Tags Posts tagged with "Blog"

Blog

instructeur

De ik-bestuur-op-afstand-het-paard-instructeur is voor ons al jaren reden voor een grapje: ‘Een klein beetje been, nu even opvangen op je buitenteugel, even aantikken, zo ja, nee op het achterbeen houden, opvangen, opvangen! Maar wel door blijven gaan! Zo ja, beetje buitenbeen nu, juist zoooooo.’ De ruiter heeft fantastisch gereden, het paard liep zoooo fijn, echt niet normaal!

Des te groter het drama de volgende dag, dat wel. Want ja… dan is er niemand die aan de touwtjes trekt en moet de ruiter het zelf doen. Maar ja, wat dan eigenlijk precies???

Onze grap was dan dat die ik-bestuur-op-afstand-het-paard-instructeur het vele malen beter doet dat wij. Ons doel is namelijk een zelfstandige trainer te creëren, iemand die weet wat hij doet, waarom en hoe.

Waarom die andere instructeur het dan toch beter doet?

Heel simpel…

De leerling heeft de volgende dag die ik-bestuur-op-afstand-het-paard-instructeur weer nodig en daarom lessen ze iedere week of soms zelfs een aantal keren per week. En bij ons, in het meest gunstige geval steeds minder vaak, omdat ze het zelf af kunnen, omdat ze in een vroeg stadium problemen leren herkennen, ze zelf deze problemen kunnen oplossen, doelen kunnen stellen, een trainingsschema kunnen maken en gemotiveerd zelfstandig naar het doel toe kunnen trainen.

Dus ja, omzettechnisch helemaal niet zo snugger… Toch is dat iets dat ik nooit ga veranderen! Dat is ons doel en dan ook onze missie :-)!

Vandaag had ik er weer eens een leuk gesprek over met mijn vriendinnetje. Ze had vorige week mee gelest bij mijn trainer Tonnie Huberts en vond het lastig het zelfstandig in de praktijk te brengen na een losse les en zodoende heb ik haar vandaag nog een kleine opfrissing gegeven.

‘Waarom dan?’

Waar ze bij hem braaf luistert en gewoon doet wat er gezegd wordt, gaat ze met mij het ‘gesprek’ aan. Waarom dan? Maar het voelt niet fijn! Loopt ze dan niet helemaal zus of zo? Hoe zit dat dan? Dat kan ik niet hoor.. En ik vraag op mijn beurt weer door aan haar. Dat doe ik heel vaak trouwens, soms lijkt het wel eens of de rollen omgedraaid zijn, dat ik de vragen stel en de leerling moet uitleggen.

Schermafbeelding-2018-06-23-om-10.48.18-198x300.jpg

Mijn vriendinnetje is een talentvolle meid, met een goede dosis verstand (als ze naast haar paard staat) en een heleboel gevoel in haar donder. Maar soms lijken die twee dingen nog niet helemaal met elkaar samen te werken. Door haar vragen te stellen wordt ze gedwongen om na te denken en deze gedachten weer te koppelen aan het gevoel. Op die manier worden er verbindingen gemaakt, die ze niet meer vergeet en die dus wel blijven hangen voor langere tijd.

Dat werkt niet

Ook is ze een verschrikkelijk gewoontedier, net als velen van ons overigens. En net als onze trouwe viervoeters. Je doet dan ook vaak iets puur en alleen uit gewoonte. Dat werkt niet. Tenminste.. Niet als je iets wilt veranderen. Alleen als je iets wilt houden zoals het is, oftewel bevestigen. Een stukje onbewust bekwaam zoals bijvoorbeeld lichtrijden waar je niet meer bij na hoeft te denken.

Als je iets anders wilt, zul je dus eerst bewust moeten zijn van het feit dat je iets nog niet goed kunt, oftewel bewust onbekwaam.

Ik heb dat echt nodig, zij ook. Wij moeten eerst snappen wat er niet goed is, wat er moet gebeuren en dan schudden we het uit ons mouw. Zo maar bevelen opvoeren is niet ons ding, maar laat ik voor mezelf spreken.

Gek van het spelletje

Hiermee bedoel ik overigens niet dat Tonnie een ik-bestuur-op-afstand-het-paard-instructeur is, integendeel! Hij kan heel snel de vinger op de zere plek leggen en vol overgave hiermee aan het werk gaan. Niemand komt de les uit en zegt: ‘Zo, doe mij gelijk nog zo’n les er achteraan!’ Het is altijd zeer intensief, zullen we maar zeggen! En of hij nu om 8u begonnen is en je de laatste bent om 23u, maakt geen enkel verschil, echt bewonderenswaardig, zo enorm bevlogen en gek van het spelletje!

Het gesprek ging dan ook verder over extremen. Haar vraag aan mij was: ‘Zo kan ik mijn paard toch niet altijd laten lopen, te hard voorwaarts en te weinig over de rug?’ Mijn antwoord hierop is als volgt: ‘Iedereen gaat terug naar zijn comfortzone, tenminste dat is mijn ervaring. Dus als je een ‘vreemd’ iemand in de les hebt, dan pik je er uit wat het meest belangrijk is dat er verandert en daar ga je aan werken, soms best ‘extreem’ om diegene te kunnen laten ervaren waar dat stukje over gaat. Eenmaal thuis zwakt dit weer af en gaat iemand al snel weer terug naar het veilige, het stukje dat ze kennen. En hopelijk blijft er dan 10% hangen van dat ‘extreme’ stukje dat jij in de les hebt behandeld en dat ze vervolgens zelfstandig thuis kunnen toepassen…’

Al huppelend door de baan

En hierin vind ik Tonnie Huberts echt een kei. Hij legt de vinger op de zere plek en laat je ervaren wat er moet gebeuren onder het genot van een goed onderlegd stukje theorie en bijna altijd vergezeld van een stukje voordoen op de grond. Zo huppelt Tonnie dan ook vaak genoeg door de baan om te laten zien hoe ik wissels om de pas moet rijden, of een pirouette.

Het werkt een beetje hetzelfde als iemand die scheef zit. Je kunt 100 keer tegen die persoon zeggen: ‘Ga recht zitten!’ Maar die persoon denkt dat hij recht zit.. Wil je die persoon in het midden krijgen, zul je diegene eerst scheef de andere kant uit moeten zetten en pas daarna kunnen ze zelf het midden vinden. Eerst een stukje overcompenseren en dan weer uitbalanceren.

Dus als je jouw paard telkens op het voorbeen laat remmen, zoals hier het geval was, zul je dus eerst even geheel van dat voorbeen af moeten. Ook als dit voor nu ten koste gaat van andere voorwaarden. En hierna breng je alles weer in balans. Dat hele stuk daarvoor kende je al, dat deed je namelijk al een poosje, dus hoef je dat niet eindeloos te doen in een les.

Zet jouw instructeur aan het werk!

Uit jouw comfortzone komen wel, net als zelf nadenken, zelf voelen, je aan jouw plan houden, initiatief nemen en zelfstandig rijden. Vraag jouw instructeur de hemd van het lijf: Waarom? Waarom niet? Waarvoor dan? Hoe zit dat dan? Leg eens beter uit! Ik snap je niet! Doe het eens voor? Laat het me zien! Mag ik het op jouw paard voelen? Ken je filmpjes die ik moet kijken? Ken je boeken die ik moet lezen? Waar heb jij het meest aan gehad? Wat is jouw meest belangrijke levensles? Hoe zie je mij als ruiter? Waar liggen mijn verbeterpunten?

Zet jouw instructeur aan het werk! Geloof me, voor ons wordt het dan alleen maar leuker en interessanter en we brengen elkaar allemaal naar een hoger niveau:-)

Nicky Star is dressuuramazone, instructrice, jurylid en moeder van twee zonen. Ze runt in Hoeven haar dressuurstal Equinova. Ze behaalde zowel haar ORUN diploma’s (t/m niveau 4) als de freestyle instructeursopleidingen niveau 1 & 2 bij Emiel Voest. Naast het geven van instructie, verzorgt ze ook regelmatig allerlei soorten trainingen. Meer weten: www.equinova.nl

Foto: archief Nicky Star en Remco Veurink

 

hartslagmeter
Hartslagmeter (foto: Remco Veurink)

In de vorige blogs heb ik verteld wat ik door de jaren heen zoal geleerd heb van mijn paarden Las Vegas en Wim. En dan vooral van de verschillen tussen die twee. Als afsluiter van het serietje wil ik het met jullie hebben over de wetenschap. Want niets is zo leerzaam als keihard met je neus op de onomstotelijke feiten te worden gedrukt. In mijn geval in de vorm van hartslagmetingen. Ik heb hier al wel eens eerder over geschreven, maar het is zo’n eye-opener geweest dat ik het gewoon lekker nog een keer doe.

Hartslag meten!

Toen ik twee jaar geleden na de ziekte van Wim weer langzaam aan mocht gaan rijden, tastte ik nogal in het duister over hoe op te bouwen. De artsen hadden nog nooit een paard meegemaakt wat zoveel complicaties had overleefd, dus zij konden daar ook geen duidelijk schema voor geven. Waar het mij in eerste instantie om ging: hoe weet ik of bepaalde bewegingen misschien pijn doen aan zijn buikwond? Zie daar het antwoord: hartslag meten. Want behalve stress en conditie, is daar ook pijn uit af te lezen. Daarnaast kwam ik er al snel achter dat ik misschien wel dacht mijn paarden goed te kennen, maar ik wist nog lang niet alles!

Zo kwamen we er achter dat Wim in het begin nog wat fysieke moeite had met de zijgangen en kon de betrokken expert mij helpen hoe ik het beste verder kon trainen. Anderzijds dacht ik dat hij soms last had met andere dingen, omdat hij dan even kreunde. Dat deed hij voor zijn operaties ook geregeld, maar toch was mijn reactie meteen stoppen. Was als de dood (toepasselijke uitspraak in deze) dat hij pijn had. Een vergissing, want er was geen enkele verandering in zijn hartslag te zien. Dat er echt niets aan de hand was, bleek wel uit zijn voorspoedige herstel. Mede door de metingen kon ik hem optimaal revalideren en binnen een half jaar was hij weer bijna helemaal de oude.

Las leunt op mij

Bij Las Vegas zijn de metingen zo mogelijk nog nuttiger geweest. Lasje heeft vaak behoorlijk last van spanning in de proef. Dus na een nulmeting thuis in de training hebben hem eens getest op een oefenwedstrijd. En inderdaad, hij had op een aantal momenten ineens enorme pieken en direct daarna zakte zijn hartslag naar zo’n laag niveau dat het net leek alsof hij niet meer aan het werk was. De uitleg was logisch, door de zenuwen sluit hij zich af en spant hij zich inderdaad even niet meer in. Dat kan ik in het zadel natuurlijk ook wel voelen. Naarmate de ontspanning dan weer terug komt, gaat de hartslag iets omhoog en doet hij weer braaf zijn best.

We hebben zelfs via de meter kunnen concluderen dat Las nogal op mij leunt. Op een dag gingen we weer een training meten en paard en ik waren klaar en gekoppeld aan de computer. Ik moest alleen vlak voor opstijgen nog even naar de wc, dus liet Las achter bij een stalgenootje. Hij stond er ogenschijnlijk heel relaxt bij, maar de laptop wees uit dat zijn hartslag 20 slagen omhoog ging. Toen ik een paar minuten later weer in beeld verscheen, zakte het terug naar rust. Ok Las, staat genoteerd, eenmaal met jou bezig nooit meer zomaar weglopen…

Aha-momentjes

Zo heb ik nog veel meer verhalen waarin ik met deze meter aha-momentjes heb gehad. Nog altijd gebruik ik de metingen om optimaal te trainen. Ik weet daardoor precies waar terrein te winnen valt in kracht, waar ik rekening mee moet houden, wanneer het teveel wordt en hoe mijn wekelijkse trainingsschema’s er uit moeten zien. Een aanrader!

Foto: Remco Veurink

Projectje
Een nieuw 'projectje'?

‘Je bent de laatste redding voor dit paard.’ Een hoop gesputter volgt. Ze heeft meer dan genoeg projectjes, geld is een ding en de hele wereld kan ze niet  redden. Kortom:  dit keer begint ze écht niet aan een nog een nieuw projectje! Toch geeft hij zijn nummer, mocht ze zich bedenken. Ze hangt op en bedenkt zich. Drie dagen later hangt er een vers hooinetje in de trailer. Daar gaan we weer.

Hoofdschuddende mensen

Losgeslagen merries, hengstgebleven ruinen, driedelige bouwpakketten: sommige ruiters kan het niet gek genoeg. Ze zijn standaard omringd door hoofdschuddende mensen.  Afgewisseld met bewonderende ogen. Ondertussen breek ik mijn hoofd over dit fascinerende fenomeen: de gekte van een projectje.

Vast protocol

Maandagochtend: de viervoeter van mijn vriendin eist zijn vaste plek in mijn agenda. Dat is niet toevallig op het fitste moment van de week.  Uitgerust zadel ik hem op. Het komt goed. Vast. Ik sta te dralen en voel me klein. Zijn 1.80 m schofthoogte heeft daar niets mee van doen. Het is zo’n beetje ‘zegen de greep’ met deze jongen. Alleen een vast protocol werkt. Even slikken, stalgenoot stoer aankijken en opstappen. Mijn billen halen het zadel. Breath in, breath out. Gevolgd door gefladder van een nestelende duif. Dan gaat het snel, letterlijk. We schieten door de baan. Mijn adrenalinepeil is maximaal. Bloed stroomt volop door mijn aderen. Ik voel dat ik leef.  En misschien is dat wel de gekte van een projectje. Live the moment.

Redderssyndroom

Een lesklant oppert een andere verklaring. ‘Ik zie het mooie paard achter dit lelijke gedrag.’ Kijk, dat is een interessant gebied. Paardenpsychologie. Poneer een stelling op internet en je hebt ruzie. Een regenachtig weekend vul je er zo mee. Oké, het uitgangspunt is mooi. Wonden helen en van het eendje een zwaan maken. Alleen soms schieten we door. In mensenland heb je hier een term voor: het helperssyndroom. In vrouwenland gaan we graag een tandje verder. Daar heerst het redderssyndroom. “Voor mij verandert hij wel”. Deze syndromen zijn gouden ingrediënten voor frustraties, wanhoop en ander aanvullend drama. Zo bekeken kunnen we maar beter stoppen met die projectjes.

Dubbel

En toch hè, die verschoppelingen doen iets met je. Alles telt dubbel. De kopzorgen, de builen en de rekeningen.  Een heel leger aan (vermeende) specialisten laat je aanrukken. Just to be sure. Terechte medische zorg, daar niet van hoor. Maar ergens blijft het een grote gok. De stem die je overdag niet wilt horen, meldt zich s’avonds als omgekeerd slaapliedje. “Komt dit óóit goed?”

Explosies

Na een slechte nacht stap je gebroken op. Vandaag wordt het zeker niks. Verwachtingen worden losgelaten en dáár is dan dat moment. Hij doet ‘het’! Maakt mij het uit wat: aanspringen zonder explosies, een rechte lijn over de AC, een rit zonder stakingen. Niks is te gek. De zon breekt door en jij zit te shinen. Het liefste met publiek. Al is het maar de shetlander in de wei van de buurman. Achterstevoren op je paard van blijdschap.

Blij als een kind

Die momenten tellen ook dubbel. Wat zeg ik? Vierdubbel (en dwars)! Na de nodige projectjes trek ik iedere keer dezelfde conclusie. Ik ben zo blij als een kind met (ogenschijnlijk) kleine dingen. Ik denk het dát is, met die projectjes.

Foto: Shutterstock

Koosje Mulders - Las Vegas
Koosje Mulders - Las Vegas CDI Zeeland Outdoor 2017 © DigiShots

De vorige keer vertelde ik al dat mijn paarden Wim en Las Vegas heel verschillend van elkaar zijn, maar dat ik dat juist super leerzaam vind. Daarom schrijf ik een klein serietjes blogs, waarin ik vertel wat ik dan zoal heb opgestoken van mijn lievelingsmonsters, want monsters zijn het af en toe echt.

In deel 1 en 2 legde ik uit hoe zij mijn beoordeling van een goed dressuurpaard hebben veranderd (en wie weet verbeterd) en wat hun verschillende bouw van mijn rijderij verlangt. Dat ging dus over het uiterlijke vertoon, vandaag ga ik het hebben over hun innerlijk. Daar zit per slot van rekening de ware schoonheid, toch?

Dat zeggen ze ja, maar tjonge jonge jonge wat zit er een kop op deze beesten. Zelden heb ik paarden gehad met zulke uitgesproken karakters. Leuk hè?

Trouw als een hond

Zo baas, zo paard. Misschien wel, maar in mijn geval zou dat betekenen dat ik extreem bipolair ben, want Lassie en Wim zijn elkaars tegenovergestelde. Wederom vergt dat van mij een verschillende benadering. Zowel op stal als onder het zadel. Zoals ik al zei: erg leerzaam.

Toen ik ooit in een ver verleden Las kocht, was hij een beetje bangig van mensen. Je moest vooral niet met teveel bombarie zo op hem afstappen, want dan raakte hij echt in paniek. Inmiddels is zijn vertrouwen in de mensheid gigantisch gegroeid, maar ik probeer nog steeds rust hetzelve te zijn als ik met hem bezig ben.

Constante factor

Hij is dus een tikkie onzeker en onderdanig en zoekt zijn steun altijd bij mij. Puur en alleen omdat ik zijn constante factor ben en hij er van op aan kan dat ik er voor hem ben. In de omgang is hij een volgzaam hondje.

En ook in het rijden heeft hij mijn leiderschap nodig. Ik moet niet boos op hem worden, want dan begrijpt hij er niets meer van en dat zou ook echt niet eerlijk zijn. Ik moet hem daarentegen aan het handje meenemen en rustig uitleggen dat iets niet eng is of dat hij het heus wel kan.

Door het vuur

Las is enorm werkwillig en gaat voor mij door het vuur. Soms moet ik hem tegen zichzelf beschermen. Ik voel hem dan ook onder mij groeien van zelfvertrouwen als ik hem beloon. Zo hebben we jaren geleden erg lang gedaan over de vliegende wissel. Hij bleef ze in tweeën springen. Mijn juf kon ruim een jaar haar geduld bewaren en legde mij telkens uit dat ik van de rustige aanpak in de toekomst profijt zou hebben.

Natuurlijk, zoals altijd, had ze gelijk. Toen het kwartje eenmaal viel, sprong hij ze geweldig. Later heeft het ons zelfs wel eens tienen voor de series opgeleverd op het protocol. Belangrijker nog: hij vindt de wissels inmiddels leuk en ik kan ze gebruiken om hem te laten ontspannen (met hartslagmeter bewezen!) en meer vertrouwen te geven.

Bijzonder eigenwijs

Dan komen we bij Wim. Het grootste geval apart wat ik ooit heb meegemaakt. Nu ben ik natuurlijk behoorlijk bevooroordeeld, maar er wordt mij door anderen toch wel erg vaak verteld wat voor een bijzonder paard hij is. Dat bleek ook wel toen hij zo doodziek was dat hij alle records moest breken om te overleven. Ik zeg altijd: ‘Wim kon zich simpelweg geen wereld voorstellen zonder Wim, daarom is hij er nog’.

Zo is het ook echt, het is een arrogant ding. En heel intelligent, soms meer dan goed voor mij is. Godzijdank, want het heeft hem destijds gered. Maar dat maakt hem ook op z’n zachtst gezegd ingewikkeld. Hij laat zich gewoon niets vertellen, Wim weet het namelijk allemaal beter. En oh zo blij met zichzelf, zelfs van vier weken IC op de kliniek kon hij niet chagrijnig worden.

Constante discussie

Onder het zadel betekent dit constante discussie. Wim hoeft niets uitgelegd te krijgen, Wim loopt reeds olympisch, al zegt hij het zelf. Dus ben ik al vijf jaar op zoek naar een manier om een beetje de baas te worden. Iedere pas moet eigenlijk van mij zijn, maar dat lukt lang niet altijd.

Het vraagt om zo’n klein motorische techniek, poeh, moeilijk! Als ik even een seconde niet oplet, neemt hij het over. Fysiek en technisch gezien (wederom met geregelde hartslagmetingen gezien) zou hij nog makkelijk een tandje er op kunnen zetten. Wim: “Maar ach, waarom zou ik? Ik ben toch sterker en groter en mijn baasje vindt mij toch wel lief.”

Hij heeft nog gelijk ook. Ik kan er ook wel om lachen als hij me weer eens in volle galop achter zich aantrekt naar de paddock of terug naar stal omdat hij even geen zin heeft in de smid. Het symboliseert de gedachte die als een rode draad door zijn leven (ook in de proeven) gaat: ‘Super gezellig als je mee gaat, maar ik weet wel al waar ik heen wil’.

Gemene deler

Gelukkig hebben ze een ding met elkaar gemeen: ze zijn allebei ongelofelijk lief en aanhankelijk. Hoewel ze ieder op eigen wijze om aandacht vragen. Waar Las bij mijn aankomst op stal zachtjes en beleefd een hoog piepend hinnikje geeft en mij lieflijk aankijkt, eist Wim brullend dat ik NU (ja echt NU) mij kom melden. En ze krijgen ook altijd hun zin, want met twee van die blije enthousiastelingen kan ik niet zonder knuffels gewoon langs lopen. Verwend tot het bot. Dus toch zo baas, zo paard.

Volgende week sluit ik het serietje af met de hartslagmetingen die ik hier al even noemde. Want hoe goed ik ook dacht mijn paarden te kennen, de keiharde wetenschap heeft me nog veel meer inzichten gegeven.

Foto: DigiShots

Vorst D
Diederik van Silfhout - Vorst D World Equestrian Festival, CHIO Aachen 2013 © DigiShots

Je kan het niet gemist hebben. Zijn naam is Tristan Tucker en op ongenaakbare wijze heeft hij zich opgeworpen als ambassadeur van de Australische lach.

Hilarische Tucker

Het concept is eenvoudig. Tristan doet zich voor als een manegeruiter die net zijn eerste les heeft gehad, maar laat zijn paard op Grand Prix niveau geweldig lopen en dat alles voorzien van een hilarische toelichting:

Shelley Browning en Vorst D

Op internet circuleert ook een vergelijkbaar filmpje: de proef van Shelley Browning en haar paard Vorst D (die we allemaal nog kennen onder Diederik van Silfhout):

Shelley Browning Intermediare 2 Test

https://www.writingofriding.com/in-the-media/the-dressage-community-has-failed-shelley-browning/Shelley Browning riding Voste D, the Intermediare 2 test on Thursday January 18, 2018 at the Adequan West Coast Dressage Festival in Del Mar, California.

Geplaatst door Writing of Riding op woensdag 24 januari 2018

Helaas bedoelde Shelley het niet zo komisch als Tristan. Kennelijk poogde Shelley een serieuze proef neer te zetten hetgeen jammerlijk mislukte. En daarna kwamen de publieke reacties en die waren niet bepaald mals. Shelley had zich in de ogen van de Facebookgemeenschap schuldig gemaakt aan dierenmishandeling en zou een schande voor de dressuursport zijn. Feitelijk werd Shelley verweten dat ze zo’n goed paard had gekocht en dat niet verdiende.

Neersabelen

Ik begrijp de kritiek, maar het neersabelen van amateur ruiters op het open web draagt niet bij aan constructieve verbeteringen. Daarbij gaat men erg kort door de bocht. Ik geef toe, bij het zien van de beelden is de eerste reactie ‘arm paard’. Het liefst trek je zo’n ruiter van het paard. Maar met deze Shelley zijn er nog honderdduizenden.  Daarbij kennen we geen achtergronden. Misschien realiseert Shelley zich wel degelijk dat ‘het er niet uitziet’, maar was het haar grote wens om – ongeacht het resultaat – dit een keer te proberen. Volgens mij heeft iedereen wel een bucketlijstje.

Enige nuance is op zijn plaats

Ik las dat het paard was aangeschaft voor de recreatie met het doel om incidenteel een proef te rijden. Ik weet niet of dit wel zo’n slechte bestemming voor het paard is. Verder kan het ook wel zo zijn dat het ‘thuis’ wel meevalt. Op de video is goed te zien dat het paard in extreme mate achter het been loopt en dat is niet bepaald bevorderlijk voor de houding en zit van de ruiter. Ook vind ik dat je het deze amazone moeilijk kwalijk kan nemen dat zij niet over de kwaliteiten beschikt die Diederik van Silfhout zijn toebedeeld (daar zijn er maar weinig van). Al met al is enige nuance wel op zijn plaats.

En laten we eerlijk zijn. Het kan de beste overkomen:

Foto: DigiShots

ruiter paard algemeen

Snel poetsen, want hij komt zo thuis. Het spoor zaagsel kruipt van voordeur naar badkamer. Zijn avond begint slecht als hij zoiets ziet. Dat irriteert mij dan weer. Tenen die blauw zijn van de kou willen snel naar de badkamer. Die schoenen schop ik daar wel uit. Dat snap jij ook. Hij niet. Met fanatieke geldingsdrang maakt hij zijn punt. Dat ik minder haast uitstraal als ik met diezelfde kou op stal ben. Poetsen – bandageren – instappen – uitstappen – laatste knuffel. En terug, want muesli vergeten. Dan hoort hij me niet klagen over kou. Terwijl hij zijn rede voert, trekken mijn lippen samen. Fijntjes kom ik met het Argument der argumenten: “Maar dat is anders”.

Hobby? Noem het een ziekte.

Anders ja, maar hoe dan? Bij jou kan ik het wel toegeven, op stal ben ik inderdaad minder kleinzerig met die kou. Gelet op andere paardenmensen is dat niet eens de grootste rariteit. Prioriteiten bijvoorbeeld, daar hebben echt álle ruiters iets mee. Dat paard staat iedere keer torenhoog op de lijst. Paardrij-gewijs plannen noem je dat. Neem nou mijn eerste vriendje. Hem vertelde ik met droge ogen dat mijn paard belangrijker voor me was dan hij. Drie weken later was het uit. Ik huilde dikke tranen en zocht troost bij mijn paard. Niet bij hem.

En dus ben ik nu samen met Hij Die Het Beter Snapt (zaagselsporen uitgezonderd). Keuzevrijheid heeft hij niet, mijn hobby hoort bij mij. Hobby? Noem het een ziekte. Chronisch, ongeneeslijk, never ending.

Ruiters zijn vreemde snuiters

Over ziektekiemen gesproken. Stiekem een likje proeven van de liksteen? Boterhammen eten met vuile handen? Op stal spreekt iedereen dezelfde taal. Laten we het gerust een samenzwering noemen. Je stalgenoot knikt begripvol als je een goedkope maaltijd naar binnen schrokt. Ondertussen knabbelt je paard op de meest de exquise supplementen. Vinden we heel gewoon. Of toen, met die strenge vorst, deden we nog gekker. Waarom lopen wij te kleumen, terwijl onze paarden onder drie dekens staan?

Al overtuigd dat we vreemde snuiters zijn? Hier nog een closing example. Laatst op de bankleuning: ik hing en keek  een documentaire. Een akelig mooi meisje leefde in Londen een jetset leven. Inclusief mooie man, bakken met geld en bussen vol vrienden. Ze werd depressief, keerde terug naar Nederland en ging maandenlang stallen uitmesten. Om op te knappen.

Passie is vuur

Dus nog even over die rariteiten. Waar komen ze vandaan? Vreemde zaken hebben meestal een simpele verklaring. Soort van gedeelde factor. Mijn idee? We worden gedreven door passie. En passie is vuur. Vuur dat je voeten ontdooit bij vorst. Vurige brandstof na een goedkope maaltijd. En het vuur dat je door zware tijden heen helpt.

Passie dus. Het enige verschil tussen paardenmensen en de wat-een-gedoe-ik-blijf-liever-gewoon-thuis-mensen. Ach wat, noem ons een maf volkje. We hebben ook voordelen. Zo vervelen we ons nooit, dus we vallen anderen niet lastig met ons humeur. Behalve na een slechte proef, maar dat telt niet.  Ander pluspunt: als paardenmens staan we dicht bij de natuur. We gaan daarom heel goed om met veranderingen, afscheid nemen van paarden daar gelaten. En aardig zijn we ook. Aan goodwill geen gebrek. We willen écht wel een keer mee naar die Belangrijke Verjaardag. Op een rij-dag nota bene! Maar zeur dan niet dat ik naar paard stink, omdat ik nog éven die wortels breng. Anders is het zielig. En trouwens, paarden stinken niet, ze ruiken. Dat snap je of dat snap je niet.

Sara Ouwehand is initiatiefneemster van www.ruiterpilates.nl, start haar Haflinger ZZzwaar en loopt verwonderd rond in de paardenwereld.

Indoor Brabant
foto: Liz Barclay

Het zit er weer op. Vier dagen lang paardenplezier voor jong en oud. Van het hoogste niveau met de beste paarden en ruiters tot een grapje op zondagochtend met de grote springjongens die op Belgen, samen met in het roze en rood geklede kleine ponymeisjes op perfecte ponietjes, om Bosche Bollen vochten. Slagroom mengde zich al gauw met zand en het geluid van vrolijk lachende kinderstemmetjes vanuit het zeer jonge publiek.

Voor mij de eerste Indoor Brabant, waar ik voor de zaterdag en zondag speciaal vanuit Cornwall was overgekomen. Want ook al ben ik zelf een dressuurruiter, die zondag met twee springrubrieken, de Accumulator met Joker en de Rolex Grand Slam, trok me bijzonder aan. Als er gesprongen wordt moet er net zo goed met precisie gestuurd worden en als er mooi en met finesse gereden wordt kan ik echt genieten en uitzinnig uit m’n bol gaan als dat dan ook nog de winnaar wordt.

Tranen in de ogen

Maar natuurlijk waren de beide Freestyle rubrieken op zaterdag een belangrijk punt op de agenda. En ik realizeer me dat ik uiteindelijk nog steeds een Nederlands paardenmeisje (op leeftijd) ben als ik per ongeluk toch iets harder klap voor de Nederlandse ruiters.

Maar ook al dacht ik eerst, net als Tineke Bartels, oh die Duitse muziek, moet dat nou. Uiteindelijk hield ik het niet meer droog. Als iedere pas die het paard maakt relateert aan de maat en emotie van de muziek, is het moeilijk om de tranen in bedwang te houden en houdt voor mij persoonlijk het kritisch kijken op en laat ik me meenemen. Dat deed Isabel Werth met haar paard Emilio.

Isabell Werth, Emilio
Isabell Werth – Emilio 107
The Dutch Masters 2018
© DigiShots

Mooi oud worden

Het is de wens van iedereen: mooi oud worden. De ruin Oswin is dat gegund en dat was prachtig om te zien. Met zijn 22 jaren had hij duidelijk zin om er samen met zijn ruiter Geert Hofland een mooie dag van te maken. Een bewijs dat de dressuursport, als het met beleid en liefde gedaan wordt, een paard kan helpen om fit te blijven en vol enthousiasme de baan in te komen tot op het hoogste niveau.

De Freestyle U25 rubriek was zowiezo een lust om naar te kijken. Wat een ongelofelijke hoeveelheid jong talent komt er aanstormen!

Jammer vond ik het dat een proef die in ontspanning uitblonk, waardoor wat onschuldige foutjes, toch weer lager gejureerd werd dan een misschien wat ‘correctere’ proef met meer spanning.

Een leuke vlotte meid

Na op zondagochtend een aantal rondjes van de Piet Raijmakers Prize te hebben bekeken, zag ik bij het frietkraam een vlotte meid in rijbroek met haar vriendinnen zitten. In een gezellig praatje vertelde Marieke de Bruijn enthousiast over hoe geweldig ze het had gevonden hier op dit enorme evenement te rijden. ‘Het is de eerste keer en alhoewel ik een balkje eraf had was ik echt zo blij. Mijn paard is behoorlijk snel dus uiteindelijk stonden we er nog best nog wel goed voor. Ik dacht van te voren dat ik wel zenuwachtig zou zijn maar toen ik er een keer opzat viel dat best wel mee.’

Fijn om met zo’n leuke sportieve meid te praten die glom van blijheid en kon genieten zonder nou perse te moeten winnen. Uiteindelijk is het natuurlijk ook geweldig van de organisatie van Indoor Brabant om de kiene jonge ruiters met hun supergetalenteerde ponies de kans te geven om deel te zijn van een prachtig internationaal gebeuren en die sfeer als actieve deelnemer te proeven.

Indoor Derby, accumulator en Rolex Grand Slam: spannend!

De Indoor Derby vergt nogal wat van het concentratievermogen van de paarden. Denken ze net dat ze klaar zijn, moeten ze de grote baan weer in om door te springen naar de finish. Een moderne rubriek van deze tijd waar alleen vanwege de grote televisieschermen boven de ring volop door het publiek van genoten kan worden.

Door de innovatieve puntentelling is de Accumulator met de Jokersprong, waarbij er 20 punten bijkomen of afgaan naar gelang balkje d’rop of d’raf, een uitvinding om het publiek bij de les te houden. Wat dat betrefd blijft het makkelijker voor de vele verschillende springrubrieken om de tribunes  vol te houden (waardoor neem ik aan de waanzinnig hoge bedragen als prijzengeld) dan voor de dressuur.

De Rolex Grand Slam was letterlijk tot en met de laatste ronde berespannend, vooral omdat dat ook nog de snelste was. Knap om een parcours zodanig te bouwen, dat het mogelijk is om het foutloos te springen, maar net moeilijk genoeg om een eindeloze barrage te voorkomen.

Ook interessant om te voelen hoe de spanning onder publiek na de eerste foutloze ronde stijgt en daardoor bij ruiters de adrenaline beter op de goeie plek lijkt te zitten. Blijkbaar, als er een schaap over de dam is, volgen er meer.

Dha Dha zonder neusriem

Ik had trouwens net een stukje van Bianca Schoenmakers over haar paard Dha Dha gelezen. Ik begreep daaruit dat rijden zonder neusriem een soort laatste probeerseltje was. Nadat alles, ook bitloos, niet helemaal werkte bij haar paard Dha Dha, leek dit hen samen beter te bevallen.

Zoals ze zelf ook wel toegaf, mooi was anders. Gedurend de Indoor Derby was de mond van Dha Dha regelmatig een groot gapend gat, maar het enthousiasme waarmee de hindernissen genomen werden was er zeker niet minder om. De merrie leek vaak, juist doordat ze haar mond zo wijd kon openen, het heft zelf in handen te nemen, wat voor het eerste deel van het parcours, goed werkte.

Toch, netjes rijden kan net zo goed een snelle tijd geven en misschien waren het tweede en derde balkje dan wel blijven liggen. Als ruiter heb je dat natuurlijk niet altijd in de hand en als dit bij Dha Dha past, dan is dat misschien ook een kunst.

Dha Dha
Bianca Schoenmakers en Dha Dha

Emerald, wat een stuk!

Mijn hart sloeg sneller toen Emerald met Harrie Smolders op een zo jolige manier binenkwam met achterbenen die een heel duidelijk verhaal vertelden. Dat vind ik nou zo ongelofelijk knap. Om een paard zo goed te begrijpen. Zo rustig daar blijven zitten als ruiter, vooral ook bij het binnenkomen voor de barrage, en wachten tot je voelt en aangeeft: he Emerald, zullen we? Terwijl je als ruiter ook dondersgoed die klok die naar 0 seconden dendert in de gaten moet houden.

Dat samenspel om een paard met zoveel karakter de ruimte te geven te geven om zijn eigenaardigheidjes te hebben omdat je weet dat hij daardoor nog beter gaat presteren. Of misschien zelfs, op die manier alleen maar wil presteren. Op dat moment zit ik ook naar dressuur te kijken, alleen met hindernissen erbij.

Ik las ergens dat Emerald een lieveling van het publiek wordt genoemd. Na het venijn om alsjeblieft aan het werk te mogen gaan beweegt hij zo vloeiend, dat ik alleen maar kon denken: Emerald, je bent een stuk!

Harrie Smolders, Emerald
Harrie Smolders en Emerald (foto: DigiShots)

Het Wilhelmus

Ik had graag nog een keer het Wilhelmus gehoord. Als Nederlandse, wonende in het buitenland, raakte het me diep toen op zaterdagavond voor Maikel Van Der Vleuten en zijn paard Arera C de Nederlandse vlag langzaam uitrolde. Daarbij moest ik ook denken aan al die parades uit mijn jeugd, ergens in de Achterhoek in de weilanden.

Uiteindelijk luisterden we aan het einde van de Rolex Grand Slam naar het Belgische volkslied. Niels Bruynseels hield met zijn Gancia de Muze de spanning er tot het laatst in. Om onder zoveel spanning de snelste foutloze rit te rijden door goed voor je paard te blijven zorgen gedurende het hele parcours, daar heb ik zulk enorm respect voor.

En toen hem de microfoon gereikt werd, bedankte hij ook nog allereerst zijn paard. Top!

Niels Bruynseels - Gancia de Muze
Niels Bruynseels – Gancia de Muze
Jumping Indoor Maastricht 2016
© DigiShots

Flossie

Gedurende die laatste spannende rubriek zat er achter me een gezin met een dochtertje van, ik denk zo’n jaar of drie. Haar heldere stemmetje klonk als belletjes en haar opmerkingen zoals, ‘als dat paard klaar is moeten we klappen’ en ‘die poept netjes op de plek’, waren uit de kunst. Veel leuker dan het serieuze commentaar uit de speakers.

Hartvertederend was wel toen ze riep bij binnenkomst van een van de combinaties, ‘die lijkt net op Flossie!’

Droom maar, meisje, daar begint het mee…

0 1559
dressuur hoefslag ruiter
Dressuurring CDI Roosendaal 2017 © DigiShots

Ademloos kijken. En eigenlijk niets zien. Want alles lijkt vanzelf te gaan. Wat is dat toch, de magie van een goede ruiter? Ik weet, je moet niet alles willen verklaren. Zeker magie niet.

Nu, geheel in mijn eigenwijze stijl, doe ik toch een gooi. Naar de magische 3 K’s van een goede ruiter. Kennis, kunde, kracht.

Kennis

Ik stam uit de tijd dat boeken heel gewoon waren. Dat zijn dingen waar je Smartphone ongeveer 12 keer in past. Ik hoor je roepen: ‘paardrijden leer je niet uit een boekje!’. Maar misschien toch wel een beetje. Want meer inzicht in oefeningen en bewegingsdynamiek geeft helderheid in je hoofd. En helderheid geeft rust.

Alweer een puzzelstukje minder terwijl je in het zadel zit. Dat geeft ruimte voor iets anders. Voor voelen, opgaan in de beweging en weten waar je naar toe wilt rijden. Allemaal kenmerkend voor een goede ruiter.

‘Weet vooral waar je goed in bent.’

Kunde

Een cruciale tweede K: zet je kennis om in kunde? Dat is wel even een vak apart. Durf je te proberen? Vind je herstelkansen bij een misser? Ken je jouw leerstijl en past je instructeur daarbij?

Weet vooral waar je goed in bent. En nog liever waar niet in. Zo kan ik nog zoveel kennis hebben van de springsport, een goede springruiter word ik nooit. Ik storm niet onverdroten op een nieuwe hindernis af. Ben namelijk type ‘kijkt kat uit de boom’. Dat buig je niet zomaar om. In ieder geval onvoldoende om mezelf als parcourswaardig te bestempelen.

‘Paardrijden is moeilijk, confronterend en de blessuregoden dagen je uit.’

Kracht

Tot slot de gouden K, de kracht. Dit keer niet de spierballen. Wel emotionele veerkracht. Want paardrijden is moeilijk, confronterend en de blessuregoden dagen je uit. Dat moment, waarop alles de verkeerde kant op lijkt te vallen. Wie gaat er door? Minstens net zo belangrijk: hóe ga je door? Mopperend of opperend?

Want goede ruiters laten los, in de breedste zin des woords. Ze laten los in de teugelvoering. Maar ook laten ze alles achter hen los. Of dat nu een slecht uitgevoerde oefening is of een maandenlange blessure. Op een oxer afrijden alsof er nooit een weigering is geweest, dat werk. Iedere pas is nieuw en wordt voelend gereden.

‘Als jij los laat, laat je paard los.’

En weet je wat nou zo leuk is aan paarden? Ze spiegelen. Als jij mee blijft veren op welke gebeurtenis dan ook, zal je paard blijven veren. Veerkracht, letterlijk en figuurlijk, maakt het verschil tussen lijden en rijden. Als jij los laat, laat je paard los. En dat is het moment waarop magie kan ontstaan.

Sara Ouwehand is initiatiefneemster van www.ruiterpilates.nl, start haar Haflinger ZZzwaar en loopt verwonderd rond in de paardenwereld.

 

verzet

‘We verwachten toch wel dat ze het eind van het jaar M zijn.’ Dat waren de woorden van een trotse moeder een tijdje geleden. Haar dochter moest haar eerst B-proef nog rijden. Ik wilde haar niet beledigen, maar dacht: ‘oh jeetje, als dit maar goed gaat’.

Zoveel druk op de ketel voor een jonge meid met een paard wat ooit kuren had. Als het een klant van me was geweest, had ik proberen uit te leggen dat die zelf-geïmplementeerde druk voor paard en ruiter ongezond is en vaak contraproductief.

Doordat we in de professionele wereld continue voorbeelden krijgen van hoe vlot de opleiding van een paard kan gaan, wordt het ons op die manier wel met de paplepel ingegoten.
De gedachte van wat er achter de schermen allemaal verkeerd gaat door die enorm hoge verwachtingspatronen, maakt mij als paardenliefhebber angstig en ook boos.

Veelbelovend fokproduct

Ik heb het allemaal zelf meegemaakt. Ik had een fokmerrie gekocht en een hengst uitgezocht. In het voorjaar bleef ik maar blijven kijken in dat weiland, terwijl de buik almaar dikker werd en de merrie langzaam bij de flanken begon uit te zakken.

Haar energieke uitbarsting, al bokkend door de wei, vlak voor het uit- en aftellen. Het harsen. Nu kan het niet zo lang meer duren voor je hoogsteigen veelbelovende fokproduct het levenslicht zal aanschouwen.
Als je geluk hebt, kun je het hele gebeuren van het begin af meemaken. De zak met vocht, het eerste voetje, en nog een met een neusje erbij, en vervolgens, na een dramatische pauze met een hoop gekreun, ploeps, daar ligt een glimmend nat en nog geheel plat en slap veulen.

blog liz barclay

Ik had geleerd dat je met een stukje stro de neusgaatjes moet kietelen en ja hoor, met een schattig niesje en een klein beetje geschud met de nog kletsnatte oortjes komt er een beetje leven in de keet. Prachtig om te zien.

De onbarmhartige weg naar de tiet

En ook super spannend, want het moet nog gaan staan met bibberende knietjes, waarna het met vallen en opstaan als een dronken mannetje de onbarmhartige weg naar de tiet moet zoeken. De prille fokker zal dit proces met ingehouden adem blijven volgen. De wat meer door de wol geverfde fokker gaat waarschijnlijk even een kopje koffie drinken en steekt zo nu en dan even z’n kop om de hoek.blog liz barclay

Dan al begint het proces van hopen en dromen over wat dit kleine onschuldige diertje, dat nog niet eens een grassprietje gezien of geproefd heeft, in zijn leventje zal gaan bereiken.

Als in de eerste maanden in de wei het veulen met staartje recht omhoog speels om zijn moeder rent, staat de fokker trots aan de kant te genieten van het nog zo prille en parmantige gangwerk.

Drie jaar oud zonder kleerscheuren

Wanneer de volgende drie jaar hopelijk zonder kleerscheuren zijn verlopen, kan er met het aanrijden begonnen worden. Een periode die voor paard en ruiter cruciaal is.

Tot dan toe heeft men bij het bekappen en ontwormen wel enig idee gekregen wat voor vlees men in de kuip heeft, maar er wordt, behalve braaf meelopen op de keuring en voetje geven, nog niet echt iets verwacht.
Op het moment dat de eerste stappen onder het zadel genomen worden verandert dat. Daar ontkomt niemand aan. Je kijkt nu met hoop naar de toekomst, hoop op wat je hoopte te fokken of aan hebt geschaft. Ongeduld wordt je grootste vijand.

‘Als je maar op tijd begrijpt wanneer je paard het even niet aan kan en meer tijd nodig heeft.’

Iedere keer dat je erop stapt, hoop je iets te voelen dat beter is dan de vorige keer, of toch minstens hetzelfde. Dat mag ook, als je maar op tijd begrijpt wanneer je paard het even niet aan kan en meer tijd nodig heeft. Of misschien wel beter is in iets anders dan jij wil.

Op zoek naar een eerlijk paard

Enige jaren geleden ging ik met een moeder en haar dochter in Nederland naar een aantal dressuurpaarden kijken. De talentvolle dochter moest de overstap maken van pony naar paard, dus het moest een eerlijk paard zijn met wat ervaring.

Ergens bij Zelhem in de buurt vonden we wat we zochten…dachten we. Deze ruin was negen, had L2 gelopen, was super gehoorzaam, liep mooi en zat heerlijk. Maar mijn advies was: fijn paard, ga nog een weekend terug om het wat vaker te rijden.

Een radeloos paard

Of dat had kunnen voorkomen wat daarna gebeurd is; ik heb geen idee. In ieder geval kwam het paard twee weken later, na de keuring, in Cornwall aan. In een totaal ander humeur dan we hem in Nederland gezien en gereden hadden.

Hij was helemaal over z’n toeren, doodsbang en durfde niet eens zijn nieuwe stal in. Dit verhaal hoorde ik pas na een week of twee, toen de moeder me radeloos opbelde voor hulp.

‘Dit paard was doodsbang en compleet in verwarring.’

De dochter durfde er niet meer op. De moeder, een ervaren ruiter, nog wel maar ze wilde mijn mening. Ik kan het maar op een manier beschrijven. Dit paard was doodsbang en compleet in verwarring.

Na een half uur rijden in de baan met een paard dat volledig in lock-down was besloot ik een ommetje te maken. Toen we bij een hek kwamen waar ik af wilde stappen om het open te maken, sprong hij er vanuit z’n radeloosheid dwars doorheen.

Het broertje van…

Na een heleboel telefoontjes bleek dat de dierenarts wel een braaf paard had gekeurd maar dat bij het laden het wel een ander paard leek, zo was hij tekeer gegaan.

Na nog meer telefoontjes kon de ruin wel terug maar op voorwaarde dat deze dealer een ander paard voor hen zou zoeken. Het is nooit meer goed gekomen.

Wel heeft de moeder nog vrij veel informatie kunnen achterhalen over het paard zelf. Het was de volle broer van een Belgisch gefokt internationaal springpaard en het was de bedoeling dat ook hij de springsport in zou gaan. Naar mijn bescheiden mening is het daar mogelijkerwijze al verkeerd gegaan.

Er werd, als broertje van een bekend springpaard, waarschijnlijk een hoop van hem verwacht. Teveel druk op de ketel en voor je het weet heb je een paard dat zelfs niet meer wil doen waar hij goed in is. Dan maar de handel in en soms komt het goed, vaak ook niet. In en in triest en vooral ook voor het paard zelf.

Het kadootje van een blij paard

Het is maar een voorbeeld, maar ik ken helaas nog zoveel meer gevallen. Wanneer leren we nou dat als het paard er klaar voor is hij geeft wat het kan. Sommige paarden hebben gewoon meer tijd nodig. Het is moeilijk voor de handel en de gretige ruiter om dat te accepteren, maar het levert uiteindelijk meer resultaat en een veel prettiger sfeer op stal.

blog liz barclay

Hoe beter er gefokt wordt hoe hoger de verwachtingen. De hippische wereld staat tegenwoordig vol met paarden van beroemde moeders en vaders en even beroemde broers en zussen. Dat is geen makkelijke positie voor het jonge paard en daar is een hoop zelfcontrole van de berijders voor nodig.

Maar er is geen mooier kadootje dan een blij paard dat met vertrouwen en enthousiasme zijn ruiter wil plezieren. Daarbij, het geeft toch een fijn gevoel als je ’s avonds bij het tandenpoetsen gewoon in de spiegel kunt kijken zonder je te schamen voor je eigen gedrag…? Of niet?

Liz Barclay

Foto boven artikel: Archief Remco Veurink

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 52)

blog sara ouwehand

Heikel punt: loopt je paard over de rug? Hoe zie je dat? Belangrijker; hoe voel je dat? Het ruggebruik van een paard krijgt (gelukkig) een hoop aandacht. Steeds meer zelfs.

Toch mis ik iets in deze gesprekken. Een ontbrekende schakel die de beweging van het paard kan (af-)maken of breken. Mag ik aan u voorstellen: de ruiter.

Laat jij als ruiter de beweging doorkomen? Concreter: ben je zélf wel over de rug? Paarden worden vaak geblokkeerd in de middenhand. En wat heet toeval, daar zit de ruiter meestal ook. Dus hoe zit dat nu eigenlijk met die ruiterrug? Loslaten, dat was het. Maar hoe?

Een mobiele onderrug is noodzaak voor een goede zit

De start van een losse ruiterrug ligt bij de zitbeenknobbels. Geen onderdeel van de rug, wel een cruciale schakel in het gebruik daarvan. Zitbeenknobbels moeten in beweging zijn, altijd. Dat is essentieel als je de beweging van je paard wilt volgen. En, nu komt het, in het mobiel houden van je onderderrug. Een mobiele onderrug is noodzaak voor een goede zit. Maar hoe bewegen ze dan, die zitbeenknobbels?

Stel je voor, ze gaan aan de wandel. Kleine voetjes onder iedere knobbel en ze lopen met de beweging van je paard mee. Werk subtiel, volg vanuit je botten en gebruik weinig spieren. Maak je te grote bewegingen, dan ga je waggelen. Misschien een leuk gezicht voor de omstanders, maar minder prettig voor je paard.

Blokkeren van deze lopende beweging in je zit? Nóóit. Dus ook niet bij het maken van een overgang terug. Ze blijven een lopende beweging maken. Dus óók voor je zit geldt: voorwaarts denken!

‘Weet dat de diepe buikspier, de transversus abdomnius, je echte vriend is.’

Recept voor een losse middenrug: draag jezelf correct. Train hiervoor alsjeblieft de juiste buikspieren. Bespaar je de lijdensweg naar een sixpack. Een sixpack zorgt níet voor een ontspannen, elastische stabiliteit. Training van deze oppervlakkige buikspieren maakt stabieler, maar door de verkorting van de spieren ook stijver. En dat willen we niet. Trouwens, als je de oppervlakkige buikspieren gebruikt, trek je je bekken uit positie. Ook niet handig. Dus ontdek liever de diepe buikspier, de transversus abdomnius, en weet dat dit je echte vriend is.

Nageven

Eindstation van je wervelkolom: de atlas. Daar waar je schedel op je wervelkolom rust. Bron van veel klachten in dit gebied: spanning op de kaakgewrichten. Terwijl we massaal onze kiezen op elkaar zetten bij moeilijke dingen. En laat paardrijden nu bepaald geen makkelijke sport zijn.

Hoe maf het ook klinkt, er is winst te behalen in het kaakgebruik van ruiters. Zeker als je weet dat je kaken je lage onderug/bekkengebied spiegelen. Voor de niet overtuigde lezer: zet je kaken eens hard op elkaar en voel wat er in je onderrug en bekken gebeurt. Verzachting van je kaken geeft indirect ruimte aan je rug. Nageven dus, ook voor ruiters.

Spiegelen

We tellen op, waar kwam die losse ruiterrug nou vandaan? Zie hier drie belangrijke ingrediënten: voorwaarts denken, correct dragen en het ontspannen van de kaken. Doet me denken aan dat spiegelen. Het zijn soms net paarden, die ruiters.

Sara Ouwehand is initiatiefneemster van www.ruiterpilates.nl, start haar Haflinger ZZ-zwaar en loopt verwonderd rond in de paardenwereld.

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 52)

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

100,908FansLike
0VolgersVolg
6,963VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer