Tags Posts tagged with "blog liz barclay"

blog liz barclay

gapen paard algemeen

Al lange tijd kijk ik met verbazing naar de paardenwereld. Vooral sinds ik blog voor de Hoefslag en daardoor weer wat meer betrokken ben geraakt bij het digitale paardennieuws, lees ik meningen en commentaren die er niet om liegen.

Mijn eigen blog wordt gelukkig gespaard. Meestal krijg ik positieve en warme reacties. Ik ben benieuwd of dat nu ook zo is…

Brandende deken affaire

De ‘brandende deken affaire’ in de Efteling heb ik niet uit m’n hoofd kunnen zetten. Ik las reacties die samengevat kunnen worden als: ‘wij paardenmensen weten waar we mee bezig zijn’ en ‘die actie verpestte voor zoveel kindertjes wat een hele leuke dag had moeten zijn’.

Eerlijk gezegd: als ik daar als klein ponymeisje had gezeten, was mijn dag allang verpest geweest om een paard met een brandende deken op. Dat had ik he-le-maal niet leuk gevonden.

Op de persoon gericht

De afgelopen jaren heb ik meningen gelezen over diep rijden (rollkur), stang en trens-gebruik, grondwerk, longeren met een hoofdstel en bijzetteugels, beslaan of barefoot, de Oostvaardersplassen nu dus de Efteling-affaire. Extreme meningen die er soms niet om logen. Regelmatig ook op de persoon gericht en buitengewoon onsmakelijk.

Van beide kanten trouwens. De groep die vindt dat alles wat ‘rond’ rijdt direct associeert met rollkur en die vindt dat een bit in de mond eigenlijk al niet kan. Maar ook degenen die vinden dat protesteren tegen wat door sommigen als dieronvriendelijk wordt gezien belachelijk is. Die vinden dat wij ‘paardenmensen’, heel goed weten wat we met onze beesten wel niet kunnen uithalen.

‘Had ie moar gin peerd motten worden’

Zo’n vijftig jaar geleden stond ik als tienjarige te huilen aan de kant van een binnenbak. Daar was een paar kerels met een ‘ongehoorzaam’ trekpaard aan het werk. Langzaam kleurde het schuimende zweet roze. Ik zal de blik in de ogen van dat paard nooit vergeten. Alsof ‘ie er al niet meer was…

‘Had ie moar gin peerd motten worden’, zei een van de mannen toen hij voldaan de bak uitliep. Ik heb er nachtmerries over gehad en durfde er met niemand over te praten. Zo doen kinderen dat. Maar wel heb ik die dag geleerd: zo doe ik het nooit. Door de jaren heen heb ik nooit meer zoiets extreems meegemaakt, gelukkig. Maar het was een halve eeuw geleden nog wel meer geaccepteerd dat paarden die niet wilden werken het maar even moesten voelen. In plaats van dat de ‘trainer’ nadacht over waarom dat paard niet wilde.

Van de oude stempel

Ik kan me eerlijk gezegd een klein beetje voorstellen dat de tendens om tegen de ’conservatieve paardenmens’ te zijn, groeiende is. Dat daar handig gebruik van wordt gemaakt door de nieuwe soort paardenprofessional hebben we toch helaas een beetje aan onszelf te danken. Ik zeg ‘onszelf’ omdat ik mezelf tot de groep reken die rijden met een bit, en zeker stang en strens, een kunst vind die gerespecteerd moet blijven worden.

Wel heb ik bepaalde dingen aangepast. Niet ieder paard hoeft meer op ijzers te staan, maar ik heb nog wel m’n gewone hoefsmid die ook heel goed kan bekappen. Dat hoort namelijk bij zijn vak.

De bijzetteugels waarmee ik opgegroeid ben, gebruik ik niet of nauwelijks meer en zeker niet bij jonge paarden die nog niet op hun eigen benen hebben leren lopen. Ook heb ik zelf zo’n alternatief touwhalstertje aangeschaft voor een paard van een klant dat de nare gewoonte had op z’n achterbenen te gaan staan als je je voet in de beugel wilde doen om op te stappen. Door aan dat halster, dat onder het hoofdstel zat, een tweede teugel te doen, kon zij zonder probleem opstappen en daarna weer met de gewone teugel rijden.

Een beest waar je van houdt

Ik trek geen manen meer, maar heb twee hele slimme kammetjes waarmee de manen er precies hetzelfde uitzien. Ik was er altijd trots op dat ik met alle jonge paarden door geduld nooit een praam heb hoeven gebruiken bij het trekken. Ze stonden haast te slapen. Maar mijn nieuwe paard heeft er duidelijk een andere ervaring mee gehad en ik wil het haar niet aandoen om iedere keer weer zo over de zeik te moeten gaan voor een schoonheidsuitje.

En wat is dat nou eigenlijk voor een rare gewoonte, haren uit een beest trekken waar je van houdt?

Een stap te ver

Het is een grof schandaal dat het er vanwege wanbeleid van moest komen dat er in de Oostvaardersplassen deze winter zoveel herten afgeschoten moesten worden. Maar de discussie op Facebook was benedenmaats en vreemd genoeg koren op de molen van een politieke partij die mij bang maakt.

De brandende deken op een paard in de Efteling? In plaats van onmiddellijk oververhit de protestgroep aan te vallen, is het misschien handiger om te beseffen dat deze act in een attractie voor kinderen te ver gaat. Ook al scheen het paard het geen probleem te vinden.

efteling raveleijn paarden show

Nieuwe waarden

Geef je dan toe aan groepen waar je echt niet bij wilt horen? Volgens mij niet, volgens mij is dat discussie met een toekomst. Wij, paardenmensen, zullen mee moeten groeien in een wereld waar dieren, dus ook paarden, anders bekeken worden.

Ooit liepen honden voor een kar. Ooit stonden alle melkkoeien de hele winter aan hun ketting te rammelen en werden hun kalveren er machinaal afgetrokken. En was het gewoon dat paarden dag en nacht aan een touw stonden als ze niet aan het werk waren.

Meegroeien met nieuwe waarden is een kunst die we volgens mij met iets meer enthousiasme moeten beoefenen. Dat betekent blijven praten en leren van elkaar en niet terugschoppen en afsluiten.

De sport bewaren

En bovenal: Als wij, met ons vaak wat vastgeroeste patroon, nou eens luisteren? Dan begrijpen we wellicht dat als wij nog een toekomst met onze paarden willen hebben, wij met een aantal aanpassingen de sport, waarvan wij zo houden, kunnen bewaren. Maar waarom doen we dat dan niet?

Foto’s: Liz Barclay / Digishots / archief

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Tjeerd Velstra, een van de grootsten uit de Nederlandse paardenwereld, is niet meer.
Als klein ukkie fietste ik vaak tot aan het huis van Tjeerd in Brummen.

Daar stond ik dan uren naar de paarden in de wei te kijken, in de hoop dat iemand me zou zien staan en me binnen zou laten.

Jeugdverhalen

Twaalf jaar ontmoette ik meneer Veldstra in zijn kantoor: ‘Jij komt er wel, alleen dat wipneusje moet nog een stukje omlaag.’ Vier jaar geleden mocht ik nog twee keer een paar uren naar de jeugdverhalen van Tjeerd, zoals ik hem moest noemen, luisteren. Ik wilde immers een boekje over de mens achter de paardenman schrijven.

Hieronder het verhaal van Tjeerd, dat hij ook heeft gelezen. Mijn laatste groet aan deze unieke paardenman, die eind vorige maand op 79-jarige leeftijd overleed.

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Sophia, de Friese draver

‘In een prachtig onderhouden rozenperk in onze tuin lag mijn grootvaders dravermerrie Sophia begraven. Mijn vader vertelde me dat de merrie elke race won. Een pikeur trainde haar en bracht haar uit, maar mijn grootvader maakte op zonnige dagen zelf wel eens een ritje met haar.’

Sophia won een aantal keren belangrijke prijzen, onder meer twee keer de Gouden Koningszweep. Toen protesteerden andere dravereigenaren, en Sophia mocht in 1875 niet meer deelnemen. Grootvader Veldstra liet Sophia geen enkele wedstrijd meer starten. Tjeerd grijnsde terwijl hij dat vertelde.

Paarden- en koeienman van allure

De appel viel niet ver van de boom: Tjeerd kreeg het paardenbloed van zijn vader Ritske. Vader Veldstra was beroemd voor zijn rundvee: hij was de grondlegger van de Amarilla-stam. Voor de oorlog was hij ook al begonnen met het fokken van Hackneys.

Tjeerd’s vader hield niet van verliezen, ‘die lui weten gewoon niks van paarden, we gaan naar huis’.

Later kocht hij een mooie tuigpaardmerrie. Hij wilde ook rijpaarden gaan fokken, omdat hij graag aan de plaatselijke jacht wilde deelnemen. Dat vader en zoon uit hetzelfde hout gesneden waren had vader Velstra inmiddels wel gezien. Er zat een derde generatie paardenman aan te komen in de familie en hij genoot ervan zoveel mogelijk van zijn kennis over te dragen aan zijn zoon.

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

De lucht van leer en zadelzeep

Als hij niet op school zat, namen Tjeerd en zijn vader het programma van de dag door in de grote zadelkamer. Samen besteedden zij eindeloze uren aan het trainen van de Hackneys, tuig- en rijpaarden.
Voor de aangespannen wedstrijden waar zij aan deelnamen moest alles perfect gepoetst zijn: de Hackneys, het harnachement en de sjees. Tjeerd’s vader hield niet van verliezen, ‘die lui weten gewoon niks van paarden, we gaan naar huis’. Soms moest alles een week later weer allemaal brandschoon voor de volgende wedstrijd.

Het begin van een springcarrière

Tjeerd begon genoeg te krijgen van het schoonmaken en bedacht iets waaraan hij meer plezier kon beleven. Hij kondigde aan dat hij wilde wedstrijdspringen. De lichtelijk verbaasde Velstra besloot dat hij zijn zoon hiermee zou helpen maar dan op zijn manier.

Hij kocht een paard met de gewoonte regelmatig op het allerlaatste moment te weigeren. Daarbij was het zo een zenuwpees dat je ’s nachts een lichtje aan moest laten omdat er anders ’s morgens weinig meer van de stal over was. Ze hadden besloten dat het paard eerst maar eens een tijdje vrij moest hebben om tot rust te komen, dus hij werd een paar maanden het weiland in gestuurd.

Met wat oude sokken

De ruin raakte echter helemaal aan Tjeerd verknocht en ging voor hem door het vuur. Om Tjeerd er wat imposanter te laten uitzien, stopte zijn instructeur wat oude sokken aan de voorkant onder zijn jasje. Ze begonnen met de regionale wedstrijden, werden gekwalificeerd voor de landelijke kampioenschappen voor springen en dressuur en wonnen beiden.

Verhitte discussies

De samenwerking tussen vader en zoon liep niet altijd gemakkelijk en ze hadden verhitte discussies. Soms zou de volgende dag blijken, als het paard beter liep, dat Tjeerd gelijk had gehad. Toch moest hij regelmatig toegeven dat zijn vader met al zijn ervaring het toch bij het rechte eind had gehad en dat hij naar hem had moeten luisteren.

Ze kochten samen vele paarden, jonge en soms iets oudere, maar altijd met een of ander probleem waardoor ze goedkoop waren. Zij hadden er het plezier van en die paarden weer een toekomst.

Internationaal springen

De meeste springruiters zagen het nut van dressuur niet zo in, maar Tjeerd besteedde daar veel tijd aan. Hij hield ook van een bloedpaard en op de een of andere manier wist hij de ‘Deutsche Grundlichkeit’ te combineren met de lossere Engelse manier van rijden.

‘Je mag alles doen, maar neem liever geen harddravers.’

Hij ontwikkelde zich snel en brak door op het internationale circuit. Eerst naar het CHIO Rotterdam in 1959, waarna Hickstead met z’n houten barakken en dan nog Wiesbaden waar de stallen in een grote tent zaten. Vader Velstra huurde voor het vervoer een wagon waarin de paarden door een enkele houten plank van elkaar gescheiden waren. Ze reisden gedurende de nacht, zodat ze ’s morgens vroeg snel met de paarden door de stad naar het wedstrijdterrein konden wandelen. Tjeerd had de tijd van z’n leven, het reizen, de mooie hotels waar de internationale ruiters altijd ondergebracht werden en natuurlijk werd er ook wel degelijk goed feest gevierd, want dat konden die springruiters!

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Het werden tuigers

‘Je mag alles doen, maar neem liever geen harddravers.’ Dit heeft grootvader Velstra vlak voor zijn dood in 1918 tegen zijn zoon Ritske Velstra gezegd (Leeuwarder Courant 1968, artikel ‘Perfectionist Ritske Velstra). Dus het werden tuigers. Zijn kleinzoon, de Tjeerd Velstra die wij kenden, begon met zijn vader in de tuigpaarden, stapte over op de springsport, waarna het toch weer de mensport werd. En hoe!

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Een overzicht:

In 1956 Nederlands Kampioen eenspannen Hackney’s.
In 1962 en 1964 Nederlands Kampioen springen
In 1977, 1978, 1980, 1981, 1982,1984 en 1985 was hij Nederlands kampioen vierspan en in 1982 en 1986 wereldkampioen vierspan.
Van 1974 tot 1995 directeur van het Nederlands Hippisch Centrum Deurne.
2007 tot 2011 bondscoach Nederlandse menteams ponies en paarden.

Sprankelende dag

Toen ik vier jaar geleden na ons prachtige gesprek weer in m’n auto stapte, maakte Tjeerd zich klaar om nog een ommetje met zijn jonge Fries voor de koets te maken. Het was een sprankelende heldere dag in februari met een prachtig laagje sneeuw op de grond…

atjan hop blog liz barclay

In deel 1 van mijn blog over mijn ontmoeting met Atjan Hop heb je al kunnen lezen over de enorme liefde van deze paardenman voor het Lipizzaner paard. Hij bracht de hele geschiedenis van de Lipizzaner fokkerij in kaart en werd in 2012 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Atjan heeft echter absoluut geen oogkleppen op ten opzichte van de dressuurwereld van nu.

Alle soorten paarden

Ook al is de band met de Lipizzaner de rode draad door zijn leven, hij heeft altijd altijd van iedereen willen leren en geleerd. Daardoor traint hij nu fulltime en geeft hij les. Hij is in staat om met alle soorten paarden en ruiters te werken en eventuele problemen op te lossen. Aan hokjes denken heeft hij een hekel.

Wel moet hij een beetje lachen om de nieuwe ‘uitvindingen’  in de dressuur, zoals de ‘zweefdraf’. ‘Je kan niet zomaar een nieuwe knop op een paard zetten die nooit heeft bestaan zonder schade te berokkenen.’ Ook voor de zadels met ‘hulpstukken’ die nodig zijn om paarden uit te zitten die ‘flashy’ maar uit hun tempo gereden worden, trekt Atjan zijn wenkbrauwen op. ‘Voor een onafhankelijke zit moet je hard trainen, die krijg je niet door zo’n mega-wrong.’

Een bijzondere ontmoeting

Bij Atjan op stal aangekomen, zie ik onmiddelijk hoeveel liefde hij heeft voor zijn paarden. ‘Napje’ (Neapolitano Elvira), de Lipizzaner hengst die Atjan 24 jaar geleden als veulen van vier maanden oud kocht bij een grote Lipizzanerfokker in Schaijk, laat duidelijk horen dat hij weet dat de baas gearriveerd is. Ook de andere twee, zijn jonge Lipizzaner en de Spaanse hengst van zijn vrouw Yolanda, laten zich niet onbetuigd.

Ieder paard krijgt zijn eigen persoonlijke begroeting en het eerste dat me altijd weer opvalt aan dit soort paarden zijn de ogen. Vol adel met een zo trouwe en eerlijke uitstraling.

Atjan Hop

Met de lange teugels

Atjan verontschuldigt zich voor de staart van Nap. Ik zie er niks verkeerds aan, maar Atjan vindt hem niet schoon genoeg en hij had hem gisteren nog gewassen. Ik geloof misschien zelfs omdat ik zou komen.

Na een klein borstelbeurtje, de tijd begint te dringen, leidt Atjan zijn paard naar de manege voor een lichte training aan de lange teugel. Er wordt lang gestapt, zoals dat hoort, vooral met een ouder paard. Atjan legt uit hoe hij met de bolle en de holle kant speelt.

Als er iemand door de gang loopt die Atjan wat wil vragen, bied ik aan om zijn Nap even voor hem vast te houden. Voor ik het weet, loop ik achter de schimmel met de lange teugels in m’n handen. Hoho, dat was niet de bedoeling! Okee, ik zal m’n best doen, want  ik snap de holle en bolle kant dondersgoed en begin gelijk met goed de ruggengraat en nek in de gaten te houden.

