
ADVIES VAN EEN EXPERT
Het wijken voor de kuit wordt gevraagd in het L1 en in L2. In het L1 is dit minimaal vijf meter vanaf de AC-lijn en in het L2 is dit tien meter vanaf de AC-lijn of vanaf de hoefslag. Wijken voor de kuit is een gymnastiserende oefening waarbij het paard voorwaarts-zijwaarts gaat voor de eenzijdige kuitdruk. Het paard is recht, of heeft een lichte stelling tegen de rijrichting in (naar de zijde waar hij naartoe beweegt). De voorhand gaat licht voor de achterhand en het paard beweegt zijn binnenbenen voor de buitenbenen. Grand Prix-amazone en trainster Jennifer Sekreve geeft tips voor het wijken voor de kuit.
Houding en balans
“Om te beginnen is het goed om je te realiseren dat geen enkel geval hetzelfde is. Ieder paard is anders en iedere ruiter is anders. Wanneer een paard tijdens het wijken over de buitenschouder valt, kan dat verschillende oorzaken hebben. Eén hiervan is de houding en balans, van zowel de ruiter als het paard, die onderling sterk met elkaar samenhangen. Wanneer een paard niet gehoorzaam aan de hulpen is en niet tussen twee benen en twee teugels loopt, is hij al snel geneigd om over de schouder weg te lopen. Dat is vaak de buitenschouder in het wijken. Dat is dus je eerste aandachtspunt. Over de schouder weglopen kan veroorzaakt worden doordat het paard de begrenzende en zijwaartse hulp niet begrijpt, of doordat de ruiter zijn paard onbewust uit balans brengt. Vaak is het niet zo dat een paard het niet wil doen, maar dat het, om wat voor reden dan ook, gewoon nog niet duidelijk is wat er aan hem gevraagd wordt. Het niet willen scharen staat hiermee in verbinding. Het begint dus echt bij de basisvoorwaarden, zoals het begrijpen van de ruiterhulpen.”
Begin in stap
“Zorg ervoor dat je paard op eigen benen rechtuit kan lopen voordat je aan het wijken begint. Het is goed om dit in stap te oefenen op de middenlijn of binnenhoefslag, zodat je paard geen steun heeft aan de wand. Stap rechtuit, in een gelijkwaardig en ontspannen ritme, waarbij je voelt dat je paard beide zijden evenredig belast. Als dit goed gaat, kun je wendingen gaan rijden. Let er hierbij op dat je controle houdt over de schouders van je paard en leer hem dat jij de buitenschouder mee kunt nemen in een wending. Bij jonge paarden is wijken langs de wand door lichte buitenstelling te vragen en de achterhand een tikkeltje naar de binnenhoefslag te drijven een goede oefening. Het voordeel van dit langs de wand doen, is dat hij dan niet door je hand heen loopt. Doe dit korte stukjes. Als hij drie pasjes netjes opzij zet, is dat in het begin al voldoende. Beloon je paard, stel ‘m weer recht en vraag het opnieuw. Zo leren jullie de beweging van het wijken onder controle te krijgen, zonder dat het te moeilijk of langdradig wordt.”
Keertwending
“Wat je ook kunt doen, is een keertwending om de voorhand. Hierbij begrens je de schouders, maar zet je de achterhand wel in beweging; precies wat je ook nodig hebt tijdens het wijken. Bij deze oefening leert je paard ook daadwerkelijk iets beter scharen en gehoor te geven aan je zijwaarts drijvende hulp. Doe ook dit weer in korte stukjes. Als het paard deze hulp begrijpt, kun je rustig proberen op de middenlijn af te wenden, je paard recht te stellen en een klein stukje te wijken. Houd de hals hierbij recht, zodat je je paard niet onbewust motiveert om toch over de buitenschouder weg te lopen. In het begin zijn een paar pasjes voldoende. Ga niet door, omdat je per se volledig opzij wil wijken tot aan de hoefslag. Maak het niet te langdradig en ga voor een positieve reactie én voor de kwaliteit van de oefening. En het allerbelangrijkste; houd het overzichtelijk. Kijk, als je beschikt over een bak met spiegels, goed naar hoe je paard en jij bewegen of vraag iemand om mee te kijken. Zo leer je zien waar bij jullie specifiek de verbeteringen zitten. Het komt regelmatig voor dat wij ruiters denken dat we meer moeten doen, terwijl het eigenlijk al goed genoeg is. Begrip en duidelijkheid is waar het beter van wordt. Als je dat tijdens het wijken goed onder de knie hebt, heb je daar in de toekomst bij andere oefeningen alleen maar profijt van. Dan is het wijken een goede basis", besluit ze.
