Tags Posts tagged with "Bastiaan de Recht"

Bastiaan de Recht

bastiaan de recht zaphyr
Foto: Remco Veurink

Bastiaan de Recht kreeg een mooie schimmel te rijden, maar er was een probleempje; hij staakte. Komt het omdat Zaphyr niet kan, omdat het een lichamelijk probleem is of is het omdat het paard gewoon niet wil?

Zaphyr is helemaal lichamelijk nagekeken en het probleem bleek daar niet te liggen. Eigenlijk lag het ook niet aan de instelling van dit paard, maar aan zijn lichaamsgebruik. Doordat het paard extensie vertoonde, de rug wegdrukte, blokkeerde het.

Meer over de rug

Om dit te voorkomen moet Zaphyr meer over de rug lopen en hiervoor moet de aanleuning , ruggebruik, nageeflijkheid, aan het been etc. steeds beter voor elkaar zijn. Maar dit kost gewoon tijd, want training van het lichaamsgebruik en dus de spieren van het paard neemt tijd in beslag. Maanden dan wel niet jaren. Net als bij mensen.

Houd het einddoel wel in het vizier, maar wees ook blij met de kleine stapjes vooruit. In onderstaand filmpje kun je zien welke progressie Bastiaan de Recht met Zaphyr heeft gemaakt.

Hoe dan?

De verschillen qua lichaamsgebruik zijn misschien niet heel groot, maar je ziet wel dat de bewegingen krachtiger en vloeiender zijn. Daarnaast zie je dat de gemoedstoestand van het paard positiever is. Kijk maar eens naar het orenspel.

Wil je meer weten over lengtebuiging en ruggebruik, stuwkracht & draagkracht, horizontale balans, hoofd-hals houdingen, borstgebruik, actief achterbeengebruik en nog veel meer? En hoe je hieraan kunt werken?

Klik dan hier voor de online training. En bekijk het eerste deel gratis.

Foto: Remco Veurink

bastiaan de recht hoefslag masterclass
Foto: Remco Veurink

“Natuurlijk paardrijden bestaat helemaal niet”, zegt Bastiaan de Recht gedecideerd. “Een paard echt in zijn natuur laten, betekent helemaal niet paardrijden. Wij kunnen wel rekening houden met de biomechanica, de fysieke mogelijkheden van het paard. En dan zo goed mogelijk paardrijden.”

Bij de meeste instructeurs staan de technische aanwijzingen voor de ruiter om het paard tot iets te brengen voorop. Niet bij Bastiaan de Recht.

Mogelijkheden van een paard

Grand Prix-ruiter De Recht heeft zich uitgebreid verdiept in de biomechanica van het paard, oftewel de bewegingsmogelijkheden aan de hand van de anatomie. Bij hem beginnen dus de aanwijzingen om verantwoord en dynamisch te trainen bij de fysieke en ook de mentale mogelijkheden van een paard.

Bij Bastiaan staan daarmee steeds biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. Bastiaan licht toe: “Als je hier van uitgaat, is er uiteindelijk harmonie. Dat kun je klassiek noemen, als je wilt.”

E-learning

Biomechnica. Het is materie, waar iedere zich serieus nemende ruiter zich in zou moeten verdiepen, voordat hij op een paard stapt. Natuurlijk is er de mogelijkheid training, lessen en cursussen bij Bastiaan de Recht in Ter Apel te volgen. Maar dat is om uiteenlopende redenen niet voor iedereen haalbaar.

Daarom zette De Recht een uitgebreid e-learning cursusprogramma op. Kwestie van inloggen, en kijken maar. In je eigen omgeving, in je eigen tempo, kijk je de e-learning cursus zo vaak je maar wilt. Deze cursus is vanaf nu ook aan te schaffen via www.horses1academy.com.

Expressie begint bij harmonie

De e-learning video’s over Biomechanica vind je op www.horses1academy.com. Twijfel je nog? Kijk dan eerst de gratis proefles.

Samen met Hoefslag heeft www.horses1academy.com bovendien een leuke actie. Onder iedereen die voor 15 juli een e-learning programma via www.horses1academy.com aanschaft, verloten we vijf tickets voor de komende Hoefslag Masterclass op 20 september. Deze Masterclass heeft als thema ‘Expressie begint bij Harmonie’ en onder meer Nicole Werner en Thalia Rockx zullen hun kennis delen op deze avond.

Kijk dus snel op: www.horses1academy.com

hoefslag masterclass

De compleet uitverkochte Hoefslag Masterclass stond vrijdagavond in het teken van ‘Verbinding & Aanleuning.’ Bij De Nieuwe Heuvel in Lunteren legden Bastiaan de Recht en Annemarie en Kirsten Brouwer uit wat de voorwaarden zijn voor een mooie aanleuning èn dat je nooit raakt uitgeleerd.

Duidelijkheid en verdieping

Naast praktische clinics waar het publiek door middel van een app ook direct vragen kon stellen,  was er tijdens deze avond ook ruimte voor een discussiepanel. Daarin namen naast Bastiaan, Annemarie en Kirsten ook  Peter de Boer en Frans Poel zitting. De discussie zorgde voor extra duidelijkheid en verdieping. Hoefslag zet alvast twaalf rake uitspraken op een rij. In Hoefslag Magazine én op deze website binnenkort meer!

  • “Alles moet je leren. Dat doe je alleen maar door veel te doen, te ervaren en fouten te durven maken.” (Annemarie Brouwer)
  • “De hals is de deur naar de achterhand.” (Frans Poel tijdens de paneldiscussie)
  •  “Volgens het boekje rijd je je paard van achter naar voren, maar zo eenvoudig is dat niet altijd. Daarvoor moet je paard immers altijd ‘aan’ zijn.” (Bastiaan de Recht)
  • “Wanneer je tempowisselingen rijdt, maakt het niet uit of dat in alleen in draf is of vanuit de draf naar galop en weer terug. Zolang het paard maar een voorwaartse reactie geeft op het been.” (Brouwer)
  • “De ruiter heeft een grote invloed op de flexie (buiging) die een paard van nature in zijn lichaam heeft. Via de hals kunnen we daar invloed op uitoefenen.” (Bastiaan de Recht)
  • “Je aanleuning moet altijd voorwaarts neerwaarts zijn. Vergelijkbaar met een slagboom, die altijd naar beneden wil, dus niet altijd strak bovenin.” (Bastiaan de Recht)
  • “Wat we erin drijven moeten we zachtjes in de hand opvangen. Als we dat voor elkaar hebben, hebben we aanleuning.” (Annemarie Brouwer over de ruiterhand)
  • “Belangrijk voor het verkrijgen van een goede aanleuning is, dat je paard gehoorzaam is aan het been, dus direct reactie geeft op het been. Dat de ruiter een goede, onafhankelijk zit heeft, dus in balans is. En dat je paard voorwaarts is, zodat hij de hand op kan zoeken.” (Annemarie Brouwer)
  • “Dat je paard eens achter de loodlijn loopt is niet zo vreselijk. Bij meer oprichting gebeurt het ook dat je paard voor de loodlijn komt. Maar een vernauwing in de hoofd-halsverhouding wil je uiteraard niet.” (Bastiaan de Recht)
  • “Gisteren won Cynthia nog het ZZ-Zwaar en nu rijdt ze een paard dat niet na wil geven. Boos worden heeft geen zin. Gewoon rustig en netjes doorrijden is beter.” (Annemarie Brouwer)
  • “Voor je paard is het makkelijker om wat op de voorhand te hangen dan in oprichting te lopen.” (Bastiaan de Recht)
  • “De aanleuning groeit altijd, zelfs tot een met de Grand Prix. En dan zijn we nog niet klaar. Dan proberen we die nog steeds te vervolmaken.” (Annemarie Brouwer)
  • “Als een jong paard moeite heeft met nageven, moet je altijd uitsluiten dat hij een lichamelijk probleem heeft. Als hij geen lichamelijk probleem heeft,  mag je best tijdens het longeren een bijzet gebruiken. Zo voorkom je dat hij zich overbuigt. Je leert hem in balans te blijven, over de rug te gaan en het bit op de juiste wijze aan te nemen.” (Bastiaan de Recht)

 

Bron: Hoefslag, overname zonder bronvermelding én toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan.

Hoefslag Masterclass 2018 - Dinja van Liere
Hoefslag Masterclass 2018 - Dinja van Liere

Heb jij ook zo’n zin om de ring in te gaan tijdens het komende outdoorseizoen? Bereid je daar dan optimaal op voor tijdens onze Hoefslag Masterclass, op vrijdag 10 mei in Lunteren.

Het thema van deze Hoefslag Masterclass is Verbinding & Aanleuning.

Tegen de hand

Misschien loop hij ook wel eens tegen dit probleem aan: Je kunt geen nette overgang rijden. Iedere keer doet je paard zijn hoofd omhoog en komt tegen de hand (of t.d.h., zoals er dan op je protocol staat). Wat nu?

Wil jij een fijne aanleuning zonder dat je zelf zere armen krijgt, omdat je paard zwaar in je hand wordt? Óf wordt hij juist te licht en gaat zijn hoofd alle kanten op? Hoe krijg je de goede verbinding en sublieme aanleuning?

Interactieve Masterclass

Op 10 mei krijg je tijdens de interactieve Hoefslag Masterclass on tour in Lunteren tips van niemand minder dan Biomechanicaspecialst Bastiaan de Recht en dressuuramazones Annemarie en Kirsten Brouwer.

Op vrijdag 10 mei zijn we te gast bij De Nieuwe Heuvel in Lunteren. Koop je je kaartje nu, dan betaal je € 22,50 in plaats van de gewone prijs van € 25,-

Abonnees van Hoefslag krijgen korting! Zij betalen € 20,- voor een ticket.

Tijd: 19.30-22.30

Zie ook: hoefslagmasterclass.nl

Bastiaan de Recht
Bastiaan de Recht aan het werk met één van zijn paarden.

Bastiaan de Recht schrok zich zondagavond te pletter toen hij zich op een donkere weg vergiste en het water in reed. Hij realiseerde zich pas dat hij fout zat toen hij al door de lucht vloog.

Gelukkig kwam de Grand-prix ruiter en maestro in de klassieke rijkunst er zonder noemenswaardige verwondingen af.

Partner Amber Koppen vertelt dat De Recht haar zelf kon bellen nadat hij uit de auto was geklommen. ‘Ik was wel blij dat hij zelf belde en ik niet door de politie werd gebeld, want dan was ik waarschijnlijk wel behoorlijk geschrokken.’

Kanaal ingeplonst

De Recht had een druk weekend met clinics achter de rug en reed naar huis nadat hij Florian Bacher op het vliegveld had afgezet. ‘Hij zag een rood witte afscheiding, achteraf van het fietspad aan de andere kant van het water. Door de regen was het water, net als de weg, zwart. Daardoor is hij doorgereden, en het kanaal, waarvan hij dacht dat het de doorgaande weg was, ingeplonst.’

Redelijk goed

Het water was gelukkig ondiep, daardoor kon De Recht zelf uit de auto klimmen en via het dak op het droge komen. Daar belde hij de politie. ‘De auto is door een takelwagen uit het water gehaald. Die lijkt overleden. Met Bastiaan gaat het redelijk goed. Hij heeft wel spierpijn, maar dat lijkt van lager te komen, dus we hopen dat dat geen whiplash is. Daar zijn we na mijn aanrijding van dertien jaar geleden wel panisch van. Dat is chronisch geworden. Vanavond gaat Bas naar de BSR-therapeut (Body Stress Release, red.). We hopen dat het bij wat spierpijn en een paar dagen rust blijft.’

De Recht heeft volgens zijn partner een engeltje op zijn schouder gehad. ‘Bas was na zijn zweepslag net weer volle dagen aan het trainen. Laten we 2018 maar gauw vergeten, op naar 2019.’

Foto: archief

Genoten van de fijne trainingen de afgelopen dagen en de goede clinic met Florian! Alleen de zondagavond viel, of beter…

Geplaatst door Bas De Recht op Maandag 10 december 2018

Opstappen
Op je paard stappen

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. We beginnen bij het begin en daarom is het eerste onderwerp: opstijgen.

Fysieke problemen

‘In de praktijk zie je dat de meeste ruiters wel op hun paard komen, maar de manier waarop kan zorgen voor een fijn te berijden paard of juist niet. Te veel gewicht aan één kant of je neer laten ploffen in het zadel, komt de rug van het paard niet ten goede. Hierdoor kan het paard fysieke problemen krijgen die zich ook kunnen uiten tijdens het rijden. Daarbij kan verkeerd opstappen zorgen voor spanning bij het paard, waaruit gedragsproblemen ontstaan. Correct opstappen is dus belangrijk. Misschien overbodig om te noemen, maar singel nog wel een keertje aan voordat je opstapt!’

Opstapkruk

Een opstapkruk of- blok is bij het opstappen essentieel. Zorg ervoor dat je een veilige variant hebt, zonder spijlen waar het paard met zijn been in kan komen. Een opstapkruk heeft verschillende voordelen:

  • Het zorgt voor minder druk aan één kant bij de schoft en de wervelkolom.
  • Het is lichamelijk beter voor de ruiter, de lies en de rug van de ruiter worden minder belast.
  • Het is beter voor het behoud van je zadel, deze blijft meer symmetrisch.

Draait het paard telkens weg van het krukje? Zet het paard dan in een hoek van de rijbaan en zet het krukje vervolgens op de tweede hoefslag in de hoek. Op deze manier kan het paard minder snel van je af draaien.’

Verbinding

Opstappen met een krukje
Opstappen met krukje

Als je vanaf de linkerkant opstapt, pak je met je linkerhand de teugels en houdt de manenkam voor het zadel vast. Houd de teugels zo kort dat je paard in een horizontaal evenwicht staat en je verbinding houd met de mond en controle kunt houden. Zijn de teugels te los dan zal het paard eerder naar voren weg stappen. Het risico hierbij is dat, als je wilt gaan zitten, je achter het zadel kunt belanden, met alle ‘special effects’ van dien.

Houd de teugels niet te strak, dan zal het paard achterwaarts stappen. Plaats je rechterhand aan de rechterkant van het zadel bovenaan de voorkant van de wrong. Als je met je rechterhand de achterboom vasthoudt, hebt je eerder kans dat je het zadel scheef trekt. Sta met je neus en navel richting de zijkant van het paard. Doe je linkervoet in de beugel, parallel aan het paard en met je tenen naar voren.’

Opstappen met een krukje
Opstappen met krukje, tweede fase

In balans

Nu kun je gaan opstappen. Blijf hierbij dichtbij je paard, zodat je er als het ware over heen schuift en er niet te veel ruimte tussen jou en het zadel zit. Breng je bovenlichaam midden boven het paard, waarmee je bijna in het verlengde boven de hals licht. Mocht het paard nu weglopen, dan ben je veel beter in balans. Hierdoor kun je gemakkelijker opstappen, maar zal het paard ook minder snel van je schrikken doordat je hem niet uit balans haalt.

Nu is het alleen nog een kwestie van je rechterbeen rustig over het paard heen zwaaien. Pas hierbij op dat je niet met je voet of been de achterhand van het paard raakt. Als het goed is, zijn je billen al dicht bij het zadel en kun je nu rustig rechtop gaat zitten. Als je te ver van het zadel bent, heb je kans dat je met een plof in het zadel komt. Een rustig paard zal wel blijven staan, maar echt prettig is het natuurlijk niet voor je paard. Voor de gelijkheid in coördinatie en ontwikkeling bij het paard en de ruiter, kun je het links en rechts op- en afstappen afwisselen.’

Rechterbeugel

Lukt het niet om je rechterbeugel aan te nemen. Blijf dan niet te veel proberen. Paarden voelen dit en zullen denken dat ze een beenhulp krijgen en hier onrustig van worden. Pak dan liever met je rechterhand de beugelriem, draai deze een kwartslag en steek je voet in de beugel. Om te voorkomen dat het paard over het krukje loopt, laat het voor je linkerbeen wijkend naar voren weg stappen.

Verend

Houd ook bij het afstappen verbinding met de mond door wederom de teugels op de juiste lengte in je linkerhand, waarmee je de manenkam vast houdt, te houden. Doe beide voeten uit de beugels, breng je bovenlichaam naar voren. Zwaai je rechterbeen rustig over de rug van het paard. Vang je afsprong verend op door in je knieën te buigen. Spring je er te lomp af, kan je paard opzij springen.’

Tip

Voor de gelijkheid in coördinatie en ontwikkeling bij het paard en de ruiter, kun je het links en rechts op- en afstappen afwisselen.’

Bastiaan de Recht
Bastiaan de Recht werkt mee aan een instructie serie op dehoefslag.nl. Hier is hij  aan het werk met één van zijn paarden.
Ben je benieuwd naar het volgende onderwerp dat gaat over teugelvoering? Houd dan de Hoefslag facebookpagina en de website goed in de gaten!

Tekst: Carlijn de Boer

Foto’s: Remco Veurink / Shutterstock

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. Na in de vorige delen gesproken te hebben over de hulpen en werken aan het horizontale evenwicht, kwam de ontwikkeling van de gangen aan de orde. Inmiddels zijn we aangekomen bij de zijgangen en gaan we verder met het rijden van schouderbinnenwaarts. Hoe doe je dat en wat zijn de meest voorkomende problemen en oplossingen?

‘Het rijden van schouderbinnenwaarts wordt in de proef gevraagd op drie sporen. Dat wil zeggen als je van voren kijkt zie je het binnenvoorbeen, het buitenvoorbeen die op één lijn zit met het binnenachterbeen en het buitenachterbeen. Je kunt schouderbinnenwaarts ook op vier sporen rijden door het paard ten opzichte van de lange zijde schuiner te laten lopen. Je ziet dan het buitenvoorbeen en het binnenachterbeen apart van elkaar.’

Automatisch

‘Het schouderbinnenwaarts is de eerste oefening waar meer verzameling wordt gevraagd. Het binnenachterbeen moet zich namelijk meer richting het borstbeen bewegen, zodat de voorhand oftewel de bortskas zich kan oprichten. Als het paard dit aan beide kanten steeds even makkelijk doet en hierin zich evenveel ontwikkelt, werk je automatisch ook aan de rechtgerichtheid. Natuurlijk zorgt het schouderbinnenwaarts er tevens voor dat je controle krijgt over de positie van de schouders. Dit is ook belangrijk in oefeningen als appuyeren, keertwendingen en pirouettes, maar ook uiteindelijk voor de galopwissels. De oefening kent dus veel rijtechnische voordelen, maar ook als je je paard langs een eng obstakel wilt rijden, kun je er gemakkelijker langs rijden als je het schouderbinnenwaarts onder de knie hebt.’

Drie of vier sporen

‘Bij het schouderbinnenwaarts op drie sporen dienen de achterbenen rechtuit over de hoefslag te lopen en elkaar niet te kruisen. De voorbenen komen door de buiging om het binnenbeen iets naar binnen en kruisen elkaar wel. Het schouderbinnenwaarts rijden op drie sporen heeft meerdere voordelen. Je gymnastiseert het paard door te werken aan de lengtebuiging en dus de laterale buiging met name in het lage hals- en borstgebied.

Dus met name de voorste helft van het paard. Rijd je schouderbinnenwaarts op vier sporen dan is het paard nagenoeg recht en gaat het paard meer zijwaarts. Eigenlijk ben je aan het wijken op de hoefslag. De achterbenen kruisen elkaar hierbij juist wel. Deze oefening op vier sporen vraagt meer verzameling, omdat het achterbeen nog verder richting het borstbeen geplaatst moet worden. Het paard buigt en bolt meer in de lendenen. De achterste helft van het paard wordt met deze oefening dus meer getraind.’

Geen achterhandbuitenwaarts

‘Bij het schouderbinnenwaarts is het belangrijk dat de schouders echt naar binnen worden geplaatst en niet de achterhand naar buiten, anders had het waarschijnlijk wel achterhandbuitenwaarts geheten! Alleen geeft deze laatste oefening niet de rijtechnische voordelen zoals het schouderbinnenwaarts. Voordat je het schouderbinnenwaarts aan gaat leren, moet het paard eerst goed kunnen wijken voor de kuit. Vaak laat ik mijn leerlingen eerst de schouderbinnenwaarts de andere kant op rijden. Dus op de linkerhand vanaf de binnenhoefslag de schouders naar buiten. Dit omdat de meeste paarden van de hoefslag af zullen willen lopen. Dit kan nu niet, omdat daar de omheining van de rijbaan zit. Ik doe dit dus voornamelijk om de ruiter eerst te laten voelen wat de bedoeling is.

‘Vaak laat ik mijn leerlingen eerst de schouderbinnenwaarts de andere kant op rijden. Dus op  de binnenhoefslag de schouders naar buiten.’

Als dat goed gaat, laat ik de ruiters hetzelfde doen, maar dan een paar meter van de omheining af. Gaat dit goed dan kun je kijken of het gewone schouderbinnenwaarts lukt. Zonder dat het paard dus naar binnen loopt. Bereid het schouderbinnenwaarts goed voor door de hoek te gebruiken en eventueel in de hoek eerst een volte te rijden. In de hoek of in de volte werk je al aan de lengtebuiging en de laterale buiging om je binnenbeen. In de hoek zelf laat je het paard een beetje wijken voor je binnenbeen, om de reactie op dit been te controleren. Vervolgens stuur je de voorhand van het paard met twee teugels naar binnen, door beide handen iets naar binnen te plaatsen. Je binnenbeen zorgt ervoor dat het binnenachterbeen van het paard geactiveerd wordt. Daarbij voorkomt je binnenbeen samen met je buitenteugel ervoor dat het paard niet van de hoefslag loopt. Je buitenteugel kan ook de schouder juist begrenzen als het paard over die schouder weg wilt lopen. Je binnenteugel vraagt de schouders iets naar binnen en stelling.’

Loop zelf zijgangen

‘Bij deze oefening is het ook weer heel belangrijk hoe je houding en zit is en op welke manier je je hulpen geeft. Vaak zie je dat de ruiter het binnenbeen te veel naar achteren plaatst. Hierdoor zet je eerder de achterhand naar buiten, mede omdat je paard niet om je binnenbeen kan buigen. Dat kan alleen als je je binnenbeen dichter bij de singel houdt. Meestal zit een ruiter die zijn been te veel naar achteren legt, ook te veel op de buitenkant. Hierdoor haal je het paard uit balans en wordt het moeilijker om een gedragen schouderbinnenwaarts te laten zien. Het paard zal eerder impuls verliezen of juist loperig worden. Kijk dan ook niet naar de buitenschouder van je paard, maar tussen de oren van je paard door. Natuurlijk kun je met je ogen wel naar de schouders of hoefslag kijken, maar pas op dat je niet te veel op de buitenkant gaat zitten. Een goede focus zorgt nu eenmaal voor een beter uitgevoerde oefening. Er is nog een goede oefening om te weten hoe je in een schouderbinnenwaarts moet zitten. Zo laat ik mijn leerlingen regelmatig zelf de oefening lopen. Als je het zelf goed kan, merk je dat je ook op die manier op je paard moet zitten. Zou je bijvoorbeeld te veel op te buitenkant zitten en zo de oefening door lopen, zal je eerder naar buiten omvallen en is het moeilijker om ‘gedragen’ te lopen. Het klinkt misschien gek, maar probeer het maar eens! Overigens geldt dit voor alle dressuuroefeningen.’

Problemen en oplossingen

‘Bij het rijden van schouderbinnenwaarts zijn er nog al wat uitdagingen! Misschien lukt het je om het op te lossen, maar soms denk je; wat nu? Onderstaand de meeste voorkomende problemen en oplossingen.’

Paard loopt van de hoefslag af

‘Zoals al eerder aangegeven los je dit op met je binnenbeen en buitenteugel. Denk hierbij maar aan terug wijken naar de hoefslag. Lukt dit niet zet dan het paard eerst weer recht op de hoefslag, rijd voorwaarts en zet de oefening opnieuw in.’

Impulsverlies

‘Maak het paard in de hoek al actiever door met meer energie te rijden. Wissel het schouderbinnenwaarts af met stukjes rechtuit in middendraf.’

De schouders moeten in deze oefening naar binnen. Is het paard te veel naar binnen gesteld dan kan het verbuigen.

– Te veel stelling oftewel verbuigen en kantelen

‘De schouders moeten in deze oefening naar binnen. Het hoofd staat hierbij recht voor het borstbeen. Is het paard te veel naar binnen gesteld dan kan het verbuigen. Dit betekent dat het paard meer stelling dan buiging heeft oftewel de halsbuiging is meer dan de buiging in het lichaam. Stel het paard recht en laat het meer buigen in het lichaam om je binnenbeen door eerst een volte te rijden. Begrens met je buitenteugel om te voorkomen dat het paard te veel stelling aan neemt. Als een paard kantelt is dit ook een teken dat het moeite heeft om te buigen om het binnenbeen. Het ontlast zich dan door te kantelen. Werk hieraan door je voltes tien meter te verbeteren en het paard om je binnenbeen te laten buigen en daarbij niet te veel je binnenteugel te gebruiken.’

Blijf rijden

‘Voor alle oefeningen geldt ‘blijf rijden’ en staar je niet blind op die ene oefening. Focus je op het goed gaande paard, dat met takt, regelmaat en in aanleuning loopt. Als deze voorwaarden er niet zijn, werk hier dan eerst aan en houd deze goed in de gaten. De takt en regelmaat van de beweging, gaan voor het zijwaarts gaan. De oefeningen mogen immers nooit ten kosten gaan van een correct lopend paard, maar moeten juist het paard helpen nog beter zijn lichaam te gebruiken.’

Het volgende deel van deze instructieve serie staat in het teken van het rijden van travers en appuyementen. Houd de Hoefslag facebookpagina en de website dus goed in de gaten!

 

Tekst: Carlijn de Boer

Foto’s: Sabine Timman

 

0 2197

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. Na in de vorige delen gesproken te hebben over de hulpen en werken aan het horizontale evenwicht, kwam de ontwikkeling van de gangen aan de orde. In deze aflevering gaan we verder in op een dressuuroefening, namelijk het wijken voor de kuit. Hoe doe je dat en wat zijn de meest voorkomende problemen en oplossingen?

‘Bij het wijken voor de kuit beweegt het paard voorwaarts en zijwaarts. Er wordt een laterale, in de lengte van oren tot staart, buiging om het binnenbeen van de ruiter gevraagd. Hierbij moet het binnenachterbeen onder de massa gezet worden. Het paard moet gehoorzaam zijn voor de zijwaartse druk. Wijken wordt in een proef als oefening an sich gevraagd, maar deze oefening kun je ook veel gebruiken in je training om je paard verder te gymnastiseren. Bijvoorbeeld bij overgangen, lees hiervoor nog eens de vorige delen terug.’

Schuine lijn

‘Bij het aanleren van het wijken, kun je de oefening niet direct zo gaan rijden zoals deze in de proef gevraagd wordt. Het paard moet zich in de proef namelijk parallel bewegen aan de lange zijde. Bij het aanleren hoeft dit niet meteen. Wend af op driekwart van de korte zijde, stuur de schouder van het paard richting de letter waar je naartoe wilt wijken, in dit geval aan het einde van de dichtstbijzijnde lange zijde. Je rijdt dus al het ware een schuine lijn van de korte naar de lange zijde. Neem vervolgens het paard met je binnenbeen mee opzij. Wijken is in principe vergelijkbaar met schouderbinnenwaarts over een diagonale lijn. Net zoals appuyeren, travers rijden over een diagonale lijn is. Maar deze oefeningen komen in de volgende delen aan de orde. Naarmate het paard het wijken beter begrijpt, kun je het meer parallel aan de lange zijde laten lopen. Dit doe je door meer te begrenzen met je buitenteugel. Wil je meteen te parallel, dan wordt het paard te gespannen en verliest het meestal ook impuls.’

Problemen en oplossingen

‘Het is natuurlijk fijn als je paard het wijken in één keer begrijpt, maar het is logisch dat dit niet het geval is. Onderstaand de meeste voorkomende problemen en oplossingen.’

– Paard wil niet opzij
‘Als het paard niet opzij wil, wijk dan eerst eens in stap of ga vanuit het halthouden opzij. Verduidelijk je beenhulp eventueel met een zweepje. Gaat het paard alleen maar voorwaarts, zet het paard dan eerst recht tegen de rijbaanomheining en druk het opzij met je been. Het paard kan dan door de omheining niet voorwaarts en leert opzij te gaan voor de druk van je been. Zorg in ieder geval dat het geen duw- en/of trekpartij wordt.’

– Paard valt over buitenschouder weg
‘Dit zie je vaak als het paard bijna bij de hoefslag is. Wissel het wijken af met het rechtuit rijden. Wijk bijvoorbeeld drie meter en rijd weer rechtuit door te begrenzen met je buitenteugel en buitenbeen. Gaat het paard onvoldoende rechtuit en wil het nog steeds iets opzij gaan, wijk dan eens terug naar de andere kant voor je buitenbeen. Zorg dan wel dat je eerst de juiste stelling hebt.’

Wijken voor de kuit. Saskia Martens en Legend of Loxley demonstreren hoe je kan variëren in deze oefening. Foto: Remco Veurink

– Paard loopt met de achterhand meer opzij dan de voorhand/gaat met de achterhand voor
‘Controleer of je je binnenbeen niet te veel naar achteren hebt liggen en/of je er te veel mee in werkt. Stuur eerst weer de schouders naar de letter, voordat je hulpen geeft met je binnenbeen.’

– Paard verliest impuls
‘Vaak verliest het paard impuls, omdat de achterhand voor gaat. Bekijk dus eerst of dit niet het geval is. Verliest het paard nog steeds impuls. Focus je dan niet te veel op het zijwaarts, maar juist op het voorwaarts rijden met twee benen. Ook kun je bijvoorbeeld weer een paar meter wijken en daarna rechtuit gaan, waarbij je de draf verruimt en dus de impuls weer herstelt.’

– Paard wordt moeilijk in de aanleuning of kantelt

‘Rijd bij aanleuningsproblemen altijd eerst weer rechtuit of maak een volte en herstel de aanleuning. Als dit weer in orde is, kun je weer verder gaan wijken. Let er bij het kantelen tevens op dat je je handen even hoog hebt en dat je recht zit.’

Rechtop

‘We hebben nu gekeken naar de problemen die je paard vertoont tijdens het wijken, maar in de praktijk zie ik ook vaak dat de ruiter scheef zit. De ruiter heeft het bovenlichaam te veel naar buiten of naar binnen. Blijf recht op je paard zitten, waarbij je alleen je binnenzitbeenknobbel iets meer belast en dus voelt. Duwt de ruiter te veel met het binnenbeen achter de singel, dan zie je ook vaak dat de ruiter naar buiten hangt. Zorg ervoor dat je eigen schouders gelijk zijn met de schouders van het paard en dat jouw heupen parallel zijn met de heupen van het paard.’

Variatie

‘Het wijken kun je tijdens je training op vele manieren gebruiken. Om te controleren of je paard echt gehoorzaam is voor je zijwaartse beenhulp, kun je het ook eens laten wijken vanuit de hoek naar de AC-lijn toe. Het is niet alleen fijn om te controleren of het paard gehoorzaam is. Op deze manier kun je ook de schouder van het paard beter begrenzen. Tevens kun je wijken op de volte door deze te sluiten en juist bij het openen het paard een pasje opzij te zetten voor je binnenbeen. Bij het naar buiten wijken, kun je variëren in stelling, naar binnen of juist naar buiten. Ook kun je wijken in galop, zowel voor het binnen- als voor het buitenbeen. Al deze oefeningen hebben een positief effect op de rechtgerichtheid en souplesse van je paard.’

In het volgende deel van deze instructieve serie gaan we verder met de verschillende dressuuroefeningen en komt het schouderbinnenwaarts aan de orde. Houd de Hoefslag facebookpagina en de website dus goed in de gaten!

Tekst: Carlijn de Boer

Foto: Digishots, Sabine Timman en Remco Veurink

0 2574
bastiaan de recht
© DigiShots

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. In deze aflevering hebben we het over de ontwikkeling van de galop. Hoe doe je dat en behoud je sprong juist bij de verzamelde oefeningen?

Na in de vorige delen gesproken te hebben over de hulpen en werken aan het horizontale evenwicht, kwam de verbetering van de stap en de draf aan de orde.  ‘Net als bij het verbeteren van de draf, is het voor de ontwikkeling van de galop ook van belang dat je veel schakelt. Dat wil zeggen overgangen rijden en tempowisselingen maken, waarbij het paard nageeflijk blijft. Lees dan ook nog eens deel 7 door van deze instructieve serie.

Wil je meer sprong, waarbij het paard de borstkas meer lift, maak dan juist overgangen van stap naar galop. Hierbij moet je tijdens de overgang wel iets doordrijven, zodat de eerste sprongen meteen actief zijn. Doe je dit niet dan blijft het paard te veel ‘hangen’ in de galop, terwijl je juist afzet wilt vanaf de eerste sprong. Maar er zijn nog meer oefeningen om de galop expressiever te krijgen.’

Onwijs verbeteren

‘Net als in de draf wil je een korter frame en een grotere paslengte. Met de volgende oefening kun je de galopsprong onwijs verbeteren. Rijd eens een arbeidspirouette. Hierbij zet je de achterhand, op een volte van circa 12 tot 15 meter, naar binnen net zoals bij een travers. Rijd vervolgens uit deze arbeidspirouette recht naar voren in een midden- of uitgestrekte galop.’

In de contragalop zal het paard automatisch meer gedragen galopperen.

‘Een andere fijne oefening is de contragalop. In de contragalop zal het paard automatisch meer gedragen galopperen en moet het meer sprong maken. Mits uiteraard het paard niet versnelt, vertraagt of scheef gaat. In de hoeken van de contragalop moet het paard met de voorhand om de achterhand springen en krijg je dus vanzelf meer sprong en gedragenheid.’

Sprintje

‘Veel dressuurruiters doen het niet, maar wil je de galop écht verbeteren, is af en toe een sprintje trekken erg goed. Als ik tijdens een buitenrit eens flink heb gegaloppeerd, dan voel ik dan de dagen erna een galop die tien keer beter is. De galopsprongen zijn veel groter en met meer ruggebruik.’

galop buitenrit

Heb je moeite met de buiging in deze oefening, kun je de volte openen en sluiten.

‘Als je paard in de verzamelde galop geen zuivere drietakt meer heeft, maar overgaat in een viertakt galop, dan zet het zich vast in de rug en/of hals. Rijd weer naar voren en geef de hals wat lengte. Gymnastiseer het paard en werk aan de souplesse. Een goede oefening hierbij zijn de galopappuyementen. Heb je moeite met de buiging in deze oefening, kun je de volte openen en sluiten. Bij het openen oftewel als je gaat wijken, kun je dit niet te scherp opzij doen. Een zuivere takt gaat altijd voor de verzameling. Werk hier dus eerst aan voordat je weer gaat verzamelen.’

Natuurlijke scheefheid

‘In de galop heeft het paard meestal een natuurlijke scheefheid. Het paard zal vaak iets met zijn achterbenen naar binnen galopperen. Het is dan van belang de voorhand voor de achterhand te plaatsen middels het rijden van schouder voor of licht schouderbinnenwaarts. Doe dit door met de buitenteugel tegen de hals de schouders iets naar binnen te plaatsen. Daarbij activeer je het binnenachterbeen van het paard door met je binnenbeen te drijven.’

In de volgende delen van deze instructieve serie worden verschillende dressuuroefeningen behandeld. Te beginnen met het wijken voor de kuit. Houd de Hoefslag facebookpagina en de website dus goed in de gaten!

Tekst: Carlijn de Boer

Foto’s: DigiShots en Remco Veurink

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

101,074FansLike
0VolgersVolg
6,970VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer