NK Working Equitation: “De oefeningen kregen nut voor de paarden”

NK Working Equitation: “De oefeningen kregen nut voor de paarden”

Ton Duivenvoorden met Epona's Pilo tijdens het NK Working Equitation. Foto: Ivonka Dopieralski

Het Nederlands Kampioenschap Working Equitation is in volle gang. De afgelopen dagen werden de eerste drie onderdelen al verreden. Vandaag wordt het laatste onderdeel, de speedtrial, verreden. Ton Duivenvoorden werd met zijn Frederiksborger Epona’s Pilo eerste in het onderdeel Runderwerk.

Verschillende onderdelen

Duivenvoorden legt uit wat er gevraagd wordt van de paarden. “We hebben de dressuur, dat is het makkelijkste onderdeel. Je moet je paard netjes aan de hulpen hebben. Daarna rijd je de stijltrial, met obstakels waarbij het aan de hulpen zijn wat duidelijker naar voren komt. Vervolgens rijd je de speedtrial. Hoe beter je paard aan de hulpen is, hoe sneller het gaat. Je moet snel draaien, maakt korte wendingen. Ten slotte komt het runderwerk: dat is wel een beetje geluk hebben. Ervaring speelt een hele grote rol, maar de koeien worden geloot en het kan dus zijn dat je een lastige krijgt.” Voor iedere discipline krijg je een andere score, zo kan je bij het een eerste worden maar bij het ander ook laatste. 

Niveaus

“We beginnen bij introductie, dat is een soort snuffelcategorie. Vroeger begonnen we bij de WE1, maar dit was al snel te zwaar voor mensen die wilden kennismaken. De introductie komt overeen met het B-niveau in de reguliere sport. Bij de WE1 zit er in de trial wel galop, de galopwissel mag nog wel door draf. Qua oefeningen is het wel L2-niveau, maar misschien ook wel bijna M1/M2 niveau. De stappen gaan heel snel omhoog. In de WE2 wordt een eenvoudige wissel verwacht, dus dan zit je al rond het Z1-niveau. Vanaf de WE 3 moet je een vliegende wissel rijden, en dan gaat de slalom naar 6 meter in plaats van 9. De laatste stap naar 4, is het eenhandig rijden. Enkel hierin zie je wat terug van de westernsport, er wordt vooral gelet op het dressuurmatig rijden in de beoordeling.”

Bixie voor volwassenen

Duivenvoorden vindt Working Equitation een goede aanvulling voor de dressuurtrainingen. Paarden worden er soepeler van, je traint ze namelijk op een hele andere manier. “We hebben redelijk veel dressuurruiters die overgestapt zijn. Die zeiden: “Dat is Bixie voor volwassenen!”. Toch merken ze nu dat ze 15 wissels op de diagonaal vrij simpel zijn, als je het vergelijkt met de eenvoudige slalom. Het is niet gewoon 15 wissels maken, maar je moet ook bochten maken en in je tempo schakelen.”

Lol van dressuur

“Ik heb een aantal dressuurruiters gehad die kwamen lessen bij mij. Zij waren in reguliere dressuur vastgelopen. Dat het paard de hekjes zag en dacht: ‘Ah nee, niet weer’. Of ze kregen de punten niet, of het paard ging staken. We gingen het paard sterker en soepeler maken, en de lol van de dressuur weer laten zien. De oefeningen kregen ineens nut voor de paarden: in plaats van een volte rijden om een volte te rijden, reden ze om een ton heen. Daarna zijn de combinaties weer regulier dressuur gaan rijden, en konden daarin wél ineens de punten rijden. Het vult elkaar echt aan. Als je naar Portugal kijkt, waar de sport bekender is, daar rijdt iedere ruiter die Working Equitation 4 rijdt ook gewoon mee op Grand Prix-niveau. Daarom is het een goede aanvulling om je paard te verbeteren, mits het op de goede manier gebeurt.”

Big Smile

“Je kan Working Equitation in ieder geval met ieder paard doen. 99,9% komt met een ‘big smile’ de trial uit. Zeker met het oefenen, op wedstrijden is dat natuurlijk soms wel een beetje anders. Je paard gaat meedenken, wordt soepeler, en gaat gewoon heel anders lopen. Als je gewoon aan het trainen bent, dan moet je ze maar eens van de hoefslag en de grote volte af zien te krijgen. Grote voltes en dergelijke brengen je paard niet zo veel. Kleinere voltes laten je paard beseffen dat het makkelijker is op het achterbeen te gaan zitten.”

Echt dressuurmatig

“Het leuke is dat er twee onderdelen echt dressuurmatig zijn,” stelt Duivenvoorden. “Vooral de dressuur en trial worden dressuurmatig beoordeeld: hoe rijd je er op af, stelling en buiging, of je netjes diagonaal achterwaarts gaat. Ga zo maar door. Alles waar in de dressuur naar wordt gekeken, wordt hier ook naar gekeken. Je bent daarbij een klein beetje in het voordeel als je een wat meer flexibeler en dressuurmatiger paard hebt. Bij de andere twee onderdelen ben je vet in het voordeel als je een klein en wendbaar paard hebt. Je ziet alle rassen meedoen. Het is hierin belangrijk dat het paard naar waarde beoordeeld wordt. Een haflinger die super goed zijn best doet, moet dan dus winnen van dressuurpaard die met twee vingers in z’n neus grote bewegingen laat zien.”

“Dat vind ik ook zo mooi aan Working Equitation,” geeft de ruiter toe. “Van bij de jeugd een shetlander, tot een Belgisch trekpaard bovenin de top in Duitsland. Het staat voor iedereen open. Als je naar het WK wilt, gaat een bepaald karakter paard, en niet om een bepaald ras. Het meewerkende, meedenkende, snel reagerende en gehoorzame paard zal het beste op topniveau meekomen. Ook daar zijn kruisingen quarter horse x haflinger, die in het WK bij de beste vijf meerijden. Dat vind ik leuk!”

Dressuur voor het paard

Naast dat Duivenvoorden wedstrijden in Working Equitation rijdt, start hij ook in de reguliere dressuur met zijn paarden. “Ik ben klassiek opgeleid, maar ik rijd wel gewoon mee in de reguliere dressuur. Ik mag met Epona’s Pilo in de Z1 starten. Mijn andere paard, Epona’s Staccato, mag ik ZZ-Zwaar starten nu.  Ik ben geen actieve dressuurwedstrijdruiter. Als ik 10 wedstrijden rijd in het jaar, dan is dat is veel.” De manier waarop hij opgeleid is, zorgt voor de volgende visie: “Voor mij is het duidelijk dat er dressuur is voor het paard, het paard is er niet voor de dressuur. Je gebruikt de oefeningen om hem te gymnastiseren en soepel en sterk maken. Dit doe je zodat hij 10 jaar langer leeft, zodat hij de ruiter kan dragen. Dat is hoofdzakelijk: de basis moet heel breed zijn, het vertrouwen van het paard is dan veel groter.”

Zelf helemaal opgeleid

“Pilo heb ik als veulentje gekocht, en Staccato heb ik zelf gefokt. Het zijn beide Frederiksborgers. Het grootste verschil zit in hun karakter. Pilo gaat er altijd 200% voor, maar als het niet goed gaat wordt hij een beetje boos op zichzelf. Hij wordt nog wel eens te ijverig. Gelukkig kon ik hem in de dressuur en stijltrail weer snel bij me krijgen. Zo kon ik hem naar de rust brengen die ik graag in hem zie. Ik ben dus heel tevreden over de prestaties die hij hier heeft laten zien, vooral omdat hij ruim een jaar niet mee is geweest op wedstrijd,” vertelt de ruiter trots.

“Met Staccato sta ik nu nog op de eerste plaats. We waren gedeeld eerste in de dressuur. Met de koe had ik een beetje pech, deze was wat stugger dus was ik wat langer onderweg. In de stijltrial waren we ruimschoots eerste. Daar was ik heel blij mee, hij deed het gewoon netjes.”

Vanmiddag wordt de laatste ronde van het NK Working Equitation verreden.

Bron: Hoefslag / Overname zonder bronvermelding en schriftelijke toestemming via webredactie@mediaprimair.nl is niet toegestaan.

Foto: Ivonka Dopieralski

Reacties