Wilton Porter: ‘Tien dingen die Jeroen mij leerde’

Wilton Porter: ‘Tien dingen die Jeroen mij leerde’

0 4714
Jeroen Dubbeldam Zenith

In januari kwamen Wilton Porter en zijn jongere broer Lucas van Sleepy P (USA) naar Jeroen Dubbeldam om hen naar een hoger plan te tillen. Ze hadden op nationaal al goed gepresteerd en zetten hun eerste schreden in de internationale wedstrijdscène en kwamen naar Europa om te trainen met de Olympisch (met De Sjiem) en wereld- en Europees kampioen (met SFN Zenith N.O.P.). Leren doe je door wedstrijden te rijden en in Nederland en het Westeuropese circuit waren ze van de partij op CSI3*-concoursen.

Tijdens het JIM pakte Wilton een derde plek met zijn relatief nieuwe paard Caletto Cabana in de CSI3* Grote Prijs. Wilton sprak met Noelle Floyd over wat hij leerde van zijn mentor:

1. Springen is een marathon, geen sprint
‘Jeroen leerde me om geduld te hebben met m’n paarden. Steeds maar weer winnen is niet het ultieme doel: het winnen van die ene grote prijs is waar je naar toe werkt. En dus ga ik niet als een dolle door die speedrubriek op vrijdag, maar denk ik vooruit naar de zondag, als de grote prijs is.’

2. Basis, basis, basis
‘Het allerbelangrijkste waar je aan moet werken bij een paard is zijn basis en balans. Een goede basis maakt het mogelijk om een zwaar, technisch parcours te springen.’

3. Dressuur
‘Dressuur is de manier om aan die basis te werken. Jeroen’s kennis en kunde in de dressuur maken hem zo’n geweldige ruiter. Hij is geduldig en correct en dat betaalt zich terug in het parcours. Doordat je dressuur goed is, presteer je gelijkmatiger over het hout.’

4. Het gaat niet om kracht
‘Jeroen leerde me dat wanneer je fysiek sterker wordt, dat niet per se leidt tot betere resultaten. Het gaat niet om kracht bij paardrijden, het gaat om een goede techniek. De ruiters aan de top zijn niet altijd lichamelijk sterk, maar ze begrijpen hoe je effectief communiceert met je hand, been en zit. Fit zijn is wel belangrijk. Fitness maakt deel uit van Jeroen’s programma. Naast rijden, sport ik elke dag, vooral op cardio.’

5. Trainen over lage hindernissen
‘Thuis springen we bijna nooit hoger dan 1.20m. De nadruk ligt bij Jeroen op het correct springen. Het paard moet reageren op je been, zit en hand zodat het soepel en steeds op dezelfde manier springt. Om dat te bereiken hoeven de palen niet hoog te liggen.’

6. Niet alleen Grand Prix
‘Zeker met jonge paarden is het belangrijk om niet steeds dikke proeven te lopen. Vertrouwen bouw je op door te variëren in hoogte. Op de lange duur gaat je paard daardoor langer mee.’

7. Langzaam
‘Te snel een stap hoger kan ervoor zorgen dat je twee stappen terug moet’, dat zijn heilige woorden van Jeroen. Hij leerde ons om voorzichtig te zijn met onze jonge paarden. Hij legt de nadruk op vertrouwen, niet op hoogte. Er is tijd genoeg voor grote parcoursen in de toekomst.’

8. Een slecht systeem is beter dan géén systeem
‘Dit was een van de eerste dingen die Jeroen ons leerde. Thuis moet je een soort structuur, een plan, hebben met je paarden, ook al kan dat plan beter. Elke week moet je een trainingsschema hebben. Dat helpt niet alleen je paard, maar ook jezelf.’

9. Goede resultaten worden thuis bereikt
‘Als we het weekend op concours gaan, trainen we maandag, dinsdag en woensdag hard. Of dat dressuur is of springen over lage hindernissen. Jeroen heeft het belang van die trainingsdagen uitgelegd. Mijn broer en ik grappen wel eens met elkaar dat op wedstrijd gaan het gemakkelijkste deel van Jeroen’s training is!’

10. Het is nooit perfect
‘In de ring gaat het niet altijd zoals je gewend bent en Jeroen benadrukt dat dat ok is. Er zijn in deze sport waarschijnlijk meer diepte- dan hoogtepunten. Wat is illustratiever dan die ene tijdfout van Jeroen in Rio? Maar hij erkende als een echte sportman dat zulke dingen kunnen gebeuren. We gingen het weekend erna naar een wedstrijd en Jeroen leerde me om nooit te hard te zijn voor mezelf door dit voorbeeld.’

Bron: Noelle Floyd

Foto: Remco Veurink

Reacties