Louis Konickx: ‘Springsport naar een hoger niveau door betere ruiters en paarden’

Louis Konickx: ‘Springsport naar een hoger niveau door betere ruiters en paarden’

0 206
Louis Konickx
Louis Konickx
 

De springsport is volop in ontwikkeling en dat heeft verschillende redenen. De paarden worden beter, de omstandigheden gaan erop vooruit en de top van ruiters wordt breder. De parcoursbouwers moeten daar dus op inspelen. Internationaal parcoursbouwer Louis Konickx heeft het over de evolutie van de springsport.

Technischere en dynamische parcoursen

Konickx is regelmatig aanwezig op internationale springconcoursen, zowel in Nederland als in het buitenland. Onlangs was hij ook als hoofdparcoursbouwer actief op het EK in Gotenburg. Een parcoursbouwer speelt een belangrijke rol bij de beleving van de sport, zowel voor het publiek als voor de ruiters. Het is elke keer weer een puzzel: het niveau van het parcours moet afgestemd zijn op het niveau van de deelnemers, de toegestane tijd speelt een rol, het parcours moet moeilijkheden bevatten zonder gevaarlijk te zijn,… En de afgelopen decennia heeft de springsport een behoorlijke ontwikkeling doorgemaakt.

Konickx: ‘Geleidelijk aan is er veel veranderd in de springsport. De parcoursen zijn technischer geworden. Een ruiter heeft een goed plan nodig om bepaalde lijnen in het parcours foutloos te kunnen rijden. Daarnaast zijn de hindernissen delicater geworden: ze zien er minder massief uit,  het materiaal is lichter en de lepels zijn platter geworden. Dat zorgt er mee voor dat men snel moet kunnen reageren en schakelen. Dat de parcoursen dynamischer worden, komt onder meer door het gebruik van ‘roll backs’, terugwendingen op de lijn, en dat kan doordat de bodems veel beter zijn. De bodems van nu zorgen voor meer grip, waardoor het springen en wenden gemakkelijker is. Je kan daardoor gebruik maken van nog kortere wendingen in de parcoursen.’

Meer en betere ruiters en paarden

Konickx: ‘Er zijn ook meer en betere ruiters en paarden, waardoor de springsport naar een ander niveau is gestegen. Een mooie wedstrijd die spannend is om naar te kijken, moet afgestemd zijn op de kwaliteiten van de deelnemers. Als die kwaliteit blijft groeien, moet je daar als parcoursbouwer een antwoord op geven. Hoe hoger de kwaliteit van de deelnemers, hoe creatiever wij moeten zijn om iets te verzinnen wat mooie sport geeft en recht doet aan de paarden.’

Niet enkel technischer, ook hoger

Hoewel de moeilijkheidsgraad voornamelijk in het technische aspect gezocht lijkt te worden, worden de parcoursen volgens Konickx wel degelijk hoger.

Konickx: ‘Geleidelijk aan wordt het steeds wat hoger, maar dat zijn geen verschillen die je als buitenstaander duidelijk kan zien. De belangrijkste wedstrijden zijn momenteel op 1.60m-niveau, waarbij de maximale hoogte dus 1.60m is. Toch zien we dat in de afgelopen grote finales er toch al verschillende hindernissen van 1.63m of zelfs 1.64m hoog staan. Het wordt dus wel degelijk hoger, maar het is niet zo dat het ineens met tien centimeter omhoog gaat. Ook het optische aspect van de hindernissen speelt wel een rol. Paarden die op internationaal niveau springen hebben door de jaren heen echter goed leren taxeren. Daarnaast is het niet de bedoeling dat we ‘hocus pocus’-hindernissen maken, waardoor gezichtsbedrog kan ontstaan. Wel wordt meer aandacht aan kleur gegeven en zie je steeds minder balken met kleurringen, maar meer eenkleurige balken, waarbij het moeilijker is om de diepte in te schatten.’

Bron: KWPN

Foto: Remco Veurink

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 31)

Reacties