Tags Posts tagged with "analyse"

analyse

0 127
paard al

Ook bij wilde paarden komen maagzweren vaker voor dan eerder werd gedacht. Dit blijkt uit een recent onderzoek. Door beschadigingen aan het maagslijmvlies – die ontstaan doordat het evenwicht tussen de van maagzuurproductie en de bescherming van het maagslijmvlies is verstoord – kunnen maagzweren ontstaan. Elk type paard kan maagzweren krijgen; niet alleen racepaarden. Er bestaan verschillende oorzaken en diverse verschijningsvormen.

Een defect aan de maagwand kan resulteren in een maagzweer waarbij de ernst afhankelijk is van de grootte en diepte van de beschadiging en van de hoeveelheid beschadigingen. Maagzweren kunnen zich bevinden van de gehele maag tot in het eerste gedeelte van de darm aan toe. Ze komen vaker voor dan gedacht. Diverse onderzoeken tonen aan dat 93 procent van de volbloeden in training, zestig procent  van de sportpaarden (dressuur-, eventing- en springpaarden) en meer dan vijftig procent van de veulens in meer of mindere mate last heeft van maagzweren. Recent uitgevoerd onderzoek in Nederland gaf vergelijkbare cijfers voor sportpaarden.

Analyse

Onderzoekers aan de Universiteit van Oxford Brookes (Engeland) analyseerden 78 overleden paarden uit abbatoirs, waaronder 51 gedomesticeerde en 27 wilde paarden uit de regio’s van Dartmoor en Exmoor. Tijdens sectie van de maag werden foto’s gemaakt, waarna deze uitvoerig werden bestudeerd op aanwezigheid van een maagzweer. 22.7% van de wilde paarden en 60.8% van de gedomesticeerde paarden werd positief bevonden voor de ESGD (Equine Squamos Gastric Disease) variant van een maagzweer, voornamelijk voorkomende in het bovenste gedeelte van de maag, terwijl 29.6 van de wilde paarden en maar liefst 70.6% van de gedomesticeerde paarden positief werd getest voor EGGD (Equine Glandular Gastric Disease), oftewel het type dat zich vooral nestelt in het onderste gedeelte van de maag.

Conclusie

Volgens het onderzoek zijn dus ook wilde paarden gevoelig voor maagzweren. Voorheen werd aangenomen dat maagzweren vooral voorkomen bij gedomesticeerde omdat deze dieren vaak een te lange pauze hebben tussen het eten van (ruw)voer. Dit zorgt voor een toename in de productie van maagzuur. Naast verkeerd voermanagement zou ook stress een belangrijke factor kunnen spelen bij de ontwikkeling van maagproblemen.

Lees meer over maagzweren bij paarden.

Bron: Hoefslag/ProPferd

Foto: Remco Veurink

0 292

Krijgt jouw paard een paniekaanval wanneer je hem in een trailer probeert te laden? Misschien is target training een oplossing.

Eerdere studies bewezen al dat target training, waarbij het paard een object moet aanraken en middels een clicker en voedsel een beloning ontvangt, effectief zijn in het verminderen van stress bij paarden. Maar herinnert het paard zich de oefeningen nog tijdens een stress-situatie, zoals bijvoorbeeld in een kliniek of op wedstrijd?

Amerikaanse studenten besloten de proef op de soms te wagen. In een studie analyseerden zij twaalf merries en ruinen in de leeftijd van vier tot negentien jaar. Voor aanvang van de training bestudeerden zij het stressniveau van de paarden tijdens het bestijgen en trailer laden. Daarna werd het paard de basisprincipes van een clickertraining aangeleerd. Hierbij moesten de dieren een doel volgen door een bekende longeerkraal of paddock. Vervolgens moesten de dieren een trailer in lopen of op een blok gaan staan. Ieder paard kreeg drie tot vier keer per week een trainingssessie voorgeschoteld. Volgens de onderzoekers vertoonden de paarden geen extra stress tijdens het trailer laden of opstijgen van de ruiter.

Wanneer het stressniveau steeg, bleek geen enkel paard in staat om de volledige training af te maken. Weliswaar konden zij het ‘target’ nog altijd volgen, maar de volledige handeling bleek duidelijk teveel. Wanneer de studenten de oefeningen in stukjes hakten ging het stresslevel wel omlaag. Dus hoewel de paarden in stressvolle situaties weliswaar minder goed in staat bleken om de target training te voltooien, hielpen de geleerde oefeningen toch om de paniek in toom te houden. Daarmee concludeert het onderzoek dat target training toch in staat is om paarden te helpen kamlmeren bij stress.

Bron: Hoefslag/The Horse

Foto: Remco Veurink

0 566

Tijdens de vijftiende editie van het Global Dressage Forum op Academy Bartels in Hooge Mierde (26-27 oktober) wordt een nieuw en sensationeel juryproject gepresenteerd, dat bedoeld is om de beoordeling van een dressuurproef zo objectief en gelijk mogelijk te beoordelen. Maarten van der Heijden, directeur Sport van de KNHS, en zijn collega’s, zullen het door David Stickland ontwikkelde systeem presenteren.

Elk onderdeel op het juryprotocol in de Nederland subtopcompetitie wordt geregistreerd. Er wordt een computeranalyse gedaan, waarbij de scores van de juryleden vergeleken worden en niet-verklaarbare verschillen worden onderzocht. Elk jurylid kan zijn of haar resultaten bekijken op een persoonlijk dashboard. Zonodig zal een personal coach de juryleden van wie de score te vaak afwijkt helpen. Het bestuur van het Global Dressage Forum ziet veel in het systeem.

Naast dit veelbelovende nieuwe jurysysteem is er een zeer gevarieerd programma op het GDF, waarin vele dressuurexperts aan het woord komen. Aan bod komen trainingsmethoden, clinics, veterinaire onderwerpen, verzorging en fokkerij. Ruiters, fokkers, eigenaren en grooms doen een boekje open over hun Olympische en/of wereldbekerwinnaar en vertellen hun persoonlijke verhaal. Waarom waren of zijn Valegro, Bonfire, Matador, Ahlerich, Totilas en Salinero zo speciaal en wat maakte hen beter dan hun tegenstanders?

Zie globaldressageforum.com voor het programma en overige informatie.

Persbericht GDF

Foto: Remco Veurink

 

0 110

In samenwerking met Global Dressage Analytics (GDA) brengt Hoefslag analyses van de wereldbekerwedstrijden dressuur. Op deze wijze laten Global Dressage Analytics en de Hoefslag je op een andere manier naar dressuur kijken.

Op eerste kerstdag blikken we nog eenmaal terug naar die bijzondere vijfde wereldbekerwedstrijd van dit seizoen, vorige week in Londen Olympia. Hier werd (opnieuw) historie geschreven en vanzelfsprekend waren Charlotte Dujardin en Valegro (v. Negro), de lievelingen van het thuispubliek, hiervoor verantwoordelijk. De combinatie zette eerst in de Grand Prix een nieuwe record neer van 87,46% en ging in de wereldbeker Kür op herhaling door 94,3% te scoren.

David Stickland, de analyticus van GDA, is er zelf ook nog van onder de indruk: ‘Mocht je de Kür van Valegro en Dujardin nog niet gezien hebben, dan moet je dat echt doen! Het is werkelijk een meesterwerk en je zult je best moeten doen om hier niet van onder de indruk te zijn. Met een score van 94,3% vragen velen op social media zich af wat er nodig is om naar die 100% te gaan, hoe kan het nog beter? Daarom hebben we deze week geanalyseerd wat er nodig is om de 100% te halen en hoever dit duo daadwerkelijk verwijderd is van deze perfecte score…

Heilige graal

Hun huidige record vervangt hun vorige dat in 2013 ook in Londen Olympia tot stand kwam:

 

Olympia 2013

Olympia 2014

Technical

91.350

91.200

Artistic

96.600

97.400

Final

93.975

94.300

Aan de hand van een zelfde soort spinnenweb-grafiek (figuur 1), die we de vorige keer gebruikt hebben bij de analyse van de wereldbeker van Stockholm, kunnen we de 2013 en 2014 Küren van Valegro op Olympia vergelijken.
Hieruit blijkt dat de twee proeven praktisch gelijk zijn! Feitelijk bouwden ze nu een klein voorsprong op in het galopwerk, terwijl ze een beetje verloren in de passage/piaffe. Als we de beste technische en artistieke scores van Dujardin en Valegro nemen van hun Küren dit jaar in Olympia, de WEG en de wereldbekerfinale in Lyon dan blijkt een eindscore van 95,4% haalbaar (technisch 93,2 en artistiek 97,6). (We hebben gekeken naar de hoogste gemiddelde score, gegeven door alle juryleden op ieder evenement, niet naar de hoogste score van een individueel jurylid).’

‘En hoe zit het met de heilige graal van 100%?’, aldus Stickland. ‘De tweede figuur laat zien wat er nog nodig is in ieder onderdeel om dat superdoel te bereiken. Wat er wordt weergegeven is het verschil tussen hun beste scores tot heden en een 10. We kunnen ons voorstellen dat een aantal cijfers nog omhoog kruipen. Bijvoorbeeld in de kleine verschillen tussen links en rechts in de appuyementen in draf en galop en in de pirouettes zou nog winst geboekt kunnen worden en ook wat in het halthouden. Maar misschien liggen er ook nog mogelijkheden om de stap nog duidelijk te verbeteren. Als je dat allemaal in ogenschouw neemt dan behoort een ultieme score van 96-97% voor dit duo tot de mogelijkheden. Ze zullen er een hele kluif aan hebben, maar als één combinatie het kan, zijn zij het.’

De Hoefslag sprak kort na de zege in Londen uitgebreid met de Britse amazone. Dit interview lees je in de eerste Hoefslag van 2015.  (foto: Remco Veurink)

Over GDA

Global Dressage Analytics heeft de beschikking over de rijkst gevulde dressuurdatabase ter wereld. Analyses van deze uitslagen geven ruiter en trainer meer inzicht in de sterktes en de zwaktes van de combinatie. Hierdoor kan gerichter getraind worden en kan gekeken worden of losse onderdelen verbeterd zijn.  www.globaldressageanalytics.com

In samenwerking met Global Dressage Analytics (GDA) brengt Hoefslag analyses van de wereldbekerwedstrijden dressuur. Op deze wijze laten Global Dressage Analytics en de Hoefslag je op een andere manier naar dressuur kijken.

De vierde wereldbeker in de West-Europese Liga vond dit weekend in Stockholm plaats. David Stickland, analyticus van GDA, zegt over deze etappe: ‘Op de eerste dag won Hans Peter Minderhoud met Glock’s Flirt de Grand Prix in een score van 73,94%, dit in overeenstemming met hun scores in Lyon (73,23) en Odense (73,92). Dit duo heeft een, weliswaar niet grote, maar wel gestage progressie gemaakt in 2014. Ze zijn gemiddeld 1% gestegen in hun scores, en presteren zeer solide in de 73-74% range. Favoriete Tinne Vilhelmson-Silfven redde het niet met Don Aurielo. Waar ze normaal richting de 78% scoort in de Grand Prix, bleef ze nu steken op 72,98%. Er waren problemen bij het binnenkomen, het achterwaarts gaan en de wisselseries wat natuurlijk ook gevolgen heeft voor de punten bij gehoorzaamheid.’

Op zondag was Tinne weer in goeden doen tijdens de Kür, met een eindscore van 80,875%. Ze hield de zeventien punten voor de winnaar in Zweden. Toch zat Hans Peter haar redelijk op de hielen met 79,250%. Eén jury, de Amerikaanse Liselotte Fore, plaatste hem net boven Tinne.

Edward, Adelinde, Fabienne en Tinne

Stickland: ‘In de analyse hieronder hebben we een overzicht gemaakt hoe het ervoor staat met de winnaars van de vier verreden wereldbekers. Deze afbeelding, een zogenaamde radar plot, of spinnenweb, toont alle ruiters in één figuur. Voor elk onderdeel in de Kür laten we de gemiddelde score zien, die tot nu toe behaald is in de wereldbekercyclus, bij deze vier ruiters. Een score richting het centrum is een lage, aan de buitenkant een hoge. De blauwe lijn, die staat voor Edward Gal en Glock’s Undercover (foto), is duidelijk dominant in de vijf artistieke scores (rhythm, harmony, choreography, difficulty and interpretation/music) en minstens zo belangrijk ook in de pirouettes, piaffe en passage, allemaal onderdelen met dubbele coëfficiënt.
Adelinde had een slechte pirouette-dag in Lyon, is sterker in de piaffe en passage, maar zwakker in het basis stap- en drafwerk.’

Tinne en Fabienne scoren het meest constant in hun winnende Küren, constateert Stickland: ‘Elk met bijna precies een 7,9 voor al hun technische onderdelen, met slechts een marge van + of – 0,3 punten. Edward en Adelinde hebben daarentegen een bijna twee keer zo grote speling in hun scores. In Edwards geval komt dit door zijn hoge piaffe scores, bij Adelinde door haar lage pirouette scores.’

Londen Olympia

Over een kleine twee weken staat de wedstrijd in Londen Olympia voor de deur. Op de voorlopige startlijst staan Charlotte Dujardin, Edward Gal, Carl Hester, Dorothee Schneider en enkele rijzende sterren zoals Agnette Kirk-Thinggard, Sönke Rothenberger en  Danielle Heijkoop.

Stickland: ‘Charlotte en Valegro kunnen natuurlijk royaal in de 90% scoren, maar, net als in 2012 en 2013, lopen ze pas hun eerste wedstrijd sinds het grote zomerkampioenschap en hun scores in Olympia kunnen een beetje op en neer gaan: Een wereldrecord in 2013 met 93,8%, maar in 2012 nog 87,9%, een score die binnen Edwards bereik ligt…’

Over GDA

Global Dressage Analytics heeft de beschikking over de rijkst gevulde dressuurdatabase ter wereld. Analyses van deze uitslagen geven ruiter en trainer meer inzicht in de sterktes en de zwaktes van de combinatie. Hierdoor kan gerichter getraind worden en kan gekeken worden of losse onderdelen verbeterd zijn.  www.globaldressageanalytics.com

In samenwerking met Global Dressage Analytics (GDA) brengt Hoefslag analyses van de wereldbekerwedstrijden dressuur. Op deze wijze laten Global Dressage Analytics en Hoefslag je op een andere manier naar dressuur kijken.
De openingswedstrijd was afgelopen weekend in Odense (Denemarken). Deze mondde uit in een tweestrijd tussen Edward Gal met Glock’s Undercover N.O.P. en Adelinde Cornelissen met Jerich Parzival N.O.P., welke dit keer glorieus gewonnen werd door de eerste. In de Grand Prix van Odense lukte het Gal en Undercover pas voor de tweede keer om het andere Nederlandse topduo in een onderling duel de baas te zijn.

Dr. David Stickland van GDA zegt erover: ‘De onverbiddelijke opmars van Edward Gal en Glock’s Undercover kan gezien worden als het grote nieuws van de opener in de West-Europese wereldbekerliga. In ruim twee jaar tijd is deze combinatie gegroeid van 74 tot 84% in de Grand Prix en van 78 naar 88% in de Kür. Een dergelijke opmars zal een keer eindig zijn, maar Undercover is met deze scores toegetreden tot het niveau dat tot heden enkel werd bereikt door Valegro, Damon Hill en Totilas.’
De stijgende curve van Gal en de Ferro-zoon in Grand Prix en Kür gedurende hun carrière wordt weergegeven in de eerste afbeelding.

Al vijf jaar aan de top

Zoals vaak imponeerde de combinatie Gal/Undercover in de piaffe, passage en de overgangen er tussenin. In de Grand Prix werd vijf keer een 10 behaald voor de piaffe, met een gemiddelde van 9,25 voor dit onderdeel, 8,9 voor de overgangen en 8,4 voor de passage. Stickland: ‘De nieuwe wegingsfactor, met een piaffe die dubbel telt, heeft voor deze combinatie zeker in haar voordeel uitgepakt.’
Als we de verrichtingen in de Kür tussen winnaar Gal en nummer twee Cornelissen vergelijken (zie afbeelding twee) blijkt dit keer de overmacht van Gal, die op 15 van de 21 onderdelen zijn landgenote de baas was. Stickland: ‘Het is nooit verstandig om Cornelissen en Parzival te onderschatten. Dit duo presteert al bijna vijf jaar onafgebroken op of boven de 80%-grens en het ziet er nog niet naar uit dat ze de wedstrijdsport gedag zullen zeggen. Ze blijven ook excelleren in de piaffe, met een 9 gemiddeld in Odense. De 84,3% in de Kür laat zien wat voor geweldige combinatie dit nog altijd is.’

In de derde afbeelding zien we dat Gal in de Grand Prix een flinke verbetering wist te realiseren van zijn beste score ooit. Toch was er één combinatie in Odense die zijn PR nog overtuigender wist te verbeteren. Stickland: ‘Anette Kirk Thinggaard is met Jojo AZ een shooting star. Ze halen nog niet de ongekende scores van Edward,  maar verbeteren hun PR met 2,3% dankzij een sterke 72,52% in de Grand Prix. Daarnaast was hun score van 74,975% ook in de Kür goed voor de zesde plek.’

Over GDA

Global Dressage Analytics heeft de beschikking over de rijkst gevulde dressuurdatabase ter wereld.  Analyses van deze uitslagen geven ruiter en trainer meer inzicht in de sterktes en de zwaktes van de combinatie. Hierdoor kan gerichter getraind worden en kan gekeken worden of losse onderdelen verbeterd zijn.  www.globaldressageanalytics.com

De Wereldruiterspelen liepen uit op een aaneenschakeling van succes voor onder de Nederlandse vlag rijdende ruiters. Hoewel verschillende medailles ogenschijnlijk uit de lucht kwamen vallen, is van toeval zeker geen sprake.

Het is een gegeven dat paardensport op topniveau een ingewikkeld samenspel is van vele factoren. Ook geluk hoort hierbij. Maar om daar een dergelijke opeenvolging van topprestaties aan toe te schrijven is duidelijk te kort door de bocht. Alleen als alle randvoorwaarden op orde zijn creëer je een basis waarop de door Nederland geleverde prestaties zich kunnen vormen. Allereerst is daar de prettige wetenschap dat we voor veel disciplines (grotendeels) zelfvoorzienend zijn wat de beschikbaarheid van toppaarden betreft. We fokken de paarden zelf en bieden ze vervolgens een juiste opleiding. De in Nederland aanwezige knowhow speelt een sleutelrol. Vooral bij onze topruiters en -trainers is de kennis over het op een juiste manier managen van paarden van zeer hoog niveau. Op diverse topstallen zijn training, voeding, veterinaire begeleiding en wedstrijdplanning minutieus op elkaar afgestemd.

Ook de KNHS speelt in het succesverhaal een grote rol. Deze rol mag op de eerste plaats een faciliterende zijn, juist onze nationale federatie heeft in samenwerking met het NOC*NSF de laatste jaren een duidelijke professionaliseringsslag gemaakt die vandaag de dag het verschil maakt. Fysieke, mentale, veterinaire en talentonwikkelingsprogramma’s spelen hierbij een rol en ook de band met de eigenaren van de toppaarden is sinds het vertrek van Totilas inniger geworden.

De gehele analyse van de voor Nederland zo succesvolle Wereldruiterspelen vind je in de nieuwste Hoefslag, hier online te bestellen.

Foto: Remco Veurink

0 63

Innovaties in de hippische sport zijn noodzakelijk. Dat blijk tijdens het congres ‘Hippische sport van conservatief naar innovatief’, dat op vrijdag op Outdoor Gelderland werd gehouden in samenwerking met de KNHS en InnoSport bv.

Progressie maken

Uit alle voordrachten kwam naar voren dat er in de hippische topsport meer progressie mogelijk is wanneer er meer aan de hand van cijfers getraind zou worden en minder op gevoel, zoals nu nog te veel gebeurt. ‘Willen we in de mondiale race op eremetaal op internationale kampioenschappen een hoofdrol blijven spelen, dan zullen we moeten blijven innoveren. Niet alleen omdat andere landen ook met steeds meer wetenschappelijke blik naar hun twee- en vierbenige atleten kijken, maar ook omdat wij in Nederland de leidende positie die we innemen moeten zien vast te houden en als het kan uit te bouwen’, vertelde Maarten van der Heijden, technisch directeur van de KNHS.

Meten is weten

Zo kan een chip die na de training uitgelezen kan worden op een paard worden aangebracht, waardoor het mogelijk is om de paslengte en pasduur te meten. Gegevens die voor iedere topdressuurruiter tijdens de training van groot belang zijn. ‘Belangrijk daar bij is ook dat hoe meer topruiters zich met deze vernieuwingen bezighouden, hoe meer informatie beschikbaar komt, waardoor automatisch de cijfers steeds betrouwbaarder worden. Dan kan ook de breedtesport van deze informatie gebruikmaken en daar haar voordeel mee doen. Mede daarom was het jammer dat te weinig mensen dit congres bijwoonden’, aldus Van der Heijden. Een aansprekend voorbeeld van ‘meten is weten’ werd gegeven door David Strickland, die van huis uit een statisticus is. Hij houdt zich bezig met het analyseren van dressuuruitslagen en kan nu al inzichtelijk maken waar je tijdens internationale kampioenschappen het verschil kunt maken. ‘Sinds een paar maanden houdt hij zich ook bezig met het analyseren van de Subtop uitslagen. Daardoor hebben wij als KNHS ook een beter zicht op de juryleden. Dit systeem maakt het mogelijk om heel snel in de gaten te hebben waar accenten in de bijscholing gelegd moeten worden. Stel dat er in de waarderingen van de pirouettes grote onderlinge verschillen zitten tussen de juryleden, dan kun je heel specifiek in de nascholing daar aandacht aan besteden. Ook stelt het ons in staat om juryleden die ‘high potentials’ blijken te zijn snel te herkennen’, legde Van der Heijden uit.

Continu proces

Sinds een paar jaar worden veel ritten tijdens belangrijke wedstrijden van Nederlandse ruiters op video opgenomen en daarna samen met de ruiters geanalyseerd. ‘Deze nauwkeurige analyses worden net zo vaak individueel als met de groep worden gemaakt. De topruiters zijn de waarde van deze beschouwingen op hun eigen prestaties en die van anderen gaan waarderen, en zelfs de meest verstokte sceptici hebben er de waarde van ingezien. Het is een continue proces van ontwikkelingen die moeten bijdragen aan de successen van onze topruiters, maar ook ten dienste komen te staan van iedere sporter met ambities. Dit congres, dat onder voorzitterschap stond van Nico Delleman programmamanager van InnoSport bv, was dan ook mede bedoeld om de progressie die we samen met andere partijen maken eens voor het voetlicht te brengen.

KNHS/Hoefslag

Het aantal dodelijke ongevallen bij paarden op renbanen in de USA staat op 1,91 per 1000 starts, over de periode 2009-2013. Deze cijfers uit de Equine Injury Databases werden deze week gepubliceerd door The Jockey Club. Bijna 1,9 miljoen starts werden geanalyseerd.

‘De analyse toont dat het aantal fatale verwondingen op zand- en kunstbanen iets is toegenomen, terwijl dit aantal op gras met twintig procent afnam’, aldus Dr. Tim Parkin, dierenarts en epidemioloog van de Universiteit van Glasgow, die het onderzoek en de analyse uitvoerde. ‘In het algemeen gebeuren er bij races op synthetische ondergrond veel minder dodelijke ongelukken dan op zand en gras.’

Verder is het zo dat bij korte races (minder dan 1200 meter) iets meer ongelukken plaatsvinden dan bij rennen op de middellange en lange afstand. Dit was een trend over alle jaren van het onderzoek. Bij oudere paarden was – net als in voorgaande jaren – het aantal ongevallen op de renbaan groter dan bij tweejarigen. Bij deze jongste groep paarden bleef het aantal ongevallen met dodelijke afloop het laagst.

In de cijfers zijn alleen de gevallen opgenomen waarbij het paard overleed binnen 72 uur na afloop van de race.

Horsetalk/Hoefslag

0 32

Maandelijks geven we in onze sport- en fokkerijrubriek ‘In de ring’ een overzicht van de behaalde scores in de Subtop. In het februarinummer van de Hoefslag wordt de balans opgemaakt over 2013. Wat op de eerste plaats opvalt, zijn de zeer grote verschillen tussen de klasse ZZ-Zwaar en de Lichte Tour. Ongeveer de helft van alle combinaties behaalt in het ZZ-Zwaar geen 60%, waar dit bij de Lichte Tour slechts 20% is. In de Zware Tour wordt er zelfs nog een schepje bovenop gedaan en bedraagt dit nog maar 16%. Waar komen deze verschillen tussen opeenvolgende, zwaarder wordende klassen vandaan? Een aantal oorzaken is vlug te benoemen. Allereerst is de overgang vanaf de klasse ZZ-Licht erg groot. Amazone Emmelie Scholtens zei er eerder over in de Hoefslag: ‘Je zou kunnen stellen dat als je je winstpunten in het ZZ-L hebt, je klaar bent voor de ZZ-Z. Maar zo simpel is het niet. In de breedtesport kun je met een net proefje zonder fouten je puntjes bij elkaar sprokkelen. In het ZZ-Z is het belangrijk dat je je paard niet alleen foutloos, maar ook met expressie en gedragenheid kunt voorstellen.’ Aangezien veel ruiters toch graag de overstap maken, ontstaat er dus een zekere nivellering op ZZ-Zwaar niveau, voor velen ook het eindstation. Een andere belangrijke oorzaak is dat veel Nederlandse topruiters regelmatig met een paard direct instromen op Lichte Tour-niveau en dit vaak met topscores als resultaat. En tot slot kan gesteld worden dat juryleden geneigd zijn makkelijker punten te geven in de Lichte Tour. Dat laatste lijkt nog meer aan de orde in de Zware Tour.

We legden deze bevindingen voor aan de KNHS en twee Subtop-juryleden. Hoe zij hier tegenaan kijken lees je in de nieuwste Hoefslag, ook online te bestellen.   

Volg ons!

103,152FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer