Het rijden van verruimingen: ‘Blijf in je ritme’

Het rijden van verruimingen: ‘Blijf in je ritme’

Marlies van Baalen
Marlies van Baalen

Vind je het lastig om in je proef de uitgestrekte draf voor een acht te rijden? Marlies van Baalen kan proeven rijden als geen ander. Het rijden van verruimingen lijkt haar altijd gemakkelijk af te gaan.  ‘Ieder paard kan het leren’, is haar motto.

Je paard kan het leren

‘Het rijden van verruimingen kom je al vanaf de klasse L1 tegen. Belangrijk is dat je paard verruimt en niet versnelt. Dat is een kwestie van oefenen, maar heeft ook met de kracht en het talent van je paard te maken. Je hebt paarden die van nature heel makkelijk verruimen, en andere paarden hebben meer tijd nodig. In de training ontwikkel je het verruimen. Niet door de hele tijd complete rondes in uitgestrekte draf of galop te rijden. Wel rijden we vooral heel veel kleine schakelingen in draf en galop. Om de overgangen, de reactie op je been naar voren, en op je hand en zit terug te oefenen en te controleren. En om je paard sterker en meer gedragen te maken. Zo nu en dan rijden we een verruiming wel langer door. Om het paard de kans te geven in de middengang te komen. Maar nogmaals de focus ligt op de kleine schakelingen. Doordat je paard door de training sterker wordt en meer gedragen gaat, ontwikkelt hij het verruimen ook. Zeker in draf is het verruimen iets wat een paard echt kan leren.’

Verruimingen: verras je paard

‘Soms zie je dat mensen zo hun best doen hun paard te laten verruimen, dat ze het paard uit het ritme halen. Ook komt het voor, dat het paard het als het ware overneemt van de ruiter, zodra hij de diagonaal op komt. Vaak gaat hij dan over het tempo. Er ontstaat tactverlies. Dit probleem moet je oplossen in de training. Als je voelt dat je paard het overneemt, maak je op de diagonaal bijvoorbeeld een volte, of juist een overgang terug. Verras je paard en rijd niet iedere keer een verruiming op de diagonaal. Zorg dat hij leert wachten. Als hij dat doet, kun je een verruiming in de proef optimaal rijden en rustig opbouwen. Blijf in je ritme. Als dat goed lukt, kun je zeg maar ongeveer op de helft van het stuk dat je wilt verruimen, nog een keer opschakelen. Aan het einde van de verruiming vang je je paard dan weer op. Doe dit niet te vroeg. Vaak zie je dat mensen al tien meter voor het einde van de diagonaal stoppen met verruimen en dat is echt zonde. Pak ook die laatste meters en vang je paard pas op het einde op. Je paard moet altijd gedragen blijven tijdens de verruimingen, en als het ware opstijgen.’

 

Bron: Hoefslag, overname zonder bronvermelding én toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan.

Foto: Remco Veurink

Reacties