
"Blijf leren"
De Amerikaan Kent Farrington behoort al jaren tot de wereldtop. Dit jaar verscheen Kent aan de start als live contender voor de Rolex Grand Slam of Show Jumping, een positie die alleen wordt ingenomen door de winnaar van de vorige Rolex Major. In Texas won hij de wereldbeker finale als grote favoriet. Wat is het geheim achter zijn succes?
Tekst: Adriana van Tilburg | Foto's: Digishots/ FEI
Lange weg
Terugkijkend op zijn carrière beschrijft Kent zijn weg naar de top als een lange reis die al begon in zijn jeugd. Anders dan veel ruiters uit de internationale springsport groeide hij niet op in een paardenfamilie. Zijn weg naar de top begon letterlijk buiten de traditionele paardenwereld. “Mijn familie wist eigenlijk niets van paarden", vertelt hij. “Dat was in het begin zowel een nadeel als een voordeel.” Het gebrek aan ervaring betekende dat alles vanaf nul moest worden opgebouwd. Zelfs toegang tot paarden was een uitdaging. “Ik groeide op in de stad, dus om te kunnen rijden moesten we anderhalf uur reizen. Mijn moeder bracht me erheen. Ik reed zoveel paarden als ik kon en daarna reden we weer terug zodat ik op tijd op school was.” Later reisde hij zelf met de trein naar de stal. “Toen ik oud genoeg was, nam ik de trein vanuit de stad, ook anderhalf uur, en reed ik zo lang mogelijk voordat ik weer terug moest.” Omdat hij niet dagelijks tussen de paarden opgroeide, moest hij veel basisvaardigheden zelf ontwikkelen. “Als je opgroeit op een stal en elke dag met paarden werkt, ze voert en verzorgt, worden veel dingen vanzelfsprekend. Ik moest al die vaardigheden vanaf nul leren.” Toch ziet hij die achtergrond ook als een voordeel. Juist omdat hij niet gebonden was aan bestaande tradities, ontwikkelde hij een eigen manier van denken. “Het gaf me een heel open blik. Ik had geen vast idee van hoe dingen ‘hoorden’ te gaan. Daardoor dacht ik eerder: hoe kan ik dit als sport en als bedrijf opbouwen? Wat kan ik leren van andere sporten of andere industrieën?” Die brede blik beïnvloedde niet alleen zijn trainingssysteem, maar ook zijn aanpak als topsporter. “Ik keek naar andere topsporters, naar hoe zij trainen, naar voeding, fysieke voorbereiding en mentale focus. Vervolgens probeerde ik dat te vertalen naar onze sport. Het is een lange weg geweest. Als kind droom je ervan om ooit op dit niveau te rijden. Eerst wil je deelnemen aan deze wedstrijden, daarna wil je ze winnen. Maar uiteindelijk draait het niet alleen om het moment waarop je de Rolex trofee omhooghoudt. Het is de hele reis die je daar brengt. Nu ben ik live contender voor de Rolex Grand Slam Majors."
Band
Succes op het hoogste niveau draait volgens Kent niet alleen om talent, maar vooral om de relatie tussen ruiter en paard. Paarden als Greya en Toulayna vormen al jaren de kern van zijn sportstal. “Ik denk dat alle paarden die op dit niveau presteren echt bijzondere atleten zijn, met een speciale persoonlijkheid die hen in staat stelt om op dat niveau te concurreren en consistent te blijven. De band tussen paard en ruiter is uiteindelijk wat het verschil maakt op het hoogste niveau en die band heeft tijd nodig om te groeien.” Met Greya werkt hij al sinds haar zesde levensjaar. “Dat is inmiddels bijna zes jaar. Toulayna rijd ik sinds ze zeven was. Dat soort relaties groeien over jaren. Het gaat niet alleen om een uitzonderlijk paard, maar ook om het vertrouwen en de samenwerking die je samen ontwikkelt.”
Blijven leren
Op de vraag welk advies hij de jongere generatie zou geven, hoeft hij niet lang na te denken. Voor hem draait het om één simpel principe: altijd blijven leren. “Als je de top wilt bereiken, moet je altijd bereid zijn om te blijven leren, ongeacht je leeftijd", zegt hij. “Veel informatie is tegenwoordig gewoon beschikbaar, als je er echt naar op zoek gaat.” Volgens Kent begint leren vaak met observeren. In zijn eigen jeugd speelde dat een belangrijke rol, omdat hij destijds weinig toegang had tot grote concoursen. “Een groot deel van mijn kennis heb ik opgedaan door simpelweg te kijken. Toen ik jong was had ik geen toegang tot wedstrijden op hoog niveau, dus keek ik videobanden of wedstrijden die op televisie werden uitgezonden.” Later, toen hij zelf naar internationale wedstrijden kon gaan, veranderde dat niet. “Dan ging ik gewoon naar die evenementen en keek naar de ruiters die ik bewonderde. Wat kan ik van hen leren? Dat is eigenlijk nog steeds wat ik doe.” Zelfs nu hij tot de wereldtop behoort, blijft hij zijn concurrenten analyseren. “Ik kijk altijd naar andere ruiters. Kan ik iets van hen leren? Doen ze iets anders dan ik?” Hij noemt daarbij ook collega’s uit de absolute wereldtop. “Neem iemand als Daniel Deusser. Hij is een ongelooflijke ruiter en totaal anders gebouwd dan ik. Toch kijk ik altijd met interesse naar hoe hij rijdt. Misschien doet hij iets wat ik ook kan toepassen in mijn eigen training, mijn systeem of mijn manier van rijden in de ring.”
Selecteren
Een belangrijk onderdeel van zijn succes is zijn oog voor talent. Hij koopt en ontwikkelt regelmatig jonge paarden voor zichzelf en voor andere ruiters. Bij het beoordelen van jonge paarden let hij vooral op natuurlijke atletiek. “De eerste dingen waar ik naar kijk zijn paarden die licht en atletisch in hun lichaam zijn, wat ik een natuurlijke atleet noem, gecombineerd met extreme voorzichtigheid.” Toch blijft het inschatten van toekomstig talent ingewikkeld. “Een jong paard dat makkelijk over grote sprongen gaat laat je afvragen of het snel en voorzichtig genoeg zal zijn. En een paard dat ongelooflijk voorzichtig springt, bijna als een kat, laat je weer twijfelen of het genoeg vermogen heeft voor de grootste parcoursen. Je hebt altijd vragen. Kies je het kleinere, supervoorzichtige type en hoop je dat het uiteindelijk ook 1.60 meter kan springen? Of kies je het paard dat moeiteloos grote hindernissen springt, maar waarvan je niet weet hoe competitief het zal zijn? Ik kijk voortdurend naar jonge paarden, omdat zij de toekomst zijn. De carrière van een ruiter duurt immers veel langer dan die van een individueel paard. Daarom kijk ik altijd vooruit: waar komt mijn volgende paard vandaan? Waar komt mijn volgende team van paarden vandaan? Ik geniet daar ook echt van, omdat het voortkomt uit mijn passie. Ik houd oprecht van paarden als dier en het is een droom om met hen te kunnen werken. Dat ik die liefde kan combineren met mijn sport, is voor mij de manier waarop ik streef naar excellentie.” Zijn eigen fysieke bouw speelt daarbij ook een rol. “Ik ben zelf geen grote ruiter, dus ik neig naar kleinere, lichtere en snelle paarden die heel voorzichtig zijn. En dan hoop ik dat ik ze kan ontwikkelen tot paarden die uiteindelijk ook de grootste parcoursen springen.”
Mentaal
Naast talent en training speelt volgens Kent ook het mentale aspect een grote rol in de paardensport. “Zelfs als je de beste ruiter ter wereld bent met het beste paard, is je kans om te winnen misschien tien procent of minder.” Dat maakt de sport mentaal zwaar. “In tennis wint de beste speler de meeste wedstrijden. In onze sport verlies je juist de meeste wedstrijden die je rijdt. Dat moet je leren accepteren.” Voor een belangrijke ronde probeert hij vooral rust te bewaren. “Mijn routine is eigenlijk heel simpel: ik probeer zo kalm mogelijk te blijven.” Dat heeft ook een directe invloed op het paard. “Je rijdt een dier met een vluchtdrang. Als ik kalm ben en volledig in het moment aanwezig ben, voelt het paard dat meteen.”



