Tags Posts tagged with "blog liz barclay"

blog liz barclay

0 4612
Liz Barclay met Pixel en Pinokkio. Foto: Privébezit

“Als je vreselijk veel van je paard houdt moet je er geen wedstrijden mee rijden”. Een uitspraak van springruiter Albert Voorn in een artikel van vorige week.

Ik heb de eer gehad de heer Voorn een paar maal te spreken omdat ik graag zijn mening wilde weten over enkele paardgerelateerde zaken en waardeer enorm dat hij altijd ruim de tijd nam die mening aan mij te geven.

In dit artikel legde hij uit waarom hij een paard van zijn zoon dat hij in training had terugtrok uit de wedstrijdsport. Daarin kwam weer heel duidelijk naar voren dat deze gerenomeerde springruiter het hart op de juiste plaats heeft zitten. Hij heeft een zeer uitgesproken mening en steekt deze niet onder stoelen of banken. Dat vond ik de keren dat hij mij te woord stond ook juist zo prettig. Of je het er nou helemaal mee eens was of niet.

Bewonderenswaardig

Dit keer ben ik het even niet met meneer Voorn eens. Het paard kon blijkbaar de druk niet goed aan en kon daardoor niet meer op zijn niveau presteren. Alhoewel ik het bewonderenswaardig vind dat hij dit paard niet meer mee op wedstrijd neemt, was bovenstaande uitspraak voldoende aanleiding om weer eens in de digitale pen te kruipen.

Gebruiksvoorwerp

Jaren geleden al begon ik het verschil waar te nemen tussen mensen die van hun paard houden en diegenen die hun paard als gebruiksvoorwerp zien. Zo benoemt de heer Voorn het ook. Ikzelf vind dat ik van paarden houd. Maar ik heb wel altijd wedstrijden gereden. Nooit vaak, want ik houd meer van trainen dan in m’n mooie pakje rijden. Wel reed ik vaak genoeg om me te meten, te kijken of ik op de goeie weg zat en natuurlijk ook om me als trainer te laten zien. Er moest wel brood op de plank komen.

Als een paard presteert zit ‘ie goed in z’n vel

Ik heb altijd alle tijd genomen om mijn paarden te laten wennen aan de wedstrijdsfeer. Na misschien wat beginspanning uit groenigheid heb ik nooit enig ongemak waargenomen. Mijn paarden aten en sliepen op de reis in de vrachtwagen en ook weer op de terugweg. Sterker nog, vaak werd de band met mijn paard in de ring nog inniger en dat had niets te maken met een hoge score of een lintje.

Als ze dan thuiskwamen konden ze nog even de wei in. Na lekker gerold te hebben en een klein galopje met een paar stevige bokken duwden ze snuivend en tevreden hun neus in het gras. Dan kon mijn dag niet meer kapot.

Ik heb ieder paard in z’n waarde gelaten, daarbij heb ik in acht genomen dat elk paard weer even ietsje anders is. De een doet het goed als je regelmatig op wedstrijd gaat en de ander juist weer als je ietsje minder vaak gaat. Als een paard graag wil presteren zit ie goed in z’n vel en dat moet altijd de maatstaf zijn.

Onkunde, sponsordruk en competitiedrang

Nu ga ik het even van de andere kant bekijken. Ik heb inderdaad veel, te veel, ongelukkige paarden gezien op wedstrijden. Op alle niveaus. Op de lagere niveaus vaak uit onkunde en op hogere niveaus omdat misschien de sponsordruk teveel meespeelde. Of omdat het paard ooit de verkoop in moet, geld dus. Ook vanwege ongezonde competitiedrang, op alle niveaus, heb ik helaas paarden ongelukkig zien worden.

Ik hou van mijn paarden!

Maar ik wil zelf liever niet op de hoop gegooid worden van ruiters die hun paarden puur als gebruiksvoorwerp zien omdat ik ze meeneem op wedstrijd. Ik hou van mijn paarden en daar hoort wat mij betreft een wedstrijdje op z’n tijd best bij. Dat het wedtrijdschema voor de toppaarden veel intensiever is en ze dan misschien een gebruiksvoorwerp worden is een andere zaak. Maar ik kan ook een handvol ruiters op hoog niveau noemen die volgens mij toch echt van hun paarden houden.

Meneer Voorn, uw eigen woorden: “Hij doet het omdat het moet, niet omdat hij er plezier in heeft.” Daarom trekt u dit paard terug uit de wedstrijden. Dat vind ik samen met heel veel anderen echt een dappere en bijzonder eerlijke stap die veel ruiters niet zouden nemen. Maar met die uitspraak geeft u zelf ook aan dat een paard ‘plezier’ kan hebben op een wedstrijd.

Tekst: Liz Barclay

Liz Barclay

Alhoewel ik vanwege mijn beroep als trainer het gros van mijn tijd in het gezelschap van paardenliefhebbers doorbreng, heb ik veel vrienden die totaal niets met paarden hebben. Sterker nog; sommigen van hen hebben mij zelfs verteld dat, naar hun mening, het berijden van paarden iets is wat eigenlijk niet zou mogen. Dit omdat het dier gedwongen wordt en uit zijn eigen vrije wil nooit die kunstjes zou doen of die hindernissen zou springen.

Parool en Volkskrant ongenuanceerd

De lezer weet waarschijnlijk nu al waar ik naar toe wil. Juist ja, de ongenuanceerde artikelen in het Parool en de Volkskrant net voor Jumping Amsterdam. Want in die artikelen werd exact dat uitgelegd door respectievelijk Sarah Pesie van Dier & Recht en dierethicus Willem Vermaat.

Vrienden op stal uitnodigen

In het geval van mijn vrienden los ik dat probleem snel op door ze bij mij op stal uit te nodigen waar ze kennis mogen maken met mijn paarden en ze ook in training kunnen zien. Ze kunnen dan van dichtbij meemaken hoe enthousiast mijn paarden aan komen draven om naar stal te mogen.
Hoe ze eerst wat gaan eten terwijl wij gezellig koffie drinken. Als ik de ene borstel mogen zij de andere vertroetelen, waarna ze of het rijden of wat longeren kunnen bekijken. Ik leg ze uit wat de routine van mijn paarden is en hoe makkelijk hun leven is vergeleken bij een paard in het wild. Dat door al die goede verzorging hun leven te makkelijk en saai is en ze hun energie ergens kwijt moeten. Dat de meeste paarden in de kudde ook ondergeschikt zijn en dus gewend zijn aan een leider. En dat dat precies is wat wij doen als we erop zitten.

