
"Een team vormen"
Dressuuramazone Kim Noordijk runt in het Brabantse Galder KN Dressage waar ze paarden traint van net zadelmak tot Grand Prix. Juist dat zelf opleiden van jongs af aan vindt ze het allerleukste om te doen. Ze vertelt ons wat haar rode draad is in dat opleidingstraject.
Tekst: Wies Zwanikken | Foto’s: Sanne Wiering
Als een paard jong is, leg je de basis voor zijn verdere sportcarrière. Daarom vindt Kim het bij de jonge paarden heel belangrijk dat ze plezier en vertrouwen hebben in het werk. “Een goede basis is alles! Je wilt dat ze door je training hun lichaam leren kennen, dat ze handiger worden en leren om in balans en met zelfhouding te lopen onder het zadel.” Tijdens de training van deze echt nog jonge, groene paarden, vindt Kim het vooral heel belangrijk om niet te grote stappen te willen nemen. “Denk elke keer in kleine stapjes vooruitgang willen boeken. Leg de lat niet meteen te hoog waardoor je het vaak ook te moeilijk maakt.”
Kleine stapjes
Wanneer Kim met een paard aan de slag gaat, laat ze vooral het paard zelf bepalen hoe het opleidingstraject eruit gaat zien en welke stapjes wanneer genomen gaan worden. “Ieder paard is weer anders waardoor het opleiden wat dat betreft maatwerk is. Ik bekijk per paard in welk tempo de training wordt opgebouwd ze zodat ze plezier in het werk houden en lichamelijk fit blijven. Het ene paard pakt alles heel makkelijk op en bij het andere paard duurt het soms iets langer. Dat zegt niks over de kwaliteit. Een paard wat meer tijd nodig heeft op een bepaald punt van de opleiding, is zeker niet per definitie een minder kwaliteitsvol paard. Soms heeft iets even tijd nodig; bijvoorbeeld om meer aan kracht te winnen, het kwartje te laten vallen of overijverigheid om te zetten van spanning naar bruikbare energie.”
Dwing nooit af
"Ga in ieder geval nooit iets forceren omdat ze nu op een bepaalde leeftijd zijn aangekomen en ze dan een bepaald niveau zouden moeten hebben. De stappen in de opleiding bieden de paarden écht zelf aan. De basis is het allerbelangrijkste bij elk paard. Dat ze van achter naar voor naar de hand toe kunnen lopen, op eigen benen en met een zachte verbinding. Daarna is het vooral een kwestie van kracht ontwikkelen en het ene paard heeft dat van nature meer dan de andere. De oefeningen op zich zijn, wanneer de basis in orde is, niet zo lastig. Het stukje gedragenheid en de losgelatenheid komt bij het ene paard sneller dan bij de andere. Juist dat stukje kan je of wil ik ook niet afdwingen. Dat moet moet ontstaan door correcte training, dan zijn ze op hun mooist.”
(Mentale) Conditie bepalend
Liever vaker en korter trainen dan er een uur op zitten
Kim heeft haar paarden het liefst al van jongs af aan onder het zadel. Omdat ze ook bijvoorbeeld jonge hengsten rijdt, krijgt Kim ze vaak al op jonge leeftijd te rijden, soms nog maar net drie jaar oud. “Eigenlijk vind ik dat we soms al best veel van de jonge paarden vragen. Ik vind het fijn als ze net zadelmak zijn om ze dan over te nemen, zodat ik vanaf het begin erbij ben, maar als ze eenmaal een goed rondje stap, draf en galop kunnen dan vind ik het soms ook fijn om ze juist even een paar maanden uit het werk te halen. De driejarige hengsten hebben namelijk meestal al op keuringen gelopen en al veel in de benen gehad. Voor het koppie en lichamelijk is het dan fijn voor ze om even te herstellen.”
Gemotiveerd blijven
Dat trainen met de jonkies ziet er in het begin nog heel vrijblijvend uit. “De paarden die net zadelmak zijn, longeer ik altijd even van te voren. Dan zie je een beetje hoe de pet staat die dag. Dat is ongeveer 5 minuutjes bij elkaar. Hoelang ik ze vervolgens rijd, is per paard verschillend. Ik probeer ze altijd zo te rijden dat ze zelf gemotiveerd blijven en willen lopen. Zodra ik voel dat de pijp een beetje leeg raakt, stop ik. Ik wil de jonge paarden niet de verzuring in rijden en ze moeten er plezier in houden. Zodra het werk ze makkelijk afgaat, bouwt de conditie ook op. En zodra ze conditie hebben, kun je pas iets van het lichaam vragen. Bij de jonkies zit er ik ongeveer 20-30 min op, bij de oudere paarden 40-50 min. Zeker niet langer. Ik vind het fijner om ze vaker, maar wat korter te trainen dan er dik een uur op te zitten. De driejarigen rij ik drie keer in de week met een rustdag tussen elke training, de vierjarigen rij ik vier keer, meestal twee dagen achter elkaar met een rustdag ertussen en de vijfjarige en oudere paarden rij ik drie dagen achter elkaar, dan een rustdag, dan weer twee dagen rijden en dan weer een rustdag. Daar zit wel een soort van systeem in. Ik vind het namelijk belangrijk dat de paarden een ritme in de trainingen hebben.”
Stapje vooruit of terug?
Hoe weet je wanneer het tijd is om weer een stapje verder te gaan in je training? “Soms heb je wel eens paarden dat je denkt: hij pakt het super fijn op. Het risico bestaat dan dat je een keer wat teveel van ze vraagt”, weet Kim uit ervaring. “Als ze daarvan een beetje in de knoei komen, dan weet je voor jezelf: oké, dit was net even teveel. Even terug naar waar we vandaan kwamen en vanuit daar weer rustig opbouwen. Ook hierbij in het opleidingstraject vind ik het belangrijk dat de paarden ook gewoon eens kunnen bijkomen van alles en even lekker alleen op de wei hoeven te staan.”
Basis fundament
Die basis echt goed bevestigen in je training zodat je er altijd weer op terug kunt vallen wanneer het even wat minder gaat, is super belangrijk voor Kim. “Het vormt het fundament van je rijden waarop je kunt terugvallen in mindere tijden, maar ook je startpunt van waaruit je weer verdergaat. Vanuit die basis leer je je paard bijvoorbeeld ook bepaalde oefeningen aan. Hoe ik paarden iets aanleer, is per paard verschillend, maar de basis staat voorop en vanuit daar doe je elke keer kleine stapjes naar iets. Een schouderbinnenwaarts aanleren begin ik door te wijken en als ik dan op de hoefslag kom, kijk ik of ik die buiging kan houden op de hoefslag en dan bouw ik dat zo uit. Ik dwing niks af, daar wordt het namelijk niet mooier van. Natuurlijk heb je weleens dat je ze even naar de juiste richting moet brengen, maar daarna vloei je het altijd weer af naar ontspanning.”
Eerste keren
Het opleiden van haar paarden bestaat voor Kim telkens uit het nemen van kleine stapjes waarbij de voorbereiding telkens is opgedeeld in kleine stappen. Zo ook het traject van een jong paard voorbereiden op een eerste keer bij andere paarden in en op wedstijd. “Als ik met een jong paard begin, rij ik altijd eerst in de binnenbaan. Als ze daar goed te rijden zijn, ga ik na even binnen te hebben gereden en de dikste energie eruit is, naar buiten. Onze buitenbaan is 20x40 met een laag hekje dus dan moet ik wel zeker zijn dat er stuur op zit, maar daar leren ze wel ontzettend veel van. Ik rij normaal altijd alleen, aangezien ik de enige ruiter ben van stal. Soms huurt een instructeur wel eens onze bak om klanten les te geven en dan vraag ik of ik een jonkie erbij mag rijden om te kijken hoe ze reageren. Als die stap is genomen en ze zijn braaf, dan ga ik meestal naar Gianni Gevers om daar een rondje in de baan te rijden. Dat is voor ons niet ver en dan weet je toch even hoe ze op de wagen zijn en hoe ze op alles reageren. Of ze gaan mee naar les van Emmelie Scholtens. Als ik ze een keer buiten heb gereden en mee heb genomen naar een ander plekje, dan neem ik ze pas mee naar wedstrijd. Ik bereid ze daar voor de rest niet echt speciaal op voor. Het is vooral een kwestie van doen.”
Meer dan alleen trainen
De opleiding van een jong paard draait voor Kim vooral om het paard te leren zijn eigen lichaam goed te gebruiken. “De kunst is om je paard mentaal en fysiek fit te houden en dat zal misschien niet altijd over rozen gaan. Het is oké om fouten te maken. Zie het als je grootste doel om samen een team te vormen. Zowel in de training als het management om de paarden heen. Veel mensen denken met een jong paard dat het alleen de trainingen zijn, maar het is altijd zoveel meer dan dat. Als de start goed is, gaat de rest zoveel makkelijker", besluit Kim.

















