer je als kind paardrijden op een manege waar de pony’s netjes achter elkaar aanlopen en doen wat er van hen gevraagd wordt. Bij mij liep dat net even anders; ik leerde rijden op een renstal met super snelle en vooral eigenwijze Arabieren. Deze toppers werden gefokt en getraind voor de renbaan.

Flinterdun zadel

Het was een komen en gaan van jaarlingen die uit de opfok kwamen en ingereden, doorgetraind en uitgebracht werden op de renbaan. Het was fascinerend om te rijden op deze snelle paarden. Steeds harder en sneller, niets was mij te gek. Korte beugels en een flinterdun zadel, ik kende niet anders. Van netjes een rondje door de bak was geen sprake, het merendeel van de paarden (en ik ook niet) had überhaupt nog nooit een dressuurbaan van dichtbij gezien.

Een afgeschreven paard

Naarmate ik ouder werd nam de ‘productie’ van de stal af, meer paarden bleven langer bij ons staan en zo ook Duc. Duc kwam als jonge hengst op stal, hij was net als alle andere redelijk maf; een echte Arabier. Luisteren was niet zijn sterkste kant. Na een aantal buitenritjes die geëindigd waren tegen een boom of in de sloot, werd besloten hem te castreren. Duc was op de baan niet echt een topper, hij durfde niet in te halen (wel zo handig als hij ooit nog iets wilt winnen in de rensport) en hij werd ‘afgeschreven’.

Niemand reed graag op hem

Ik was in de loop der jaren helemaal verliefd geworden op zijn gekke karakter. Bij het trainen reed niemand graag op Duc, behalve ik. Op het moment dat er besloten werd om hem niet meer uit te brengen op de baan, heb ik een bod op hem gedaan. Na hard sparen kocht ik als zeventienjarige een Frans gefokte Arabisch volbloed genaamd Duc.

Lange stijgbeugels

De renstal liet ik achter en wij vertrokken naar een kleine stal in mijn woonplaats. Hier maakten wij voor het eerst kennis met een bak, een baan van 40 bij 20. Dit was wel iets anders dan de eindeloze grasvlakte waar je gemakkelijk de 50km per uur haalde. Met veel vallen en opstaan begonnen wij met de beginselen van de dressuur, beugels die langer waren dan je zadel, rijden met je benen in plaats van je handen en zitten in plaats van staan.

Galopperen op standje ‘renbaan’

Een aantal jaar later starten we voor het eerst in de F1, dit ging goed, vooral omdat Duc dan niet hoefde te galopperen. Galopperen ging namelijk nog steeds op standje ‘renbaan’ en geloof mij, dat was niet handig in dat bakje :). Inmiddels zijn wij samen verder gekomen dan ik tien jaar gelegen durfde te dromen en zijn wij onlangs gestart in het L1.

Ervaring en kennis delen

Toen ik begon met paardrijden maakte wij nog geen gebruik van internet zoals nu. Verbinding maakte je door in te bellen en niemand wist wat Google was. Voor vragen of informatie over paardrijdspullen ging je naar de winkel. Dit is met de komst van internet tegenwoordig heel anders. Op internet is van alles te vinden, vaak goed, soms fout. Vanuit mijn kennis en ervaring, die ik graag wil delen met ruiters zoals ikzelf, is mijn website www.galopperen.nl ontstaan.

Het gezicht van Galopperen.nl

Op mijn website deel ik informatie over allerlei paardenspullen en ruiterbenodigdheden zoals rijhandschoenen, maar ook specifieker over bijvoorbeeld een Mexicaans hoofdstel. Ik bespreek de trends in de paardenwereld en geef tips over het onderhoud van jouw paardenspullen. Regelmatig schrijf ik blogjes om mijn ervaring te delen, afgewisseld met een blogje over het leven van mijn paard Duc. Om de productpagina’s te voorzien van de juiste afbeeldingen heeft Duc model gestaan. Mijn bijrijder en ik hebben een hele dag gek gedaan om zijn aandacht te trekken voor een mooie foto. Maar nu kan ik met trots zeggen dat hij het gezicht is van Galopperen.

Work in progress

De website staat nog in de kinderschoenen en wordt iedere week verder uitgebreid. Er zullen nog veel pagina’s, blogs en afbeeldingen volgen, maar toch ben ik al ontzettend trots op het mooie design, informatie en de mooie foto’s.

Bedankt voor het lezen van mijn artikel! Ben jij benieuwd geworden naar Galopperen.nl? Neem snel een kijkje! Galopperen is actief op Facebook (www.facebook.nl/galopperen) en Instagram (www.instagram.com/galopperen.nl).

Liefs, Lieve de Wit en Duc

0 665
mounted police

Het is alweer een aantal jaartjes geleden, maar ik denk nog vaak terug aan die vreemde tijd toen mijn leven nog verdeeld was tussen mijn geliefde Cornwall en Amerika; het land waar ik mij zo’n ongelofelijke vreemde eend in de bijt voelde. Totdat ik de kans kreeg om als vrijwilliger bij de Mounted Police Unit in Portsmouth, in de staat Virginia, te trainen…

Niets voor een paardenvrouw

Waarom een natuurliefhebbende paardenvrouw zich liet verleiden om, weliswaar tijdelijk, in de grootste havenstad te gaan wonen…drie keer raden. Maar het duurde niet lang voor ik de warme paardenlijven zo verschrikkelijk begon te missen, dat ik er ’s nachts niet meer van kon slapen.

Een inmiddels goede vriend belde me op een ochtend op met de mededeling dat ik over vijf minuten klaar moest staan voor een uitje. Wij reden tot mijn grote verbazing naar de lelijke braakliggende terreinen tussen de enorme industriële haven van Norfolk en de overwegend zwarte getto’s van Portsmouth.

Een deprimerender uitzicht kan ik eerlijk gezegd niet bedenken, dus ik begon me wel af te vragen wat dit ‘uitje’ ging worden.

Vertrouwde paardenmestlucht

We stopten bij een soort modern opslaggebouw waar een aantal politiewagens geparkeerd stond. Mijn vriend Bill liep voor me uit de open schuifdeuren binnen en ik rook het al…die ouwe vertrouwde geur van stro en paardenmest.

Ik trof zes stallen aan, met over iedere deur een lief paardenhoofd. Bill liep door naar het eind waar een deur zat die toegang gaf tot een klein kantoortje waar drie politiemannen in uniform aan hun bureau zaten. Ik werd voorgesteld, maar die belachelijke brok in m’n keel weerhield me ervan om behoorlijk antwoord te geven.

Mike Stallings liep voor ons uit om de paarden aan me voor te stellen. Toen bij de laatste stal de deur openging, sprong een grote vos schichtig de hoek in. Mike had me inmiddels verteld dat de Mounted Police in Portsmouth een nieuwe unit was en alle zes paarden gedoneerd waren.

Tja waarom geven mensen hun paarden weg? Niet altijd om eerlijke redenen. Een van de paarden was zo nu en dan kreupel en deze Saddlebred, Jessie, daar kon niemand iets mee.

Meteen een klik

Inmiddels had ik mijn spraak terug en vroeg of ik even de stal in mocht. Ik zag een prachtig paard dat liefde nodig had en daar had ik hopen van. Jessie dacht er niet lang over voor hij naar me toekwam. ‘Voorzichtig, hij slaat’, zei Mike, maar Jessie had allang besloten dat wij dezelfde taal spraken. Hij was lief en voorzichtig met een soort vragende oogopslag, terwijl ik hem liet merken dat ik helemaal niets van hem verwachtte behalve rust.

Dat vonden deze politiemannen geweldig, dus terug in het kantoortje kwam de aap uit de mouw. Ze hadden hulp nodig. Alleen Mike kon echt rijden. De andere drie waren vrij onervaren. Wilde ik hen lesgeven en durfde ik Jessie aan? Als vrijwilliger, natuurlijk, want zij hadden geen geld en ik geen werkvergunning.

Een geweldige uitdaging

Heel lang hoefde ik hier niet over na te denken. Naast het werk op de zeilboten van mijn vriend had ik niet veel aansluiting en ik miste de paardentraining verschrikkelijk. Het idee om een deel van mijn tijd weer op paardenruggen door te brengen en deze kerels op weg te helpen, leek me een geweldig avontuur en uitdaging.

Ik begon meteen de volgende dag. Er was een kleine paddock waar ik in eerste instantie op alle paarden geklommen ben. Ook op Jessie. Er was helemaal niks verkeerd aan dit paard. Gewoon een onbegrepen heethoofd. Na de eerste ochtend was het duidelijk. Behalve Mike hadden de andere mannen dringend zitlessen nodig. Daarnaast moest Jessie regelmatig gereden worden. Hij had al een maand voor een groot deel op stal gestaan omdat alleen Mike hem in de paddock durfde te zetten.

Dat ging vanaf nu veranderen. Ik reed hem iedere ochtend waarna hij de paddock inging voor een uurtje of wat. Daarna kon iedereen hem binnen zetten. Zo mak als een lammetje.

