Tags Posts tagged with "Blog"

Blog

blog sara ouwehand

Heikel punt: loopt je paard over de rug? Hoe zie je dat? Belangrijker; hoe voel je dat? Het ruggebruik van een paard krijgt (gelukkig) een hoop aandacht. Steeds meer zelfs.

Toch mis ik iets in deze gesprekken. Een ontbrekende schakel die de beweging van het paard kan (af-)maken of breken. Mag ik aan u voorstellen: de ruiter.

Laat jij als ruiter de beweging doorkomen? Concreter: ben je zélf wel over de rug? Paarden worden vaak geblokkeerd in de middenhand. En wat heet toeval, daar zit de ruiter meestal ook. Dus hoe zit dat nu eigenlijk met die ruiterrug? Loslaten, dat was het. Maar hoe?

Een mobiele onderrug is noodzaak voor een goede zit

De start van een losse ruiterrug ligt bij de zitbeenknobbels. Geen onderdeel van de rug, wel een cruciale schakel in het gebruik daarvan. Zitbeenknobbels moeten in beweging zijn, altijd. Dat is essentieel als je de beweging van je paard wilt volgen. En, nu komt het, in het mobiel houden van je onderderrug. Een mobiele onderrug is noodzaak voor een goede zit. Maar hoe bewegen ze dan, die zitbeenknobbels?

Stel je voor, ze gaan aan de wandel. Kleine voetjes onder iedere knobbel en ze lopen met de beweging van je paard mee. Werk subtiel, volg vanuit je botten en gebruik weinig spieren. Maak je te grote bewegingen, dan ga je waggelen. Misschien een leuk gezicht voor de omstanders, maar minder prettig voor je paard.

Blokkeren van deze lopende beweging in je zit? Nóóit. Dus ook niet bij het maken van een overgang terug. Ze blijven een lopende beweging maken. Dus óók voor je zit geldt: voorwaarts denken!

‘Weet dat de diepe buikspier, de transversus abdomnius, je echte vriend is.’

Recept voor een losse middenrug: draag jezelf correct. Train hiervoor alsjeblieft de juiste buikspieren. Bespaar je de lijdensweg naar een sixpack. Een sixpack zorgt níet voor een ontspannen, elastische stabiliteit. Training van deze oppervlakkige buikspieren maakt stabieler, maar door de verkorting van de spieren ook stijver. En dat willen we niet. Trouwens, als je de oppervlakkige buikspieren gebruikt, trek je je bekken uit positie. Ook niet handig. Dus ontdek liever de diepe buikspier, de transversus abdomnius, en weet dat dit je echte vriend is.

Nageven

Eindstation van je wervelkolom: de atlas. Daar waar je schedel op je wervelkolom rust. Bron van veel klachten in dit gebied: spanning op de kaakgewrichten. Terwijl we massaal onze kiezen op elkaar zetten bij moeilijke dingen. En laat paardrijden nu bepaald geen makkelijke sport zijn.

Hoe maf het ook klinkt, er is winst te behalen in het kaakgebruik van ruiters. Zeker als je weet dat je kaken je lage onderug/bekkengebied spiegelen. Voor de niet overtuigde lezer: zet je kaken eens hard op elkaar en voel wat er in je onderrug en bekken gebeurt. Verzachting van je kaken geeft indirect ruimte aan je rug. Nageven dus, ook voor ruiters.

Spiegelen

We tellen op, waar kwam die losse ruiterrug nou vandaan? Zie hier drie belangrijke ingrediënten: voorwaarts denken, correct dragen en het ontspannen van de kaken. Doet me denken aan dat spiegelen. Het zijn soms net paarden, die ruiters.

Sara Ouwehand is initiatiefneemster van www.ruiterpilates.nl, start haar Haflinger ZZ-zwaar en loopt verwonderd rond in de paardenwereld.

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 52)

Koosje Mulders
Koosje Mulders en Wim geconcentreerd in de ring.

Ja, ik weet het, het is een gevleugelde uitspraak in de sport en daarom misschien een tikkie cliché van me om als kop te gebruiken. Maar bijna twee weken terug nam dit gezegde voor mij wel hele letterlijke vormen aan.

Ik zal bij het begin beginnen. Ik vertrok op vrijdag middag voor kerst naar Zuidbroek (heul ver weg) om de dag daarna te starten op IICH Groningen. Best spannend, want Wim had met mij nog nooit in zo’n entourage gelopen. Een groot concours in een evenementenhal met tribunes, kerstversiering en losrijden bij het strodorp. The whole shebang, zeg maar. Vooropgesteld: super cool om daar te rijden natuurlijk!

Jodelen

Wim had op stal meteen nieuwe vrienden gemaakt (zoals eigenlijk altijd) en stond bijzonder content op zijn hooi te knagen. Dus met een gerust hart naar bed, volgende ochtend vroeg baan verkennen. Ook dat ging er relaxt aan toe. Wim keek de tribunes in en dacht: ‘Ja fijn, hoe meer mensen er naar mij kijken, hoe beter’. Dat hij er zin in had, bleek een halve dag later wel toen ik ging losrijden voor de proef.

‘Wim maakte meteen nieuwe vrienden’

Zo ongeduldig om te beginnen dat hij vlak voor het opstijgen nog even lekker op mijn voet sprong. Ik stond te jodelen (alvast een voorschotje op de wintersport) van de pijn, maar had een proef te rijden. Tanden op elkaar en gaan. Wim piepend en bokkend van blijdschap door de baan. Ik uiteindelijk ook blij, want heb hem in de Grand Prix nog niet zo scherp en fijn aan het lopen gehad.

‘Het baan verkennen ging er super relaxt aan toe’

Van de leg

In de ring werd het echter allemaal iets teveel van het goede. Wim raakte zelfs ietwat van de leg en ik kon nog amper been geven zonder een bokje als gevolg. Ik moest twee keer een extra volte draaien!! En dat mag dus niet. Het leverde terecht dikke minpunten en onze laagste score ooit op. Maar kon er niet om treuren, Wim vond het leuk en ik moet simpelweg beter leren rijden om deze scherpte in de Grand Prix in goede banen te leiden.

En ondanks dat het bloedheet was in de hal door de heftige lampen en we ons allebei kapot hadden geZWEET, had Wim energie voor 10. Dus toch niet ontevreden sprong ik van mijn paard af. AAUWW!! Dat is waar ook, die voet! Ineens deed het echt gruwelijke pijn.

‘Tja, ’t is niet de eerste keer dat Wim bij mij een teen breekt…’

Smileys met tranen

Terug naar stal gestrompeld om mijn laars uit te doen, waar het BLOED me meteen tegemoet kwam. Mijn middelste teen was helemaal zwart en mijn nagel lag er half af. EHBO erbij gehaald, met tape vastgezet en te horen gekregen dat ie gebroken was. Tja, tis niet de eerste keer dat Wim bij mij een teen breekt, i know the drill. Echte TRANEN zijn er niet geweest hoor, behalve in de lachende smileys met tranen in de vele appjes die ik heb beantwoord over hoe het was gegaan.

‘Een paar dagen later vertrokken we op wintersport’

Een paar dagen later vertrokken we naar wintersport, waar ik nu nog steeds van aan het genieten ben. Ik heb iets te grote skischoenen gehuurd en heb gelukkig alleen echt last als ik in en uit die schoen moet komen. We hebben voor het eerst sinds jaren weer super veel sneeuw, dus ik ga koste wat kost die piste op! Daarnaast heel fijn om met mijn lieve vriend en familie hier samen te zijn en het nieuwe jaar in te luiden.

