Waar gaat het nu helemaal om?

Waar gaat het nu helemaal om?

tuigpaarden hengstenkeuring kwpn
Inovo KWPN Hengstenkeuring 2016 © DigiShots

Gedoe in de tuigpaardenwereld. Niet voor het eerst en vast ook niet voor het laatst. De bom barstte weer eens in januari tijdens de hengstenkeuring van de tuigpaarden in Ermelo.

De jury besloot om zes hengsten door te verwijzen naar de tweede bezichtiging in. Er stonden 41 hengsten in de catalogus en dan is het doorverwezen percentage dus 15%.

Eerste bezichtiging

Er stonden 260 in de springrichting gefokte hengsten in de catalogus van de eerste bezichtiging en 280 in de dressuurrichting gefokte hengsten. Daarnaast nog acht Gelderse hengsten. In percentages mocht 33% van de springhengsten door en bijna 35% van de dressuurhengsten.

Maar we moeten bij de tuigpaarden even dieper kijken. De tuigpaarden worden nogal geplaagd door inteelt en er ligt een brief van de RVO (de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland), die onder andere gaat over de erkenning van paardenstamboeken. In die brief staat dat het KWPN met een concreet plan moet komen dat de inteeltproblematiek binnen de tuigpaardenfokkerij terug moet brengen.

Inteelttoename

In die brief staat volgens de website van het KWPN te lezen: “De inteeltstijging vormt een bedreiging voor de populatie, waardoor gezondheid, fertiliteit en vitaliteit een groot risico lopen. De tuigpaardpopulatie kent een inteelttoename van 1,18% per jaar. Dit is boven de toegestane 1%. In het belang van al onze fokkers is het zaak om ingrijpen van RVO te voorkomen door zelf met een goed plan te komen”.

Kijken we nu nauwgezetter naar de 41 hengsten in de catalogus, dan zien we dat maar liefst 28 hengsten op hun verwantschap aan de populatie de kwalificatie ‘hoog’ meekrijgen. Twaalf paarden scoren ‘laag’ en slechts twee krijgen de score ‘zeer laag’. Dus daaruit zou je conclusie kunnen trekken dat slechts 14 van de 41 hengsten op grond van de door de RVO geëiste terugdringing van de inteeltproblematiek voor goedkeuring in aanmerking zouden kunnen komen. Het is immers zo dat met het goedkeuren van hengsten met een hoge verwantschap je de inteeltproblematiek alleen maar vergroot.

Meer hengsten aangewezen

Wanneer er dus slechts 14 hengsten op grond van hun bloedvoering in aanmerking komen, dan maken de zes door de commissie onder leiding van Johan Hamminga aangewezen hengsten 45% uit. Daarmee heeft deze nu opgestapte commissie dus procentueel meer hengsten aangewezen voor Den Bosch dan de hengstenkeuringscommissies dressuur en springen.

Maar er kwam protest van de liefhebbers van de tuigpaarden. Naar hun mening hadden er veel meer hengsten moeten worden aangewezen. Dit leidde op de maandag na de keuring tot een bijeenkomst op het kantoor van het KWPN. Deze had had tot gevolg dat de hengstenkeuringscommissie haar taak heeft neergelegd. De herkeuringscommissie werd daardoor keuringscommissie, het KWPN besloot tot een tweede hengstenkeuring en daar kregen alsnog negen hengsten een uitnodiging om naar Den Bosch te komen.

Waas van geheimzinnigheid

Maar er is onduidelijkheid en iedereen houdt een waas van geheimzinnigheid op. De hengstenkeuringscommissie had van het bestuur de opdracht meegekregen royaal te zijn met de aanwijzingen. Gelet op het percentage van hengsten die voldoen aan de bloedspreiding kun je stellen dat ze daar ruim aan hebben voldaan. Maar bij het gesprek van de hengstenkeuringscommissie, die naast Hamminga bestond uit Gert Jan Hermanussen en Joop van Wessel, zat ook de inspecteur van deze fokrichting, Viggon van Beest.

Toen Van Beest in de gaten kreeg dat de commissie slechts zes hengsten wilde doorsturen had hij toch moeten zeggen dat dit niet in overeenstemming was met een bestuursbesluit om royaal aan te wijzen? Als hij tijdens dat overleg geen gelijk had kunnen krijgen, dan had hij de hulp in kunnen roepen van zijn baas, Ralph van Venrooij, en bestuurslid René van Klooster.

Fokkerijbeleid

Maar wat staat er te lezen op de website van het KWPN? “De hengstenkeuringscommissie heeft als taak om het door de fokkerijraad opgestelde en door het Algemeen Bestuur vastgestelde fokkerijbeleid uit te voeren. Onderdeel van de opdracht was om breed te selecteren. Daarbij moet de commissie rekening houden met inteelt en verwantschap en het selecteren van nakomelingen van jonge hengsten. Daarbij wordt in de eerste bezichtiging de afstamming alleen positief meegewogen”.

Hoe kun je nu anders dan rekening houdend met verwantschap en inteelt positief kijken naar die hengsten die op deze eigenschappen laag tot zeer laag scoren? Eind augustus moeten alle hengsten die in Den Bosch zijn aangewezen voor het verrichtingsonderzoek zich in Ermelo melden en zij zullen in tuig voor de showwagen worden voorgereden.

Sterhengsten

Echter, naast de doorverwijzing in Ermelo tijdens de eerste bezichtiging konden de hengsten ook ‘Ster’ worden verklaard, en dat overkwam 17 jonge hengsten. Ook deze sterhengsten mogen zich eind augustus melden voor de showwagenproef.

Er hoeft zich dus geen enkele tuigpaardhengst te melden voor de tweede bezichtiging, want zij mogen zich als sterhengst ook melden voor de showwagenproef. Daarbij wordt dan toch het absoluut noodzakelijke proces van terugdringing van de inteeltproblematiek in gevaar gebracht? Ik ben benieuwd wie er dan deel zal willen uitmaken van die hengstenkeuringscommissie?

Jacob Melissen

Reacties