ECoV-virus lijkt in eerste instantie op koliek.
ECoV-virus lijkt in eerste instantie op koliek.

ECoV-virus

Het is de schrik van elke paardenhouder om een stal met doodzieke paarden te hebben, zeker als je bedenkt dat het begint met twee paarden die niet helemaal fit en koliekerig lijken. Dit gebeurde bij Stoeterij de Middenweg, die hun verhaal vertellen over de uitbraak van het ECoV-virus, samen met behandelend paardenarts Berit Boshuizen.

Tekst: Sabine Timman | Foto's: Arnd Bronkhorst

Bij Stoeterij de Middenweg fokken ze zowel dressuur- als springpaarden, die ze vervolgens zelf opleiden voor de sport. De stal, die wordt gerund door de familie Barendregt, bevindt zich in het Noord-Hollandse Heerhugowaard. Margot Barendregt vertelt dat de nachtmerrie begon op een zondagmorgen, toen haar man zoals gewoonlijk ging voeren. “Normaal willen de paarden graag hun brokken, maar nu keek één paard hier niet eens naar om en het paard dat er tegenover stond wilde ook niet eten. Ook buiten hadden we een paard staan dat niet helemaal fit oogde. We belden de dierenarts in eerste instantie voor koliek en dachten dat het misschien door het voer kwam. Toen ze er was dacht ze echter direct aan een virus en daarom zijn we de paarden gaan temperaturen."

Stal vol zieke paarden

"Het ene paard lag inmiddels helemaal gestrekt met zijn ogen dicht en het andere stond met zijn hoofd in de hoek. Het zag er echt niet goed uit en ze hadden allebei een temperatuur van boven de 40 graden. Dat hoort niet standaard bij koliek en is opvallend, zeker als de darmgeluiden niet heel dramatisch klinken. Deze paarden hebben toen koortsremmers gekregen. Op dat moment zijn we ook beter naar de rest van de paarden gaan kijken die in dezelfde stal stonden en hebben we ze allemaal getemperatuurd. Van de twaalf paarden waren er nog vier anderen die ook een temperatuur tussen de 39 en 40 graden hadden. Zo zit je ineens met een hele stal vol zieke paarden. Hoe kan dat nou?”

Niet heel lang bekend

Berit Boshuizen, paardenarts en internist bij Paardenkliniek Wolvega, geeft inderdaad aan dat hoge koorts van boven de 40 graden en koliekverschijnselen bij het ECoV-virus horen, dat vaak als een lopend vuurtje door de stal gaat. “Het begint vaak met koorts en milde koliekverschijnselen en soms in een later stadium ook diarree of slappe mest. Wat opvalt, is dat deze paarden niet willen eten en heel suffig zijn. Wanneer de combinatie van hoge koorts en milde koliek voorkomt, gaat er bij veel dierenartsen een lampje branden dat het om dit virus zou kunnen gaan, maar het is niet iets wat al heel lang bekend is en daardoor wordt het niet altijd herkend. Het is een coronavirus dat al langer bestaat en waar we in Nederland ook al een aantal jaren op kunnen testen. We kunnen een mestmonster opsturen naar de GD, waarbij dit virus in een PCR-test naar voren kan komen. Daarnaast kun je bloed afnemen en als je daarbij een te lage hoeveelheid witte bloedcellen ziet in combinatie met koorts en koliekverschijnselen, dan gaat het vermoeden al snel richting een darmontsteking, mogelijk door een coronavirus. Dit virus lijkt echter enorm op onder andere een salmonella-infectie, waardoor je altijd diagnostiek wilt doen. Er is ook nog een serumtest om de antistoffen in het bloed te testen, maar deze geeft pas na zes tot acht weken een duidelijke uitslag of deze daadwerkelijk gestegen zijn. Bij een dergelijke besmetting wil je het liever eerder kunnen bevestigen of uitsluiten.”

Verspreiding via de mest

Ineens hadden we een stal vol zieke paarden, hoe kon dit en hoe moest het verder?