Wim heeft nog wat goed te maken, dus hij gaat vast heel erg zijn best doen in 2018 haha. Ik wens jullie allemaal een waanzinnig fantastisch en gezond 2018 en ik hoop dat ik jullie ook dit jaar mag vermaken met mijn verhalen.

Koosje en Wim tijdens hun Grand Prix-proef op IICH Groningen:

Sportjournaliste Koosje Mulders schrijft voor de Hoefslag en is daarnaast fanatiek dressuuramazone op Grand Prix-niveau. Voor onze website houdt ze een blog bij over alles wat ze meemaakt als ze op pad is om te schrijven en over haar paardenleven als ambitieuze amateur tussen de grote jongens.

 

 

 

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 52)

Het lijkt gemeengoed: een instructeur spreek je niet tegen. De ‘ja, maar’ vorm is een no go. Noem in een groep instructeurs één keer de term ‘ja-maar-leerling’ en synchroon worden er zuchten geslaakt en hoofden geschud. Toegegeven, de ‘ja, maars’ vormen soms een flinke uitdaging. Toch vind ik ze verrijkend.

Nieuwe lesvormen

Onderwijsland heeft het al even door: we zijn toe aan nieuwe lesvormen. Hopelijk waait deze wind ook in paardenland. Afspraak tot op heden: ‘Docent zendt, leerling ontvangt’. Dit enigszins rigide basisprincipe botst met de ‘ja, maars’; er wordt immers geen antwoord verwacht. Gun me een voorstel voor een nieuwe werkvorm. De ‘ja, maars’ mogen blijven en zijn aan zet voo een dialoog. Geen eenzijdige communicatie alsjeblieft.

Omdenken

Omdenken dus. Ga jij er per definitie van uit dat de informatie die je zendt ook landt? In de vorm zoals jij bedoelt? Noem het vooruitstrevend, maar ik blijf graag tunen hoe, en óf mijn informatie landt. Daarom ben ik dol op ‘ja, maars’. Ze nemen me mee in de wereld van de leerling, geven me inzicht in weerstand en onzekerheid. Ze duiden onbegrip, miscommunicaties én geven aan waar de volgende stap in het leerproces zit. Een nogal waardevolle opbrengst voor iedere instructeur, zo lijkt me.

Zwemmen zonder bandjes

De mindswitch zit hem in het werkelijk horen van de ‘ja maar’. Hoor je een diskwalificatie van de kennis en kunde van de instructeur? Of hoor je een leerling die het gevoel heeft te zwemmen zonder bandjes? Goed luisteren zegt soms meer. De ‘ja, maar’ leerling krijgt nogal eens het verwijt dat hij of zij niet luistert. Persoonlijk vraag ik me af: ‘Wíe luistert er nu eigenlijk niet naar wíe?’

Op gang brengen van dialoog

Misschien zet ik de verhoudingen tussen instructeur en leerling te ouderwets neer. Ik hoopte met je mee, de praktijk gaf aan van niet. Tijdens clinics nodigde ik vele nieuwe ruiters uit om respons te geven op mijn inbreng. En ik was benieuwd naar hun motieven, waarom ze zus of zo reden. Telkens schrok ik van de schoorvoetende, excuserende houding als antwoord. Het op gang brengen van een dialoog, men is het duidelijk niet gewend. Een groot gemis.

Coachen

Er zijn instructeurs die volhardend aangeven dat een ‘ja, maar’ geen constructieve aanzet tot een dialoog is. Dan rest mij te zeggen dat iedere leerling recht heeft op weerstand. Dat hoort bij het aanleren van nieuwe vaardigheden. Het is aan de instructeur om kundig met de ‘ja maars’ om te gaan. Ja, ik durf te stellen dat dit onderdeel is van het instructeursvak. Niet het makkelijkste onderdeel, wel het boeiendste. Daar begint het pas, dat coachen.

Ook de ruiters een microfoontje

En nu we het er toch over hebben: laten we massaal die instructiesets vervangen. Geef die ruiters ook een microfoontje, in plaats van enkel een oortje. Opdat de ‘ja, maars’ gehoord worden.

Sara Ouwehand is initiatiefneemster van Ruiterpilates.nl, start haar Haflinger ZZ-Zwaar, en loopt verwonderd rond in de paardenwereld.

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 52)

0 2307
Tineke Bartels -European Championships Dressage 2016 © DigiShots

Een tijdje geleden herinnerde Tineke Bartels ons in haar column aan het rijden met twee teugels aan de trens. Ook ik heb dat vroeger op de landelijke rijvereniging zo geleerd en haar column bracht me even terug naar die tijd.

Zo ging dat toen, en dan natuurlijk met de bedoeling om te leren de controle over die twee teugels te houden, voordat er in het echt een stang en trens in de mond van je paard zat. Ik gebruik het nog steeds; gewoon, omdat het een degelijke voorbereiding is en een hoop ongemak voor het paard wegneemt.

Doem’n d’rop!

‘Doem’n d’rop!’ Op landelijke rijvereniging ‘de Zevensteen’ proestten we het altijd weer uit als Albert Meutstege van de kaasboerderij uit Bronkhorst ons zo nu en dan les gaf. Want dat was zijn favoriete uitspraak die hij graag zo vaak mogelijk herhaalde.

Nu ben ik hem er dankbaar voor omdat het me, doordat we er zo lacherig van werden, altijd is bijgebleven. Die ‘duimen erop’ is namelijk heel belangrijk. Vooral als je met stang en trens gaat rijden val je behoorlijk door de mand als je dit kleine onderdeeltje van de rijkunst onderschat.

Stang en trens; een vak apart

Het is de droom van iedere ruiter aan het begin van zijn of haar dressuurcarrière. Het ‘hoort’ bij de hogere dressuur en het staat zo mooi. Vind ik ook, trouwens. Maar dan moet het wel in zijn waarde worden gelaten, het paard ten goede komen en zeker geen ongemak veroorzaken.

Correct op stang en trens rijden is een vak apart. Niet alleen moet de ruiter volledig de controle hebben om beide teugels op de juiste lengte te houden, d.w.z. de stangteugel nooit te strak, maar ook kunnen inschatten wanneer het paard zich op een trens voldoende geeft en ontspant om voor dit ‘wapen’ klaar te zijn. Want een wapen is het op het moment dat het in ongeoefende of verkeerde handen terecht komt.

Eerlijk en enthousiast

Gelukkig ben ik gezegend met een groep eerlijke en enthousiaste pupillen die er liever ietsje langer over doen dan te gehaast te werk willen gaan. Een paar van mijn klanten rijdt er heel netjes mee en zet een zeer acceptabele Z of PSG test neer, terwijl anderen keurig wachten tot zij en hun paard er klaar voor zijn.

Een jongedame van de laatstgenoemde groep heeft haar droom in zoverre waargemaakt dat het prachtige stang en trens hoofdstel al bij haar aan de muur hangt. Zij heeft heel hard gewerkt om met een eigen-gefokt paard, waarin ze een paar jaar geleden alle vertrouwen had verloren -wederzijds trouwens- weer op te krabbelen. Na heel wat vallen en opstaan rijdt ze nu een mooie gedegen L-proef, terwijl in de training een leuk begin is gemaakt met wat wijken en zijwaards. Ook zijn inmiddels de galopwissel en contragalop ik durf bijna te zeggen, een ‘piece of cake’.

