Blog Liz Barclay: ‘De Melbourne Cup 2017: een triomf voor de O’Briens…en...

Blog Liz Barclay: ‘De Melbourne Cup 2017: een triomf voor de O’Briens…en een ongemakkelijk boek’

Jockey
foto: Tophorseracing

Wat een samenspel van omstandigheden! Net het boek over Coolmore van William Jones gelezen, wat mij enkele weken geleden door een vriend overhandigd werd, waarin de beroemde renpaardentrainer, en vorige eigenaar van Coolmore, Vincent O’Brien een zeer belangrijke rol speelt. En nu lees ik dat de Melbourne Cup in Australie een paar weken terug is gewonnen door de driejarige Rekindling, getraind door Joseph O’Brien, terwijl vader Aidan O’Brien, met Johannes Vermeer, de tweede plaats verwierf.

De eerstgenoemde, Vincent, wordt wel de beste renpaardentrainer ooit genoemd. Aidan O’Brien, geen directe familie trouwens, volgde Vincent op (no pressure!) en heeft daarmee de traditie van topprestaties voor Coolmore voortgezet. En nu zoon Joseph die er nog een schepje bovenop doet door zijn vader te overtroeven.

Ik weet bijna zeker dat alle paardenmensen, inclusief mijzelf, de volbloed een prachtig en edel dier vinden. En zonder de paardenrennen is het twijfelachtig of dit paard überhaupt bestaansrecht zou hebben. Toch hou ik niet zo van paardenrennen. Het zeer jonge aanrijden, de vele valpartijen en het gokelement staan mij tegen. Dit heeft me er niet van weerhouden om het wat ongemakkelijke boek over Coolmore met de intrigrerende titel ‘The Black Horse Inside Coolmore’, geschreven door William Jones, te lezen.

Veel detail, een beetje gezeur

Het boek zit bomvol interessante details, vanaf het moment dat gewezen luchtmacht piloot Tim Vigors er begon tot aan de huidige jaren, en leest als een tierelier…totdat aan het eind William Jones verzandt in een persoonlijke aanval op wat er mis is op Coolmore, niet alleen met het wel en wee van de hengsten en fokmerries, maar vooral ook met het personeel.

Toch denk ik dat Jones het boek juist daarom geschreven heeft. Hij vertelt dat zijn strijd, toen hij nog op Coolmore werkte, om de arbeidsomstandigheden te verbeteren -betreffende overuren, veiligheid en bullyproblemen- niets opleverde. Sterker nog, bijdroeg aan zijn vertrek.

Coolmore, renpaardenkoninkrijk in Ierland

Ik ben er een paar jaar terug doorheen gereden. Coolmore lag die dag in zijn volle glorie te glimmen in een zongevulde vallei in County Tipperary. Adembenemend. Ik kon niet anders dan genieten van de prachtige weilanden vol met jonge paarden, omgeven door lange rijen bomen langs de perfect onderhouden lanen.

Dit alles nu het eigendom van John Magnier, de schoonzoon van de in 2009 overleden Vincent O’Brien. John Magnier was vijftien toen hij zijn school verliet om het landgoed van zijn overleden vader te runnen. Nu is hij waarschijnlijk een van de rijkste zakenmannen, ooit.

Ze werden ‘The Brethren’ genoemd, money shooter Robert Sangster, trainer Vincent O’Brien en gehaaide zakenman John Magnier. Samen hebben zij de renpaardenwereld voor altijd veranderd door in de zeventiger jaren in Amerika met grof geld de beste hengstveulens weg te kopen voor Coolmore.

97 merries naar Be My Guest!

Playboy Sangster heeft de glorie van Coolmore nog een aardig handje geholpen met het in de wereld zetten van de beroemde hengst Sadler’s Wells, zoon van Northern Dancer, en vader van onder andere Galileo en Montjeu. Allemaal hengsten die de harten van de volbloedaanbidders zoveel sneller doen kloppen. Al deze hengsten hebben voor Coolmore gedekt. Galileo doet dat op z’n 19ste nog steeds. Klein detail, dekgeld: 350.000 euro.

Een ander doorslaggevend moment betreffende die omslag was In 1978, toen Magnier besloot om de jonge hengst Be My Guest 97 merries te laten dekken, terwijl het in de renpaardenwereld tot dan toe een ongeschreven wet was om nooit meer dan 55 merries per jaar naar dezelfde hengst te sturen. (Even voor de duidelijkheid: in de renpaardenwereld is KI niet toegestaan.)

Dat was nog maar het begin. Een zeer inventieve stap, wat je er verder ook van mag vinden, was om de hengsten twee dekseizoenen te gebruiken. Als in Ierland het dekseizoen was afgelopen begon het een paar maanden later aan de andere kant van de wereldbol in Australië. Met dekgeld in de mega duizenden per wip. Tel uit je winst!

Tot zover…

Tot zover las ik met alleen maar admiratie. Jones, die van 2006 tot 2014 in een van de stallen werkte waar de veulens geboren werden, beschrijft met kleur hoe Coolmore zich ontwikkelde. Maar ja, aan een wereld waar zoveel geld in omgaat zit meestal wel een vreemd luchtje, vandaar de titel ook, ‘The Black Horse Inside Coolmore’.

‘Koning’ Magnier

‘Koning’ Magnier houdt er volgens Jones enkele vreemde regeltjes op na. Als meneer Magnier door de stallen loopt mag het personeel alleen antwoorden als hij hen aanspreekt. Men mag zelfs niet uit eigen beweging goedendag zeggen. Ook wordt van hen verwacht dat ze niet zeuren over belachelijk veel onbetaalde overuren. Verder is er een afspraak over geheimhouding wat er binnen de muren van Coolmore gebeurt.

Als Michael Jones naar waarheid schrijft is het dus geen wonder dat in het boek het woord ‘maffia’ voorkomt.

De onmenswaardige dood van Montjeu

Er mag dan een echte begraafplaats zijn met prachtige gedenkstenen voor de tophengsten, het draait uiteindelijk allemaal om geld, en dan hebben we het over vele miljoenen. John Magnier staat voor zo’n 900 miljoen terwijl de waarde van Coolmore op vier biljoen wordt geschat. Dat dit volgens Jones soms helaas over lijken gaat is schokkend maar verbaast me eerlijk gezegd niks.

De beschrijving van hoe de hengst Montjeu, die al zoveel jaren zo ongelofelijk veel voor Coolmore had betekend,  volledig buiten zinnen een etmaal lang moest lijden om een natuurlijke dood te sterven, brak mijn hart. Dit om het enorme bedrag, ver in de miljoenen, van de verzekering uitbetaald te krijgen. Een afschuwelijke regel om veterinaire fraude te voorkomen.

Deze hengst had al zo enorm veel geld verdiend voor zijn eigenaren dat het wel heel rauw is om op deze onmenswaardige manier voor zijn dood te hebben moeten vechten.

Ook het verhaal over de merrie Jude, die na tien veulens en een inwendige bloeding toch maar weer drachtig moest worden van de hengst Galileo met alle risico’s vandien. Uiteindelijk is ze inderdaad doodgebloed nadat ze haar laatste veulen in de wereld had gezet, maar daar was al keurig over nagedacht en voorbereidingen waren getroffen. Er stond een geduldige Clydesdale merrie met een vol uier klaar om het veulen over te nemen.

Het lot van de Clydesdale merries op Coolmore

Coolmore heeft namelijk zo’n 50 Clydesdale merries die ieder jaar een veulentje krijgen. En dat puur voor het geval dat een super gefokt volbloed veulentje om de een of andere reden niet bij de eigen moeder kan blijven. Dan wordt het Clydesdale veulentje weggehaald en aan de fles gezet en zijn moeder ongelofelijk gefopt.

Soms, schrijft Jones, is dat zelfs om de bizarre reden dat de volbloedmerrie ergens anders dan Coolmore gedekt wordt en Coolmore zijn eigen veulens nooit uit het oog wil verliezen.

Tja, en die Clydesdale veulentjes? Niet echt een leuk verhaal. Er wordt altijd naar potentiële eigenaars gezocht maar helaas lukt dat niet altijd…

Naar de hunt als voer

Omgekeerd worden alle jonge paarden regelmatig voorgeleid en als er ook maar iets te zien is waardoor een nog zo jong dier misschien niet voor de renbaan geschikt is, worden ze onmiddelijk opgeladen en afgevoerd om bij de Tipperary Hunt een kogel door de kop te krijgen om vervolgens de hounds een lekker maaltje te verschaffen. Er wordt geen tijd en geld verspild aan iets wat niet kan winnen.

Jones windt er geen doekjes om. Lastig, als je hard kan rennen en goed kan dekken ga je als je pech hebt langzaam dood en als je zomaar op een onschuldig lijkend moment niet helemaal mooi stapt dan is het met een paar uurtjes afgelopen.

Zo heeft deze prachtige valei die door Coolmore voor het hele gebied een eigen economie heeft gecreeerd helaas, als we de schrijver mogen geloven, toch een luguber bijsmaakje gekregen,.

William Jones en rechtszaak

William Jones houdt van de rensport, en ook heel veel van de volbloedpaarden waar hij in zijn tijd bij Coolmore met veel liefde voor zorgde. Maar hij is zeer duidelijk in tweestrijd over hoe Coolmore zijn zaakjes regelt. Niet alleen betreffende het paardenwelzijn maar ook het personeel.

Hij zeurt daar een beetje lang over door aan het eind van zijn boek, soms met een vleugje rancune, maar het zit hem blijkbaar hoog. Er werd volgens hem niet geluisterd naar wat hij graag veranderd zag ten gunste van de veiligheid en het welzijn van paard en personeel.

Coolmore is dus niet blij met het boek en na een rechtzaak kan William Jones dit boek alleen nog maar in eigen beheer uitgeven. Verder is het nergens meer te koop.

Uit eigen ervaring in Amerika

Gedurende mijn periode in Amerika ben ik ooit gevraagd om manager bij de fokafdeling van een privé-renstal te worden. Ook al wist ik van tevoren dat dit een verantwoordelijkheid was die mijn schouders niet zouden kunnen dragen, heb ik me toch over laten halen om me door de, overigens bijzonder aardige en gastvrije, eigenaren rond te laten leiden.

Het was ergens in de staat Maryland en het was op z’n Amerikaans prachtig met perfecte witte afrasteringen en ieder grassprietje dezelfde lengte. In de stallen werkelijk geen stofje te bekennen.

Hoefbevangen fokmerrie

In de laatste stal stond een oudere merrie wiens hoeven en benen in enorme zwachtels stonden. De eigenaresse deed de staldeur open en, terwijl de tranen over haar wangen liepen, sloeg zij haar armen om de nek van het geduldige dier en wenste haar sterkte.

Ik snapte er geen biet van. Er werd mij uitgelegd dat deze 18-jarige merrie hoefbevangen was, maar dragend van een tophengst.

Dit was bij haar vorige veulen ook zo gegaan, maar ze wilden zo heel graag nog een keer een veulentje dat ze het er toch maar weer op gewaagd hadden.

De merrie heeft nog drie maanden in draagbanden moeten hangen omdat zij niet meer kon staan. Zij is daarin samen met haar ongeboren veulen overleden. De eigenaar en zijn vrouw zaten toen ergens op hun zeiljacht in de Maagdeneilanden.

 

foto: TophorseracingBlog Liz Barclay: ‘De Melbourne Cup 2017: een triomf voor de O’Briens…en een ongemakkelijk boek’

Reacties