Colt with mare on pasture grazing
Colt with mare on pasture grazing Svetlana Golubenko

“Geen bewijs,
veel geruchten”

Hoe succesvol zijn de methoden ET en ICSI? We vroegen het aan Professor Tom Stout en hij is er vrij duidelijk over: "Er lijkt simpelweg weinig aanleiding tot zorg."

Tekst: Adriana van Tilburg | Foto: UU

Tom Stout: "Er is eigenlijk maar heel weinig geschreven over de gezondheid van ICSI-veulens. Enkele publicaties verwijzen naar het percentage levend geboren veulens en het aantal dat complicaties vertoonde bij de geboorte of in de neonatale periode. In die beperkte studies is weinig te vinden dat erop wijst dat ICSI-veulens problemen hebben. Dat verklaart mogelijk ook waarom er zo weinig vervolgonderzoek is gedaan: er lijkt simpelweg weinig aanleiding tot zorg. Ik heb zelf ook geruchten gehoord dat ICSI-veulens problematisch zouden zijn, maar ik heb daar nooit concreet bewijs voor gezien of gehoord. Integendeel: de meeste ICSI-klanten van de Universiteit Utrecht waren juist zeer tevreden over het merendeel van hun ICSI-veulens. Dat verklaart ook waarom zij blijven terugkomen. Als de veulens werkelijk problematisch zouden zijn, was dat proces veel eerder tot stilstand gekomen. Er is momenteel wel sprake van enige vertraging, maar die lijkt vooral financieel van aard: de zeer hoge prijzen die ICSI-veulens aanvankelijk opbrachten, zijn gedaald nu er veel meer beschikbaar zijn. De geruchten over de vermeende slechte gezondheid van ICSI-veulens doen sterk denken aan de beginperiode van embryotransplantatie (ET). Ook toen werd vaak beweerd dat deze paarden sportief niet zouden voldoen, bijvoorbeeld omdat zij zouden bewegen als hun draagmerrie. Geen van deze aannames bleek juist en ET is inmiddels breed geaccepteerd en vrijwel standaard, zonder noemenswaardige discussies over problemen."

Pijn en welzijn

"ICSI is vooral omarmd door grotere, meer vooruitstrevende fokkers, met name in België en Nederland, en dan vooral binnen de springpaardenfokkerij. Duitsland is veel terughoudender geweest in het toepassen van deze techniek, net als de dressuurwereld. Een groot deel van de geruchten over problemen met ICSI-veulens lijkt afkomstig van mensen die de techniek zelf niet gebruiken en liever zouden zien dat zij niet bestaat. De discussie richt zich vaak op pijn en welzijn van de donormerries, een onderwerp dat zeker aandacht en verder onderzoek verdient. Daarnaast zijn er zorgen over inteelt wanneer er te veel veulens uit dezelfde bloedlijnen worden gefokt. Ook hier zou het interessant zijn om te onderzoeken hoe groot die impact werkelijk is. Tegelijkertijd is het duidelijk dat het produceren van meer veulens uit de beste merries ook voordelen kan hebben, omdat zij een grotere kans hebben geschikt te zijn voor het doel waarvoor zij worden gefokt, namelijk sportprestaties. Voor de gezondheid van een veulen is het vrijwel zeker beter om gedragen en geboren te worden door een jonge draagmerrie dan door een oudere merrie (bijvoorbeeld van twintig jaar), die haar eigen veulen draagt en daarbij vaak een minder efficiënte placenta heeft, wat kan leiden tot kleinere veulens. De leeftijd en gezondheid van de donormerrie hebben waarschijnlijk vooral invloed op het daadwerkelijk kunnen produceren van embryo’s, en veel minder op de gezondheid van het uiteindelijke veulen. Ook hier valt te betwijfelen of ICSI een groter risico vormt dan het laten dragen van een veulen door een oude merrie."

Epigenetica

"Het gebied waar we werkelijk nog weinig van weten, is de epigenetica. In andere diersoorten, en ook bij mensen, is bekend dat IVF en embryocultuur kunnen leiden tot veranderingen in de manier waarop genen tot expressie komen, met mogelijke gevolgen voor de gezondheid. We weten niet of dit ook geldt voor veulens en, zo ja, hoe groot die invloed is en op welke aspecten van de gezondheid. Dit zou een zeer interessant en waardevol onderzoeksgebied zijn. Het beste bewijs dat we op dit moment hebben over de gezondheid van ICSI-veulens ligt waarschijnlijk in de praktijk: het aantal veulens dat hoge prijzen behaalt op veulen- en jaarlingenveilingen, goed wordt beoordeeld op keuringen, succesvol is op hengstenselecties en uiteindelijk presteert in de sport. Tot slot: ik ben mij op dit moment niet bewust van enig bewijs dat ICSI-veulens een grotere kans hebben om ongezond te zijn."

Afbeelding