Blog Liz Barclay over familie Bleekman: Stukje Achterhoek in Devon

Blog Liz Barclay over familie Bleekman: Stukje Achterhoek in Devon

De familie Bleekman, thuis met Dasj. Met vlnr Clissy, Edward, Alfie en Nui.

Ergens op een boerderij in het midden van Devon staan altijd een paar klompen bij de keukendeur, tenminste als Edward Bleekman er niet mee over het erf loopt. Alweer zo’n beetje dertig jaar woont hij daar met Clissy op wat ooit de boerderij van haar ouders was.

Inmiddels hebben zij samen met hard werken, koppig doorzetten en een hoop paardenliefde een prachtig bedrijf gecreeerd, wat begon met een aantal dekhengsten en inmiddels voor een groot deel vol staat met prachtige eigen fokproducten.

Stukje Achterhoek in Devon

Het was voor mij, toen ik nog fokte en in het verleden m’n merries bij Edward bracht, een prettige bijkomstigheid om even weer een Achterhoekse babbel te hebben. Ook al had ik m’n plek in Cornwall gevonden, een deel van m’n hart was in mijn geliefde Gelderland gebleven.

Veulen van Liz v. Mayhill in de wei
Merrie van Liz v. Mayhill m. Ting-Tang onder Emily Noszkay

Maar uiteindelijk ging het natuurlijk om de prachtige hengsten die daar stonden. Voor mijn twee halfbloed merries was Mayhill indertijd bere interessant, de hengst die door Mark Todd internationaal samengesteld was uitgebracht. Er waren in Engeland in die tijd niet zo heel veel hengsten die zich bewezen hadden in de sport. Daarbij wetende dat mijn merries in de ervaren handen van Edward waren maakte de keus wel heel makkelijk.

Jong bedrijf

Je voelde het als je daar was, een jong bedrijf met twee mensen die wisten wat ze wilden en nu, zo’n kleine dertig jaar later is Clissy net terug met haar oudste dochter, Alfie, na in Boekelo een goede run te hebben gehad. Want het echtpaar Bleekman heeft op alle fronten niet stilgezeten. Ze hebben drie prachtdochters, Althea (Alfie), Janou (Nui) en Katie, die zich alle drie op een paardenrug als visjes in het water voelen.

Alfie is inmiddels vijfentwintig en heeft net voor de vierde keer in Boekelo meegereden, heeft daar voor- en tegenslagen geincasseerd en is daarom dit keer helemaal dik tevreden met haar resultaat met de nog maar negen jaar oude merrie Dasj. Een weigering in de cross en een balkje met springen, met een paard dat nog zo jong en onervaren is, heeft Alfie een enorme boost gegeven en ze kijkt met vertrouwen uit naar het volgend seizoen.

Eigen fokproduct

En natuurlijk glundert Edward als ik hem, tijdens mijn bezoekje van een paar dagen geleden, feliciteer met zijn eigen fokproduct, tegelijkertijd wijzend naar de muur waar een foto hangt van Bintang II, de show-jumper die het op dit moment zo super doet met Laura Renwick. Laten deze twee, Dasj en Bintang, nou dezelfde grootmoeder hebben. Een keuze die Edward bewust gemaakt heeft met de neus van een door de wol geverfde paardenman.

De door Edward Bleekman gefokte Bingtang II onder Laura Renwick (Foto: LGCT/Stefano Grasso)

De naam Grannex, vader van deze oma, komt daardoor regelmatig in het gesprek voor, een van de hengsten van Whorridge Stud, die het vooral in moederlijnen bijzonder goed doet, vertelt Edward. Karandasj, de vader van Dasj (da’s duidelijk, lijkt me), kwam van Venderbosch (die hem in gemeenschappelijk bezit had met Jan Greve) en bewijst weer eens wat deze onverbrekelijke band voor Edward ongetwijfeld heeft betekend.

Alfie aan het woord

Als Alfie aanschuift en ik haar vraag naar de beslissing om voor Nederland te rijden, snoert ze haar vader beleefd maar beslist de mond ( ‘niet mijn idee’, zei Edward nog net) om heel duidelijk te stellen dat het haar eigen wens en beslissing was om gebruik te maken van het feit dat zij zowel een Engels als een Nederlands paspoort heeft.

Als junior ruiter had ze een ongelofelijk betrouwbaar paard waar ze geweldig mee uit de voeten kon, maar dat helaas niet de snelheid had om zich te meten met de overmaat aan jonge event ruiters op superdure, en vaak ook kant en klare, paarden waarmee Engeland nou eenmaal gezegend is. Een plek in een team was daardoor niet voor haar weggelegd en dus was het behoorlijk voor de hand liggend: Nederland had wel plek voor hen en bij de familie Venderbosch was altijd een bed en een stal.

Johan Venderbosch als vader

Even weer zo’n veertig jaar terugspoelen, toen Edward met zijn oom regelmatig het erf van de familie Venderbosch opreed gedurende hun zondagse ommetje en daardoor uiteindelijk met Freriks, nog zo’n naam uit de ouwe doos, op de vrachtwagen met de hengsten terechtkwam. Daar waar de fundering voor zijn toekomst gelegd werd. ‘Johan is als een vader voor Edward’, zegt Clissy, die inmiddels haar andere schoen ergens onder het aanrecht terug vindt, waarschijnlijk verstopt door hun ondeugende terriër.

