Trainen op een simulatie paard

Trainen op een simulatie paard

0 449
Zadel, zweetbladen

SPONSORED CONTENT – Een onafhankelijke zit is de basis van het paardrijden. Deze basis kun je ontwikkelen met een training op een simulatie paard. Deze simulator helpt ruiters om zich bewust te worden van hun lichaamshouding.

Zo kan je op de simulator de bewegingen van het paard leren volgen en je correct inwerken in het zadel. Op een simulatiepaard worden spanning in het lichaam en scheefheden van de ruiter duidelijk zichtbaar, evenals als tijdens een paardrijles op een echt paard. De training biedt dus een fantastische aanvulling op trainingen met een echt paard.

Waarom trainen op een simulator

Het trainen op een simulatiepaard heeft diverse voordelen. Allereerst wordt het paard gespaard, terwijl de ruiter zichzelf op een veilige manier kan trainen. Daarnaast biedt een indoor simulatie een weersonafhankelijke omgeving waarin ruiters van ieder niveau kunnen trainen. Je hebt een grote spiegelwand nodig waardoor zowel de ruiter zelf als de instructeur de houding vanuit iedere hoek kunnen beoordelen. Zo kun je optimaal werken aan je lichaamshouding in stap, draf en galop. Tenslotte is het ook zeer prettig dat de instructeur dicht bij de ruiter staat en dus tijdens de training direct kan corrigeren. Tijdens een normale training krijg je pas later te horen dat je houding niet helemaal in orde was en dan weet je soms niet meer over welk moment je instructeur het precies heeft. Met een simulatiepaard kun je niet alleen je rijvaardigheid en houding, maar ook je timing en conditie verbeteren. Om les te gaan geven met een simulator valt het wel aan te raden om energie vergelijken, aangezien het apparaat redelijk veel energie verbruikt. Door energie vergelijken hou je de kosten voor gebruik van de simulator zo laag mogelijk. Bereken dit ook door in de prijzen van de paardrijles.

Hoe werkt een simulatiepaard?

Het simulatiepaard is voorzien van verschillende sensoren: bitsensoren, hoofd- en neksensoren, zadensensoren en beensensoren. De bitsensoren meten de teugeldruk tijdens het uitvoeren van de oefeningen en geven aan of de teugeldruk correct is. Als de druk niet goed is, vertraagt de simulator of komt deze zelfs helemaal tot stilstand. Een te harde teugeldruk laat de simulator direct stoppen. De hoofd- en neksensoren werken redelijk vergelijkbaar. De zadelsensoren zijn ook zeer belangrijk. Deze meten hoe de ruiter het gewicht verdeelt in het zadel. Op de flanken van het simulatiepaard bevinden zich sensoren die de beenhulpen van de ruiter registreren. Voor een correcte overgang of oefening moet de ruiter de correcte beenhulpen geven. Rijden op een simulatiepaard is misschien nog wel lastiger dan op een echt paard. Paarden compenseren namelijk de onbalans van de ruiter, voor zover ze kunnen. Hierdoor kun jij op je eigen paard toch zo goed mogelijk voortbewegen. Een simulatiepaard doet dit niet, waardoor je snel een betere ruiter wordt. Simulatiepaarden worden al gebruikt bij diverse maneges en scholen.

Foto: archief

Reacties