Afbeelding

De merrie als atleet en fokmerrie

De fokkerij beweegt zich steeds nadrukkelijker richting de sport. Van hengsten wordt al jaren verwacht dat zij zich in de sport bewijzen, maar ook van merries wordt in toenemende mate geëist dat zij sportprestaties leveren. Het idee dat een merrie eerst een veulen krijgt en daarna de sport ingaat klinkt mooi, maar welke impact heeft dit werkelijk op het lichaam van de merrie? We gingen in gesprek met Rodinde Hoogenraad.

Tekst: Adriana van Tilburg | Foto's: Istock/ Arnd Bronkhorst

Rodinde vertelt: “In de praktijk zie je verschillende routes in de loopbaan van een merrie. Sommige merries krijgen één of twee veulens vóórdat ze aan hun sportcarrière beginnen. Andere merries blijven juist in training en worden tijdens hun sportcarrière ingezet voor embryo transfer of OPU/ICSI. Dat roept een fundamentele vraag op: wat doet dit alles met het lichaam van de merrie?” Volgens Rodinde begint die afweging vaak al heel vroeg. “Je hebt een jonge merrie met veel kwaliteit, maar je ziet ook: ze is nog wat slap, ze heeft tijd nodig. Dan denken mensen: weet je wat, ik laat haar eerst een veulen brengen. Dan overbrug ik die tijd, heb ik alvast een veulen en daarna pak ik haar opleiding weer op. Soms zijn die merries al zadelmak, soms nog helemaal niet", legt ze uit. “Vanuit het lichaam gedacht is die redenering op zich heel begrijpelijk. Het idee om een paard eerst wat ouder en sterker te laten worden voordat je echt serieus gaat sporten, is zeker niet verkeerd.”

Keerzijde

Maar daar zit volgens haar ook een keerzijde aan. “Wat vaak wordt onderschat, is dat een dracht en vooral een bevalling een enorme lichamelijke ingreep zijn", benadrukt ze. “Een merrie ‘krijgt niet even een veulen’. Het lichaam verandert ingrijpend.” Ze trekt daarbij bewust een parallel met de mens. “Net als bij vrouwen zie je bij merries een grote variatie in herstel. Er zijn merries die na een bevalling probleemloos weer functioneren, maar er zijn er ook bij wie het herstel niet vanzelf gaat. Dat risico moet je wel meewegen. Er zijn vrouwen die een kind krijgen en daarna weer probleemloos kunnen sporten, maar er zijn ook veel vrouwen die al vóór de bevalling last hebben van bekkeninstabiliteit, of die na de bevalling klachten ontwikkelen vanuit het bekken, de blaas of de baarmoeder. Bij paarden is dat niet anders. Ik zal dan ook nooit zeggen dat het absoluut niet kan. Er zijn merries die een veulen krijgen, nergens last van hebben en daarna net zo recht blijven en net zo goed bewegen als daarvoor. Die kunnen prima de sport in.” Maar, voegt ze er direct aan toe: “Je neemt wel degelijk een risico.” 

Andere merrie na bevalling

Dat risico ziet Rodinde regelmatig terug in haar praktijk. “Ik zie hier paarden die na de bevalling een scheef bekken hebben, maar ook ernstigere gevallen: beschadigingen aan de bekkenbanden, zenuwproblemen of een forse spieratrofie. Dat zijn merries die daarna duidelijk minder functioneren als sportpaard, of een zeer lange herstelperiode nodig hebben.” Volgens haar werd daar vroeger nauwelijks bij stilgestaan. “Ik denk dat hier lange tijd niet goed over is nagedacht. Maar als je een uitzonderlijk goede merrie hebt en je geeft haar eerst één of twee veulens voordat je gaat sporten, dan kan het zomaar gebeuren dat die merrie daarna een heel andere merrie is dan vóór de bevalling.” Daarom is ze duidelijk over haar persoonlijke afweging. “Als ik een jong paard heb waarvan ik heel veel sportieve verwachtingen heb, dan zou ik zelf dat risico niet willen nemen door haar eerst een veulen te laten krijgen.”

Hersteltijd

Maar wat als alles goed verloopt? “Uitgaande van een bevalling zonder complicaties en zonder beschadiging van het bekken, kan het herstel redelijk vlot gaan,” legt Hze uit. “Zes weken vind ik persoonlijk aan de korte kant. Ik houd liever ongeveer drie maanden aan.” In die periode is volgens haar vooral de aanpak cruciaal. “Ik begin altijd met rechtdoor stappen en rechtdoor werken, zodat het bekken weer symmetrisch kan bewegen. Pas daarna ga je voltes en zwaarder werk doen. In principe vind ik drie maanden een goede termijn om het lichaam weer op te pakken.” Longeerwerk vraagt daarbij extra voorzichtigheid. “Longeren is voor het bekken belastender. Daarmee wacht ik liever even. Ik zie ook merries die ik eerder heb behandeld vanwege een scheef bekken en die daarna een veulen krijgen. Vaak laten eigenaren de merrie eerst opnieuw controleren en behandelen, voordat zij de training weer oppakken.”

Embryo transfer en OPU/ICSI

Wat is dan de invloed van reproductietechnieken zoals embryo transfer of OPU/ICSI? “Dat heeft niet per se direct met een scheef bekken te maken,, maar ik zie wel degelijk paarden die tijdens hun sportcarrière worden gespoeld of OPU/ICSI ondergaan en daarna veranderen.” Volgens haar spelen hormonen en spanning daarbij een grote rol. “Door hormonale veranderingen of door spanning kunnen banden en spieren verkrampen. Dat kan invloed hebben op het bekken, de wervelkolom of de buikspieren.” Ze is daarin voorzichtig, maar duidelijk. “Niet bij alle paarden, absoluut niet, maar ik zie zeker merries die na een OPU/ICSI niet meer hetzelfde sportpaard zijn als daarvoor, of die een lange tijd nodig hebben om weer op hun oude niveau terug te komen. Als je echt met je jonge merrie wilt fokken, kun je beter kiezen voor embryotransplantatie dan voor ICSI of voor het zelf laten uitdragen van een veulen.” Haar advies is daarom helder: “Je kunt dit doen, maar je moet heel goed naar je paard kijken. Merk je verschil? Laat het dan controleren, in plaats van te denken dat het vanzelf wel goedkomt.”

Op jonge leeftijd of na de sport

Is vroeg fokken belastender dan fokken na een sportcarrière? “Puur lichamelijk gezien zou ik veel liever fokken na de sportcarrière, Het bekken is pas rond vijf à zes jaar volledig uitgegroeid en stabiel. Bij jonge paarden is het risico op scheefstand groter.” Ze erkent het spanningsveld binnen de fokkerij. “We weten uit de draf- en rensport dat de beste nakomelingen vaak uit jonge merries komen. Dat botst met wat lichamelijk gezien het meest verstandig is, maar mijn visie hier is puur fysiek. Vanuit dat oogpunt zou ik liever fokken met een uitgesporte of iets oudere merrie.”

Bewustzijn als sleutel

Waar ligt dan de grens? “Ik zeg zekerniet dat het niet mag. Het gaat mij om een stukje bewustzijn. Wees je ervan bewust dat dracht, bevalling, spoelen of ICSI ingrijpende processen zijn. Kijk daarna eerlijk naar je merrie: hoe staat haar bekken, hoe beweegt ze, is er spanning of pijn? En pas je training en herstel daarop aan. Niet ieder paard reageert hetzelfde, maar juist daarom moet je stoppen met denken in vaste schema’s. Kijk altijd naar het individuele paard. Wat kan wel en wat kan niet?”, besluit ze.

Rodinde Hoogenraad

Rodinde Hoogenraad is dierenarts en werkzaam bij Paardenkliniek Vinkega. Ze genoot vele opleidingen in acupunctuur, manuele therapie, osteopathie, Chinese kruidengeneeskunde, Bach Star remedies en Systemische Paardencoaching. Ze heeft een praktijk voor acupunctuur, Chinese kruidengeneesmiddelen, manuele therapie en sportbegeleiding voor paarden. Rodinde werkt vanaf een praktijkpunt in Beers (Noord Brabant) en in Vinkega. Op verzoek bezoekt zij stallen door het hele land. Zij begeleidde vele topsport paarden en pony’s, maar ook een recreatie paard helpt zij zo goed mogelijk te functioneren.

Bella Rose van Isabell Werth kreeg na haar sportcarrière zelf al twee veulens