Ik kom er al gauw achter dat, als je er zo achter loopt, het haast nog meer als stijldansen wordt dan wannneer je erop zit. Atjan moet lachen als hij weer terugkomt. Ik bak er blijkbaar niets van maar het was wel leuk!

Met elkaar vergroeid

Als Atjan de teugels weer overneemt, doet hij nog even een paar oefeningen met Nap. Zijwaarts, pirouetje naar links, pirouetje naar rechts en nog een beetje piaffe. Zo ontspannen en geroutineerd heb ik het nog nooit van dichtbij mogen aanschouwen. Het is een samenspel tussen twee levende wezens die zoveel tijd met elkaar hebben doorgebracht, dat ze als het ware vergroeid zijn. Anders kan ik het niet omschrijven.

Er zijn een aantal momenten waarop ik heel duidelijk weet waarom ik deze man zo graag wilde ontmoeten. Ik herken niet alleen de liefde voor het paard als dier, en niet een machine, maar ook de romantiek om dressuur meer als kunst te beschouwen en niet alleen maar als topsport. De ellenlange weg om het paard te leren begrijpen en die weg niet zo snel mogelijk te willen doorlopen omwille van het hogere doel, maar van het hele proces te genieten en ervan te leren.

Het is vertederend om het ‘gouwen draadje’, zoals hij dat zelf noemt, tussen zijn geliefde Napje en hem te aanschouwen. Iets waarvan hij hoopt dat hij het met zijn jonge Lipizzaner hengst nog weer een keer mag meemaken.

‘Ik ben zijn mens’

We rijden terug naar het station en ik vind het jammer dat er een einde aan deze bijzondere dag gaat komen. Als we uitgestapt zijn en ik m’n bagage heb gepakt, vraag ik: ‘Dus kan ik zeggen dat jij van paarden en van mensen houdt?’ ‘Ja’, hij denkt even na. ‘Ik hou inderdaad van paarden en van mensen.’ Weer zie ik de lichte verlegenheid van eerder die dag.

In de trein zit ik na te genieten terwijl Nederland in de namiddagzon nog eenmaal aan me voorbij trekt. Ik herinner me weer een mooie uitspraak van Atjan. ‘Hij is niet mijn paard, ik ben zijn mens.’

In Engeland kun je het woord ‘gentleman’ veranderen in twee woorden, namelijk ‘gentle man’. Ik geloof dat ik er vandaag eentje ontmoet heb.

Liz Barclay

Nog een paar wetenswaardigheden:

Atjan Hop en zijn vrouw Yolanda Rozier hebben een prachtige website: Baroque Consult.

De 24-jarige Lipizzaner hengst Neapolitano Elvira heeft als vader Neapolitano Capriola en als moeder Elvira. Dat geeft meteen aan hoe het stamboek werkt. Het eerste deel van de naam, Neapolitano, geeft aan welke lijn. Het tweede deel, Elvira, de moeder.

atjan hop blog liz barclay

 

atjan hop blog liz barclay
Foto: Marcel Knaapen

Hé, weer een like-je van Atjan Hop. Wie is dat? Maar eens even googlen. Oh, wauw, cool. Hij werkt met Lipizzaners.

Ff Maarten Appen. “Hoi, ken jij Atjan Hop?” “Jaa, Heul goed!” “Ik wou hem benaderen voor een blog, wat denk je?” “Vindt ie vast leuk.”

Berichtje naar Atjan: “Goeiemorgen, Atjan, ik blog voor de Hoefslag. Zou ik je mogen bezoeken voor een gesprek?”

Berichtje terug. “Tsjonge…blush.” “Ik vind je keuze om met Lipizzaners te werken zo bijzonder en daar zou ik graag over willen schrijven.” “Tsjonge…blush-part2.”

Er volgt een ontspannen en enthousiaste uitwisseling op messenger, wat sfeerbepalend is voor ons gesprek dat twee weken later plaatsvindt.

Energiek en gepassioneerd

De laatste dag voordat ik weer terug vlieg naar Engeland sta ik buiten het station in Leiden met al m’n bagage te zoeken naar een man in rijbroek. Dat is het enige herkenningspunt dat ik heb. En ja hoor, daar komt hij energiek aanlopen. Een vrij gedrongen man met een open gezicht en warme glimlach.

atjan hop blog liz barclay

In de auto op zoek naar een tentje voor ons gesprek is een vraagje voldoende om Atjan aan de praat te krijgen. Hij weet waarvoor ik kom en zijn passie en enthousiasme zorgen ervoor dat iets waar we zo’n tweeenhalf uur voor hadden uitgetrokken, grandioos uitloopt zonder dat we er erg in hebben.

Drang om te leren

Bij een kopje koffie in een sfeervol koffiehuisje vlakbij vervolgt Atjan zijn verhaal wat in eerste instantie klinkt zoals m’n eigen jeugd. Hoe hij, zonder dat er nou iemand in de familie echt paardengek was, zo heel graag pony wilde rijden en zijn weg vond naar de plaatselijke manege. Hij kon daar uren zitten luisteren naar de inspirerende vrouw die er de lessen gaf. Gek genoeg vertelde deze vrouw hem pas veel later dat ze nooit had begrepen hoe diep zijn verlangen was om een goed paardenman te worden.

Ik vraag aan Atjan: “Dus, ook al kom je zo enthousiast en extrovert over, als je naast je ‘meerdere’ zit, om het zo te zeggen, dan word je zomaar introvert vanuit die enorme drang om te leren?” “Ja…eigenlijk wel, ja.”
Verbeeld ik het me of zie ik haast een soort verlegenheid over zijn gezicht trekken?

Twee ansichtkaarten uit Wenen

Toen Atjan een jaar of vijf was bracht zijn tante twee ansichtkaarten voor hem mee uit Wenen van de Spaanse Rijschool. “Ik heb ze nog steeds, ik vond ze zo prachtig.” Misschien is zijn liefde voor dit bijzondere stoere paardje, de Lipizzaner, toen begonnen.

Alhoewel zijn ouders weinig van zijn paardenliefde begrepen, hebben zij hem wel altijd gesteund en zoveel mogelijk geholpen.

atjan hop blog liz barclay

Naast zijn lessen op de manege verraste zijn vader hem bijvoorbeeld zomaar met een reisje naar Wenen om het sprookje van de Lipizzaners met eigen ogen te aanschouwen. Atjan was toen een jaar of 17. “Zo gauw we naar binnen konden, zat ik daar dagen achtereen op het balkon van de rijzaal naar de training te kijken. Op de laatste dag reden er twee ruiters die mij daar weer zagen zitten. Een van hen was Oberbereiter Hans Riegler. Op een gegeven moment keek hij mij aan en knikte. Er was echt oogcontact. Dat is me altijd bijgebleven. Zo’n moment is een juweeltje.”

Met de zilveren rand

Toen Atjan een paar jaar eerder op Jumping Amsterdam bij de boekenstand van meneer Boogaard het boek met zilveren rand over de Lipizzaners zag liggen, gebeurde er ook zoiets. Naast meneer Boogaard stond de befaamde Lipizzanerman Jacques Pieterse over wie Atjan wel gehoord had en hij zag vanuit zijn ooghoek hoe meneer Boogaard meneer Pieterse een stoot met zijn elleboog gaf. Zo van: ‘moet je dat jong nou eens kijken’.

“Ik zag dat als jochie en het is me altijd bijgebleven. Jacques werd uiteindelijk mijn inspirator en een dierbare vriend.”

Iedere keer als Atjan zoiets vertelt, zie ik weer die haast vertederende verlegenheid. Hij wordt dan weer dat jongetje dat zo heel graag iets wilde, maar nog niet wist hoe.

Studie rechten

Atjan komt uit een familie waar het gewoon is om naar de universiteit te gaan en omdat hij het gymnasium doorvloog, vond vooral zijn moeder het een goed idee dat hij rechten ging studeren. “Tja, ik ben een gesjeesde student. Ik was er bijna en toen was ik opgebrand, het paste gewoon niet bij me. Achteraf gezien had ik geschiedenis moeten studeren, maar dan zei m’n moeder weer dat lesgeven toch niet echt wat was om je brood mee te verdienen.”

Hij kwam in de financiele wereld terecht, terwijl alle vrije uurtjes met trainen en lesgeven werden doorgebracht, maar besloot een aantal jaren geleden de knoop door te hakken en verdient sindsdien zijn brood als professioneel paardenman.

