Emmy de Jeu: ‘Dressuurruiters moeten leren rekenen’

Emmy de Jeu: ‘Dressuurruiters moeten leren rekenen’

0 882
Rio-kandidaat Zuidenwind werd als veulen verkocht via de Veulenveiling Borculo

‘Iedere ruiter zou elk jaar een veulen van topkwaliteit moeten kopen. Dan hebben ze op termijn een aantal paarden, waar ze mee vooruit kunnen in de sport. En ze zijn stukken goedkoper uit, dan dat ze een paard van die kwaliteit als drie- of vierjarige moeten kopen. Als ze daar dan nog aan kunnen komen. Want op die leeftijd kun  je eigenlijk niet meer aan paarden uit het topsegment komen’. Emmy de Jeu, bekend van Edward Gal’s voormalige topper Sisther de Jeu, en KWPN fokker van het jaar 2013, is er heel duidelijk in. En ze kan het onderbouwen, met een rekensom:

  • Er worden in de laatste jaren ongeveer 9.000 KWPN veulens geboren.
  • Daarvan zijn er 3.500 dressuurveulens en 5.500 springveulens. Ik zit in de dressuur. Dus ik ga even verder met de dressuurveulens.
  • Van die 3.500 dressuurveulens behoort kwalitatief maximaal een 10% tot het topsegment.
  • Een 350 veulens dus. Die veulens worden al heel jong geselecteerd door de veulenveilingen. Ik  zit zelf in de selectiecommissie van eliteveiling Borculo, wij struinen het hele land en daarbuiten af, op zoek naar die echt aparte veulens. En we vinden ze elk jaar ook. Vervolgens worden deze top kwaliteitsveulens verkocht voor prijzen tussen pak hem beet 10.000 en 25.000 euro. Gaan ze niet naar de veiling, dan worden ze  opgekocht door de hengstenhouders, want die kennen de goed fokkende stammetjes ook.  Ook zijn er fokkers waarbij een topveulen niet te koop is, omdat deze er zelf toekomstplannen mee heeft.
  • Hoe je het ook wendt of keert, de kwalitatieve top van een jaargang wordt als veulen verkocht of door de fokker zelf behouden. Die toplaag is omstreeks eind september gewoon weg. Verkocht. Deze toppaarden komen  vrijwel allemaal op de betere stallen terecht in binnen- én buitenland, die ze zelf opleiden om vroeger of later te verkopen voor bedragen die de gemiddelde goed presterende ruiter hier in Nederland nooit kan betalen.
  • Nee deze ruiters moeten het dan doen met wat er over blijft van de jaargang. Dat zijn zo’n 3.000 dressuurpaarden. Klinkt veel, maar dat valt tegen. De toplaag zit er niet meer bij. Een deel valt uit in de opfok, of valt tegen, blijft te klein, is niet gezond, en ga zo maar door. Dan blijft er nog een groep middensegment paarden over, waar je met een goede africhting, veel werk en een beetje geluk nog goed mee zou kunnen doen in de sport. En laten we het niet hebben over het ondereind, waar je als ruiter met ambitie niet aan wil beginnen.
  • Kortom als je mee wilt draaien in de top, heb je een paard nodig dat zich kwalitatief kan meten met de top. En als je die niet koopt als veulen, dan kan je er eigenlijk niet meer aankomen, zo simpel is het.

 Hoe je het ook wendt of keert, de kwalitatieve top van een jaargang wordt als veulen verkocht of door de fokker zelf behouden.

Veulenveiling duur? Leer rekenen!
‘Maar wat hoor ik dan van ruiters? ‘Vijftienduizend euro, dat is duur voor een veulen. Het is nog geen drie, en er kan nog van alles gebeuren. Maar ga het nou eens uit rekenen.  Natuurlijk de opfokkosten komen er bij, maar die vallen te overzien op het totale kostenplaatje. Er kan wat gebeuren, maar daar kan je je tegen verzekeren en het risico daarmee financieel uitsluiten. Laat zo’n driejarige dan tussen de twintig en vijfentwintig duizend euro hebben gekost als hij opgefokt, gekeurd en aangereden is. Dat is toch juist helemaal niet duur voor een driejarige uit het kwalitatieve topsegment? Ga ze maar eens zoeken. Die kan je echt niet vinden voor dat geld.’

 

Emmy de Jeu
Emmy de Jeu roept alle dressuurruiters op jaarlijks te investeren in een kwaliteitsveulen.

Nieuwe koers
‘De Jeu hoopt dit jaar haar 65-jarige verjaardag te vieren in juni. En heeft veel nagedacht over de te volgen koers voor de toekomst. ’Als je 65 jaar wordt, krijg je echt zo’n fase waarin je alles overdenkt. Ik draai natuurlijk al even mee. En heb vanuit mijn fokkerij altijd paarden in de sport gehad. Dat is leuk en mooi. Maar eigenlijk geniet ik er net zo van, als mijn fokproduct het bij iemand anders heel goed doet. Tel daarbij op, dat ik zelf niet de gelegenheid heb mijn paarden in te rijden en op te leiden, waardoor ik alles uit moet besteden. Iets waar gewoon heel veel tijd, energie en geld in gaat zetten.  En ik ben tot de slotsom gekomen dat ik mijn veulens vanaf nu als veulen ga verkopen. Alle veulens.  Om ze daarna natuurlijk wel te blijven volgen. Dan heb ik de zorg voor de opfok en opleiding er niet meer bij, en kan ik me echt focussen op de fokkerij. Daarnaast vind ik het ook leuk om samen te doen met jonge of beginnende fokkers, die zo aan goed uitgangsmateriaal komen om hun fokkerij mee op te zetten. Dat is een tweede spoor dat ik recent heb ingezet.  Op deze manier kan de De Jeu fokkerij voort blijven bestaan, ook als ik op de langere termijn zelf minder actief ben.’

 

Vergelijkbare artikelen

Reacties