Zonde van de tijd

Maar toch heeft de ruiter bij tijd en wijlen nog teveel moeite met het bergop rijden van de neerwaartse overgangen om die stang en trens van de muur te halen. Vooral ook omdat ze nog geen enkele ervaring met de stang en trens heeft, moeten we absoluut voorkomen dat er een handremsituatie ontstaat. Het zou toch zonde van de tijd zijn -belangrijker nog, heel rot voor dit paard- als we alles wat we bereikt hebben zomaar klakkeloos weg zouden gooien.

Ruiter en paard met teugels op oefenlengte.

En toen herinnerde Tineke Bartels me er weer even aan dat dit misschien een leuke uitdaging is voor deze ruiter met aspiraties om toch het gevoel te hebben dat ze er naar toe werkt! Dus sinds een week zit er nu een extra teugel aan haar trens.

Nadat ik aan haar heel simpel had uitgelegd wat ik wilde zien -contact op de trensteugel en hetzelfde boogje aan beide kanten in de stangteugel-, kwam ze er snel achter dat dit zelfs op de mooie momenten nog best moeilijk was en op de minder mooie momenten helemaal niet eens lukte.

‘Thumbs up’ voor ‘thumbs down’

Neerwaartse overgang van draf naar stap nog steeds niet bergop.

Een prachtige manier dus om zonder je paard schade te doen te leren een basisgevoel te ontwikkelen hoe in ieder geval controle te hebben over hoe je wat vasthoudt. Dit is nu huiswerk voor deze ruiter en ze is er al enthousiast mee aan de gang gegaan. Ik negeer het verder gedurende de lessen, anders zouden we geen steek meer opschieten. Het enige wat ik doe is aan het eind van de les vertellen of ze er al beter mee heeft leren omgaan dan de vorige keer.

Ik weet zeker dat, tegen de tijd dat haar paard er klaar voor is, mijn pupil het dan keurig onder de knie heeft. Ze zal dan in het begin met de stangteugel iets te los rijden. Prima, geen probleem, van daaruit kan ze heel veilig het gevoel ontwikkelen.

Grappig, ‘doem’n d’rop’ in het Engels vertaald is ‘thumbs down’! En als ik haar ‘thumbs up’ geef, mag ze eindelijk dat hoofdstel van de muur halen!

Liz Barclay

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 52)

0 880
zadel balans
Foto: Remco Veurink

Bij dressuur denken we altijd gelijk aan het trainen van een paard, waarbij een goede balans een van de belangrijkste factoren is om resultaat te verkrijgen. Maar hoe kan een paard in een goede balans lopen als er meer dan 50 kilo niet goed in het midden of teveel voor- of achterover zit?

Wat is het effect van een ruiter wiens schouderbladen gespannen uit de rug steken of waarvan een heup hoger is dan de andere? Dressuur begint dus bij jezelf.

Vooral als je jong bent is het heel makkelijk om het zware werk op stal te onderschatten en belachelijk veel van je lichaam te eisen. Die jonge botten, gewrichten en spieren staan onder behoorlijk wat druk, en juist nu in de modderige herfst en de winter. Kruiwagens worden hoog volgestouwd om een extra gangetje naar de mesthoop te voorkomen en winterdekens voor binnen en buiten worden tig keer per dag met een enorme zwaai over de paardenrug gegooid.

Vroeger en nu

Fitness is in. Iedereen weet wat spinning is, er worden gewichten geheven en marathons gelopen. Wat een verschil tussen vroeger en nu. De ontwikkeling om fit oud te worden is vooral in de laatste tien jaar razendsnel gegaan.

Daarom is het, juist nu het zo makkelijk bereikbaar is, belangrijk om bijtijds te beginnen om goed voor je lichaam te zorgen en niet te wachten tot het lichaam stiekem begint te protesteren. Natuurlijk is voor sommigen een fitness work-out de beste oplossing. Maar als je als ruiter naast je rijden verder ook behoorlijk fysiek bezig bent, is het misschien beter om aan soepelheid en ontspanning door aanspanning te werken.

En het is echt niet oubollig om als jonge ruiter naar zoiets als een yogaklasje of pilates te gaan.

Alexander techniek

Na een redelijk lange revalidatieperiode na een rugblessure van een aantal jaren geleden attendeerde een vriendin mij op de Alexander Techniek. Een een-op-een methode waarbij je op zeer eenvoudige wijze opnieuw leert op een gezonde manier te gaan zitten, bukken en alle andere vrij banale dingen te doen waarmee we, als we het niet goed doen, onszelf kunnen beschadigen.

Jammer dat ik dat niet voor die blessure geleerd heb, dan had ik die niet alleen kunnen voorkomen maar ook veel eerder mooi op het paard gezeten en dus beter en effectiever kunnen rijden.

Waar zitten mijn zitbeenknobbels?

Om goed te kunnen rijden denkt men gauw aan fit en sterk zijn, maar dat zijn wij ruiters vaak al door onze levensstijl. Het verstandig loswerken in combinatie met balansoefeningen zet vaak meer zoden aan de dijk.

Juist ook te paard heb ik door de Alexander Techniek goed leren voelen waar mijn zitbeenknobbels zitten. Het heeft me een lichaam- awareness gegeven waar ik iedere dag weer de vruchten van pluk.

Het heet ook niet voor niks ‘techniek’, omdat je, als je de techniek eenmaal begrijpt na een aantal lessen, er zelf mee door kunt werken zonder iedere keer weer terug te hoeven gaan voor meer behandelingen.

Yoga is niet saai

Inmiddels ben ik begonnen met yoga en ben er achter gekomen dat ik zwaar onderschat heb wat dit voor je lichaam doet. Vooral voor de kernspieren van het lichaamscentrum, buik-, bekken- en ruggegraatspieren. Yoga is dus niet saai zoals ik jaren gedacht heb!

Daarbij leer je zoveel over je ademhaling, waar tussen de oefeningen door de tijd voor wordt genomen, om weer te ontspannen en nieuwe energie te creëren voor een volgende uitdaging.

Een prachtige combinatie dus voor de dressuurruiter, want juist de ademhaling is uitermate belangrijk bij de training van je paard. Denk aan ritme en overgangen.

Fitness met gevoel

De technieken die ik hier heb aangestipt, maken je niet alleen sterker maar leren je ook te voelen hoe je je lichaam moet gebruiken zonder er schade aan te berokkenen. Dat helpt je niet alleen op je paard, maar ook bij die zware kruiwagens (waar van af nu ietsje minder in gaat) en achter je bureau.

Het is fitness met gevoel en als jij de tijd neemt om te voelen hoe jijzelf beter in balans kunt leven, dan kun je ook beter voelen wat je paard nodig heeft om beter in balans te lopen.

Stoer genoeg

Wij leren alles over hoe belangrijk het is ons paard verstandig voor te bereiden met een goede warm-up voor we de zwaardere oefeningen gaan doen. Zelf zijn we vaak helemaal niet goed voorbereid om (vooral op een kouwe dag) lekker los op het paard te zitten.

In de paardenwereld is aan stoer gedrag geen gebrek. Het is gewoon een stoere sport en dus lijkt het me een goed idee om juist die andere kant van onze persoon te ontwikkelen door meer en beter te leren voelen.

Dat is niet alleen veel beter voor je lichaam maar ook voor jou als mens. Met als resultaat dat onze trouwe viervoeter je gauw zal laten merken dat hij het enorm waardeert. En dat kan jij dan weer goed voelen!

