Tags Posts tagged with "behandeling"

behandeling

0 4029

Koliek betekent pijn in de buik. Er zijn dan ook legio mogelijke oorzaken. Sommige van deze oorzaken komen relatief meer voor bij het pasgeboren veulen. Maar welke? En hoe kun je zien of een veulen koliek heeft? Hoe kun je het voorkomen?

 

Verstopping van het laatste deel van de dikke darm met darmpek (meconiumobstipatie), een blaasruptuur, aangeboren afwijkingen waarbij een deel van het maag-darmkanaal ontbreekt of waarbij de juiste bezenuwing ontbreekt (witgeboren veulens). Allemaal zaken die de oorzaak kunnen zijn van koliek bij het veulen. Andere mogelijke oorzaken zijn bijvoorbeeld maag-darmzweren, darmontsteking of liggingsveranderingen (waarbij liggingsveranderingen van de dikke darm juist weer relatief minder vaak voorkomen dan bij volwassen paarden, omdat de dikke darm bij het melkdrinkend veulen nog in grootte en functie moet toenemen). Voorgaande problemen liggen in de buik. Maar ook algemene aandoeningen bij het pasgeboren veulen kunnen een negatieve invloed hebben op het functioneren van het maag-darmkanaal. Denk bijvoorbeeld aan een prematuur veulen, waarvan de darmpjes nog niet ‘rijp’ genoeg zijn om melk te kunnen verwerken. Ook door bijvoorbeeld bloedvergiftiging (sepsis, ook wel ‘het geel water’ genoemd) of ernstig zuurstofgebrek voor of tijdens de geboorte kan het maag-darmkanaal niet goed functioneren.

Hoe kun je zien of een veulen koliek heeft?

Koliek bij het veulen uit zich veelal door minder drinken en/of het drinken vroegtijdig te onderbreken, trippelen met de achterbenen, soms met een bolle rug een pershouding aannemen of bij hevige pijn (voortdurend) rollen of op de rug blijven liggen. Vaak is de buik in omvang toegenomen. De kolieksymptomen zijn wel min of meer afhankelijk van de oorzaak en de hoeveelheid pijn die hiermee gepaard gaat. Bijvoorbeeld een veulen met een darmpekverstopping (meestal nog geen 24 uur oud) kan tussen de periodes met buikpijn door goed attent zijn en nog bij de merrie drinken. Het staat vaak met de staart af en een bolle rug op het nog vastzittend darmpek te persen. Een oplettend eigenaar weet dat alleen ‘hopjesvla’ betekent dat alle darmpek er af is. Een ander voorbeeld, met ook een ander symptomenbeeld, is het veulen met een blaasruptuur. Hierbij worden symptomen als matige koliek en een toegenomen buikomvang meestal gezien met twee à drie dagen oud. Het lijkt iets meer bij hengstveulentjes voor te komen. De eigenaar heeft wellicht opgemerkt dat hij het veulen nog niet heeft zien plassen, of dat hij de urine heeft zien druppelen in plaats van een mooie volle straal. Het is echter niet zo dat veulens die normaal lijken te urineren, geen blaasruptuur hebben! Doordat de urine in de buik blijft staan worden hier afvalstoffen en zouten uit geresorbeerd die het veulen snel ziek maken. De concentraties van deze stoffen moeten eerst gecorrigeerd, voordat de blaas gerepareerd kan worden. Soms zijn de concentraties van deze zouten in het bloed zo afwijkend dat er hersensverschijnselen optreden. Als je een zo’n veulen voor het eerst ziet, zou je denken dat het probleem in de hersenen zit in plaats van in de buik. Een valkuil dus!

Maagzweren

Als een veulen ziek is, om welke reden dan ook, kan het van de pijn en stress gemakkelijk een maagzweer ontwikkelen. Afhankelijk van de ernst van de zweren kan dit variëren tot depressiviteit, minder frequent drinken, knarsetanden, schuim op de lippen tot heel hevige koliek met toegenomen buikomvang of zelfs buikvliesontsteking ten gevolge van een maagperforatie. Daarom is het een goede zaak om in geval van ziekte, pijn of stress maagzuurremmers te geven.

De diagnose

Zeker bij het pasgeboren veulen is informatie van de eigenaar erg belangrijk. De dierenarts wil weten hoe lang het veulen al koliek heeft, of alle darmpek al afgekomen is, of dat het veulen normaal kan plassen, of het nog drinkt bij de merrie, etcetera. Door klinisch onderzoek gaat de dierenarts na of het veulen nog in goede toestand is. Zo maakt hij een inschatting van de ernst van het probleem in de buik. Bij een veulen van nog géén dag oud, die in goede toestand verkeert, waarvan de eigenaar nog geen hopjesvla heeft gezien en dat terwijl het vaak staat te persen, is een darmpek (meconium) verstopping de meest waarschijnlijke oorzaak. Als de dierenarts met zijn vinger voor het bekken dan ook nog een harde prop voelt zitten, is de diagnose zo goed als rond. Vaak echter is het zo dat met één momentopname en de middelen die de dierenarts tot zijn beschikking heeft, het niet mogelijk is om tot een sluitende diagnose te komen. Als de koliek minder dan een paar uur bestaat en het veulen, afgezien van de pijn in de buik, in goede toestand is, kan de arts overwegen een darmverslapper en/of milde pijnstiller te geven. Hiermee moet het veulen dan vrijwel direct de oude zijn en mag de koliek niet terugkomen. Anders is nadere diagnostiek en behandeling nodig in een gespecialiseerde kliniek. Zijn er bij het eerste bezoek aanwijzingen dat de algemene toestand van het veulen aangedaan is (afwijkingen in temperatuur, hartslag, ademhaling, slijmvliezen), dan is de kans groot dat het probleem in de buik het hele veulen ziek maakt. Meestal is de koliekoorzaak dan ernstiger en kun je beter meteen met het veulen naar een paardenkliniek gaan.

Opereren

In geval van darmontsteking (diarree) of maag-darmzweren kan een operatie vaak weinig veranderen. Hierbij proberen we liever met medicijnen te behandelen. Een operatie is alleen aangewezen als er een reële kans bestaat dat de chirurg het probleem kan herstellen. Bijvoorbeeld bij liggingsveranderingen van de darm, zoals een invaginatie (instulping), een beknelde liesbreuk, een draaiing van het dunne darmpakket en een blaasruptuur. Verschillende onderzoeken kunnen helpen deze diagnose te stellen:

–           Door middel van het sonderen van de maag gaan we na of de maag niet overvuld is. Dit kan het gevolg zijn van een afsnoering van de darm of bij oudere veulens door een obstructie met spoelwormen of bij een maagprobleem zelf.

–           Door middel van bloedonderzoek controleren we de algemene toestand, eventueel kunnen we die corrigeren middels infusen. In het bloed kunnen aanwijzingen liggen voor ontsteking of urine in de buik.

–           Door middel van echografie van de buik bekijken we of er zich veel vrij vocht in de buik bevindt, of er darmdelen overvuld zijn en zo ja welke. Ook de blaas wordt bekeken.

–           Het buikvocht (verkregen door buikpunctie) kan aanwijzingen geven voor een afsnoering van een darmdeel of voor urine in de buik.

 

Een röntgenfoto van de buik van het veulen wordt zelden gebruikt. Met behulp van een echo kan namelijk een veel duidelijker en bewegend beeld van de darmen gemaakt worden.

Het opereren van veulens

In geval van een liggingsverandering van de darmen of blaasruptuur is chirurgie de enige optie. Dit gaat uiteraard gepaard met risico’s. Er is altijd een risico van de narcose, zeker als de algemene toestand al slecht is. Ook is er een kans dat er verklevingen ontstaan, deze kans lijkt iets groter te zijn bij jonge veulens dan bij volwassen paarden. In de dagen na de operatie is het altijd spannend of de darmen, die soms sterk opgerekt zijn geweest, weer op gang komen. En dan is er nog de buikwond die geïnfecteerd kan raken. Natuurlijk nemen de kansen van welke operatie dan ook toe, als we er zo vroeg mogelijk bij zijn. In bepaalde gevallen, zoals een beknelde lies- of navelbreuk of een slag in de darm, kan de tijd dat het darmdeel gedraaid of knel heeft gezeten een belangrijke rol spelen. Dit bepaalt namelijk of het betreffend darmdeel verwijderd moet worden en of de darm geopend dan wel opnieuw aan elkaar gezet moet worden. Dit heeft een belangrijke invloed op de duur en mogelijke complicaties van de operatie.

Het veulen kan na de operatie pas naar huis als het zelf kan drinken, goede mest heeft en er geen aanwijzingen voor buikvlies of buikwondontsteking zijn. Oftewel: alleen als het maag-darmkanaal functioneert naar behoren. Vanwege de buikwond moet het nog wel zes tot acht weken boxrust houden.

Voorkόmen

Veel van de mogelijke koliekoorzaken zijn niet direct te voorkomen. Voor iedere pasgeborene geldt dat het zich moet aanpassen aan het leven buiten de baarmoeder. Het is voor een ‘normaal’ geboren veulen al een hele opgave zelf zijn temperatuur, voeding en gasuitwisseling te regelen en dat terwijl het maar weinig reserve heeft. Bovendien moet het nu zichzelf beschermen tegen infectie, grotendeels door middel van de antistoffen opgenomen uit de biest. Als het veulen iets mankeert, wordt dit labiele evenwicht gemakkelijk verstoord en kan het veulen snel achteruitgaan. Voor de eigenaar is het dus belangrijk het pasgeboren veulen de eerste dagen intensief te volgen om, als er iets mis lijkt te zijn, zo snel mogelijk een dierenarts te waarschuwen. |

 

Tekst: Eric Leusink / Foto’s: DAP Wolvega

0 1056

Door beschadigingen aan het maagslijmvlies – die ontstaan doordat het evenwicht tussen de van maagzuurproductie en de bescherming van het maagslijmvlies is verstoord – kunnen maagzweren ontstaan. Elk type paard kan maagzweren krijgen; niet alleen racepaarden. Er bestaan verschillende oorzaken en diverse verschijningsvormen.

Een defect aan de maagwand kan resulteren in een maagzweer waarbij de ernst afhankelijk is van de grootte en diepte van de beschadiging en van de hoeveelheid beschadigingen. Maagzweren kunnen zich bevinden van de gehele maag tot in het eerste gedeelte van de darm aan toe. Ze komen vaker voor dan gedacht. Diverse onderzoeken tonen aan dat 93 procent van de volbloeden in training1, zestig procent  van de sportpaarden (dressuur-, eventing- en springpaarden) 2 en meer dan vijftig procent van de veulens2,3  in meer of mindere mate last heeft van maagzweren. Recent uitgevoerd onderzoek in Nederland gaf vergelijkbare cijfers voor sportpaarden.

Oorzaak

Stress, in welke vorm dan ook, kan ten grondslag liggen aan het ontstaan van maagzweren bij het paard. Er zijn vele oorzaken voor stress. Een aantal bewezen risicofactoren dat kan leiden tot maagbeschadigingen is: training en intensieve beweging, transport (vervoer), het spenen van een veulen, het inrijden van een jong dier, langdurig verblijf in de stal, het voerregime en algehele anesthesie (narcose). Andere risicofactoren waarvan nog niet is bewezen, maar waarvan wel wordt vermoed dat ze maagproblemen kunnen veroorzaken zijn: type dieet (koolhydraatrijke voeding), pijn, een onderliggende ziekte of algehele infectie, dracht, bepaalde medicijnen, erfelijkheid en een bacteriële infectie van het maagslijmvlies. Hoe meer risicofactoren, hoe groter de kans dat een maagzweer zich ontwikkelt.

Symptomen

De symptomen van een maagzweer zijn veelal vaag en zijn daardoor niet gemakkelijk te herkennen. Er bestaan geen ‘typische maagzweersymptomen’, waardoor het stellen van een diagnose niet eenvoudig is. Toch is er een aantal waarschuwingssignalen dat wijst op de aanwezigheid van een maagzweer, zoals bijvoorbeeld veranderingen in gedrag, afnemende prestaties, verminderde eetlust of langzamer eten, minder drinken, sloomheid, gewichtsverlies, een doffe vacht en/of regelmatig terugkerende koliek. Soms reageert een paard op het vastzetten van de singel. Veulens liggen vaak meer dan normaal – met name op de rug –, maar kunnen ook tandenknarsen, meer plassen, diarree hebben, sloom zijn en/of overvloedig speekselen. Er lijkt geen verband te bestaan tussen de klinische symptomen en de aanwezigheid, hoeveelheid of ernst van de maagbeschadigingen. Het is belangrijk contact op te nemen met een dierenarts als een paard één of meer van de voorgaande symptomen vertoont. Pijn als gevolg van maagzweren kan zich manifesteren als gedragsveranderingen, inspanningsintolerantie, een wisselende eetlust en soms koliek. Zowel chronische als acute maagbeschadigingen geven doorgaans pijnklachten. De intensiteit van de pijn lijkt echter zelden gecorreleerd aan de ernst van de maagbeschadiging: kleine zweren zijn soms extreem pijnlijk, terwijl grote maagzweren ook wel asymptomatisch aanwezig zijn.

 

Diagnose

De beste manier om maagzweren bij een paard te diagnosticeren is door middel van gastroscopie. Bij een gesedeerd paard (roesje) wordt een flexibele camerabuis via de neus en slokdarm ingebracht in de maag waarmee de gehele maagwand – vanaf de ingang aan het uiteinde van de slokdarm tot de uitgang richting de darmen – zichtbaar wordt. Middels deze relatief simpele techniek worden maagzweren aangetoond of uitgesloten. Na behandeling van een paard met medicijnen tegen maagzweren, dient de gastroscopie te worden herhaald. Alleen zo is het effect van de therapie goed te beoordelen. De maag van een paard dat eerder heeft geleden aan een maagzweer, dient bij ieder vermoeden van terugkeer van de aandoening gastroscopisch te worden beoordeeld.

Behandeling

Is er eenmaal een maagzweer ontstaan, dan is het vaak niet voldoende alleen de voer- en leefomstandigheden van een paard te optimaliseren. De dierenarts kan een medicinale behandeling instellen. Deze medicijnen blokkeren de maagzuurproductie waardoor de maaginhoud minder zuur wordt en daardoor minder irriteert op de slijmvliesbeschadigingen. Hierdoor kan de maagzweer herstellen en worden de ziektesymptomen effectief bestreden.

Preventie

De preventie van maagzweren is gebaseerd op het verminderen van de eerder genoemde risicofactoren die leiden tot stress bij het paard. Te denken valt aan een aantal eenvoudige maatregelen zoals meer contact tussen paarden onderling (op stal eventueel middels spiegels), onbeperkte toegang tot gras en/of hooi en aanpassing van het rantsoen (minder koolhydraten, vaker kleinere hoeveelheden). Daarnaast kan in sommige gevallen  preventieve medicatie uitkomst bieden. Raadpleeg bij twijfel altijd de dierenarts. |

Laat je paard geen pijn lijden!

De symptomen van maagzweren zijn bij een paard niet altijd duidelijk te herkennen, maar ze kunnen wel veel pijn veroorzaken. Gedragsproblemen, een wisselende eetlust, een afgenomen uithoudingsvermogen, buikproblemen en/of koliekklachten kunnen uitingen zijn van pijn bij het paard. Veulens kunnen na langdurige diarree en/of koliekklachten maagzweren ontwikkelen. Ernstige, perforerende maagzweren kunnen zelfs leiden tot de dood. Wellicht bekend is dat bepaalde medicijnen, zoals NSAID’s (ontstekingsremmers/pijnstillers) schade aan de maag kunnen geven. Het gebruik van maagbeschermende middelen bij het gebruik van deze medicijnen is daarom geen overbodige luxe!

Niet onderkend

Maagzweren bij het paard worden niet altijd onderkend omdat:

– Paarden weinig tot geen symptomen vertonen die wijzen op een maagzweer

– De symptomen van een maagzweer bij een paard veelal vaag en niet-specifiek zijn

– Nog steeds wordt gedacht dat maagzweren alleen bij racepaarden voorkomen

– Niet iedere dierenarts apparatuur voor een gastroscopie in huis heeft

– Het misverstand blijft bestaan dat een paard met een goede eetlust geen maagzweer kan hebben

Tekst: Diana van Houten en Marco de Bruijn / Foto’s: Holger Schupp / DAP Wolvega

0 4670

Ontstekingen van peesschedes zien we veel bij paarden. Een lichte vorm van deze aandoening hoeft geen problemen te geven, maar wanneer de verschijnselen verergeren is het zaak de blessure op tijd en goed te behandelen om onherstelbare schade te voorkomen.

Afgelopen voorjaar  werd er een mooi rijpaard aangeboden op de kliniek voor onderzoek. Volgend de eigenaresse was het paard kreupel aan het rechter achterbeen en zat er op dat been een bult. Ze vroeg zich terecht af of dat soms iets met de kreupelheid te maken had.

Toen we het paard goed bekeken, bleek het dier aan beide achterbenen, maar met name rechtsachter, een forse zwelling te hebben, net boven de kogel aan de achterzijde van het been. De zwelling was stevig, maar toch indrukbaar. Op de plek zelf was het been warm. Bij het monsteren bleek het paard inderdaad kreupel aan het betreffende been en na het uitvoeren van een buigproef van de ondervoet liep het dier erg pijnlijk weg.

De zwelling waar we het over hebben, werd veroorzaakt door een overvulling van de sesamschede, de tunnel waardoor de buigpezen achter de kogel geleid worden naar de ondervoet. Om te bevestigen dat de pijn inderdaad veroorzaakt werd door deze ontsteking heb ik verdovingsvloeistof in de peesschede gespoten waarna het paard niet meer kreupel liep.

Zoals iedereen met paarden ongetwijfeld weet, zijn de pezen een zeer belangrijk onderdeel van de paardenbenen. Ze brengen de kracht van de spieren over op het skelet en zorgen op deze manier voor de voortbeweging van het paard. Op iedere plaats waar het skelet van het paard een ‘hoek’ maakt, moeten de pezen in de eerste plaats op hun plaats worden gehouden. Daarnaast ze een soepele glijbaan te hebben om ongestoord hun functie te vervullen. Vergelijk in dit geval dat een hijsinstallatie een stuk gemakkelijker werkt met behulp van een katrol dan met een los touw over een paal geslagen.

De belangrijkste peesschedes vinden we bij het paard aan de achterzijde van de voorknie, de carpaalschede, en aan de achterzijde van het spronggewricht, de tarsaalschede. Daarnaast bevindt zich aan de achterzijde van de kogels de sesamschede. Tot slot hebben we helemaal onderin de voet nog de bursa podotrochlearis, ofwel de slijmbeurs van de hoefkatrol.  De pezen lopen op deze plaatsen door een tunnel. Om ze op hun plaats te houden zijn de peesschedes voorzien van ligamenta annulare; de ringbanden. Om het glijden van de pezen door de tunnel te vergemakkelijken is er in de peesschedes een dun laagje zeer visceuze vloeistof aanwezig, de zogenaamde synovia. Dit is een zelfde vloeistof als welke de gewrichten smeert. In dit artikel wil ik vooral de problemen rond de sesamschede bij het kootgewricht beschrijven.

Windgallen

Bij veel paarden zie je met name aan de achterbenen nog al eens zogenaamde windgallen. Dit is een eerste symptoom van peesschedeontsteking. Deze windgallen kunnen in principe geheel onschuldig zijn en verder symptoomloos voorkomen. Het probleem kan echter ook ontsporen en tot grote klinische problemen leiden.

Er kunnen meerdere oorzaken zijn voor het ontstaan van problemen in de peesschede. Chronische overbelasting komt voor, maar ook trauma van buitenaf kan leiden tot peesschedeontsteking. Met name rond de achterzijde van de kogel is het een ingewikkeld samenspel van sesambeentjes, buigpezen en steunbandjes. Een aandoening van elk van deze structuren kan leiden tot het in gang zetten van een vicieuze cirkel waarbij de ene beschadiging volgt op de andere. In de regel begint het met de productie van te veel synovia ten gevolge van bijvoorbeeld een letsel aan de oppervlakkige buigpees. Dit leidt vervolgens tot een verhoogde druk op de ringband. Dit alles leidt weer tot een mindere werking van de glijdfunctie van de peesschede waarop een verdere beschadiging van de pees kan optreden, waarna de hele cyclus weer van voren af aan begint.

Er zijn drie stadia van peesschedeontsteking te onderscheiden. Het eerste stadium is de symptoomloze symmetrische overvulling. Deze dikte is goed indrukbaar en het paard is niet kreupel. In het tweede stadium zien we dat de zwelling hard wordt, zowel onder als boven de kogel zichtbaar is en niet meer symmetrisch. Hierbij is het paard soms kreupel en heeft in de regel een positieve buigproef aan dat been. Het derde stadium kenmerkt zich door een forse harde zwelling waarbij de wand van de peesschede sterk verdikt is. De hoeveelheid vocht in de peesschede neemt dan vaak al af en er treden vergroeiingen op tussen pees en peesschede. Bovendien is er vaak sprake van sterk verdikte ringbanden. Het spreekt voor zich dat in het laatste geval de functie van de peesschede sterk beperkt wordt en dat er bijna altijd sprake is van kreupelheid.

Echo

Voor een goede inventarisatie van het probleem en om de primaire oorzaak vast te stellen is het noodzakelijk een uitgebreide echo van het betreffende gebied uit te voeren. We kijken dan naar de toestand van de buigpezen, de dikte en structuur van de ringband, de toestand van de diverse steunbandjes, de dikte van de wand van de peesschede en we beoordelen de toestand van het synoviaweefsel in het kapsel van de peesschede alsmede de eventuele verklevingen. Het maken van een aantal röntgenfoto’s om de toestand van de sesambeentjes  en de kogel vast te stellen is geen overbodige luxe om het plaatje compleet te maken.

Op grond van het uitgevoerde onderzoek gaan we bepalen wat er moet gebeuren om het paard weer rad te krijgen. In het eerste en tweede genoemde stadium van ontsteking proberen we met een injectie van een ontstekingsremmer in de peesschede het probleem de baas te worden. Naast injectie van ontstekingsremmers locaal kiezen we meestal ook voor een aantal dagen een pijnstiller/ontstekingsremmer via de mond te geven. Altijd moet de arbeid van het paard worden aangepast en spreken we een revalidatietraject af. Bovendien is het goed om het betreffende been te koelen en eventueel te smeren met een ontstekingsremmend middel. Paarden die worden aangeboden in het derde stadium of paarden die niet goed reageren op de medicinale behandeling komen in aanmerking voor een operatie.

De chirurgische behandeling van peeschedeproblemen gaat eigenlijk altijd via een kijkoperatie, in dit geval tenoscopie geheten. De voordelen van een kijkoperatie zijn groot vanwege de relatief kleine operatiesnedes die moeten worden gemaakt. In het geval van een tenoscopie is het nog beter mogelijk een inventarisatie van de afwijkingen te maken omdat niet altijd alles wat met het blote oog zichtbaar is met een echo of röntgenfoto te zien is. Middels de kijkoperatie wordt vervolgens zoveel mogelijk de verdikte wand van de peesschede schoongemaakt en overtollig synoviaal weefsel verwijderd. Verklevingen worden zo mogelijk losgemaakt en bijgewerkt. Het belangrijkste deel van de operatie is dat in bijna alle gevallen de ringband rond de peesschede van binnenuit wordt doorgesneden. Hiermee wordt er voor gezorgd dat er meer ruimte ontstaat in de peesschede, de glijdfunctie wordt hersteld en daarmee de vicieuze cirkel verbroken. De functie van de ringband gaat hiermee niet verloren omdat er vrij snel vergroeiing optreedt.

De kans op herstel na een operatie is heel redelijk zolang er geen peesproblemen ten grondslag liggen aan de peesschedeontsteking, in dat geval wordt de prognose een stuk minder. Een nadeel van de operatie is wel dat de kogel achterop in de regel iets dik blijft maar de functie van de peesschede kan evengoed prima herstellen.

Het paard waar we het artikel mee begonnen had een peesschedeontsteking in het tweede stadium. Redelijk hard gezwollen, maar toch indrukbare zwelling onder en boven de kogel. Op de echo en röntgenfoto werden geen grote afwijkingen gevonden behalve een sterk verdikte ringband. Na injectie van de peesschede knapte het paard snel op. Bij de controle twee na de behandeling leek het probleem grotendeels verdwenen. Controle na vier weken gaf te zien dat de zwelling grotendeels verdwenen was. Echter de ringband was nog even dik.

Het paard is na verloop van tijd rustig terug in het werk genomen, maar al gauw kwam het probleem terug. Door de verdikte ringband verdroeg de peesschede geen belasting en in overleg met de eigenaresse is het paard vervolgens geopereerd volgens de hierboven beschreven methode. Enkele weken terug is voor het laatst contact geweest over dit paard. Het laatste deel van het revalidatietraject is aangebroken en het laat zich tot nu toe prima aanzien. |

Tekst: Waling Haytema / Foto’s: DAP Wolvega

0 93

Hoeven waar stukjes afbrokkelen: ze bezorgen menig eigenaar hoofdbrekens. IJzers die niet vast blijven zitten aan de afbrokkelende voet, hoeven waar hele stukken afvallen… Het is een veelvoorkomende kwaal. Hoewel het misschien pietluttig klinkt, is het belangrijk te weten of het paard ‘gebrokkelde hoeven’ of ‘brokkelhoeven’ heeft. Bij de laatste categorie laten de hoornpijpjes van de hoef en de tussenhoornstof los van elkaar. Over de oorzaak zijn wetenschappers het nog niet helemaal eens, de behandeling is behoorlijk complex.

Dan hoefscheuren. Hoewel ze vaak door achterstallig onderhoud ontstaan, is dat lang niet altijd het geval. Overdag in een nattig weiland of paddock gevolgd door een nacht op stal in een box met vochtonttrekkende houtkrullen bezorgt menig paard hoefkloofjes. Gevolg: veel kleinere krimpscheurtjes waarbij de kans op een hoefzweer flink toeneemt. Dan zijn er nog ongedurige typetjes die met de benen tegen de staldeur schoppen en zichzelf daarbij een hoefbeschadiging bezorgen.

Het mag duidelijk zijn dat hoefsmeden heel wat hoeven voorbijkomen, met bijbehorende issues. In Hoefslag 2 besteden we aandacht aan de drie meest voorkomende hoefproblemen, de oorzaken ervan en de beste behandeling.

Hoefslag 2 is nu verkrijgbaar .

Foto: Jessica Pijlman

0 708

Maagzweren komen ook bij paarden voor en vaker dan je zou denken. Ongeveer de helft (!) van alle paarden heeft maagzweren en bij renpaarden ligt dit zelfs rond de 90%. Gapen, verminderde eetlust, gewichtsverlies, tandenknarsen, lichte koliekverschijnselen, verminderde prestaties, gapen en/of een slechte vacht kunnen verschijnselen zijn die duiden op de aanwezigheid van maagzweren bij het paard. Het is belangrijk om te weten hoe de paardenmaag werkt om te kunnen begrijpen wat maagzweren zijn en hoe ze ontstaan.

De paardenmaag is anders

Paarden hebben in vergelijking met andere dieren maar een kleine maaginhoud. Bij koeien heeft de maag bijvoorbeeld een bepaalde opslagcapaciteit. De maag van een paard dient echter als een soort doorgeefluik naar de darmen. Dit doorgeefleuk is constant in gebruik; het paard eet de hele dag door constant kleine beetjes. Het paard produceert 24 uur per dag maagzuur, ongeacht tijdstip, eetfrequentie en hoeveelheid voedsel (in tegenstelling tot mensen die pas maagzuur produceren als ze eten). Het maagzuur helpt het voedsel te verteren  en zorgt ervoor dat bacteriën e.d. niet kunnen overleven, waardoor infecties voorkomen kunnen worden. De maagwand wordt tegen het krachtige maagzuur beschermd door een gezonde slijmlaag. Eet het paard niet, dan komt er teveel maagzuur in het de maag, waardoor irritatie aan de maagwand kan ontstaan. Het slijmvlies van de paardenmaag is verdeeld in 2 delen. Het klierrijke onderste deel produceert o.a. het maagzuur en wordt beschermd door een slijmlaag. Het klierarme bovenste deel heeft slechts een dun laagje gladde cellen. In dit bovenste deel komen dan ook de meeste maagzweren voor. Speeksel en voedsel neutraliseren het maagzuur. Als het paard kauwt, met name op ruwvoer als hooi, lucerne, stro en kuil, wordt de aanmaak van speeksel gestimuleerd. Een paard in de natuur kan zo wel 40-60 liter speeksel per dag produceren. Het maagzuur heeft daardoor zelden kans om schadelijk te zijn.

Wat zijn maagzweren precies?

Als de maagzuurhuishouding uit evenwicht raakt, kan het maagslijmvlies beschadigd raken. Er ontstaat een beschadiging van/een wond in de maagwand. Dit wordt een maagzweer genoemd. Door het aanwezige maagzuur geneest zo’n wond slecht en kan groter en dieper worden. Een maagzweer kan erg pijnlijk zijn voor het paard en ook de oorzaak zijn van chronisch bloedverlies.

Het risico op maagzweren bij paarden wordt vergroot door:

  • Voedselopname
    Een maagzweer kan al in elke uren tot een paar dagen ontstaan als de voedselopname onregelmatig is (bijv. slechts enkele grote porties per dag, weinig ruwvoer, vasten).
  • Voeding
    Als het paard weinig ruwvoer kan eten, produceert het ook minder speeksel
  • Training
    Paarden die getraind worden (bijv. renpaarden) eten vaak tijdens de training enkele uren niet. Voeding en speeksel kunnen het maagzuur dan niet neutraliseren. Tijdens het presteren is er vaak ook een toegenomen druk in de maag, waardoor het maagzuur omhoog geduwd wordt en het klierarme deel van de maag kan beschadigen.
  • Stress
    Dit veroorzaakt een verlaging van de bloedtoevoer naar de maag. De maagwand wordt hierdoor minder gevoed en gevoeliger voor maagzuur.
  • Medicijnen
    Als bepaalde medicijnen langdurig of in te hoge doseringen worden gegeven kunnen maagzweren ontstaan.

Symptomen

Deze zijn vaak zeer uiteenlopend en kunnen daardoor ook op andere problemen duiden!

  • Vermindering eetlust
  • Vermagering
  • Doffe vacht
  • Vermindering prestaties
  • Gapen
  • Lichte koliekverschijnselen
  • Tandenknarsen
  • Diarree

Diagnose en behandeling

Alleen met behulp van een maagscopie is het mogelijk om te bepalen of het paard maagzweren heeft. De dierenarts brengt hierbij een slang met camera (endoscoop) via de neus in de maag. Hij of zij kan zo de slokdarm, binnenkant maag en het eerste deel van de dunne darm inspecteren. Als de symptomen al duidelijk aanwezig zijn, bevinden maagzweren zich vaak al in een verder gevorderd stadium en zijn daardoor moeilijker te behandelen. Neem bij twijfel over de symptomen dan ook altijd contact op met je dierenarts.

Wil je meer weten over de behandeling  van maagzweren en hoe je ze kunt voorkomen?
Lees dan hier het volledige artikel over Maagzweren bij paarden op Paardenarts.nl.

Meer over de auteur:
Iris van Gulik (paardenarts en auteur bij Paardenarts.nl): “In mei 2008 ben ik in Utrecht afgestudeerd als Erkend Paardendierenarts. Tijdens mijn studie heb ik veel stage gelopen in verschillende paardenklinieken in Nederland, Amerika en Nieuw-Zeeland. Ook heb ik twee jaar deel uitgemaakt van de Veulenbrigade, opvang van zieke en te vroeg geboren veulens. Na mijn studie ben ik meteen als paardendierenarts aan de slag gegaan bij Dierenkliniek Hellendoorn-Nijverdal en daar werk ik nog steeds met veel plezier. In 2009 ben ik naar Kentucky (Rood&Riddle, grootste paardenkliniek van de wereld) en Florida geweest om stage te lopen. In 2010 naar een paardenkliniek in Texas. Ik vind het erg leuk om op deze manier mijn kennis te verbreden en te zien wat er allemaal mogelijk is met betrekking tot behandeling van paarden. Mijn persoonlijke interesse binnen het werk gaat uit naar de interne geneeskunde (waarbij zieke pasgeboren veulens een speciaal plekje verdienen), kreupelheidonderzoek (vooral echografie), embryotransplantatie, wond behandeling en oogproblemen.”

De Hoefslag publiceert wekelijks een actueel artikel van Paardenarts.nl; het onafhankelijke platform voor paardenhouders en paardenartsen waar men (betrouwbare) informatie over paardengezondheid en -welzijn kan vinden. Paardenarts.nl schrijft in samenwerking met paardenartsen en specialisten veterinaire artikelen. Naast de Veterinaire Kennisbank biedt Paardenarts.nl handige tools voor paardenhouders zoals de Paardenarts Locator en de Ent-herinnering. Via een nieuwsbrief en Facebook blijft men op de hoogte van nieuwe en seizoensgerelateerde artikelen.  

0 83

Paarden met artrose hebben mogelijk baat bij algentherapie. Artrose is een pijnlijke ziekte die kan leiden tot afbraak van gewrichtsweefsel (gewrichtsslijtage). Dit kan kreupelheid en andere pijnen veroorzaken. ‘Er is een grote diversiteit aan medicamenten en behandelingen voor paarden met artrose, waaronder ontstekingremmers en corticosteroïden die direct in de gewrichten worden gespoten. Hoewel sommige behandelmethodes de pijn tijdelijk kunnen verminderen, is er geen genezing mogelijk bij artrose.

Een behandeling met blauwgroene algen zou verlichting kunnen brengen, blijkt uit onderzoek. Wetenschappers aan de universiteit van Alabama onderzochten 41 atletische paarden die kreupelheid door artrose vertoonden. De paarden werden behandeld met een commerciaal product dat C-phycocyanin, een proteïne dat ook in blauwgroene alg voorkomt, terwijl een controlegroep een placebo kreeg toegediend. Tussendoor werden de paarden diverse keren onderzocht. Hoewel de kreupelheid bij de c-phycocyanin-groep niet drastisch verbeterde, gingen deze paarden toch wel vooruit. Na verloop van tijd kon de dosis eveneens gegeven corticosteroïde eveneens worden verlaagd, waarna de paarden die c-phycocyanin kregen toegediend, minder pijn leken te hebben. Het onderzoek gaat verder, waarbij de onderzoekers zich richten op het toedienen van verschillende hoeveelheden c-phycocyanin over diverse tijdperiodes.

Hoefslag/Equinews

0 3137

Bij paarden met artrose is er sprake van gewrichtsslijtage, waardoor het kraakbeen en de gewrichtsvloeistof worden aangetast. Artrose is in een gevorderd stadia vaak pijnlijk voor het paard. Het kan in het hele lichaam voorkomen, maar de meest voorkomende plaatsen zijn de benen en de hals. Artrose is een chronische degeneratieve aandoening en kan niet worden genezen. Het vorderen van de aandoening kan echter wel geremd worden.

Oorzaken van artrose

Binnen een gewricht functioneren kraakbeen en gewrichtsvloeistof als scharniermiddelen. Kraakbeen zorgt voor een glad gewrichtsoppervlak en kan vervormen waardoor het schokken kan absorberen. De dunne laag gewrichtsvloeistof zorgt er onder andere voor dat het gewricht kan bewegen met weinig wrijving. Verder heeft ieder deel van het gewrichtsoppervlak zo zijn eigen belastingskarakteristiek. In de eerste maanden na de geboorte past het weefsel zich aan onder invloed van de verschillende soorten belasting waaraan het wordt blootgesteld. Dit proces wordt functionele adaptie genoemd. Na deze periode liggen de eigenschappen van het kraakbeen vast. Als de belasting van het kraakbeen op latere leeftijd hier dusdanig vanaf afwijkt, dan kan het kraakbeen beschadigen. Deze schade ligt ten grondslag aan de ontwikkeling van artrose.

De belangrijkste oorzaken van artrose zijn:

Symptomen van artrose

Artrose kan op verschillende plaatsen in het paardenlichaam voorkomen, waardoor er ook verschillende symptomen te onderscheiden zijn, bijvoorbeeld:

  • – Onregelmatig lopen, (start)stijfheid en later (aanhoudende) kreupelheid (artrose in de benen)
  • – moeite om hals te strekken en te buigen (artrose in de hals)
  • – moeilijkheden met kauwen of scheef of aan één kant kauwen van eten (artrose in de kaak)

Diagnose & behandeling

Raadpleeg bij een stijf of onregelmatig/kreupel lopend paard altijd je dierenarts! Om artrose bij het paard te kunnen vaststellen, kan de dierenarts verschillende onderzoeken uitvoeren. Röntgenonderzoek is echter noodzakelijk om de uiteindelijke diagnose te stellen. Laten de röntgenfoto’s veranderingen in de botstructuur zien, dan betekent dit in veel gevallen artrose.

Meer weten over de anatomie van een gewricht met artrose, diagnose, behandeling, prognose en preventie van artrose? Lees hier het volledige artikel Artrose bij paarden op Paardenarts.nl 

Meer over de auteur:
Mark van Manen (paardenarts en auteur bij Paardenarts.nl): “Sinds Januari 2010 ben ik dierenarts bij Paardenkliniek Wapenveld. In 2002 ben ik begonnen met de studie Diergeneeskunde aan de Universiteit van Utrecht; na een algemene opleiding tot allround dierenarts ben ik uiteindelijk afgestudeerd als erkend paardenarts. Tijdens mijn studie heb ik bijna twee jaar onderzoek gedaan naar de invloed van hoofd/halshouding op het ontstaan van blessures aan de halswervelkolom. Naast de algemene geneeskunde en fertiliteitbegeleiding van het paard hebben hoofd-, gebit, hals- en rugproblemen mijn speciale interesse.”

De Hoefslag publiceert wekelijks een actueel artikel van Paardenarts.nl; het onafhankelijke platform voor paardenhouders en paardenartsen waar men (betrouwbare) informatie over paardengezondheid en -welzijn kan vinden. Paardenarts.nl schrijft in samenwerking met paardenartsen en specialisten veterinaire artikelen. Naast de Veterinaire Kennisbank biedt Paardenarts.nl handige tools voor paardenhouders zoals de Paardenarts Locator en de Ent-herinnering. Via een nieuwsbrief en Facebook blijft men op de hoogte van nieuwe en seizoensgerelateerde artikelen.  

0 52

Dagenlang moesten ze lopen om deel te nemen aan de jaarlijkse show van de Gambia Horse and Donkey Trust. Het evenement biedt eigenaren de kans om aan te tonen dat hun werkdieren er goed uit kunnen zien, ondanks dat ze hard moeten werken in een land dat te lijden heeft van tropische ziektes, armoede en voedseltekorten. De show werd bijgewoond door hoogwaardigheidsbekleders en in heel Gambia op de tv uitgezonden.

Initiator Anna Saillet van de Trust: ‘Het houden van paarden, ezels en muilezels is moeilijk in een land als Gambia en de eigenaren verdienen grote erkenning omdat ze ondanks de condities hun dieren gezond kunnen houden. Zonder hun dieren kunnen de mensen niet overleven. Ze zien dat gezonde dieren belangrijk zijn en hun houding ten opzichte van hun dieren is aan het veranderen.’

De dieren werden beoordeeld op conditie en behandeling door de eigenaren. Het was de zevende keer dat de wedstrijd gehouden werd en ook dit jaar was de kwaliteit weer gestegen en deden er meer dieren mee, tweehonderd. Trust-directeur: ‘In het eerste jaar dat de wedstrijd gehouden werd, was het moeilijk om een winnaar aan te wijzen, omdat zoveel dieren er slecht uitzagen. Dat dit aan het veranderen is, is voor een deel te danken aan educatieve programma’s voor kinderen en volwassenen hoe je je dier goed moet verzorgen.’

Twaalf jaar geleden begon de Trust met haar missie om de gezondheid, het welzijn en de productiviteit van werkdieren  in Gambia te verhogen en sinds die tijd is er veel vooruitgang geboekt. Er werd een paardenhospitaal gebouwd in het centrale rivierengebied en er zijn plannen voor een tweede centrum, waarbij zal worden samengewerkt met de universiteit van Gambia. Ook hier zullen voorlichting en training worden gegeven.

De trust werd in 2002 opgericht door Heather Armstrong en haar inmiddels overleden zus Stella Brewer Marsden. Een gezond werkpaard, muildier of ezel kan het inkomen van een gezin verhogen met 500 procent, dus door het welzijn van het dier te verhogen kunnen zijn eigenaren hun eigen leven verbeteren.

Klik hier voor foto’s van de winnaars.

Horsetalk/Hoefslag

0 179

Paarden, pony’s en ezels die er heel goed uitzien en dik lijken te worden van lucht, zouden een insulineresistentie (I.R.) of het Equine Metabool Syndroom (E.M.S.) kunnen hebben. Deze ziekten komen de laatste jaren steeds vaker voor. De betreffende dieren krijgen minder voer dan hun collega’s die (zo ongeveer) dezelfde energiebehoefte hebben, maar worden veel dikker. Hoe dat kan? Veel van de paarden die snel dik worden hebben een ‘afwijkende’ stofwisseling, die veroorzaakt wordt door de insulineresistentie. Als deze insulineresistentie niet onderkend en effectief behandeld wordt, kan het onder andere hoefbevangenheid en E.M.S. tot gevolg hebben. Beide ziektes zijn een gevolg van een verkeerde balans tussen energiegift en energiebehoefte.

Wat is insulineresistentie?

Insulineresistentie is een stofwisselingsstoornis. Het hormoon insuline, dat gemaakt wordt door de alvleesklier, is heel belangrijk voor de suikerstofwisseling en zorgt normaal gesproken voor een bijna constant glucosegehalte in het bloed en een goede verdeling van voedingsstoffen in het lichaam. Als een gezond paard eet, worden de voedingsstoffen door de darmwand afgegeven aan de bloedbaan. De insulineconcentratie in het bloed stijgt dan. Insuline zorgt ervoor dat suiker uit het bloed wordt opgenomen door spier- en vetcellen. Daarnaast remt insuline de suikerproductie door de lever. Insuline zorgt door deze processen voor een verlaging van de bloedsuikerconcentratie na opname van voedsel.

De spiercellen van paarden met insulineresistentie nemen pas glucose op als de insulineconcentratie ongewoon hoog is. Het gevolg daarvan is dat ook het bloedglucose na een maaltijd lang te hoog blijft. De alvleesklier maakt langer en meer insuline aan om te proberen de overmaat aan glucose zo snel mogelijk op te laten nemen door de spieren. De overmaat aan glucose in het bloed wordt door de lever omgezet in vetten die verdeeld worden over het vetweefsel in het lichaam.

I.R.-patiënten hebben veel te lang een hoog insulinegehalte in het bloed, wat een ongezonde situatie is voor veel organen. De dieren worden onder andere gevoelig voor de zeer gevreesde hoefbevangenheid en/of kunnen het zogenaamde Equine Metabool Syndroom (E.M.S.) krijgen.

Ontstaan van I.R.

Insulineresistentie komt voor bij ziekten als PPID (voorheen ziekte van Cushing genoemd) en bij een bepaalde tumor aan de eierstokken, maar is tegenwoordig zeer vaak het gevolg van een langdurige disbalans van voeding en arbeid van het dier. Een aantal rassen is ook duidelijk gevoeliger: de Shetland-, Welsh- en New Forestpony’s, de Haflinger, de Tinker, het Belgisch koudbloed, de Fries maar ook ezels hebben veel meer aanleg voor I.R. Deze “easy keepers” hebben een enorme eetbehoefte en hebben een veel efficiëntere stofwisseling dan andere warmbloedrassen.

Hoe herken ik een paard met I.R.?

De waarschijnlijkheidsdiagnose is vaak op het oog te stellen door het typische uiterlijk van het paard (een dikke en stevige manenkam met vetophopingen op de rug en de billen) en het bijbehorende verhaal; een paard dat dik wordt, zelfs als het weinig eten krijgt. Daarnaast zie je vaak dat de gevreesde complicatie hoefbevangenheid al is opgetreden. De dierenarts herkent dit beeld als geen ander en kan hierbij helpen. Bij minder opvallende symptomen is het doen van bloedonderzoek zinvol.

Equine Metabool Syndroom

Bij paarden met het Equine Metabool Syndroom heeft de overmatige opname van voeding niet alleen geleid tot een grote hoeveelheid vetweefsel en insulineresistentie. Paarden met E.M.S. hebben vaak óók een verstoorde vetstofwisseling en er is sprake van een complexe hormonale disbalans. De hormonale disbalans ontstaat op twee verschillende manieren:

  • Bij het indirecte mechanisme dat leidt tot hormonale disbalans worden extra hormonen gemaakt in het kader van een ontsteking. Door de druk die ontstaat in het overvulde vetweefsel (denk aan de harde manenkam) sterft het vetweefsel af. Hierdoor ontstaat een (steriele) ontsteking en waarbij hormonen worden geproduceerd die I.R versterken en de kwaliteit van de bloedvaten in het hele lichaam verminderen.
  • Bij het directe mechanisme dat leidt tot hormonale disbalans moeten we het vetweefsel zien als natuurlijke producent van een groot scala aan hormonen. Bij dieren met veel vetweefsel worden relatief grotere hoeveelheden van deze hormonen geproduceerd. Over de effecten van déze hormonale disbalans is bij dieren nog niet veel bekend. Bij te dikke mensen leidt het tot bloeddrukverhoging, ontstekingen, aderverkalking en óók weer, een verminderde gevoeligheid voor insuline .
Hoe herken ik een paard met E.M.S.?

De diagnose wordt gesteld op grond van de verschijnselen, een test op insulineresistentie en een bepaling van het triglyceridengehalte in het bloed. Het vet kan over en in het gehele lichaam verdeeld zijn maar ook heel plaatselijk opgehoopt zijn meestal in de nek- en bilregio. Om de voedingsconditie van paarden enigszins objectief te beoordelen kan je gebruik maken van een scoresysteem zoals de Sanequi Body Condition Score, een scoresysteem dat aangeeft hoe vet of hoe mager een paard is.

Behandeling

Helaas bestaat er geen medicijn voor I.R. en E.M.S. Naast de behandeling van een eventuele hoefbevangenheid is het belangrijk de voeding drastisch aan te passen en het dier geleidelijk af te laten vallen. Omdat deze therapie echt een lange termijnplanning is, je paard gek is op eten en het heel moeilijk is ze nog minder te geven, vergt dit van de verzorger een ijzeren discipline. Zolang het paard (nog) niet hoefbevangen is, heb je de meeste kans van slagen, dus wacht niet!. I.R. en E.M.S zijn gevolgen van een disbalans tussen voeding en voederbehoefte. Als een paard eenmaal aan een van deze ziekten lijdt is het belangrijk om in samenspraak met je dierenarts een gezonde revalidatie te realiseren.

Meer weten? Lees hier het volledige artikel Insulineresistentie en Equine Metabool Syndroom op Paardenarts.nl 

Meer over de auteurs:
Jessica Bakker en Floor Bernard (paardenartsen en auteurs bij Paardenarts.nl) zijn beide gepassioneerde, erkende paardenartsen en paardentandartsen. Zij hebben in 2013 een mobiele praktijk opgezet waarbij complete en hoogwaardige veterinaire zorg wordt geleverd. Jessica en Floor willen door hun manier van kijken, werken en voorlichting geven een substantiële bijdrage leveren aan het welzijn en de gezondheid van paarden, pony’s en ezels: “Hierdoor hopen wij dat onze klanten meer en langer plezier hebben van hun Happy Athlete, weidemaatje of zoals het oneerbiedig genoemd wordt, hun recreatiepaard!”

De Hoefslag publiceert wekelijks een actueel artikel van Paardenarts.nl; het onafhankelijke platform voor paardenhouders en paardenartsen waar men (betrouwbare) informatie over paardengezondheid en -welzijn kan vinden. Paardenarts.nl schrijft in samenwerking met paardenartsen en specialisten veterinaire artikelen. Naast de Veterinaire Kennisbank biedt Paardenarts.nl handige tools voor paardenhouders zoals de Paardenarts Locator en de Ent-herinnering. Via een nieuwsbrief en Facebook blijft men op de hoogte van nieuwe en seizoensgerelateerde artikelen.  

0 4324

Schimmelinfecties zijn een veelvoorkomende oorzaak van huidaandoeningen bij het paard. Schimmels zijn vaak sterker dan bacteriën of virussen en kunnen overleven zonder daadwerkelijk op het paard te zitten. Schimmelinfecties worden ook wel phytose, ringschurft of ringworm genoemd. Hoe ontstaan schimmelinfecties? Wat zijn de ziekteverschijnselen? Hoe wordt de diagnose gesteld en hoe kun je schimmelinfecties behandelen en voorkomen?

Oorzaken en ziekteverschijnselen

Schimmels gedijen goed in de herfst- en winterperiode vanwege het vochtige klimaat. Schimmelinfecties zie je vaak op de plek van het zadel, hoofdstel of het tuig omdat de huid daar vaak vochtig is door zweet en het harnachement altijd een beetje over de huid schuurt. Paarden met onvoldoende afweer en jonge dieren zijn het meest vatbaar voor schimmelinfecties. De incubatietijd (de tijd die verstrijkt tussen de besmetting en de eerste klinische symptomen) van een schimmelinfectie is circa één tot vijf weken en is te herkennen aan kleine schilferige ronde bultjes in de huid met opstaande haren en korstjes. Na de besmetting ontstaat een ronde verdikking in de huid waarbij de haren vaak uitvallen. De plekken hebben een grijswitte kleur en veroorzaken doorgaans geen jeuk bij het paard.

Huidschimmels zijn besmettelijk en overdraagbaar door direct contact tussen paard, mens en andere huisdieren. Besmetting kan ook indirect plaatsvinden via borstels, voerbakken, tuigen, zadels e.d. In stallen of op maneges is het daarom een lastige taak om schimmelinfecties uit te bannen.

Diagnose en behandeling van huidschimmels

Vanwege de besmettelijkheid voor mens en dier en de conditie van het paard is het noodzakelijk paarden voor de schimmelinfectie te behandelen. De diagnose van een schimmelinfectie is meestal duidelijk te stellen. Je dierenarts kan een monster van haren en korsten nemen en onderzoeken in het laboratorium en je adviseren over behandeling met schimmeldodende middelen, reiniging van de omgeving van het paard en de mogelijkheid tot vaccinatie.

Meer weten? Lees hier het volledige artikel Huidschimmels bij paarden op Paardenarts.nl 

Meer over de auteur:
Mark van Manen (paardenarts en auteur bij Paardenarts.nl): ‘Sinds Januari 2010 ben ik dierenarts bij Paardenkliniek Wapenveld. In 2002 ben ik begonnen met de studie Diergeneeskunde aan de Universiteit van Utrecht; na een algemene opleiding tot allround dierenarts ben ik uiteindelijk afgestudeerd als erkend paardenarts. Tijdens mijn studie heb ik bijna twee jaar onderzoek gedaan naar de invloed van hoofd/halshouding op het ontstaan van blessures aan de halswervelkolom. Naast de algemene geneeskunde en fertiliteitbegeleiding van het paard hebben hoofd-, gebit, hals- en rugproblemen mijn speciale interesse.’

De Hoefslag publiceert wekelijks een actueel artikel van Paardenarts.nl; het onafhankelijke platform voor paardenhouders en paardenartsen waar men (betrouwbare) informatie over paardengezondheid en -welzijn kan vinden. Paardenarts.nl schrijft in samenwerking met paardenartsen en specialisten veterinaire artikelen. Naast de Veterinaire Kennisbank biedt Paardenarts.nl handige tools voor paardenhouders zoals de Paardenarts Locator en de Ent-herinnering. Via een nieuwsbrief en Facebook blijft men op de hoogte van nieuwe en seizoensgerelateerde artikelen.  

 

Volg ons!

102,688FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer