Karin Hendriks: “Ik zie een paard niet als massaproductie dier”

Karin Hendriks: “Ik zie een paard niet als massaproductie dier”

0 1363
Karin Hendriks

Particulieren en bedrijven die op kleine schaal fokken maken steeds vaker gebruik van embryotransplantatie, al dan niet in combinatie met geslachtsbepaling, merkt voortplantingsspecialist Karin Hendriks op.

“Het toepassen van deze moderne technieken heeft dan ook een aantal grote voordelen,” legt Hendriks uit.

“Je kunt op deze manier je beste merrie voor de fokkerij benutten en daarmee je fokkerij vooruit brengen. Wat ik ook zie is dat kleine fokkers hun eigen draagmerrie hebben. Dit is vaak een merrie waar ze om verschillende redenen (nog) geen afscheid van willen nemen. Omdat ze het dier goed kennen, weten ze ook of het een geschikte moeder zal zijn. Ook qua kosten kan een eigen draagmerrie een uitkomst zijn. Zij is toch al op stal aanwezig, dus de kosten in onderhoud blijven hetzelfde.”

Synchroniseren van de cyclus

Een uitdaging voor het kleinschalig werken is het synchroniseren van de cyclus van beide merries. “Die 1-op1-synchronisatie maakt het wel iets lastiger. Een voorbeeld: Een eigenaar heeft een 3-jarige merrie die nog te jong is om in de sport uit te brengen. Deze merrie wil de eigenaar dan een jaar draagmerrie laten zijn. Om van daaruit de cyclus synchroon te krijgen is niet altijd even simpel. Maar aan die wensen wil ik wel proberen te voldoen.”

De voordelen van het gebruik van een eigen draagmerrie blijven echter bestaan. “Eigenaren hebben soms al eens gehoord over een niet altijd even brave draagmerrie of een merrie die qua maat niet passend is. Het karakter kan nog wel eens verrassen, met een eigen merrie weet je wat voor vlees je in kuip hebt.”

Merrie op leeftijd

Hendriks kan tal van redenen bedenken waarom een fokker zijn ‘donormerrie’ haar eigen veulen niet wil laten dragen. “Vaak omdat zij in sport loopt, maar bijvoorbeeld ook omdat zij in het verleden een zware geboorte heeft gehad of omdat ze al op leeftijd is. Daardoor kan het geslachtsapparaat schade hebben opgelopen of loopt de kwaliteit van de baarmoeder terug als gevolg van de leeftijd en geeft zij het veulen niet voldoende voeding in het laatste trimester.”

Ook interesse vanuit de handel kan een reden zijn om embryo’s te spoelen, en dan vaak in combinatie met geslachtbepaling. “Wanneer een fokker overweegt een merrie te verkopen, wil hij graag wel een opvolger op stal hebben, en dan bij voorkeur een merrie. Of hij kan het veulen verkopen en wil dan alvast weten wat het geslacht van het volgende veulen is. Het verkopen van de dracht is dan ook een optie. Ook de grotere fokkers willen het geslacht vaak van tevoren weten. Gewoon uit nieuwsgierigheid, dan noemen we het een pretecho.”

Brave, hanteerbare paarden

Op de vraag of de fokkerij op deze manier zijn charme verliest, antwoordt Hendriks: “Op de bedrijven en bij de fokkers waar ik kom is die charme echt nog aanwezig. De grootste fokker heeft rond de twintig fokmerries, maar meestal zijn het er minder dan vijf. Er is ook een bedrijf dat 70 draagmerries verhuurt, maar ook daar kennen ze alle paarden nog heel goed. Een deel blijft daar ook, op deze manier heb je wel enige garantie dat het om brave paarden gaat die goed hanteerbaar zijn. Op nog grotere bedrijven kennen ze de paarden qua karakter vaak minder. Ik ben als specialist niet verbonden aan een grote hengstenhouder en kan daardoor een goede kwaliteit blijven leveren. Probleemgevallen gaan niet op in de massa; paarden krijgen de aandacht die ze nodig hebben.”

Een van de succesverhalen is een Friese merrie die twee jaar geleden kampioene werd op de Centrale Keuring in Drachten. “Via embryotransplantatie zette ze dit jaar al twee veulens op de wereld en ook voor volgend jaar worden er twee nakomelingen verwacht. De eigenaar heeft er daarnaast ook voor gekozen de merrie zelf te laten dragen. Dat geeft, in combinatie met haar sportcarrière, weer meer informatie over deze merrie.”

Meer geduld

Een van de factoren die het succes van embryotransplantatie lastig maken is het gebruik van een oudere merrie. “Dan moet je meer geduld hebben, onder meer door de verminderde eicel kwaliteit. Ook merries die complicaties hebben gehad tijdens de voorgaande dracht, bijvoorbeeld een bloeding in de ophangbanden, zijn via embryotransplantatie in staat om hun genen door te geven. Wanneer je deze merrie echter zelf laat dragen, heb je een tikkende tijdbom. Er kan dan een verbloeding vanuit de ophangbanden optreden. Je hoeft zo’n merrie echter voor de fokkerij niet te verliezen. Een fokker die zo’n merrie had, uit een goede dressuurlijn en die al een goedgekeurde hengst had gebracht, kon op die manier zijn fokkerij voortzetten. Hij wilde met een bewezen stam doorzetten en in kortere tijd meer veulens geboren laten worden. Daarbij stel ik ook wel grenzen; ik zie een paard niet als massaproductie. Zo moet je de baarmoeder ook tijdig rust geven na het spoelen.”

Enige zekerheid

De grootste kans op succes geeft een combinatie van een jonge merrie met een goed bevruchtende hengst. “Dat geeft enige zekerheid. Het andere uiterste is het gebruikmaken van een draagmerrie op leeftijd, in combinatie met diepvriessperma bij een oude donormerrie. Dan is de kans op succes maar klein. Daar adviseer ik de eigenaar ook in. Mensen zijn vaak onervaren en dan ben ik eerlijk in wat ze kunnen verwachten. Als een merrie gemakkelijk embryo’s levert, dan kun je eens iets anders proberen, omdat je uit de eerste ronde weet dat het lukt. Een andere hengst bijvoorbeeld, omdat je uit je eerste keuze al resultaat hebt behaald. Maar je moet ook tegen teleurstelling kunnen, anders moet je er niet aan beginnen. Ik kan de zekerheid wel opzoeken, maar ik kan het niet garanderen.”

Zie ook: degraafschapdierenartsen.nl/paard

Bron: Hoefslag / overname zonder bronvermelding en toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan

Foto: Karin Hendriks

Vergelijkbare artikelen

Reacties