Liz Barclay

Foto: Remco Veurink

Jockey, renpaard
foto: Tophorseracing

Wat een samenspel van omstandigheden! Net het boek over Coolmore van William Jones gelezen, wat mij enkele weken geleden door een vriend overhandigd werd, waarin de beroemde renpaardentrainer, en vorige eigenaar van Coolmore, Vincent O’Brien een zeer belangrijke rol speelt. En nu lees ik dat de Melbourne Cup in Australie een paar weken terug is gewonnen door de driejarige Rekindling, getraind door Joseph O’Brien, terwijl vader Aidan O’Brien, met Johannes Vermeer, de tweede plaats verwierf.

De eerstgenoemde, Vincent, wordt wel de beste renpaardentrainer ooit genoemd. Aidan O’Brien, geen directe familie trouwens, volgde Vincent op (no pressure!) en heeft daarmee de traditie van topprestaties voor Coolmore voortgezet. En nu zoon Joseph die er nog een schepje bovenop doet door zijn vader te overtroeven.

Ik weet bijna zeker dat alle paardenmensen, inclusief mijzelf, de volbloed een prachtig en edel dier vinden. En zonder de paardenrennen is het twijfelachtig of dit paard überhaupt bestaansrecht zou hebben. Toch hou ik niet zo van paardenrennen. Het zeer jonge aanrijden, de vele valpartijen en het gokelement staan mij tegen. Dit heeft me er niet van weerhouden om het wat ongemakkelijke boek over Coolmore met de intrigrerende titel ‘The Black Horse Inside Coolmore’, geschreven door William Jones, te lezen.

Veel detail, een beetje gezeur

Het boek zit bomvol interessante details, vanaf het moment dat gewezen luchtmacht piloot Tim Vigors er begon tot aan de huidige jaren, en leest als een tierelier…totdat aan het eind William Jones verzandt in een persoonlijke aanval op wat er mis is op Coolmore, niet alleen met het wel en wee van de hengsten en fokmerries, maar vooral ook met het personeel.

Toch denk ik dat Jones het boek juist daarom geschreven heeft. Hij vertelt dat zijn strijd, toen hij nog op Coolmore werkte, om de arbeidsomstandigheden te verbeteren -betreffende overuren, veiligheid en bullyproblemen- niets opleverde. Sterker nog, bijdroeg aan zijn vertrek.

Coolmore, renpaardenkoninkrijk in Ierland

Ik ben er een paar jaar terug doorheen gereden. Coolmore lag die dag in zijn volle glorie te glimmen in een zongevulde vallei in County Tipperary. Adembenemend. Ik kon niet anders dan genieten van de prachtige weilanden vol met jonge paarden, omgeven door lange rijen bomen langs de perfect onderhouden lanen.

Dit alles nu het eigendom van John Magnier, de schoonzoon van de in 2009 overleden Vincent O’Brien. John Magnier was vijftien toen hij zijn school verliet om het landgoed van zijn overleden vader te runnen. Nu is hij waarschijnlijk een van de rijkste zakenmannen, ooit.

Ze werden ‘The Brethren’ genoemd, money shooter Robert Sangster, trainer Vincent O’Brien en gehaaide zakenman John Magnier. Samen hebben zij de renpaardenwereld voor altijd veranderd door in de zeventiger jaren in Amerika met grof geld de beste hengstveulens weg te kopen voor Coolmore.

97 merries naar Be My Guest!

Playboy Sangster heeft de glorie van Coolmore nog een aardig handje geholpen met het in de wereld zetten van de beroemde hengst Sadler’s Wells, zoon van Northern Dancer, en vader van onder andere Galileo en Montjeu. Allemaal hengsten die de harten van de volbloedaanbidders zoveel sneller doen kloppen. Al deze hengsten hebben voor Coolmore gedekt. Galileo doet dat op z’n 19ste nog steeds. Klein detail, dekgeld: 350.000 euro.

Een ander doorslaggevend moment betreffende die omslag was In 1978, toen Magnier besloot om de jonge hengst Be My Guest 97 merries te laten dekken, terwijl het in de renpaardenwereld tot dan toe een ongeschreven wet was om nooit meer dan 55 merries per jaar naar dezelfde hengst te sturen. (Even voor de duidelijkheid: in de renpaardenwereld is KI niet toegestaan.)

Dat was nog maar het begin. Een zeer inventieve stap, wat je er verder ook van mag vinden, was om de hengsten twee dekseizoenen te gebruiken. Als in Ierland het dekseizoen was afgelopen begon het een paar maanden later aan de andere kant van de wereldbol in Australië. Met dekgeld in de mega duizenden per wip. Tel uit je winst!

Tot zover…

Tot zover las ik met alleen maar admiratie. Jones, die van 2006 tot 2014 in een van de stallen werkte waar de veulens geboren werden, beschrijft met kleur hoe Coolmore zich ontwikkelde. Maar ja, aan een wereld waar zoveel geld in omgaat zit meestal wel een vreemd luchtje, vandaar de titel ook, ‘The Black Horse Inside Coolmore’.

‘Koning’ Magnier

‘Koning’ Magnier houdt er volgens Jones enkele vreemde regeltjes op na. Als meneer Magnier door de stallen loopt mag het personeel alleen antwoorden als hij hen aanspreekt. Men mag zelfs niet uit eigen beweging goedendag zeggen. Ook wordt van hen verwacht dat ze niet zeuren over belachelijk veel onbetaalde overuren. Verder is er een afspraak over geheimhouding wat er binnen de muren van Coolmore gebeurt.

Als Michael Jones naar waarheid schrijft is het dus geen wonder dat in het boek het woord ‘maffia’ voorkomt.

De onmenswaardige dood van Montjeu

Er mag dan een echte begraafplaats zijn met prachtige gedenkstenen voor de tophengsten, het draait uiteindelijk allemaal om geld, en dan hebben we het over vele miljoenen. John Magnier staat voor zo’n 900 miljoen terwijl de waarde van Coolmore op vier biljoen wordt geschat. Dat dit volgens Jones soms helaas over lijken gaat is schokkend maar verbaast me eerlijk gezegd niks.

De beschrijving van hoe de hengst Montjeu, die al zoveel jaren zo ongelofelijk veel voor Coolmore had betekend,  volledig buiten zinnen een etmaal lang moest lijden om een natuurlijke dood te sterven, brak mijn hart. Dit om het enorme bedrag, ver in de miljoenen, van de verzekering uitbetaald te krijgen. Een afschuwelijke regel om veterinaire fraude te voorkomen.

Deze hengst had al zo enorm veel geld verdiend voor zijn eigenaren dat het wel heel rauw is om op deze onmenswaardige manier voor zijn dood te hebben moeten vechten.

Ook het verhaal over de merrie Jude, die na tien veulens en een inwendige bloeding toch maar weer drachtig moest worden van de hengst Galileo met alle risico’s vandien. Uiteindelijk is ze inderdaad doodgebloed nadat ze haar laatste veulen in de wereld had gezet, maar daar was al keurig over nagedacht en voorbereidingen waren getroffen. Er stond een geduldige Clydesdale merrie met een vol uier klaar om het veulen over te nemen.

Het lot van de Clydesdale merries op Coolmore

Coolmore heeft namelijk zo’n 50 Clydesdale merries die ieder jaar een veulentje krijgen. En dat puur voor het geval dat een super gefokt volbloed veulentje om de een of andere reden niet bij de eigen moeder kan blijven. Dan wordt het Clydesdale veulentje weggehaald en aan de fles gezet en zijn moeder ongelofelijk gefopt.

Soms, schrijft Jones, is dat zelfs om de bizarre reden dat de volbloedmerrie ergens anders dan Coolmore gedekt wordt en Coolmore zijn eigen veulens nooit uit het oog wil verliezen.

Tja, en die Clydesdale veulentjes? Niet echt een leuk verhaal. Er wordt altijd naar potentiële eigenaars gezocht maar helaas lukt dat niet altijd…

Naar de hunt als voer

Omgekeerd worden alle jonge paarden regelmatig voorgeleid en als er ook maar iets te zien is waardoor een nog zo jong dier misschien niet voor de renbaan geschikt is, worden ze onmiddelijk opgeladen en afgevoerd om bij de Tipperary Hunt een kogel door de kop te krijgen om vervolgens de hounds een lekker maaltje te verschaffen. Er wordt geen tijd en geld verspild aan iets wat niet kan winnen.

Jones windt er geen doekjes om. Lastig, als je hard kan rennen en goed kan dekken ga je als je pech hebt langzaam dood en als je zomaar op een onschuldig lijkend moment niet helemaal mooi stapt dan is het met een paar uurtjes afgelopen.

Zo heeft deze prachtige valei die door Coolmore voor het hele gebied een eigen economie heeft gecreeerd helaas, als we de schrijver mogen geloven, toch een luguber bijsmaakje gekregen,.

William Jones en rechtszaak

William Jones houdt van de rensport, en ook heel veel van de volbloedpaarden waar hij in zijn tijd bij Coolmore met veel liefde voor zorgde. Maar hij is zeer duidelijk in tweestrijd over hoe Coolmore zijn zaakjes regelt. Niet alleen betreffende het paardenwelzijn maar ook het personeel.

Hij zeurt daar een beetje lang over door aan het eind van zijn boek, soms met een vleugje rancune, maar het zit hem blijkbaar hoog. Er werd volgens hem niet geluisterd naar wat hij graag veranderd zag ten gunste van de veiligheid en het welzijn van paard en personeel.

Coolmore is dus niet blij met het boek en na een rechtzaak kan William Jones dit boek alleen nog maar in eigen beheer uitgeven. Verder is het nergens meer te koop.

Uit eigen ervaring in Amerika

Gedurende mijn periode in Amerika ben ik ooit gevraagd om manager bij de fokafdeling van een privé-renstal te worden. Ook al wist ik van tevoren dat dit een verantwoordelijkheid was die mijn schouders niet zouden kunnen dragen, heb ik me toch over laten halen om me door de, overigens bijzonder aardige en gastvrije, eigenaren rond te laten leiden.

Het was ergens in de staat Maryland en het was op z’n Amerikaans prachtig met perfecte witte afrasteringen en ieder grassprietje dezelfde lengte. In de stallen werkelijk geen stofje te bekennen.

Hoefbevangen fokmerrie

In de laatste stal stond een oudere merrie wiens hoeven en benen in enorme zwachtels stonden. De eigenaresse deed de staldeur open en, terwijl de tranen over haar wangen liepen, sloeg zij haar armen om de nek van het geduldige dier en wenste haar sterkte.

Ik snapte er geen biet van. Er werd mij uitgelegd dat deze 18-jarige merrie hoefbevangen was, maar dragend van een tophengst.

Dit was bij haar vorige veulen ook zo gegaan, maar ze wilden zo heel graag nog een keer een veulentje dat ze het er toch maar weer op gewaagd hadden.

De merrie heeft nog drie maanden in draagbanden moeten hangen omdat zij niet meer kon staan. Zij is daarin samen met haar ongeboren veulen overleden. De eigenaar en zijn vrouw zaten toen ergens op hun zeiljacht in de Maagdeneilanden.

 

foto: TophorseracingBlog Liz Barclay: ‘De Melbourne Cup 2017: een triomf voor de O’Briens…en een ongemakkelijk boek’

Isabell Werth - Don Johnson FEI European Championships Aachen 2015 © DigiShots

Isabell Werth liet zich onlangs negatief uit over het schrappen van de hoogste en laagste score per onderdeel. Dat snap ik wel; zij wint alles, dus voor haar moet er echt niets veranderen in het jureren.

En Werth staat niet alleen; de meeste toonaangevende dressuurnaties zijn tegen het schrappen van de hoogste en laagste score per onderdeel op het protocol. Nederland en Italië zijn voorstanders van het voorgestelde nieuwe jureersysteem, andere landen volgen nog geenszins. Bezwaar is het aanmoedigen van voorzichtig jureren en het schrappen van de afwijkende resultaten zou op het eindtotaal nauwelijks enig effect hebben.

‘Fijn gereden, jammer van het juryverschil’

Helaas behoren Nederland en Italië niet meer tot de toonaangevende dressuurlanden dus ik kan mij zo voorstellen dat de stempel van buurland Duitsland zwaar gaat drukken in deze discussie. Feit is wel dat – in tegenstelling tot wat Isabell Werth beweert – ruiters zich wel degelijk druk maken over de puntenverschillen. Wekelijks plaatst een ruiter wel de opmerking: ‘fijn gereden, jammer van het juryverschil’. Het gevolg is dat juryleden zich weer druk gaan maken over deze verschillen en zich hierdoor laten beïnvloeden. Dat heeft niets te maken met voorzichtig jureren.

Ook is het te gemakkelijk om de puntenverschillen te verklaren door de positie van de jury. Het is logisch dat de verschillende posities van invloed zijn op de beoordeling. Echter niet in die mate zoals – helaas – vaak wordt geconstateerd (verschil van meer dan 5% is geen uitzondering). Isabell Werth ziet de oplossing in bijscholing. Die zie ik niet, want er is niets mis met de opleiding en bijscholing van juryleden. Het gaat om het uniformeren van subjectieve waarnemingen en dat is knap lastig.

Discussie alleen op internationaal niveau

De aangehaalde rekensom gaat evenmin op. Het is logisch dat een herberekening niet zoveel verschil zal laten zien. Echter bij de invoering van het schrapsysteem zullen juryleden meer de richting van uniformiteit worden opgeduwd en dat moet mijns inziens wel degelijk een groot verschil gaan uitmaken. Het testen hiervan is dan ook meer dan de moeite waard.

Het is jammer dat deze discussie alleen op internationaal niveau wordt gevoerd. Uiteindelijk gaat het om een handjevol (vorig weekend bijvoorbeeld zeven deelnemers in de kür in Oldenburg) ruiters. Toegegeven op internationale grote toernooien zijn het er veel meer, maar het gaat erom dat de grootste groep ruiters hier niet toe behoort en ook belang heeft bij minder verrassingen tijdens het jureren. Alleen kan het schrapsysteem bij deze grote groep deelnemers niet worden ingevoerd, omdat er veelal maar 1 of 2 jury’s zijn. Dan valt er niets te schrappen.

Bestuderen en evalueren

Alles begint bij het begin. In de basissport moeten juryleden wel naar de proef kijken (zie eerdere publicatie over collega jurylid). Ook moeten juryleden bij de beoordeling van boven naar beneden werken en niet andersom. En verder zou de KNHS eens wat protocollen en uitslagenlijsten moet bestuderen en evalueren. Of het verloop (steekproefgewijs) van een individuele ruiter die op de ene wedstrijd twee winstpunten binnensleept en een week later nul.