Maar hoe kan de verspreiding hiervan dan zo snel gaan? Volgens Berit wordt het verspreid via feco-oraal contact, dus via mest. “Een besmet paard scheidt via zijn mest virusdeeltjes uit en als een ander paard dit in zijn mond krijgt, ontstaat een nieuwe besmetting. De eerste verschijnselen ontstaan meestal ongeveer drie dagen nadat het paard aan het virus is blootgesteld. Ben je er niet van op de hoogte dat een paard is besmet, dan kan het virus in die beginfase dus behoorlijk snel verspreiden binnen een bedrijf. Paarden scheiden vaak een aantal dagen na de eerste verschijnselen de meeste virusdeeltjes uit en dat kan tot drie weken aanhouden. Treft het slechts één paard, dan wil je hem direct isoleren van de rest, want het virus verspreidt zich anders heel gemakkelijk. Bij een verdenking is het vooral belangrijk om te voorkomen dat de rest ook besmet raakt.”

Eigen compartimenten

Bij Stoeterij de Middenweg hebben ze de paarden die in de binnenstal stonden niet geïsoleerd, maar wel apart gehouden van de andere stallen. “Reece, mijn schoondochter, nam samen met mijn andere schoondochter Sanne de sportstal voor hun rekening. Zij temperatuurden elke twee uur om alles bij te houden. Mijn man deed het opfokgedeelte en ik de fokmerries. Zo hadden we allemaal ons eigen compartiment om voor te zorgen en besmettingen bij andere groepen te voorkomen."

Mest apart gehouden

"Dat is gelukkig gelukt, want alleen in de binnenstal hadden we zieke paarden. Daarnaast heb ik liters Dettol gekocht om alles te ontsmetten en hebben we alles steeds direct in de was gegooid. Ook de handdoeken waarmee we onze handen afdroogden gingen meteen in de was. Uitmesten vonden we spannend en daarna werd ook meteen alles ontsmet. Omdat we de mest normaal gesproken gebruiken om zelf uit te rijden over het land, hebben we deze mest apart gehouden.”

Ondersteunende behandeling

De behandeling tegen dit virus is niet specifiek, legt Berit uit. “Maar is vooral ondersteunend voor wat het paard op dat moment nodig heeft. Soms is dat infuus of elektrolyten en vocht via een maagsonde, vaak geven we koorts- en ontstekingsremmers. Je wilt vooral dat ze voldoende vocht en elektrolyten binnenkrijgen. Daaraan kun je ook zelf bijdragen door voldoende eten en drinken aan te bieden, bijvoorbeeld met iets lekkers zoals slobber. Ze aan het eten en drinken houden is enorm belangrijk, maar niet altijd even makkelijk.” Volgens Margot was dat inderdaad de grootste ellende: dat een aantal paarden stopten met eten en drinken. 

Ze dronken bijna niks

“De drinkbakken hebben we afgesloten en daarnaast emmers gehangen om te kunnen checken wat ze nu echt dronken. Dat was bijna niks. Nadat de dierenarts de eerste keer koortsremmers had gespoten, die 24 uur zouden moeten werken, en het tegen het einde van de middag weer erger werd, wisten we dat we zo niet de nacht in wilden. Daarom besloten we om de twee ziekste paarden naar Paardenkliniek Wolvega te brengen. Daar kunnen ze toch iets meer dan wat wij thuis kunnen. Daar hebben ze het bloed onderzocht en zagen inderdaad duidelijke ontstekingen. Met deze informatie kon onze dierenarts thuis ook weer beter aan de gang."

“Wat staat ons nog te wachten?”

De paarden die in Wolvega stonden leken in eerste instantie wel oké te gaan, tot het dinsdagmiddag bij Madame Marilla in één keer omsloeg en Margot een telefoontje kreeg dat ze was overleden. “Dan schrik je natuurlijk enorm, want ik had hier ook nog vier doodzieke paarden staan. Wat staat ons allemaal nog te wachten? Uiteindelijk werden de andere paarden ook steeds zieker en hebben we dinsdag nog twee paarden naar Wolvega gebracht."

Veel ingeleverd

"De eerste paar dagen kwam de dierenarts hier wel drie keer per dag om de paarden te behandelen. Al met al heeft het een week geduurd en stopten de koorts en klachten toen wel. De paarden hebben echter best veel moeten inleveren, want ze waren veel spieren en massa kwijt. Wij schrokken daar best van. Pas tegen donderdag/vrijdag wilden ze weer wat eten. De paarden die het ergst ziek waren geweest, hielden wel wat maagklachten over. Daarvoor hebben we ze vervolgens behandeld. Na een week of twee hebben we de paarden die ziek waren geweest weer in de molen gezet, gewoon tien minuutjes. Daarvan waren ze helemaal stuk; die inspanning kostte echt al heel veel moeite. We zijn nu bijna zes weken verder en pakken ze nu langzaamaan weer op. Is een paard snel vermoeid, dan stoppen we gewoon. We doen het heel rustig aan.”

Pure pech

Normaal gesproken gaat een paard niet zomaar dood aan het virus en is dit volgens Berit vooral secundair aan complicaties die te maken hebben met het feit dat de darmbarrière niet meer goed werkt. “Een paard kan daarop sepsis ontwikkelen, een soort bloedvergiftiging, en uiteindelijk in shock raken. Dit gebeurt sneller als er sprake is van co-infecties, met bijvoorbeeld Salmonella of wormen. In zeldzame gevallen kan bij een coronavirus het ammoniumgehalte in het bloed te hoog worden, wat ook neurologische verschijnselen geeft. Als dat het geval is, heeft een paard een grote kans om te overlijden. Dit zit hem dus vooral in de complicaties; van andere infecties die eroverheen komen en het ontstaan van sepsis. Dat is pure pech.”

Paniek

Die pech had de familie Barendregt met hun succesvolle merrie Madame Marilla SDM. “Toen zij overleed, sloeg de paniek wel echt toe, maar ik moet ook zeggen dat dit altijd al wel een pechpaard was. Zo heeft ze bijvoorbeeld al een cyste gehad op haar strottenhoofd. Een paar jaar later verwondde ze zich in de wei, met een blessure aan de achillespees tot gevolg. En afgelopen december had ze vastgelegen onder de voerbak met een hoofdwond en vijftien hechtingen en een scheurtje in de schedel. Dus we waren eigenlijk pas net weer aan het opbouwen toen ze ziek werd. Toen was ze voor ons gevoel ook nog niet helemaal de oude en nog wel aan de slome en brave kant. Misschien dat er dan toch nog iets onderliggend was, waardoor ze niet helemaal fit was en dit virus haar uiteindelijk te veel werd.”

Kans op nieuwe infectie

Nu rijst natuurlijk de vraag of het virus vervolgens in de stal blijft ronddwalen en of de paarden die het hebben doorgemaakt extra goed beschermd zijn. Berit legt uit dat het over het algemeen zo is dat een paard na het doormaken van een virusinfectie antistoffen aanmaakt. “Maar we weten bij dit virus nog niet zo goed hoe lang deze antistoffen aanwezig blijven en of het overgrote deel van de paarden daadwerkelijk voldoende antistoffen aanmaakt om een nieuwe infectie te kunnen tegenhouden. Daarnaar is nog niet zo veel onderzoek gedaan. Het is een virus dat in een periode van drie tot vier weken door de stal heen gaat en daarna weer verdwijnt. Je hebt wel paarden die het virus langer kunnen blijven uitscheiden, waardoor je met nieuwe paarden op je bedrijf toch nog kunt meemaken dat een nieuw paard na drie maanden ziek wordt. Maar het is niet zo dat telkens opnieuw alle paarden het krijgen. In de omgeving blijft dit virus waarschijnlijk niet heel lang leven. Als je het vergelijkt met andere coronavirussen, dan verwachten we dat dit ongeveer één tot twee weken is, mogelijk tot drie weken. Zeker wanneer het buiten relatief koud is. In de periode na een uitbraak blijft het daarom belangrijk om paarden goed te blijven monitoren en de training en opbouw rustig en doordacht te hervatten.”

Regelmatig temperaturen om de koorts in de gaten te houden.
 Als bij bloedafname een te lage wittebloedceltelling is in combinatie met koorts en koliekverschijnselen, dan gaat het vermoeden al snel richting een darmontsteking, mogelijk door coronavirus.