Afbeelding
Foto: Sanne Wiering

"Geluk paarden voorop"

Endurance-amazone Marijke Visser (33) is op The Dutch Masters uitgeroepen tot Ruiter van het Jaar 2025. In 2025 won ze goud op het EK in Italië en werd ze genomineerd voor de FEI Best Athlete Award. Wat zijn de geheimen achter haar succes?

Tekst: Denise Dekens | Foto's: Sanne Wiering

Marijke vertelt: "De endurancesport is best heel groot, maar niet in Nederland. Daar is het een beetje ondergewaardeerd. Het doet er eigenlijk niet zoveel toe. Daarom vind ik het een grote eer dat ik deze prijs gewonnen heb, als eerste sporter uit onze discipline. Ik ben heel dankbaar dat mijn resultaten en het harde werken gewaardeerd worden. Anky zit in de commissie waarin besloten wordt wie Ruiter van het Jaar wordt. Toen ik klein was en nog niet reed, keek ik altijd naar Anky op tv. Ik keek altijd tegen haar op en nu werd ik door haar gebeld dat ik gewonnen had. Dat maakte het wel extra speciaal. Ik vind onze sport heel mooi en ik hoop dat ik andere mensen ook kan laten zien hoe mooi het is."

Management

"Het rijden is maar een klein stukje van onze sport. Het hele management en het monitoren van de metabole waarden van de paarden komt heel precies en moet tot in detail kloppen om tot een goed resultaat te komen. De veterinaire keuringen tijdens de wedstrijden zijn heel streng, dus je moet zorgen dat alles op alle punten klopt. Een wedstrijd winnen is natuurlijk heel mooi, maar een wedstrijd goed uitrijden is ook super. Als je hem niet goed uitrijdt en niet door een keuring komt, heb je ook geen klassering. Een wedstrijd gaat voor mij over 120 of 160 kilometer. Dat zijn hele lange afstanden waarin heel veel fout kan gaan. Aan het einde moet je paard er perfect voorstaan. In de basis is het dus heel belangrijk dat een paard op en top gezond is, maar ook dat hij gelukkig is. De manier van houden van paarden speelt een grote rol. Bij ons gaan ze veel naar buiten, staan ze samen en hebben ze de ruimte. Als het slecht weer is in de winter staan ze wel binnen, want in de blubber wegkwijnen is ook niet ideaal. Dan hebben ze grote open stallen, waarin ze veel contact hebben met de andere paarden. In het seizoen werken de paarden hard, staan ze kort in het haar en op ijzers. Dan zijn het echte sportpaarden. In de winter krijgen ze altijd een paar maanden volledige rust. Dan gaan de ijzers eraf, zitten ze dik in het haar en mogen ze lekker vies worden. Ze mogen dan echt lekker paard zijn. Na een pittig seizoen kunnen ze dan mentaal weer helemaal terugkomen en ook herstellen van eventuele mini-trauma's. Van zo'n periode kan ik ook echt genieten. Ik denk ook doordat ze steeds een lange rustperiode krijgen ze echt een langere sportcarrière kunnen hebben."

Luisteren

"Ik verzorg met heel veel liefde en plezier de paarden. We hebben heel veel oog voor detail en vinden het heel belangrijk dat de paarden gelukkig zijn en zo dicht mogelijk bij hun natuurlijke zijn blijven. Het kost heel veel tijd en het is hard werken, maar voor ons is dat vanzelfsprekend. Ik luister graag heel aandachtig naar mijn paarden. Als een paard bijvoorbeeld kopschuw is en niet graag heeft dat je zijn oren aanraakt, dan forceer ik dat niet, maar maak ik een hoofdstel dat niet over de oren hoeft. Je leert steeds bij en het kan altijd beter en nog meer gefinetuned worden, maar ik probeer voortdurend erachter te komen wat de paarden me vertellen en duidelijk proberen te maken. Ze praten continu met ons en het is aan ons om ze te verstaan en er iets mee te doen. Daarin raak je nooit uitgeleerd. Paarden doen geen dingen om ons te pesten. Paarden zijn door de mens gevormd. Door ons zijn ze geworden wie ze zijn en dat kan positief, maar ook negatief uitpakken. Wij moeten het werk leuk vinden, maar de paarden zeker ook. Het moet altijd een mooie samenwerking zijn. In een wedstrijd kan ik zelf nog wel eens twijfelen, maar dan voel ik soms aan mijn paard dat hij zegt: 'Ga jij maar zitten, ik breng je wel.' Misschien zit daarin wel het succes: dat ik steeds naar mijn paarden probeer te luisteren en dat hun geluk altijd voorop staat."

Plannen

"We werken met de paarden naar hele lange afstanden toe, daarin zitten dus ook heel veel trainingsuren. Als ze rust hebben gehad, bouwen we het werk heel rustig weer op. Vergelijkbaar met een paard dat terugkomt van een blessure. We stappen eerst een aantal weken. In het begin anderhalf uur en dat bouwen we op naar drie tot vier uur. We rijden met een ontspannen losse teugel, maar we willen wel dat de paarden in hun natuurlijke balans lopen. Als dat goed gaat, nemen we een stukje draf erbij en daarna voegen we wat hellingen toe. Na zes of zeven weken komt de galop erbij en dan begint het echte werk. Met het stalwerk erbij kost het heel veel tijd. Daardoor kan ik ook maar twee paarden op een dag trainen. Vergeleken met een dressuur- of springamazone is dat dus niet veel, maar dat komt door de vele uren training in het zadel. Gelukkig heb ik veel leuke meiden en jongens die met me mee willen rijden. We rijden de paarden ook om de dag, dus na een dag training krijgen ze een dag rust. Na een wedstrijd krijgen de paarden ook een aantal weken vrij. Dan kan ik weer wat andere paarden oppakken. Zo is het door het seizoen heen een hele puzzel en moet er goed gepland worden."

Genieten

"De wedstrijd zelf begint meestal om 5.30 uur en het kan zijn dat je 's avonds om 20.30 uur pas finisht, natuurlijk wel met rustpauzes. Ik kom op hele bijzondere plekken. Zo reed ik in februari in Al Ula in Saoedi-Arabië. We startten met 150 combinaties in het donker in de woestijn met rotsen. We hadden allemaal een hoofdlampje op en daardoor zag je de schaduw van al die paarden over de rotsen gaan. Een prachtig gezicht. We zagen de zon opkomen achter die rotsen en aan het einde van de dag weer ondergaan. Dat is toch genieten, zeker als de paarden helemaal fit en happy zijn. Je merkt gewoon dat zij ook genieten van zo'n rit. Zo komen we op de mooiste plekken en worden soms prachtige natuurgebieden alleen opengesteld voor ons. Dat samen met je paard ontdekken is geweldig. Soms, als je in de training voor de vijfde keer van jas bent gewisseld omdat het zo regent, vraag ik mezelf wel eens af wat ik aan het doen ben, maar op zo'n wedstrijd vergeet je dat snel weer."

Herinneringen

"We fokken zelf ook op kleine schaal met onze gepensioneerde merries. Onze mini-fokkerij bestaat uit verhalen en herinneringen. Zo rijd ik nu bijvoorbeeld een zoon uit de merrie Laiza de Jalima, waarmee ik in 2014 zilver won. Het is heel mooi om de bijbehorende verhalen en emoties te herbeleven. Doordat ze bij ons geboren worden, ken ik de paarden ook door en door. Het is heel speciaal om ze te zien opgroeien en dan later met ze te mogen werken. Het is wel een hele lange weg, want op hun tiende jaar zijn ze pas toe aan het hoogste niveau en dan gaan ze zich daarin nog verder ontwikkelen", aldus een enthousiaste Marijke.

Afbeelding
Afbeelding