En als we het over schrappen hebben: ZZ licht en ZZ Zwaar. Niets is zo demotiverend als deze klassen, de vreemde eend in de bijt. Bedoeld als voorbereiding op de lichte tour, in werkelijkheid een tegenovergesteld effect. Dat blijkt wel, want Nederland haalt geen medailles meer. In de buurlanden begint de suptop (ook zo raar, want Grand Prix valt daar dan ook onder en dat lijkt mij toch echt topsport) met de klasse DM die is onderverdeeld in een lichtere en een zwaardere proef. Prima en daarna volgt de DS klasse, ook weer onderverdeeld in verschillende niveaus. Duidelijk, helder en geen gedoe met even en oneven nummers etc.

Wie wil zich nog door het ZZ worstelen?

Het aantal wedstrijdruiters neemt in Nederland drastisch af. Logisch, want wie wil zich door de ZZ klasse heen bijten. Als de KNHS deze uitslagen eens gaat bestuderen moet zij tot de conclusie komen dat het nog bijzonder is dat er ruiters zijn die zich voor deze klasse opgeven. Even een willekeurig voorbeeldje van een recente subtop wedstrijd:

 

Ruiter Paard Vader Kl. prc. C H
1 952 Natascha Veen Damoiselle Vivaldi ZZZ 69,57 68,86 (1) 70,29 (1)
2 587 Marsha Smits Actie W Goodtimes ZZZ 64,29 64,00 (3) 64,57 (2)
3 523 Teatske Bunschoten Haico Haarlem ZZZ 61,71 63,14 (4) 60,29 (3)
4 355 Stephanie Berends Sipko’s Enrico Vader Onbekend ZZZ 61,07 65,43 (2) 56,71 (9)
5 145 Monique Kao – Van Manen Bluelines Zing Lady Riverdance ZZZ 61,00 61,71 (5) 60,29 (4)
6 778 Rommie Stegeman Brenna Obelisk ZZZ 59,79 61,14 (6) 58,43 (7)
7 275 Laura De Ruiter Beau Tenerife Vdl ZZZ 59,50 58,71 (9) 60,29 (5)
8 641 Daniëlle Van Bergen Ayden of Gold Democraat ZZZ 59,36 59,57 (8) 59,14 (6)
9 404 Marrit Reusien Brinkhof’s Filius Apache Apache ZZZ 58,93 59,71 (7) 58,14 (8)
10 154 Henricke Krol – van ’t Hof Alibaba Tchaikovsky ZZZ 57,29 58,14 (10) 56,43 (10)
11 533 Martha Van der Meulen Stal De Merskens Benke Dries 421 ZZZ 55,64 55,71 (11) 55,57 (11)
12 476 Gea Algra Carajana Radisson ZZZ 54,36 54,57 (12) 54,14 (12)

 

Van de twaalf combinaties wisten zeven geen voldoende percentage te behalen.  Moeten we daaruit concluderen dat zij de winstpunten in het ZZ-Licht cadeau hebben gekregen? En 61% goed voor een prijs? En dan moet je er nog negen! De paarden zijn bejaard als ze naar de lichte tour mogen!

Motivatie

Zowel het jurysteem als de promotieregeling dienen een motiverende werking te hebben. Ik ken genoeg ruiters die zijn afgehaakt vanwege het gebrek daar aan.

En mijn theorie lijkt ondersteund te worden door het navolgende. Die ruiters die zich wel door het slagveld heen weten te rijden moeten dan door dit zware traject toch echt wel klaar zijn voor de volgende stap. Weer even een voorbeeld, nu een Prix St.Georges-proef

Kl. Vereniging prc. C H
LT Zuidplasruiters, RV. 65,59 64.34 (1) 66.84 (2)
LT Hs Heiloo e.o., RV. 65,53 63.68 (2) 67.37 (1)
LT Ruterwille, RV. 61,97 61.05 (3) 62.89 (3)
LT Sportpaarden Amsterdam (SPA), RV. 61,25 61.05 (4) 61.45 (5)
LT Belckmeer, RV. 59,34 57.11 (7) 61.58 (4)
LT Ruterwille, RV. 59,08 58.03 (5) 60.13 (6)
LT Berkenruiters, RV. 57,83 55.79 (9) 59.87 (7)
LT Oostelijk West Friesland, RV. 57,24 56.84 (8) 57.63 (8)
LT Belckmeer, RV. 56,91 57.63 (6) 56.18 (9)
LT Hs Heiloo e.o., RV. Vrijw 0.00 (x) 0.00 (x)

 

Dit lijkt geenszins op een vlotte doorstroming. Immers, meer dan de helft van de combinaties behaalde geen voldoende resultaat. Overigens lijkt van een serieus juryverschil probleem geen sprake. Onbegrijpelijk is het wel nu deze combinaties in de ZZ-Zwaar klasse tien winstpunten hebben behaald. Voor de doorstroming naar de midden- en zware tour geldt exact hetzelfde. Voorbeelden ten overvloede.

‘Nederland is te negatief’

Uiteraard heb ik ook geen passende oplossingen. Dan had ik wel bij de KNHS gesolliciteerd. Wel ben ik van mening dat het jureren in Nederland nog veel te negatief wordt benaderd ten opzichte van andere landen en dit ‘lage’ jureren zeker niet bijdraagt aan een goede doorstroming naar de hoogste regionen.

Normaal leer je als kind paardrijden op een manege waar de pony’s netjes achter elkaar aanlopen en doen wat er van hen gevraagd wordt. Bij mij liep dat net even anders; ik leerde rijden op een renstal met super snelle en vooral eigenwijze Arabieren. Deze toppers werden gefokt en getraind voor de renbaan.

Flinterdun zadel

Het was een komen en gaan van jaarlingen die uit de opfok kwamen en ingereden, doorgetraind en uitgebracht werden op de renbaan. Het was fascinerend om te rijden op deze snelle paarden. Steeds harder en sneller, niets was mij te gek. Korte beugels en een flinterdun zadel, ik kende niet anders. Van netjes een rondje door de bak was geen sprake, het merendeel van de paarden (en ik ook niet) had überhaupt nog nooit een dressuurbaan van dichtbij gezien.

Een afgeschreven paard

Naarmate ik ouder werd nam de ‘productie’ van de stal af, meer paarden bleven langer bij ons staan en zo ook Duc. Duc kwam als jonge hengst op stal, hij was net als alle andere redelijk maf; een echte Arabier. Luisteren was niet zijn sterkste kant. Na een aantal buitenritjes die geëindigd waren tegen een boom of in de sloot, werd besloten hem te castreren. Duc was op de baan niet echt een topper, hij durfde niet in te halen (wel zo handig als hij ooit nog iets wilt winnen in de rensport) en hij werd ‘afgeschreven’.

Niemand reed graag op hem

Ik was in de loop der jaren helemaal verliefd geworden op zijn gekke karakter. Bij het trainen reed niemand graag op Duc, behalve ik. Op het moment dat er besloten werd om hem niet meer uit te brengen op de baan, heb ik een bod op hem gedaan. Na hard sparen kocht ik als zeventienjarige een Frans gefokte Arabisch volbloed genaamd Duc.

Lange stijgbeugels

De renstal liet ik achter en wij vertrokken naar een kleine stal in mijn woonplaats. Hier maakten wij voor het eerst kennis met een bak, een baan van 40 bij 20. Dit was wel iets anders dan de eindeloze grasvlakte waar je gemakkelijk de 50km per uur haalde. Met veel vallen en opstaan begonnen wij met de beginselen van de dressuur, beugels die langer waren dan je zadel, rijden met je benen in plaats van je handen en zitten in plaats van staan.

Galopperen op standje ‘renbaan’

Een aantal jaar later starten we voor het eerst in de F1, dit ging goed, vooral omdat Duc dan niet hoefde te galopperen. Galopperen ging namelijk nog steeds op standje ‘renbaan’ en geloof mij, dat was niet handig in dat bakje :). Inmiddels zijn wij samen verder gekomen dan ik tien jaar gelegen durfde te dromen en zijn wij onlangs gestart in het L1.

Ervaring en kennis delen

Toen ik begon met paardrijden maakte wij nog geen gebruik van internet zoals nu. Verbinding maakte je door in te bellen en niemand wist wat Google was. Voor vragen of informatie over paardrijdspullen ging je naar de winkel. Dit is met de komst van internet tegenwoordig heel anders. Op internet is van alles te vinden, vaak goed, soms fout. Vanuit mijn kennis en ervaring, die ik graag wil delen met ruiters zoals ikzelf, is mijn website www.galopperen.nl ontstaan.

Het gezicht van Galopperen.nl

Op mijn website deel ik informatie over allerlei paardenspullen en ruiterbenodigdheden zoals rijhandschoenen, maar ook specifieker over bijvoorbeeld een Mexicaans hoofdstel. Ik bespreek de trends in de paardenwereld en geef tips over het onderhoud van jouw paardenspullen. Regelmatig schrijf ik blogjes om mijn ervaring te delen, afgewisseld met een blogje over het leven van mijn paard Duc. Om de productpagina’s te voorzien van de juiste afbeeldingen heeft Duc model gestaan. Mijn bijrijder en ik hebben een hele dag gek gedaan om zijn aandacht te trekken voor een mooie foto. Maar nu kan ik met trots zeggen dat hij het gezicht is van Galopperen.

Work in progress

De website staat nog in de kinderschoenen en wordt iedere week verder uitgebreid. Er zullen nog veel pagina’s, blogs en afbeeldingen volgen, maar toch ben ik al ontzettend trots op het mooie design, informatie en de mooie foto’s.

Bedankt voor het lezen van mijn artikel! Ben jij benieuwd geworden naar Galopperen.nl? Neem snel een kijkje! Galopperen is actief op Facebook (www.facebook.nl/galopperen) en Instagram (www.instagram.com/galopperen.nl).

Liefs, Lieve de Wit en Duc

0 665
mounted police

Het is alweer een aantal jaartjes geleden, maar ik denk nog vaak terug aan die vreemde tijd toen mijn leven nog verdeeld was tussen mijn geliefde Cornwall en Amerika; het land waar ik mij zo’n ongelofelijke vreemde eend in de bijt voelde. Totdat ik de kans kreeg om als vrijwilliger bij de Mounted Police Unit in Portsmouth, in de staat Virginia, te trainen…

Niets voor een paardenvrouw

Waarom een natuurliefhebbende paardenvrouw zich liet verleiden om, weliswaar tijdelijk, in de grootste havenstad te gaan wonen…drie keer raden. Maar het duurde niet lang voor ik de warme paardenlijven zo verschrikkelijk begon te missen, dat ik er ’s nachts niet meer van kon slapen.

Een inmiddels goede vriend belde me op een ochtend op met de mededeling dat ik over vijf minuten klaar moest staan voor een uitje. Wij reden tot mijn grote verbazing naar de lelijke braakliggende terreinen tussen de enorme industriële haven van Norfolk en de overwegend zwarte getto’s van Portsmouth.

Een deprimerender uitzicht kan ik eerlijk gezegd niet bedenken, dus ik begon me wel af te vragen wat dit ‘uitje’ ging worden.

Vertrouwde paardenmestlucht

We stopten bij een soort modern opslaggebouw waar een aantal politiewagens geparkeerd stond. Mijn vriend Bill liep voor me uit de open schuifdeuren binnen en ik rook het al…die ouwe vertrouwde geur van stro en paardenmest.

Ik trof zes stallen aan, met over iedere deur een lief paardenhoofd. Bill liep door naar het eind waar een deur zat die toegang gaf tot een klein kantoortje waar drie politiemannen in uniform aan hun bureau zaten. Ik werd voorgesteld, maar die belachelijke brok in m’n keel weerhield me ervan om behoorlijk antwoord te geven.

Mike Stallings liep voor ons uit om de paarden aan me voor te stellen. Toen bij de laatste stal de deur openging, sprong een grote vos schichtig de hoek in. Mike had me inmiddels verteld dat de Mounted Police in Portsmouth een nieuwe unit was en alle zes paarden gedoneerd waren.

Tja waarom geven mensen hun paarden weg? Niet altijd om eerlijke redenen. Een van de paarden was zo nu en dan kreupel en deze Saddlebred, Jessie, daar kon niemand iets mee.

Meteen een klik

Inmiddels had ik mijn spraak terug en vroeg of ik even de stal in mocht. Ik zag een prachtig paard dat liefde nodig had en daar had ik hopen van. Jessie dacht er niet lang over voor hij naar me toekwam. ‘Voorzichtig, hij slaat’, zei Mike, maar Jessie had allang besloten dat wij dezelfde taal spraken. Hij was lief en voorzichtig met een soort vragende oogopslag, terwijl ik hem liet merken dat ik helemaal niets van hem verwachtte behalve rust.

Dat vonden deze politiemannen geweldig, dus terug in het kantoortje kwam de aap uit de mouw. Ze hadden hulp nodig. Alleen Mike kon echt rijden. De andere drie waren vrij onervaren. Wilde ik hen lesgeven en durfde ik Jessie aan? Als vrijwilliger, natuurlijk, want zij hadden geen geld en ik geen werkvergunning.

Een geweldige uitdaging

Heel lang hoefde ik hier niet over na te denken. Naast het werk op de zeilboten van mijn vriend had ik niet veel aansluiting en ik miste de paardentraining verschrikkelijk. Het idee om een deel van mijn tijd weer op paardenruggen door te brengen en deze kerels op weg te helpen, leek me een geweldig avontuur en uitdaging.

Ik begon meteen de volgende dag. Er was een kleine paddock waar ik in eerste instantie op alle paarden geklommen ben. Ook op Jessie. Er was helemaal niks verkeerd aan dit paard. Gewoon een onbegrepen heethoofd. Na de eerste ochtend was het duidelijk. Behalve Mike hadden de andere mannen dringend zitlessen nodig. Daarnaast moest Jessie regelmatig gereden worden. Hij had al een maand voor een groot deel op stal gestaan omdat alleen Mike hem in de paddock durfde te zetten.

Dat ging vanaf nu veranderen. Ik reed hem iedere ochtend waarna hij de paddock inging voor een uurtje of wat. Daarna kon iedereen hem binnen zetten. Zo mak als een lammetje.

Daarnaast gaf ik zitlessen aan de rand van de haven met uitzicht op de enorme containerschepen vanuit de hele wereld! Gekker kon het eigenlijk niet.

Sirenes en een neppistool

Jessie leerde snel. Samen reden we over de braakliggende terreinen waar aan het einde een kleuterschooltje voor de getto’s zat. Daar reden we dan omheen met allemaal zwaaiende kindertjes voor de ramen. Langzaam begon Jessie de wereld weer leuk te vinden en werd hij met de dag minder bang.

Het werd tijd voor het intensievere deel van de training. Samen met zijn beste vriend, het paard van Mike die alle kneepjes van het vak goed kende, lieten we hem kennismaken met een politieauto met zwaailicht en daarna met een sirene. Hij reageerde even scherp, daarna was er geen probleem.

Diezelfde week liepen we al over een stuk spaanplaat, ik geef toe, een paar hopjes op de achterbenen, daarna was het gesneden koek voor hem. Een maand later kon Mike letterlijk vlak naast hem met een neppistool knallen, tot ik er zere oren van kreeg.

Portsmouth, here we come!

‘Zo’, zei Mike op een ochtend, ‘ben je er klaar voor, zullen we de stad maar eens ingaan?’ Ik kreeg een politiejack aangereikt. Een beetje zenuwachtig was ik wel, maar Jessie voelde zo goed toen we de rand van Portsmouth naderden, dat ik mijn benen al snel langer voelde worden en het vertrouwen m’n zitbeenknobbels begon uit te kruipen.

Het was een spannend moment toen Mike mij de door hem uitgeschreven bekeuring voor een fout geparkeerde auto aangaf. Ik moest Jesse zodanig naast de auto zetten dat ik de bekeuring onder de ruitenwisser kon steken zonder met mijn beugel in de lak te krassen. Tijdens de oefeningen ging dit altijd heel goed en gelukkig dit keer ook.

Toen Mike en ik voor een groot monument, rustig naast elkaar opgesteld, samen het verkeer op High Street aan ons voorbij lieten gaan, voelde ik me euforisch, ‘Portsmouth, here we come!’, was het enige dat maar door m’n hoofd bleef suizen.

Oproer en achtervolging

Na een paar maanden hadden alle mannen een veel betere balans en de paarden dus veel minder last van een slechte teugelvoering en ik was best trots als ik ze vanuit mijn woonkamerraam ’s avonds langs zag komen. Soms stopten ze even om voor het huis een praatje te maken.

Toen, ergens op een hete zomeravond, hoorde ik eerst een gillende sirene en zag daarna drie paarden langs galopperen achter de politiewagen aan. Het deed me werkelijk aan ’McCloud’ denken, de serie uit m’n jeugd.

De volgende dag hoorde ik dat ze achter een overvaller aanzaten. Deze was uitgerekend door een van de politiemannen te paard klemgereden in een smal steegje waar de politieauto de achtervolging moest staken omdat hij er niet in kon.

Wat een verrassing!

Niet lang daarna was mijn verjaardag. Die ochtend, toen ik nietsvermoedend het kantoortje binnenkwam, stonden daar vier politiemannen te zingen met voor hen op tafel een door hen zelf versierde taart met van die afschuwelijke vieze icing in de vorm van een zeer mislukt paardenhoofd.

Wat een verrassing! Een groter of betere blijk van waardering hadden deze kerels me niet kunnen geven.

mounted police

De toekomst van Jessie

Jessie en ik zijn samen een heel eind gekomen, maar ik voelde de bui wel hangen. Dit was geen paard voor de vrij onervaren politiemannen. Ik heb geprobeerd om de beslissing zo lang mogelijk uit te stellen. Hoe langer wij samen door konden, hoe zekerder Jessie’s toekomst voor een goed volgend thuis werd.

Ik heb niet willen weten waar hij uiteindelijk terecht is gekomen. Het deed te zeer. Ik denk nog vaak aan hem. Als hij in m’n koffertje had gepast had ik hem mee naar Cornwall genomen…

Liz Barclay

Foto boven verhaal: West Yorkshire Police Mounted Section

Koosje Mulders - Wim Subtop 2017 © DigiShots

Laat ik jullie eens meenemen in mijn gedachtegang tijdens de proef nu ik Grand Prix rijd (super tof trouwens om alleen al te kunnen zeggen). Dat gaat ongeveer als volgt. ‘Ok, daar gaan we, A-X binnenkomen moet lukken, hebben we vaker gedaan. Uitstrekken, hobbel de bobbel, maar vooruit, niet slecht. Jeetje wat zijn die appuyementen toch scherp! Wie heeft die B dichterbij gezet?! Halthouden. Wim, vijf passen achterwaarts. Wim? WIMMM??!!! Godsamme, wat gênant. Dat moesten er in de L2 al kunnen…. Goed, passage. Kom. Eens. Met. Die. Benen. Van de grond. Laat maar, we zijn al bij de piaffe. Nee, niet stilstaan. Nee, niet te voorwaarts. NEE, niet achterwaarts. Lekker dan, nu kan je het ineens wel? Gelukkig kunnen we even stappen. Blijven ademhalen. Doe nou toch even je kop naar beneden, er valt daar niets te zien. Oh, oh, hoe gaat de rest van de proef ook al weer?

’Leuk, kunnen we!’

Yes, galop, eindelijk even gas geven. Series: leuk, kunnen we goed. Zigzag: vreselijk, kunnen we niet. Zit ik nu al op zes? En nu alweer?? Maar we moeten ook nog opzij. Waren dat 15 eners of 17? Iemand? Nee Wim deze middellijn betekent niet halthouden op X, nog een pirouette. En nee, Wim deze middellijn betekent ook geen halthouden op X, we moeten nog piaffe-passage. Dit ging zo snel, heb ik eigenlijk alles wel gehad? Zucht, het is achter de rug. Toch best wel cool eigenlijk, net echt!’

Verdomd lastig

Als ik iets geleerd heb de laatste maanden is het wel dat Grand Prix rijden verdomd lastig is. Het grootste gedeelte van de proef voel ik me net Brett Kidding, de rol van een grijze oude man met de motoriek van een slingeraap die met verve wordt vertolkt door Tristan Tucker (check YouTube, je lacht je rot. Tenzij het, zoals voor mij, herkenbaar is…). In de Lichte Tour dacht ik bij wijze van spreken nog wel eens aan de boodschappen die ik later die dag nog moest doen. ‘WC-papier niet vergeten’, in die trend. Daar krijg ik nu de kans niet meer voor, maar het is geweldig. Zoals ik al zei, het voelt net echt! Whoohoo!

Hoge duikplank

En twee weken geleden was het ook echt echt. Geen oefenwedstrijd meer, geen HC meer, maar officieel debuteren. Om de sprong in het diepe een beetje kracht bij te zetten, had ik een behoorlijk hoge duikplank uitgezocht: It’s all Dressage in Zeeland. Waar meerdere Olympische ruiters blijkbaar ook graag rijden. Oeps. Maar we hebben ons redelijk staande gehouden en scoorden ruim 65%. Het coolste moest nog komen. De dag daarna mocht ik meteen mijn eerste Grand Prix kür rijden. Omdat ik nog geen eigen heb, mocht ik van niemand minder dan Edward Gal een kür lenen. Namelijk die van Lingh! Vet stoere muziek en natuurlijk heel bekend. Dat maakte het pas echt net echt. Het was helemaal te gek en we hadden nog 68,5% ook. Het gevoel van ‘net echt’ went denk ik nooit.

Beetje chillen en flirten

Voor de mensen die zich nu afvragen wat Wim denkt gedurende zo’n proef, het komt eigenlijk neer op maar een enkele gedacht: ‘Hehe eindelijk, wat relaxt, we zijn in de ring. En terwijl zij zich mega druk maakt, kan ik rustig een beetje chillen en flirten met de mensen langs de kant.’
Tijdens de Grand Prix:

Tijdens de Kür op Muziek:


Sportjournaliste Koosje Mulders schrijft voor de Hoefslag en is daarnaast fanatiek dressuuramazone op Grand Prix-niveau. Voor onze website houdt ze een blog bij over alles wat ze meemaakt als ze op pad is om te schrijven en over haar paardenleven als ambitieuze amateur tussen de grote jongens.

Foto: DigiShots (archief)

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

101,065FansLike
0VolgersVolg
6,970VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer