Minder proefdieren op Universiteit Utrecht: “Ze dienen een groter doel”

Minder proefdieren op Universiteit Utrecht: “Ze dienen een groter doel”

0 692

De Universiteit Utrecht zet steeds minder proefdieren in. Maar de faculteit Diergeneeskunde op het Utrecht Science Park kan voorlopig nog niet zonder, ondanks een groeiend aantal alternatieven. “Bij ieder dier overweeg je: kan dit wel of kan dit niet?”

Onderwijs en onderzoek

Tachtig duiven, veertien fretten, elf katten, veertig honden, vijftien paarden, drie pony’s en 54 koeien. Dan zijn de varkens, parkieten, papegaaien, geiten, schapen, vissen en knaagdieren nog niet benoemd. Al deze dieren worden op het Science Park in Utrecht door de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht gebruikt voor onderwijs en onderzoek.

Groter doel

Sommige studenten of medewerkers gaan dagelijks met de dieren om en ‘vertroetelen’ ze. De honden worden ook door hen uitgelaten, bijvoorbeeld op de fiets. Toch is het volgens dierenarts Ronald Corbee niet de bedoeling dat er echt een band met de dieren ontstaat. “Daarom hebben de honden geen namen maar nummers.” De honden worden vooral gebruikt voor het hanteren door studenten, maar soms ook voor het testen met voer en onderzoeken, zoals het het fokken met bepaalde genen. Ook hier is nog geen alternatief voor gevonden, maar probeert de universiteit wel minder dieren in te zetten. Corbee is dierenarts geworden uit liefde voor de dieren en gaat nooit met een slecht gevoel naar huis. “De onderzoeken die wij op ze doen, zijn niet zo heel vervelend. En daarnaast: ze dienen een groter doel.”

Haptic Horse

Naast het gebouw voor gezelschapsdieren is de afdeling voor de paarden gevestigd. Hier wonen vijftien onderwijspaarden en drie pony’s voor een onderzoek naar artrose. De paarden worden meestal aangekocht en anders gedoneerd door mensen die niet meer voor ze kunnen zorgen. Studenten leren allerlei basisvaardigheden op ze, zoals naar hun hart luisteren en het halster omdoen, en mogen op ze rijden, bijvoorbeeld in de bossen. De paarden staan ’s zomers vaak de hele dag buiten in de wei. Zo eens in de maand moet het paard ook een meer belastende oefening ondergaan: rectaal onderzoek. “Om zo min mogelijk van deze sessies te hoeven doen, heeft de instelling sinds kort een ‘haptic horse’. Dat is een soort robot waardoor je 3D kunt oefenen. Hierdoor hoeven de studenten nu nog maar één keer in hun studietijd echt rectaal onderzoek op een paard uit te voeren”, aldus paardeninternist Mathijs Theelen.

Tegenstrijdig

Theelen begrijpt dat zijn werk soms als tegenstrijdig wordt gezien. “Je gaat diergeneeskunde studeren omdat je van dieren houdt en staat als dierenarts voor het welzijn van een dier, maar daar hoort ook bij dat je op ze moet oefenen. Daarom kijken wij naar wat er écht essentieel is en proberen we waar nodig alternatieven te gebruiken.” Als de paarden toe zijn aan pensioen, mogen ze naar een rusthuis. Dat geldt niet voor de onderzoekspony’s. Op dit moment worden zij gebruikt voor een onderzoek naar artrose, dat voor de dieren én de mensen een doorbraak zou kunnen betekenen. Zij blijven maximaal een jaar bij de paardenkliniek en worden dan geëuthanaseerd, zodat de weefsels onderzocht kunnen worden. De organen van de dieren worden gebruikt tijdens de lessen van de dierenartsen in spe.

Ongerief

Vorig jaar werden de meeste dierproeven binnen de Universiteit Utrecht uitgevoerd door de faculteit Diergeneeskunde, blijkt uit het jaarverslag van de universiteit. In totaal deden ze 6495 proeven op dieren. Op de faculteit Bètawetenschappen, waaronder bijvoorbeeld Farmacie en Biologie vallen, werd ook op dieren getest, maar wel aanzienlijk minder. Daar deden ze 2596 dierproeven. De faculteit Sociale Wetenschappen deed vijf dierproeven. De universiteit is verplicht om bij te houden of de proefdieren ‘ongerief’ ondervinden. Dat is een wettelijke term voor alle negatieve ervaringen die proefdieren door dierproeven ervaren. Er is een indeling tussen licht, matig en terminaal. Terminaal is gedood onder narcose, zonder verder ongerief. Vorig jaar ondervond 25 procent van de dieren voor onderwijs en onderzoek van de universiteit matig ongerief. Ernstig ongerief komt bij de proefdieren voor onderwijs niet voor, maar soms wel bij onderzoek.

Bron: AD

Foto: Remco Veurink

Reacties