Voorjaarsgras, zo ga je er mee om

Voorjaarsgras, zo ga je er mee om

0 2571

Hoewel het heerlijk is dat onze paarden weer de wei op kunnen, kan het voorjaarsgras ook meer kwaad dan goed veroorzaken. Denk aan hoefbevangenheid en spijsverteringsproblemen. Wanneer we bang zijn voor zulke aandoeningen zetten we onze paarden al gauw op kort gras, maar is dit wel de juiste oplossing?

Het groene voedergewas is de hoeksteen van het dieet van je paard, met daarin uitstekende voedingswaarden. De vezels zijn goed voor het spijsverteringskanaal, en zorgen er voor dat het paard zijn aangeboorde behoefte om te grazen bevredigd. Bij het aanbreken van de lente is het gras echter ook berucht voor het veroorzaken van problemen. Voornamelijk bij paarden met risico op spijsverterings- en metabole ziektes.

Fructaan

Lentegras bevat grote hoeveelheden ongestructureerde koolhydraten (NSC’s), die betrokken zijn bij acute spijsverteringsziekten bij paarden. De verschillende typen NSC’s die in grassen zitten, zijn de suikers (glucose, fructose, sacharose), zetmeel en fructaan. We weten dat voornamelijk fructanen de boosdoener zijn als het gaat om het veroorzaken van hoefbevangenheid. Echter blijkt dat minder inname van gras, niet gelijk minder opname van tructaan betekent. De samenstelling van het gras op het moment dat het gegeten wordt, is veel belangrijker dan de hoeveelheid gras.

Tijdens daglichturen vindt fotosynthese plaats, waarbij NSC’s worden geproduceerd. Zij voorzien de plant ’s nachts van brandstof om te kunnen groeien. In het voorjaar zijn veel grassen in een vroege en actieve groeifase, wat zorgt voor een hoge NSC productie. Lenteavonden kunnen nog erg koud zijn. Wanneer de temperatuur onder de 5 graden Celcius komt, maakt de plant geen gebruik van de NSC’s. Hierdoor is de suiker- en fructaanwaarde in het gras veel hoger dan anders.

Hoefbevangenheid

Hoewel er geen veilig seizoen is bij hoefbevangenheid, is de kans op hoefbevangenheid groter wanneer een paard veel suikers opneemt. Uit het onderzoek van Britain’s Animal Health Trust blijkt dat één op de tien paarden of pony’s elk jaar last heeft van de terugkerende verschijnselen. Deze verschijnselen horen bij het ziektebeeld van hoefbevangenheid. Daarmee is deze ziekte net zo ‘veelvoorkomend’ als koliek. De onderzoekers attenderen paardeneigenaren op het belang van het tijdig herkennen van de voortekenen van hoefbevangenheid. Daardoor kan een mogelijke fatale afloop voorkomen worden. Eigenaren worden wel geadviseerd waakzaam te blijven, ook als het voorjaar al is gepasseerd.

4 Tips om hoefbevangenheid te voorkomen

Hieronder lees je hoe je de kans op hoefbevangenheid kunt verkleinen.

1. Wanneer de paarden eindelijk weer de wei op kunnen in het voorjaar, bouw dit dan geleidelijk op. Als je het paard met kleine stappen naar buiten zet (15-30 minuten in het begin), en dit weer rustig opbouwt naar de hele dag, kan hij beter aan de verandering van voedingsstoffen werken. Hierdoor zullen ze minder snel vatbaar zijn voor hoefbevangenheid.

2. Heeft je paard al een geschiedenis met hoefbevangenheid, dan kan het handig zijn om het paard ’s morgens vroeg of juist ’s avonds laat in de wei te laten, vooral tijdens de lentemaanden. Zoals hierboven genoemd is de suikerwaarde in gras het hoogst in de vroege avond, en daalt het tot het laagste punt in de vroege ochtend.

3. Zorg er voor dat het gras op een passende hoogte is. Overbegrazing kan er voor zorgen dat de paarden de nieuwe groei van de weide al opeten. Deze nieuwe groei heeft meestal ook een hoger suikergehalte. Daar tegenover staat dat, wanneer een weiland overwoekerd of te oud is, je paard veel zaadkoppen kan eten die ook weer veel suikerniveaus bevatten.

4. Maak, als het nodig is, gebruik van een graaskorf. Zo reduceer je de hoeveelheid gras die je paard kan eten, maar kan je hem wel lekker in de wei laten lopen.

Bron: The Horse 

Foto: Archief

Vergelijkbare artikelen

Reacties