Daarnaast gaf ik zitlessen aan de rand van de haven met uitzicht op de enorme containerschepen vanuit de hele wereld! Gekker kon het eigenlijk niet.

Sirenes en een neppistool

Jessie leerde snel. Samen reden we over de braakliggende terreinen waar aan het einde een kleuterschooltje voor de getto’s zat. Daar reden we dan omheen met allemaal zwaaiende kindertjes voor de ramen. Langzaam begon Jessie de wereld weer leuk te vinden en werd hij met de dag minder bang.

Het werd tijd voor het intensievere deel van de training. Samen met zijn beste vriend, het paard van Mike die alle kneepjes van het vak goed kende, lieten we hem kennismaken met een politieauto met zwaailicht en daarna met een sirene. Hij reageerde even scherp, daarna was er geen probleem.

Diezelfde week liepen we al over een stuk spaanplaat, ik geef toe, een paar hopjes op de achterbenen, daarna was het gesneden koek voor hem. Een maand later kon Mike letterlijk vlak naast hem met een neppistool knallen, tot ik er zere oren van kreeg.

Portsmouth, here we come!

‘Zo’, zei Mike op een ochtend, ‘ben je er klaar voor, zullen we de stad maar eens ingaan?’ Ik kreeg een politiejack aangereikt. Een beetje zenuwachtig was ik wel, maar Jessie voelde zo goed toen we de rand van Portsmouth naderden, dat ik mijn benen al snel langer voelde worden en het vertrouwen m’n zitbeenknobbels begon uit te kruipen.

Het was een spannend moment toen Mike mij de door hem uitgeschreven bekeuring voor een fout geparkeerde auto aangaf. Ik moest Jesse zodanig naast de auto zetten dat ik de bekeuring onder de ruitenwisser kon steken zonder met mijn beugel in de lak te krassen. Tijdens de oefeningen ging dit altijd heel goed en gelukkig dit keer ook.

Toen Mike en ik voor een groot monument, rustig naast elkaar opgesteld, samen het verkeer op High Street aan ons voorbij lieten gaan, voelde ik me euforisch, ‘Portsmouth, here we come!’, was het enige dat maar door m’n hoofd bleef suizen.

Oproer en achtervolging

Na een paar maanden hadden alle mannen een veel betere balans en de paarden dus veel minder last van een slechte teugelvoering en ik was best trots als ik ze vanuit mijn woonkamerraam ’s avonds langs zag komen. Soms stopten ze even om voor het huis een praatje te maken.

Toen, ergens op een hete zomeravond, hoorde ik eerst een gillende sirene en zag daarna drie paarden langs galopperen achter de politiewagen aan. Het deed me werkelijk aan ’McCloud’ denken, de serie uit m’n jeugd.

De volgende dag hoorde ik dat ze achter een overvaller aanzaten. Deze was uitgerekend door een van de politiemannen te paard klemgereden in een smal steegje waar de politieauto de achtervolging moest staken omdat hij er niet in kon.

Wat een verrassing!

Niet lang daarna was mijn verjaardag. Die ochtend, toen ik nietsvermoedend het kantoortje binnenkwam, stonden daar vier politiemannen te zingen met voor hen op tafel een door hen zelf versierde taart met van die afschuwelijke vieze icing in de vorm van een zeer mislukt paardenhoofd.

Wat een verrassing! Een groter of betere blijk van waardering hadden deze kerels me niet kunnen geven.

mounted police

De toekomst van Jessie

Jessie en ik zijn samen een heel eind gekomen, maar ik voelde de bui wel hangen. Dit was geen paard voor de vrij onervaren politiemannen. Ik heb geprobeerd om de beslissing zo lang mogelijk uit te stellen. Hoe langer wij samen door konden, hoe zekerder Jessie’s toekomst voor een goed volgend thuis werd.

Ik heb niet willen weten waar hij uiteindelijk terecht is gekomen. Het deed te zeer. Ik denk nog vaak aan hem. Als hij in m’n koffertje had gepast had ik hem mee naar Cornwall genomen…

Liz Barclay

Foto boven verhaal: West Yorkshire Police Mounted Section

Koosje Mulders - Wim Subtop 2017 © DigiShots

Laat ik jullie eens meenemen in mijn gedachtegang tijdens de proef nu ik Grand Prix rijd (super tof trouwens om alleen al te kunnen zeggen). Dat gaat ongeveer als volgt. ‘Ok, daar gaan we, A-X binnenkomen moet lukken, hebben we vaker gedaan. Uitstrekken, hobbel de bobbel, maar vooruit, niet slecht. Jeetje wat zijn die appuyementen toch scherp! Wie heeft die B dichterbij gezet?! Halthouden. Wim, vijf passen achterwaarts. Wim? WIMMM??!!! Godsamme, wat gênant. Dat moesten er in de L2 al kunnen…. Goed, passage. Kom. Eens. Met. Die. Benen. Van de grond. Laat maar, we zijn al bij de piaffe. Nee, niet stilstaan. Nee, niet te voorwaarts. NEE, niet achterwaarts. Lekker dan, nu kan je het ineens wel? Gelukkig kunnen we even stappen. Blijven ademhalen. Doe nou toch even je kop naar beneden, er valt daar niets te zien. Oh, oh, hoe gaat de rest van de proef ook al weer?

’Leuk, kunnen we!’

Yes, galop, eindelijk even gas geven. Series: leuk, kunnen we goed. Zigzag: vreselijk, kunnen we niet. Zit ik nu al op zes? En nu alweer?? Maar we moeten ook nog opzij. Waren dat 15 eners of 17? Iemand? Nee Wim deze middellijn betekent niet halthouden op X, nog een pirouette. En nee, Wim deze middellijn betekent ook geen halthouden op X, we moeten nog piaffe-passage. Dit ging zo snel, heb ik eigenlijk alles wel gehad? Zucht, het is achter de rug. Toch best wel cool eigenlijk, net echt!’

Verdomd lastig

Als ik iets geleerd heb de laatste maanden is het wel dat Grand Prix rijden verdomd lastig is. Het grootste gedeelte van de proef voel ik me net Brett Kidding, de rol van een grijze oude man met de motoriek van een slingeraap die met verve wordt vertolkt door Tristan Tucker (check YouTube, je lacht je rot. Tenzij het, zoals voor mij, herkenbaar is…). In de Lichte Tour dacht ik bij wijze van spreken nog wel eens aan de boodschappen die ik later die dag nog moest doen. ‘WC-papier niet vergeten’, in die trend. Daar krijg ik nu de kans niet meer voor, maar het is geweldig. Zoals ik al zei, het voelt net echt! Whoohoo!

Hoge duikplank

En twee weken geleden was het ook echt echt. Geen oefenwedstrijd meer, geen HC meer, maar officieel debuteren. Om de sprong in het diepe een beetje kracht bij te zetten, had ik een behoorlijk hoge duikplank uitgezocht: It’s all Dressage in Zeeland. Waar meerdere Olympische ruiters blijkbaar ook graag rijden. Oeps. Maar we hebben ons redelijk staande gehouden en scoorden ruim 65%. Het coolste moest nog komen. De dag daarna mocht ik meteen mijn eerste Grand Prix kür rijden. Omdat ik nog geen eigen heb, mocht ik van niemand minder dan Edward Gal een kür lenen. Namelijk die van Lingh! Vet stoere muziek en natuurlijk heel bekend. Dat maakte het pas echt net echt. Het was helemaal te gek en we hadden nog 68,5% ook. Het gevoel van ‘net echt’ went denk ik nooit.

Beetje chillen en flirten

Voor de mensen die zich nu afvragen wat Wim denkt gedurende zo’n proef, het komt eigenlijk neer op maar een enkele gedacht: ‘Hehe eindelijk, wat relaxt, we zijn in de ring. En terwijl zij zich mega druk maakt, kan ik rustig een beetje chillen en flirten met de mensen langs de kant.’
Tijdens de Grand Prix:

Tijdens de Kür op Muziek:


Sportjournaliste Koosje Mulders schrijft voor de Hoefslag en is daarnaast fanatiek dressuuramazone op Grand Prix-niveau. Voor onze website houdt ze een blog bij over alles wat ze meemaakt als ze op pad is om te schrijven en over haar paardenleven als ambitieuze amateur tussen de grote jongens.

Foto: DigiShots (archief)

0 612
blog liz barclay

Een week of zes geleden kreeg ik een berichtje. Een klant die zo nu en dan een les heeft was nogal ongelukkig van haar jonge paard gevallen tijdens een wedstrijd en had drie ribben en een sleutelbeen gebroken.

Adrain James Brannelly, een jonge Ier die regelmatig voor Monty Roberts werkt, had nu tijdelijk de teugels in handen en wilde graag voor de volgende samengestelde wedstrijd een les.

Ha! Misschien was dit mijn kans om mijn langgewenste bruggetje te slaan…

Uitdaging

Leuk, ik ben altijd weer nieuwsgierig naar een nieuw gezicht. Twee dagen later reed ik richting Liskeard, een stadje bij Dartmoor.

Toen ik aankwam, was Adrain met Ollie net even een ommetje aan het maken. Audrey, de eigenaresse van dit paard, had me al vaker over hem verteld. Deze jongeman is een van de ruiters die regelmatig voor Monty Roberts op demonstraties op de groene paarden stapt, clinics geeft in een aantal verschillende landen en op zijn regelmatige bezoeken aan Cornwall Audrey met springen helpt.

Nou gaan bij mij de haren bij het horen van de naam Monty Roberts lichtelijk omhoog staan. Niet zozeer vanwege hemzelf, maar vanwege het ‘cultgevoel’ dat met deze naam samengaat. Ik had echter van meerdere mensen in de omgeving gehoord dat Adrain een fijne vent was en ik was vastbesloten om hier een leuke les van te maken, in de hoop dat ik daarna bij een kopje thee toch nog even mijn mening kon verkondigen. Natuurlijk om ook zijn mening te horen.

Gepoetste laarzen

Toen in de verte de schimmel aan een lang teugeltje ontspannen aan kwam lopen vertelde Audrey grinnikend dat Adrain zijn laarzen heel keurig speciaal voor mijn les gepoetst had.

Heel gemeen, twee dames van middelbare leeftijd die grapjes maken over zo’n jonge knul die duidelijk zijn best wil doen.

Na handen geschud te hebben gingen wij aan het werk. Ik kon onmiddellijk zien dat ik met een zelfverzekerde en ervaren paardenman te maken had, met ook zeer duidelijk een springzit. Speciaal voor mij had hij zichzelf niet alleen keurig opgepoetst, maar ook zijn beugels langer gemaakt. Omdat ik wist dat ik met een paar onverwachte bokkesprongen rekening moest houden, zei ik: ‘Doe die maar weer omhoog, ik heb liever dat je om te beginnen veilig en in je eigen balans zit.’ Was ‘ie wel blij mee, geloof ik.

Schepje en poepemmer

Omdat het een dressuurles was, reed deze jongen waarschijnlijk veel behoudender dan hij anders zou hebben gedaan. Het verbaasde mij trouwens niets dat hij met zijn achtergrond het lastig vond voldoende contact met de mond te houden. De schimmel was daarbij behoorlijk achter het been, zeg maar doodgewoon lui. Voor mij is dat een teken, vooral bij een jong paard met weinig ervaring, dat dan juist op wedstrijden, als er gekke dingen gebeuren, van alles mis kan gaan.

Al vrij snel stond ik met een ijzeren schepje op de poepemmer, het enige wat ik zo gauw kon vinden, te slaan om wat leven in de brouwerij te brengen.

Dat hielp, maar ik vermoed wel dat Adrain dacht: ‘Vreemde dressuurinstructrice.’

Maar het gaat hier niet om hoe de les verliep. Nee, dit gaat om hoe fijn het was om met een paardenman uit, laten we het voor het gemak even het andere kamp noemen, te werken, die compleet openstond voor mijn les. Daar had ik namelijk eerlijkgezegd wel op gehoopt, maar niet helemaal verwacht.

Hokjesdenken

Al eerder heb ik voor de Hoefslag een blog geschreven over hoe frustrerend het is om door de nieuwe garde alternatieve paardentrainers in een hokje geduwd te worden. Ik ben er namelijk trots op dat ik altijd open heb gestaan om iets nieuws te leren, als ik denk dat dat het welzijn van het paard ten goede komt.

Hoezeer ik ook uit mijn hokje wilde springen, ik werd altijd ruw weer terug geduwd.

En dit was nu eindelijk een prachtkans om dit uit te spreken en hopelijk eens te laten zien dat het ook anders kan.

Vuur aan de schenen

Wat was ik blij toen Adrain een nieuwe les wilde boeken. En dat terwijl ik hem tijdens ons kopje thee bij Audrey in de keuken toch behoorlijk het vuur aan de schenen had gelegd. Na mijn tirade geduldig te hebben aangehoord, was zijn antwoord duidelijk. ‘Ik hoor bij niemand, ik werk soms voor Monty Roberts en daarnaast sta ik open voor alles waar ik een beter paardenman van word.’

Spons

We hebben er nu zo’n vier lessen opzitten en deze vent is werkelijk een spons. Het is duidelijk dat bij de dressuur niet zijn eerste interesse ligt, maar hij wil leren om het te leren, en niet alleen maar om te winnen. Ik heb heel goed begrepen dat hij, net als ik, openstaat voor alles waardoor hij zich op paardengebied kan verrijken. Ook dat hij min of meer aan een paard vastgelijmd zit, maar, als hij er een keer afgaat, keihard is en er ook zo weer opklimt.

Ik heb hem inmiddels ook met paarden van anderen aan het werk gezien. Hij is goed met mensen en weet heel slim onzekerheden weg te halen, vaak met een grapje en een ondeugende Ierse grijns.

liz barclay
Adrain James Brannelly

No quick fix

Ik ben dus eerlijk gezegd onder de indruk; van zijn eerlijke manier van werken, hoe hij afspraken maakt en zich er ook perfect aan houdt, zijn respectvolle manier van omgang en vooral ook van zijn bescheidenheid.

In ons gesprek waren we het er ook snel over eens dat de meeste problemen met paarden ontstaan door te veel voer en te weinig werk.

Zijn allerbelangrijkste uitspraak is: ‘There is no quick fix’. Muziek in m’n oren, vooral uit die hoek waar toeschouwers op demonstraties in de round pen het idee krijgen dat een paard zadelmak maken in een uurtje gepiept is.

Mission completed

Dus ik ben enorm tevreden. Ik kan volledig openstaan voor Adrain’s manier van werken. Als ik een nieuwe klant krijg die met Adrain begonnen is en dressuurles wil, dan kan ik ervan op aan dat het begin van dit paard eerlijk verlopen is en dat is fijn werken voor mij.

Mocht ik een moeilijke situatie hebben met een paard van een klant, dan weet ik wie ik moet bellen (als hij tenminste in het land is, Adrain is geliefd op meerdere plekken in Europa).

Daarbij heeft hij bewezen open te staan voor mijn adviezen die soms heel ver van zijn bed lagen. Maar hij probeerde het toch en voelde het resultaat.

Adrain James Brannelly is namelijk een paardenman in hart en nieren. Mijn bruggetje is gebouwd; mission completed!

Tekst: Liz Barclay

0 1149
blog liz barclay jacht

Zo nu en dan grijp ik terug op mijn ervaringen na mijn verhuizing naar Cornwall van dertig jaar geleden, maar ik bleef ook van de ene verbazing in de andere vallen. Dit was zo’n hele andere wereld dan ik gewend was. Zelfs het hippische taalgebruik; bijvoorbeeld de termen ‘to destroy’ en ‘bailing out’ deden bij mij de mond openzakken.

In mijn allereerste blog schreef ik over mijn ontmoeting met de graaf en zijn vrouw Diana, die een nieuwe groom zochten. Alhoewel ze die snel gevonden hadden, konden ze toch ook mijn hulp wel aardig gebruiken. John en Diana importeerden namelijk ieder jaar een paar jonge, net zadelmakke, paarden uit Ierland en dat betekende dat er nog een hele hoop moest gebeuren voor die beesten redelijk bestuurbaar waren.

En nu hadden ze zomaar een ruiter naast de deur die het heerlijk vond om eindeloos met een paard te klungelen totdat het rechtuit kon lopen, een gebalanceerd bochtje kon maken en lekker in de hand lag gedurende een galopje door de uitgestrekte natuur. En ik was allang blij dat ik een goed paard onder m’n gat had en zelfs mee op jacht werd uitgenodigd zonder dat het me een cent kostte.

Trainen op een hellinkje

En zo begon er een totaal ander hoofdstuk in mijn rijcarrière; eentje zonder buitenbak, want die hadden ze helemaal niet, en bijna altijd op een hellinkje. Die buitenbak, die miste ik wel en binnen een paar jaar stond er bij mij een graafmachine op het erf om een stukje land van zo’n 20 bij 40 vlak te maken.

Maar tot die tijd deed ik alles met die jonge paarden in een stevig glooiend weiland, in het steile bos of op de uitgestrekte vlaktes van de Bodmin Moor.

He’s a good arse… I tink’

Wel wennen, hoor. Vooral de grote brede ruin Itink (spreek uit: Aitink) zal ik nooit vergeten. De naam refereert aan wat de Ierse paardenhandelaar zei toen mijn buurvrouw met hem onderhandelde: ‘He’s a fe…ng good arse… I tink.’ Keurige vertaling: het is echt een superpaard…denk ik.

Itink vond het leuk om zijn nek zo’n 90 graden naar links te draaien en bijna naar achteren kijkend tijdens zo’n geweldig Engels jachttafereeltje de heuvel af te knetteren. Om dat op te lossen hadden ze deze onbenullige 4-jarige al een stang en trens in de mond gedrukt.

blog liz barclay jacht

Leuke uitdaging voor me. Na een jaar werd hij verkocht, nu lopend op een lekker trensje, aan de Master van een andere hunt die later zei dat Itink het fijnste jachtpaard was dat ‘ie ooit gehad had. Geslaagd voor mijn zelf-ontworpen Cornische privé paardentrainer examen!

‘To destroy’

Op een mooie voorjaarsdag stonden Diana en ik voor de stal van één van haar oudere paarden die kreupel was. Ze zei: ‘Liz, I am afraid he will have to be destroyed.’ Destroyed? Vernietigd… ik schrok me rot! Ik durfde het woordje ‘inslapen’ nog niet in de buurt van mijn hond of poes te zeggen. En hier, zo voor de stal, werd er over vernietigen gesproken.

Dit hoor je hier nu niet zo vaak meer. Euthanaseren is ook in Engeland inmiddels de algemene term. ‘Vernietigen’ (in Nederland zeiden wij trouwens ook ooit ‘afmaken’) komt uit de tijd dat alle mensen die op vossenjacht gingen nog boeren waren die elkaar hielpen om hun land veiliger te maken voor hun lammetjes en net geboren kalveren. De vos was, is nog steeds, hun vijand en er waren er zo ontzettend veel. Diana was geboren en getogen op het platteland en een paard hoorde gewoon bij de veestapel met bijbehorend vocabulaire.

‘Bailing out’

Niet lang daarna was er nog zo’n moment dat ik werkelijk van verbazing bijna van m’n paard viel. De jacht was al diep een bos ingedrongen. Het was er afschuwelijk steil, rotsachtig met zo nu en dan diepe moddergaten en aan paden deden die Engelsen niet. Diana keek achterom om te zien hoe ik erbij hing en zei: ‘Zo direct, beneden kan het zijn dat de modder aan de kant van de rivier gevaarlijk diep is. Als je je paard voelt zinken ‘you should bail out!’

Was ik twintig jaar lang bezig geweest om er op te blijven zitten en nu werd er van me verwacht dat ik er, naar beneden roetsjend, af zou springen! Dit ging zo enorm tegen mijn natuur in. Achteraf begreep ik het wel, maar dat was ook het moment dat voor mij de maat vol was.

Terug naar m’n bakje

Ik vond het allemaal hele aardige mensen en wilde er best blijven trainen, maar die jacht, die kon me echt gestolen worden. Een keurige Engelse dame die vroeger als kind met haar ouders op jacht werd meegesleept, omschreef het ooit prachtig voor me: ‘I was either bored to tears or scared sh..less’.

Dat ‘bored to tears’ heeft te maken met de bloeddorst. Men kan eindeloos bij een vossenholcomplex staan wachten, luid kloppend met karwats op hun laars, om de vos te bewegen te voorschijn te komen. Want men is hier geen sport aan het bedrijven, maar bezig met ‘pest control’. Ik begreep het wel maar ik wilde toch oh zo graag terug naar m’n bakje.

Mevrouw May, Brexit en de jacht

Inmiddels is de wet al een tijdje veranderd en alleen de drijfjacht is legaal. De oude generatie jachtruiters die dat moeilijk kan accepteren, is langzaam aan het verdwijnen en door de jongere generatie wordt er minder moeilijk over gedaan. Toch… na die afschuwelijke Brexit en met mevrouw May achter het politieke stuur vraag ik me af wat er nog weer teruggedraaid kan worden. Om stemmetjes te winnen heeft die draaikont het zo’n beetje beloofd… Ik ben benieuwd!

Nieuwe hunter

Diana is inmiddels de tachtig gepasseerd en heeft net weer een nieuwe hunter aangeschaft. Trots liet ze de merrie aan mij zien om daarna terug in de keuken een tweede glaasje whiskey in te schenken. Namelijk, ‘you can’t fly on one wing’. Een prachtig Engels gezegde waar ik natuurlijk geen nee tegen kon zeggen…

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 31)

0 1635

Door de jaren heen heb ik heel wat verzameld, paarden voornamelijk…. En de troep die daarbij hoort. Ik kan nergens afstand van doen, bij alles denk ik dat het nog wel eens van pas zou kunnen komen. Bij de paarden denk ik dat ze het nergens beter zullen hebben dan bij mij.

Aangezien ik het beste met hen voor heb, moeten zij dus ook allemaal blijven. Al met al een hele verzameling inmiddels.

In de loop der jaren heb ik heus wel wat paarden verkocht, maar deze kocht ik dan ook al aan om weer te verkopen. Maar mijn kwaliteit is het niet, handelen. Als ik niet het volste vertrouwen heb dat het specifieke paard heel goed bij de koper past en het daar goed krijgt, krijgen ze het paard niet mee. Want wie wordt daar gelukkig van? De ruiter niet en ook zeker het paard niet.

Fijn gebruikspaard

Ik heb een keer een paard verkocht voor een klant, dus niet van mijzelf, aan een dame met wie het perfect leek te klikken. Het was een heel braaf paard, groot en een tikje lomp, kon lekker springen en was braaf in de omgang, gewoon een fijn gebruikspaard. Ik bood de dame in kwestie aan om eerst nog een keer te komen rijden en vroeg of het paard gekeurd moest worden. Dit hoefde allemaal niet, als ik hem maar de volgende dag kwam brengen. Dus de volgende dag gebracht.

kafka

Kafka

Na een poosje kwam het verhaal dat hij niet braaf was en allerlei stalgebreken vertoonde, iets wat hij voor de duidelijkheid bij ons nooit gedaan had en dat ze hem terug wilde geven. Nu was het paard niet van mij, dus aan mij was er geen paard terug te geven, maar wat een gedoe is dat geweest, met advocaten, brieven, dreigementen enzovoorts.

Slachtoffer

Het rotte is dat het paard uiteraard slachtoffer is geweest. Het beste paard was hartstikke lief en vrij van stalgebreken. Het feit dat hij die daar is gaan ontwikkelen kent een oorzaak. Of dat dan ligt in ander stal management, of communicatie met zijn omgeving, dat weet ik zo niet. Maar het blijft dan wel dat ik me daar rot over voel en daarom heb ik ook toen besloten dat niet meer te doen. Het ligt me gewoon niet, het past niet bij me. Sommige mensen kunnen hun versleten schoenen nog verkopen ik niet.

Maar goed, dat samen met het gegeven dat ik in ieder paard iets leuks en interessants zie, maakt dat ik nu een hele veestapel bezit. Hiertoe behoren:

  • Wendel (Lancet x Chronos x Amor), mijn homemade Grand Prix paard, 14 jaar
  • Diva (Valeron x Jazz x Rubinstein), Zzzwaar, 9 jaar
  • Bruce (Van the Man x Jazz x Doruto), Z2, 11 jaar
  • G-Star (Wonderboy x Kennedy x Pygmalion), L2, 6 jaar
  • Jahzara (Dreamboy x Valeron x Jazz), onbeleerd, 3 jaar
  • Kafka (Polarjaeger x Kontreu), ZZlicht, 26 jaar
  • King, de pony voor de kinderen, 5 jaar
  • Olly, de grasmaaier

Dani VOD

Dani V.O.D.

En sinds vorige week mag ik daar een hele bijzondere aan toe voegen:

Dani V.O.D. (Jazz x Juventus x Rubinstein), ZZlicht, 9 jaar oud. Een mooie, hele grote vos, heel lief, werkwillig en bewegen dat hij kan! Ik heb erg veel zin om met hem verder aan het werk te gaan en verwacht heel ver met hem te komen, hij heeft in ieder geval alles in huis. Ik ben dan ook heel dankbaar voor deze kans:-)

Na de geboorte van Jesse heb ik eigenlijk maar 2 paarden weer opgepakt, Wendel en Diva, onder het mom van beter 2 paarden goed, dan alles half. Bizar eigenlijk, allemaal goede paarden, stikgezond, maar geen tijd om ze te trainen en dat terwijl ik weet dat er mensen zijn die er alles voor over zouden hebben. Ooit behoorde ik hier namelijk ook toe. Alles had ik er voor over, een eigen paard! En nu heb ik er eigenlijk wel heel veel…

bruce

Bruce O

Niet alle paarden rij ik meer, Kafka wordt geleased, zo krijgt hij zijn welverdiende aandacht en beweging. Olly maait het gras bij mijn moeder aan de dijk en King is voor Luca en Jesse straks.

Supercompensatie

Maar de rest gaat na de zomer allemaal aan de slag! Ik heb er weer zin in en ga er tijd voor maken. Het maken van goede trainingsschema’s is hierbij essentieel. Dit zodat de paarden getraind worden in de supercompensatie periode en voldoende rust krijgen zodat zij kunnen herstellen, maken dat je met minder inspanning de paarden er topfit bij hebt staan, ze gezond en wel zijn en fris en fruitig zijn en zin in het werk hebben, met de minste kans op blessures. Daarnaast maakt het voor mij mogelijk al de ballen in de lucht te houden, want naast het rijden geef ik ook veel les en dat is niet het enige.

g-star

G-Star

Heb jij een trainingsschema en hoe ziet deze eruit? Ik ben erg benieuwd, laat jouw reactie achter onder dit bericht!

Voor de paarden die nu al een hele poos niet worden getraind:

G-Star loopt wat achter ten opzichte van zijn leeftijdsgenoten. Ik heb hem ooit 1 keer L2 gestart en veel meer dan dat kan hij ook nog niet. Maar dat maakt mij niets uit, hij blijft toch en ik heb natuurlijk het liefste dat ze allemaal stokoud en gezond blijven, dus geen haast, een gedegen opleiding is veel belangrijker! Het is een heel lief paard, zelf gefokt en behoorlijk koelbloedig, net als zijn moeder was. Hij is ongecompliceerd, maar moet gewoon verder opgeleid worden.

Heftige discussies

Bruce is een lastig mannetje, kan alles van de Lichte tour, maar moet vaak overtuigd worden, wat nog wel eens voor heftige discussies kan zorgen.

Wanneer ik met hen ga beginnen, begin ik om de dag met een lichte training. In eerste instantie zal dat het loswerken zijn, wat ik verder uit zal bouwen naar het werken aan de dubbele lange lijnen. Naar mate de conditie verbetert zal ik dit verder opbouwen naar setjes van 3 dagen achtereen. Een dag lichte training gevolgd door een zware, door weer een lichte dag en hierna rust, om vervolgens van voren af aan te beginnen. Ik vermoed zo’n 6 weken dit werk te doen, voor ik ook het rijden onder het zadel weer verder op ga pakken.

jahzara

Jahzara

Saartje is geheel onbeleerd, ze kent het grondwerk, maar verder nog niets. Ik vermoed dat zij ‘zadelmak geboren’ is en ze heel erg graag haar best zal doen, dus eerder te veel dan te weinig zal doen, een echt vuurtype.

Daarom is mijn plan om haar maximaal 3 keer per week te belasten. Dit zal ook telkens met een dag rust ertussen zijn. Ik breng afwisseling aan in het werk, door bijvoorbeeld een dag met haar naar het bos te wandelen.

wendel

Wendel

Knetterheet

Wendel staat nu top in conditie, maar heeft heel hard gewerkt de afgelopen tijd. Ik merk dat hij moe is, voor zijn doen. Nog altijd staat hij te trappelen en is knetterheet. Maar wanneer ik hem bijvoorbeeld uit de wei ga halen, komt hij niet meer op een drafje naar me toe. Daarnaast is hij wat gevoelig op zijn tussenpees voor en hij zet zijn rug snel vast door de spanning.

Diva is weer terug op haar oude niveau van voor de geboorte van Saartje (Jahzara). Ook zij heeft heel erg hard gewerkt de afgelopen 2 jaar en kent ook wat gevoeligheden. Ik merk dat ik een beetje blijf hangen op sommige puntjes zoals het verbeteren van de pirouettes.

Dani is net bij mij, ik merk dat hij wat moeite heeft om zijn draai te vinden. Het is best een heel gevoelig paard. Een heel groot paard, met maar een heel klein hartje. Hij heeft tijd nodig om te wennen aan ons, zijn nieuwe kudde, mij en zijn nieuwe routine. Dani is heel erg werkwillig en zal zich eerder stuk lopen dan dat hij iets aangeeft. Hij is gewend aan een andere ruiter en ik wil hem de tijd geven dit los te laten, zodat wij straks een superfijn team zullen zijn.

Diva

Diva

Dit maakt dat deze 3 toppers 4 weken vakantie krijgen vanaf volgende week. Omdat Chantal mijn paarden iedere maand checkt en nu ook Dani, komen wij er in een heel vroeg stadium achter als er ergens iets niet lekker zit of dat ik misschien te veel of te hard getraind zou hebben.

Omdat wij merken dat er kleine gevoeligheden zijn, (die nog lang geen blessures te noemen zijn), heb ik besloten ze vakantie te geven. Dit wordt voor mij de eerste keer dat ik dat zo bewust in ga zetten en ik ben erg benieuwd naar het resultaat. Wij mensen hebben immers ook de behoefte aan rust af en toe, dus waarom de paarden niet? Even het hoofd leeg maken, niets moeten, alleen paard zijn en genieten.

king

King

Olly

Voor deze vakantie bouw ik de paarden rustig af, ik rijd wel, maar er zitten geen echt zware trainingen meer tussen. Hun voer wordt aangepast tijdens de rustperiode en de paarden staan minimaal 12 uur per dag in de wei. Na deze vakantie ga ik deze kanjers weer oppakken, ook hiervoor geldt een heel schema, met afwisseling in de trainingen en lichte-zware-rust momenten.

Up and running

Omdat deze paarden tot op de dag van vandaag nog hard werken en heel goed in conditie zijn, zal dit opbouwen veel minder tijd in beslag nemen. Hun schema zal direct bestaan uit een cyclus van 4 dagen: lichte training- zware training- lichte training- rust. Ik verwacht met 2 maanden totaal weer up and running te zijn, zodat we in het najaar weer in de ring zullen verschijnen!

Voeding- & trainingsschemadag

Weet jij hoe je een trainingsschema maakt? Doe mee aan onze voeding- & trainingsschemadag op 2 september!

Op deze dag testen we jouw voer en eventuele supplementen. Ook hebben wij testers om te kijken of jouw paard het beter zou doen op ander voer of een supplement nodig heeft. We bekijken de paarden zodat we kunnen bepalen waar de verbeterpunten liggen en leren jou hoe je een trainingsschema maakt, helemaal op maat voor jouw paard!

Schrijf je hier in en bereik meer met minder! Want ook jij kunt slimmer trainen!

Foto: Shutterstock

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 41)

Nicky Star en Wendel

Ik trainde verder met Wendel. Met beleid ben ik hem gaan werken na zijn zoveelste blessure. Ik ben anders gaan trainen, niet anders gaan rijden, maar ik heb bewuste trainingsschema’s gemaakt. Omdat Wendel nog al een workaholic is en ik ook, en Wendel zijn grenzen niet aangeeft, deden we al snel te veel. Ik schreef daarin het aantal rondjes dat ik mocht draven, hoe zijn evenwicht moest zijn en een planning langer vooruit met wanneer ik weer een pas opzij mocht enzovoorts. De oefeningen waren niet het probleem, hij kende bijna alles al een beetje. Maar hem fit krijgen en houden, dat was de uitdaging!

Opfleuren

Des te meer ik hem werkte, des te beter werd hij, hij fleurde weer helemaal op, zijn ogen sprankelden weer en hij werd steeds fitter. Ik werkte hem hooguit 5 dagen per week, waarvan maar een keer ‘zwaar’ en dit doe ik tot op de dag van vandaag nog steeds. De andere vier dagen zijn lichte trainingen, hij staat nog steeds dagelijks buiten met zijn vriendin Diva en hij heeft weekend, wat inhoudt dat hij meestal zaterdag en zondag vrij is. De zware dag training is altijd ingebouwd met lichte dagen training en zo ziet zijn werkweek eruit.

Te veel en te zwaar belast

Inmiddels ben ik van mening dat ik zelf debet ben geweest aan zijn blessures. Toen der tijd schreef ik het weg aan zijn lompe gedrag, slechte bodems of domme pech. Nu weet ik beter. Ik heb hem zelf te veel en te zwaar belast en ik denk dat dit niet enkel voor mij en mijn paard geldt, maar dat blessures vaak voorkomen uit langdurige overbelasting. En ja, zo’n glijer in de wei lijkt dan de boosdoener, maar er was al een zwakke plek gecreëerd. Een paard verdient rust, net als dat wij rust nodig hebben om te herstellen, fysiek en mentaal. Training is belangrijk, maar hersteltijd misschien nog wel belangrijker.

Zwanger!

We bouwden op, tot we weer terug waren op ons oude niveau en eigenlijk nog wel een stapje verder. We schreven weer concours in en wat gebeurde…

Niet Wendel raakte geblesseerd, maar ik zwanger! Hartstikke blij, maar de balen, want ik kreeg dit keer te maken met bekkeninstabiliteit wat maakte dat ik al snel niet meer kon rijden. Nu een topfitte Wendel en ik uit de roulatie… Ik vond het zo zonde hem stil te zetten dat ik op zoek ben gegaan naar een geschikte ruiter. Door zijn verleden en speciale karakter wilde ik hem aan huis houden zodat ik hem goed in de gaten kon blijven houden. Gelukkig was er al snel een goede match gevonden en zo reed Wendel weer mee in het Z2, Zzlicht en Zzzwaar. Hij bleef in conditie en topfit zodat ik na mijn zwangerschap en de geboorte van Jesse weer heerlijk verder kon.

‘Het komt vanzelf’

We trainden fijn, piaffe ging al best goed en ook de passage begon ergens op te lijken, maar die eners! Gek werd ik ervan!!! Ik dacht dat we het nooit onder de knie zouden krijgen, maar ook hier was Tonnie weer degene die me het vertrouwen gaf: “Gewoon rustig blijven, 1-2-recht, 1-2-recht, het komt vanzelf.” Jaja, vanzelf, dacht ik dan…

Ik besloot niet meer in de Lichte Tour de ring in te gaan, mijn idee was dat ik dan voor altijd daar zou blijven hangen. Nu was het erop of eronder, alles of niets. In alle rust doortrainen en rust inbouwen.

Chantal Rijkhoff

Inmiddels was Chantal Rijkhoff bij mij op stal komen staan. Chantal is dierenarts, chiropractor, acupuncturist, medical taping en nog veel meer. Wij zijn een samenwerking aangegaan wat inhoudt dat zijn iedere maand mijn paarden checkt en indien nodig iets behandelt. Dit maakt dat ieder klein dingetje direct wordt opgemerkt en aangepakt. Zij communiceert meteen haar bevindingen zodat ik hier rekening mee kan houden in de training. Chantal is zowel westers opgeleid als alternatief en dit maakt voor mij de perfecte combinatie. Wanneer je de dingen van meerdere kanten kunt bekijken zijn er meer oplossingen mogelijk. Wij zitten hierin helemaal op een lijn en dit werkt dus super!

Ik heb een modus gevonden waarin Wendel weer topfit is en al voor een lange tijd. Ik heb het vertrouwen dat hij in balans is, geen zwakke plekken meer kent en zijn trainingsschema goed voor ons werkt.

Inter II

Een aantal weken geleden hebben wij de overstap gemaakt naar de Inter II. We moesten onze draai even vinden, want wat vond ik dat spannend! Daarnaast is Wendel de eerste keren na een periode van rust altijd erg lastig, hij heeft echt routine nodig. Als jong meisje droomde ik er al van om ooit Grand Prix te rijden en nu in eens was het zo dichtbij!

Startbewijs Grand Prix

In Nieuw en Sint Joostland reden we onze winstpunt en haalden daarmee ons startbewijs voor de Grand Prix binnen. Een week later startten we in Dordrecht onze allereerste GPproef. We reden behoorlijk wat foutjes, eigenlijk alle dubbeltellers, onderweg was ik de weg even kwijt, dus ik geloof dat ik toch behoorlijk zenuwachtig was. Vol verwachting ging ik bij de punten kijken: 59,85% 15/100 te weinig, dat was zuur!

De tweede keer startten we in Rucphen, ik was er helemaal klaar voor en erop gebrand dit keer boven die 60% uit te komen. Voorwaarts verzamelde draf, linkerhand, vhv uitgestrekte draf, appuyeren, terug appuyeren, C halthouden. En wat gebeurt er direct achter C? Achter de heg startten ze exact op dat moment een hakselaar of grasmaaier (daar zijn de meningen nog over verdeeld) en dat deed ons de das om. Niets had ik meer te vertellen en mijn controle was weer ver te zoeken. Wat had ik er de pest over in! Niet zo zeer het lawaai, die pech kan iedereen hebben, maar het feit dat ik na al die jaren nog steeds geen controle kon behouden. Ik kwam er wel weer langs en ik kon alle figuren rijden, maar 2ers werden eners, er is niet een pas van mij geweest en ik had mazzel dat ik mocht mee liften van mijnheer.

Schop onder mijn kont

Op vrijdag belde Tonnie: “Heb je al gereden?” “Uh ja, waarom?” “Nou, ik ben in de buurt, dan kom ik.” “Dan rij ik nog een keer!” (Ik had alleen maar rustig rondje gereden die dag, nieuwe laarzen au-au-au) Wat was ik daar blij mee! Het was me gewoon niet meer gelukt naar Tonnie te gaan om te trainen, dus ik was weer alles alleen aan het doen en dat lukt eigenlijk gewoon niet meer op dit niveau. Tenminste ik niet, voor mij is het tenslotte ook allemaal nieuw. Ik had bijvoorbeeld nog nooit een zigzagappuyement met een exact aantal sprongen gereden onder begeleiding en dan word ik toch een beetje onzeker. Op concours rijdt iedereen met een oortje, de beste trainers staan langs de kant en ik rijd alleen mijn rondje. Dus ik was heel blij met deze schop onder mijn kont, want die kreeg ik!

Tevreden

Niet voor niets! Op 2e pinksterdag, mochten we weer, in Heerjansdam dit keer. Geen heggen met hakselaars dit keer, maar treinen en laten we daar nu juist helemaal aan gewend zijn! (bij ons thuis rijdt de trein ook direct langs de buitenbaan) Dus voor ons geen gekke taferelen dit keer, met losrijden voelde Wendel al direct beter aan, ik kon hem er veel beter aan krijgen, beter over de rug en relaxter. Ook had ik mijn mindset kunnen veranderen naar ‘boven de 60% uitkomen en niet afgaan’ naar ‘onderdeel voor onderdeel foutloos rijden’.

Ik ging met veel meer vertrouwen de ring in en merkte dat we al wat routine in de proef begonnen te krijgen. We hadden nog steeds wat kleine foutjes zoals: stapte een keer achterwaarts in de piaffe, de volgende dus te voorwaarts en ik maakte een fout bij de inzet van de 1ers. Maar overal heel erg tevreden, want dit keer had ik de proef wel gereden, in plaats van andersom. Ik kon blijven nadenken onderweg en zelfs genieten!

De jury’s waren unaniem, ze gaven exact hetzelfde aantal punten voor deze proef, wat uit kwam op 62,2% Nog geen monsterscore, maar ik ben er apetrots op!!!!

Van onhandelbaar tot Grand Prix paard!!!

Mijn doel behaald, trots:-)

Wapperende tenten

Vorig weekend nog een keer naar Delft, het mooi aangeklede zomerconcours. Op wat wapperende tenten na kon ik best fijn losrijden. Nog even een ronde ring verkennen en toen voor het echt de ring in. Wendel vond het wel wat spannend, maar ik kon hem nu voldoende geconcentreerd houden. Mijn doel was wederom een ‘foutloze proef’ neer te zetten, het spectaculaire komt wel in een later stadium. Toch bouwde de spanning op wat maakte dat hij in de piaffe achter mijn been kwam en ik hem even helemaal kwijt was, maar daarna wisten we de draad weer op te pakken en reden we zonder grote fouten de proef uit. Weer net niet geslaagd in het behalen van mijn doelen, maar we zitten op de goede weg! En nu de druk eraf was van het behalen van die 60% kon ik toch net even wat lekkerder rijden:-) Het eindresultaat 62,8% met een 1 voor de piaffe die dubbel telt en een 2 voor de overgang eruit. Kortom nog veel meer mogelijkheden!

Bekijk hier het filmpje van deze wedstrijd met de hele proef aan het einde, wat vind jij er van?

Diep donker gat

En voor diegene die bang zijn dat ik nu in een diep donker zwart gat zal vallen. Niet gevreesd… Ik heb altijd geloofd dat Wendel GP kon lopen, maar ik dacht altijd dat als we het heel erg goed zouden doen, we dan misschien 64% zouden kunnen scoren. Inmiddels heb ik voor alle onderdelen over een aantal proeven verdeeld al eens een 7 of 7,5 gescoord. Wat inhoudt dat als ik ooit alles bij elkaar in 1 proef zou rijden…

Mijn nieuwe doel is dan ook gesteld, maar eerst (na nog een geplande wedstrijd) mag mijn vriend genieten van een welverdiende vakantie deze zomer! Omdat rust en herstel zo verschrikkelijk belangrijk zijn…

Nicky Star is dressuuramazone, instructrice, jurylid en moeder van twee zonen. Ze runt in Hoeven haar dressuurstal Equinova. Ze behaalde zowel haar ORUN diploma’s (t/m niveau 4) als de freestyle instructeursopleidingen niveau 1 & 2 bij Emiel Voest. Naast het geven van instructie, verzorgt ze ook regelmatig allerlei soorten trainingen. Meer weten: www.equinova.nl

Foto’s: privébezit

De nieuwe garde: natural horsemanship, paardenfluisteraars en wat al niet meer; gevoelig onderwerp…

Ik heb een probleem… en het is geloof ik een behoorlijk gevoelig onderwerp, dus ik zal me zo voorzichtig mogelijk formuleren om een ieder die op een goede en verantwoorde manier met paarden bezig is, niet op de tenen te trappen.

Het begon met Monty Roberts, die zelfs hier in Engeland bij de koningin op de thee werd uitgenodigd. Ik heb niets tegen Monty Roberts en ook niets tegen Pat Parelli of de inmiddels in Nederland gevestigde Tristan Tucker.

Tristan Tucker

Toen Tristan met gek buikje en maffe hoed een paar jaar geleden begon de o zo serieuze dressuurwereld uit te dagen eens een keertje om zichzelf te lachen, dacht ik zelfs: ‘Heerlijk, eindelijk een fris windje met een vrolijke insteek’. En eindelijk eens iemand die probeert een brug te slaan tussen een aantal behoorlijk niet-ruimdenkende hippisch geïnteresseerde groepen.

Dame met cowboyhoed

Toen de nieuwe garde van alternatieve paardentrainingsmethoden zijn aantrede deed, samengaand met de verrassende ontdekking van klassieke dressuur alsof het nog nooit bestond (waar kwam dat in een keer vandaan?), paardenfluisteraars en barefoot-trimming, werd ik zo maar een keer uitgemaakt voor bekrompen dressuurfanaat met nare methodes, zoals rijden met een bit. Dit door een dame met cowboyhoed die net haar eerste examentjes in Australië had gehaald.

Ik was volledig verbouwereerd. Van jong af aan heb ik me uit de naad gewerkt bij grotere en kleinere bedrijven, springstallen en dressuurstallen, om, dag in dag uit, meer en meer te leren en uiteindelijk te specialiseren in dressuur. Met altijd voor ogen het welzijn van het paard.

Dat betekent zo nu en dan een sprongetje, regelmatig een buitenrit en ja, afhankelijk van de ontwikkeling van het paard, een aantal uren per week in de bak om gymnastiek te doen wat uiteindelijk dressuur genoemd kan worden.

Op bezoek bij Monty Roberts

Gedurende mijn bezoek aan een Monty Roberts-avond in Devon van een aantal jaren geleden met natuurlijk de zo geliefde join-up, dacht ik, ‘he, dat herken ik, ik doe dat aan de longe met een jong paard!’ Ik durfde dat helaas echter niet hardop te zeggen om niet voor een opschepper aangezien te worden door Monty’s gedreven volgelingen. Wij, de ‘ouderwetse’ paardentrainers fluisterden dit naar elkaar, maar verder dan dat gingen we niet.

riding-2
Liz Braclay op de zelfgefokte merrie Marie, met wie ze Inter1 reed en zich twee keer kwalificeerde voor de regionale kampioenschappen PSG Freestyle

Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat wij zelf ook verantwoordelijk zijn voor de explosie van alternatieve methodes. Er lopen hier in Engeland, en ik neem aan ook in Nederland, wat trainers rond met een nogal kort lontje en als dat door onervaren paardenliefhebbers gezien wordt kan ik mij zondermeer in hun keus, om het ‘anders’ te willen, inleven.

Maar waar ik echt zo helemaal niet goed van word, is dat deze goedbedoelende groep de indruk wordt gegeven dat je met een paar cursusjes, soms ook nog via het internet, kunt leren hoe een paard aan te rijden en te trainen!

De verslaving van de join-up

Een typisch voorbeeld was een paard van een pupil dat tijdelijk bij mij op stal stond. Zij had besloten de Monty Roberts join-up te proberen. Dat ging heel goed; dat verbaasde me ook niets want deze meid had een hoop gevoel en al aardig wat ondeugende ponietjes gehoorzaam leren zijn.

De ellende kwam pas later; iedere keer als dit paard een klein probleempje had, iets wat vaak gewoon vanzelf wel weer zou verdwijnen, werd er weer een join-up gedaan. Het werd gewoon een sport, erger, een soort verslaving om dat paard maar, na hem keer op keer weer ‘de kudde’ uit te sturen, achter haar aan te laten sjokken. Ik zag dit paard langzaam een emotioneel wrak worden, apathisch, totdat hij mensen niet meer leuk vond.

Enorme schep engelengeduld

Ik ben ruimdenkend en geïnteresseerd in deze methoden, herken dingen en leer soms ook iets nieuws dat mooi aansluit bij de rest. Maar deze methoden moeten wel in de juiste handen blijven en zijn vaak ook niet zo nieuw en baanbrekend als men wel denkt.

Wat ik zo graag duidelijk wil maken is, dat om een goed en eerlijk paardenman of -vrouw te worden, het aankomt op het spenderen van een eindeloze hoeveelheid uren, dagen, jaren met onze trouwe viervoeters, met nog een enorme schep engelengeduld er bovenop. En je van een cursusje hier of een dagje daar geen ervaren ruiter wordt die nu zomaar even in zes weken een paard zadelmak maakt.

Onverantwoord en belachelijk duur

police-car
Liz Barclay toen ze in Portsmouth in de Amerikaanse staat Virginia een aantal paarden en politiemannen trainde voor een nieuwe unit.

Ik maak me ook zorgen, want ik zie meer kreupele, vermoeide en depressieve paarden om me heen. Reden: een onverantwoorde manier van het doorgeven van informatie, die niet voldoende is begrepen. Hierdoor hebben beginnende paardenliefhebbers soms totaal niet in de gaten wat ze aanrichten. Eerlijke mensen die graag willen leren maar meegezogen worden in het cult-denken.

De mevrouw met cowboyhoed en een Parelli-cursus in haar zak die mij bekrompen noemde, rekende bijna het dubbele van wat ik voor een les reken en hield er na een paar jaar doodleuk weer mee op omdat ze verliefd werd op een stierenvechter in Portugal.

Nog een voorbeeld: een nieuwe klant van mij zei haar les af omdat ze een paardenfluisteraar op bezoek had gehad. Het paard had in haar oor gefluisterd dat het een tijdje vrij wilde vanwege een huidirritatie op z’n rug. Gedurende de eerste les had ik deze ruiter al verteld dat ze haar zadeldekje vaker moest wassen, want alles was echt gewoon vies! Zonder blikken of blozen betaalde ze de paardenfluisteraar 80 pond.

Zonder eten en drinken in de roundpen

Hier vlakbij werden in de stallen van een ‘officieel gekwalificeerde’ natural horsemanship trainer paarden zonder eten, water of stro aangetroffen. Ze moeten toch een keer wat willen in die roundpen! Niemand van die organisatie die dit eens een keertje kwam controleren en omdat geen van deze trainers onder het officiële Engelse hippische orgaan, de BHS, vallen, kan Jan en alleman dus gewoon lekker z’n eigen gang gaan; de goeie…maar ook de hele slechte.

Misschien tijd voor vernieuwing

De kunst van het trainen van paarden is eeuwenoud en er gaat zo’n beetje een heel mensenleven in zitten om het helemaal te leren beheersen. Als we dat nou eens met z’n allen beginnen met te accepteren dan is het misschien ook tijd dat we het hele hippische educatiesysteem eens goed onderhanden nemen en proberen door de bomen het bos weer te gaan zien.

Niet alleen de ontluikende paardenmens, maar vooral ook het paard heeft dit volgens mij zo heel hard nodig. Vrij vertaald, en aangepast, van een van mijn bloggen op mijn Engelse website op verzoek van goede vriend en gerespecteerd trainer Maarten van Stek.

Liz Barclay groeide op in Gelderland. Verbleef enige tijd in de USA om zich daarna te vestigen in Cornwall (UK). Daar is ze actief als dressuurtrainer, heeft ze vele leerlingen, waaronder eventing ruiters. Ze ging ‘terug naar haar roots in Gelderland’ toen ze het boek ‘The farmer, The Coal Merchant, The Baker’ schreef. Een boek waarin ze terugblikt naar de invloed van grote fokkers uit Gelderland: Henk Nijhof, Johan Venderbosch en trainers Roelie Bril en Jan Oortveld op de hedendaagse dressuursport. Meer informatie: http://www.youcaxton.co.uk/thefarmer/

Nadat ik vorige week het artikel over de nieuwe tactiek om de wilde pony’s op Dartmoor niet te laten verdwijnen las, werd ik nogal nieuwsgierig. Ik besloot lekker de middag vrij te nemen om wat rond te zwerven in het gebied waar ik ooit de beslissing nam om te vertrekken uit het vlakke en drukke Nederland.

Ik moest toch ‘s morgens vlak in de buurt wat lessen geven dus deed ik eens een rondje Dartmoor. De Dartmoorpony mag dan in Nederland een geliefde rijpony zijn, in de prachtige en dramatische Dartmoor is dit wilde diertje wellicht het belangrijkste onderdeel van een bijzonder maar zeer gevoelig ecosysteem.

Bureaucratische maatregelen

Nog niet zolang geleden waren er teveel pony’s die met z’n allen de hele boel kapot graasden. Helaas waren de bureaucratische maatregelen van bovenaf zo heftig dat veel Dartmoor boeren, ‘hill farmers’ genoemd, dan ook echt geen pony’s meer wilden houden en dat werd het nieuwe probleem. Hoe het exact goede aantal te handhaven?

Nou, ik zou na vandaag een carrière als een soort Dick Francis van de Dartmoor kunnen gaan beginnen. Er gebeurt hier werkelijk van alles…

Met papieren

Even voor de duidelijkheid, en dit naar aanleiding van alle reacties op het artikel van vorige week over de Dartmoor pony; de Dartmoor Pony is een ras met papieren en mag alleen zwart, bruin, vos of grijs zijn, terwijl bont helemaal niet geaccepteerd wordt en overmatig wit aan de benen of hoofd niet gewild is. De Dartmoor Hill Pony is een wilde pony in allerlei kleuren en maten die al 4000 jaar wild leeft in dit gebied.

dartmoor4

Achter deze twee soorten zit dus een compleet andere filosofie en het artikel betrof de Dartmoor Hill Pony en niet de Dartmoor Pony met papieren van het Dartmoor stamboek.