We maken fouten maar doen ons best

Ik leg ze ook uit dat wij fouten maken maar dat we ons best doen om altijd maar te blijven leren en dat dat ook mijn drijfveer als trainer is. Namelijk ruiters te onderwijzen, hen voor fouten te behoeden en daarmee het leven van die paarden onder het zadel zo aangenaam mogelijk te maken.
Ik ga nog een stapje verder. Als mijn paard een wei, een schuilplek, eten en drinken heeft en ik zo nu en dan een foutje maak. Dan heeft hij het nog steeds 23 uur per dag perfect en ontzettend veel beter dan dat wilde paard dat soms dorst heeft en geen water kan vinden of (nog erger) zich verwond heeft en verder kreupel door het leven moet.

Verbindend bezig

Op die manier ben ik verbindend bezig en meestal is de reactie van mijn vrienden: “Oké! Als ik bij jou paard zou mogen zijn dan zou ik dat wel willen.” Ik kan dan uitleggen dat ik niet de enige ben en er veel meer blije paarden zijn.

In de verdediging schieten

Wat mij vaak lichtelijk in het verkeerde keelgat schiet na zo’n artikel in het Parool is het feit dat velen als reactie compleet in de verdediging schieten waardoor het net lijkt of wij willen zeggen dat alles perfect is en dat is natuurlijk niet zo.

Ophokkers

Er zijn bijvoorbeeld altijd nog paarden die nooit naar buiten kunnen. Ik had naar aanleiding van een blog van Tessa van Daalen-de Graaff een kleine uitwisseling met Bianca Schoenmakers over hoe wij kunnen uitdragen dat de paardensport geen dierenbeulerij is en ik leerde ik een nieuw woord: Ophokkers.

Bianca was heel duidelijk over het feit dat paarden in de wei horen en de ophokkers overgehaald moeten worden. Het is blijkbaar nog steeds niet altijd gewoon voor paarden om iedere dag een periode buiten in vrijheid te mogen doorbrengen.

We mogen niet wegkijken

En nu kom ik bij het meest gevoelige punt van mijn verhaal. Wij mogen niet wegkijken. Wij moeten kritisch op elkaar blijven. Niet alleen maar zeggen dat bloed in de mond soms wel eens gebeurt omdat een paard zich per ongeluk op de wang gebeten heeft, maar ook durven toegeven dat er onder ons ruiters zijn die soms niet helemaal eerlijk zijn en dat we ons van dat soort lieden distantiëren.

Er lopen hier in Cornwall in de paardenwereld een aantal ruiters rond die mij liever zien gaan dan komen. Omdat ik er nooit voor geschroomd heb uit te spreken. Zeker als ik dingen zie die niet eerlijk zijn ten opzichte van het paard. Niet als wedstrijdruiter en niet als trainer. En dan maakte me het echt geen ene barst uit of ik daardoor wat connecties kwijtraak.

Foto: Mijn paarden staan soms zelfs bijna in de tuin.

Liz Barclay

Foto: Privé-eigendom Liz Barclay

0 1852
Oostvaardersplassen
Konik in de Oostvaardersplassen (foto: Cynthia Danvers)

Het is al weer een aantal weken geleden dat het schieten van de edelherten in de Oostvaardersplassen door de wet (even) werd stopgezet.

Het is al weer een paar maanden geleden dat het in  Spanje helemaal uit de hand liep met de konikpaarden die naar Eduardo gestuurd waren. Zijn kudde groeide snel door alle nieuwe veulentjes. Er was niet genoeg te eten. En tot overmaat van ramp waren er ook nog een aantal paarden ziek door een of andere parasiet. Annemieke van Straaten zorgde dat er 30.000 kilo hooi naar toe ging omdat Staatsbosbeheer na het doneren van de paarden verder niets meer ‘kon’ doen.

Het is al weer bijna twee jaar geleden dat in de Oostvaardersplassen meer dan 3000 dieren dood zijn gegaan van de honger.

Paard met klitten in de OVP. Foto: Annemieke van Straaten

Grote grazers weg uit de OVP

Een aantal organisaties zijn nog steeds aan het vechten, de een wat intensiever dan de ander, om de grote grazers uit de OVP weg te krijgen. Want zolang er nog grote grazers in de OVP lopen, blijven die beesten zich vermenigvuldigen. Dan blijft die rotdiscussie rond afschieten bestaan en racen we weer in volle vaart af op dezelfde situatie als de gruwelwinter van 2018.

Frans Vera en consorten waren even blij en opgelucht dat het afschieten tijdelijk verboden werd zodat het natuurlijke proces van doodgaan weer kon beginnen. Maar, over een paar dagen in 2020 begint het afschieten overnieuw totdat er waarschijnlijk wel weer een proces komt. Waarop het opnieuw verboden zal worden. En de meeste mensen zijn helaas te moe om er nog iets over te willen lezen of te horen.

Vermagerd paard in Spanje. Foto: Annemieke van Straaten

En de Konikpaardjes fokken vrolijk verder

Ondertussen fokken de Konikpaardjes in Spanje, Wit Rusland en de OVP vrolijk verder en breiden zich als een olievlek uit door heel Europa. Want volgend voorjaar worden er dus én in de OVP, én in Spanje, én in Wit Rusland weer heel wat veulentjes geboren. Je hoeft er niet goed voor te kunnen rekenen om te snappen dat het probleem zich alleen maar aan het verschuiven en vergroten is.

Natuurgebied vervuilen

Wat ik echt niet snap, het zouden de Partij voor de Dieren en Groen Links moeten zijn die zich voor de OVP zaak hard maken. Rewilding mag toch niet betekenen dat je achter een hekje moet kijken naar het gras aan de andere kant?

Al even nagedacht over de hoeveelheid nitraat er in het water terecht komt? De boer moet inkrimpen en een rewilding programma mag gewoon een heel natuurgebied vervuilen?

Een schone lei

En mag ik misschien heel voorzichtig zeggen dat de dood bij het leven hoort. Dit is een zo uit de hand gelopen probleem dat correct (Correct met een hoofdletter!) afschieten van edelherten misschien de minst erge oplossing is om met een schone lei te beginnen?

Ik zou ook willen dat het afschieten niet nodig was. Echt! Maar zolang de edelherten nergens anders naar toe kunnen en anticonceptie op de lange baan lijkt geschoven, om wat voor reden dan ook, is de enige andere optie wachten tot ze er van de honger weer bij neer vallen. Om dan alsnog een kogel door de kop gejaagd te krijgen. Want wij, de dierenliefhebbers, willen nou ook weer niet dat ze daar uitgehongerd, koud en nat eindeloos liggen te wachten op de verlossing van de dood. Dat hebben we dus in 2018 al een keer meegemaakt en dat mag niet nog een keer gebeuren.

 

Ik wens iedereen een goed en gezond 2020!

Liz Barclay

Foto bovenaan: Cynthia Danvers

blog liz barclay
Zomaar wat producten die mijn paard en ik gebruiken.

Ik ga jullie een geheimpje vertellen. Ooit, 40 jaar geleden, toen ik een tijd niet lopen en rijden kon na een ongeluk ben ik een paar jaar schoonheidssspecialiste geweest omdat ik alleen zittend werk kon doen.

Daardoor zag ik heel wat schoonheidsmiddeltjes voorbij komen en werd behoorlijk depressief van alle producten die op dieren getest werden. Een lerares heeft me toen geholpen mijn weg te vinden door de wirwar van niet zo zeer valse informatie, maar wel vaak informatie die niet alles vertelde.

Konijntjes met ontstoken oogjes

Inmiddels zijn de regels strenger en is ook het bewustzijn van velen een stuk wakkerder geworden. Kijk maar op Facebook. Er komt regelmatig iets langs over konijntjes met ontstoken oogjes, nadat er een of ander goor middeltje in is gestopt dat ons mooier moet maken.

En niet alleen ons. Helaas ook onze paarden. Wie kijkt er nou op de achterkant van het potje of de fles om te zien of er ‘niet op dieren getest’ staat? En trouwens, moet dat er voor de wet wel opstaan, wanneer het een product voor dieren en niet voor mensen is? Ik heb het proberen op te zoeken, maar kon er helaas niets over vinden.

Chemisch spul en microbeads

Volgende probleem: wat gebeurt er met al dat chemische spul als de slang of de regen het er allemaal weer afwast of de restjes gewoon met het vuilnis meegaan? We weten inmiddels dat de hele wereld vol zit met de zeer vervuilende microbeads en ik heb er echt moeite mee als producten die ons en ons paard mooier moeten maken daaraan bijdragen. Denk aan lippenstift, nagellak, staart- en manenspray, en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Arganolie

Vooral die siliconensprays tegen klitten in manen en staart zijn vreselijk. Ik heb ze een keertje gekocht en gebruikt en binnen de kortste keren zaten mijn handen onder de rode uitslag. Bovendien is het het meest onnatuurlijke luchtje wat ik me maar kan voorstellen. Wat is er nou verkeerd aan een paard dat naar paard ruikt?

Dus dan maar ietsje minder glimmend en klitloos. Dacht ik. Totdat ik Arganolie ontdekte. Heerlijk om te gebruiken en je hebt er superweinig van nodig voor een prachtig resultaat. Voor m’n paard en voor mezelf. Staarten, manen, handen, mijn eigen haar, het gaat overal op!

Functioneel borstelen

Ik ga nog een stapje verder. Ik gebruik bijna nooit shampoo. Ja, soms voor een wedstrijd, maar niet eens altijd. En als ik het gebruik, neem ik een natuurlijke. Ik borstel namelijk veel en lang. Natuurlijk was ik mijn paard nadat hij gezweet heeft. Maar gewoon, met water. En daarna weer borstelen.

Vindt mijn paard heerlijk en het is dus functioneel voor de band die ik graag met mijn paard wil hebben.

Een eerlijk kadootje

Ik hoop zo dat jullie hier over nadenken en er iets positiefs mee doen. Kijk eens naar je make-up en zoek naar eerlijke producten. Kijk naar wat je op je paard spuit en smeert. Doe iets meer research voor je je laat verleiden tot iets waar die konijntjes en de natuur helemaal niet blij mee zijn.

Over twee weken is het al weer kerst. Tijd voor natuurlijke en eerlijke kadootjes.

Liz Barclay

Ooit dacht ik dat paardentrainer zijn betekende dat ik het paard dingen moest leren. En als het paard het niet deed, dat ‘ie dan maar ietsje beter z’n best moest doen en moest luisteren. Zo was ik ook een beetje opgevoed in de paardenwereld, eerlijk gezegd.

Door de jaren heen kwam ik steeds vaker na mijn lessen thuis met het idee dat ik meer ging zien. Doordat ik al die uren naar al die verschillende paarden en ruiters keek. Dat ik daardoor beter werd in het lesgeven en beter werd in het zelf rijden. Het moment kwam dat ik mij realiseerde dat niet ik de leermeester was, maar het paard. Die omslag ging heel geleidelijk en ik heb ook fouten gemaakt.

Leren luisteren

Ik leerde al beter luisteren naar de paarden waarmee ik werkte. Ik begreep dat als ze iets niet snapten, of erger, vervelend deden, ze doodgewoon niet de juiste signalen kregen van de ruiter. Op dat moment was geduld, en niet een grove correctie, de oplossing. Vooral het werk met merries heeft daarbij geholpen. Doordat zij over het algemeen veel minder pikken. Daar ben ik niet minder doortastend, maar wel beleefder door geworden.

Rotte appels

Natuurlijk zitten er rotte appels tussen. Net zoals bij iedere soort gaat er ook in de paardenfokkerij wel eens iets verkeerd. Toch zit achter veel van de beste paarden die op topniveau gepresteerd hebben een verhaal van: ‘hij kwam hier omdat de vorige ruiter er niks mee kon’ of erger. Juist die superintelligente en sensibele paarden hebben vanaf het begin ruiters met veel ervaring en gevoel nodig.

‘Schoolmaster’

In Engeland noemen ze een ervaren paard een ‘schoolmaster’. Die term wordt nog wel eens verkeerd uitgelegd. Ooit belde iemand mij op voor een les. ‘’Ik heb een ‘schoolmaster’ gekocht, maar hij doet helemaal niet wat ik wil.’’ Nee, een ‘schoolmaster’ doet het als het goed is alleen als je de juiste hulpen geeft.

Er zijn inderdaad zeer ervaren paarden die, als ze in galop al een diagonaal zien en een ruiter op hun rug hebben met een wat onrustige beenligging, meteen maar beginnen met de wissels. Misschien een puik gevoel, maar je leert er geen snars van.

Het leren houdt nooit op

Het paard heeft dus altijd gelijk. De ‘schoolmaster’, het jonge paard en alles wat er tussenin zit. Als het jonge paard duidelijk heeft begrepen dat vooruit vooruit betekent en we met een stil been en een contactteugel aan het werk kunnen, dan is het een kwestie van voelen en luisteren. En leren begrijpen hoe gevoelig en intelligent het paard is. Om te leren het paard nodig heeft om te blijven begrijpen wat hem wordt opgedragen. En, hoeveel nieuws we kunnen toevoegen zodat het werk interessant blijft. Maar nooit te veel en daardoor verwarrend. Als het paard protesteert geeft het aan dat er of teveel gevraagd is, of het niet goed is aangegeven. Dan moeten we daar als ruiters op een verantwoordelijke manier mee omgaan.

Het leren houdt dus nooit op, begint bij ieder paard opnieuw en dat maakt het hele paardengebeuren alleen maar interessanter.

Auteur: Liz Barclay

blog liz barclay
Begin 1980, zo’n vier jaar na mijn ongeluk. Blij weer op het paard. Een vierjarige merrie die bij buurman boer in de wei niets stond te doen. Nog te groen voor zijn niet zo heel ervaren dochter.

Vanaf m’n 17de totdat ik zo midden 20 was werd mijn leven beheerst door weer netjes recht op het paard te zitten. Ik was altijd een handige jeugdruiter die graag ook op andermans pony klom als er problemen waren.

Helaas maakte een verwarde dame in haar auto daar een bruut einde aan toen zij mij op m’n brommertje vergat voorrang te verlenen. Dokter de Boer in het streekziekenhuis van Zutphen was zeer trots dat hij de 9 stukjes van mijn linkerbovenbeen weer aan elkaar kon knutselen, en dat in een tijd dat schroeven en metalen plaatjes nog weinig gebruikt werden. Na twee jaar werd ik na de laatste controle zonder krukken de straat weer opgestuurd. Eindelijk, ik mocht alles weer!

Revalidatie, wat is dat?

Het woord revalidatie bestond toen misschien nog niet. Ik ben in ieder geval, na zo lang met een of twee krukken door het leven te zijn gegaan, heel raar gaan lopen. Erger nog, ik zat ook heel scheef op mijn paard en niemand die echt wist wat eraan te doen. Er werd altijd maar weer gezegd dat ik m’n linker hiel verder naar beneden moest drukken en rechtop moest gaan zitten, maar daar moest ik het mee doen.
Pas toen ik het niet meer hield van de rug- en hoofdpijn kreeg ik wat fysiotherapie. Dat hielp wel een beetje met lopen, maar helaas, mijn droom, de instructeursopleiding in Deurne, zat er toen al niet meer in. Ik zat scheef en voorover gebogen op het paard en kon daarbij het zware werk helemaal niet aan.

Vallen en opstaan

Maar ik wilde kost wat het kost blijven rijden. Het was vallen en opstaan. Soms zag ik het echt niet meer zitten maar toch bleef ik proberen. Ook, omdat ik ondanks alles iedere keer weer paarden kreeg aangeboden die wat problemen hadden en dan kon ik het niet laten. Ik heb in die periode veel geleerd, vooral om heel kritisch mijn eigen lichaam per stukje te leren begrijpen.
Iedere keer weer als ik op het paard zat ging ik in de eerste tien minuten stappen door m’n hele lichaam. Linkerbeen, tenen, enkel, knie, heup; rechterbeen, tenen, enkel, knie, heup; bekken, onderrug, bovenrug, schouderbladen, nek; linkerarm, hand, pols, elleboog, schouder; rechterarm, hand, pols, elleboog, schouder. Aanspannen en ontspannen. En dat met een hele rustige ademhaling zonder haast.

Doorgezakte enkel

Tot ik uiteindelijk gek genoeg bij m’n gezonde rechterbeen uitkwam. Die was leiding aan het geven, omdat ‘ie dat in de jaren na het ongeluk ook wel moest. Daardoor zat al het gewicht in m’n rechterbeugel met een volledig doorgezakte enkel. Ik heb toen een beetje geëxperimenteerd en ben korte stukjes met maar een beugel gaan rijden, namelijk mijn linker.

Iedere keer als ik op het paard zat moest ik van mezelf vijf minuten lichtrijden met die ene linkerbeugel. Het voelde belachelijk maar al heel snel voelde ik ook iets anders. Namelijk, dat ik volledig was vergeten dat ik best ietsje meer aansluiting met mijn rechterbovenbeen mocht zoeken zonder te knellen. Omdat ik met die ene beugel gedwongen werd meer steun op m’n linkerbeugel te zoeken, leerde mijn linkerbovenbeen juist meer te ontspannen.

Geen pijn meer

Een klein wonder geschiedde. Daar was m’n linkerzitbeenknobbel weer! En toen ik ‘m gevonden had wilde ik ‘m ook nooit meer kwijt! M’n linkerbeen leek opeens veel langer waardoor ik weer contact had met m’n linkerbeugel en niet meer constant bezig was om hem niet kwijt te raken. En opeens deed mijn doorgezakte rechterenkel geen pijn meer.

Na een paar weken was ik rechter dan ik ooit geweest was en reed ik met twee beugels en benen die aan beide kanten aangespannen, ontspannen en zelfverzekerd hun werk konden doen en geen enkele instructeur heeft ooit meer iets over m’n houding gezegd. En natuurlijk werden de paarden die ik reed er ook heel blij van.

Als herhalen zeuren wordt, is de les kapot

Als instructeur is er niets erger dan heel vaak hetzelfde te moeten herhalen. Een leerling vindt niets erger dan iedere keer maar weer hetzelfde te moeten horen, vooral als je toch al heel erg je best doet.
Als herhalen zeuren wordt is de les bij voorbaat kapot.

blog liz barclay
Een van mijn leerlingen, Lucy Lloyd op haar eventingpaard Tomtom. Lucy zat niet zo zeer scheef maar had aan de ene kant een prachtige beenligging terwijl ze aan de andere kant kneep.

Natuurlijk, als ik een ruiter voor het eerst zie en deze zit scheef -wat trouwens vrij vaak voorkomt-, dan kijk ik eerst eens of het een veilig paard is. Meestal wacht ik tot de tweede of derde les voordat ik dit voorstel, ook om wat vertrouwen met de ruiter op te bouwen. Het is voor de meesten een beetje vreemd en angstig idee. Zonder beugels rijden is soms al een aanslag, maar met eentje? Dat is gek!

Een aanslag op je lijf

In het begin is het inderdaad, afhankelijk van hoe scheef je bent, een aanslag op je lijf en voel je superonhandig. Dus vijf minuten, maar wel iedere keer als je in de bak rijdt. En iedere keer weer gebeurt er een klein wonder. De ruiter begint het midden weer zelf te voelen en gaat vrij snel al aan z’n zadel trekken om alles weer op z’n plek te krijgen.

Het mooie is dat ik er niet of nauwelijks iets over hoef te zeggen en het paard zelf ook door beter en gebalanceerder te gaan lopen aangeeft dat het zoveel fijner rijden is. Soms hoor je zo’n dier letterlijk een zucht van verlichting geven.

Vergeet je zadel en de fysio niet!

Vaak heeft ook het zadel door de langdurige eenzijdige druk wat werk nodig. En ook je paard moet wennen. Het is aan jouw scheefheid gewend en wil zich in het begin soms weer naar die plek terugwurmen. Maar dat gaat meestal gauw voorbij omdat je paard vrij snel zal voelen hoe lekker het voor hem is als je in het midden zit. Toch misschien geen slecht idee om er even een fysio bij te halen om te kijken of zijn rug ook wat werk nodig heeft.

Nooit zonder instructeur

Maar, begin er nooit zonder je instructeur aan! Ten eerste is scheefzitten vaak iets wat je zelf niet merkt. Ten tweede moet er, zeker de eerste keren, een vakkundig iemand bij zijn om het proces veilig te doen verlopen met het juiste resultaat.

En als laatste: een wedstrijdtrucje

Alhoewel helemaal zonder beugels rijden natuurlijk ook nooit vergeten mag worden, lost dat niet altijd alles op. Het gevoel een gelijkmatig en ontspannen contact met je beugels te hebben krijg je door ze te gebruiken, ze te leren voelen en niet bang te zijn om ze te verliezen.

Als je een beetje zenuwachtig bent op een wedstrijd kun je nog wel eens een beetje gaan klemmen met je zitbeenknobbels met als gevolg dat opeens je beugels te lang lijken. Maak ze gerust even een gaatje korter en al gauw merk je bij het losrijden dat je benen weer langer worden.

 

Pixel en Pinokkio van Liz Barclay per ongeluk in de tuin

Vorig jaar in oktober kwam Pixel in mijn leven. Nadat Pinokkio helaas met vervroegd pensioen moest (blog: Drie keer over de kop is genoeg) wilde ik graag weer een ruin van een jaar of zes. Mijn zelf gefokte Prix St. Georges-merrie van voor Pinokkio was een opgewonden standje en om weer aan zo’n proces te beginnen, mwah.

Een leerling stuurde mij een advertentie van een vijfjarige merrie. Ik weet niet wat me bezielde om te bellen, maar de volgende dag stond ik al bij haar op stal.

Echte merrie, met een eigen willetje

Toen ik haar uitprobeerde op de buitenrit voelde ik het meteen. Ze had een ‘ik hou van langzaam’ houding ten opzichte van het leven. Doe er dan in het voorjaar nog een schepje hormonen bij en dat wilde ik nou juist niet. In de buitenbak was ze helemaal ongelukkig en dus hield ik het na vijf minuten voor gezien om niet nog meer stuk te maken dan al gebeurd was. De dame die hem voor de eigenaar verkocht vond trouwens dat het er geweldig uitzag.
Laten we het erop houden dat ik wel van een uitdaging hou, dus ik heb haar gekocht. De prijs was ernaar en op het veterinaire keuringsrapport stond ‘zeer correct gebouwd’. Met de waarschuwing dat ze nog wel eens lastig was met opstijgen werd ze bij mij thuis afgeleverd. Ik wist dat er een hoop werk aan de winkel was en ik was er klaar voor.

Longeren zonder extra aanhangsels

Ik begin altijd met longeren. Longeren zonder aanhangsels. Geen bit, geen bijzetteugels. Eerst maar eens op eigen benen leren lopen en kan ik eens rustig kijken en contact maken zonder dat ik me onzeker ga voelen over onbestemd gedrag.
Was een goed idee. Pixel had haar piepkleine oortjes strak naar achteren, oogjes die vuur spoten en achterbenen die de verkeerde kant opgingen als de zweep haar ook maar even aan raakte. Na een week had ze begrepen dat ik het toch echt meende, dat voorwaarts gaan, en dat het knalletje van de zweep ‘vooruit met de geit’ betekende.
Galop was een probleem. Ze was zo ongelofelijk op de voorhand dat ze bijna haar eigen neus voorbij liep en dus zijn we blijven draven met iedere dag een enkele overgang in galop in beide richtingen. Geduld, geduld, m’n liefje.

Safety first

Na een paar weken wilde ik wel eens weten of er al iets veranderd was als ik erop ging zitten. Niet echt. Ok, ik mocht na haar eindeloos weer voor het opstapje te hebben gemanoeuvreerd, eindelijk opstappen. Maar daarna ging ze gelijk in lock-down. Haar onzekerheid en gebrek aan respect en vertrouwen zaten helaas dieper dan ik dacht. Ik begreep haar duidelijk nog niet goed genoeg. Dan maar weer terug naar de longe.
Het ging langzaam, maar het ging, iedere dag een beetje beter. Maar zo veel beter als het in de bak ging, hoe onhandelbaarder ze op stal werd. Uit de wei halen ging nog maar op stal begon het dreigen over de deur me behoorlijk de keel uit te hangen en volgens mij haar ook want het was niet meer gezellig.
Magnesium in het voer hielp ook niet. Wat uiteindelijk wel hielp was halster met een lang touw eraan op stal om laten en haar bakje met voer net zolang achter m’n rug houden tot de oortjes naar voren gingen. En negeren, dat hielp ook. Soms kan je je er ook teveel mee gaan bemoeien en wordt het een ding.
Wel had ik besloten met de winter op de stoep dat we nog een hoop huiswerk moesten maken. Longeren en buitenritten, want dat ging wel, en ‘safety first’. Als we de winter eerst maar eens zonder kleerscheuren doorkwamen.

In het weiland, aan de lange teugels

Terwijl op stal de sfeer geleidelijk aan weer beter werd, bleef ze de galop moeilijk vinden. Voor m’n gevoel had het met haar vroegere training te maken en besloot ik maar de ruimte in het grote weiland op te zoeken om te kijken of we aan de lange teugels iets van een doorbraak konden bereiken. Geloof me, ik heb wat afgehold, maar het werkte. Ze galoppeerde, onhandig, maar ze wilde tenminste en als ze wilde dan zou ze haar beentjes ook wel weer vinden. Ergens in februari begon het ergens op te lijken. De oortjes zaten er nu echt op en in draf kon ik kleine voorzichtige briesjes van ontspanning horen.

Eindelijk in de bak

Dus, op een mooie zonnige dag in februari ben ik er in de bak maar weer eens opgestapt. Zonder problemen. Geweldig, vanaf die dag iedere dag een korte sessie in de bak met een buitenritje erna. Na twee weken stappen en draven, sprong ze vrolijk op de stem in galop aan. Het voelde meteen goed en het zat nog lekker ook!
Ik kan wel zeggen. Die dag, nadat ik haar weer in de wei had gezet, ben ik in de keuken een kopje koffie gaan drinken en heb ik keihard zitten lachen, in m’n eentje, zo blij was ik.

Voorwaarts, licht, blij

In juni moest ik even ophouden vanwege een peesblessure in m’n hand. Twee weken geleden zijn we weer aan het werk gegaan. Ik was heel benieuwd. Eerst maar een dagje aan de longe. Alles viel op z’n plek. Ze ging aan het werk alsof ze nooit anders gedaan had. Oortjes erop, blije oogies en ook in galop zo’n stuk handiger en ontspannen en blij.
De volgende dag kon ik gewoon opstijgen en dat is zo gebleven. De laatste twee weken waren echt super en ik heb zo genoten. Iedere dag wel iets wat weer beter ging.
Nu heb ik een paard dat het normaal vindt om stil te staan met opstappen. De bak is nu haar ‘happy place’ waar ze graag aan het werk gaat en iedere dag weer laat zien dat ze snel dingen begrijpt. We hebben contact en zijn blij met elkaar. En echt! De galop is zo lekker om te zitten dat we dat samen nog liever doen dan de draf.

Ik denk dat het een super herfst gaat worden.
En ik ben een heel klein beetje trots. Ik heb een fijn paard en Pixel heeft een leven!

fries paard

Ooit kon ik hem bijna aanraken, mijn held Rutger Hauer. Ergens eind 1979, begin ‘80 stond ik vlak naast hem op het Utrechts Film Festival. Maar ik bevroor, zo ‘starstruck’ was ik.

Turks Fruit heb ik nooit gezien, wel Soldaat van Oranje en dat was de eerste keer dat ik Floris in een gewoon pak zag. Zonder paard maar even overtuigend als de verzetsstrijder Erik Lanshof, gebaseerd op de persoon Erik Hazelhoff Roelfzema.

Supernostalgisch momentje

Deze week kreeg ik een berichtje van degene met wie ik op dat filmfestival was. Rutger Hauer is overleden, stond er. Floris! Stuurde ik in een berichtje terug. Waarna ik onmiddellijk de serie Floris en Sindala op YouTube heb opgezocht en mezelf een supernostalgisch momentje heb bezorgd.

Tien jaar oud en zo verliefd!

Ongelofelijk, ik herinnerde me nog zoveel uit die aflevering over de aflevering over de Byzantijnse beker! Ik was weer even tien jaar oud en zo verliefd!

In die periode dagdroomde ik vaak dat ik met Floris door bossen over zandvlaktes galoppeerde, want deze onschuldige kalverliefde was onlosmakelijk verbonden met het paard. Een soort driehoeksverhouding dus.
We zaten met allemaal aan de televisie gekluisterd, mijn moeder, mijn vader en m’n zusje. Toen ik gisteravond terugkeek viel het me op hoeveel er te lachen was. Iets wat me toen volledig ontgaan is. Voor kinderen was het spannend en ondertussen konden de ouders zich er ook prima mee vermaken.

Met de teugels in een hand

Dat Rutger Hauer kon rijden, kan je zien aan het begin van iedere Floris en Sindala aflevering en ook in de film Ladyhawke, een superromantisch Middeleeuws fantasieverhaal waarin Rutger Hauer als Etienne of Navarre aan het einde op een Fries paard, met de teugels in een hand, een kerk in passageert. In zijn andere hand een groot zwaard. Voor een paardenvrouw een geweldige scène en ik kon toen alleen maar denken: ‘Jeetje, dat moet kicken zijn geweest.’

Ik heb vanmorgen van alles gegoogled en vond het volgende: die imposante Fries heette Othello, zijn vader was de hengst Ritske 202 en zijn moeder Pauwlona. Othello was het circuspaard van Manuela Beeloo.

‘’Rutger doet alles en ziet er goed uit’’

Gedurende mijn google-actie kwam ik ook terecht bij een interview met Rutger Hauer en Paul Verhoeven op de site van Andere Tijden over het succes van de serie Floris en Sindala. Het is uiteindelijk het succesverhaal van twee Nederlandse mannen die in de internationale filmwereld ongelofelijk veel hebben bereikt.

Enkele citaten uit dit interview:

In april 1968 als Soeteman twee afleveringen geschreven heeft, begint de zoektocht naar Floris. Via een vriend is hij gewezen op de jonge acteur Rutger Hauer.

‘’Rutger doet alles, durft alles en ziet er goed uit. Hij is misschien geen geweldig acteur, maar hij doet alles.’’

Verhoeven is dolblij met zijn regiedebuut: ‘’Daar is alles mee begonnen, toch? Het was een kardinaal moment in mijn leven.’’

Hauer: ‘’De eerste draaidag werd mij duidelijk, die camera wordt mijn nieuwe vriend. Voor de rest van mijn leven’’

‘’Dat acteren, ja, dat zou ik wel leren’’

Ook zegt Rutger Hauer in datzelfde interview: ‘’Ze vroegen of ik een ridder wilde spelen in een jeugdserie. Nou, paardrijden kon ik, schermen kon ik ook, en dat acteren, ja, dat zou ik wel leren.’’

Dag, lieve Floris, rust zacht…

Foto: archief Remco Veurink

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 120)

opofferen voor paarden

Al lange tijd kijk ik met verbazing naar de paardenwereld. Vooral sinds ik blog voor de Hoefslag en daardoor weer wat meer betrokken ben geraakt bij het digitale paardennieuws, lees ik meningen en commentaren die er niet om liegen.

Mijn eigen blog wordt gelukkig gespaard. Meestal krijg ik positieve en warme reacties. Ik ben benieuwd of dat nu ook zo is…

Brandende deken affaire

De ‘brandende deken affaire’ in de Efteling heb ik niet uit m’n hoofd kunnen zetten. Ik las reacties die samengevat kunnen worden als: ‘wij paardenmensen weten waar we mee bezig zijn’ en ‘die actie verpestte voor zoveel kindertjes wat een hele leuke dag had moeten zijn’.

Eerlijk gezegd: als ik daar als klein ponymeisje had gezeten, was mijn dag allang verpest geweest om een paard met een brandende deken op. Dat had ik he-le-maal niet leuk gevonden.

Op de persoon gericht

De afgelopen jaren heb ik meningen gelezen over diep rijden (rollkur), stang en trens-gebruik, grondwerk, longeren met een hoofdstel en bijzetteugels, beslaan of barefoot, de Oostvaardersplassen nu dus de Efteling-affaire. Extreme meningen die er soms niet om logen. Regelmatig ook op de persoon gericht en buitengewoon onsmakelijk.

Van beide kanten trouwens. De groep die vindt dat alles wat ‘rond’ rijdt direct associeert met rollkur en die vindt dat een bit in de mond eigenlijk al niet kan. Maar ook degenen die vinden dat protesteren tegen wat door sommigen als dieronvriendelijk wordt gezien belachelijk is. Die vinden dat wij ‘paardenmensen’, heel goed weten wat we met onze beesten wel niet kunnen uithalen.

‘Had ie moar gin peerd motten worden’

Zo’n vijftig jaar geleden stond ik als tienjarige te huilen aan de kant van een binnenbak. Daar was een paar kerels met een ‘ongehoorzaam’ trekpaard aan het werk. Langzaam kleurde het schuimende zweet roze. Ik zal de blik in de ogen van dat paard nooit vergeten. Alsof ‘ie er al niet meer was…

‘Had ie moar gin peerd motten worden’, zei een van de mannen toen hij voldaan de bak uitliep. Ik heb er nachtmerries over gehad en durfde er met niemand over te praten. Zo doen kinderen dat. Maar wel heb ik die dag geleerd: zo doe ik het nooit. Door de jaren heen heb ik nooit meer zoiets extreems meegemaakt, gelukkig. Maar het was een halve eeuw geleden nog wel meer geaccepteerd dat paarden die niet wilden werken het maar even moesten voelen. In plaats van dat de ‘trainer’ nadacht over waarom dat paard niet wilde.

Van de oude stempel

Ik kan me eerlijk gezegd een klein beetje voorstellen dat de tendens om tegen de ’conservatieve paardenmens’ te zijn, groeiende is. Dat daar handig gebruik van wordt gemaakt door de nieuwe soort paardenprofessional hebben we toch helaas een beetje aan onszelf te danken. Ik zeg ‘onszelf’ omdat ik mezelf tot de groep reken die rijden met een bit, en zeker stang en strens, een kunst vind die gerespecteerd moet blijven worden.

Wel heb ik bepaalde dingen aangepast. Niet ieder paard hoeft meer op ijzers te staan, maar ik heb nog wel m’n gewone hoefsmid die ook heel goed kan bekappen. Dat hoort namelijk bij zijn vak.

De bijzetteugels waarmee ik opgegroeid ben, gebruik ik niet of nauwelijks meer en zeker niet bij jonge paarden die nog niet op hun eigen benen hebben leren lopen. Ook heb ik zelf zo’n alternatief touwhalstertje aangeschaft voor een paard van een klant dat de nare gewoonte had op z’n achterbenen te gaan staan als je je voet in de beugel wilde doen om op te stappen. Door aan dat halster, dat onder het hoofdstel zat, een tweede teugel te doen, kon zij zonder probleem opstappen en daarna weer met de gewone teugel rijden.

Een beest waar je van houdt

Ik trek geen manen meer, maar heb twee hele slimme kammetjes waarmee de manen er precies hetzelfde uitzien. Ik was er altijd trots op dat ik met alle jonge paarden door geduld nooit een praam heb hoeven gebruiken bij het trekken. Ze stonden haast te slapen. Maar mijn nieuwe paard heeft er duidelijk een andere ervaring mee gehad en ik wil het haar niet aandoen om iedere keer weer zo over de zeik te moeten gaan voor een schoonheidsuitje.

En wat is dat nou eigenlijk voor een rare gewoonte, haren uit een beest trekken waar je van houdt?

Een stap te ver

Het is een grof schandaal dat het er vanwege wanbeleid van moest komen dat er in de Oostvaardersplassen deze winter zoveel herten afgeschoten moesten worden. Maar de discussie op Facebook was benedenmaats en vreemd genoeg koren op de molen van een politieke partij die mij bang maakt.

De brandende deken op een paard in de Efteling? In plaats van onmiddellijk oververhit de protestgroep aan te vallen, is het misschien handiger om te beseffen dat deze act in een attractie voor kinderen te ver gaat. Ook al scheen het paard het geen probleem te vinden.

efteling raveleijn paarden show

Nieuwe waarden

Geef je dan toe aan groepen waar je echt niet bij wilt horen? Volgens mij niet, volgens mij is dat discussie met een toekomst. Wij, paardenmensen, zullen mee moeten groeien in een wereld waar dieren, dus ook paarden, anders bekeken worden.

Ooit liepen honden voor een kar. Ooit stonden alle melkkoeien de hele winter aan hun ketting te rammelen en werden hun kalveren er machinaal afgetrokken. En was het gewoon dat paarden dag en nacht aan een touw stonden als ze niet aan het werk waren.

Meegroeien met nieuwe waarden is een kunst die we volgens mij met iets meer enthousiasme moeten beoefenen. Dat betekent blijven praten en leren van elkaar en niet terugschoppen en afsluiten.

De sport bewaren

En bovenal: Als wij, met ons vaak wat vastgeroeste patroon, nou eens luisteren? Dan begrijpen we wellicht dat als wij nog een toekomst met onze paarden willen hebben, wij met een aantal aanpassingen de sport, waarvan wij zo houden, kunnen bewaren. Maar waarom doen we dat dan niet?

Foto’s: Liz Barclay / Digishots / archief

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Tjeerd Velstra, een van de grootsten uit de Nederlandse paardenwereld, is niet meer.
Als klein ukkie fietste ik vaak tot aan het huis van Tjeerd in Brummen.

Daar stond ik dan uren naar de paarden in de wei te kijken, in de hoop dat iemand me zou zien staan en me binnen zou laten.

Jeugdverhalen

Twaalf jaar ontmoette ik meneer Veldstra in zijn kantoor: ‘Jij komt er wel, alleen dat wipneusje moet nog een stukje omlaag.’ Vier jaar geleden mocht ik nog twee keer een paar uren naar de jeugdverhalen van Tjeerd, zoals ik hem moest noemen, luisteren. Ik wilde immers een boekje over de mens achter de paardenman schrijven.

Hieronder het verhaal van Tjeerd, dat hij ook heeft gelezen. Mijn laatste groet aan deze unieke paardenman, die eind vorige maand op 79-jarige leeftijd overleed.

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Sophia, de Friese draver

‘In een prachtig onderhouden rozenperk in onze tuin lag mijn grootvaders dravermerrie Sophia begraven. Mijn vader vertelde me dat de merrie elke race won. Een pikeur trainde haar en bracht haar uit, maar mijn grootvader maakte op zonnige dagen zelf wel eens een ritje met haar.’

Sophia won een aantal keren belangrijke prijzen, onder meer twee keer de Gouden Koningszweep. Toen protesteerden andere dravereigenaren, en Sophia mocht in 1875 niet meer deelnemen. Grootvader Veldstra liet Sophia geen enkele wedstrijd meer starten. Tjeerd grijnsde terwijl hij dat vertelde.

Paarden- en koeienman van allure

De appel viel niet ver van de boom: Tjeerd kreeg het paardenbloed van zijn vader Ritske. Vader Veldstra was beroemd voor zijn rundvee: hij was de grondlegger van de Amarilla-stam. Voor de oorlog was hij ook al begonnen met het fokken van Hackneys.

Tjeerd’s vader hield niet van verliezen, ‘die lui weten gewoon niks van paarden, we gaan naar huis’.

Later kocht hij een mooie tuigpaardmerrie. Hij wilde ook rijpaarden gaan fokken, omdat hij graag aan de plaatselijke jacht wilde deelnemen. Dat vader en zoon uit hetzelfde hout gesneden waren had vader Velstra inmiddels wel gezien. Er zat een derde generatie paardenman aan te komen in de familie en hij genoot ervan zoveel mogelijk van zijn kennis over te dragen aan zijn zoon.

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

De lucht van leer en zadelzeep

Als hij niet op school zat, namen Tjeerd en zijn vader het programma van de dag door in de grote zadelkamer. Samen besteedden zij eindeloze uren aan het trainen van de Hackneys, tuig- en rijpaarden.
Voor de aangespannen wedstrijden waar zij aan deelnamen moest alles perfect gepoetst zijn: de Hackneys, het harnachement en de sjees. Tjeerd’s vader hield niet van verliezen, ‘die lui weten gewoon niks van paarden, we gaan naar huis’. Soms moest alles een week later weer allemaal brandschoon voor de volgende wedstrijd.

Het begin van een springcarrière

Tjeerd begon genoeg te krijgen van het schoonmaken en bedacht iets waaraan hij meer plezier kon beleven. Hij kondigde aan dat hij wilde wedstrijdspringen. De lichtelijk verbaasde Velstra besloot dat hij zijn zoon hiermee zou helpen maar dan op zijn manier.

Hij kocht een paard met de gewoonte regelmatig op het allerlaatste moment te weigeren. Daarbij was het zo een zenuwpees dat je ’s nachts een lichtje aan moest laten omdat er anders ’s morgens weinig meer van de stal over was. Ze hadden besloten dat het paard eerst maar eens een tijdje vrij moest hebben om tot rust te komen, dus hij werd een paar maanden het weiland in gestuurd.

Met wat oude sokken

De ruin raakte echter helemaal aan Tjeerd verknocht en ging voor hem door het vuur. Om Tjeerd er wat imposanter te laten uitzien, stopte zijn instructeur wat oude sokken aan de voorkant onder zijn jasje. Ze begonnen met de regionale wedstrijden, werden gekwalificeerd voor de landelijke kampioenschappen voor springen en dressuur en wonnen beiden.

Verhitte discussies

De samenwerking tussen vader en zoon liep niet altijd gemakkelijk en ze hadden verhitte discussies. Soms zou de volgende dag blijken, als het paard beter liep, dat Tjeerd gelijk had gehad. Toch moest hij regelmatig toegeven dat zijn vader met al zijn ervaring het toch bij het rechte eind had gehad en dat hij naar hem had moeten luisteren.

Ze kochten samen vele paarden, jonge en soms iets oudere, maar altijd met een of ander probleem waardoor ze goedkoop waren. Zij hadden er het plezier van en die paarden weer een toekomst.

Internationaal springen

De meeste springruiters zagen het nut van dressuur niet zo in, maar Tjeerd besteedde daar veel tijd aan. Hij hield ook van een bloedpaard en op de een of andere manier wist hij de ‘Deutsche Grundlichkeit’ te combineren met de lossere Engelse manier van rijden.

‘Je mag alles doen, maar neem liever geen harddravers.’

Hij ontwikkelde zich snel en brak door op het internationale circuit. Eerst naar het CHIO Rotterdam in 1959, waarna Hickstead met z’n houten barakken en dan nog Wiesbaden waar de stallen in een grote tent zaten. Vader Velstra huurde voor het vervoer een wagon waarin de paarden door een enkele houten plank van elkaar gescheiden waren. Ze reisden gedurende de nacht, zodat ze ’s morgens vroeg snel met de paarden door de stad naar het wedstrijdterrein konden wandelen. Tjeerd had de tijd van z’n leven, het reizen, de mooie hotels waar de internationale ruiters altijd ondergebracht werden en natuurlijk werd er ook wel degelijk goed feest gevierd, want dat konden die springruiters!

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Het werden tuigers

‘Je mag alles doen, maar neem liever geen harddravers.’ Dit heeft grootvader Velstra vlak voor zijn dood in 1918 tegen zijn zoon Ritske Velstra gezegd (Leeuwarder Courant 1968, artikel ‘Perfectionist Ritske Velstra). Dus het werden tuigers. Zijn kleinzoon, de Tjeerd Velstra die wij kenden, begon met zijn vader in de tuigpaarden, stapte over op de springsport, waarna het toch weer de mensport werd. En hoe!

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Een overzicht:

In 1956 Nederlands Kampioen eenspannen Hackney’s.
In 1962 en 1964 Nederlands Kampioen springen
In 1977, 1978, 1980, 1981, 1982,1984 en 1985 was hij Nederlands kampioen vierspan en in 1982 en 1986 wereldkampioen vierspan.
Van 1974 tot 1995 directeur van het Nederlands Hippisch Centrum Deurne.
2007 tot 2011 bondscoach Nederlandse menteams ponies en paarden.

Sprankelende dag

Toen ik vier jaar geleden na ons prachtige gesprek weer in m’n auto stapte, maakte Tjeerd zich klaar om nog een ommetje met zijn jonge Fries voor de koets te maken. Het was een sprankelende heldere dag in februari met een prachtig laagje sneeuw op de grond…

Volg ons!

102,970FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer