Tags Posts tagged with "aanleuning"

aanleuning

hoefslag masterclass

De compleet uitverkochte Hoefslag Masterclass stond vrijdagavond in het teken van ‘Verbinding & Aanleuning.’ Bij De Nieuwe Heuvel in Lunteren legden Bastiaan de Recht en Annemarie en Kirsten Brouwer uit wat de voorwaarden zijn voor een mooie aanleuning èn dat je nooit raakt uitgeleerd.

Duidelijkheid en verdieping

Naast praktische clinics waar het publiek door middel van een app ook direct vragen kon stellen,  was er tijdens deze avond ook ruimte voor een discussiepanel. Daarin namen naast Bastiaan, Annemarie en Kirsten ook  Peter de Boer en Frans Poel zitting. De discussie zorgde voor extra duidelijkheid en verdieping. Hoefslag zet alvast twaalf rake uitspraken op een rij. In Hoefslag Magazine én op deze website binnenkort meer!

  • “Alles moet je leren. Dat doe je alleen maar door veel te doen, te ervaren en fouten te durven maken.” (Annemarie Brouwer)
  • “De hals is de deur naar de achterhand.” (Frans Poel tijdens de paneldiscussie)
  •  “Volgens het boekje rijd je je paard van achter naar voren, maar zo eenvoudig is dat niet altijd. Daarvoor moet je paard immers altijd ‘aan’ zijn.” (Bastiaan de Recht)
  • “Wanneer je tempowisselingen rijdt, maakt het niet uit of dat in alleen in draf is of vanuit de draf naar galop en weer terug. Zolang het paard maar een voorwaartse reactie geeft op het been.” (Brouwer)
  • “De ruiter heeft een grote invloed op de flexie (buiging) die een paard van nature in zijn lichaam heeft. Via de hals kunnen we daar invloed op uitoefenen.” (Bastiaan de Recht)
  • “Je aanleuning moet altijd voorwaarts neerwaarts zijn. Vergelijkbaar met een slagboom, die altijd naar beneden wil, dus niet altijd strak bovenin.” (Bastiaan de Recht)
  • “Wat we erin drijven moeten we zachtjes in de hand opvangen. Als we dat voor elkaar hebben, hebben we aanleuning.” (Annemarie Brouwer over de ruiterhand)
  • “Belangrijk voor het verkrijgen van een goede aanleuning is, dat je paard gehoorzaam is aan het been, dus direct reactie geeft op het been. Dat de ruiter een goede, onafhankelijk zit heeft, dus in balans is. En dat je paard voorwaarts is, zodat hij de hand op kan zoeken.” (Annemarie Brouwer)
  • “Dat je paard eens achter de loodlijn loopt is niet zo vreselijk. Bij meer oprichting gebeurt het ook dat je paard voor de loodlijn komt. Maar een vernauwing in de hoofd-halsverhouding wil je uiteraard niet.” (Bastiaan de Recht)
  • “Gisteren won Cynthia nog het ZZ-Zwaar en nu rijdt ze een paard dat niet na wil geven. Boos worden heeft geen zin. Gewoon rustig en netjes doorrijden is beter.” (Annemarie Brouwer)
  • “Voor je paard is het makkelijker om wat op de voorhand te hangen dan in oprichting te lopen.” (Bastiaan de Recht)
  • “De aanleuning groeit altijd, zelfs tot een met de Grand Prix. En dan zijn we nog niet klaar. Dan proberen we die nog steeds te vervolmaken.” (Annemarie Brouwer)
  • “Als een jong paard moeite heeft met nageven, moet je altijd uitsluiten dat hij een lichamelijk probleem heeft. Als hij geen lichamelijk probleem heeft,  mag je best tijdens het longeren een bijzet gebruiken. Zo voorkom je dat hij zich overbuigt. Je leert hem in balans te blijven, over de rug te gaan en het bit op de juiste wijze aan te nemen.” (Bastiaan de Recht)

 

Bron: Hoefslag, overname zonder bronvermelding én toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan.

Hoefslag Masterclass 2018 - Dinja van Liere
Hoefslag Masterclass 2018 - Dinja van Liere

Heb jij ook zo’n zin om de ring in te gaan tijdens het komende outdoorseizoen? Bereid je daar dan optimaal op voor tijdens onze Hoefslag Masterclass, op vrijdag 10 mei in Lunteren.

Het thema van deze Hoefslag Masterclass is Verbinding & Aanleuning.

Tegen de hand

Misschien loop hij ook wel eens tegen dit probleem aan: Je kunt geen nette overgang rijden. Iedere keer doet je paard zijn hoofd omhoog en komt tegen de hand (of t.d.h., zoals er dan op je protocol staat). Wat nu?

Wil jij een fijne aanleuning zonder dat je zelf zere armen krijgt, omdat je paard zwaar in je hand wordt? Óf wordt hij juist te licht en gaat zijn hoofd alle kanten op? Hoe krijg je de goede verbinding en sublieme aanleuning?

Interactieve Masterclass

Op 10 mei krijg je tijdens de interactieve Hoefslag Masterclass on tour in Lunteren tips van niemand minder dan Biomechanicaspecialst Bastiaan de Recht en dressuuramazones Annemarie en Kirsten Brouwer.

Op vrijdag 10 mei zijn we te gast bij De Nieuwe Heuvel in Lunteren. Koop je je kaartje nu, dan betaal je € 22,50 in plaats van de gewone prijs van € 25,-

Abonnees van Hoefslag krijgen korting! Zij betalen € 20,- voor een ticket.

Tijd: 19.30-22.30

Zie ook: hoefslagmasterclass.nl

0 1805

Grand Prix-ruiter, trainer en voormalig bondscoach Rien van der Schaft legt uit hoe je op een correcte manier een mooie aanleuning krijgt. In deel 1 en 2 hadden we het over de ruiterhand en de voorkeurshouding van je paard; we gaan nu in op de oefeningen die je kunt doen om vanuit de natuurlijke balans meer afdruk en expressie te bewerkstelligen.

Expressie en afdruk

We eindigden deel 2 van deze miniserie met het noemen van oefeningen. Van der Schaft: ‘De oefeningen tijdens een dressuurproef, die zijn er niet om de jury te imponeren, nee, die hebben we bedacht om het paard beter te maken, sterker. Het zijn eigenlijk trucjes om hem meer op de achterhand te krijgen: wijken, schouderbinnenwaarts, appuyeren…’

Hand stil, niet storen

De hand verandert niet tijdens die oefeningen, benadrukt Rien. ‘In de wendingen zet ik ‘m hier een pasje schoudervoor.’ Welt reageert met een actief achterbeen en meer oprichting. ‘Hier duw ik hem met m’n binnenbeen op de volte, reageert hij goed -dus beweegt hij het binnenachterbeen naar buiten- dan ga ik weer recht voorwaarts. Gaat hij op de voorhand lopen, in deze fase, dan maak ik een halve ophouding. Zelf blijf ik gemakkelijk zitten, in een correcte houding, want ik wil mijn paard niet storen.’

Te gecompliceerd gedacht

Het ziet er zo gemakkelijk uit, met een paard dat steeds meer opgericht gaat lopen, zonder dat er druk op de teugel uitgeoefend wordt… Je ziet dat dit is zoals het zou moeten, want het paard kijkt happy, de mond is lekker gaan schuimen. ‘Er wordt vaak te gecompliceerd gedacht over aanleuning’, besluit Rien. ‘Terwijl je het voor jezelf en je paard juist simpel moet houden.’

Les van Rien via Hoefslag

Hoefslag geeft een dressuurles van Rien van der Schaft weg. Ben je nog geen abonnee? Zorg dan dat je snel een abonnement – let op: mooie kortingsacties! – neemt via http://paardenmagazines.nl/tryon/. Uiteraard doen we verslag in woord en beeld van de les, waarvan het resultaat verschijnt in Hoefslag Magazine. Mail bovendien vóór 30 september je naam en adres, gegevens over je paard, je niveau en een filmpje van ongeveer één minuut van jou en je paard naar hoefslag@mediaprimair.nl. Uit de ingezonden reacties zal de redactie samen met Rien een combinatie kiezen.

Bron: Hoefslag
Foto: DigiShots

Grand Prix-ruiter, trainer en voormalig bondscoach Rien van der Schaft legt uit hoe je op een correcte manier een mooie aanleuning verkrijgt. In deel 1 hadden we het over de ruiterhand, we gaan nu in op de voorkeurshouding van een paard. Daarvoor heeft Van der Schaft de achtjarige Welt meegenomen.

Luchtige verbinding

Zo, de inleiding, over aanleuning en de ruiterhand, zit er op. Nu de praktijk. Daarvoor heeft Rien de achtjarige Welt meegenomen. Hij heeft de ruin nog maar twee maanden op stal en de mooie bruine is voor het eerst mee naar een vreemde omgeving. Welt is wakker, maar niet gespannen, zo lijkt het. Hij wordt gereden op een trens. ‘Ik neem licht contact en laat ‘m gewoon kijken’, legt de ruiter uit als hij in het zadel zit.
‘Hij loopt normaal fijn naar voren, het neusje eruit. Ik houd een luchtige verbinding, op twee teugels en Welt loopt in z’n natuurlijke voorkeurshouding.’ Als hij op beide handen gestapt heeft, over de hoefslag, gaat Rien al snel in draf over. ‘Ik zit eerst altijd even door, zodat ik het paard goed kan voelen.’

Natuurlijk evenwicht

Welt begint al lekker te sjouwen; hij heeft nog steeds zijn neus voor de loodlijn, ook in de galop die Rien op beide handen laat zien. De ruin heeft een goede natuurlijke balans, laat zijn ruiter weten. Zijn houding blijft fijn stil, net als de hand van Rien, dus die zoekt Welt mooi op. Af en toe controleert de ruiter of dat inderdaad het geval is door hem de hand iets mee te laten nemen.

Van natuurlijke balans naar expressie

‘Als hij zo loopt, kan ik wat meer houding proberen te krijgen, wat meer expressie en afdruk. Dat is een volgende stap in de training. Je krijgt dat door oefeningen te doen, zoals een volte, vanuit het binnenbeen. Hij zet dan zijn binnenbeen verder onder de massa. Maar die basis, ontspannen naar voren, in zijn eigen evenwicht, blijft hetzelfde.’

Les van Rien via Hoefslag

Hoefslag geeft een dressuurles van Rien van der Schaft weg. Ben je nog geen abonnee? Zorg dan dat je snel een abonnement – let op: mooie kortingsacties! – neemt via http://paardenmagazines.nl/tryon/. Uiteraard doen we verslag in woord en beeld van de les, waarvan het resultaat verschijnt in Hoefslag Magazine. Mail bovendien vóór 30 september je naam en adres, gegevens over je paard, je niveau en een filmpje van ongeveer één minuut van jou en je paard naar hoefslag@mediaprimair.nl. Uit de ingezonden reacties zal de redactie samen met Rien een combinatie uitkiezen.

Bron: Hoefslag
Foto: DigiShots

rien van der schaft

Grand Prix-ruiter, trainer en voormalig bondscoach Rien van der Schaft legt uit hoe je op een correcte manier een mooie aanleuning krijgt. Deze keer deel 1, de ruiterhand. In de volgende afleveringen gaan we in op de voorkeurshouding en de oefeningen om de aanleuning te verbeteren.

Hand vertrouwen

‘De meeste ruiters leggen te veel de nadruk op de aanleuning, de hoofd-halshouding’, vertelt hij. ‘Een juiste aanleuning krijg je alleen wanneer het paard de hand van de ruiter vertrouwt. Hij moet het prettig vinden, het contact met de hand. Je krijgt het dus never nooit niet voor elkaar door te gaan trekken. Elk paard gaat, als je de hand stil houdt, op een gegeven moment die hand vertrouwen en volgen. Bij de een duurt het tien minuten, bij de ander drie maanden.’

Van achter naar voren

‘Het is een kwestie van niet trekken’, vertelt Rien. ‘Oók niet als je paard te hard gaat. Het gewicht in de ruiterhand bedraagt maar een paar ons, minder nog dan het zweepje dat ik hier heb.’ De houding waarin het paard die ruiterhand opzoekt, mag hij zelf bepalen; hij mag zijn ‘voorkeurshouding’ aannemen. De hand blijft hetzelfde. ‘Om het met de woorden van mijn oude instructeur Piet Oothout te zeggen: “Je rijdt het lichaam van het paard naar het hoofd”. Je ziet tegenwoordig vaak een knik in de hals, met de derde wervel als hoogste punt. Dat is geen correcte hoofd-halshouding.’

Les van Rien via Hoefslag

Hoefslag geeft een dressuurles van Rien van der Schaft weg. Ben je nog geen abonnee? Zorg dan dat je snel een abonnement neemt via http://paardenmagazines.nl/tryon/. Uiteraard doen we verslag in woord en beeld van de les, waarvan het resultaat verschijnt in Hoefslag Magazine. Mail bovendien vóór 30 september je naam en adres, gegevens over je paard, je niveau en een filmpje van ongeveer één minuut van jou en je paard naar hoefslag@mediaprimair.nl. Uit de ingezonden reacties zal de redactie samen met Rien een combinatie uitkiezen.

Bron: Hoefslag
Foto: DigiShots

0 6602
teugelvoering
Teugelvoering. Foto: Remco Veurink

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. In het eerste deel hebben we het opstappen uitgelicht. Nu de volgende stap; hoe houd ik mijn teugels vast en hoe geef ik de juiste teugelhulpen.

Trensteugel

‘Waarom houden we eigenlijk de trensteugel vast tussen ringvinger en pink? Als je je handen rechtop draagt met je duim bovenop en je buigt pols, waarbij je je duim voorover naar beneden duwt, ontstaat er een hefboom. Hierdoor trek je aan de teugel en kun je dus een teugelhulp geven. Mits je uiteraard de teugel wel vast blijft houden door de teugel die door je hand loopt, vast te klemmen tussen je wijsvinger en duim. Houd je hand gesloten, maar niet krampachtig. Dan kun je niet goed de mond van het paard en zijn reacties voelen.’

Teugelvoering
© DigiShots

 

Stang en trens

‘Met een stang- en trenshoofdstel heb je uiteraard te maken met twee teugels. Eentje van de trens en eentje van de stang. Hoe deze teugels worden vast gehouden heeft veelal te maken met de persoonlijke voorkeur van de ruiter. Vaak zie je dat ruiters gewend zijn een teugel vast te hebben onder de ringvinger langs en dat de tweede teugel dan onder de pink langs loopt. Hierbij loopt de stangteugel bij de ringvinger en de trensteugel onder de pink langs. Als je dan de hefboom uitvoert, komt er eerst druk op de trens en later pas op de stang. In de praktijk blijkt echter dat de trensteugel onder de pink langs meestal door slibt en het paard hoofdzakelijk op de stang gereden wordt. Daarbij is de ruiter gewend een trensteugel onder de ringvinger te hebben lopen en daar zit nu de stangteugel; de inwerking kan daardoor nog al eens grover zijn dan bedoeld. Een oplossing hiervoor is om de trensteugel toch, zoals ook bij een trenshoofdstel, onder de ringvinger door te laten lopen en de stangteugel onder de pink langs. Als door de hefboom de inwerking van de stang hierdoor te groot is, kan de stangteugel ook tussen de middelvinger en ringvinger door.’

teugelvoering
Teugelvoering stang en trens. Foto: Remco Veurink

Symmetrisch

‘Heb je de teugels op de juiste wijze vast, is het vervolgens belangrijk dat je je handen symmetrisch houd. Je beide handen moeten even ver van je navel zijn, even hoog gehouden worden en op dezelfde afstand van de hals. Hoe breed je je handen houd, is afhankelijk van hoe breed jouw schouders zijn. Bij een smal persoon zullen de teugels dichter langs de hals lopen dan bij een breder persoon. Hoe hoog je je handen houd, hangt af van hoe de hals van het paard is ingesteld. Bij een paard dat de hals strekt, zijn je handen lager, dan bij een paard dat in verzameling loopt. In principe houd je je handen een handbreedte boven de schoft.’

Teugelhulpen

‘Zowel bij teugel- als bij beenhulpen geldt, je geeft eerst lichte druk. Als het paard goed reageert op deze hulp, stop je met het geven van de hulp. Bij een teugelhulp houdt dit in dat het paard nageeft, een knikje maakt en daarmee de druk vermindert in je hand. Dan ontspan je je hand ook en blijf je dus niet trekken. Reageert het paard niet, blijft de teugel strak of gaat het paard er juist meer aan trekken? Maak dan een korte corrigeerde ophouding, waarbij je even kort en duidelijk de druk op de teugel vergroot. Herhaal dit totdat het paard reageert en ontspan dan weer. Blijf niet trekken. Het paard is toch sterker en zal alleen maar sterker worden.’

Sterk aan één kant

‘Vaak zijn paarden aan één kant sterker dan aan de andere kant. Dit kan ook voort komen uit de voorkeurs- en dus sterkere kant van de ruiter. Het paard loopt dan niet gelijk op twee teugels. Laat het paard nageven aan de teugel waar aan het het meeste trekt, zodat de druk op die teugel vermindert. Houd ondertussen wel met de andere teugel contact met de mond. Aan die kant moet het paard juist leren iets druk aan te nemen en niet te los te laten. Op deze manier, maar ook door het rijden van gymnastische oefeningen, kun je het paard rechter op twee teugels krijgen. Hierdoor zullen de oefeningen uiteindelijk op beide handen even goed gaan en kun je meer verzameling gaan vragen van je paard.’

Aanleuning

Zijwaartse nageeflijkheid

‘Behalve teugelhulpen die je naar achteren geeft, kun je ook zijwaarts hulpen geven. Wil je de hele hals naar binnen buigen dan doe je je hand iets van de hals af. Wil je juist alleen het paard in het nek- en kaakgewricht, dus vlak achter de oren, laten buigen, dan druk je juist de teugel aan die kant iets tegen de hals naar achteren. De mate en duur van de teugelhulp is hetzelfde zoals hierboven beschreven bij ‘Teugelhulpen’.’

Ben je benieuwd naar het volgende onderwerp dat gaat over het paard voor het been krijgen? Houd dan de Hoefslag facebookpagina en de website goed in de gaten!
Bastiaan de Recht
Bastiaan de Recht aan het werk met één van zijn paarden.

Carlijn de Boer voor dehoefslag.nl, overname zonder toestemming en bronvermelding is niet toegestaan

 

 

0 9330

De vierde Paard & Lifestyle Masterclass, op de mooie locatie van De Nieuwe Heuvel in Lunteren, stond deze keer in het teken van ‘Shinen in de ring’. Vóórdat je wedstrijden gaat rijden, moet je ‘natuurlijk’ de rijtechnische basis voor elkaar hebben en daarmee ook de aanleuning bij je paard. Grand Prix-ruiter Rien van der Schaft was er om uit te leggen hoe je op een correcte manier een mooie aanleuning verkrijgt.

Hand vertrouwen

‘De meeste ruiters leggen te veel de nadruk op de aanleuning, de hoofd-halshouding’, vertelt hij. ‘Een juiste aanleuning krijg je alleen wanneer het paard de hand van de ruiter vertrouwt. Hij moet het prettig vinden, het contact met de hand. Je krijgt het dus never nooit niet voor elkaar door te gaan trekken. Elk paard gaat, als je de hand stil houdt, op een gegeven moment die hand vertrouwen en volgen. Bij de een duurt het tien minuten, bij de ander drie maanden. Het is een kwestie van niet trekken, óók niet als je paard te hard gaat. Het gewicht in de ruiterhand bedraagt maar een paar ons, minder nog dan het zweepje dat ik hier heb.’ De houding waarin het paard die ruiterhand opzoekt, mag hij zelf bepalen; hij mag zijn ‘voorkeurshouding’ aannemen. De hand blijft hetzelfde. ‘Om het met de woorden van mijn oude instructeur Piet Oothout te zeggen: “Je rijdt het lichaam van het paard naar het hoofd”. Je ziet tegenwoordig – en eerlijk gezegd vaak bij de Nederlandse ruiters – een knik in de hals, met de derde wervel als hoogste punt. Dat is geen correcte hoofd-halshouding.’

Voorkeurshouding

Zo, de inleiding zit er op. Nu de praktijk. Daarvoor heeft Rien de achtjarige Welt meegenomen. Hij heeft de ruin nog maar twee maanden op stal en de mooie bruine is voor het eerst mee naar een vreemde omgeving. Welt is wakker, maar niet gespannen, zo lijkt het. Hij wordt gereden op een trens. ‘Ik neem licht contact en laat ‘m gewoon kijken’, legt de ruiter uit als hij in het zadel zit. ‘Hij loopt normaal fijn naar voren, het neusje eruit. Ik houd een luchtige verbinding, op twee teugels en Welt loopt in z’n natuurlijke voorkeurshouding.’ Als hij op beide handen gestapt heeft, over de hoefslag, gaat Rien al snel in draf over. ‘Ik zit eerst altijd even door, zodat ik het paard goed kan voelen.’

Natuurlijk evenwicht

Welt begint al lekker te sjouwen; hij heeft nog steeds zijn neus voor de loodlijn, ook in de galop die Rien op beide handen laat zien. De ruin heeft een goede natuurlijke balans, laat zijn ruiter weten. Zijn houding blijft wel fijn stil, net als de hand van Rien, dus hij zoekt de ruiterhand mooi op. Af en toe controleert Rien of dat inderdaad het geval is door hem de hand iets mee te laten nemen. ‘Als hij zo loopt, kan ik wat meer houding proberen te krijgen, wat meer expressie en afdruk. Dat is een volgende stap in de training. Je krijgt dat door oefeningen te doen, zoals een volte, vanuit het binnenbeen. Hij zet dan zijn binnenbeen verder onder de massa. Maar die basis, ontspannen naar voren, in zijn eigen evenwicht, blijft hetzelfde.’

Oefeningen

‘De oefeningen tijdens een dressuurproef, die zijn er niet om de jury te imponeren, nee, die hebben we bedacht om het paard beter te maken, sterker. Het zijn eigenlijk trucjes om hem meer op de achterhand te krijgen: wijken, schouderbinnenwaarts, appuyeren… De hand verandert niet tijdens die oefeningen. In de wendingen zet ik ‘m hier een pasje schoudervoor.’ Welt reageert met een actief achterbeen en meer oprichting. ‘Hier duw ik hem met m’n binnenbeen op de volte, reageert hij goed -dus beweegt hij het binnenachterbeen naar buiten- dan ga ik weer recht voorwaarts. Gaat hij op de voorhand lopen, in deze fase, dan maak ik een halve ophouding. Zelf blijf ik gemakkelijk zitten, in een correcte houding, want ik wil mijn paard niet storen.’

Te gecompliceerd gedacht

Het ziet er zo gemakkelijk uit, met een paard dat steeds meer opgericht gaat lopen, zonder dat er druk op de teugel uitgeoefend wordt… Je ziet dat dit is zoals het zou moeten, want het paard kijkt happy, de mond is lekker gaan schuimen. ‘Er wordt vaak te gecompliceerd gedacht over aanleuning’, besluit Rien. ‘Terwijl je het voor jezelf en je paard juist simpel moet houden.’ (cd)

Grand Prix trainer Rien van der Schaft heeft meerdere paarden op Grand Prix-niveau uitgebracht, vele paarden tot op internationaal niveau opgeleid en is lid geweest van het Nederlandse dressuurteam. Deze zomer debuteerde hij weer succesvol met een nieuw wedstrijdpaard, Chopin C.I., in de Lichte Tour. Naast het trainen van paarden legt Rien zich toe op het begeleiden van andere ruiters. Niet alleen in Nederland, maar ook in de Verenigde Staten en Zuid-Afrika is hij regelmatig te vinden voor het geven van trainingen en workshops.

Bron: Hoefslag

Foto: Shutterstock

0 1863

In een instructieve serie die om de maand in Hoefslag verschijnt, laten we dressuurtalenten aan het woord over hun sterkste onderdelen. Voor Grand Prix-amazone Katja Gevers vormen een fijne afwerking en mooie aanleuning haar handelsmerk. Hoe ze dat voor elkaar krijgt? ‘Je paard in de krul laten lopen, is niet het doel. Het gaat erom dat het paard met losheid en een swingende rug loopt en als vanzelf de juiste hoofdhals-houding aanneemt.’

‘Als ik begin met een net zadelmak paard, vind ik het belangrijk dat het op eigen benen loopt. De hoofdhals- houding is eigenlijk niet van belang. Ik heb liever dat een paard er een keer aan de bovenkant uitkomt, dan dat het zich oprolt in een krul. Bij zo’n jong paard wil ik graag reactie naar voren op mijn been en contact met de mond. Dat contact moet een zacht gevoel in je handen geven. Als die voorwaarden – voorwaarts op je beenhulp, zacht contact met de mond – voor elkaar zijn, kun je met een jong paard aan het werk. Door overgangen en wendingen te rijden ontstaat er een verbinding van het been, via de zit naar de hand. Een verbinding van achter naar voren. Naarmate het paard sterker wordt en meer balans krijgt, krijg je meer controle over de hoofdhals-houding. De meest gemaakte fout bij het rijden van net zadelmakke paarden, is zonder twijfel dat er van voren naar achteren wordt gereden. Dat de focus ligt op het ‘in de krul’ rijden, in plaats van op de verbinding van achter naar voren. Je ziet het direct als dat gebeurt. Zo’n paard loopt wel in de krul, maar loopt niet over de rug, houdt zich vast, en kan dus nooit van achteren naar voren lopen. Een denkfout is ook dat als een paard aan de voorkant rond is, het automatisch over de rug loopt.’

Hoe Katja verder te werk gaat in het verkrijgen van mooie aanleuning bij haar jonge paarden, vertelt ze in de nieuwste Hoefslag.

 

Tekst: Karin de Haan

Foto: Remco Veurink

0 987
fries Friese paarden

Volgens de FEI-reglementen moet een dressuurpaard in de ideale aanleuning consequent met de neus net voor de loodlijn lopen. In het artikel ‘De perfecte krul’, verschenen in het nieuwe Hoefslag themanummer Dressuur, komt echter een onderzoek voorbij, waaruit iets anders naar voren komt. Uit een analyse van videobeelden van de Olympische Spelen in Barcelona (1992) en de wereldbekerfinale in Den Bosch (2008) blijkt dat het in 2008 vaker gebeurde dat paarden achter de loodlijn werden gereden gedurende zowel de piaffe- en passage-onderdelen als de draf- en galoptour. Over het algemeen liepen paarden die hoger eindigden, vaker achter de loodlijn in de piaffe dan degene die lager eindigden.

In onze nieuwe poll willen we van jou weten of jij vindt dat een jury het duidelijker moet afstraffen als een paard gedurende de proef nu en dan iets achter de loodlijn loopt?

Vind jij dat een jury het duidelijker moet afstraffen als een paard gedurende de proef nu en dan iets achter de loodlijn loopt?

  • Nee, voor mij hoeft dat alleen maar als het paard duidelijk en/of langdurig achter de loodlijn loopt. (57%, 256 stemmen)
  • Ja, voor mij hoort een paard altijd het neusje net voor de loodlijn te hebben. (43%, 191 stemmen)

Aantal stemmers: 447

Laden ... Laden ...

Foto: Remco Veurink

0 12007

Hoe doen ze het toch? Iedere dressuurliefhebber moet zich dat wel eens afgevraagd hebben als Anky, Imke, Edward, Hans Peter of Adelinde met hun paarden in de ring verschijnen. De paarden bewegen van de grond door de baan, atletisch, één en al losheid en souplesse en met een super mooie constante aanleuning.

Als deze topruiters hun betere proeven rijden, zit je halverwege al met kippenvel op de tribune. Dressuur gaat dan zoveel verder dan alleen maar het rijden van een paar (overigens vaak moeilijke) oefeningen. Dat optimaal voor elkaar zijn, waardoor de paarden door de hele proef heen met nog meer afdruk en losheid gaan lopen, is echt een kenmerk van de dressuur van vandaag de dag. Komt het doordat de paarden zo goed zijn, of is het de training die de paarden nog atletischer maakt dan ooit daarvoor? Waarschijnlijk beide. Het trainen van dressuurpaarden heeft de laatste jaren geleid tot felle discussies. Met name op internet, maar ook in verschillende (voornamelijk Duitse) tijdschriften is het onderwerp van kritiek. De focus wordt volledig gelegd op het extreem rond en diep instellen, waarvoor termen als Rollkür en Hyperflexie zijn bedacht. Terwijl dit eigenlijk maar een onderdeel van een totaalaanpak van de training is. Wat ook opvalt, is dat er op internet en in de literatuur maar weinig naslagwerk te vinden is, waarin op kundige wijze inhoudelijk ingegaan wordt op de methode. Bij elkaar is dat twee keer jammer. Reden dat Imke in deze aflevering ingaat op de weg naar de optimale losheid. 

Ga voor nog meer dressuurinstructie naar de Hoefslag Academy

Stellen en buigen: basisvoorwaarden

‘Het paard stellen en buigen helpt om het leniger en atletischer te maken. Het wordt sinds jaar en dag gebruikt om het paard te gymnastiseren. Door hier meer in te variëren kan je een dressuurpaard verder ontwikkelen en leniger maken. Wanneer beginnen wij met stellen en buigen? Dat is per paard verschillend. Het jonge paard maakt er kennis mee in bijvoorbeeld de hoeken en voltes. Ook bij het rijden van een oefening als wijken voor de kuit kan de stelling en buiging een keer meer meegenomen worden. Het accent bij het jonge paard in de africhting ligt echter op het rechtgericht zijn. En dat is dan ook direct een belangrijke basisvoorwaarde voor het stellen en buigen. Rechtgericht zijn gaat niet zonder tempocontrole, nageeflijkheid op de weerstand biedende hand en een onafhankelijke zit van de ruiter. Dus dat zijn basisvoorwaarden die vermelding behoeven. Rechtgericht betekent dat het paard voor en achter in hetzelfde spoor loopt. Op de rechte lijn, maar ook op de volte. Is het paard niet recht, zwaait het uit in de hoeken, loopt het met de achterhand naar binnen of naar buiten of loopt het niet op twee teugels, dan moet dat eerst opgelost worden, voordat je verder kunt. Het is niet zo makkelijk om dé oplossing voor een scheef paard op te schrijven. Scheefheid kan verschillende oorzaken hebben. Zo kan het uit de achterhand, of uit de rug komen. Soms is het op te lossen door training, in ander gevallen is het beter de hulp in te schakelen van een specialist (dierenarts / fysiotherapeut)? Kijk ook kritisch naar je zelf. Als je zelf scheef en onvoldoende in balans zit, kan je van je paard niet verwachten dat het recht loopt. Dan zal je eerst aan je eigen balans moeten werken (zie daarvoor de eerdere aflevering over ‘Houding en zit’). Rijtechnisch gezien ligt de oorzaak van scheefheid heel dikwijls in het hebben van onvoldoende tempocontrole. Controleer of het paard echt voor het been naar voren gaat, en echt terugkomt op de teugelhulp, en vervolgens door blijft lopen als je geen hulp geeft. Vaak is dat bij een scheef paard niet het geval. Het rijden van bewuste en consequente overgangen, waarbij je paard op de kleinste beenhulp een voorwaartse reactie geeft, en op de kleinste teugelhulp terug komt, helpt om de tempocontrole en daarmee de rechtgerichtheid te verbeteren. Het sleutelwoord bij het corrigeren van scheefheid is volgens mij de mogelijkheid om te kunnen ‘verlengen’. Als je zelf scheef zit, moet je je lang kunnen maken om dit op te lossen. Ditzelfde geldt voor het paard.’

Stellen en buigen: de opbouw

‘Belangrijk is dat een paard naar beide kanten gelijkmatig moet kunnen buigen en stellen, voordat je het weer een stapje moeilijker kan maken. Raak niet gefocused op één kant, maar blijf altijd werken aan beide kanten. Zoals eerder gezegd oefenen we het stellen en buigen bij het jonge paard door hoeken, voltes en met behulp van een oefening als wijken voor de kuit te rijden. Het gaat erom dat het paard leert om met zijn achterbenen in het spoor te blijven van zijn voor100807_RV102635RSbenen. Voor een jong paard kan dit moeilijk zijn, vooral op de volte of in de hoeken. Het kan bijvoorbeeld uitzwaaien met de achterhand of zich vasthouden aan de binnen- of buitenteugel. Dat zijn signalen dat het jonge paard nog niet genoeg in balans is en dus recht genoeg is om een stapje verder te gaan met stelling en buiging. Pas op het moment dat het paard op een grotere volte in balans is, zonder problemen blijft sporen, en nageeflijk blijft op twee teugels, kan je een stapje verder gaan, door de voltes kleiner te maken. Op het moment dat je voltes kleiner maakt, krijg je een scherpere stelling en buiging in het lijf. Het is een kwestie van opbouwen. Als je de volte te snel te klein maakt, raakt het paard uit balans, spoort het niet meer en geeft het niet meer na op twee teugels. Dan is het zaak een stap terug te doen en het paard eerst weer op de grote volte voor elkaar te hebben, voordat de volte kleiner gemaakt kan worden. Pas als het paard het gevoel geeft de kleine volte (10 meter) zelf vol te kunnen houden, dus geen steun zoekt op één van de teugels, maar blijft nageven op twee teugels, in balans en in hetzelfde tempo door blijft lopen en blijft sporen, ben je zover doorgewerkt dat je de stelling verder kan verfijnen. Gemiddeld genomen is een paard dan (minimaal) een jaar of zes oud. Een volgende stap is dat je echt controle probeert te verkrijgen over de stelling. Om die controle te verkrijgen, pluizen wij de stelling uit. We willen het paard eigenlijk werveltje voor werveltje kunnen stellen. We halen het stellen uit elkaar, om zo meer controle over het stuk tussen de schouder en het oor te verkrijgen. We vragen dus eerst stelling in de kaak, waardoor het paard alleen buigt in de eerste halswervel. Dat doe je door met de binnenteugel zo te vragen dat alleen de kaak naar binnen komt. Dat vergt wel enige oefening, maar het is iets dat de meeste paarden kunnen leren. Daarna volgt de rest van de hals. Als je het je paard zo leert, dan heb je direct meer controle over de stelling. Daarmee kan je meer variëren in de stelling, en daarnaast controleren of alle wervels in de hals echt los zijn, en mocht dat niet het geval zijn kan je doordat je het stellen ‘uit elkaar pluist’ makkelijker lokaliseren waar het probleem zit. Tenslotte biedt de controle over het stellen en buigen een prima uitgangsituatie voor het rijden van zijgangen, waarbij niet alleen stelling in de hals maar ook buiging in het hele lichaam wordt gevraagd. Daarover in een volgende aflevering meer.’

Houdingcontrole

‘Er zijn mensen die zeggen als een paard rond en diep loopt, dat deze op de voorhand loopt. Maar op de voo100807_RV102635RSrhand lopen heeft niets te maken met waar de hals is, maar hoe het evenwicht is en naar welke kant de schoft oploopt. Je kunt opwaarts rijden met de hoofdhals houding laag. Dat begint met de vanuit de aanleuning ontstane gebolde rug met aangespannen buikspieren. Als die verbinding optimaal is (van staart tot oren), kan het paard laag ingesteld met de schoft en rug omhoog lopen. Andersom kan een hoog ingesteld paard op de voorhand lopen, wanneer het hoofd naar boven wordt ‘getrokken’ en de rug hol wordt, waardoor de schoft als het ware ‘naar beneden’ gaat.

Daarom is het zo belangrijk om wanneer je je paard netjes over de rug hebt losgereden, hem geleidelijk aan iets hoger in te stellen, waarbij de optimale verbindingsboog niet verbroken wordt en het evenwicht niet verandert.’

Verkorten en verlengen

‘Met een jong paard heb je een beperkt aantal houdingen, dit kwam in de vorige aflevering ter sprake. Zoals je met je tempo meer versnellingen krijgt als je verder komt in de africhting, heb je ook meer variatiemogelijkheden in de hoofd/halshouding bij een ouder paard.

Zorg dat het paard altijd voor het been vooruit blijft denken

Als een paard eenmaal in balans is, het lijf getraind is en de spieren ontwikkeld zijn, dan is het ook toe aan meer variatie in de hoofd-halshouding. Een belangrijke basisvoorwaarde, die te allen tijde voor elkaar moet zijn is: zorg dat het paard altijd voor het been vooruit blijft denken, en dat het op twee teugels nageeflijk is. We vragen het paard om afwisselend kort (aanspanning) en lang (ontspanning) te worden. Dat doen we omdat dat bijdraagt aan zijn atletische ontwikkeling. Daarom is het ook zo belangrijk dat dit op kundige wijze gebeurt. Forceren, trekken en foutief gebruik van hulpteugels hebben niets met atletische ontwikkeling en daarmee met dressuur te maken, en zijn dus ook in dit stukje doorontwikkeling van het paard uiterst verwerpelijk. Belangrijk is dat het paard over de rug gaat. Een paard dat over de rug gaat, is over het algemeen nageeflijk. Omgekeerd is het ook zo. Als een paard zijn rug niet goed gebruikt, kan de aanleuning nooit goed zijn. Daar is het hele verhaal van variatie in de hoofd-halshoudingen op gebaseerd. Je ontwikkelt je paard als een atleet als je de verschillende houdingen kunt doen. Dan ontwikkel je zijn lijf optimaal om hem uiteindelijk te kunnen laten doen wat je wilt en verkrijg je controle. Er zijn veel verschillende soorten hoofd halshoudingen waarin je je paard kan lopen. Variatie maakt dat je in de training eigenlijk oneindig veel mogelijkheden hebt om je paard te gymnastiseren en te controleren of hij echt los is.’

Hoe verkort en verleng je?

‘Stel je hebt je paard laag en lang ingesteld, een houding die wij vaak gebruiken bij het loswerken. Van daaruit ga je je paard geleidelijk wat korter maken. Dat doe je door het tempo te blijven controleren en je weerstand biedende hand te gebruiken. Nogmaals alleen wanneer dit kundig en met gevoel gebeurt, draagt het bij aan de ontwikkeling van het paard. Heb je hier geen ervaring mee, doe het dan alleen in overleg met en onder begeleiding van een kundige instructeur. Heel belangrijk is, dat je iedere keer als je de hals korter maakt, al is het maar een halve centimeter, je eerst weer nageeflijkheid hebt, voordat je verder kan gaan. Een verder gevorderd paard kan in één trainingsuur van lang laag, naar lang kort naar iets hoger kort naar bovenin kort. Al zijn er ook verder gevorderde paarden die dat nooit zullen kunnen, omdat hun conformatie (bouw) zich er doodeenvoudig niet voor leent. Bij een paard dat nog in opleiding is, mag je blij zijn als het van half hoog, één centimeter of twee centimeter korter wordt en daarop nageeft. Dat nageven is enorm belangrijk. Dat is het moment dat het paard echt loslaat in de betreffende houding. Bij het verkeerd toepassen van variatie in hoofd-halshouding, wordt het nageven vaak vergeten, waardoor het zijn essentie en doel verliest.’

Diep en rond

‘Als je het principe van het toepassen van variatie in de hoofd-halshouding goed door hebt, zal je begrijpen dat100807_RV103713RS alleen de paarden die zeer ver gevorderd zijn in hun rijtechnische opleiding hier aan toe zijn. Het kost jaren training voordat je op die manier in de hoofd-halshouding kan variëren. Daarbij durf ik te stellen dat een deel van de dressuurpaarden er helemaal nooit aan toe komt. Enerzijds omdat ze onvoldoende op de goede manier opgeleid zijn. (Veel ruiters komen ook nooit zover.) Anderzijds omdat hun bouw en atletische kwaliteiten zich er niet voor lenen. Vergelijk het met het turnen. Hoeveel mensen zijn er die een spagaat kunnen? Veel mensen zijn daar van nature gewoon niet lenig genoeg voor, ook al zouden ze er jarenlang op trainen. Als ik zeven paarden op een dag rijd, dan zijn dat geen zeven Sunrises. Het streven is wel om ieder paard net zo ver afgericht te krijgen als Sunrise. Daar werk je naar toe, en zo bouw je de paarden op. Maar er zijn paarden bij die nooit zover zullen komen, omdat ze doodeenvoudig minder atletisch zijn. Het africhten van paarden is wat dat betreft echt maatwerk. Je probeert je steeds aan te passen aan je paard (de mogelijkheden en het africhtingniveau). Ook het variëren in de houding pas je daar op aan.’ (foto’s: Veurink/Sanoma)

Meer over aanleuning in de tweede videoaflevering van de Hoefslag Academy

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

101,893FansLike
0VolgersVolg
7,031VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer