‘Steeds stilzetten en herhalen, daar hou ik niet van’

‘Steeds stilzetten en herhalen, daar hou ik niet van’

0 5414
Rien van der Schaft
Rien van der Schaft

Afgelopen zaterdag 20 januari was het KNHS-trainersseminar dressuur met bondscoach Rien van der Schaft helemaal uitverkocht. 700 enthousiaste toeschouwers zagen fijne combinaties op verschillende niveau’s bij Rien in de baan verschijnen. In een interview vertelt van der Schaft over zijn visie op dressuur.

‘Verbetering van het paard als doel’

‘Het is onze taak als instructeurs om het goede rijden uit te dragen en iedereen aan te leren’, steekt Van der Schaft voortvarend van wal. Dat goede rijden is bij Van der Schaft eenvoudig samen te vatten. Het gaat om klassieke training zoals al lang bekend en samengevat in het skala met de zes principes. Met takt/regelmaat, ontspanning, aanleuning, impuls, recht gericht zijn en verzameling, onderling samenhangend en niet per se in die volgorde. ‘Klassieke training verbetert het paard op alle fronten. De oefeningen in de training zijn een middel en niet het einddoel. Rijden van wedstrijden kan hierbij prima ingepast worden, zolang je tenminste steeds maar de verbetering van het paard als doel hebt’, zegt Van der Schaft.

‘Losrijden is belangrijk’

Met elke combinatie begint Van der Schaft met eenzelfde manier van losrijden. ‘Het losrijden is belangrijk voor een instructeur, want daar leg je al het begin van het succes van de training erna’, zegt Van der Schaft. Het begint allemaal met het zoeken naar ontspanning, het voorwaarts-neerwaarts naar voren rijden naar de hand toe, op weg naar verbinding. ‘Dan ontstaat er een brug’ zegt Van der Schaft. Een paard dat met impuls door het lijf over de rug beweegt, neemt aanleuning. Als er ontspanning, aanleuning en impuls is, prikkelt de ruiter het achterbeen om het paard actiever te laten aantreden. Het resultaat is dat het paard aan de voorkant lichter wordt.

‘Dit maken van een brug, is de taak van elke dag, bij elk paard. Ik raad ruiters bovendien altijd na een eerste kleine ontspannen draf per paard te beginnen met de gang waarin het paard zich het gemakkelijkst ontspant en loslaat. Dat kan voor het ene paard de draf zijn, voor het andere de galop’, benadrukt Van der Schaft.
Alleen een paard dat de hand wil volgen, ook in een oefening, zelfs ook nog in een hele zware oefening, blijft zich op de positieve manier ontwikkelen.

‘De oplossing ligt in het voorwaartse’

Van der Schafts stelt dat alles in het voorwaartse wordt opgelost. ‘Een fout maken geeft niet. Daar ben je voor aan het trainen. Galoppeert een paard aan in een oefening, ga even door en herstel het dan rustig. Springt hij om in de galop, ga even door voordat je herstelt. Steeds stil zetten en herhalen, daar houd ik niet zo van. In het voorwaartse ligt de oplossing’, is zijn ervaring.

‘Controle is het stuur, maar ook het lichaam en de motor’

Tijdens het Trainersseminar liet Van der Schaft zich in het werk even ontvallen dat hij niet zo gek is op het woord ‘controle’. ‘Ik hoorde het mezelf zeggen ja’, lacht hij, ‘Ik bedoel daar mee dat ruiters dat vaak meteen opvatten als ‘controle met de hand’. Natuurlijk heeft een ruiter de taak zijn of haar paard te controleren. Maar controle is niet alleen het stuur, ook het lichaam en de motor. En dan zijn we weer bij het complete plaatje terug van de volledige ontwikkeling die je nastreeft. Door het lijf, van achteren naar voren, naar het ontstaan van de brug. Let wel: aanleuning kan een ruiter niet nemen. Aanleuning geeft het paard, als gevolg van de totale inwerking van de ruiter. En zonder kan je niet nauwkeurig paardrijden.’

 

 

Lees hier het volledige interview met Rien van der Schaft.

Bron: KNHS

Foto: DigiShots

 

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 52)

Reacties