Door de jaren heen is door allerlei wetgeving het telkens moeilijker geworden een goed beleid te handhaven voor de Dartmoor Hill Pony’s, met alle gevolgen van dien.

Onwerkbaar

Tot overmaat van ramp hebben enkele liefdadigheidsinstellingen, door middel van het aanspannen van een door het agrarisch ministerie gestuurd onderzoek, zoveel roet in het eten gegooid dat de situatie bijna onwerkbaar werd voor de zo zeer toegewijde vrijwilligers van ‘The Friends of the Dartmoor Hill Pony’. De betreft ook een liefdadigheidsorganisatie, maar wel de organisatie die het dichts bij het welzijn van deze wilde pony betrokken is.

Ik weet er na vandaag best veel van omdat ik op mijn 6 uur lange avontuur door Dartmoor zeer snel enkele sleutelfiguren van deze liefdadigheidsorganisatie tegenkwam.

Geweldig getroffen

Maar voordat dat toeval geschiedde, kwam ik Chloe en Rosie op de rug van hun twee schattige ponietjes Evie en Lily tegen, geleid door hun moeder. Evie en Lily waren onmiddellijk het eerste voorbeeld van twee Dartmoor Hill rescue pony’s die het geweldig getroffen hebben met hun twee nog zo jonge baasjes. ‘Als je Evie aait moet je Lily ook aaien, hoor’, zei Rosie streng.

dartmoor2

Na enthousiast te zijn uitgezwaaid, reed ik via Two Bridges, een prachtig oud hotel en ooit uitspanning voor reizigers te paard , naar Hexworthy, een gehucht van zo’n 10 cottages en een landgoed. Ik kwam nog langs Huccaby Farm aan het prachtige wilde riviertje Dart, waaraan ik zo’n kleine 40 jaar geleden met mijn vriend wild kampeerde, om vervolgens de afgelegen pub met hotel ‘The Forest Inn’ weer eens in te wandelen om wat te eten.

In die pub komen heel veel ‘hill farmers’ (een soort ongewone mix van boer en cowboy) een pintje drinken. ‘Maar die komen pas later’, zei de landlord. Hij verwees me naar de overkant, waar ik mijn eten kon bestellen. ‘Die juffrouw weet er alles van.’

Bingo!

Nou, die juffrouw in de pub, SJ genaamd ( spreek uit: Esjay en afkorting voor Sarah-Jane) wilde zo graag praten. Een hele kordate meid met twee lange zwarte vlechten met een waterval aan informatie. Bingo!

SJ heeft het grootste deel van haar leven op Dartmoor gewoond en is nu de fotografe bij alle evenementen, zoals bijvoorbeeld de ‘drifts’ in de herfst. Dit is een jarenlange traditie waarbij per gebiedje alle Dartmoor Hill pony’s bij elkaar in een ‘pound’ (paddock altijd speciaal hiervoor gebruikt) gedreven worden. Dit om te kijken wat er verkocht kan worden en, helaas, ook wat er afgeschoten gaat worden.

Zoek SJ’s timeline eens op; ze maakt werkelijk prachtige foto’s.

dartmoor

Gedreven en onverwoestbaar

Op het moment worden zo’n 400 veulens per jaar afgeschoten. In en in triest. Dit is een combinatie van factoren en SJ vertelde met respect over Charlotte Faulkner, de onverwoestbare motor achter de ‘Friends of the Dartmoor Hill Pony’, die zo ongelofelijk hard voor werkt om dit afschuwelijke probleem op te lossen.

Het doel is om het voor de hill farmers zo makkelijk mogelijk te maken hun pony’s te behouden, het leven van de pony’s zo prettig mogelijk te maken en daarmee de bijzondere ecostructuur van Dartmoor, tot de plantjes en de vlindertjes toe, te beschermen. Anders dan de schapen en de koeien, eten de pony’s gaspeldoorn, een welig tierend struikgewas op Dartmoor, en andere prikkelige planten, waardoor zij minstens zo belangrijk zijn voor het overleven van Dartmoor in de huidige staat.

De vraag waar ik mee kwam was deze: waarom niet die pil voor paarden? Waarom dit nieuwe idee om de pony’s tot drie jaar te houden, waarbij er nog steeds een aantal moeten worden afgemaakt. En trouwens, gaan de bezoekers van de restaurants dat echt eten?

‘Heb je dan niet gehoord over de rechtszaak?’ Esjay werd zichtbaar emotioneel toen ze vertelde dat het contraceptieproject, dat meteen zo goed had gewerkt, op afschuwelijke wijze was gedwarsboomd. Maar dat moest Charlotte zelf maar vertellen.

Onterecht onderzoek

Terug in m’n autootje, reed ik genietend door een van de ruigste en mooiste stukken van Dartmoor om te eindigen in het karakteristieke stadje Ashburton waar ik Charlotte bij de kapper vond , haar jaarlijkse bezoekje. Charlotte Faulkner bleek een bijzondere vrouw te zijn, wiens handen boekdelen spreken. Ze werken hard en worden duidelijk niet verwend met tuinhandschoentjes.

Daar, met natte haren, legde ze uit, hoe enkele liefdadigheidsorganisaties haar hebben aangegeven en een onderzoek hebben geëist voor haar contraceptieproject voor de Dartmoor pony merries.

Na zeer grondige research was zij gelegitimeerd om zonder het bijzijn van een dierenarts merries met een ‘dart gun’ te injecteren waardoor zij dat jaar niet dragend zouden raken. Meteen, het eerste jaar al, was het project zeer duidelijk een succes; wat 20 veulens hadden kunnen worden, werden er maar twee.

Waarom daar zoveel weerstand tegen was, laat Charlotte in het midden. Het belangrijkste: zij heeft haar eigen rechtszaak betaald, en…gewonnen.

Gedreven vrouw

Charlotte vertelde mij, en ik kon het verdriet in haar ogen lezen, dat het nooit en te nimmer de bedoeling is geweest om de Dartmoor Hill Pony’s voor de slacht te fokken. Alleen vergt het eindeloos geduld om het contraceptieproject weer op gang te krijgen.

Helaas zijn door dat hele ellendige proces zoveel hill farmers bang geworden, dat het haar een paar jaar zal kosten om dit waterdichte project weer tot het volste recht te doen komen. En daarom heeft zij dit nieuwe, en hopelijk tijdelijke, plan voor de driejarige pony’s bedacht, wat door de Dartmoor Hill Pony Association is geaccepteerd, waarbij er inderdaad helaas nog een aantal dieren afgemaakt zullen moeten worden.

Hengsten weg

Ja, waarom die hengsten niet opruimen? Dit is voor een Nederlander misschien moeilijk te begrijpen. Maar Dartmoor is groot en wild. Hoe je ook je best zou doen, er weet zich altijd wel een slim hengstje te verstoppen achter een groot granieten rotsblok, om er net op tijd in het voorjaar weer achteruit te huppelen om zijn vruchtbare werk te verrichten.

Zoals Charlotte stelt: ‘Dan zouden we beter een heleboel hengsten kunnen hebben en maar een paar merries.’

Losgelaten

Ooit las ik ergens dat in de 16de eeuw Hendrik VIII alle paarden onder de 1.50 meter wilde laten afmaken omdat die het zware harnas niet konden dragen. Veel boeren hebben toen uit angst hun kleine paardjes op de verschillende moors, ook Dartmoor, losgelaten om hopelijk daar veiligheid te vinden.

Ook in het verhaal dat mijn goede vriend Brian Webber, hoefsmid en geboren en getogen in Dartmoor, mij ooit vertelde, gaan romantiek en drama hand in hand. ‘In de zestiger jaren, gedurende een van de allerkoudste winters op Dartmoor, konden de boeren vanwege de enorme hoeveelheid sneeuw niet meer bij hun ponies komen. Nadat na een maand de dooi inzette, vonden ze cirkels met de jonkies door oudere pony’s omringd, allemaal dood.’

De oudere pony’s waren gedurende hun taak om de kleintjes warm te houden aan de grond vastgevroren.

Social media

Niet alleen is het door middel van ‘quadbikes’ een stuk makkelijker geworden om het deze kleine stoere overlevers een stuk plezieriger te maken als de winter toeslaat, ook de social media helpen mee. Staat er een oproep op Facebook voor hooidonaties als de moor niets meer te bieden heeft, dan komt het van alle kanten binnen.

Maar wij, liefhebbers van de Dartmoor pony kunnen een ook handje helpen. De ‘Friends of the Dartmoor Hill Pony’ is een liefdadigheidsorganisatie waarvan alle inkomsten naar de wilde pony’s gaan. De nieuwe opstart van het contraceptieproces kost duizenden ponden.

Ik hoop echt dat mijn verhaal de Nederlandse liefhebbers van deze prachtpony’s, en ook de prachtige Dartmoor zelf, kan motiveren om hun steentje bij te dragen en Charlotte en SJ te helpen om Dartmoor met al zijn viervoetige ingezetenen gezond te houden!

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

101,892FansLike
0VolgersVolg
7,032VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer