Horse jumping over an obstacle during a show jumping competition.
Horse jumping over an obstacle during a show jumping competition. Getty Images/iStockphoto

"Met ritme naar
de juiste afstand"

Afstanden rijden tussen de hindernissen is een van de meest bepalende vaardigheden in het springen en tegelijk een van de moeilijkst aan te leren. Springruiter Hessel Hoekstra heeft er van jongs af aan gevoel voor gehad. We spraken hem over ritme, tellen, type paard en de meest gemaakte fouten. Zijn boodschap is helder: "Wie thuis de basis legt, hoeft in het parcours niet meer te trainen".

Tekst: Adriana van Tilburg | Foto's: Esmee Dam/ Istock

Ritme als fundament

Hoe kijkt Hessel naar een afstand; visueel, of meer in het ritme? "Ik denk dat ik best wel geluk heb dat ik dat al vanaf jongs af aan best wel goed heb gezien", zegt hij. "Maar toch: het zit voor mij ook wel in het ritme. Ik rijd altijd in een hoog ritme, en dan wordt het voor mij ook makkelijker." Dat ritme is voor Hessel de allerbelangrijkste basis voor een correcte afstand. "Als je een hoog tempo hebt, kun je altijd nog een keer terug als het moet. Als je al langzaam rijdt, kun je nooit meer terug. Dan moet je alles in de voorwaartse beweging oplossen en dan ben je eigenlijk al te laat."

Constante galop in de barrage

Een constante galop is onlosmakelijk verbonden met het correct uitkomen van een afstand, zeker in een barrage. Hessel benadrukt dat dit iets is wat je opbouwt door te doen. "Hoe vaker je het doet, hoe makkelijker het wordt. Met elk rondje en elke sprong die je maakt, train je dat vanzelf al." Toch kijkt hij altijd kritisch terug als het even niet loopt. "Als ik een rondje rijd en het loopt niet helemaal lekker, dan kijk ik het terug. Dan denk ik: misschien begin ik wel te langzaam. En dan rij je het rondje erna anders en dan loopt het gelijk weer beter." In een barrage loopt hij het parcours van tevoren zorgvuldig. "Dan weet je of het een lange acht of een zeven is. En als je denkt dat je met een iets snellere galop toch een zes kunt rijden, dan train je daar ook naartoe, voor jezelf én voor het paard. Als het paard daaraan gewend raakt, gaat hij meedoen."

Tellen? Niet in het parcours

Misschien verrassend voor veel ruiters: Hessel telt het aantal galopsprongen tussen de hindernissen tijdens een wedstrijd eigenlijk nooit. "Ik loop wel afstanden bij het parcours lopen, dat doe ik altijd heel nauwkeurig, maar in het parcours zelf ben ik niet met tellen bezig." Zijn redenering is praktisch: er kan altijd iets gebeuren en een lijn kan anders lopen dan verwacht. "Als je dan te druk met tellen bezig bent, denk ik niet dat dat helpt." Wat hij wél belangrijk vindt, is een plan B achter de hand houden. "Als het lijntje een beetje lang is en je komt toch niet helemaal uit zoals je wilt, dan moet je ook snel genoeg kunnen omschakelen: misschien kan ik beter eentje meer rijden. Dat snel omschakelen is misschien net zo belangrijk als de afstand zelf."

Meedenken met het paard

Hoe past hij zijn rijstijl aan aan verschillende paarden? In principe probeert hij te rijden wat er staat, ongeacht de galoppas van het paard. "Hoe hoger het niveau, hoe belangrijker het wordt om de lijnen te rijden zoals ze er staan. Ook voor het paard zelf is dat het makkelijkst." Maar hij sluit zijn ogen niet voor de realiteit. "Als je een paard hebt met een kleinere galoppas en het is een lange zes in de gebroken lijn, dan hoef je daar echt geen zes te rijden. Een vijf of een vier is dan gewoon een vijf of een vier. Omgekeerd geldt hetzelfde: een paard met een grote galoppas mag best eens een slag minder rijden, mits de lijn erna dat toelaat. Je moet altijd in je achterhoofd hebben: als ik nu eentje minder rijd, ben ik hem daarna dan kwijt? Dat is precies waarom je het parcours loopt." Met Comthago VDL, zijn vaste paard, werkt hij dit thuis stap voor stap uit. "Dan spring je een lijn en rij je die op zes en dan een keer op zeven. Je probeert het zo makkelijk mogelijk af te stellen, maar wel samen. In het parcours weet ik dan: met hem kies ik liever voor de lange vijf, want dat vindt hij fijner. Dan ga ik niet proberen toch die zes te krijgen. Dat is meedenken met je paard."

De meest gemaakte fouten

Welke fouten ziet hij het vaakst bij andere ruiters? Te langzaam rijden komt al terug, maar hij noemt nog een tweede valkuil: te vroeg kijken. "In de bocht moet je de hindernis wel in het vizier hebben, je moet weten waar je heen wilt, maar je moet in de bocht niet al de afstand proberen te pakken. Als je dat doet, loopt de afstand juist weg. Het recept: uit de bocht galopperen en rustig wachten totdat de hindernis naar je toe komt. Als je goed ritme hebt, krijg je altijd een afstand. Dan kun je wel een keer iets vooruit moeten of iets terug, maar dat kan dan ook."

Oefenen: klein beginnen, veel doen

Voor ruiters die nog weinig gevoel hebben voor afstanden heeft hij een duidelijke tip: ga het gewoon doen, maar begin klein. "Thuis kun je oefenen met kleine hindernisjes en balkjes. Je hoeft echt niet hoog te springen. Met een balkje maak je wel een echte galoppas en dat lijkt ook meer op het parcours." Hij wijst ook op de waarde van kijken. "Ik doe dat zelf graag en veel: op de wedstrijd kijken hoe anderen het doen. Hoe rijden zij een wending, hoe lossen zij het op als er iets misgaat? Kijken naar anderen kan je zeker beter maken."

In de barrage: ritme boven perfectie

Wat weegt zwaarder in een barrage; de perfecte afstand of het ritme bewaren? Hessel hoeft er niet lang over na te denken. "Ritme bewaren en dan krijg je de afstand meestal vanzelf." Hij legt uit hoe hij dat in de praktijk toepast: "Als ik weet dat het een gebroken lijn van zeven is en ik wil er zes van maken, dan spring ik helemaal uit de lijn, maar als dat niet lukt, dan rij ik gewoon die zeven, maar dan hou ik die zeven wél aan het galopperen in plaats van dat ik terug moet." Die aanpak zie je terug bij de absolute top, meent hij. "De allerbeste ruiters rijden in principe allemaal hetzelfde. Het komt er altijd op neer dat ze een afstand krijgen waarbij ze altijd door kunnen."


Vertrouwen als sleutelwoord

Zijn laatste tip raakt aan iets wat minder tastbaar is, maar minstens zo bepalend: vertrouwen. "Mensen die het niet helemaal vertrouwen, gaan vol rijden of durven juist niet te rijden. Je moet er zelf in geloven. De basis daarvoor leg je thuis: galopperen, ritme vasthouden, op tijd naar de hindernis kijken. Als je dat al voor elkaar hebt als je het parcours inrijdt, scheelt dat enorm, want als je in het parcours nog moet trainen, ben je eigenlijk al te laat." En als het dan toch een keer misgaat? "Dat gebeurt bij iedereen wel een keer. Het is dan belangrijk om erachter te komen wat er misging, zodat je er thuis weer aan kunt werken. Je moet altijd beter willen worden, ook als het rondje wel goed was. Wat kan ik beter doen? Wat kan makkelijker, zodat het paard nóg makkelijker kan springen? Altijd in je paard blijven verdiepen", besluit Hessel.

Hessel Hoekstra
Hessel Hoekstra