Trainen in Lipica

Weer terug naar zijn studententijd. Atjan wist in z’n vrije tijd voldoende bij te verdienen om twee of drie keer in het jaar voor een paar weken in Lipica te trainen waar hij zich de fijne kneepjes van de klassieke dressuur, zoals die met de Lipizzaners beoefend wordt, heeft eigen gemaakt. Dit onder toeziend oog van Ladi Fabris, destijds internationaal dressuurruiter en later FEI-jurylid en bondscoach voor de jeugd.

Vervolgens kreeg hij in Nederland les van Arie Schram, die hem onder andere punctueel leerde rijden. Van de Portugese leermeester Pedro de Almeida leerde hij de verfijning in de zwaardere oefeningen.

Een levenswerk

Zijn liefde voor de Lipizzaner bleef groeien, niet alleen als paardenman, maar ook als onderzoeker. Hoe langer hij met ze werkte, hoe meer hij over het verleden van dit paardenras wilde weten. Hij kocht alles aan boeken wat los en vast zat. Hij spitte langzaam maar zeker de hele geschiedenis, ook de geschiedenis van de fokkerij, door, wat hem langzaam maar zeker een specialist op dat gebied maakte.

Zelfs in Piber was er enorme waardering voor wat je haast een levenswerk zou kunnen noemen. De plek waar het belangrijkste deel van de fokkerij van de Lipizzaner zich heeft voltrokken, maar ook helaas door de Tweede wereldoorlog enorm veel verloor, heeft met de hulp van Atjan het fokprogramma voor de Lipizzaner weer in ere kunnen herstellen.

Secretaris van de fokcommissie

Achttien jaar lang was Atjan secretaris van de fokcommissie van de Internationale Lipizzanerfederatie (LIF).
Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Uiteindelijk bracht hij de hele geschiedenis van de Lipizzanerfokkerij in kaart heeft daarmee de schade wat betreft zijn interesse in geschiedenis wel ingelopen. In 2012 is Atjan benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn onderzoek in en inzet voor de fokkerij, fokkerijgeschiedenis en stamboekvoering van de Lipizzaner.

Lees later deze week het vervolg van het gesprek dat ik had met Atjan Hop.

Liz Barclay

liz barcaly blog

Zo’n tien jaar geleden ben ik begonnen met mijn blog op mijn eigen website. Ik had het gevoel dat ik iets te vertellen had.

Al twintig jaar lang had ik in Cornwall lesgegeven. Aan springruiters, eventruiters en de paar dressuurruiters die er in die tijd nog maar waren in dat gebied. Dressuur stond toen nog in de kinderschoenen, vooral in de afgelegen gebieden van het Verenigd Koninkrijk.

Inventief denken

De blogs kwamen voort uit een soort idealisme. Ik wist dat ik inmiddels te duur was geworden voor de gemiddelde ruiter, maar ik wilde die groep niet de informatie onthouden die ik gedurende mijn lessen gaf. Dus ik begon enthousiast met bloggen over wat je allemaal wel niet voor oefeningen met je paard kon doen om ‘m beter te maken door een beetje inventief te denken.
Wat bleek, ik was op mijn bescheiden manier een voorloper op waar nu, als ik niet oppas, m’n hele Facebook pagina van overloopt. Er wordt niet meer gefluisterd, nee, het is een kanonnade van informatie met heel veel bomen en nog meer bos.

Inmiddels was ik langzamerhand zowiezo overgestapt op meer persoonlijke verhalen, veelal gebaseerd op gebeurtenissen in de paardenwereld, of interviews met paardenmensen met, wat ik dacht, een interessant verhaal.

Verder in de nesten

Omdat ik nieuwsgierig genoeg ben, lees en kijk ik soms toch even naar wat al die andere probleemoplossers te vertellen hebben en dan schrik ik me soms rot. Vooropgesteld dat niet al die bloggers kwakzalvers zijn, er zitten echt goede paardenmensen tussen die heel veel weten, het kan allemaal zo verkeerd uitgelegd worden door een onschuldige ruiter die zich dan in z’n uppie alleen maar verder in de nesten werkt.

Groen paard

Een voorbeeld. Een leerling had een nieuw jong en groen Iers gefokt paard gekocht wat net zadelmak was gemaakt. Ze had op een website gekeken van een groep Amerikaanse dierenartsen. Hier werd gesproken over ‘long and low’. Hoe belangrijk dat was om bijvoorbeeld Kissing Spines te voorkomen. Ze wilde pas weer met lessen beginnen, zei ze, als ze wat verder met hem was.

Volledig verzuurd

Tot ik een brandtelefoontje kreeg. Hij wil niet meer vooruit! Na wat getrek (aan de ruiter, niet aan het paard!) kwam ik er snel achter dat dit paard vanaf het begin ongelofelijk achter het been was geweest en de ruiter met een weerstandbiedende hand het paard naar benenden had proberen te dwingen. Dit alles omdat ze zo bang voor Kissing Spines was geworden. Met als gevolg dat dit jonge, talentvolle paard, voor die ook maar een kans had gehad, in de bak volledig verzuurd was.

Mijn advies, ga maar buitenritten maken aan een contactteugel tot ie weer lol heeft in het leven. We zijn inmiddels een jaar verder en hij loopt in een mooi rhytme, oortjes naar voren, in de bak en bied ‘long and low’ zelf aan. Nu kunnen we verder!

Niet geschikt

Omdat ik het tijd vond voor een grote opruiming van m’n website, wat ouwe foto’s eruit en wat nieuwe erbij, ben ik een tijdje geleden ook weer even een paar van die eerste blogs gaan lezen. Wat bleek, tot m’n grote verbazing hoorde ik bij de groep die ik zelf veroordeelde. Ook ik had dingen geschreven die niet geschikt waren als informatie op digitaal papier.

Ik heb meteen al die verhalen met welgemeend advies over inventief rijden er uitgegooid. Wat werkt in een les als je er met je neus bovenop staat, en je bovendien kunt voorkomen dat het verkeerd wordt uitgelegd, hoeft niet perse te werken op papier. Hulpen zijn hulpen en alleen in een les kun je besluiten om het misschien eventjes ietsje anders te doen om resultaat te behalen.

Goede instructeur

Mijn conclusie? Als je beter wilt leren rijden, laad je paard in je trailer en ga naar een goede instructeur, zodat deze je kan helpen. En wil je wat lezen, vraag dan eens aan die goede instructeur wat je zou moeten lezen, namelijk, iets wat op dit moment bij jou en je paard past.
Dat kan een hoop verwarring voorkomen. Een boek wat ik zelf altijd aanraad, ‘Centered Riding’ van Sally Swift. Zij verstaat de kunst op de meest originele manier uit te leggen hoe je je zit en balans kunt verbeteren, een boek dat bij iedereen past, jong en oud, ervaren of onervaren. Begin bij jezelf.
En ik zal blijven schrijven. Over al die interessante mensen die ik zoal ontmoet.

Fijne feestdagen, allemaal!

liz barcaly blog

blog liz barclay

‘Hoe kon ik weten dat dat ooit voorbij zou gaan’, is de laatste regel van het refrein van het prachtige lied ‘Het Dorp’ van Wim Sonneveld. Mijn lijflied dat zo goed paste bij mijn jeugd in de Achterhoek, waar zo’n 40 jaar geleden nogal plotseling een eind aankwam door de dood van mijn vader.

Dit keer probeert mevrouw May van de Engelse Conservatieve Partij -ja, die met die gekke schoentjes- roet in het eten te gooien.

Uitgezet

Ik ben namelijk een Nederlands paardenmeisje in Brexitland met een inkomen onder de 18.000 pond en dat betekent dat na meer dan 30 jaar ik misschien het land uitgezet ga worden.

‘Een vetpot is het meestal niet als je in de paardensport je centen probeert te verdienen.’

Ergens aan het begin van 1990 heb ik me, na vanaf de tachtiger jaren tussen Engeland en Amerika op en neer te hebben gereisd, voorgoed in Engeland gevestigd. Daar bouwde ik mijn werk als dressuurtrainer verder op. Ik heb een National Insurance nummer gekregen en heb dus vanaf dat moment belasting betaald, bijgedragen aan de NHS (de National Health Service) en mijn toekomstige pensioen.

Uitgewoond boerderijtje

Mijn man en ik vonden een klein uitgewoond boerderijtje wat we in die tijd voor een spotprijsje op de kop hebben getikt. Met groentetuin en een paar schaapjes en koetjes, kon ik net van het kleine inkomen van mijn lessen leven, want een vetpot is het meestal niet als je in de paardensport je centen probeert te verdienen. En zeker niet in het meest zuidwestelijke puntje van het Britse koninkrijk.

En toen besloot de heer Cameron een referendum te beloven aan het Engelse volk. Dit om zijn eigen hachje en het hachje van zijn partij te redden.

blog liz barclay

Verdeeldheid enorm

Ik heb nog nooit zoveel chaos meegemaakt. De verdeeldheid was enorm. Het heeft zelfs huwelijken gekost!
Wat niet zou gebeuren, gebeurde. Op 25 juni 2016 werd Brexit een feit.

De paardenmens en de boeren hebben een stevig handje geholpen om dit te laten gebeuren. Je denkt wellicht: Dat zijn er niet zoveel. Maar er waren er ook maar een paar nodig om de 52% waar te maken, want zo enorm was die meerderheid niet. Ook al blijft mevrouw May maar herhalen, ‘It is what the people wanted’.

‘En nu zitten we dus met de gebakken peren. Een land in complete chaos.’

Kort lijntje

Ik kan me er nog wat bij voorstellen ook. Een boer wordt tegenwoordig door alle Europese wetten wel aan een heel kort lijntje gehouden. Maar dat die jachtruiters zodanig op de vos gefixeerd zijn, dat ze niet meer ietsje ruimer kunnen denken dan hun jachtveld, dat gaat me toch een beetje te ver. Van de boeren heb ik begrepen dat het van hen veelal een proteststem was en dat ze erg geschrokken zijn dat het ook echt gebeurd is. Tsja…

En nu zitten we dus met de gebakken peren. Een land in complete chaos.

Handelswaar geworden

En ik? Ik moet afwachten. Ik ben samen met alle ander kleine zelfstandige ‘European citizens’ handelswaar geworden, want zo voelt dat. Vorige week was er een menselijke ketting van in Engeland wonende Europeanen voor het parlement in Londen. Die noemden zichzelf wisselgeld.

blog liz barclay

Bijna iedere dag meldt het nieuws wel weer een of andere uitspraak van Juncker of May waardoor de onzekerheid blijft bestaan. Inmiddels lijkt het erop dat ik als kleine zelfstandige tussen de wal en het schip in zal vallen en waarschijnlijk geen recht meer zal hebben op doktersbezoeken en pensioen.

‘In het beste geval wordt mij een Engels paspoort aangeboden.’

Engels paspoort

In het beste geval wordt mij een Engels paspoort aangeboden, maar dan moet ik, zoals het er nu voorstaat, mijn Nederlandse paspoort inleveren en dat wil ik niet. Ik ben in Nederland geboren en getogen en ben hier als Europees burger naartoe gekomen en door het Engelse koninkrijk geaccepteerd.

Ik vind het compleet onredelijk dat na bijna dertig jaar volledig mijn steentje te hebben bijgedragen, mijn hele leven op losse schroeven komt te staan. Dat voelt niet veilig.

Vechten

De onzekerheid houd mij vaak wakker, ondanks het feit dat al mijn Engelse vrienden en lesklanten dapper roepen dat ze voor me zullen vechten. Lief, maar zo werkt de bureaucratie niet.

Iemand opperde het idee dat ik hier als buitenlandse trainer belastinggerechtigd in Nederland zou kunnen worden. Dat klonk wel even interessant en origineel.

Alleen is het wel erg ver als je even naar de dokter moet…

blog liz barclay newton stud

Drie jaar geleden, op de hengstenkeuring in Den Bosch, hoorde ik voor mij twee dames in het Engels met elkaar praten. Een van die dames was Lorna Wilson uit Devon. Ik maakte een praatje en zij vertelde mij net voldoende om te weten dat dit iemand was met een sterke visie en een enorme drang om van de Nederlandse en Duitse stamboeken te leren hoe ze haar eigen fokprogramma aan moest pakken.

Ik werd meteen stiknieuwsgierig en vroeg haar of ik een keertje langs mocht komen. ‘Tuurlijk, laat maar weten’.

Keuringen door het land

Ondertussen zette Lorna dit jaar in haar eentje ook nog eens een keer het hele keuringsprogramma in Engeland op z’n kop. Zij gaf fokkers de mogelijkheid om op elf plekken door het hele land verspreid, hun fokproduct te laten keuren, door aan de Europese stamboeken verbonden juryleden. Net zoals de KWPN dat doet.

Vorige week stond ik eindelijk bij haar op de stoep. Newton Stud, ook het thuis van sperma-agentschap Elite Stallions, is een bedrijf dat ze enkele jaren geleden kocht en dat geeft haar toegang tot het sperma van honderden hengsten, de crème de la crème, uit heel Europa.

Ik wist niet wat ik zag! Dit leek op een hengstenhouderij zoals ik tot nu toe alleen in Nederland heb gezien. Het heuvellandschap verried weliswaar dat we in Engeland waren, maar dat was dan ook alles.

Van taxateur naar de paardenfokkerij

Mijn vermoeden was juist. Lorna Wilson, 38 jaren jong, heeft een enorm goed stel hersens die ze ook heel graag gebruikt. Zij begon haar professionele leven als taxateur en ze reed paard als hobby. Maar, eerlijk en nuchter als Lorna is, over haar eigen rijkunst was ze niet zo heel erg enthousiast. Dus dat doet ze ook niet meer.

Fokken wou ze. In 2001 kocht ze de fokmerrie Nicole (Indoctro X Pion) bij wie ze een aantal veulens fokte. Drie ervan werden Grand Prix.

250 hectare

Zeventien jaar later sta ik op een bedrijf van zo’n 250 hectare (‘hoeveel precies weet ik echt niet’, zegt Lorna lachend), met een prachtig open loopboxen complex, waar enorme hoeveelheden merries ieder jaar geïnsemineerd worden. Ook worden zo’n 70 draagmerries ‘gefopt met een kind van een ander’ door embryo transfer.

Het agentschap Elite Stallions kocht Lorna van de vorige eigenaren, voor wie ze al een tijd werkte. Dit was in 2014 een enorme stap, waardoor Newton Stud in een groeistuip terecht kwam, die niet meer lijkt te stuiten.
De hoeveelheid tophengsten waaruit je hier op Newton Stud kunt kiezen is enorm. Alles van Schockemöhle, Nijhof, Blue Hors, Ludger Beerbaum; het houdt niet op.

Daarbij komt de goede neus van Lorna goed van pas. Je kunt op haar advies vertrouwen. Dat heeft ze al lang en breed bewezen.

Nauwe laantjes van Devon

Ik reed min of meer tegelijk met een trailer het voorerf op. Een keurige dame met een parmantig blond staartje was net zo opgelucht als ik, dat we Lorna hadden gevonden. Beiden hadden we nogal rond gedwaald door de nauwe laantjes van Devon. Newton Stud ligt aardig verstopt.

Deze dame kwam de merrie van haar dochter, die inmiddels in het buitenland werkt, ophalen. Die fase voor moeders dat de kinderen de deur uit zijn, maar mama nog wat ‘losse steekjes’ moet ophalen.

Nadat het drie keer bij de plaatselijke dierenarts niet lukte de merrie drachtig te krijgen, was de familie ten einde raad met de merrie naar Newton Stud vertrokken. Daar bleek dat de merrie een infectie in de baarmoeder had. De behandeling door de aan het bedrijf verbonden paardenarts Irma Rosati, oorspronkelijk uit Italië, leek succesvol en de merrie ging nu weer mee naar huis om in het voorjaar, bij de eerste hengstigheid, weer terug te komen.

Veiligste optie

Nou ben ik niet zo op m’n mondje gevallen en toen de aardige dame begon over thuis veulenen, zonder enige ervaring, maar wel met het sperma van een hele goeie en dus dure hengst, floepte ik er zomaar uit: ‘doe het hier, veiligste optie.’

Op Newton Stud komen de merries zo gauw het weer omslaat naar binnen en worden verdeeld in groepen in de grote open boxen. De lichten blijven dan tot 12 uur ’s nachts aan om de hengstigheid zo vroeg mogelijk te laten beginnen.

blog liz barclay newton stud

Springhengst Chacfly

Als deze mevrouw haar merrie mee naar huis zou nemen, dan is naar alle waarschijnlijkheid het sperma van de zeer populaire springhengst Chacfly tegen de tijd dat deze merrie in het voorjaar op natuurlijke wijze hengstig zou zijn geworden, doodgewoon uitverkocht.

Om een lang verhaal kort te maken, uiteindelijk reed deze mevrouw zonder merrie weg.

Alarmsysteem aan je achterwerk

Lorna legde uit dat de merries in de groepen nauw in de gaten worden gehouden en bijtijds op een ruime stal voor zichzelf gezet als de geboorte nadert. Voor die tijd wordt aan hun vulvalip al een heel klein alarmsysteempje met een hechtinkje bevestigd. Als het persen begint, dan floept het kleine alarmpje in tweeën, geeft een seintje naar kantoor waardoor er onmiddellijk een aantal mobieltjes afgaan en er bijtijds ingegrepen kan worden, mocht er iets niet helemaal in de haak zijn.

Het zal je maar gebeuren, een alarmsysteem aan je achterwerk! Maar het is wel zo veilig en super effectief.

Dikke en dunne groepen

 

Als Lorna mij meeneemt op een rondje stallen, vertelt ze hoe de merries, als ze in de herfst naar binnen komen, verdeeld worden in dikke en dunne groepen. Niet alleen maakt de verdeling naar dikte het voerprogramma simpel en veilig. Ook wordt op het bedrijf zelf een heel precies voerproduct gemaakt. Zo kunnen de merries gezamenlijk en in alle rust eten, zonder dat er jaloerse klappen vallen.

Lorna vertelt grinnikend: ‘Dat scheelt me personeel, gebroken benen en een hoop hechtingen.’

Gemengd bedrijf

Dit voerproduct is door Lorna’s partner Eddie Hosegood ontwikkeld. De twee zijn overigens niet getrouwd. ‘Geen tijd voor, haha!’ Eddie is namelijk boer en Newton Stud is nog steeds een gemengd bedrijf waar, naast de begrazing van schapen en vleeskoeien, ook graan en mais verbouwd worden.

Eddie is altijd geïnteresseerd geweest in het ontwikkelen van gemengde voerproducten en maakt nu zelf een zeer effectieve combinatie van ingrediënten, waar de merries het super op doen. Daarbij is het vanzelfsprekend dat door gemengde begrazing de weilanden in topconditie zijn voor als de merries en veulens in het voorjaar weer naar buiten gaan.

Meer in haar mars

Lorna heeft nog veel meer in haar mars. Haar nieuwste ‘kindje’ is de ‘Elite Foals UK Registration Tour’. Dit zou het hele registratiesysteem van Engeland, dat onbegrijpelijk verwarrend is, wel eens ongelofelijk op z’n kop kunnen zetten.

En wat denk je van een ICSI laboratorium? Dat kun je in m’n volgende blog lezen!

 

St. Cynthia en Annemieke Oostvaardersplassen

Behalve een paar kleine en verwarrende berichtjes op de site van Omroep Flevoland, van ‘het schieten begint op 12 september’ tot’ het schieten begint niet voor 26 september’, is het stil geweest rond de Oostvaardersplassen. Maar dat betekent niet dat er achter de schermen niet hard gewerkt is.

Het tegenovergestelde, en dat wil de Stichting Cynthia en Annemieke op vrijdag 14 september graag aan jullie, geachte lezers, uitleggen.

Informatieve avond

Ze hebben het weer voor elkaar, die toffe meiden. Cynthia en Annemieke mogen Evenementenlocatie Gooiland op 14 september gratis gebruiken voor een informatieve avond over al het gedane werk om de barre situatie in de OVP voor altijd te veranderen. Dit door alle grote grazers uit het gebied te verwijderen.

Daar zal Annemieke (Cynthia is met haar voltige team op het WK in Tryon), samen met advocaten Bas Jongmans en Samantha Andriesse, springruiter en juridisch bestuurslid Albert Voorn en Chris Jansen van PVV Flevoland, uitgebreid aandacht geven aan de stand van zaken.

Alle grote grazers, behalve een maximum van 500 edelherten, eruit voor 15 oktober.

Gerechtelijke procedure

Er zal kort maar duidelijk uitleg gegeven worden over de gerechtelijke procedure die tegen de staat, de provincie Flevoland en Staatsbosbeheer is aangespannen betreffende het beleid in de OVP. In het kort: alle grote grazers, behalve een maximum van 500 edelherten, eruit voor 15 oktober.

De rechtszaak is gebaseerd op het enorme processtuk van 525 pagina’s waar Bas Jongmans zich min of meer een maand voor in z’n kamer heeft moeten opsluiten. Als vrijwilliger overigens.

Annemieke van Straaten, Albert Voorn, Samantha Andriesse, Bas Jongmans.

‘R’ in de maand

De’R’ zit weer in de maand. Dit jaar betekent het dat er nog steeds een even groot overschot aan grote grazers in de OVP loopt, omdat er nog niets actief ondernomen is na het rapport van Van Geel van 25 april.
Nog geen paard of koe is verhuisd, waar wij allemaal zo op hoopten. Er werd toch echt regelmatig gepraat over de overplaatsing van de grote grazers, die ooit in de veertiger jaren van de vorige eeuw als tuin-, huis- en keukenpaard en koe in Duitsland zijn gefokt. Ook door gedeputeerde Harold Hofstra.

Daar is dus nog helemaal geen ene sikkepit van terecht gekomen.

Gerommel achter de schermen

Hoe kan dat nou? Moet er dan achter de schermen van de politiek nog zo veel gerommeld worden om een vorm te vinden voor een zo goedkoop mogelijke oplossing? Op een zodanige manier dat het, als het even kan, zo ongemerkt mogelijk aan het Nederlandse volk voorbij gaat?

Vandaar dus dat het belangrijk is om nog snel even onze agenda aan te passen en op 14 september in de auto te stappen, op weg naar het ‘Gooiland’.

Laten we die storm nou ’s een handje helpen!

Niet alleen om te begrijpen wat de rechtszaak, die advocaten Bas en Samantha hebben voorbereid, precies inhoudt, maar ook om aan de Nederlandse Staat te laten zien dat wij de grote grazers in de OVP toch echt niet zijn vergeten.

ovp koniks

Het moet toch een keer losbarsten…

De stilte van de afgelopen maanden is volgens mij een woelige stilte geweest. De stilte voor de storm. Het moet toch een keer losbarsten…

Laten we die storm nou ’s een handje helpen!

Opgeven voor de informatieve avond van Stichting Cynthia en Annemieke in Evenementenlocatie ‘Gooiland’ kan via: www.grotegrazers.nl

Tekst: Liz Barclay

 

 

 

blog liz barclay

Een paar weken geleden vertrokken mijn man Buz en ik om half vier ’s nachts uit Cornwall om op tijd bij Dover op de Eurostar te kunnen stappen. We waren op weg naar Hannover voor een hele belangrijke dag, de trouwdag van Toby en Christian, beiden paardenmannen in hart en nieren.

Het werden twee onvergetelijke dagen. Om een jongeman, bij wiens leven ik zeer nauw betrokken ben geweest, in het huwelijksbootje te zien stappen met zijn grote liefde, was op zijn minst een emotionele belevenis.

Een paard-gerelateerd tochtje

Dat we de volgende dag door deze twee jonggehuwden op sleeptouw werden genomen voor een paard-gerelateerd tochtje was ‘the icing on the cake’. Niet alleen kregen we een rondleiding van de veterinaire universiteit in Hannover, maar ook werden wij door Volker Dusche en Leonie Bramall warm ontvangen op hun bedrijf ‘Bramall-Dusche GbR’.

Tobias Puschmann kwam vijftien jaar geleden heel verlegen bij mij het erf op wandelen. Hij was een paar maanden bij de biologische boer verderop voor vakantiewerk, maar miste de paarden. Bij mij stond de wei er vol mee en ik kon wel wat hulp gebruiken.

Een feestje

Toby kwam bijna drie weken lang iedere dag. Het was een feestje. Hij was een soort hardwerkende spons, daarbij beleefd en geduldig, met een enorme drang om te leren. De dag dat hij met zijn moeder afscheid kwam nemen -hij was nog te jong om alleen terug naar Duitsland te mogen reizen- zal ik nooit vergeten. Ik heb tranen met tuiten gehuild, want ik wist: zo’n gezellige en trouwe helper vind ik nooit meer.

Een kop groter

Tot aan het begin van zijn universiteitsopleiding is Toby ieder jaar een paar weken terug gekomen. De derde keer dat ik hem ophaalde van het vliegveld was hij opeens een kop groter dan ik, echt zo grappig.
Het bleef fijn en bijzonder. Naast het stalwerk ging hij mee naar de lessen, kreeg ook les op mijn paarden en in onze vrije tijd wandelden en kletsten we wat af. Naarmate Toby ouder werd, gingen de gesprekken vaak over zijn toekomst.

Niet goed genoeg

Vorig jaar, hij was hier met zijn partner Christian op vakantie, vertelde Toby me dat hij ooit woedend op me was. Toen hij weer eens zei dat hij zo ontzettend graag de paarden in wilde, was mijn antwoord, ‘niet doen, Toby, je bent niet goed genoeg.’ ‘Ik was zo boos op je, maar het was het beste wat je me had kunnen zeggen’, vertelde hij me.

In een ander gesprek, waarin Toby zijn twijfels uitsprak over welke studie hij moest kiezen, met als een van de opties dierenarts, heb ik hem gezegd dat ik niet voor hem kon kiezen. Maar dat als hij dat koos, hij een hele goeie zou worden.

Wandelende paarden-encyclopedie

En daar zijn we dan, op de trouwerij. Na het officiële gedeelte, ‘Kaffee und Kuchen’ in de prachtige tuin van Toby en Christian, schuiven wij aan voor het diner. Naast mij zit (zo nu en dan) een lange, bijzonder beweeglijke man met warrig rossig haar. Vriend en fotograaf Volker Dusche blijkt niet alleen prachtige foto’s te maken, maar is ook een wandelende encyclopedie wat betreft stamboeken en afstammingen.

Wat ik allemaal niet over me heen gestort krijg, als hij weer even tussen het plaatjes schieten op z’n stoel zit! Hij blijkt een boerenzoon met een vader die naast het boerenbedrijf ook paarden fokte en het zit hem in het bloed op dezelfde manier zoals de Nederlandse fokkerij zichzelf beroemd heeft gemaakt.

Leonie Bramall

Naast Dusche zit zijn partner Leonie Bramall, Olympisch dressuuramazone uit Canada, die uitkwam op de Olympische Spelen in Barcelona 1992 en Atlanta 1996. Jaja, zo kom je nog eens iemand tegen.
Leonie is op haar achttiende naar Duitsland gekomen om bij Johann Hinneman te trainen. Christian heeft zo nu en dan les bij Leonie, waaruit een goede vriendschap is ontstaan.

Of Leonie een prater is of niet, daar zal ik nooit achter komen, want Volker doet meestal het woord.

Stal ‘Bramall-Dusche GBR’

Het is dus niet zo verwonderlijk dat we met een kleine kater de volgende dag richting ‘Bramall-Dusche GbR’ rijden. Zo komen we aan bij een moderne stal met een aantal aparte paddocks voor de competitiepaarden; daartussen veel jonge aanplant om het geheel een plezierig aanzicht te geven.

Volker en Leonie nemen alle tijd om ons met ieder paard persoonlijk kennis te laten maken, natuurlijk inclusief alle details!

Als Volker de zoveelste staldeur openmaakt, geeft Leonie de 9-jarige Oldenburg ruin Queensland (v Quaterback) een liefdevolle knuffel. Het paard dat zij op dit moment in de Grand Prix uitbrengt, laat de aandacht genietend over zich heenkomen.

Samen sterker

Uit alles wat ik zie en hoor gedurende die bijzondere introductie van ieder paard op stal en de merries en veulens in de wei, spreekt niet alleen de gedrevenheid van deze twee mensen, maar het bewijst ook weer eens dat ‘samen’ ‘sterker’ is.

Volker noemt zichzelf de trekkerbestuurder, maar is uiteindelijk degene die besluit hoe hun fokkerij programma eruit ziet en zorgt voor het hele media-gebeuren. Een duizendpoot waar Leonie op kan vertrouwen, zodat zij zich compleet kan concentreren op het trainen, lesgeven en wedstrijd rijden.

Stalwerk hoort erbij

Met over twintig paarden in het werk, waarvan Leonie er iedere dag zo’n acht rijdt, moet dat ook. Toch, als ik Leonie vraag naar het stalwerk en of ze nog zelf opzadelt, is haar antwoord bijna verbaasd. ‘Yes, Why not?’ En als ik naar haar kolenschoppen van handen kijk, weet ik dat ze inderdaad niet bang is voor de mestvork.

‘Ik vind het normaal om bij het stalwerk betrokken te zijn. En ook het borstelen en opzadelen hoort bij het contact met het paard. Wij krijgen vaak ‘quirky’ paarden. Intelligente paarden hebben nu eenmaal vaak zo’n kant. Maar daarom wil ik ze juist op stal wat beter leren kennen en een band creëren. Dat komt me later, als ik er bovenop zit, alleen maar van pas.’

‘Wat mot je?’

Volker Dusche staat erop om ons een tweejarige in de binnenbak te laten zien. De vosruin uit hun eigen fokmerrie (v Royal Classic) en de hengst Galaxie, van wie Volker het doodjammer vindt dat hij vanwege te kleine zaadballen gecastreerd moest worden, ziet er al bijna voltooid uit. Groot en gespierd, met een ruime imposante beweging, die zo nu en dan als hij stilstaat uitdagend naar je kijkt, met zo van, ‘wat mot je?’.

blog liz barclay

blog liz barclay

Na de capriolen van deze macho-jongen worden we meegenomen naar het weiland met de drie fokmerries en hun veulens. Een van de merries komt nog uit de oude stam van zijn vader, vertelt Volker waarbij hij zijn trots niet onder stoelen of banken steekt.

Geen spatje grootheidswaanzin

Het afscheid is hartelijk. Nee, geen tijd voor de cappuccino, ‘Herzlichen dank, wir mussen weiter!’ Ik voel als we wegrijden nog steeds het ongebreidelde enthousiasme van twee gedreven paardenmensen van het hoogste niveau, die gewend zijn aan keihard werken en zonder een spatje grootheidswaanzin. Dat kom je niet veel meer tegen, tegenwoordig.

Toby ging mee

Als wij binnen lopen bij de veterinaire universiteit in Hannover, waaraan Toby inmiddels als afgestudeerd paardenarts verbonden is, moet ik weer denken aan ons tochtje van jaren geleden. Mijn eigengefokte PSG merrie Marie had een chronisch sinusprobleem en zou op de veterinaire universiteit in Bristol onderzocht worden en Toby was er toevallig net, dus hij ging mee.

Nu loop ik achter Toby eenzelfde soort gebouw binnen, en realiseer me dat hij nu hetzelfde, of misschien wel hogere, niveau heeft bereikt als de Engelse specialisten die mijn paard toen behandelden. Heb ik het recht me misschien een beetje trots te voelen?

Ik zie de koliekgevallen, met of zonder infuus, een hengst met een chronische ooginfectie en een schattige zwart-witte cob, inclusief snorretje, die een kopschudder is. Toby kijkt rustig rond of hij ook iets ziet wat hem niet bevalt. Hij is misschien vrij, maar zijn aangeboren verantwoordelijkheidsgevoel is nu eenmaal latent aanwezig.

 

Onderzoek kopschudden

Toby vertelt dat dat het onderzoek naar kopschudden een van zijn onderzoeken is. In de buitenbak worden vier kopschudders gelongeerd op allerlei verschillende manieren om te zien wat de verschillende patronen zijn. Hij zit dan soms uren aan de kant te kijken om de kleinste veranderingen te signaleren, in de hoop op nieuwe informatie.

De kraan die paarden onder volledige verdoving, hangend in slingers naar verschillende afdelingen kan brengen, is wel het meest indrukwekkende van de universiteit. Vanaf verdoving tot onderzoek en eventuele operatie kan dit daardoor nu volledig veilig gebeuren; een enorme opluchting voor iedereen: artsen èn eigenaren.

Het paardenbloed kruipt…

Na het bezoek aan de universiteit moet Christian, de kersverse man van Toby, nog even langs zijn merrie Anna, waar hij inmiddels een mooie M-proef mee kan rijden.
Terwijl Christian het voer voor morgen klaar zet en de stal nog even opschudt, kijkt Toby verlangend naar de Oldenburg merrie in de stapmolen. ‘Hopelijk heb ik over een jaar ook mijn eigen paard. Ik kan niet wachten.’
Ik voel met mijn goede vriend mee; hij heeft al zo lang geduldig moeten zijn. Ooit was ik net zo oud als hij.

Het paardenbloed kruipt nou eenmaal waar het niet gaan kan.

De twee foto’s van Tobias Puschmann aan het werk op de universiteit van Hannover behoren toe aan de veterinaire universiteit van Hannover.

 

0 2123
koniks oostvaardersplassen

Op 11 juli zou er een uitspraak over de Oostvaardersplassen komen. Met spanning wachtten we allemaal af. Na alle energie die zovelen, met voorop Cynthia en Annemieke, in een verandering van beleid in de OVP hadden gestoken, hoopten we dat we eindelijk weer een nachtje rustig konden slapen.

Gedeputeerde Harold Hofstra noemde het besluit in de Stentor, naar aanleiding van het rapport van Van Geel, ‘een trendbreuk met het verleden’. Hmmm…

Terug naar af

Helaas, we weten nu: het hele experiment gaat weer terug naar af. Ok, er mag, na wat gezeur van enkele partijen, nagedacht worden over bijvoeren, beschutting en anticonceptie. Maar dat lost het probleem van vele jaren van overbegrazing, waardoor een heel groot deel van het gebied door schade aan de bodemstructuur nu volstaat met dodelijk giftige planten, absoluut niet op.

Dus, begrijp goed: het gevecht over de grote grazers in de Oostvaardersplassen is nog maar net begonnen!

Koppen bij elkaar

Wat ik echt niet snap; wanneer wordt er door de politiek een keer geluisterd naar de ecologen Frank Berendse en Patrick van Veen, beiden deskundigen, die heel duidelijk hebben uitgelegd dat dit gebied niet meer geschikt is voor grote grazers. Punt!

Wanneer komen niet nog veel meer dierenliefhebbers, boeren, en ja, zelfs jagers, in opstand tegen de schandelijke situatie in de OVP?

Waarom is het zo moeilijk voor iedereen om te begrijpen dat het echt beter zou zijn om alle koppen bij elkaar te steken en bijvoorbeeld Stichting Cynthia en Annemieke te helpen nog veel groter te worden?

Rechtszaak

Cynthia en Annemieke (van de gelijknamige stichting) zijn zelfs zover om een rechtszaak tegen de provincie Flevoland aan te spannen met de hulp van pro-deo advocaten. Ze mogen iedere dag ook de verboden stukken land van de OVP in en hebben, ondanks hun kritiek, op een beleefde manier een spreekrelatie opgebouwd met Harold Hofstra en Staatsbosbeheer.

Door middel van hun foto’s aan Staatsbosbeheer hebben ze de broodnodige veterinaire behandeling voor gewonde dieren bewerkstelligd. En ga maar door, niets is ze teveel.

Blog liz barclay oostvaardersplassen

Albert Voorn

Albert Voorn, de internationale springruiter die met zijn bruine hengst Lando op de Olympische Spelen in Sydney 2000 een zilveren plak won, is inmiddels de laatste aanwinst van de stichting, als nieuw bestuurslid juridische zaken.

Hij is -net als dressuurruiters Anky van Grunsven en Hans Peter Minderhoud en illusionist Hans Klok-aangestoken door het ‘pennymeisjes virus’. Hij vertelde in een gesprekje dat hij de stichting al een tijd volgt vanwege zijn boosheid over de OVP. Hij draalde dus geen moment toen hem om zijn hulp gevraagd werd.
Albert Voorn hoopt, onder meer als woordvoerder, zijn steentje aan een goede oplossing bij te dragen.

Geen blad voor de mond

Albert Voorn staat er in de paardenwereld om bekend dat hij geen blad voor de mond neemt. Hij was over de OVP ook heel duidelijk. ‘Die mensen die dit bedacht hebben en hier nu nog steeds mee willen doorgaan, die hebben iets verkeerd in hun bovenkamer.’

Blog liz barclay oostvaardersplassen

Daarna kreeg de politiek een oorvijg. ‘Als ze echt willen, dan kan dit morgen opgelost zijn!’ Zijn respect voor Cynthia en Annemieke stak hij niet onder stoelen of banken.

Hij past door zijn duidelijke mening, en lef om die te uiten, heel goed bij de stichting. ‘Ik heb aan niets of niemand iets, dus ik zeg wat ik wil.’ Zoals Annemieke zei: ‘Zijn krachtige uitstraling en handelen zullen hen weer een heel stuk verder helpen.’

De ogen en oren van de provincie

Toen Gerben Laagland, politicus voor 50Plus op 11 juli tegen Annemieke zei dat zij en Cynthia samen de ogen en oren voor de de provincie Flevoland waren geworden, had Annemieke zich trots moeten voelen. Helaas, zij kon alleen maar een verdrietig antwoord geven. ‘Het is toch te gek voor woorden dat ‘twee pennymeisjes’ dit moeten doen omdat de politiek al jarenlang de andere kant heeft opgekeken.’

Dat, terwijl niet alleen deze winter, maar ook vele winters daarvoor, de grote grazers langzaam de hongerdood stierven. Of… is er nog een ander oorzaak voor de hoge aantallen dode dieren?

Hongerdood of vergiftigd?

Door wat er zich de laatste winter heeft afgespeeld, weten we nu veel meer. Namelijk, dat ook de zomer slachtoffers eist. In mijn vorige blog vertelde Hans Peter Minderhoud al over de verkeerde balans in de kuddes met enorme gevechten onderling, met als gevolg afschuwelijke verwondingen.

Tot aan deze zomer werd dat niet door het publiek gezien en door het beleid van niet ingrijpen zijn er waarschijnlijk op zijn minst tientallen dieren door onbehandelde wonden een afschuwelijke dood gestorven.
Ook weten we nu dat veel van het weelderige groen dat we in het voorjaar op de foto’s zagen geen gras was, want het heeft nu veelal schattige gele bloemetjes. St. Jacobskruiskruid heet dat.

Voorlichting en boetes

In Duitsland is de regering al druk bezig met publieke informatie om de verrassend snelle verspreiding van dit giftige kruid tegen te gaan. In Engeland staat er zelfs een boete op als je het spul niet weghaalt van je eigen weilanden en langs de wegen wordt het op dit moment massaal door de gemeentewerkers weggetrokken met dikke handschoenen aan.

St. Jacobskruiskruid is namelijk zeer giftig, zelfs dodelijk. Een paard van een van mijn klanten is een aantal jaren geleden overleden omdat er zich hier en daar een plantje in een aangekochte partij hooi verstopt had. Het was een afschuwelijke lijdensweg.

Pure armoede

Staatsbosbeheer heeft werkelijk het lef om te schrijven dat paarden het niet lekker vinden en het in hun natuurgebieden onderdeel is van de biodiversiteit. Een bepaald vlindertje komt erop af en ook de bijtjes vinden het heerlijk.

Nee, inderdaad, paarden vinden het in eerste instantie niet lekker. Maar als er niet veel anders te eten is, beginnen ze er uit pure armoede toch aan te knabbelen en begint er een soort verslavingsproces. Dit resulteert in evenwichtsproblemen met uiteindelijk de dood door leververgiftiging als gevolg.

Dood en verdroogd wordt het kruid alleen nog maar heel veel giftiger. Dus, als er komende winter weer minder te eten is en zelfs als er hier en daar bijgevoerd wordt, bestaat de kans dat de grote grazers niet alleen dood gaan van de honger maar ook door vergiftiging.

Waar blijven de boeren?

St.Jacobskruiskruid verspreidt zich bijzonder makkelijk en moet een probleem worden, of al zijn, voor het agrarische land in de omgeving van de OVP. Ik vraag mij dus echt af wanneer de boeren nou eindelijk massaal de straat op gaan om tegen het beleid van de OVP te protesteren. Gewoon, uit eigenbelang. Dit wil geen boer op zijn land.

Helaas wil Staatsbosbeheer nogal eens wat belerend (of ontwijkend?) antwoorden, als er vragen gesteld worden over St. Jacobskruiskruid, mosterzaad en andere giftige planten in de OVP. Realiseren zij zich dan niet dat zij met mensen in gesprek zijn die zich al voor het grootste deel van hun leven met land- en diermanagement bezighouden?

Manegepaarden

Cynthia en Annemieke, en velen met hen, willen overigens helemaal niet dat de grote grazers als manegepaarden of als beesten in een dierentuin behandeld worden, zoals zij neergezet worden door de pro-OVP-ers. Zij begrijpen dat in de natuur wel eens een beest ongezien ziek is en zelfs doodgaat. Het gaat hen om de opzet, het opzettelijk toelaten van massaal lijden.

Er staat een hek om de Oostvaardersplassen. Binnen dat hek wordt massasterfte van de grote grazers als een acceptabel proces, en zelfs interessant experiment, gezien. De overheid vindt het blijkbaar ook acceptabel, want door hun financiering wordt dit hele gedoe in stand gehouden.

Als Frans Vera en consorten dit buiten het hek zouden doen, zouden ze waarschijnlijk de gevangenis indraaien.

Blog liz barclay oostvaardersplassen

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

100,541FansLike
0VolgersVolg
6,935VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer