Blog Sara Ouwehand: Hulde aan de ‘Ja, maar’ leerling

Blog Sara Ouwehand: Hulde aan de ‘Ja, maar’ leerling

Het lijkt gemeengoed: een instructeur spreek je niet tegen. De ‘ja, maar’ vorm is een no go. Noem in een groep instructeurs één keer de term ‘ja-maar-leerling’ en synchroon worden er zuchten geslaakt en hoofden geschud. Toegegeven, de ‘ja, maars’ vormen soms een flinke uitdaging. Toch vind ik ze verrijkend.

Nieuwe lesvormen

Onderwijsland heeft het al even door: we zijn toe aan nieuwe lesvormen. Hopelijk waait deze wind ook in paardenland. Afspraak tot op heden: ‘Docent zendt, leerling ontvangt’. Dit enigszins rigide basisprincipe botst met de ‘ja, maars’; er wordt immers geen antwoord verwacht. Gun me een voorstel voor een nieuwe werkvorm. De ‘ja, maars’ mogen blijven en zijn aan zet voo een dialoog. Geen eenzijdige communicatie alsjeblieft.

Omdenken

Omdenken dus. Ga jij er per definitie van uit dat de informatie die je zendt ook landt? In de vorm zoals jij bedoelt? Noem het vooruitstrevend, maar ik blijf graag tunen hoe, en óf mijn informatie landt. Daarom ben ik dol op ‘ja, maars’. Ze nemen me mee in de wereld van de leerling, geven me inzicht in weerstand en onzekerheid. Ze duiden onbegrip, miscommunicaties én geven aan waar de volgende stap in het leerproces zit. Een nogal waardevolle opbrengst voor iedere instructeur, zo lijkt me.

Zwemmen zonder bandjes

De mindswitch zit hem in het werkelijk horen van de ‘ja maar’. Hoor je een diskwalificatie van de kennis en kunde van de instructeur? Of hoor je een leerling die het gevoel heeft te zwemmen zonder bandjes? Goed luisteren zegt soms meer. De ‘ja, maar’ leerling krijgt nogal eens het verwijt dat hij of zij niet luistert. Persoonlijk vraag ik me af: ‘Wíe luistert er nu eigenlijk niet naar wíe?’

Op gang brengen van dialoog

Misschien zet ik de verhoudingen tussen instructeur en leerling te ouderwets neer. Ik hoopte met je mee, de praktijk gaf aan van niet. Tijdens clinics nodigde ik vele nieuwe ruiters uit om respons te geven op mijn inbreng. En ik was benieuwd naar hun motieven, waarom ze zus of zo reden. Telkens schrok ik van de schoorvoetende, excuserende houding als antwoord. Het op gang brengen van een dialoog, men is het duidelijk niet gewend. Een groot gemis.

Coachen

Er zijn instructeurs die volhardend aangeven dat een ‘ja, maar’ geen constructieve aanzet tot een dialoog is. Dan rest mij te zeggen dat iedere leerling recht heeft op weerstand. Dat hoort bij het aanleren van nieuwe vaardigheden. Het is aan de instructeur om kundig met de ‘ja maars’ om te gaan. Ja, ik durf te stellen dat dit onderdeel is van het instructeursvak. Niet het makkelijkste onderdeel, wel het boeiendste. Daar begint het pas, dat coachen.

Ook de ruiters een microfoontje

En nu we het er toch over hebben: laten we massaal die instructiesets vervangen. Geef die ruiters ook een microfoontje, in plaats van enkel een oortje. Opdat de ‘ja, maars’ gehoord worden.

Sara Ouwehand is initiatiefneemster van Ruiterpilates.nl, start haar Haflinger ZZ-Zwaar, en loopt verwonderd rond in de paardenwereld.

Reacties