Tags Posts tagged with "blog liz barclay"

blog liz barclay

blog liz barclay
Zomaar wat producten die mijn paard en ik gebruiken.

Ik ga jullie een geheimpje vertellen. Ooit, 40 jaar geleden, toen ik een tijd niet lopen en rijden kon na een ongeluk ben ik een paar jaar schoonheidssspecialiste geweest omdat ik alleen zittend werk kon doen.

Daardoor zag ik heel wat schoonheidsmiddeltjes voorbij komen en werd behoorlijk depressief van alle producten die op dieren getest werden. Een lerares heeft me toen geholpen mijn weg te vinden door de wirwar van niet zo zeer valse informatie, maar wel vaak informatie die niet alles vertelde.

Konijntjes met ontstoken oogjes

Inmiddels zijn de regels strenger en is ook het bewustzijn van velen een stuk wakkerder geworden. Kijk maar op Facebook. Er komt regelmatig iets langs over konijntjes met ontstoken oogjes, nadat er een of ander goor middeltje in is gestopt dat ons mooier moet maken.

En niet alleen ons. Helaas ook onze paarden. Wie kijkt er nou op de achterkant van het potje of de fles om te zien of er ‘niet op dieren getest’ staat? En trouwens, moet dat er voor de wet wel opstaan, wanneer het een product voor dieren en niet voor mensen is? Ik heb het proberen op te zoeken, maar kon er helaas niets over vinden.

Chemisch spul en microbeads

Volgende probleem: wat gebeurt er met al dat chemische spul als de slang of de regen het er allemaal weer afwast of de restjes gewoon met het vuilnis meegaan? We weten inmiddels dat de hele wereld vol zit met de zeer vervuilende microbeads en ik heb er echt moeite mee als producten die ons en ons paard mooier moeten maken daaraan bijdragen. Denk aan lippenstift, nagellak, staart- en manenspray, en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Arganolie

Vooral die siliconensprays tegen klitten in manen en staart zijn vreselijk. Ik heb ze een keertje gekocht en gebruikt en binnen de kortste keren zaten mijn handen onder de rode uitslag. Bovendien is het het meest onnatuurlijke luchtje wat ik me maar kan voorstellen. Wat is er nou verkeerd aan een paard dat naar paard ruikt?

Dus dan maar ietsje minder glimmend en klitloos. Dacht ik. Totdat ik Arganolie ontdekte. Heerlijk om te gebruiken en je hebt er superweinig van nodig voor een prachtig resultaat. Voor m’n paard en voor mezelf. Staarten, manen, handen, mijn eigen haar, het gaat overal op!

Functioneel borstelen

Ik ga nog een stapje verder. Ik gebruik bijna nooit shampoo. Ja, soms voor een wedstrijd, maar niet eens altijd. En als ik het gebruik, neem ik een natuurlijke. Ik borstel namelijk veel en lang. Natuurlijk was ik mijn paard nadat hij gezweet heeft. Maar gewoon, met water. En daarna weer borstelen.

Vindt mijn paard heerlijk en het is dus functioneel voor de band die ik graag met mijn paard wil hebben.

Een eerlijk kadootje

Ik hoop zo dat jullie hier over nadenken en er iets positiefs mee doen. Kijk eens naar je make-up en zoek naar eerlijke producten. Kijk naar wat je op je paard spuit en smeert. Doe iets meer research voor je je laat verleiden tot iets waar die konijntjes en de natuur helemaal niet blij mee zijn.

Over twee weken is het al weer kerst. Tijd voor natuurlijke en eerlijke kadootjes.

Liz Barclay

Ooit dacht ik dat paardentrainer zijn betekende dat ik het paard dingen moest leren. En als het paard het niet deed, dat ‘ie dan maar ietsje beter z’n best moest doen en moest luisteren. Zo was ik ook een beetje opgevoed in de paardenwereld, eerlijk gezegd.

Door de jaren heen kwam ik steeds vaker na mijn lessen thuis met het idee dat ik meer ging zien. Doordat ik al die uren naar al die verschillende paarden en ruiters keek. Dat ik daardoor beter werd in het lesgeven en beter werd in het zelf rijden. Het moment kwam dat ik mij realiseerde dat niet ik de leermeester was, maar het paard. Die omslag ging heel geleidelijk en ik heb ook fouten gemaakt.

Leren luisteren

Ik leerde al beter luisteren naar de paarden waarmee ik werkte. Ik begreep dat als ze iets niet snapten, of erger, vervelend deden, ze doodgewoon niet de juiste signalen kregen van de ruiter. Op dat moment was geduld, en niet een grove correctie, de oplossing. Vooral het werk met merries heeft daarbij geholpen. Doordat zij over het algemeen veel minder pikken. Daar ben ik niet minder doortastend, maar wel beleefder door geworden.

Rotte appels

Natuurlijk zitten er rotte appels tussen. Net zoals bij iedere soort gaat er ook in de paardenfokkerij wel eens iets verkeerd. Toch zit achter veel van de beste paarden die op topniveau gepresteerd hebben een verhaal van: ‘hij kwam hier omdat de vorige ruiter er niks mee kon’ of erger. Juist die superintelligente en sensibele paarden hebben vanaf het begin ruiters met veel ervaring en gevoel nodig.

‘Schoolmaster’

In Engeland noemen ze een ervaren paard een ‘schoolmaster’. Die term wordt nog wel eens verkeerd uitgelegd. Ooit belde iemand mij op voor een les. ‘’Ik heb een ‘schoolmaster’ gekocht, maar hij doet helemaal niet wat ik wil.’’ Nee, een ‘schoolmaster’ doet het als het goed is alleen als je de juiste hulpen geeft.

Er zijn inderdaad zeer ervaren paarden die, als ze in galop al een diagonaal zien en een ruiter op hun rug hebben met een wat onrustige beenligging, meteen maar beginnen met de wissels. Misschien een puik gevoel, maar je leert er geen snars van.

Het leren houdt nooit op

Het paard heeft dus altijd gelijk. De ‘schoolmaster’, het jonge paard en alles wat er tussenin zit. Als het jonge paard duidelijk heeft begrepen dat vooruit vooruit betekent en we met een stil been en een contactteugel aan het werk kunnen, dan is het een kwestie van voelen en luisteren. En leren begrijpen hoe gevoelig en intelligent het paard is. Om te leren het paard nodig heeft om te blijven begrijpen wat hem wordt opgedragen. En, hoeveel nieuws we kunnen toevoegen zodat het werk interessant blijft. Maar nooit te veel en daardoor verwarrend. Als het paard protesteert geeft het aan dat er of teveel gevraagd is, of het niet goed is aangegeven. Dan moeten we daar als ruiters op een verantwoordelijke manier mee omgaan.

Het leren houdt dus nooit op, begint bij ieder paard opnieuw en dat maakt het hele paardengebeuren alleen maar interessanter.

Auteur: Liz Barclay

blog liz barclay
Begin 1980, zo’n vier jaar na mijn ongeluk. Blij weer op het paard. Een vierjarige merrie die bij buurman boer in de wei niets stond te doen. Nog te groen voor zijn niet zo heel ervaren dochter.

Vanaf m’n 17de totdat ik zo midden 20 was werd mijn leven beheerst door weer netjes recht op het paard te zitten. Ik was altijd een handige jeugdruiter die graag ook op andermans pony klom als er problemen waren.

Helaas maakte een verwarde dame in haar auto daar een bruut einde aan toen zij mij op m’n brommertje vergat voorrang te verlenen. Dokter de Boer in het streekziekenhuis van Zutphen was zeer trots dat hij de 9 stukjes van mijn linkerbovenbeen weer aan elkaar kon knutselen, en dat in een tijd dat schroeven en metalen plaatjes nog weinig gebruikt werden. Na twee jaar werd ik na de laatste controle zonder krukken de straat weer opgestuurd. Eindelijk, ik mocht alles weer!

Revalidatie, wat is dat?

Het woord revalidatie bestond toen misschien nog niet. Ik ben in ieder geval, na zo lang met een of twee krukken door het leven te zijn gegaan, heel raar gaan lopen. Erger nog, ik zat ook heel scheef op mijn paard en niemand die echt wist wat eraan te doen. Er werd altijd maar weer gezegd dat ik m’n linker hiel verder naar beneden moest drukken en rechtop moest gaan zitten, maar daar moest ik het mee doen.
Pas toen ik het niet meer hield van de rug- en hoofdpijn kreeg ik wat fysiotherapie. Dat hielp wel een beetje met lopen, maar helaas, mijn droom, de instructeursopleiding in Deurne, zat er toen al niet meer in. Ik zat scheef en voorover gebogen op het paard en kon daarbij het zware werk helemaal niet aan.

Vallen en opstaan

Maar ik wilde kost wat het kost blijven rijden. Het was vallen en opstaan. Soms zag ik het echt niet meer zitten maar toch bleef ik proberen. Ook, omdat ik ondanks alles iedere keer weer paarden kreeg aangeboden die wat problemen hadden en dan kon ik het niet laten. Ik heb in die periode veel geleerd, vooral om heel kritisch mijn eigen lichaam per stukje te leren begrijpen.
Iedere keer weer als ik op het paard zat ging ik in de eerste tien minuten stappen door m’n hele lichaam. Linkerbeen, tenen, enkel, knie, heup; rechterbeen, tenen, enkel, knie, heup; bekken, onderrug, bovenrug, schouderbladen, nek; linkerarm, hand, pols, elleboog, schouder; rechterarm, hand, pols, elleboog, schouder. Aanspannen en ontspannen. En dat met een hele rustige ademhaling zonder haast.

Doorgezakte enkel

Tot ik uiteindelijk gek genoeg bij m’n gezonde rechterbeen uitkwam. Die was leiding aan het geven, omdat ‘ie dat in de jaren na het ongeluk ook wel moest. Daardoor zat al het gewicht in m’n rechterbeugel met een volledig doorgezakte enkel. Ik heb toen een beetje geëxperimenteerd en ben korte stukjes met maar een beugel gaan rijden, namelijk mijn linker.

Iedere keer als ik op het paard zat moest ik van mezelf vijf minuten lichtrijden met die ene linkerbeugel. Het voelde belachelijk maar al heel snel voelde ik ook iets anders. Namelijk, dat ik volledig was vergeten dat ik best ietsje meer aansluiting met mijn rechterbovenbeen mocht zoeken zonder te knellen. Omdat ik met die ene beugel gedwongen werd meer steun op m’n linkerbeugel te zoeken, leerde mijn linkerbovenbeen juist meer te ontspannen.

Geen pijn meer

Een klein wonder geschiedde. Daar was m’n linkerzitbeenknobbel weer! En toen ik ‘m gevonden had wilde ik ‘m ook nooit meer kwijt! M’n linkerbeen leek opeens veel langer waardoor ik weer contact had met m’n linkerbeugel en niet meer constant bezig was om hem niet kwijt te raken. En opeens deed mijn doorgezakte rechterenkel geen pijn meer.

Na een paar weken was ik rechter dan ik ooit geweest was en reed ik met twee beugels en benen die aan beide kanten aangespannen, ontspannen en zelfverzekerd hun werk konden doen en geen enkele instructeur heeft ooit meer iets over m’n houding gezegd. En natuurlijk werden de paarden die ik reed er ook heel blij van.

Als herhalen zeuren wordt, is de les kapot

Als instructeur is er niets erger dan heel vaak hetzelfde te moeten herhalen. Een leerling vindt niets erger dan iedere keer maar weer hetzelfde te moeten horen, vooral als je toch al heel erg je best doet.
Als herhalen zeuren wordt is de les bij voorbaat kapot.

blog liz barclay
Een van mijn leerlingen, Lucy Lloyd op haar eventingpaard Tomtom. Lucy zat niet zo zeer scheef maar had aan de ene kant een prachtige beenligging terwijl ze aan de andere kant kneep.

Natuurlijk, als ik een ruiter voor het eerst zie en deze zit scheef -wat trouwens vrij vaak voorkomt-, dan kijk ik eerst eens of het een veilig paard is. Meestal wacht ik tot de tweede of derde les voordat ik dit voorstel, ook om wat vertrouwen met de ruiter op te bouwen. Het is voor de meesten een beetje vreemd en angstig idee. Zonder beugels rijden is soms al een aanslag, maar met eentje? Dat is gek!

Een aanslag op je lijf

In het begin is het inderdaad, afhankelijk van hoe scheef je bent, een aanslag op je lijf en voel je superonhandig. Dus vijf minuten, maar wel iedere keer als je in de bak rijdt. En iedere keer weer gebeurt er een klein wonder. De ruiter begint het midden weer zelf te voelen en gaat vrij snel al aan z’n zadel trekken om alles weer op z’n plek te krijgen.

Het mooie is dat ik er niet of nauwelijks iets over hoef te zeggen en het paard zelf ook door beter en gebalanceerder te gaan lopen aangeeft dat het zoveel fijner rijden is. Soms hoor je zo’n dier letterlijk een zucht van verlichting geven.

Vergeet je zadel en de fysio niet!

Vaak heeft ook het zadel door de langdurige eenzijdige druk wat werk nodig. En ook je paard moet wennen. Het is aan jouw scheefheid gewend en wil zich in het begin soms weer naar die plek terugwurmen. Maar dat gaat meestal gauw voorbij omdat je paard vrij snel zal voelen hoe lekker het voor hem is als je in het midden zit. Toch misschien geen slecht idee om er even een fysio bij te halen om te kijken of zijn rug ook wat werk nodig heeft.

Nooit zonder instructeur

Maar, begin er nooit zonder je instructeur aan! Ten eerste is scheefzitten vaak iets wat je zelf niet merkt. Ten tweede moet er, zeker de eerste keren, een vakkundig iemand bij zijn om het proces veilig te doen verlopen met het juiste resultaat.

En als laatste: een wedstrijdtrucje

Alhoewel helemaal zonder beugels rijden natuurlijk ook nooit vergeten mag worden, lost dat niet altijd alles op. Het gevoel een gelijkmatig en ontspannen contact met je beugels te hebben krijg je door ze te gebruiken, ze te leren voelen en niet bang te zijn om ze te verliezen.

Als je een beetje zenuwachtig bent op een wedstrijd kun je nog wel eens een beetje gaan klemmen met je zitbeenknobbels met als gevolg dat opeens je beugels te lang lijken. Maak ze gerust even een gaatje korter en al gauw merk je bij het losrijden dat je benen weer langer worden.

 

Pixel en Pinokkio van Liz Barclay per ongeluk in de tuin

Vorig jaar in oktober kwam Pixel in mijn leven. Nadat Pinokkio helaas met vervroegd pensioen moest (blog: Drie keer over de kop is genoeg) wilde ik graag weer een ruin van een jaar of zes. Mijn zelf gefokte Prix St. Georges-merrie van voor Pinokkio was een opgewonden standje en om weer aan zo’n proces te beginnen, mwah.

Een leerling stuurde mij een advertentie van een vijfjarige merrie. Ik weet niet wat me bezielde om te bellen, maar de volgende dag stond ik al bij haar op stal.

Echte merrie, met een eigen willetje

Toen ik haar uitprobeerde op de buitenrit voelde ik het meteen. Ze had een ‘ik hou van langzaam’ houding ten opzichte van het leven. Doe er dan in het voorjaar nog een schepje hormonen bij en dat wilde ik nou juist niet. In de buitenbak was ze helemaal ongelukkig en dus hield ik het na vijf minuten voor gezien om niet nog meer stuk te maken dan al gebeurd was. De dame die hem voor de eigenaar verkocht vond trouwens dat het er geweldig uitzag.
Laten we het erop houden dat ik wel van een uitdaging hou, dus ik heb haar gekocht. De prijs was ernaar en op het veterinaire keuringsrapport stond ‘zeer correct gebouwd’. Met de waarschuwing dat ze nog wel eens lastig was met opstijgen werd ze bij mij thuis afgeleverd. Ik wist dat er een hoop werk aan de winkel was en ik was er klaar voor.

Longeren zonder extra aanhangsels

Ik begin altijd met longeren. Longeren zonder aanhangsels. Geen bit, geen bijzetteugels. Eerst maar eens op eigen benen leren lopen en kan ik eens rustig kijken en contact maken zonder dat ik me onzeker ga voelen over onbestemd gedrag.
Was een goed idee. Pixel had haar piepkleine oortjes strak naar achteren, oogjes die vuur spoten en achterbenen die de verkeerde kant opgingen als de zweep haar ook maar even aan raakte. Na een week had ze begrepen dat ik het toch echt meende, dat voorwaarts gaan, en dat het knalletje van de zweep ‘vooruit met de geit’ betekende.
Galop was een probleem. Ze was zo ongelofelijk op de voorhand dat ze bijna haar eigen neus voorbij liep en dus zijn we blijven draven met iedere dag een enkele overgang in galop in beide richtingen. Geduld, geduld, m’n liefje.

Safety first

Na een paar weken wilde ik wel eens weten of er al iets veranderd was als ik erop ging zitten. Niet echt. Ok, ik mocht na haar eindeloos weer voor het opstapje te hebben gemanoeuvreerd, eindelijk opstappen. Maar daarna ging ze gelijk in lock-down. Haar onzekerheid en gebrek aan respect en vertrouwen zaten helaas dieper dan ik dacht. Ik begreep haar duidelijk nog niet goed genoeg. Dan maar weer terug naar de longe.
Het ging langzaam, maar het ging, iedere dag een beetje beter. Maar zo veel beter als het in de bak ging, hoe onhandelbaarder ze op stal werd. Uit de wei halen ging nog maar op stal begon het dreigen over de deur me behoorlijk de keel uit te hangen en volgens mij haar ook want het was niet meer gezellig.
Magnesium in het voer hielp ook niet. Wat uiteindelijk wel hielp was halster met een lang touw eraan op stal om laten en haar bakje met voer net zolang achter m’n rug houden tot de oortjes naar voren gingen. En negeren, dat hielp ook. Soms kan je je er ook teveel mee gaan bemoeien en wordt het een ding.
Wel had ik besloten met de winter op de stoep dat we nog een hoop huiswerk moesten maken. Longeren en buitenritten, want dat ging wel, en ‘safety first’. Als we de winter eerst maar eens zonder kleerscheuren doorkwamen.

In het weiland, aan de lange teugels

Terwijl op stal de sfeer geleidelijk aan weer beter werd, bleef ze de galop moeilijk vinden. Voor m’n gevoel had het met haar vroegere training te maken en besloot ik maar de ruimte in het grote weiland op te zoeken om te kijken of we aan de lange teugels iets van een doorbraak konden bereiken. Geloof me, ik heb wat afgehold, maar het werkte. Ze galoppeerde, onhandig, maar ze wilde tenminste en als ze wilde dan zou ze haar beentjes ook wel weer vinden. Ergens in februari begon het ergens op te lijken. De oortjes zaten er nu echt op en in draf kon ik kleine voorzichtige briesjes van ontspanning horen.

Eindelijk in de bak

Dus, op een mooie zonnige dag in februari ben ik er in de bak maar weer eens opgestapt. Zonder problemen. Geweldig, vanaf die dag iedere dag een korte sessie in de bak met een buitenritje erna. Na twee weken stappen en draven, sprong ze vrolijk op de stem in galop aan. Het voelde meteen goed en het zat nog lekker ook!
Ik kan wel zeggen. Die dag, nadat ik haar weer in de wei had gezet, ben ik in de keuken een kopje koffie gaan drinken en heb ik keihard zitten lachen, in m’n eentje, zo blij was ik.

Voorwaarts, licht, blij

In juni moest ik even ophouden vanwege een peesblessure in m’n hand. Twee weken geleden zijn we weer aan het werk gegaan. Ik was heel benieuwd. Eerst maar een dagje aan de longe. Alles viel op z’n plek. Ze ging aan het werk alsof ze nooit anders gedaan had. Oortjes erop, blije oogies en ook in galop zo’n stuk handiger en ontspannen en blij.
De volgende dag kon ik gewoon opstijgen en dat is zo gebleven. De laatste twee weken waren echt super en ik heb zo genoten. Iedere dag wel iets wat weer beter ging.
Nu heb ik een paard dat het normaal vindt om stil te staan met opstappen. De bak is nu haar ‘happy place’ waar ze graag aan het werk gaat en iedere dag weer laat zien dat ze snel dingen begrijpt. We hebben contact en zijn blij met elkaar. En echt! De galop is zo lekker om te zitten dat we dat samen nog liever doen dan de draf.

Ik denk dat het een super herfst gaat worden.
En ik ben een heel klein beetje trots. Ik heb een fijn paard en Pixel heeft een leven!

fries paard

Ooit kon ik hem bijna aanraken, mijn held Rutger Hauer. Ergens eind 1979, begin ‘80 stond ik vlak naast hem op het Utrechts Film Festival. Maar ik bevroor, zo ‘starstruck’ was ik.

Turks Fruit heb ik nooit gezien, wel Soldaat van Oranje en dat was de eerste keer dat ik Floris in een gewoon pak zag. Zonder paard maar even overtuigend als de verzetsstrijder Erik Lanshof, gebaseerd op de persoon Erik Hazelhoff Roelfzema.

Supernostalgisch momentje

Deze week kreeg ik een berichtje van degene met wie ik op dat filmfestival was. Rutger Hauer is overleden, stond er. Floris! Stuurde ik in een berichtje terug. Waarna ik onmiddellijk de serie Floris en Sindala op YouTube heb opgezocht en mezelf een supernostalgisch momentje heb bezorgd.

Tien jaar oud en zo verliefd!

Ongelofelijk, ik herinnerde me nog zoveel uit die aflevering over de aflevering over de Byzantijnse beker! Ik was weer even tien jaar oud en zo verliefd!

In die periode dagdroomde ik vaak dat ik met Floris door bossen over zandvlaktes galoppeerde, want deze onschuldige kalverliefde was onlosmakelijk verbonden met het paard. Een soort driehoeksverhouding dus.
We zaten met allemaal aan de televisie gekluisterd, mijn moeder, mijn vader en m’n zusje. Toen ik gisteravond terugkeek viel het me op hoeveel er te lachen was. Iets wat me toen volledig ontgaan is. Voor kinderen was het spannend en ondertussen konden de ouders zich er ook prima mee vermaken.

Met de teugels in een hand

Dat Rutger Hauer kon rijden, kan je zien aan het begin van iedere Floris en Sindala aflevering en ook in de film Ladyhawke, een superromantisch Middeleeuws fantasieverhaal waarin Rutger Hauer als Etienne of Navarre aan het einde op een Fries paard, met de teugels in een hand, een kerk in passageert. In zijn andere hand een groot zwaard. Voor een paardenvrouw een geweldige scène en ik kon toen alleen maar denken: ‘Jeetje, dat moet kicken zijn geweest.’

Ik heb vanmorgen van alles gegoogled en vond het volgende: die imposante Fries heette Othello, zijn vader was de hengst Ritske 202 en zijn moeder Pauwlona. Othello was het circuspaard van Manuela Beeloo.

‘’Rutger doet alles en ziet er goed uit’’

Gedurende mijn google-actie kwam ik ook terecht bij een interview met Rutger Hauer en Paul Verhoeven op de site van Andere Tijden over het succes van de serie Floris en Sindala. Het is uiteindelijk het succesverhaal van twee Nederlandse mannen die in de internationale filmwereld ongelofelijk veel hebben bereikt.

Enkele citaten uit dit interview:

In april 1968 als Soeteman twee afleveringen geschreven heeft, begint de zoektocht naar Floris. Via een vriend is hij gewezen op de jonge acteur Rutger Hauer.

‘’Rutger doet alles, durft alles en ziet er goed uit. Hij is misschien geen geweldig acteur, maar hij doet alles.’’

Verhoeven is dolblij met zijn regiedebuut: ‘’Daar is alles mee begonnen, toch? Het was een kardinaal moment in mijn leven.’’

Hauer: ‘’De eerste draaidag werd mij duidelijk, die camera wordt mijn nieuwe vriend. Voor de rest van mijn leven’’

‘’Dat acteren, ja, dat zou ik wel leren’’

Ook zegt Rutger Hauer in datzelfde interview: ‘’Ze vroegen of ik een ridder wilde spelen in een jeugdserie. Nou, paardrijden kon ik, schermen kon ik ook, en dat acteren, ja, dat zou ik wel leren.’’

Dag, lieve Floris, rust zacht…

Foto: archief Remco Veurink

gapen paard algemeen

Al lange tijd kijk ik met verbazing naar de paardenwereld. Vooral sinds ik blog voor de Hoefslag en daardoor weer wat meer betrokken ben geraakt bij het digitale paardennieuws, lees ik meningen en commentaren die er niet om liegen.

Mijn eigen blog wordt gelukkig gespaard. Meestal krijg ik positieve en warme reacties. Ik ben benieuwd of dat nu ook zo is…

Brandende deken affaire

De ‘brandende deken affaire’ in de Efteling heb ik niet uit m’n hoofd kunnen zetten. Ik las reacties die samengevat kunnen worden als: ‘wij paardenmensen weten waar we mee bezig zijn’ en ‘die actie verpestte voor zoveel kindertjes wat een hele leuke dag had moeten zijn’.

Eerlijk gezegd: als ik daar als klein ponymeisje had gezeten, was mijn dag allang verpest geweest om een paard met een brandende deken op. Dat had ik he-le-maal niet leuk gevonden.

Op de persoon gericht

De afgelopen jaren heb ik meningen gelezen over diep rijden (rollkur), stang en trens-gebruik, grondwerk, longeren met een hoofdstel en bijzetteugels, beslaan of barefoot, de Oostvaardersplassen nu dus de Efteling-affaire. Extreme meningen die er soms niet om logen. Regelmatig ook op de persoon gericht en buitengewoon onsmakelijk.

Van beide kanten trouwens. De groep die vindt dat alles wat ‘rond’ rijdt direct associeert met rollkur en die vindt dat een bit in de mond eigenlijk al niet kan. Maar ook degenen die vinden dat protesteren tegen wat door sommigen als dieronvriendelijk wordt gezien belachelijk is. Die vinden dat wij ‘paardenmensen’, heel goed weten wat we met onze beesten wel niet kunnen uithalen.

‘Had ie moar gin peerd motten worden’

Zo’n vijftig jaar geleden stond ik als tienjarige te huilen aan de kant van een binnenbak. Daar was een paar kerels met een ‘ongehoorzaam’ trekpaard aan het werk. Langzaam kleurde het schuimende zweet roze. Ik zal de blik in de ogen van dat paard nooit vergeten. Alsof ‘ie er al niet meer was…

‘Had ie moar gin peerd motten worden’, zei een van de mannen toen hij voldaan de bak uitliep. Ik heb er nachtmerries over gehad en durfde er met niemand over te praten. Zo doen kinderen dat. Maar wel heb ik die dag geleerd: zo doe ik het nooit. Door de jaren heen heb ik nooit meer zoiets extreems meegemaakt, gelukkig. Maar het was een halve eeuw geleden nog wel meer geaccepteerd dat paarden die niet wilden werken het maar even moesten voelen. In plaats van dat de ‘trainer’ nadacht over waarom dat paard niet wilde.

Van de oude stempel

Ik kan me eerlijk gezegd een klein beetje voorstellen dat de tendens om tegen de ’conservatieve paardenmens’ te zijn, groeiende is. Dat daar handig gebruik van wordt gemaakt door de nieuwe soort paardenprofessional hebben we toch helaas een beetje aan onszelf te danken. Ik zeg ‘onszelf’ omdat ik mezelf tot de groep reken die rijden met een bit, en zeker stang en strens, een kunst vind die gerespecteerd moet blijven worden.

Wel heb ik bepaalde dingen aangepast. Niet ieder paard hoeft meer op ijzers te staan, maar ik heb nog wel m’n gewone hoefsmid die ook heel goed kan bekappen. Dat hoort namelijk bij zijn vak.

De bijzetteugels waarmee ik opgegroeid ben, gebruik ik niet of nauwelijks meer en zeker niet bij jonge paarden die nog niet op hun eigen benen hebben leren lopen. Ook heb ik zelf zo’n alternatief touwhalstertje aangeschaft voor een paard van een klant dat de nare gewoonte had op z’n achterbenen te gaan staan als je je voet in de beugel wilde doen om op te stappen. Door aan dat halster, dat onder het hoofdstel zat, een tweede teugel te doen, kon zij zonder probleem opstappen en daarna weer met de gewone teugel rijden.

Een beest waar je van houdt

Ik trek geen manen meer, maar heb twee hele slimme kammetjes waarmee de manen er precies hetzelfde uitzien. Ik was er altijd trots op dat ik met alle jonge paarden door geduld nooit een praam heb hoeven gebruiken bij het trekken. Ze stonden haast te slapen. Maar mijn nieuwe paard heeft er duidelijk een andere ervaring mee gehad en ik wil het haar niet aandoen om iedere keer weer zo over de zeik te moeten gaan voor een schoonheidsuitje.

En wat is dat nou eigenlijk voor een rare gewoonte, haren uit een beest trekken waar je van houdt?

Een stap te ver

Het is een grof schandaal dat het er vanwege wanbeleid van moest komen dat er in de Oostvaardersplassen deze winter zoveel herten afgeschoten moesten worden. Maar de discussie op Facebook was benedenmaats en vreemd genoeg koren op de molen van een politieke partij die mij bang maakt.

De brandende deken op een paard in de Efteling? In plaats van onmiddellijk oververhit de protestgroep aan te vallen, is het misschien handiger om te beseffen dat deze act in een attractie voor kinderen te ver gaat. Ook al scheen het paard het geen probleem te vinden.

efteling raveleijn paarden show

Nieuwe waarden

Geef je dan toe aan groepen waar je echt niet bij wilt horen? Volgens mij niet, volgens mij is dat discussie met een toekomst. Wij, paardenmensen, zullen mee moeten groeien in een wereld waar dieren, dus ook paarden, anders bekeken worden.

Ooit liepen honden voor een kar. Ooit stonden alle melkkoeien de hele winter aan hun ketting te rammelen en werden hun kalveren er machinaal afgetrokken. En was het gewoon dat paarden dag en nacht aan een touw stonden als ze niet aan het werk waren.

Meegroeien met nieuwe waarden is een kunst die we volgens mij met iets meer enthousiasme moeten beoefenen. Dat betekent blijven praten en leren van elkaar en niet terugschoppen en afsluiten.

De sport bewaren

En bovenal: Als wij, met ons vaak wat vastgeroeste patroon, nou eens luisteren? Dan begrijpen we wellicht dat als wij nog een toekomst met onze paarden willen hebben, wij met een aantal aanpassingen de sport, waarvan wij zo houden, kunnen bewaren. Maar waarom doen we dat dan niet?

Foto’s: Liz Barclay / Digishots / archief

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Tjeerd Velstra, een van de grootsten uit de Nederlandse paardenwereld, is niet meer.
Als klein ukkie fietste ik vaak tot aan het huis van Tjeerd in Brummen.

Daar stond ik dan uren naar de paarden in de wei te kijken, in de hoop dat iemand me zou zien staan en me binnen zou laten.

Jeugdverhalen

Twaalf jaar ontmoette ik meneer Veldstra in zijn kantoor: ‘Jij komt er wel, alleen dat wipneusje moet nog een stukje omlaag.’ Vier jaar geleden mocht ik nog twee keer een paar uren naar de jeugdverhalen van Tjeerd, zoals ik hem moest noemen, luisteren. Ik wilde immers een boekje over de mens achter de paardenman schrijven.

Hieronder het verhaal van Tjeerd, dat hij ook heeft gelezen. Mijn laatste groet aan deze unieke paardenman, die eind vorige maand op 79-jarige leeftijd overleed.

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Sophia, de Friese draver

‘In een prachtig onderhouden rozenperk in onze tuin lag mijn grootvaders dravermerrie Sophia begraven. Mijn vader vertelde me dat de merrie elke race won. Een pikeur trainde haar en bracht haar uit, maar mijn grootvader maakte op zonnige dagen zelf wel eens een ritje met haar.’

Sophia won een aantal keren belangrijke prijzen, onder meer twee keer de Gouden Koningszweep. Toen protesteerden andere dravereigenaren, en Sophia mocht in 1875 niet meer deelnemen. Grootvader Veldstra liet Sophia geen enkele wedstrijd meer starten. Tjeerd grijnsde terwijl hij dat vertelde.

Paarden- en koeienman van allure

De appel viel niet ver van de boom: Tjeerd kreeg het paardenbloed van zijn vader Ritske. Vader Veldstra was beroemd voor zijn rundvee: hij was de grondlegger van de Amarilla-stam. Voor de oorlog was hij ook al begonnen met het fokken van Hackneys.

Tjeerd’s vader hield niet van verliezen, ‘die lui weten gewoon niks van paarden, we gaan naar huis’.

Later kocht hij een mooie tuigpaardmerrie. Hij wilde ook rijpaarden gaan fokken, omdat hij graag aan de plaatselijke jacht wilde deelnemen. Dat vader en zoon uit hetzelfde hout gesneden waren had vader Velstra inmiddels wel gezien. Er zat een derde generatie paardenman aan te komen in de familie en hij genoot ervan zoveel mogelijk van zijn kennis over te dragen aan zijn zoon.

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

De lucht van leer en zadelzeep

Als hij niet op school zat, namen Tjeerd en zijn vader het programma van de dag door in de grote zadelkamer. Samen besteedden zij eindeloze uren aan het trainen van de Hackneys, tuig- en rijpaarden.
Voor de aangespannen wedstrijden waar zij aan deelnamen moest alles perfect gepoetst zijn: de Hackneys, het harnachement en de sjees. Tjeerd’s vader hield niet van verliezen, ‘die lui weten gewoon niks van paarden, we gaan naar huis’. Soms moest alles een week later weer allemaal brandschoon voor de volgende wedstrijd.

Het begin van een springcarrière

Tjeerd begon genoeg te krijgen van het schoonmaken en bedacht iets waaraan hij meer plezier kon beleven. Hij kondigde aan dat hij wilde wedstrijdspringen. De lichtelijk verbaasde Velstra besloot dat hij zijn zoon hiermee zou helpen maar dan op zijn manier.

Hij kocht een paard met de gewoonte regelmatig op het allerlaatste moment te weigeren. Daarbij was het zo een zenuwpees dat je ’s nachts een lichtje aan moest laten omdat er anders ’s morgens weinig meer van de stal over was. Ze hadden besloten dat het paard eerst maar eens een tijdje vrij moest hebben om tot rust te komen, dus hij werd een paar maanden het weiland in gestuurd.

Met wat oude sokken

De ruin raakte echter helemaal aan Tjeerd verknocht en ging voor hem door het vuur. Om Tjeerd er wat imposanter te laten uitzien, stopte zijn instructeur wat oude sokken aan de voorkant onder zijn jasje. Ze begonnen met de regionale wedstrijden, werden gekwalificeerd voor de landelijke kampioenschappen voor springen en dressuur en wonnen beiden.

Verhitte discussies

De samenwerking tussen vader en zoon liep niet altijd gemakkelijk en ze hadden verhitte discussies. Soms zou de volgende dag blijken, als het paard beter liep, dat Tjeerd gelijk had gehad. Toch moest hij regelmatig toegeven dat zijn vader met al zijn ervaring het toch bij het rechte eind had gehad en dat hij naar hem had moeten luisteren.

Ze kochten samen vele paarden, jonge en soms iets oudere, maar altijd met een of ander probleem waardoor ze goedkoop waren. Zij hadden er het plezier van en die paarden weer een toekomst.

Internationaal springen

De meeste springruiters zagen het nut van dressuur niet zo in, maar Tjeerd besteedde daar veel tijd aan. Hij hield ook van een bloedpaard en op de een of andere manier wist hij de ‘Deutsche Grundlichkeit’ te combineren met de lossere Engelse manier van rijden.

‘Je mag alles doen, maar neem liever geen harddravers.’

Hij ontwikkelde zich snel en brak door op het internationale circuit. Eerst naar het CHIO Rotterdam in 1959, waarna Hickstead met z’n houten barakken en dan nog Wiesbaden waar de stallen in een grote tent zaten. Vader Velstra huurde voor het vervoer een wagon waarin de paarden door een enkele houten plank van elkaar gescheiden waren. Ze reisden gedurende de nacht, zodat ze ’s morgens vroeg snel met de paarden door de stad naar het wedstrijdterrein konden wandelen. Tjeerd had de tijd van z’n leven, het reizen, de mooie hotels waar de internationale ruiters altijd ondergebracht werden en natuurlijk werd er ook wel degelijk goed feest gevierd, want dat konden die springruiters!

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Het werden tuigers

‘Je mag alles doen, maar neem liever geen harddravers.’ Dit heeft grootvader Velstra vlak voor zijn dood in 1918 tegen zijn zoon Ritske Velstra gezegd (Leeuwarder Courant 1968, artikel ‘Perfectionist Ritske Velstra). Dus het werden tuigers. Zijn kleinzoon, de Tjeerd Velstra die wij kenden, begon met zijn vader in de tuigpaarden, stapte over op de springsport, waarna het toch weer de mensport werd. En hoe!

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Een overzicht:

In 1956 Nederlands Kampioen eenspannen Hackney’s.
In 1962 en 1964 Nederlands Kampioen springen
In 1977, 1978, 1980, 1981, 1982,1984 en 1985 was hij Nederlands kampioen vierspan en in 1982 en 1986 wereldkampioen vierspan.
Van 1974 tot 1995 directeur van het Nederlands Hippisch Centrum Deurne.
2007 tot 2011 bondscoach Nederlandse menteams ponies en paarden.

Sprankelende dag

Toen ik vier jaar geleden na ons prachtige gesprek weer in m’n auto stapte, maakte Tjeerd zich klaar om nog een ommetje met zijn jonge Fries voor de koets te maken. Het was een sprankelende heldere dag in februari met een prachtig laagje sneeuw op de grond…

atjan hop blog liz barclay

In deel 1 van mijn blog over mijn ontmoeting met Atjan Hop heb je al kunnen lezen over de enorme liefde van deze paardenman voor het Lipizzaner paard. Hij bracht de hele geschiedenis van de Lipizzaner fokkerij in kaart en werd in 2012 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Atjan heeft echter absoluut geen oogkleppen op ten opzichte van de dressuurwereld van nu.

Alle soorten paarden

Ook al is de band met de Lipizzaner de rode draad door zijn leven, hij heeft altijd altijd van iedereen willen leren en geleerd. Daardoor traint hij nu fulltime en geeft hij les. Hij is in staat om met alle soorten paarden en ruiters te werken en eventuele problemen op te lossen. Aan hokjes denken heeft hij een hekel.

Wel moet hij een beetje lachen om de nieuwe ‘uitvindingen’  in de dressuur, zoals de ‘zweefdraf’. ‘Je kan niet zomaar een nieuwe knop op een paard zetten die nooit heeft bestaan zonder schade te berokkenen.’ Ook voor de zadels met ‘hulpstukken’ die nodig zijn om paarden uit te zitten die ‘flashy’ maar uit hun tempo gereden worden, trekt Atjan zijn wenkbrauwen op. ‘Voor een onafhankelijke zit moet je hard trainen, die krijg je niet door zo’n mega-wrong.’

Een bijzondere ontmoeting

Bij Atjan op stal aangekomen, zie ik onmiddelijk hoeveel liefde hij heeft voor zijn paarden. ‘Napje’ (Neapolitano Elvira), de Lipizzaner hengst die Atjan 24 jaar geleden als veulen van vier maanden oud kocht bij een grote Lipizzanerfokker in Schaijk, laat duidelijk horen dat hij weet dat de baas gearriveerd is. Ook de andere twee, zijn jonge Lipizzaner en de Spaanse hengst van zijn vrouw Yolanda, laten zich niet onbetuigd.

Ieder paard krijgt zijn eigen persoonlijke begroeting en het eerste dat me altijd weer opvalt aan dit soort paarden zijn de ogen. Vol adel met een zo trouwe en eerlijke uitstraling.

Atjan Hop

Met de lange teugels

Atjan verontschuldigt zich voor de staart van Nap. Ik zie er niks verkeerds aan, maar Atjan vindt hem niet schoon genoeg en hij had hem gisteren nog gewassen. Ik geloof misschien zelfs omdat ik zou komen.

Na een klein borstelbeurtje, de tijd begint te dringen, leidt Atjan zijn paard naar de manege voor een lichte training aan de lange teugel. Er wordt lang gestapt, zoals dat hoort, vooral met een ouder paard. Atjan legt uit hoe hij met de bolle en de holle kant speelt.

Als er iemand door de gang loopt die Atjan wat wil vragen, bied ik aan om zijn Nap even voor hem vast te houden. Voor ik het weet, loop ik achter de schimmel met de lange teugels in m’n handen. Hoho, dat was niet de bedoeling! Okee, ik zal m’n best doen, want  ik snap de holle en bolle kant dondersgoed en begin gelijk met goed de ruggengraat en nek in de gaten te houden.

Ik kom er al gauw achter dat, als je er zo achter loopt, het haast nog meer als stijldansen wordt dan wannneer je erop zit. Atjan moet lachen als hij weer terugkomt. Ik bak er blijkbaar niets van maar het was wel leuk!

Met elkaar vergroeid

Als Atjan de teugels weer overneemt, doet hij nog even een paar oefeningen met Nap. Zijwaarts, pirouetje naar links, pirouetje naar rechts en nog een beetje piaffe. Zo ontspannen en geroutineerd heb ik het nog nooit van dichtbij mogen aanschouwen. Het is een samenspel tussen twee levende wezens die zoveel tijd met elkaar hebben doorgebracht, dat ze als het ware vergroeid zijn. Anders kan ik het niet omschrijven.

Er zijn een aantal momenten waarop ik heel duidelijk weet waarom ik deze man zo graag wilde ontmoeten. Ik herken niet alleen de liefde voor het paard als dier, en niet een machine, maar ook de romantiek om dressuur meer als kunst te beschouwen en niet alleen maar als topsport. De ellenlange weg om het paard te leren begrijpen en die weg niet zo snel mogelijk te willen doorlopen omwille van het hogere doel, maar van het hele proces te genieten en ervan te leren.

Het is vertederend om het ‘gouwen draadje’, zoals hij dat zelf noemt, tussen zijn geliefde Napje en hem te aanschouwen. Iets waarvan hij hoopt dat hij het met zijn jonge Lipizzaner hengst nog weer een keer mag meemaken.

‘Ik ben zijn mens’

We rijden terug naar het station en ik vind het jammer dat er een einde aan deze bijzondere dag gaat komen. Als we uitgestapt zijn en ik m’n bagage heb gepakt, vraag ik: ‘Dus kan ik zeggen dat jij van paarden en van mensen houdt?’ ‘Ja’, hij denkt even na. ‘Ik hou inderdaad van paarden en van mensen.’ Weer zie ik de lichte verlegenheid van eerder die dag.

In de trein zit ik na te genieten terwijl Nederland in de namiddagzon nog eenmaal aan me voorbij trekt. Ik herinner me weer een mooie uitspraak van Atjan. ‘Hij is niet mijn paard, ik ben zijn mens.’

In Engeland kun je het woord ‘gentleman’ veranderen in twee woorden, namelijk ‘gentle man’. Ik geloof dat ik er vandaag eentje ontmoet heb.

Liz Barclay

Nog een paar wetenswaardigheden:

Atjan Hop en zijn vrouw Yolanda Rozier hebben een prachtige website: Baroque Consult.

De 24-jarige Lipizzaner hengst Neapolitano Elvira heeft als vader Neapolitano Capriola en als moeder Elvira. Dat geeft meteen aan hoe het stamboek werkt. Het eerste deel van de naam, Neapolitano, geeft aan welke lijn. Het tweede deel, Elvira, de moeder.

atjan hop blog liz barclay

 

atjan hop blog liz barclay
Foto: Marcel Knaapen

Hé, weer een like-je van Atjan Hop. Wie is dat? Maar eens even googlen. Oh, wauw, cool. Hij werkt met Lipizzaners.

Ff Maarten Appen. “Hoi, ken jij Atjan Hop?” “Jaa, Heul goed!” “Ik wou hem benaderen voor een blog, wat denk je?” “Vindt ie vast leuk.”

Berichtje naar Atjan: “Goeiemorgen, Atjan, ik blog voor de Hoefslag. Zou ik je mogen bezoeken voor een gesprek?”

Berichtje terug. “Tsjonge…blush.” “Ik vind je keuze om met Lipizzaners te werken zo bijzonder en daar zou ik graag over willen schrijven.” “Tsjonge…blush-part2.”

Er volgt een ontspannen en enthousiaste uitwisseling op messenger, wat sfeerbepalend is voor ons gesprek dat twee weken later plaatsvindt.

Energiek en gepassioneerd

De laatste dag voordat ik weer terug vlieg naar Engeland sta ik buiten het station in Leiden met al m’n bagage te zoeken naar een man in rijbroek. Dat is het enige herkenningspunt dat ik heb. En ja hoor, daar komt hij energiek aanlopen. Een vrij gedrongen man met een open gezicht en warme glimlach.

atjan hop blog liz barclay

In de auto op zoek naar een tentje voor ons gesprek is een vraagje voldoende om Atjan aan de praat te krijgen. Hij weet waarvoor ik kom en zijn passie en enthousiasme zorgen ervoor dat iets waar we zo’n tweeenhalf uur voor hadden uitgetrokken, grandioos uitloopt zonder dat we er erg in hebben.

Drang om te leren

Bij een kopje koffie in een sfeervol koffiehuisje vlakbij vervolgt Atjan zijn verhaal wat in eerste instantie klinkt zoals m’n eigen jeugd. Hoe hij, zonder dat er nou iemand in de familie echt paardengek was, zo heel graag pony wilde rijden en zijn weg vond naar de plaatselijke manege. Hij kon daar uren zitten luisteren naar de inspirerende vrouw die er de lessen gaf. Gek genoeg vertelde deze vrouw hem pas veel later dat ze nooit had begrepen hoe diep zijn verlangen was om een goed paardenman te worden.

Ik vraag aan Atjan: “Dus, ook al kom je zo enthousiast en extrovert over, als je naast je ‘meerdere’ zit, om het zo te zeggen, dan word je zomaar introvert vanuit die enorme drang om te leren?” “Ja…eigenlijk wel, ja.”
Verbeeld ik het me of zie ik haast een soort verlegenheid over zijn gezicht trekken?

Twee ansichtkaarten uit Wenen

Toen Atjan een jaar of vijf was bracht zijn tante twee ansichtkaarten voor hem mee uit Wenen van de Spaanse Rijschool. “Ik heb ze nog steeds, ik vond ze zo prachtig.” Misschien is zijn liefde voor dit bijzondere stoere paardje, de Lipizzaner, toen begonnen.

Alhoewel zijn ouders weinig van zijn paardenliefde begrepen, hebben zij hem wel altijd gesteund en zoveel mogelijk geholpen.

atjan hop blog liz barclay

Naast zijn lessen op de manege verraste zijn vader hem bijvoorbeeld zomaar met een reisje naar Wenen om het sprookje van de Lipizzaners met eigen ogen te aanschouwen. Atjan was toen een jaar of 17. “Zo gauw we naar binnen konden, zat ik daar dagen achtereen op het balkon van de rijzaal naar de training te kijken. Op de laatste dag reden er twee ruiters die mij daar weer zagen zitten. Een van hen was Oberbereiter Hans Riegler. Op een gegeven moment keek hij mij aan en knikte. Er was echt oogcontact. Dat is me altijd bijgebleven. Zo’n moment is een juweeltje.”

Met de zilveren rand

Toen Atjan een paar jaar eerder op Jumping Amsterdam bij de boekenstand van meneer Boogaard het boek met zilveren rand over de Lipizzaners zag liggen, gebeurde er ook zoiets. Naast meneer Boogaard stond de befaamde Lipizzanerman Jacques Pieterse over wie Atjan wel gehoord had en hij zag vanuit zijn ooghoek hoe meneer Boogaard meneer Pieterse een stoot met zijn elleboog gaf. Zo van: ‘moet je dat jong nou eens kijken’.

“Ik zag dat als jochie en het is me altijd bijgebleven. Jacques werd uiteindelijk mijn inspirator en een dierbare vriend.”

Iedere keer als Atjan zoiets vertelt, zie ik weer die haast vertederende verlegenheid. Hij wordt dan weer dat jongetje dat zo heel graag iets wilde, maar nog niet wist hoe.

Studie rechten

Atjan komt uit een familie waar het gewoon is om naar de universiteit te gaan en omdat hij het gymnasium doorvloog, vond vooral zijn moeder het een goed idee dat hij rechten ging studeren. “Tja, ik ben een gesjeesde student. Ik was er bijna en toen was ik opgebrand, het paste gewoon niet bij me. Achteraf gezien had ik geschiedenis moeten studeren, maar dan zei m’n moeder weer dat lesgeven toch niet echt wat was om je brood mee te verdienen.”

Hij kwam in de financiele wereld terecht, terwijl alle vrije uurtjes met trainen en lesgeven werden doorgebracht, maar besloot een aantal jaren geleden de knoop door te hakken en verdient sindsdien zijn brood als professioneel paardenman.

Trainen in Lipica

Weer terug naar zijn studententijd. Atjan wist in z’n vrije tijd voldoende bij te verdienen om twee of drie keer in het jaar voor een paar weken in Lipica te trainen waar hij zich de fijne kneepjes van de klassieke dressuur, zoals die met de Lipizzaners beoefend wordt, heeft eigen gemaakt. Dit onder toeziend oog van Ladi Fabris, destijds internationaal dressuurruiter en later FEI-jurylid en bondscoach voor de jeugd.

Vervolgens kreeg hij in Nederland les van Arie Schram, die hem onder andere punctueel leerde rijden. Van de Portugese leermeester Pedro de Almeida leerde hij de verfijning in de zwaardere oefeningen.

Een levenswerk

Zijn liefde voor de Lipizzaner bleef groeien, niet alleen als paardenman, maar ook als onderzoeker. Hoe langer hij met ze werkte, hoe meer hij over het verleden van dit paardenras wilde weten. Hij kocht alles aan boeken wat los en vast zat. Hij spitte langzaam maar zeker de hele geschiedenis, ook de geschiedenis van de fokkerij, door, wat hem langzaam maar zeker een specialist op dat gebied maakte.

Zelfs in Piber was er enorme waardering voor wat je haast een levenswerk zou kunnen noemen. De plek waar het belangrijkste deel van de fokkerij van de Lipizzaner zich heeft voltrokken, maar ook helaas door de Tweede wereldoorlog enorm veel verloor, heeft met de hulp van Atjan het fokprogramma voor de Lipizzaner weer in ere kunnen herstellen.

Secretaris van de fokcommissie

Achttien jaar lang was Atjan secretaris van de fokcommissie van de Internationale Lipizzanerfederatie (LIF).
Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Uiteindelijk bracht hij de hele geschiedenis van de Lipizzanerfokkerij in kaart heeft daarmee de schade wat betreft zijn interesse in geschiedenis wel ingelopen. In 2012 is Atjan benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn onderzoek in en inzet voor de fokkerij, fokkerijgeschiedenis en stamboekvoering van de Lipizzaner.

Lees later deze week het vervolg van het gesprek dat ik had met Atjan Hop.

Liz Barclay

liz barcaly blog

Zo’n tien jaar geleden ben ik begonnen met mijn blog op mijn eigen website. Ik had het gevoel dat ik iets te vertellen had.

Al twintig jaar lang had ik in Cornwall lesgegeven. Aan springruiters, eventruiters en de paar dressuurruiters die er in die tijd nog maar waren in dat gebied. Dressuur stond toen nog in de kinderschoenen, vooral in de afgelegen gebieden van het Verenigd Koninkrijk.

Inventief denken

De blogs kwamen voort uit een soort idealisme. Ik wist dat ik inmiddels te duur was geworden voor de gemiddelde ruiter, maar ik wilde die groep niet de informatie onthouden die ik gedurende mijn lessen gaf. Dus ik begon enthousiast met bloggen over wat je allemaal wel niet voor oefeningen met je paard kon doen om ‘m beter te maken door een beetje inventief te denken.
Wat bleek, ik was op mijn bescheiden manier een voorloper op waar nu, als ik niet oppas, m’n hele Facebook pagina van overloopt. Er wordt niet meer gefluisterd, nee, het is een kanonnade van informatie met heel veel bomen en nog meer bos.

Inmiddels was ik langzamerhand zowiezo overgestapt op meer persoonlijke verhalen, veelal gebaseerd op gebeurtenissen in de paardenwereld, of interviews met paardenmensen met, wat ik dacht, een interessant verhaal.

Verder in de nesten

Omdat ik nieuwsgierig genoeg ben, lees en kijk ik soms toch even naar wat al die andere probleemoplossers te vertellen hebben en dan schrik ik me soms rot. Vooropgesteld dat niet al die bloggers kwakzalvers zijn, er zitten echt goede paardenmensen tussen die heel veel weten, het kan allemaal zo verkeerd uitgelegd worden door een onschuldige ruiter die zich dan in z’n uppie alleen maar verder in de nesten werkt.

Groen paard

Een voorbeeld. Een leerling had een nieuw jong en groen Iers gefokt paard gekocht wat net zadelmak was gemaakt. Ze had op een website gekeken van een groep Amerikaanse dierenartsen. Hier werd gesproken over ‘long and low’. Hoe belangrijk dat was om bijvoorbeeld Kissing Spines te voorkomen. Ze wilde pas weer met lessen beginnen, zei ze, als ze wat verder met hem was.

Volledig verzuurd

Tot ik een brandtelefoontje kreeg. Hij wil niet meer vooruit! Na wat getrek (aan de ruiter, niet aan het paard!) kwam ik er snel achter dat dit paard vanaf het begin ongelofelijk achter het been was geweest en de ruiter met een weerstandbiedende hand het paard naar benenden had proberen te dwingen. Dit alles omdat ze zo bang voor Kissing Spines was geworden. Met als gevolg dat dit jonge, talentvolle paard, voor die ook maar een kans had gehad, in de bak volledig verzuurd was.

Mijn advies, ga maar buitenritten maken aan een contactteugel tot ie weer lol heeft in het leven. We zijn inmiddels een jaar verder en hij loopt in een mooi rhytme, oortjes naar voren, in de bak en bied ‘long and low’ zelf aan. Nu kunnen we verder!

Niet geschikt

Omdat ik het tijd vond voor een grote opruiming van m’n website, wat ouwe foto’s eruit en wat nieuwe erbij, ben ik een tijdje geleden ook weer even een paar van die eerste blogs gaan lezen. Wat bleek, tot m’n grote verbazing hoorde ik bij de groep die ik zelf veroordeelde. Ook ik had dingen geschreven die niet geschikt waren als informatie op digitaal papier.

Ik heb meteen al die verhalen met welgemeend advies over inventief rijden er uitgegooid. Wat werkt in een les als je er met je neus bovenop staat, en je bovendien kunt voorkomen dat het verkeerd wordt uitgelegd, hoeft niet perse te werken op papier. Hulpen zijn hulpen en alleen in een les kun je besluiten om het misschien eventjes ietsje anders te doen om resultaat te behalen.

Goede instructeur

Mijn conclusie? Als je beter wilt leren rijden, laad je paard in je trailer en ga naar een goede instructeur, zodat deze je kan helpen. En wil je wat lezen, vraag dan eens aan die goede instructeur wat je zou moeten lezen, namelijk, iets wat op dit moment bij jou en je paard past.
Dat kan een hoop verwarring voorkomen. Een boek wat ik zelf altijd aanraad, ‘Centered Riding’ van Sally Swift. Zij verstaat de kunst op de meest originele manier uit te leggen hoe je je zit en balans kunt verbeteren, een boek dat bij iedereen past, jong en oud, ervaren of onervaren. Begin bij jezelf.
En ik zal blijven schrijven. Over al die interessante mensen die ik zoal ontmoet.

Fijne feestdagen, allemaal!

liz barcaly blog

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

101,586FansLike
0VolgersVolg
6,998VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer