Tags Posts tagged with "Bastiaan de Recht"

Bastiaan de Recht

0 2605
bastiaan de recht
© DigiShots

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. In deze aflevering hebben we het over de ontwikkeling van de galop. Hoe doe je dat en behoud je sprong juist bij de verzamelde oefeningen?

Na in de vorige delen gesproken te hebben over de hulpen en werken aan het horizontale evenwicht, kwam de verbetering van de stap en de draf aan de orde.  ‘Net als bij het verbeteren van de draf, is het voor de ontwikkeling van de galop ook van belang dat je veel schakelt. Dat wil zeggen overgangen rijden en tempowisselingen maken, waarbij het paard nageeflijk blijft. Lees dan ook nog eens deel 7 door van deze instructieve serie.

Wil je meer sprong, waarbij het paard de borstkas meer lift, maak dan juist overgangen van stap naar galop. Hierbij moet je tijdens de overgang wel iets doordrijven, zodat de eerste sprongen meteen actief zijn. Doe je dit niet dan blijft het paard te veel ‘hangen’ in de galop, terwijl je juist afzet wilt vanaf de eerste sprong. Maar er zijn nog meer oefeningen om de galop expressiever te krijgen.’

Onwijs verbeteren

‘Net als in de draf wil je een korter frame en een grotere paslengte. Met de volgende oefening kun je de galopsprong onwijs verbeteren. Rijd eens een arbeidspirouette. Hierbij zet je de achterhand, op een volte van circa 12 tot 15 meter, naar binnen net zoals bij een travers. Rijd vervolgens uit deze arbeidspirouette recht naar voren in een midden- of uitgestrekte galop.’

In de contragalop zal het paard automatisch meer gedragen galopperen.

‘Een andere fijne oefening is de contragalop. In de contragalop zal het paard automatisch meer gedragen galopperen en moet het meer sprong maken. Mits uiteraard het paard niet versnelt, vertraagt of scheef gaat. In de hoeken van de contragalop moet het paard met de voorhand om de achterhand springen en krijg je dus vanzelf meer sprong en gedragenheid.’

Sprintje

‘Veel dressuurruiters doen het niet, maar wil je de galop écht verbeteren, is af en toe een sprintje trekken erg goed. Als ik tijdens een buitenrit eens flink heb gegaloppeerd, dan voel ik dan de dagen erna een galop die tien keer beter is. De galopsprongen zijn veel groter en met meer ruggebruik.’

galop buitenrit

Heb je moeite met de buiging in deze oefening, kun je de volte openen en sluiten.

‘Als je paard in de verzamelde galop geen zuivere drietakt meer heeft, maar overgaat in een viertakt galop, dan zet het zich vast in de rug en/of hals. Rijd weer naar voren en geef de hals wat lengte. Gymnastiseer het paard en werk aan de souplesse. Een goede oefening hierbij zijn de galopappuyementen. Heb je moeite met de buiging in deze oefening, kun je de volte openen en sluiten. Bij het openen oftewel als je gaat wijken, kun je dit niet te scherp opzij doen. Een zuivere takt gaat altijd voor de verzameling. Werk hier dus eerst aan voordat je weer gaat verzamelen.’

Natuurlijke scheefheid

‘In de galop heeft het paard meestal een natuurlijke scheefheid. Het paard zal vaak iets met zijn achterbenen naar binnen galopperen. Het is dan van belang de voorhand voor de achterhand te plaatsen middels het rijden van schouder voor of licht schouderbinnenwaarts. Doe dit door met de buitenteugel tegen de hals de schouders iets naar binnen te plaatsen. Daarbij activeer je het binnenachterbeen van het paard door met je binnenbeen te drijven.’

In de volgende delen van deze instructieve serie worden verschillende dressuuroefeningen behandeld. Te beginnen met het wijken voor de kuit. Houd de Hoefslag facebookpagina en de website dus goed in de gaten!

Tekst: Carlijn de Boer

Foto’s: DigiShots en Remco Veurink

0 694
lippizaner

Bastiaan de Recht is met zijn Lipizzaner-ruin Siglavy Bonavia woensdag te zien in het actualiteitenprogramma Tijd voor MAX bij Omroep Max. De uitzending begint om 17.10 uur op NPO1.

De Recht komt met Siglavy Bonavia uit in de Lichte Tour. De ruiter is volgende maand ook te zien in het voorprogramma van de ‘Spanische Hofreitschule’ in Ahoy’ Rotterdam.

Tijd voor MAX wordt gepresenteerd door Martine van Os en Sybrand Niessen. Deze week wordt het programma live uitgezonden vanuit een openluchtstudio in Blokzijl.

Foto: Shutterstock

 

 

Stap
Verruimen in de stap. Thamar Zweistra - Hexagons Denzel CDI Zeeland Outdoor 2016 © DigiShots

 

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. Na de vorige keer de teugel- en beenhulpen en de combinatie van beide in de vorm van het rijden van overgangen en het ontwikkelen van het horizontale evenwicht te hebben behandeld, gaan we nu verder met de stap. Hoe verbeter je en wat zijn de valkuilen?

Het verbeteren van de stap

‘In de stap kennen we maar weinig oefeningen, het verruimen, verzamelen en de keertwending. Toch is de stap een belangrijk onderdeel van een proef en telt de verruiming bijvoorbeeld vaak dubbel. Hoe verbeter je de stap van je paard en wat zijn de valkuilen.’

Stap
Dit Friese paard gereden door Diederik van Silfhout toont de ‘v’ in zijn stap. Een teken dat de stap tactzuiver is.

Zuiver

‘Het belangrijkste in de stap is de zuivere takt. De stap moet in een viertakt gereden worden waarbij het voorbeen en het achterbeen aan één zijde telkens een V vormen. Is de stap geen viertakt of vormt zich geen V dan, dan zie je vaak dat het paard lateraal gaat. Hierbij gaat het linkervoorbeen tegelijkertijd met het linkerachterbeen naar voren. Dit gebeurt ook aan de rechterzijde. Een paard dat niet taktzuiver loopt zet veelal de rug vast. Vaak ontstaat dit als de ruiter het paard gaat verzamelen. Om de takt te herstellen kun je het paard dus wat meer halslengte geven. Ook kun je wijkend stappen om de takt te herstellen. Op deze manier laat het paard de rug gemakkelijker los.’

stap
Het zuiver houden en ontwikkelen van de stap blijft belangrijk tot op het hoogste niveau. Hier Adelinde Cornelissen met Parzival.

Verruimen

‘Bij het verruimen van de stap heeft het paard lengte in het frame nodig. De draf kun je gemakkelijk verruimen terwijl het paard kort blijft in de hoofd-halshouding oftwel het frame. In de stap is dit niet zo. Het verlengen van het frame en vergroten van de paslengte gaan samen. Verleng eerst het frame van het paard door het met je been naar je hand toe te rijden, zie ook deel 5 onder het kopje ” Hoe?’ punt 2. Wil het paard de hand volgen dan kun je de paslengte vergroten met je beenhulp. Volg daarbij de passen van je paard wel goed met je zit.’

Het water in

‘Wil je paard, ondanks dat het je hand wel volgt en je goede been- en zithulpen geeft, nog niet voldoende de stap verruimen? Dan kun je wederom het paard laten wijken om zo het lichaam op te rekken. Of gebruik maken van balken, waar je paard overheen moet stappen. Leg de balken op zo’n afstand dat het paard echt even zich moet strekken om erover heen te stappen. Ook aquatraining kan de stap verbeteren. De beste aquatraining vind je in een waterbak of door in het zeewater te stappen.’

Keertwending om de achterhand
Keertwending om de achterhand Foto: Remco Veurink

Keertwending

‘Eén van de moeilijkste oefeningen is de keertwending in stap. Je moet niet alleen controle hebben over het tempo, maar ook over de positie van de hals zowel verticaal als horizontaal, schouder oftewel voorhand als achterhand. Heel ingewikkeld dus. Begin met het aanleren van de keertwending met een volte van tien meter, waarbij je het paard zowel in schouderbinnenwaarts als in travers laat stappen. Hiermee train je de controle over voorhand en achterhand. Als dit goed gaat, zet je een keertwending schouder voor in, waarbij je daarna de voorhand om de achterhand rijdt en de achterhand met je buitenbeen begrenst. Je binnenbeen zorgt voor het ritme in de stap en het optillen van het binnenachterbeen, oftewel het spilbeen. Lukt een kleine keertwending nog niet? Zorg er dan eerst voor dat je weer schouderbinnenwaarst en travers op de volte kunt rijden in het juiste ritme.’

Volgende keer: de draf

In het volgende deel van deze instructieve serie wordt de draf behandeld. Hoe maak je van een arbeidsdraf een draf met meer expressie en afdruk? Houd de Hoefslag facebookpagina en de website dus goed in de gaten!

Bastiaan de Recht
Bastiaan de Recht aan het werk met één van zijn paarden.

Tekst: Carlijn de Boer
Foto’s : Remco Veurink / Digishots

horizontaal evenwicht
Horizontaal evenwicht © DigiShots

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. Na de vorige keer de teugel- en beenhulpen en de combinatie van beide in de vorm van het rijden van overgangen te hebben behandeld, gaan we nu verder met het ontwikkelen van horizontaal evenwicht (deel 5 van 12).

Ruiter op de rug

‘Van nature draagt het paard 3/5 van zijn lichaamsgewicht op de voorhand en 2/5 op de achterhand. Dit heet het natuurlijk evenwicht. Hier kan het paard prima mee functioneren, zolang er geen ruiter op zijn rug zit. In de voorhand staan de botten in verhouding rechter op elkaar dan in de achterhand. Van nature zijn deze benen dan ook meer gemaakt om te dragen.’

Indien het bekken kantelt, zal het achterbeen automatisch meer onder kunnen treden.

Waarom?

‘Zodra wij als sportruiter, maar ook als recreatieve ruiter, op een paard gaan zitten en lang plezier willen hebben van onze viervoeter, is het van belang dat het paard zijn rug gaat bollen. Doet het paard dit niet zal het met een doorgezakte rug lopen, wat blessures in de hand kan werken. Met het bollen ontstaat opwaartse draagkracht, waarmee het paard de ruiter kan dragen. Het bollen van de rug en dus de opwaartse draagkracht, komt tot stond door het buigen van de hals, het optrekken van de borstkas en het aanspannen van de buikspieren. Deze buikspieren zitten vast aan het bekken en zorgen ervoor dat deze kan kantelen. Indien het bekken kantelt, zal het achterbeen automatisch meer onder kunnen treden. Dit komt omdat het achterbeen vast zit aan het bekken. Door het onderbrengen van de achterhand richting het zwaartepunt, wordt tevens het borstbeen gelift. Het paard zal van een natuurlijk evenwicht in een het horizontale evenwicht komen (50%-50%). Werk je hierin verder door en laat je de achterhand nog meer onder treden dan kan een paard uiteindelijk zijn voorhand zo liften dat het een pirouette kan draaien of zelfs kan piafferen. Maar in eerste instantie werken we dus aan het horizontale evenwicht, zodat het paard de ruiter op een juiste manier kan dragen.’

Horizontaal evenwicht
Je paard ontwikkelen van het natuurlijke evenwicht naar het horizontale evenwicht (foto: Digishots)

 

Piaffe
Uiteindelijk kan vanuit het horizontale evenwicht het paard nog verder doorontwikkeld worden, waardoor hij nog meer gewicht op de achterhand neemt. Op de foto: piaffe (foto: Remco Veurink)

Hoe?

‘Het achterbeen is veel meer gehoekt en kan door middel van spiertraining gestimuleerd worden om verder onder te treden. Je kunt pas beginnen met het werken aan het horizontale evenwicht als het paard goed aan de hulpen staat en je dus gemakkelijk correcte overgangen en tempowisselingen kunt rijden. Om in het horizontaal evenwicht te komen, zijn de volgende voorwaarden essentieel:

1) Het paard moet eerst aan het been zijn (zie ook deel 3 van deze serie) om de buikspieren aan te kunnen spannen.

2) Het paard moet nageeflijk over de rug lopen. Dat wil zeggen als je een teugelhulp geeft moet het paard ontspannen in nek- en kaakgewricht (zie ook deel 2 van deze serie). Zodra het paard dit doet, ontspan je met je hand en sta je toe. Je brengt hierbij je hand iets naar voren, waarop het paard de hand met zijn neus naar voren en naar beneden moet volgen. Het paard loopt nu over de rug, mits het wel aan het been is. Zakt het paard niet ver genoeg met de hals, laat het dan eerst in de positie waarin het loopt nageven en sta vervolgens toe.

Het aanspannen van de opwaartse boog gebeurt dus zowel aan de achterkant, beenhulpen, als aan de voorkant, teugelhulpen.’

Het lukt niet….

‘Lukt het niet om je paard in een horizontaal evenwicht te rijden of wil je dit nog meer verbeteren, dan kun je gaan schakelen. Oftewel tempowisselingen rijden. Je verruimt en verkort hierbij de passen van je paard, meestal in de draf of galop. Zorg dat het paard hierbij aan de hulpen is (zie tevens deel 2, 3 en 4). Als je naar voren rijdt, verruimt, dan is het belangrijk dat het paard niet duikt of juist tegen de hand komt, maar in balans blijft. Duikt het paard, stel het dan wat hoger in voordat je verruimt. Komt het paard juist tegen de hand, stel het dan eerst iets ronder in. Ook bij het opvangen moet het paard met zijn hoofd-halshouding in balans blijven. Is dit niet het geval dan brengt het paard de achterhand nog steeds niet voldoende onder de massa.’

In galop

‘Een andere goede oefening voor het liften van de schoft en het onderbrengen van de achterhand is het aanspringen in galop. Dan voel je als ruiter dat het paard zich lift aan de voorkant. Maak overgangen tussen draf en galop, waarbij je natuurlijk er wel weer op let dat het paard aan de voorkant niet duikt of tegen de hand is. Maar ook in de galop zelf kun je tempowisselingen rijden. Denk er wel om dat je het paard niet te kort maakt in de hals. De hals van een paard is de balanceerstok en moet hij kunnen gebruiken om met de schoft omhoog te kunnen lopen.’

Welke oefening zorgt er nog meer voor dat het paard de achterhand onderbrengt en de schoft lift? Juist ja, het achterwaarts.

Achterwaarts!

‘Welke oefening zorgt er nog meer voor dat het paard de achterhand onderbrengt en de schoft lift? Juist ja, het achterwaarts. Tenzij deze oefening natuurlijk wel goed wordt uitgevoerd. Het achterwaarts moet met impuls, diagonaalsgewijs en nageeflijk gereden worden. Gaat het paard niet diagonaals gewijs, slepend of zonder impuls achterwaarts? Herstel dan de impuls door een paar keer directe overgangen tussen halthouden en draf te maken. Houd het paard hierbij nageeflijk, ook tijdens het achterwaarts. Om je paard achterwaarts te leren gaan of als het paard geblokkeerd staat als je achterwaarts wil. Laat het dan eerst eens bijna volledig opzij stappen voor de druk van één been, dus heel scherp wijken. Zowel naar links als naar rechts of doe alleen de achterhand naar links en rechts. Gaat dat goed, vang het paard dan een beetje op, totdat het zijwaarts achterwaarts gaat. Vergeet niet elk pasje achterwaarts goed te belonen. Dat het paard nu eerst nog zijwaarts achterwaarts gaat, komt later wel goed. Eerst moet het snappen dat het achterwaarts kan. Ook kun je je instructeur vragen het paard op de borst te drukken tegelijkertijd met jouw hulpen voor het achterwaarts; je verlicht je ziet iets en vangt het paard op. Koppel hier ook een stemhulp aan vast. Het paard moet het eerst begrijpen.’

Schijn bedriegt

‘Een paard dat zijn hoofd hoog draagt, is niet meteen ook een paard dat met zijn schoft omhoog loopt. Een paard met een hoge hoofd-halshouding, kan nog steeds met een weggedrukte schoft en/of rug lopen, als de achterhand nog niet voldoende onder treedt. Andersom gebruikt een paard met een lage hoofd-halshouding niet per se zijn rug als het de achterhand niet onderbrengt. Kijk dus goed naar het hele plaatje en of het paard met zijn schoft omhoog loopt.’

Volgende aflevering

In de volgende delen van deze instructieve serie komen de stap, draf en galop aan de orde. Hoe kun je deze gangen verbeteren en wat zijn de valkuilen? Houd de Hoefslag facebookpagina en de website dus goed in de gaten!

Bastiaan de Recht
Bastiaan de Recht aan het werk met één van zijn paarden.

Tekst: Carlijn de Boer

 

 

 

 

0 3289
Everdale
Everdale, de vader van Jara, hier onder Charlotte Fry (foto: DigiShots)

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. Na de vorige keer de teugel- en beenhulpen te hebben behandeld dan nu de combinatie van beide in de vorm van overgangen rijden.

Overgangen en tempowisselingen

Je hebt overgangen, zoals het woord al zegt waarbij je overgaat van de ene in de andere gang, dus bijvoorbeeld van stap naar draf. En je hebt tempowisselingen, waarbij je van tempo wisselt binnen een bepaalde gang, bijvoorbeeld van arbeidsdraf naar middendraf.  

Overgangen rijden
Tempowisselingen rijden  bestaan uit het wegrijden en het terugrijden (foto)

Waarom?

‘Beide hebben uiteindelijk als doel het paard te activeren, ook voor het been van de ruiter; te laten verzamelen oftewel meer gewicht over te laten nemen door de achterhand of het paard beter over de rug te laten lopen. Maar in eerste instantie zijn overgangen en tempowisselingen voor de meeste ruiters ter controle van het paard. Dus of het paard gehoorzaam is aan de hulpen en of de ruiter kan bepalen in welke gang of tempo het paard loopt.

Voorbereiden

‘Je hoort het vaak genoeg ‘bereid die overgang nu eens voor’. Maar in hoeverre moet je een overgang voorbereiden? Doe je dit oeverloos dan zal het paard leren om niet snel te reageren. Bereid je helemaal niet voor, dan overval je het paard. Geef je de hulpen voor je overgang één keer met een kleine hulp aan en laat het paard het dan zelf doen. Bij geen reactie geef dan een corrigerende krachtigere hulp eventueel ondersteund met spoor, zweep of stem.

Problemen en oplossingen

Bij overgangen maar ook bij tempowisselingen kan er veel goed gaan, maar zie je ook vaak uitdagingen die vragen om de juiste aanpak van de ruiter. Onderstaand de meest voorkomende problemen met de bijbehorende oplossingen.

  1. Langer worden
    ‘Meestal wil het paard in een overgang langer worden, zodat het de achterhand niet te veel onder zijn lichaam hoeft te plaatsen en juist op de voorhand kan blijven lopen. Om te voorkomen dat het paard langer in de hals wordt, kun je weer werken met kleine ophoudingen (zie deel 2) en hou je zo het frame kort. Wil een paard tijdens de overgang naar de galop langer worden of gooit het juist zijn hoofd omhoog, stel het dan van te voren iets ronder in en laat het paard tijdens de overgang iets wijken voor je binnenbeen.’
  2. Impulsverlies
    ‘Valt je paard heel erg terug bij een overgang vanuit draf naar stap of vanuit galop naar draf, controleer dan of de overgang gereden en niet getrokken is. Dat wil zeggen een overgang waarbij de ruiter alleen maar aan de teugels trekt, zorgt ervoor dat de impuls (voorwaartse drang) in de nieuwe gang ook weg is. Rijd het paard terug naar de nieuwe overgang door kleine ophoudingen en laat het paard zelf de overgang maken. Vanuit de galop naar de draf, kun je ook een beetje contrastelling vragen, zodat je het paard uit balans haalt en eerder naar de draf valt. Vergeet ook niet in de nieuwe gang te rijden. Als de nadruk te veel licht op stoppen van de oude gang en niet op het beginnen van de nieuwe gang, zal het paard ook te veel terug komen.’
  3. Huppeltje
    ‘Maakt je paard een huppeltje in de overgang van stap naar draf, druk het dan eens in de overgang opzij voor je binnenbeen. Door te wijken tijdens de overgang, activeer je de achterbenen van het paard meer en kun je een huppeltje voorkomen. Sowieso is het goed om in zijgangen ook overgangen en tempowisselingen te rijden voor de gehoorzaamheid en verzameling.’
  4. Verkeerde galop
    ‘Springt je paard steeds aan in de ‘verkeerde’ galop, ofwel de contragalop, probeer dan eens met contrastelling aan te springen. Op deze manier geef je de binnenschouder meer ruimte om verder naar voren te kunnen komen en dus in de goede galop aan te springen. Springt je paard toch telkens aan in de contragalop. Galoppeer dan door, verander van hand, neem het terug naar de draf, verander weer van hand en probeer het opnieuw. Dit lukt niet in één keer, maar blijf het herhalen totdat het paard wel een keer goed aanspringt. Zo laat je het paard zelf ondervinden welke galop gemakkelijker is om goed in balans te blijven.’
  5. Lateraal
    ‘Een laterale stap, waarbij de viertakt verloren gaat, zie je nog al eens bij een overgang terug van uit draf of galop. Geef het paard juist wat halslengte in de stap en laat het rustig stappen, door zelf even te ontspannen.’

Volgende aflevering

Heb je het rijden van overgangen en tempowisselingen aardig onder de knie, dan kun je verder werken aan het horizontale evenwicht. Hierbij neemt het paard meer van zijn gewicht over op de achterhand. Ben je benieuwd hoe je dit horizontale evenwicht verder kunt ontwikkelen? Houd dan de Hoefslag facebookpagina en de website goed in de gaten!

Bastiaan de Recht
Bastiaan de Recht aan het werk met één van zijn paarden.

 

Carlijn de Boer voor dehoefslag.nl, overname zonder toestemming én bronvermelding niet toegestaan.

0 5533
Aan het been
Aan het been

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. Na de vorige keer de teugelvoering en -hulpen te hebben behandeld dan nu de beenhulpen en het paard voor het been maken.

 

Goede beenhulpen

‘Wil je het paard voor het been maken, dan zijn goede beenhulpen belangrijk. Maar nog belangrijker is om niet te blijven knijpen, duwen of schoppen. Gebruik dan je beenhulp in combinatie met een zweep- en stemhulp!’

Ondersteunend of corrigerend?

‘Wat zijn goede beenhulpen? Als je druk geeft met twee benen, moet het paard voorwaarts gaan. Dat is leuk, maar wat als hij toch niet naar voren gaat? Geef dan kleine duidelijke schopjes met je been, waarop het paard een schrikreactie geeft. Stop met het geven van de beenhulp als het paard voorwaarts gaat. Reageert het paard niet of onvoldoende, vul deze hulp dan aan met een hulp van je sporen of zweep. Maar dus ook met je stem. Longeren is daarom ook heel goed om te doen. Zo leert het paard een verband te leggen tussen een zweep- en een stemhulp, waar je tijdens het rijden weer gebruik van kunt maken. Een beenhulp moet niet onderhoudend zijn, maar alleen corrigerend. Dat wil zeggen, het paard moet niet blijven lopen, doordat het iedere pas een beenhulp krijgt. Integendeel, je geeft je beenhulp, waarop het paard voorwaarts gaat en vervolgens doe je niets. Pas als het paard langzamer gaat, geef je weer een beenhulp.’

Beenhulp
Afhangend been, dat niets doet. Pas als je voorwaarts wilt, geef je een beenhulp.

Tegenwerkende hulpen

‘Gaat het paard nog niet voorwaarts ondanks dat je de juiste beenhulpen geeft, controleer dan even het volgende. Houd je het paard niet tegen met je teugel? Onbedoeld wordt er tijdens het geven van beenhulpen nog wel eens getrokken aan de teugels. Klem je niet met je bovenbenen? Als een ruiter klemt met zijn bovenbenen zal het paard hierop terug komen. Er zit eigenlijk een soort knijper op zijn rug. Is je bovenlichaam te veel naar voren? Ook dan zal het paard meestal reageren door langzamer te gaan.’

Zijwaarts

‘Bij oefeningen waarbij het paard zijwaarts moet gaan, geef je een beenhulp met alleen je binnenbeen. Tenzij er buiging in tegenovergestelde richting wordt gevraagd, zoals bijvoorbeeld bij een travers of appuyement. Dan zorgt het andere been voor de buiging. Een zijwaartse beenhulp geef je hetzelfde zoals hierboven beschreven, maar dan met één been. Als je bijvoorbeeld wilt wijken in draf, maar dit niet lukt. Ga dan eerst even terug naar de stap en oefen het zijwaarts gaan in deze gang.’

Goede plek

‘Wat is nu de goede plek voor het geven van beenhulpen? Als je voorwaarts wil gaan, geef je met twee benen een hulp dicht bij de singel. Wil je het paard meer verzamelen, dan moet het zijn buikspieren aanspannen en wordt de beenhulp veelal meer naar achteren gegeven. Let er wel op als de beenhulp te ver naar achteren wordt gegeven, bestaat het risico dat het bovenlichaam van de ruiter te ver naar voren komt en het paard juist wordt afgeremd.’

Voor het been rijden
Aan het been

Tip

‘Een stillere beenligging krijg je niet voor elkaar door gespannen te proberen je benen zo stil mogelijk te houden. Een stil been begint met een ontspannen ruiterlichaam en een been dat om het paard heen hangt. Probeer juist ontspannen mee te bewegen met het paard, zodat je benen stil zijn ten opzichte van het lichaam van het paard. En blijf consequent met je beenhulpen!’

Overgangen rijden

Ben je benieuwd hoe je het paard nog beter voor het been kunt krijgen? Lees dan het volgende onderwerp dat gaat over overgangen rijden. Hierin worden ook oplossingen voor de meest voorkomen problemen bij diverse overgangen besproken. Houd de Hoefslag facebookpagina en de website dus goed in de gaten!

Bastiaan de Recht
Bastiaan de Recht aan het werk met één van zijn paarden.

Carlijn de Boer voor dehoefslag.nl, overname zonder toestemming en bronvermelding is niet toegestaan

Foto’s: Remco Veurink en Jennifer fotografie

 

0 218

Het managementteam van de Spaanse Rijschool in Wenen is herbenoemd. Algemeen directeur Elisabeth Gürtler en manager Erwin Klissenbauer die de leiding van de rijschool hebben sinds 2007 zullen hun werk nog eens vijf jaar voortzetten. Dit werd donderdag aangekondigd door het Oostenrijkse ministerie van landbouw via een persbericht.

Oostenrijkse identiteit

Minister Andrä Rupprechter benadrukte dat Gürtler en Klissenbauer aanzienlijk hebben bijgedragen aan de toekomstgerichte ontwikkeling van de rijschool. De Spaanse Rijschool is een onderdeel van de Oostenrijkse identiteit en een wereldberoemde ambassadeur van de cultuurgeschiedenis. Ze feliciteert het team met de herbenoeming en kijkt uit naar verdere samenwerking.

Voorzitter Johann Marihart verklaarde met de herbenoeming de succesvolle koers van de afgelopen jaren te willen bevestigen. Met de verlenging van de eind december aflopende mandaten van de stelde de Raad van Bestuur de continuïteit in het leiderschap zeker. Dit zou voor de rijschool het behoud zijn van de klassieke rijkunst voor de toekomst zonder de economische randvoorwaarden uit het oog te verliezen.

Oudste ter wereld

Tijdens de UNESCO conferentie in 2015 in Namibië werd besloten de Spaanse Rijschool toe te voegen aan de UNESCO werelderfgoedlijst van immateriële cultureel erfgoed. De Spaanse Rijschool in Wenen is de oudste rijschool ter wereld. De klassieke rijkunst wordt er al 450 jaar lang beoefend.

Dressuurliefhebbers kunnen van 27 t/m 29 oktober hun hart ruimschoots ophalen in Rotterdam Ahoy. Dan geven de beroemde witte Lipizzaners van de Spaanse Rijschool uit Wenen drie voorstellingen. In het voorprogramma is Bastiaan de Recht te zien die het publiek gaat laten genieten van werken aan de lange teugel. Hierbij zal zijn 16-jarige lusitano ruin Uxeque das Rosas alle hogeschool oefeningen uitvoeren die ook onder het zadel worden gereden.

Bron: Pferderevue

Foto: Stefan Seelig

0 5978
teugelvoering
Teugelvoering. Foto: Remco Veurink

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. In het eerste deel hebben we het opstappen uitgelicht. Nu de volgende stap; hoe houd ik mijn teugels vast en hoe geef ik de juiste teugelhulpen.

Trensteugel

‘Waarom houden we eigenlijk de trensteugel vast tussen ringvinger en pink? Als je je handen rechtop draagt met je duim bovenop en je buigt pols, waarbij je je duim voorover naar beneden duwt, ontstaat er een hefboom. Hierdoor trek je aan de teugel en kun je dus een teugelhulp geven. Mits je uiteraard de teugel wel vast blijft houden door de teugel die door je hand loopt, vast te klemmen tussen je wijsvinger en duim. Houd je hand gesloten, maar niet krampachtig. Dan kun je niet goed de mond van het paard en zijn reacties voelen.’

Teugelvoering
© DigiShots

 

Stang en trens

‘Met een stang- en trenshoofdstel heb je uiteraard te maken met twee teugels. Eentje van de trens en eentje van de stang. Hoe deze teugels worden vast gehouden heeft veelal te maken met de persoonlijke voorkeur van de ruiter. Vaak zie je dat ruiters gewend zijn een teugel vast te hebben onder de ringvinger langs en dat de tweede teugel dan onder de pink langs loopt. Hierbij loopt de stangteugel bij de ringvinger en de trensteugel onder de pink langs. Als je dan de hefboom uitvoert, komt er eerst druk op de trens en later pas op de stang. In de praktijk blijkt echter dat de trensteugel onder de pink langs meestal door slibt en het paard hoofdzakelijk op de stang gereden wordt. Daarbij is de ruiter gewend een trensteugel onder de ringvinger te hebben lopen en daar zit nu de stangteugel; de inwerking kan daardoor nog al eens grover zijn dan bedoeld. Een oplossing hiervoor is om de trensteugel toch, zoals ook bij een trenshoofdstel, onder de ringvinger door te laten lopen en de stangteugel onder de pink langs. Als door de hefboom de inwerking van de stang hierdoor te groot is, kan de stangteugel ook tussen de middelvinger en ringvinger door.’

teugelvoering
Teugelvoering stang en trens. Foto: Remco Veurink

Symmetrisch

‘Heb je de teugels op de juiste wijze vast, is het vervolgens belangrijk dat je je handen symmetrisch houd. Je beide handen moeten even ver van je navel zijn, even hoog gehouden worden en op dezelfde afstand van de hals. Hoe breed je je handen houd, is afhankelijk van hoe breed jouw schouders zijn. Bij een smal persoon zullen de teugels dichter langs de hals lopen dan bij een breder persoon. Hoe hoog je je handen houd, hangt af van hoe de hals van het paard is ingesteld. Bij een paard dat de hals strekt, zijn je handen lager, dan bij een paard dat in verzameling loopt. In principe houd je je handen een handbreedte boven de schoft.’

Teugelhulpen

‘Zowel bij teugel- als bij beenhulpen geldt, je geeft eerst lichte druk. Als het paard goed reageert op deze hulp, stop je met het geven van de hulp. Bij een teugelhulp houdt dit in dat het paard nageeft, een knikje maakt en daarmee de druk vermindert in je hand. Dan ontspan je je hand ook en blijf je dus niet trekken. Reageert het paard niet, blijft de teugel strak of gaat het paard er juist meer aan trekken? Maak dan een korte corrigeerde ophouding, waarbij je even kort en duidelijk de druk op de teugel vergroot. Herhaal dit totdat het paard reageert en ontspan dan weer. Blijf niet trekken. Het paard is toch sterker en zal alleen maar sterker worden.’

Sterk aan één kant

‘Vaak zijn paarden aan één kant sterker dan aan de andere kant. Dit kan ook voort komen uit de voorkeurs- en dus sterkere kant van de ruiter. Het paard loopt dan niet gelijk op twee teugels. Laat het paard nageven aan de teugel waar aan het het meeste trekt, zodat de druk op die teugel vermindert. Houd ondertussen wel met de andere teugel contact met de mond. Aan die kant moet het paard juist leren iets druk aan te nemen en niet te los te laten. Op deze manier, maar ook door het rijden van gymnastische oefeningen, kun je het paard rechter op twee teugels krijgen. Hierdoor zullen de oefeningen uiteindelijk op beide handen even goed gaan en kun je meer verzameling gaan vragen van je paard.’

Aanleuning

Zijwaartse nageeflijkheid

‘Behalve teugelhulpen die je naar achteren geeft, kun je ook zijwaarts hulpen geven. Wil je de hele hals naar binnen buigen dan doe je je hand iets van de hals af. Wil je juist alleen het paard in het nek- en kaakgewricht, dus vlak achter de oren, laten buigen, dan druk je juist de teugel aan die kant iets tegen de hals naar achteren. De mate en duur van de teugelhulp is hetzelfde zoals hierboven beschreven bij ‘Teugelhulpen’.’

Ben je benieuwd naar het volgende onderwerp dat gaat over het paard voor het been krijgen? Houd dan de Hoefslag facebookpagina en de website goed in de gaten!
Bastiaan de Recht
Bastiaan de Recht aan het werk met één van zijn paarden.

Carlijn de Boer voor dehoefslag.nl, overname zonder toestemming en bronvermelding is niet toegestaan

 

 

0 774
Foto: Heleen Uiterwaal

Dressuurliefhebbers kunnen van 27 t/m 29 oktober hun hart ruimschoots ophalen in Rotterdam Ahoy. Dan geven de beroemde witte Lipizzaners van de Spaanse Rijschool uit Wenen drie voorstellingen. In het voorprogramma is Bastiaan de Recht te zien.

De 39- jarige De Recht laat het publiek genieten van werken aan de lange teugel. Hierbij zal zijn 16-jarige lusitano ruin Uxeque das Rosas alle hogeschool oefeningen uitvoeren die ook onder het zadel worden gereden. Een perfecte opwarmer voor ‘Het Ballet der Witte Hengsten’ van het hoofdprogramma.

Muziek

De kür die Bastiaan met zijn ruin laat zien is oogstrelend en hartverwarmend tegelijk. De karakters van Uxeque en Bastiaan, de emoties, de bewegingen en het spel zijn vertaald naar muziek, speciaal op maat gecomponeerd door Accentmusic. Zonder been en zithulpen, enkel op teugel en lichte zweephulpen, wordt het paard voor de ruiter uit geleid in appuyementen, piaffe, passage en pirouette.

Samenwerking, vertrouwen en een optimaal verfijnde communicatie maken dit mogelijk. Bastiaan en zijn Lusitano paard voeren als het ware samen een dans uit, een symbiose van rijkunst en muziek. De flamenco gitaar die te horen is in de kür wordt door Bastiaan zelf bespeeld.

Klassieke rijkunst

Op 16-jarige leeftijd begon Bastiaan aan een opleiding van tien jaar in de Italiaanse klassieke rijkunst. In 2005 sloot hij deze cum laude af met de titel Maestro. Zijn specialisatie werd werk aan de hand en werk aan de lange teugel.

In Hannover won Bastiaan met Uxeque das Rosas de prestigieuze Barock Show Cup en in de loop der jaren werden veel paarden door hem opgeleid met alle Grand Prix oefeningen. Op dit moment brengt Bastiaan ook twee van zijn zelf opgeleide paarden uit in de wedstrijdring, waaronder de KWPN merrie Vivendi en de Lipizzaner ruin Siglavy Bonavia.

Mentaal welzijn

Naast zijn brede kennis van verschillende rijstijlen, is Bastiaan ook thuis in de biomechanica. Samen met erkend paardendierenarts en chiropractor Amber Koppen runt hij sinds 2011 de Neo-Classical School for the Art of Horsemanship (NCSAH) waar de focus ligt op het fysieke en mentale welzijn van het paard in de training en paardenhouderij.

Op zijn revalidatiecentrum Equiscio traint en revalideert Bastiaan samen met Amber veertig revalidatiepaarden per jaar en ook is hij oprichter van het KPW (Keurmerk Paard en Welzijn).

Tickets voor 27, 28 en 29 oktober zijn verkrijgbaar via www.ticketmaster.nl of 0900 300 1250 (€ 0,60 p/m).
spaanserijschool.nl

Foto: Heleen Uiterwaal

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

101,329FansLike
0VolgersVolg
6,983VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer