Anky: ‘Ik heb niet zo’n behoefte aan stilzitten’

Anky: ‘Ik heb niet zo’n behoefte aan stilzitten’

0 683

Anky van Grunsven (48) deed zeven keer mee aan de Olympische Spelen en won negen medailles. Deze zomer gaat ze als trainer mee naar Rio de Janeiro.

Ze mag dan óók negen keer de Wereldbekerfinale hebben gewonnen, de afgelopen drie decennia draaiden voor dressuuramazone Anky van Grunsven sportief gezien om de Olympische Spelen. ‘Het is niet te vergelijken met enig ander toernooi. Als je nu “Rio” zegt, weet iedereen waar je het over hebt omdat alle sporten daar bij elkaar komen. De weg ernaartoe is uniek, alle andere kampioenschappen zijn bijzaak als je de kans hebt om naar de Olympische Spelen te gaan. Dáár moet het gebeuren. De hele wereld kijkt mee en als je een medaille wint, krijg je veel meer aandacht dan wanneer je een wereldkampioenschap wint.’

Discussies over Londen 2012

Van Grunsven deed – een record – zeven keer op rij mee aan de Spelen, voor het eerst als twintigjarige in 1988 in Seoul. In totaal won ze negen medailles, waaronder drie keer individueel goud in Sydney (2000), Athene (2004) en Peking (2008). In Londen (2012) was ze eigenlijk niet van plan mee te doen. ‘Mijn ene paard was geblesseerd en ik had mijn andere paard verkocht. Salinero was al achttien en mijn man en trainer Sjef was ernstig ziek. Ik hoefde niet zo nodig, ik had alles al bereikt waarvan ik ooit droomde.’
Het leverde de nodige discussies op met haar man, die ondanks een goedaardige hersentumor in 2012 nog optrad als bondscoach. Uiteindelijk gaf een telefoontje met zwemmer Pieter van den Hoogenband de doorslag. Die vertelde geen moment spijt te hebben gehad van zijn deelname in Peking, ook al zwom hij niet meer mee voor de medailles. Van Grunsven deed in Londen mee, haalde met het Nederlandse team de bronzen teammedaille binnen en eindigde individueel op de zesde plek. ‘Achteraf gezien was ik zo blij dat ik er was. Ik had mijn kinderen in 2008 ook meegenomen naar de Spelen, maar toen waren ze nog heel klein. Nu konden ze het veel intenser meebeleven. Ik heb ze al beloofd dat ze dit jaar mee mogen naar Rio, maar ik heb nog helemaal niet gekeken of ze dan naar school moeten. Ik hoop het niet,’ lacht ze.

Dat ze bij wedstrijden zelf niet meer meerijdt met de wereldtop, betekent niet dat ze het rustig aandoet. De begeleiding van pupillen gaat verder dan een uurtje les. Van Grunsven denkt mee in de voorbereidingen, zoekt voor hen geschikte paarden, en rijdt hun paarden op dagen dat ze er niet zijn. ‘De prestatie wordt in het zadel geleverd, maar alles eromheen moet kloppen. De paarden moeten fit zijn, goed op hun hoeven staan en lekker in hun vel zitten. Daar draait eigenlijk alles om, aldus van Grunsven, die nog altijd twee tot zes paarden per dag rijd.

Beperkt aantal uren stage

Toen ze op haar achttiende na het behalen van haar havo-diploma als amazone haar eigen paardenbedrijf begon, gaf haar vader haar een kasboek. ‘Paardensport bedrijven betekent veel meer dan alleen rijden. Je begint om zeven uur ’s ochtends met voeren, dan mest je de stallen uit, verzorg je de paarden, en train je er acht. Vervolgens sta je nog tot tien uur ’s avonds les te geven, anders red je het financieel niet.’ Wat dat betreft vindt ze het weinig realistisch dat stagiaires van Nederlandse opleidingen voor paardensport en -bedrijf maar een beperkt aantal uren stage mogen draaien. ‘In dit vak werk je meestal twaalf uur per dag. Ik zorg nu dat ik om vier uur ’s middags klaar ben zodat ik tijd met mijn kinderen kan doorbrengen. Maar het werk gaat zeven dagen per week door en in de avonduren doe ik vaak nog m’n boekhouding en beantwoord ik mails. Ik heb niet zo’n behoefte aan stilzitten. Soms lees ik over vrouwen die drie dagen in de week werken en denk ik: dat is ook wel lekker. Alleen zou ik niet weten wat ik met al die vrije tijd zou moeten doen.’

Bonfire

Terwijl ze in de kantine op een briefje noteert dat ze nieuwe theekopjes wil hebben – ‘ik schrijf de hele dag dingen op die beter moeten’ – loopt buiten een van de verzorgers met het 21-jarige toppaard Salinero naar de wei. Bonfire overleed twee jaar terug op 30-jarige leeftijd. Zijn stal op het complex in Erp is anderhalf jaar leeg gebleven. ‘Er mocht lange tijd geen enkel ander paard staan,’ vertelt Van Grunsvens assistente Judith. ‘Pas sinds kort staat Nelson in de stal van Bonfire, en die mag er ook alleen maar staan omdat het een paard is dat Anky al heel lang heeft.’

En waar Anky en Sjef vroeger zelf elk weekeinde ‘op wedstrijd gingen’, moedigen ze nu vaak hun kinderen – elf en acht – aan bij voetbal, dansuitvoeringen en wedstrijden met hun pony’s. In hun regio wordt er ook niet opgekeken als ze op een ponywedstrijd verschijnen. ‘Mensen vragen wel eens of we al talent zien bij onze kinderen, maar daar zijn we helemaal niet mee bezig. Als je jong bent, moet je je algemeen ontwikkelen door allerlei dingen te doen, zodat je zelf kan ontdekken wat je het leukst vindt. Ik vind het fijn dat ze plezier hebben in het rijden en dat ze begrijpen wat ik doe. Maar het is ook prima als ze later iets anders willen.’

Reining als hobby

De afgelopen jaren legde ze zich voor de afwisseling toe op een andere tak van paardensport: reining – de westernvorm van dressuur rijden. Hoewel ze benadrukt dat het een hobby is, deed ze met westernpaard Whizashiningwalla BB vorig jaar met het Nederlandse reining-team mee aan het Europees Kampioenschap in Aken. Ze wonnen een bronzen teammedaille. ‘Dat was geweldig! Normaal rijd je bij een dressuurwedstrijd heel beheerst en iedereen is stil, nu reed ik hard en was er een stadion dat meejoelde.’ Qua voorbereiding vond ze het niet veel verschillen van een dressuurkampioenschap. ‘Het is hetzelfde om naartoe te werken: je doet er alles aan om optimaal te presteren, óf je blijft thuis. Ik wist dat ik de trainingsuren miste om daar een ster te zijn en dat ik niet meereed voor de eerste plek. Maar ik heb er alles aan gedaan om in het team te komen en zo goed mogelijk te presteren.’

Toch zal ze het komende jaar niet als westernruiter op wedstrijden verschijnen. ‘Ik heb momenteel last van nekklachten, en reining is wel een zwaardere belasting van je lijf. In de voorbereidingen voor Rio is het ook niet haalbaar om er heel veel tijd in te steken. Ik kijk na de Olympische Spelen wel weer hoe het gaat.’

Bron: Elsevier

Foto: Remco Veurink

Reacties