Op dat moment komt de kleinzoon van Johan Venderbosch, Bjinse, even binnen. Bjinse is in juli met de Bleekmannen mee teruggekomen van Millstreet in Ierland waar hij in het junioren team zat en waar Nui trouwens met Granntevka Prince (kijk, daar heb je Grannex weer!) prachtig brons veroverde op de European Young Riders Eventing Championships. Bjinse is blijven hangen, zeg maar, een mooie kans om in de rest van het Engelse eventing seizoen mee te rijden; het mes snijdt duidelijk van twee kanten.

Niet de enige voor Nederlandse team

Alfie vertelt nog even door: ‘Ik ben echt niet de enige en voel me er ook niet over aangevallen. Er zijn zoveel buitenlandse ruiters die in Engeland komen wonen om hier te trainen, omdat dit het land is waar veel goedgebouwde parcoursen heel makkelijk bereikbaar zijn.’

‘Ik spreek dan misschien de taal wel niet, maar ik voel me net zo Nederlands als Engels en door onze manier van leven, ons tweede thuis bij de familie Venderbosch en alle internationale wedstrijden heb ik vrienden over de hele wereld.’ (Oh, mevrouw May, schoot door mijn hoofd op dat moment, waar bent u mee bezig!)

Nederlandse directheid

Er straalt inderdaad van beide meiden (Alfie en Nui, Katie was niet thuis) een Nederlandse directheid uit die je in Engeland in mindere mate tegenkomt, alhoewel de genen van hun moeder daar ook wel iets mee te maken zullen hebben. Ik kan me zo voorstellen dat aan die lekkere grote keukentafel in een zo Engelse ‘farmhouse kitchen’ vurige gesprekken worden gevoerd.

Maar in huize Bleekman viert de democratie zonder meer hoogtij met ruimte voor ieder z’n eigen mening. Nui en Alfie hebben hulp van verschillende trainers. Nui kiest ervoor om te trainen met Mark Todd en dressuurruiter Anna Ross, terwijl Alfie Lucinda Green en Ferdie Eilberg bezoekt. Samen delen ze dan wel weer show-jumptrainer Allen Fazakerley als hij hun richting uitkomt.

Boekelo: trip down memory lane

Voor Clissy was het weer een ‘trip down memory lane’ in Boekelo. Het was Roeli Bril die ervoor zorgde dat Edward zo’n dertig jaar terug een lift kon krijgen op de vrachtwagen met Clissy die een trouwe deelnemer was in de begindagen van Boekelo. Edward werkte in die tijd in de renpaardenwereld in Amerika en begeleidde een paard op zijn vlucht vanaf Heathrow, via Frankfurt naar Los Angeles.

Tja, en toen kwam er storm en liep de ferry niet, dus moesten ze op Boekelo blijven…
De fotodoos komt tevoorschijn.

Mark Todd, ook toen al!

Hopen foto’s, hopen mooie en grappige momenten. Een hele jonge Mark Todd die gedurende de cross ergens met paard en al door een bielzen bruggetje zakte. De tijd werd stopgezet, bruggetje herbouwd en dan weer verder.

Dat was ergens midden tachtig. Nu, een generatie verder, rijdt hij weer rond Boekelo, met in dezelfde klasse Alfie die in de voetsporen van haar moeder treedt. Dit jaar voor het eerst met op zondag een springparcours zonder modder, tot opluchting van allen.

Net Charisma

Toen, gedurende m’n bezoek, Alfie de kleine maar o zo dappere bruine Dasj naar buiten leidde, moest ik meteen aan Charisma denken. ‘Inderdaad, Mark heeft daarom ook echt een soft spot voor haar’, vertelt Alfie.

En Edward, die moest thuis blijven. Er lopen teveel kostbare viervoeters op erve Bleekman om met z’n allen de biezen te pakken. Zeven drachtige merries; 22 competitiepaarden waarvan de helft eigen fok. Een hoop jonge paarden waaronder twee hengsten waar Edward wel wat fiducie in heeft, geloof ik, alhoewel hij er op z’n Achterhoeks niet veel over wil zeggen.

Paardenfabriekje

Al met al is dit een klein maar extreem goed producerend paardenfabriekje waar iedereen vol overgave de schouders eronder zet en waar men zich geen onnodige luxes permitteert. Ieder centje gaat weer terug naar waar die centjes het meest nodig zijn. Namelijk de dromen van en Edward, en Clissy, en hun drie enthousiaste dochters, want dat voel je in die keuken met een kop koffie voor je neus; er wordt volop gedroomd door jong en oud en zeer bewust ergens naar toe gewerkt, net zoals vroeger Johan Venderbosch heeft gedaan.

Zoals Alfie zei, ‘we do not have the money to buy expensive horses, so we have to breed and make them ourselves.’ Nou, dan ben je met zo’n pa en ma wel aan het goeie adres!

Wild ritje

Ik verlaat de familie Bleekman en Whorridge Stud met een tevreden gevoel. Het was een wild ritje. Toen ik van huis vertrok waren de wolken geel met een vreemd oranje zonnetje. In zes uur op en neer met orkaan Ophelia op m’n hielen. Maar ik heb de klompen weer over het erf horen klossen en m’n Achterhoeks een beetje opgelapt. Terug naar Cornwall, hier kan ik wel weer even op teren…

Reacties