Twaalf rake uitspraken over verbinding en aanleuning

Twaalf rake uitspraken over verbinding en aanleuning

hoefslag masterclass

De compleet uitverkochte Hoefslag Masterclass stond vrijdagavond in het teken van ‘Verbinding & Aanleuning.’ Bij De Nieuwe Heuvel in Lunteren legden Bastiaan de Recht en Annemarie en Kirsten Brouwer uit wat de voorwaarden zijn voor een mooie aanleuning èn dat je nooit raakt uitgeleerd.

Duidelijkheid en verdieping

Naast praktische clinics waar het publiek door middel van een app ook direct vragen kon stellen,  was er tijdens deze avond ook ruimte voor een discussiepanel. Daarin namen naast Bastiaan, Annemarie en Kirsten ook  Peter de Boer en Frans Poel zitting. De discussie zorgde voor extra duidelijkheid en verdieping. Hoefslag zet alvast twaalf rake uitspraken op een rij. In Hoefslag Magazine én op deze website binnenkort meer!

  • “Alles moet je leren. Dat doe je alleen maar door veel te doen, te ervaren en fouten te durven maken.” (Annemarie Brouwer)
  • “De hals is de deur naar de achterhand.” (Frans Poel tijdens de paneldiscussie)
  •  “Volgens het boekje rijd je je paard van achter naar voren, maar zo eenvoudig is dat niet altijd. Daarvoor moet je paard immers altijd ‘aan’ zijn.” (Bastiaan de Recht)
  • “Wanneer je tempowisselingen rijdt, maakt het niet uit of dat in alleen in draf is of vanuit de draf naar galop en weer terug. Zolang het paard maar een voorwaartse reactie geeft op het been.” (Brouwer)
  • “De ruiter heeft een grote invloed op de flexie (buiging) die een paard van nature in zijn lichaam heeft. Via de hals kunnen we daar invloed op uitoefenen.” (Bastiaan de Recht)
  • “Je aanleuning moet altijd voorwaarts neerwaarts zijn. Vergelijkbaar met een slagboom, die altijd naar beneden wil, dus niet altijd strak bovenin.” (Bastiaan de Recht)
  • “Wat we erin drijven moeten we zachtjes in de hand opvangen. Als we dat voor elkaar hebben, hebben we aanleuning.” (Annemarie Brouwer over de ruiterhand)
  • “Belangrijk voor het verkrijgen van een goede aanleuning is, dat je paard gehoorzaam is aan het been, dus direct reactie geeft op het been. Dat de ruiter een goede, onafhankelijk zit heeft, dus in balans is. En dat je paard voorwaarts is, zodat hij de hand op kan zoeken.” (Annemarie Brouwer)
  • “Dat je paard eens achter de loodlijn loopt is niet zo vreselijk. Bij meer oprichting gebeurt het ook dat je paard voor de loodlijn komt. Maar een vernauwing in de hoofd-halsverhouding wil je uiteraard niet.” (Bastiaan de Recht)
  • “Gisteren won Cynthia nog het ZZ-Zwaar en nu rijdt ze een paard dat niet na wil geven. Boos worden heeft geen zin. Gewoon rustig en netjes doorrijden is beter.” (Annemarie Brouwer)
  • “Voor je paard is het makkelijker om wat op de voorhand te hangen dan in oprichting te lopen.” (Bastiaan de Recht)
  • “De aanleuning groeit altijd, zelfs tot een met de Grand Prix. En dan zijn we nog niet klaar. Dan proberen we die nog steeds te vervolmaken.” (Annemarie Brouwer)
  • “Als een jong paard moeite heeft met nageven, moet je altijd uitsluiten dat hij een lichamelijk probleem heeft. Als hij geen lichamelijk probleem heeft,  mag je best tijdens het longeren een bijzet gebruiken. Zo voorkom je dat hij zich overbuigt. Je leert hem in balans te blijven, over de rug te gaan en het bit op de juiste wijze aan te nemen.” (Bastiaan de Recht)

 

Bron: Hoefslag, overname zonder bronvermelding én toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan.

Vergelijkbare artikelen

Reacties