Tips voor het trainen van een net zadelmak paard

Tips voor het trainen van een net zadelmak paard

Een tijdje terug kon je kennis maken met onze hippische duizendpoot Henriëtte Smits (foto). Zij zal de komende periode als vraagbaak fungeren op onze site en maandelijks de meeste interessante en leukste vragen van bezoekers van dehoefslag.nl of onze Facebookpagina beantwoorden.

De volgende vraag kregen we binnen van Esther Heijden:

Hallo Henriette, 

Ik heb een vraag over training. Ik heb een paard van 6 jaar wat een tijdje heeft stilgestaan en eigenlijk weinig tot niets kent. Hij was zadelmak, en inderdaad stap draf en galop zitten erop. Maar ‘sturen’gaat nog moeilijk. Toen ik haar kocht kon ze net 10 rondjes draf aan de longeerlijn volhouden en dan was ze helemaal uitgeteld. Een conditie van niks dus, ook geen bespiering. Ik wil dus aan haar conditie en bespiering gaan werken. Heb jij een schema voor opbouw van de training? Ook wil ik eigenlijk binnen niet al te lange tijd een B-proefje starten. Dan moet ik wel kunnen sturen. Ik ben benieuwd!’

Hallo Esther,

Bij het lezen van je mail schieten me toch enkele vragen te binnen. Waarom heeft je paard een tijdje stilgestaan? Is je paard wel eens gekeurd?

Je schrijft dat je paard zadelmak is, maar dat sturen een probleem is. Het eerste belangrijke punt is dat het paard je begrijpt als je voorwaarts wilt in stap, draf of galop. Dit kan je hem leren door met je stem een klik te geven, waarna je vervolgens meteen drijft met je been.  Als je paard niet meteen op de klik reageert dan geef je hem nog een keer been en als je nog geen reactie krijgt, kan je hem begeleiden met een zweep.  Je stem is het eerste hulpmiddel, vervolgens je been en indien nodig in combinatie met je zweep.

Als je klikt om weg te draven gebruik je maar één keer je stemhulp. Dus niet blijven klikken. Voordat je overgaat in de galop geef je een dubbele klik in het ritme van de draf. Je mag het tempo van de draf wat verhogen zodat je paard makkelijker overgaat in de galop. Als je naar een lagere tempo gaat, blijf dan ontspannen in je benen en armen om een ophouding te kunnen maken. Vaak zie je dat ruiters teveel klemmen en vasthouden tijdens de overgangen. Ook is het belangrijk dat je ervan bewust bent dat je niet blijft klikken en blijft drijven. Als je paard eenmaal loopt, liggen de boven- en onderbenen niet vast tegen het paard maar enkel licht ter ondersteuning. Ook kan je nog gebruik maken van je stemhulp om je paard vanuit de galop terug te laten komen naar de draf.

Verder heb ik de volgende tips voor het sturen:

  • Bij het sturen van jonge paarden stuur je meer vanuit de binnenteugel. Je binnenhand gaat vanuit de pols meer van de hals af naar binnen en naar voren. Je buitenteugel gaat iets mee naar voren. Nooit met je armen terug rijden, maar meer de sturing van links naar rechts maken met je handen.
  • Hoe lichter je stuurt, des te meer loopt het paard op eigen benen.
  • Als je op de binnenhoefslag rijdt, helpt dit de ruiter om te voelen of het paard in balans loopt.

Wat betreft een schema in je training, zou ik in het begin rekening houden met de volgende punten:

  • Rijd je paard een paar keer per week en niet langer dan een half uur per keer. Zeker als je paard nog niet sterk genoeg is.
  • Oefen kleine stukken, met tussendoor wat stapwerk zodat je paard weer kan herstellen. Als je te lang rijdt, kan je paard tegen een verzuring aanlopen. Dat ga je merken aan zijn coördinatie tijdens het lopen.
  • Vervolgens ga je de tijd in training vermeerderen, maar blijf daarbij je paard aanvoelen. Als je paard aangeeft dat hij het moeilijk krijgt, ga dan een stapje terug in training.
  • Ook kun je, wanneer je paard in conditie en bespiering achterblijft, een keer bloed laten prikken om de bloedwaardes te laten onderzoeken en een voedingsdeskundige vragen of je paard wel de juiste voeding heeft.

Varieer ook in het werk!

Als je paard reageert op je hulpen en stuurbaar is, kan je meer specifiek gaan trainen. Een doel heb je al: je wilt een B proef gaan rijden. Je zou een schema kunnen maken van een week, maand of zelfs voor een langere periode. Schrijf voor jezelf op welke dag je gaat trainen en wat je gaat doen tijdens die training. Ook de dagen dat je een buitenrit gaat maken of hem stil laat staan. Een dag rust is goed voor je paard om het te  laten herstellen van een zware training. Varieer ook in het werk! De ene dag rijd je overgangen, tempowisselingen of meer oefeningen, de andere dag wat meer stap, draf, galopwerk, balkjeswerk, voorwaarts-neerwaarts of wedstrijdgericht.

In je agenda/je schema schrijf je op wat er goed ging en wat je wil verbeteren. Hoe is het gegaan op de wedstrijd? Ook kan je de scores bijhouden van de wedstrijden. Verder zet je erin wanneer de hoefsmid, tandarts en dierenarts voor de entingen komt. Als je gaat werken met een agenda/schema zul je merken dat je nog meer bewust gaat paardrijden. Je kunt zo ook reflecteren op je eigen handelen. En als je bewuster gaat trainen, zal je ook merken dat je paard door goede training gespierder zal worden.

Heel veel succes!

Henriëtte

Heb jij een vraag?

Mocht jij een vraag of probleem willen voorleggen aan onze hippische duizendpoot, dan kan dat altijd. Laat dit weten via Facebook (bij het bericht over dit onderwerp) of door een mail te sturen naar hoefslag.nl@sanoma.com o.v.v. ‘vraag voor Henriëtte’

Het kan zijn dat we na indienen van de vraag om meer informatie vragen (via mail of privébericht). We zien je vragen graag tegemoet!

 

Reacties